Voorstel Participatieplicht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten - Raadsvoorstel.pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad (Het Debat en Het Besluit) GHG Raadsvoorstel Zaaknummer: 2022-0006319
Vergadering van 17 februari 2022 Gemeente HardinxveldGiessendam - HardinxveldGiessendam Auteur: Angel Franken a.franken@hardinxveldgiessendam.nl
Participatieplicht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Voorgesteld besluit 1. Participatieplicht toe te passen zoals beschreven in paragraaf 7.4 van de Notitie delegatie, adviesrecht en participatieplicht bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. 2. Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet een jaar te monitoren door het college hoe participatieplicht doorwerkt in de praktijk met aandacht voor de ambtelijke organisatie, bestuurlijke organisatie en initiatiefnemers en het samenspel tussen deze stakeholders. 3. Na uiterlijk een jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet over te gaan tot evaluatie aan de hand van de monitoring en dit onderwerp te laten zijn van het bestuurlijk dialoog tussen college en raad.
Inhoud Inleiding Participatie is een belangrijk aspect van de Omgevingswet. Participatie bij initiatieven is onder de Omgevingswet een verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. Dit geldt ook als de initiatiefnemer de gemeente zelf is. Als een initiatief afwijkt van de regels van het omgevingsplan noemen we dat een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Hiervoor kan de gemeenteraad, van tevoren, gevallen aanwijzen waarvoor een participatieplicht geldt (Omgevingswet, artikel 16.55 lid 7). Beoogd effect • Zorg dragen voor een adequate voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet. • Helderheid geven over de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarbij de gemeenteraad participatie verplicht wil stellen. Argumenten 1.1 De gemeenteraad dient voor inwerkingtreding van de Omgevingswet een besluit te nemen voor welke (categorieën) gevallen participatie verplicht is Gemeenten moeten voor inwerkingtreding van de Omgevingswet een aantal zaken geregeld hebben. Hiervoor is door de VNG de lijst 'minimale acties Omgevingswet' opgesteld. Het participatiebesluit is een van deze minimale acties. 1.2 Rolverdeling raad en college verandert in de basis niet De gemeenteraad houdt met het bestaande raadsinstrumentarium gedurende het beleids- en besluitvormingsproces zicht op het geheel vanuit de kaderstellende rol en de controlerende rol. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering.
1/4
1.3 Er wordt veel belang gehecht aan participatie In onze gemeente wordt veel belang gehecht aan de denkkracht van en het echt in verbinding staan met inwoners en andere belanghebbenden. Participatie is daarom een belangrijk instrument. Het is dan ook gewenst om gebruik te maken van de mogelijkheid tot het verplicht stellen van participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. 1.4 Het is wenselijk om voor alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten een participatieplicht toe te passen Deze initiatieven zijn voor de omgeving altijd in een bepaalde mate onverwacht, omdat deze niet passen in het omgevingsplan. Ook kan het voorkomen dat participatie door andere oorzaken of een lastige relatie bemoeilijkt wordt. In die gevallen is het daarom wenselijk om van de aanvrager te vragen dat er voorafgaand aan het indienen van de aanvraag met de buurt wordt geparticipeerd. 1.5 Altijd participeren, maar niet dubbel Er is geen participatie verplicht voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waar in een ander, voorafgaand traject al een bepaalde vorm van participatie heeft plaatsgevonden. 1.6 Er is een nauwe verbinding met het participatieplan 'Participeren blijven we leren' (2021) Om de initiatiefnemer te stimuleren om een zorgvuldig participatieproces vorm te geven, ontwikkelen we zoals geformuleerd in het participatieplan een 'toolbox participatie voor ruimtelijke initiatieven'.
