Voorstel Herijking Minimabeleid - Raadsvoorstel.pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad (Het Debat en Het Besluit) GHG Raadsvoorstel Zaaknummer: 2022-0180906
Vergadering van 15 december 2022 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Hardinxveld-Giessendam Auteur: Sharelle Hartman s.hartman@hardinxveld-giessendam.nl
Herijking Minimabeleid Voorgesteld besluit 1. De herijkte Verordening persoonlijk minimabudget Hardinxveld-Giessendam vast te stellen.
Inhoud Inleiding Met de transformatie van de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden (GRD) naar de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal (GR Sociaal) is het staande beleid as-is overgenomen en afgesproken om al het beleid te herijken, te beginnen met het minimabeleid. Tijdens De Ontmoeting van 15 september 2022 hebben we met elkaar gesproken over de lokale uitgangspunten voor de herijking minimabeleid. Op 10 november 2022 heeft u met de weekberichten een raadsinformatiebrief en memo ontvangen met de door het college voorgestelde inrichting van het minimabeleid. Kernboodschap in de herijking van het minimabeleid is dat we in Hardinxveld-Giessendam uitgaan van de eigen kracht en verantwoordelijkheid van inwoners. Werk hebben en werk houden is hierbij het belangrijkste instrument. We willen onnodig gebruik van minimaregelingen te voorkomen en zien regelingen als uiterste redmiddelen. Om de gemaakte keuzes binnen het minimabeleid te formaliseren, ligt voor u het voorstel tot aanpassing van de Verordening Persoonlijk Minimabudget (PMB). Het PMB betreft één onderdeel van de herijking minimabeleid en wordt vastgelegd in een verordening, zoals de Participatiewet ons voorschrijft. Zo volgt uit art. 8 Pw dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt met betrekking tot de individuele inkomenstoeslag (bij ons 'PMB' genoemd) zoals bedoeld in art. 36 Pw.
De andere onderdelen van het minimabeleid, zoals beschreven in de memo (bijlage 5) worden niet geregeld in een verordening, maar in beleidsregels. Conform de GR Sociaal ligt de bevoegdheid om verordeningen vast te stellen bij de gemeenteraad. De bevoegdheid om beleidsregels vast te stellen ligt bij het Dagelijks Bestuur van de GR Sociaal. Persoonlijk Minimabudget Het PMB is bedoeld voor inwoners ouder dan 21 jaar en jonger dan de AOW-leeftijd, die geen zicht hebben op inkomensverbetering. Het betreft een jaarlijks bedrag voor inwoners met een langdurig laag inkomen (tot 110% van het wettelijk sociaal minimum). Dit betreft 35% van de geldende bijstandsnorm. Ontvangers kunnen dit bedrag vrij besteden voor kosten die moeilijk vanuit de uitkering te sparen zijn. Ons belangrijkste uitgangspunt bij de inrichting van het PMB is dat werken moet lonen. Daarom zetten we de huidige invulling van het PMB voort, maar kiezen we wel voor een aanpassing van de referteperiode van 1 naar 2 jaar. De referteperiode heeft betrekking op de duur dat iemand een laag
1/3
inkomen heeft voordat diegene recht heeft op het PMB. Het gebruik van het PMB in Hardinxveld-Giessendam is laag, het laagste vergeleken met andere gemeenten. Het betreft circa 110 inwoners (ter vergelijking: Sliedrecht 385 inwoners). Beoogd effect Met de voorgestelde inrichting van het PMB behouden we een prikkel om mensen te stimuleren tot werk, maar bevorderen we wel de koopkracht van de groep minima die het echt nodig heeft. Zo houden we oog voor de mensen die echt niet in staat zijn tot werk. Argumenten 1.1 Met aanpassing van de Verordening creëren we een prikkel om mensen te stimuleren tot werk, maar bevorderen we wel de koopkracht van mensen die het echt nodig hebben. Door de referteperiode te verlengen duurt het langer voordat mensen voor de eerste keer in aanmerking komen voor het PMB. In het geval van een referteperiode van 2 jaar, ontstaat het eerste recht op PMB na 2 jaar een inkomen van 110% WSM. Voordeel van het oprekken van de referteperiode is dat nog duidelijker is dat het PMB ook echt toekomt aan die doelgroep die langdurig een laag inkomen heeft en geen zicht heeft op inkomensverbetering. Een referteperiode van 2 jaar creëert daarnaast een prikkel voor de uitkeringsgerechtigde om te gaan werken. Het meedoen op de arbeidsmarkt levert winsten op zowel individueel als maatschappelijk vlak.
