Voorstel Vaststellen bestemmingsplan 'Krommegat' - Raadsvoorstel.pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad (Het Debat en Het Besluit) GHG Raadsvoorstel Vergadering van 18 februari 2021 Gemeente HardinxveldGiessendam - HardinxveldGiessendam Auteur: Gert-Jan Nieuwland gj.nieuwland@hardinxveldgiessendam.nl
Vaststellen bestemmingsplan 'Krommegat' Voorgesteld besluit 1. De zienswijze van het waterschap gedeeltelijk gegrond te verklaren onder verwijzing naar de Nota 'Vooroverleg en zienswijzen' van 14 december 2020. 2. Het bestemmingsplan "Krommegat" gewijzigd vast te stellen, waarbij voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van de ondergrond die ontleend is aan de GBKN en is opgeslagen onder de bestandsnaam: o_NL.IMRO.0523.BPKROMMEGAT-VG01_dxf. 3. Geen Milieu Effect Rapportage (MER) op te stellen voor het bestemmingsplan "Krommegat". 4. Geen exploitatieplan vast te stellen omdat het kostenverhaal is verzekerd door middel van een getekende anterieure overeenkomst. 5. In te stemmen met de versnelde publicatie van het gewijzigde bestemmingsplan.
Inhoud Inleiding Het ontwerp bestemmingsplan en de bijbehorende aanmeldnotitie "vormvrije MER beoordeling" hebben na publicatie in de gemeentelijke voorlichtingsrubriek in Het Kompas en de Staatscourant vanaf donderdag 15 oktober tot en met woensdag 25 november 2020 ter inzage gelegen. Tevens is het bestemmingsplan gedurende deze termijn onder het planid-nummer NL.IMRO.0523.BPKROMMEGAT-DO01 digitaal raadpleegbaar geweest via www.ruimtelijkeplannen.nl Het wettelijk verplichte vooroverleg heeft ook in deze periode plaatsgevonden. Er is tegen het ontwerpbestemmingsplan 1 zienswijze bij de gemeenteraad ingediend en 1 vooroverlegreactie bij het college. Beoogd effect Dit voorstel is bedoeld om een standpunt te bepalen ten aanzien van de ingediende zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan en de ingediende vooroverlegreactie om vervolgens het vastgestelde bestemmingsplan voor de beroepsmogelijkheid te publiceren. Argumenten 1.1 Vaststelling bestemmingsplan dient door de gemeenteraad te geschieden Conform de Wet ruimtelijke ordening, afdeling 3.2, artikel 3.8 stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast.
1/4
1.2 en 2.1. De ingekomen zienswijze en overlegreactie dienen te worden afgewogen Tijdens de periode van de ter inzage ligging is op het ontwerpbestemmingsplan 1 zienswijze en 1 overlegreactie binnengekomen. Deze zienswijze en overlegreactie dienen te worden afgewogen en in de besluitvorming te worden meegenomen. Hiervoor is een zogeheten Nota vooroverleg en zienswijzen opgesteld, die u bijgevoegd aantreft (bijlage 1). Voor wat betreft de inhoudelijke afweging van de zienswijze en overlegreactie wordt kortheidshalve daarnaar verwezen. De uitkomst is dat de zienswijze gedeeltelijke aanleiding geeft om het bestemmingsplan aan te passen. Vanwege de gegronde zienswijze is het voorstel aan de gemeenteraad om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. 3.1 Het nemen van een apart MER-beoordelingsbesluit is noodzakelijk. In het Besluit mer is geregeld dat voor activiteiten, plannen en besluiten die staan genoemd in de Dlijst van het MER-besluit een zogeheten aanmeldnotitie door de initiatiefnemer aangeleverd wordt, op basis waarvan het bevoegd gezag een besluit neemt of er een volwaardig milieueffectrapport noodzakelijk is.Voor dit specifieke plan haakt het Besluit m.e.r.
aan op de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject waarbij de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 4 woningen en blijft dus ruimschoots onder de in kolom 2 van bijlage D van het Besluit m.e.r genoemde drempelwaarden. Echter, sinds 7 juli 2017 is de procedure van de vormvrije m.e.r.-beoordeling gewijzigd. De wijziging zit in het feit dat nu ook onder de drempelwaarden uit de D-lijst voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling een apart merbeoordelingsbesluit vereist is. Het voorliggende voorstel aan de gemeenteraad voorziet daarin in combinatie met de vaststelling van het bestemmingsplan. Artikel 7.19 Wet Milieubeheer regelt dat als het bevoegd gezag een activiteit wil ondernemen en voor die activiteit op grond van artikel 7.2, eerste lid, sub b, Wm een m.e.r.-beoordeling is vereist, het bevoegd gezag in een zo vroeg mogelijk stadium voor de voorbereiding van het besluit een m.e.r.beoordelingsbesluit neemt. In artikel 7.1 lid 4 Wm is bepaald dat in hoofdstuk 7 Wm onder bevoegd gezag wordt verstaan het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het voorbereiden dan wel het vaststellen van een plan of een besluit.
