CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening tegemoetkoming kinderopvang op Sociaal Medische indicatie.pdf

Gemeenteraad GHG 26 februari 2026, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 11: Verordening tegemoetkoming kinderopvang op sociaal medische indicatie1.848 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening tegemoetkoming kinderopvang op sociaal-medische indicatie gemeente Hardinxveld-Giessendam 2026 De raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam; gezien het voorstel tot het vaststellen van de Verordening tegemoetkoming kinderopvang op sociaal- medische indicatie; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet,

BESLUIT: vast te stellen de navolgende Verordening tegemoetkoming kinderopvang op sociaal-medische indicatie Hardinxveld-Giessendam 2026.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Definities a. b. c. d. e. f. g.

h. i. j. k. l.

m. n. o.

p.

Acute situatie: een niet voorziene situatie waarin de ouder verkeert, die ontstaan is in de vier weken voorafgaand aan de aanvraag voor een tegemoetkoming; College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente HardinxveldGiessendam; Eigen kracht: de eigen mogelijkheden van ouders en hun netwerk om de situatie zonder tegemoetkoming op te lossen; Houder: degene die een kinderopvangorganisatie exploiteert; Kind: jeugdige in de leeftijd van 0 tot 4 jaar; Kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan kostenvrij verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen; Kinderopvangorganisatie: de organisatie, ingeschreven in het Landelijk Register Kinderopvang, die kinderopvang aanbiedt, zoals een kindercentrum, gastouderbureau en een gastouder die gastouderopvang biedt; Netwerk: het eigen informele netwerk, waartoe behoren familie, buren, vrienden, de kerkgemeenschap; Ouder: degene(n) die juridisch of feitelijk verantwoordelijk is (zijn) voor de dagelijkse zorg van het kind, zoals de ouder, pleegouder en voogd; Ouderbijdrage: de eigen bijdrage van de ouder in de kosten van de kinderopvang op sociaal-medische gronden, die onder meer afhankelijk is van het inkomen van de ouder; Tijdelijk: een situatie die in beginsel zes maanden duurt en maximaal negen maanden; Sociaal-medische indicatie: lichamelijke en/of verstandelijke beperkingen of psychische problemen van

ouder waardoor hij onvoldoende of niet fulltime voor zijn kinderen kan zorgen én de ontwikkelingskansen van zijn kinderen hierdoor onder druk staan; Sociaal Team: team van professionals dat inwoners van de gemeente ondersteunt bij hulpvragen op het gebied van zorg, welzijn, opvoeding, wonen, financiën en gezondheid; Tegemoetkoming: bijdrage van de gemeente in de kosten van kinderopvang op basis van een sociaal-medische indicatie; Voorliggende voorziening: elke mogelijkheid van de ouder om in de kinderopvang te voorzien zonder tegemoetkoming, waaronder een andere financiële tegemoetkoming of adequate kinderopvang in het netwerk; Plan van aanpak: het plan dat de ouder met de betrokken hulpverlening opstelt waarin het perspectief van de ouder, de gewenste doelen voor de periode na beëindiging van de tegemoetkoming op sociaal-medische indicatie, is uitgewerkt.

q.

Betrokken hulpverlening: professionele ondersteuning vanuit een welzijnsorganisatie, gezondheidszorg, jeugdhulp en maatschappelijk werk.

Artikel 1.2 Criteria verlening tegemoetkoming Het college kan een tegemoetkoming op sociaal-medische indicatie toekennen aan de ouder: a. met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking of een psychisch probleem, die woont in de gemeente Hardinxveld-Giessendam; b. die een kind heeft van 0 tot 4 jaar voor wie kinderopvang nodig is om zich op het eigen niveau goed en gezond te kunnen ontwikkelen; c. die geen eigen kracht heeft om naar oplossingen te zoeken of in een acute situatie verkeert waarin een oplossing nodig is; d. die open staat voor hulpverlening en in staat is te werken aan zijn herstel en het vergroten van zijn zelfredzaamheid; en e. die naar verwachting na beëindiging van de tegemoetkoming op eigen kracht verder kan.

