CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel Nieuw afval- en grondstoffenbeleid - Raadsvoorstel.pdf

Gemeenteraad GHG 24 juni 2021, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 6: Nieuw afval- en grondstoffenbeleid - Raadsvoorstel1.899 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad (Het Debat en Het Besluit) GHG Raadsvoorstel Vergadering van 24 juni 2021 Gemeente HardinxveldGiessendam - HardinxveldGiessendam Auteur: Jan Duijzer j.duijzer@hardinxveldgiessendam.nl

Nieuw afval- en grondstoffenbeleid Voorgesteld besluit 1. In te stemmen met de strategienota 2021-2025 ‘Samen voor een afvalvrije en schone gemeente’. 2. In te stemmen met de implementatie van het volledige stappenplan. 3. Kennis te nemen van de investering van € 6.493.600 door Reinigingsdienst Waardlanden voor de benodigde aanpassingen aan het inzamelsysteem. De kapitaallasten van € 771.237 worden (op de gebruikelijke wijze) naar rato van het aantal huisaansluitingen, zoals gedefinieerd in de begroting en jaarrekening van Reinigingsdienst Waardlanden, jaarlijks doorberekend aan de gemeenten. 4. In te stemmen met de door de gemeenten bij te dragen eenmalige (implementatie)kosten van € 1.986.500,- , te verdelen over de jaren 2021 t/m 2023 (2021: € 286.000,-; 2022: € 1.471.900, -; 2023: € 228.600). Het bedrag wordt verdeeld over de gemeenten naar rato van het aantal huisaansluitingen. 5. In te stemmen om de kosten voor het deel van Hardinxveld-Giessendam 2021: € 31.783,-; 2022: € 235.219, -; 2023: € 19.817 te dekken uit de algemene reserve.

Inhoud Inleiding Na een lang en intensief traject van voorbereiding en participatie ligt thans voor de Strategienota nieuw Afval- en grondstoffenbeleid 2021-2025 ‘Samen voor een afvalvrije en schone gemeente’. Een nota waarin de ambities en kaders voor het beleid zijn uiteengezet. De laatste keer dat het afvalbeleid is geactualiseerd was in het kader van het VANG-project in 2014. Een nieuw beleidsplan is door het bestuur van de GR Waardlanden noodzakelijk geacht omdat de oude ambities en kaders inmiddels zijn achterhaald door het landelijk beleid. Gestreefd wordt namelijk naar een 100% circulaire economie in 2050. Dat betekent dat er in 2050 geen (rest)afval meer mag worden verbrand en dat al het afval dat desondanks toch ontstaat als grondstof wordt teruggewonnen ten behoeve van hergebruik en recycling. Als eerst tussendoel streefde het Rijk naar maximaal 100 kg verbrandbaar restafval in het afgelopen jaar 2020. Binnen de GR Waardlanden is dat streefgetal vooralsnog gesteld op 2025. In 2018 produceerden inwoners in Waardlanden gemiddeld 232 kg huishoudelijk restafval. Uit onderzoek blijkt dat 70% daarvan bestaat uit herbruikbaar afval. Naast milieu en duurzaamheid is een andere noodzaak om het restafval te verminderen, het beheersen van afvalverbrandingskosten. Door de invoering door het Rijk van de verbrandingsbelasting wordt het verbranden van restafval steeds duurder.

Een trendbreuk is noodzakelijk om die 100 kg in 2025 te halen. Na uitvoerig onderzoek en

1/5

overleg met de gemeenteraden wordt voorgesteld om in drie stappen van 232 kg naar 100 kg restafval te gaan in 2025. Op donderdag 24 september 2020 is in een raadsbijeenkomst uitvoerig stilgestaan bij de 10 aandachtspunten, die zijn geventileerd uit de diverse Webinars, brainstormsessies met raden, bewoner enquêtes en andere gebruikers. Met de voorgestelde verbetering van de inzameling van grondstoffen (meer diversiteit aan containers inclusief hoogbouw, kwaliteitscontroles in combinatie met handhaving, herinrichting van AfvalBrengStations); en ook ter voorkoming van Afvaltoerisme worden de containers voor restafval afgesloten. Alleen inwoners van Waardlanden krijgen een pasje waarmee zij de ondergrondse restafvalcontainers kunnen gebruiken en het ABS kunnen bezoeken. Inclusief een variabel tarief op restafval; het zogenaamde DIFTAR-systeem. Hoe beter men afval scheidt, hoe minder vaak men restafval hoeft aan te bieden en hoe minder afvalstoffenheffing men betaalt. Ook een stevig kostenplaatje, want de implementatie vraagt een investering van € 6.493.600,00. De kapitaallasten van € 771.237,00 worden zoals gebruikelijk verdeeld naar rato van het aantal huisaansluitingen, zijnde een kostenverhoging van € 19,80 per huisaansluiting. Daarnaast zullen de implementatiekosten van € 1.986.500 (te verdelen over 2021.