Uit artikel 7.1 lid 4 Wm volgt dat zowel het college als de raad bevoegd is om m.e.r.-beoordelingsbesluiten te nemen voor door de raad vast te stellen besluiten, ervan uitgaande dat het college bevoegd is om die besluiten voor te bereiden, hetgeen bij de voor m.e.r.beoordelingsplicht aangewezen besluiten in het Besluit m.e.r. steeds het geval is. Ten aanzien van het bestemmingsplan KrommeGat is de procedure gestart met de terinzagelegging van een ontwerpbestemmingsplan. In de bekendmaking daarvan is door het college gemeld dat zij op basis van de toelichting op het bestemmingsplan "Krommegat" en de bij het ontwerpbestemmingsplan behorende aanmeldnotitie "vormvrije MER beoordeling" van mening is dat voor dit bestemmingsplan geen Milieu Effect Rapportage (MER) hoeft te worden opgesteld. Gelet op deze formulering is de bekendmaking van het college ten aanzien van de vormvrije m.e.r.-beoordeling in casu aangemerkt als een voorbereidende mededeling en wordt het formele m.e.r.beoordelingsbesluit gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan aan de gemeenteraad voorgelegd. Gelet op het gemelde wettelijke kader en de uitspraak van de Raad van State (26 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3131) een juridisch aanvaardbare weg 3.2 Er is geen sprake van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu vanwege het bestemmingsplan.
Volgens artikel 7.17 van de Wet milieubeheer dient het bevoegd gezag bij het nemen van het MERbeoordelingsbesluit rekening te houden met de in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling aangegeven criteria. Deze criteria hebben betrekking op: 1. de kenmerken van de activiteit én de samenhang met de andere activiteiten ter plaatse; 2. de plaats waar de activiteit plaatsvindt; 3. de kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben.
2/4
De vorm-vrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen in de bij het bestemmingsplan behorende Bijlage Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling). De conclusie is dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. 4.1 Het kostenverhaal is anderszins verzekerd De Wet ruimtelijke ordening (artikel 6.12 lid 1) verplicht uw raad om een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Op grond van artikel 6.12 lid 2 kan uw raad bij een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan, in afwijking van deze bepaling, besluiten om geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhalen van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd. Met het afsluiten van een anterieure overeenkomst met initiatiefnemer is het kostenverhaal aan de voorkant verzekerd. De kosten die de gemeente voor de ontwikkeling maakt kunnen in rekening worden gebracht bij de ontwikkelende partij. 5.1 Versnelde publicatie voorkomt lange bestemmingsplanprocedure. De Wro bepaalt dat een gewijzigd vastgesteld bestemmingsplan pas zes weken na vaststelling mag worden gepubliceerd. Het Rijk en de provincie hebben dan de gelegenheid een zogenaamde reactieve aanwijzing te geven, als ze het niet eens zijn met de wijziging(en).
Beide overheidsinstanties gaan echter akkoord met een vervroegde publicatie als geen sprake is van een rijks- of provinciaal belang. Aangezien de voorgestelde wijzigingen geen nationale belangen raken of afbreuk doen aan het provinciaal belang, kan het vaststellingsbesluit eerder dan zes weken na vaststelling bekend worden gemaakt. Hiermee wordt voorkomen dat de bestemmingsplanprocedure vertraging oploopt. Kanttekeningen 2.1 Tegen vaststelling kan beroep worden aangetekend. Er bestaat een risico dat er beroep wordt ingesteld ten aanzien van het bestemmingsplan “'Krommegat". Beroep staat echter alleen open voor belanghebbenden. Vanwege de gewijzigde vaststelling kan tegen de wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan eveneens beroep worden aangetekend. Financiële informatie De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan maken onderdeel uit van het gemeentelijke kostenverhaal op grond van de met de initiatiefnemer gesloten anterieure overeenkomst. Communicatie Op grond van de Wet ruimtelijke ordening is het verplicht de terinzagelegging van een bestemmingsplan en ook het raadsbesluit te publiceren. Dit in de gemeentelijke voorlichtingsrubriek, de Staatscourant en de gemeentelijke website. In deze publicaties wordt een link naar de website www.ruimtelijkeplannen.nl vermeld.
De indiener van de zienswijze en de overlegreactie worden voorafgaand aan de raadsbehandeling schriftelijk geïnformeerd over het collegebesluit en uiteraard na de raadsvergadering ook over het raadsbesluit. Vervolg Na vaststelling zal het vaststellingsbesluit worden gepubliceerd en het bestemmingsplan zes weken ter inzage worden gelegd. Gedurende de terinzagelegging kan beroep tegen het plan worden ingesteld bij de Raad van State. Dit kan uitsluitend wanneer ook een zienswijze tegen het ontwerp is ingediend, of tegen onderdelen die de gemeenteraad gewijzigd heeft vastgesteld. Openbaar Ja
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
definitieve Nota vooroverleg en zienswijzen Krommegat.docx Ritmeester Krommegat vastgesteld Ritmeester Krommegat ontwerp 20200104_bestemmingsplan-A2 ontwerp
3/4
4/4