Hoofdstuk 2 Aanvraagprocedure Artikel 2.1 Indienen van de aanvraag 1. De aanvraag voor een tegemoetkoming wordt door de ouder(s) (al dan niet met ondersteuning uit het (in)formele netwerk) ingediend bij het college. 2. De aanvraag bevat in ieder geval. a. naam, adres, burgerservicenummer en handtekening van de ouder; b. naam, geboortedatum en burgerservicenummer van het kind waarop de aanvraag betrekking heeft; c. het aantal uren waarvoor en de periode waarvoor kinderopvang volgens de ouder noodzakelijk is; d. een omschrijving van de sociaal-medische gronden van de ouder, diens eventuele partner en het kind, die aanleiding geven voor het aanvragen van de tegemoetkoming; e. een plan van aanpak; f. de kinderopvangorganisatie waarvan gebruik gemaakt gaat worden; g. een berekening van de kosten van de kinderopvang, opgesteld door de kinderopvangorganisatie. h. een loonstrook- en/of uitkeringsspecificatie of overzicht van het actuele bruto jaarinkomen van de ouder en diens eventuele partner.

Artikel 2.2 Advisering 1. Het college legt de aanvraag voor een tegemoetkoming voor advies voor aan het Sociaal Team. 2. Het Sociaal Team toetst de aanvraag aan de artikelen 1.2 en 3.3 en brengt binnen zes weken na ontvangst van de volledige aanvraag advies uit aan het college. 3. Indien het Sociaal Team aan het college een positief advies op de aanvraag heeft gegeven, vraagt het college bij de aanvrager de volgende gegevens op: a. een offerte van of de overeenkomst met de kinderopvangorganisatie, waarin in ieder geval wordt aangegeven: i. het aantal uren kinderopvang per kind per week; ii. de kostprijs per uur; iii. de ingangs- en einddatum van de overeenkomst. b. de voorlopige of definitieve aanslag inkomstenbelasting van de Belastingdienst van het jaar voorafgaand aan de aanvraag. c. een machtiging voor betaling van de tegemoetkoming aan de kinderopvangorganisatie. 4. Het college gebruikt de in het derde lid opgevraagde gegevens bij het verlenen van de tegemoetkoming.

Hoofdstuk 3 Verlening van de tegemoetkoming

Artikel 3.1 Beslistermijn 1. Het college neemt binnen acht weken na ontvangst van de volledige aanvraag een besluit. Het advies van het Sociaal Team wordt meegezonden met het besluit. 2. Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste vier weken verlengen.

Artikel 3.2 Voorwaarden tegemoetkoming 1. De tegemoetkoming wordt slechts verleend voor het aantal uren per week waarvoor de tegemoetkoming naar het oordeel van het college noodzakelijk is. Hierbij geldt een maximum van twee dagen (of vier dagdelen) per kind per week. 2. De tegemoetkoming wordt slechts verleend voor de periode waarvoor de tegemoetkoming naar het oordeel van het college noodzakelijk is. Hierbij geldt een maximum van zes maanden. 3. Verlenging van de periode van de tegemoetkoming vindt alleen plaats, indien de ouder naar oordeel van het college in voldoende mate heeft meegewerkt om de noodzaak van de tegemoetkoming weg te nemen. De verlenging kan eenmalig worden gegeven voor ten hoogste drie maanden.

Artikel 3.3 Weigeringsgronden Het college kan de aanvraag voor een tegemoetkoming weigeren, indien: a. er een passende voorliggende voorziening bestaat, zoals peuteropvang, inzet vanuit het netwerk, sportvereniging, activiteiten vanuit een welzijnsorganisatie of religieuze instelling; b. de aanvrager naar oordeel van het college onvoldoende de eigen kracht heeft aangewend om te zoeken naar oplossingen; c. er sprake is van een oppasprobleem voor het volgen van een (medische) behandeling; d. het in de voorafgaande 24 maanden een aanvraag heeft geweigerd en de situatie sindsdien ongewijzigd is; e. het in de negen maanden voorafgaand aan de aanvraag een tegemoetkoming heeft verleend. f. een kinderopvangorganisatie wordt gebruikt, die niet geregistreerd staat in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK); g. de ouder geen gebruik wensen te maken van hulpverlening; h. er geen perspectief is op herstel binnen de periode waarover de tegemoetkoming wordt verleend; i. er sprake is van overschrijding van het door het college vastgestelde budget dat beschikbaar is voor het verlenen van de tegemoetkoming.

