Verordening op de heffing en invordering van Hondenbelasting gem HG 2025.pdf
Tekst van het document
Verordening op de heffing en invordering van Hondenbelasting gemeente Hardinxveld-Giessendam 2025 De raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders, d.d. 19 november 2024; gelet op artikel 226 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende
Verordening op de heffing en invordering van Hondenbelasting gemeente HardinxveldGiessendam 2025
Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam 'hondenbelasting' wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente.
Artike! 2 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is de houder van een hond. 2.
Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is.
3. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als
het houden van een hond door de in artikel 232, vierde lid, onderdeel a, van de
Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.
Artikel 3 Vrijstellingen 1. In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7,
eerste lid, van het Besluit houders van dieren. 2. De belasting wordt niet geheven voor honden:
a. die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als
zodanig door een blind persoon worden gehouden; b. die zijn opgeleid tot en dienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; c. die worden opgeleid tot blindengeleidehond of assistentiehonden en in hoofdzaak als zodanig door een opleider worden gehouden; d. die verblijven in een hondenasiel;
e. die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders
van dieren;
f.
die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de
moederhond worden gehouden.
Artikel 4 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.
Artikel 5 Belastingtarief
De belasting bedraagt per belastingjaar:
1.
a.
Voor een eerste hond
€ 87,51
b
voor een tweede hond
€ 125,71
Cc
voor iedere hond boven het aantal van twee
€ 153,05
2.
In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor
€ 366,75
honden, gehouden in een kennel, per belastingjaar, per kennel
Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder een kennel verstaan een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, bestemd en
gebruikt voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen. 3.
Het tweede lid blijft buiten toepassing indien
belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijke aantal honden indien blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag.
Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 8 Aangifteplicht 1. De belastingplichtige is verplicht van wijzigingen in het aantal honden dat hij
houdt, of van het wijzigen van vrijstellingen, op een juiste wijze aangifte te doen, binnen 6 weken na datum van de wijziging. 2. Indien geen aangifte is gedaan voor het houden van een hond of ter zake van het
wijzigen van het aantal honden of het wijzigen van de vrijstelling, waardoor de belasting hoger wordt, kan aan de houder een aanslag worden opgelegd. De verschuldigde belasting wordt berekend als ware de belastingplichtige de houder van deze hond gedurende het gehele belastingtijdvak, tenzij anders blijkt.
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is,
2.
bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting
verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven. 3 . Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het
aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
belasting als er in dat jaar nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,-. 4. 5.
Belastingbedragen van minder dan € 9,-- worden niet geheven. Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en het vierde lid, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 10 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2.
In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door
middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de
aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt én maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden
gestelde termijnen.
Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De "Verordening hondenbelasting 2024" wordt ingetrokken met ingang van
januari 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 1
2.
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025.
3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025.
4. Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening Hondenbelasting gemeente
Hardinxveld-Giessendam 2025".
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hardinxve d-Giessendam van 19 december 2024
De gr
ie
n
4
oMgkind
De voorzitter,
Dirk Hei