Daarnaast wordt gedurende de uitvoering onderzocht of en hoe aanvullend op de Participatienota (2021) participatiebeleid te formuleren ten dienste van de door het college van burgemeester en wethouders te maken afweging van de aanvraag van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit. 2.1/3.1 Voor een gedegen monitoring is een periode van een jaar werkbaar Korter dan een jaar monitoren levert te weinig onderzoeksmateriaal op is de verwachting, vandaar dat wordt uitgegaan van een jaar. Daarna wordt overgegaan tot een evaluatiemoment, waarin een terugkoppeling plaatsvindt aan de raad en er een bestuurlijk dialoog daarover wordt gefaciliteerd. Wanneer buiten de verwachting om eerder kan worden overgegaan tot evaluatie aan de hand van een gedegen monitoring, dan zal dat worden gefaciliteerd. 2.2 Door monitoring wordt duidelijk hoe participatieplicht doorwerkt in de praktijk voor verschillende stakeholders Het wordt pas duidelijk hoe participatieplicht doorwerkt wanneer we ermee gaan werken. En iedereen werkt er vanuit zijn eigen context en werkpraktijk mee. Daarom is er specifieke aandacht voor verschillende stakeholders en het samenspel tussen deze stakeholders: ambtelijke organisatie, bestuurlijk organisatie (college en raad) en initiatiefnemers.
2.3 Door inzichtelijk te maken hoe participatieplicht doorwerkt in de praktijk kan worden nagegaan hoe dit de specifiek de woningbouwopgave beïnvloedt Een van de belangrijkste opgaven waar de gemeente voor staat is de woningbouwopgave en specifiek een versnelling daarvan zoals is bekrachtigd middels een door de raad aangenomen motie (d.d. 11 november 2021). Door monitoring wordt nagegaan hoe participatieplicht zich daartoe verhoudt en of een aanpassing daarvoor gewenst of noodzakelijk is. 3.2 Een evaluatiemoment uiterlijk een jaar na inwerkingtreding biedt de mogelijkheid tot verdere praktische afstemming ten dienste van ambtelijke organisatie, bestuurlijke organisatie en initiatiefnemers Het borgen van evaluatie zal de raad de informatie geven over het eventueel aanpassen van de participatieplicht met inachtneming van de praktische doorwerking voor de verschillende stakeholders. 3.3 Een evaluatiemoment uiterlijk een jaar na inwerkingtreding biedt de mogelijkheid tot verdere praktische afstemming ten dienste van de versnelling van de woningbouwopgave Wanneer uit de praktijk blijkt dat voor de versnelling van de woningbouwopgave een aanpassing van de participatieplicht gewenst of noodzakelijk is, dan is het evaluatiemoment daarvoor bedoeld.
2/4
2.4/3.4 Het doen van monitoring en evaluatie faciliteert een groeimodel passende bij de veranderopgave Deze periode is bedoeld om steeds scherper te krijgen hoe rollen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden het beste kunnen worden ingericht. Met als hoofddoel om in een samenwerking van organisatie (ambtelijk en bestuurlijk) met de samenleving de Omgevingswet zo goed als mogelijk te laten werken voor de samenleving, met inbegrip van de specifieke opgave om versnelling van de lokale woningbouwopgave, als onderdeel van de veranderopgave die de Omgevingswet met zich meebrengt. 2.5/3.5 Monitoring en evaluatie is van nut voor de nog op te pakken kerninstrumenten omgevingsvisie en omgevingsplan Het faciliteert de dialoog over hoe je als gemeente wilt sturen en hoe daarmee de Omgevingswet steeds meer vorm en inhoud te geven zo ook middels de kerninstrumenten als de omgevingsvisie en het omgevingsplan die de aankomende periode opgesteld gaan worden. Kanttekeningen 1.1 De datum van inwerkingtreding van de omgevingswet staat nog niet definitief vast In het voorjaar van 2022 wordt duidelijk of dat de datum van 1 juli 2022 ook definitief wordt. Mogelijk wordt de wet wederom uitgesteld. Ondanks deze onzekerheid is het zaak niet zonder meer van uitstel uit te gaan en ons te richten op de datum van 1 juli 2022.