Artikel 3.4 Verlening van een tegemoetkoming 1. Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming bevat in ieder geval: a. de naam en de geboortedatum van het kind op wie de aanvraag betrekking heeft; b. het aantal uren per week waarvoor de tegemoetkoming verleend wordt; c. de periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend; d. de naam en het adres van de kinderopvangorganisatie; e. bij een verlenging een berekening van de kosten van de kinderopvang door de kinderopvangorganisatie voor de periode waarvoor de verlenging wordt gevraagd; f. bij een verlenging een omschrijving van de wijze waarop in de periode voorafgaand aan de verlenging aan het plan van aanpak is gewerkt. 2. De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de aanvraag is ontvangen of maximaal één maand na de datum van het besluit tot verlening van de tegemoetkoming. 3. Het college kan, indien het dit noodzakelijk acht, in het besluit verplichtingen opnemen die strekken tot het beperken van de noodzaak van kinderopvang op sociaal- medische gronden.

Artikel 3.5 Hoogte van de tegemoetkoming

1. Het college berekent de hoogte van de tegemoetkoming overeenkomstig de methodiek van de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst (het Kinderopvangtoeslag (KOT)-model), rekening houdend met het toetsingsinkomen van de ouder en diens eventuele partner. Voor de kosten van de kinderopvang wordt maximaal het door het rijk jaarlijks vastgestelde fiscale uurtarief gehanteerd. 2. De kinderopvangorganisatie berekent de hoogte van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage. 3. De kosten van de kinderopvang die uitgaan boven het fiscale uurtarief en de eigen inkomensafhankelijke ouderbijdrage komen voor rekening van de ouder.

Artikel 3.6 De betaling van de tegemoetkoming 1. De kinderopvangorganisatie stuurt een gesplitste factuur, één naar het college voor de betaling van de tegemoetkoming en één naar de ouder voor de betaling van de ouderbijdrage. 2. Het college betaalt de tegemoetkoming in maandelijkse termijnen aan de houder van de kinderopvangorganisatie. 3. De ouder stuurt het college iedere maand een afschrift van de factuur van de kinderopvangorganisatie voor de betaling van de ouderbijdrage.

Artikel 3.7 Budgetplafond Het college stelt jaarlijks een budget vast voor de verlening van de tegemoetkoming.

Artikel 3.8 Terugvordering Het college kan de tegemoetkoming terugvorderen, indien: 1. De hoogte van de tegemoetkoming is vastgesteld op grond van onjuiste of onvolledig verstrekte inlichtingen door de ouder en de ouder redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid; 2. De ouder zonder toestemming van het college niet of niet volledig gebruik heeft gemaakt van de kinderopvang waarvoor de tegemoetkoming is verleend.

Hoofdstuk 4 Verplichtingen Artikel 4.1 Verplichtingen 1. De ouder doet al het mogelijke om de periode waarvoor de tegemoetkoming op sociaalmedische gronden wordt verleend, zo kort mogelijk te laten zijn. 2. De ouder doet al het mogelijke om het aantal uren waarvoor de tegemoetkoming op sociaalmedische gronden wordt verleend, zo gering mogelijk te laten zijn. 3. De ouder verstrekt op verzoek aan het college alle gegevens en inlichtingen die voor de aanspraak op en de hoogte van de tegemoetkoming van belang kunnen zijn. 4. De ouder doet het college onmiddellijk, na het bekend worden daarvan, uit eigen beweging schriftelijk mededeling van inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot het verlenen van een lagere tegemoetkoming. 5. De houder van de kinderopvangorganisatie verstrekt desgevraagd aan het college alle gegevens en inlichtingen die voor de aanspraak van de ouder op de tegemoetkoming van belang zijn.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen Artikel 5.1 Intrekking oude regeling De werkinstructie Sociaal Medische Indicatie, vastgesteld bij het collegebesluit van 24 maart 2020, wordt ingetrokken.

Artikel 5.2 Hardheidsclausule Het college kan ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien de toepassing ervan zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 5.3 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 5.4 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening tegemoetkoming kinderopvang op sociaalmedische indicatie Hardinxveld-Giessendam 2026.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Hardinxveld-Giessendam op 26 februari 2026. De griffier,

De voorzitter,

Marien Jongkind

Dirk Heijkoop

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1194/documents/35031