Participeren levert extra handen op de arbeidsmarkt en vermindert doorgaans zorgkosten. We realiseren ons dat er mensen zijn die door een chronische aandoening niet in staat zullen zijn tot werken. We willen voorkomen dat iemand met een chronische aandoening die de leeftijd van 21 jaar bereikt, onnodig lang moet wachten op het recht op het PMB. Wanneer iemand dus voor die tijd geconfronteerd wordt met onverwachte uitgaven en dit financieel niet kan dragen, kan als vangnet de bijzondere bijstand worden aangewend. 1.2 Het vaststellen van verordeningen is een bevoegdheid van de raad Met het vaststellen van deze verordening wordt geregeld dat de verordening die is vastgesteld in januari 2022 wordt ingetrokken. Kanttekeningen 1.1 Door het oprekken van de referteperiode naar 2 jaar gaat er waarschijnlijk een groter beroep gedaan worden op de regeling bijzondere bijstand. Keerzijde van de verlenging van de referteperiode is dat mensen al direct minder financiële ruimte zullen hebben om tegenvallers of onverwachte uitgaven op de vangen. Dit heeft mogelijk een groter beroep op de bijzondere bijstand (bedoeld ter compensatie van onvoorziene en bijzondere kosten) tot gevolg.
Door de bijzondere bijstand in te zetten waar dat nodig is, voorkomen we wel dat een kwetsbare groep inwoners (chronisch zieken en gehandicapten) tussen wal en schip belanden en komt het PMB na 2 jaar toe aan inwoners die het echt nodig hebben. Financiële informatie Een verschuiving van de referteperiode op het onderdeel PMB leidt tot een besparing van € 7.209 ten opzichte van de primaire begroting 2023 van de SDD. Zie tabel. De herijking op alle onderdelen binnen het minimabeleid leidt in totaal op een besparing van € 11.533. De middelen die we door onze beleidskeuzes overhouden, zullen gereserveerde gelden blijven binnen het sociaal domein om maatwerk te kunnen bieden aan inwoners die ondersteuning nodig hebben. Via de bijzondere bijstand kunnen we een betere toets uitvoeren, zodat de minimaregelingen bij de mensen terecht komen die het echt nodig hebben en werken blijven stimuleren. Hierdoor voorkomen we dat inwoners tussen wal en schip vallen. Regeling
Advies
Persoonlijk Minima Budget
Maatwerk
Lokaal Beleid • • •
110% WSM Geen differentiatie huishouden Referteperiode verhoging 2 jaar
2/3
Financiële consequentie * - € 7.209
• Bijzondere Bijstand
Advies-scenario
Collectieve Advies-scenario Zorgverzekering SMS-Kinderfonds Maatwerk SUN-Noodfonds Advies-scenario Tegemoetkoming Maatwerk EBK Kortdurende Maatwerk begeleiding
• • • •
Toeslag houden op 35% bijstandsnorm Inkomen 110% WSM Draagkrachtpercentage 35% Medische coulance Keuze uit 3 verschillende pakketten Inkomen 130% WSM (min) Invoeren vermogensgrens (min) Behoud van de regeling Geen toepassing
•
Geen toepassing
• • • •
Extra uitvoeringskosten door maatwerkwensen Totaal
€ 841
n.v.t - € 6920 n.v.t. - € 526,n.v.t. € 2.281 - € 11.533
* Effect herijking t.o.v. primaire begroting SDD 2023 Communicatie Na het besluit door de raad over de wijzigingen in de verordening PMB, zal dit gecommuniceerd worden naar inwoners en partnerorganisaties. Er zal een persbericht worden opgesteld in samenwerking met de GR Sociaal. Ook wordt de informatie gewijzigd op de gemeentelijke en Drechtstedelijke communicatiekanalen. Vervolg Voor 1 januari 2023 is besluitvorming nodig op de beleidskaders voor het PMB. Zo is het mogelijk tijdig te communiceren naar inwoners over mogelijke wijzigingen en kan de SDD de implementatie waarborgen. De herziening van de overige minimaregelingen worden vastgelegd in de beleidsregels, die nog voor 1 januari worden vastgesteld door het DB. Daarmee wordt de herijking van het minimabeleid afgerond. Openbaar Ja
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Bijlage 1 - Verordening persoonlijk minimabudget Hardinxveld-Giessendam Bijlage 2 - Was-wordt tabel wijzigingen Verordening persoonlijk minimabudget H-G Bijlage 3 - Memo Herijking minimabeleid INGEKOMEN Zienswijze Stichting Leergeld Drechtsteden
3/3