Als we op die datum niet klaar zijn en dit is de datum van inwerkintreding, levert dit immers problemen op voor het werkproces. Mocht de inwerkingtreding van de wet alsnog uitgesteld worden, is het gezien alle andere voorbereidingen die getroffen moeten worden, druk verlagend wanneer de participatieplicht al bij de raad aan de orde is geweest. 1.2 Soms is beleidsneutrale omzetting (“as is”) niet mogelijk Vanuit de Nota van Uitgangspunten (2019) staan we voor een beleidsneutrale omzetting. Voor nieuwe bevoegdheden gaat dit niet op, terwijl de Omgevingswet wel nieuwe bevoegdheden in het leven roept, waar participatieplicht er 1 van is. Voor nieuwe bevoegdheden wordt voorgesteld om ‘het zekere voor het onzekere’ te nemen. Dat betekent: liever te veel betrokkenheid van het publiek bij participatie dan te weinig. Dat betekent dat het publiek in de beginfase nagenoeg bij alle initiatieven die afwijken van de bestaande kaders betrokken zullen worden. In aansluiting op het groeimodel stelt het college voor in het eerste jaar te monitoren hoe dit verloopt. En na een jaar (of eerder, als daar behoefte aan is) evalueren we in een dialoog met uw raad de keuzes. Wanneer uit de evaluatie blijkt dat de mate van betrokkenheid door uw raad en het publiek anders moet of kan, dan kan wat we nu afspreken worden aangepast.
1.3 Participatie is vormvrij Onder de Omgevingswet is participatie vormvrij. Dit geldt ook voor de gevallen waarvoor de raad participatie verplicht stelt. Om initiatiefnemers te ondersteunen, stellen we de komende tijd een leidraad participatie voor ruimtelijke initiatieven op. Initiatiefnemers zullen actief worden gemotiveerd deze leidraad te volgen. Hiertoe kunnen we hen echter niet verplichten. Het college van burgemeester en wethouders kan wel de omgevingsvergunning weigeren als zij beoordelen dat de initiatiefnemer onvoldoende aan participatie heeft gedaan. 1.4 Participatie leidt niet altijd tot draagvlak Participatie is geen synoniem voor draagvlak. Initiatiefnemers en belanghebbenden kunnen het alsnog niet met elkaar eens zijn, ook na intensieve gesprekken en uitvoerige participatietrajecten. Belangen en uitgangsposities kunnen verschillend zijn. Naar elkaar luisteren betekent niet dat er altijd een voor iedereen wenselijke en gedragen oplossing komt. 1.5 Het is onzeker hoe de participatieplicht in de praktijk zal uitpakken De participatieplicht is nieuw voor de raad en het is onzeker hoe een en ander in de praktijk zal uitpakken. Om na te gaan wat exact de effecten zijn van het raadsbesluit vindt er monitoring en een evaluatiemoment plaats.
3/4
Financiële informatie Niet van toepassing. Communicatie • Voor de uitvoering van de participatieplicht wordt een procesbeschrijving opgesteld. Deze beschrijving wordt opgesteld door en voor de ambtelijke organisatie, met inachtneming van het inbedden van het bestuurlijke proces. • Het ontwikkelen van een 'toolbox participatie voor ruimtelijke initiatieven' ter ondersteuning van de communicatie richting potentiële initiatiefnemers. Vervolg • Indien uw gemeenteraad conform de in paragraaf 7.4 van de Notitie delegatie, adviesrecht en participatieplicht beschreven participatieplicht van toepassing verklaart, wordt deze wanneer de Omgevingswet in werking treedt, van kracht. • Een plan voor monitoring, evaluatie en voor een terugkoppeling tijdens een bestuurlijk dialoog zal opgesteld worden in de periode tot 1 juli 2022. Daarin nemen we op het circa 4 keer informeren van de raad gedurende het jaar over de uitwerking van dit besluit. Openbaar Ja
Bijlagen 1. Bijlage 1 Notitie delegatie, adviesrecht en participatieplicht.pdf 2. Was wordt lijst - bijlage bij Notitie delegatie, adviesrecht en participatieplicht.pdf
4/4