2022 en 2023) ook moeten worden betaald door de deelnemende gemeenten, zijnde een eenmalige kostenpost van € 39,70 per huisaansluiting. De kosten gaan voor de baten uit, en op termijn zullen volgens de berekeningen de kosten minder worden. Samenvattend wordt voorgesteld om het nieuwe Afval- en Grondstoffenbeleid vast te stellen, inhoudende stap 1, 2 en 3 inclusief de invoering van DIFTAR, zijnde gedifferentieerde tarieven. Beoogd effect Het realiseren van een trendbreuk in de hoeveelheid restafval die naar de verbrandingsoven wordt afgevoerd: tot minder dan 100 kilogram per inwoner per jaar in 2025. Door de restafvalreductie nemen de verbrandingskosten (inclusief verbrandingsbelasting) af, en worden de kosten beheersbaarder. Argumenten 1.1 Invulling geven aan de, sinds het laatst vastgestelde afvalbeleid in 2014, flink aangescherpte landelijke doelstellingen van een 100% circulaire economie in 2050. Deze strategienota is nodig om invulling te geven aan de landelijke doelstellingen die sinds 2014 (het jaar waarin het afvalbeleid van de 4 Waardlanden-gemeenten voor het laatst is gewijzigd) flink zijn aangescherpt. Gestreefd wordt naar een 100% circulaire economie in 2050. Dat betekent dat er in 2050 geen (rest)afval meer mag worden verbrand en dat al het afval dat desondanks toch ontstaat, als grondstof wordt teruggewonnen ten behoeve van hergebruik en recycling.

Als eerste tussendoel streeft het Rijk naar maximaal 100 kilogram verbrandbaar restafval in het jaar 2020. Omdat 2020 reeds verstreken is en er ook een tijdsperiode nodig is om het nieuwe beleid voor te bereiden en in te voeren, wordt de 100 kg doelstelling voor de 4 Waardlanden-gemeenten voor het jaar 2025 als realistisch beschouwd. Een circulaire economie gaat niet alleen om het stimuleren van afvalscheiding en reduceren van de hoeveelheid restafval, maar ook om de kwaliteit van hergebruik te verhogen. De ladder van Lansink is maatgevend: preventie heeft de voorkeur op producthergebruik, producthergebruik heeft de voorkeur op materiaalhergebruik, etc. De ontwikkeling van een Circulair Netwerk maakt daarom onderdeel uit van de strategienota, waarbij de bestaande brengfunctie van de afvalbrengstations wordt uitgebreid naar kringloop, reparatie en circulair ondernemen.

2/5

2.1 De strategienota voorziet in een concreet stappenplan, waarin wordt aangegeven met welke stappen en maatregelen tot de 100 kilogram-doelstelling kan worden gekomen. Het uitgevoerde scenario-onderzoek wijst uit dat de doelen (circulair afvalbeheer en beheersbare kosten) het beste gerealiseerd worden als het volledige stappenplan wordt doorlopen (inclusief variabele tarieven). Alle gemeenten in Nederland die tot nu toe de Rijksdoelstelling van < 100 kg restafval hebben bereikt (44 gemeenten), hebben variabele tarieven voor restafval ingevoerd.

2.2 Het uitvoeren van het volledige stappenplan (1,2,3) kan kostenneutraal worden uitgevoerd. De financiële doorrekening van de strategienota laat zien dat het volledige stappenplan (1,2,3) kostenneutraal kan worden uitgevoerd. Bij enkel effectuering van de stappen 1 en 2 leidt dit tot een structurele kostenverhoging van € 19,80 per huisaansluiting.

3.1 Het stappenplan houdt onder andere in dat de inzamelvoorzieningen voor grondstoffen worden uitgebreid en de inzamelvoorzieningen voor restafval worden gereguleerd. Daarvoor zullen noodzakelijkerwijs investeringen moeten worden gedaan. In totaal gaat het om een bedrag van € 6.493.000. Het grootste gedeelte daarvan wordt besteed aan het afsluitbaar maken van de ondergrondse restafvalcontainers (pasjessysteem), het plaatsen van gft-containers bij de hoogbouw en centrumgebied, en de harmonisatie van het inzamelsysteem (Vianen). Voor de invoering van stap 3 is geen extra investering benodigd. Waardlanden zal voor het gehele investeringsbedrag een krediet aanvragen en de kapitaallasten daarvan doorberekenen aan de gemeenten (naar rato aantal huisaansluitingen te verdelen over de gemeenten).

4.1 Invoering van het stappenplan vergt de nodige voorbereidingskosten. Het gaat daarbij vooral om de kosten voor Projectleiding, aanbesteding, onderzoek en monitoring en communicatie. Daarnaast worden ook de keukenemmertjes voor gft en de toegangspassen voor ondergrondse containers eenmalig in rekening gebracht bij de gemeenten.

5.1 Eenmalige kosten niet doorberekenen in de afvalstoffenheffing. Door deze kosten te betalen uit het in de Algemene Reserve bestemde bedrag (zoals is vastgelegd in de bestemming van de Eneco-gelden najaarsnota 2020) kan de verhoging van de afvalstoffenheffing worden beperkt. Kanttekeningen 1.1. Haalbaarheid doelstellingen Met deze nieuwe strategienota wordt een flinke stap voorwaarts gezet naar het duurzaam en circulair maken van het gemeentelijk afvalbeheer, maar het einddoel – 100% circulair – is daarmee nog niet gehaald. Na 2025 zal aanvullend beleid nodig zijn om dit ultieme doel binnen handbereik te krijgen.

2.1 Ontwijkgedrag en afvaldump Invoering van een variabel tarief (stap 3) zou kunnen leiden tot ontwijkgedrag en afvaldump. Ook kan het leiden tot extra vervuiling van de grondstoffen, omdat er geen tarieven op de grondstoffen worden toegepast. De ervaring van gemeenten met een variabel tarief is dat de angst voor ontwijkgedrag vaak 3/5

groter is dan het in werkelijkheid uitpakt. Door extra inzet op communicatie en toezicht en handhaving kunnen veel problemen worden voorkomen. De strategienota voorziet in voldoende middelen om ontwijkgedrag onder controle (beheersbaar) te houden. Met extra monitoring (hiervoor is budget gereserveerd) wordt alles goed in de gaten gehouden.

3.1 Investering en terugverdientijd De investering van € 6.493.600 is noodzakelijk om het inzamelsysteem zodanig aan te passen dat bewoners meer tot afvalscheiding worden aangezet en minder restafval aanbieden. Naast de jaarlijkse kapitaallasten die deze investering te weeg brengt, worden er ook extra kosten gemaakt bij Waardlanden (inzamelkosten, pasbeheer, communicatie, toezicht, eventuele opruimkosten). Daar tegenover staan ook baten, ofwel vermeden verwerkingskosten. Deze baten vinden hoofdzakelijk plaats bij de effectuering van stap 3 (variabel tarief voor restafval). De financiële doorrekening van de strategienota laat zien dat het volledige stappenplan kostenneutraal kan worden uitgevoerd. Effectuering van alleen de stappen 1 en 2 leidt tot een structurele kostenverhoging van € 19,80 per huisaansluiting. De kosten gaan voor de baten uit. De baten – ofwel de vermeden verwerkingskosten – zijn afhankelijk van de mate waarin bewoners hun scheidingsgedrag aanpassen, ofwel meer grondstoffen aanbieden en minder restafval. De effecten van de maatregelen zijn nooit 100% nauwkeurig te ramen. In deze nota is gerekend met gedragseffecten ontleend van gemeenten die al ervaringen hebben met deze maatregelen. In dat licht mogen de kostenberekeningen als realistisch worden beschouwd.

De financiële consequenties zoals deze zijn weergegeven in de strategienota zijn exclusief autonome kostenontwikkelingen (indexering) en marktontwikkelingen. De verwerkingstarieven voor restafval en met name die van grondstoffen zijn aan marktontwikkelingen onderhevig waardoor ze flink kunnen fluctueren. Dat dit tot heftige kostenbewegingen kan leiden bewijzen de afgelopen jaren. Hoe de tarieven en prijzen zich de komende jaren gaan ontwikkelen is onzeker. De verwachting is dat de verbrandingstarieven voor restafval de komende jaren verder zullen stijgen, mede gezien een verdere verhoging van de verbrandingsbelasting door het Rijk niet is uit te sluiten. In dat licht is het investeren in afvalscheiding en restafvalreductie een goede keuze. Financiële informatie In de informatienota Eneco-gelden – 2e (collegevergadering van 25 augustus 2020) is reeds geanticipeerd op het nieuwe afval- en grondstoffenbeleid. Via de bestemming van de Eneco-gelden in de najaarsnota 2020 is een bedrag van € 8,4 miljoen toegevoegd aan de algemene reserve. Om een verhoging van de afvalstoffenheffing te beperken is daarin een bedrag van € 500.000,- genoemd In zijn totaliteit wordt op grond van het nieuwe afval- en grondstoffenplan € 286.819 doorberekend aan onze gemeente (2021 € 31.783,-; 2022 € 235.219,-; 2023 € 19.817,-).

Voorgesteld wordt om deze tranches jaarlijks te onttrekken aan de Algemene Reserve. Communicatie Na de vaststelling van het beleid in alle gemeenten zal er uitvoerig door de GR Waardlanden worden gecommuniceerd op welke wijze het beleid zal worden geïmplementeerd en daarbij zal ook de planning per gemeente worden meegenomen. Vervolg Na vaststelling van het nieuwe beleid door alle gemeenten zullen de aanpassingen door Waardlanden gefaseerd worden uitgevoerd Openbaar Ja

Bijlagen 1. SCENARIOONDERZOEK - def versie 15 feb 2021.pdf

4/5

2. 3. 4. 5.

MAATREGELCATALOGUS - def versie 15 feb 2021.pdf VISIEDOCUMENT ABS - def versie 15 feb 2021.pdf STRATEGIERAPPORT - versie 11 maart 2021.pdf Presentatie Nieuw afval- en grondstoffenbeleid

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/569/documents/18323