Verordening op de heffing en inning haven en kadegeld.pdf
Tekst van het document
Verordening op de heffing en invordering van Haven- en Kadegeld gemeente Hardinxveld-Giessendam 2025 De raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 19 november 2024 gelet op de artikelen 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet gelet op artikel 226 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende Verordening op de heffing en invordering van Haven- en Kadegeld gemeente Hardinxveld-Giessendam 2025
Artikel 1 Aard der belasting, belastbaar feit 1. Onder de naam havengeld wordt een recht geheven ter zake van het gebruik van de haven, ankerboeien, kaden, palen en andere ten gerieve van de scheepvaart
gemaakte gemeentewerken, welke in beheer en onderhoud zijn bij de gemeente. 2. Onder de naam kadegeld wordt een recht geheven ter zake van het gebruik van de kaden, het plaatsen, leggen of opslaan van goederen, materialen of voorwerpen op openbare grond van de gemeente, behorende tot de gemeentelijke kade- en havenwerken.
Artikel 2 Begripsbepalingen Voor de toepassing van de bepalingen van deze verordening wordt verstaan onder:
1. Vaartuig: Een drijvend lichaam, dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan
wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of
voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen. 2. Meetbrief: Het document, als bedoeld in artikel 782, vierde lid van het Wetboek
van Koophandel juncto het besluit van 24 oktober 1983, Stbl. 548 (Besluit
binnenschependocumenten). 3. Laadvermogen: Het in tonnen uitgedrukte verschil tussen de zoetwaterverplaatsing van het vaartuig bij de grootst toegelaten diepgang en die van het ledige vaartuig.
4. Oppervlakte: Het product van de grootste lengte en de grootste breedte van het
vaartuig. Lengte: De grootste lengte van het vaartuig. 6. Havenmeester: De ambtenaar aan wie het toezicht op de havens en kaden is 5.
7.
opgedragen of zijn plaatsvervanger. Tabel: De bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.
HAVENGELD Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de schipper, de reder, de eigenaar, de bewoner van het vaartuig, degene die het vaartuig heeft gecharterd of degene, die als vertegenwoordiger van één van dezen optreedt, met dien verstande dat betaling door de één de anderen bevrijdt.
Artikel 4 Heffingsgrondslag 1. Grondslagen voor de berekening van het havengeld zijn: a. voor vrachtschepen: het laadvermogen van het vaartuig, uitgedrukt in
tonnen; b. voor passagiersschepen, pontons en baggermaterieel: de opperviakte van
het vaartuig, uitgedrukt in vierkante meters; c. voor woonschepen: de lengte, uitgedrukt in meters van het woonschip; d. voor roeiboten, kano's en pleziervaartuigen: de aard en de lengte,
uitgedrukt in meters van het vaartuig,
zoals deze blijken uit de meetbrief of ambtshalve worden vastgesteld. 2. In de tabel is per soort vaartuig aangegeven welke maatstaf van heffing van
toepassing is.
Artikel 5 Tarieven 1. Het havengeld wordt geheven naar de tarieven die zijn opgenomen in de bij deze
verordening behorende tabel, zulks met inachtneming van daarin gegeven aanwijzingen en van het bepaalde in artikel 6. 2.
Het tarief voor de afname van elektriciteit bedraagt per kilowattuur € 0,35 inclusief BTW.
3.
Het tarief voor de afname van water bedraagt per 200 liter water €0,50 inclusief BTW.
4.
Wanneer de toepassing van de tarieven zoals genoemd in lid 2 en 3 leidt tot een
lager bedrag dan € 5,00 exclusief BTW wordt de aanslag vastgesteld op € 5,00 exclusief BTW.
Artikel 6 Tarieftoepassing Voor de toepassing van de tarieven: 1.
geldt als laadvermogen in tonnen van een vaartuig, het aantal tonnen zoals dat
2.
blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief; wordt voor de oppervlakte van een vaartuig gesteld op het product van de lengte over alles en de grootste breedte, mits deze blijken uit de bij het vaartuig behorende meetbrief;
3. wordt de lengte van een vaartuig gesteld op de lengte over alles, zoals die blijkt uit
de bij het vaartuig behorende meetbrief;
4. wordt, in afwijking van het in sub 1. tot en met 3. bepaalde, het laadvermogen in
tonnen dan wel de grootste breedte en/of de grootste lengte over alles ambtshalve
5.
vastgesteld indien de in de sub 1. tot en met 3 bedoelde meetbrief niet wordt overgelegd of indien deze de vereiste gegevens niet vermeldt; wordt een gedeelte van een eenheid van inhoud, van massa, van opperviakte of van lengte voor een volle eenheid gerekend;
6. wordt de termijn steeds op de kortste van de in de tabel voor het betreffende soort
vaartuig genoemde termijnen gesteld, tenzij voor een langere termijn aangifte is gedaan;
7.
keuze voor de voldoening van het havengeld bij abonnement geeft geen recht op een gereserveerde plaats in de haven.
Artikel 7 Vrijstellingen Geen havengeld wordt geheven van: 1.
vaartuigen in directe dienst van het rijk, voor zover vrijstelling krachtens wettelijk voorschrift moet worden verleend;
vaartuigen in gebruik bij het Koninklijk Huis; 3. roeiboten, behorende tot vaartuigen, waarvoor havengeld wordt geheven; 2.
4.
vaartuigen, welke ten gevolge van ijsgang of andere weersomstandigheden gedwongen zijn in de haven te verblijven. De aanvang en de beéindiging van de 'toestand van ijsgang of andere
weersomstandigheden' wordt door de havenmeester naar de omstandigheden beoordeeld; 5. sleep- en duwboten, die vaartuigen in de haven brengen of daaruit halen, tenzij de
sleep- en duwboten langer dan zes uren in de haven verblijven; 6. vaartuigen, die minder dan twee achtereenvolgende uren gebruik maken van een ligplaats, mits deze tijd uitsluitend wordt benut om in de gemeente inkopen te
doen of zaken af te handelen, niet laden of lossen en geen andere personen dan 7.
gezinsleden van de opvarenden of personeel in- of ontschepen; hospitaalschepen of schepen die als zodanig dienst doen.
KADEGELD Artikel 8 Belastingplicht De rechten worden geheven van de lader of de losser van de goederen, dan wel van de
beheerder van de goederen. De belastingplichtigen zijn ieder hoofdelijk voor het gehele bedrag van de
belastingschuld aansprakelijk, met dien verstande, dat betaling door de één de anderen bevrijdt.
Artikel 9 Heffingsgrondslag 1. Grondslagen voor de berekening van het kadegeld zijn: a. het gewicht en de soortelijke massa van de geladen of geloste goederen,
materialen en/of voorwerpen; b. de opperviakte van de met de goederen, materialen en/of voorwerpen in
beslag genomen oppervlakte; c. de tijdsduur waarvoor toestemming is verleend voor de op de kade
geplaatste werktuigen of installaties. 2. In de tabel is voor de goederen, materialen, voorwerpen, werktuigen en installaties
aangegeven welke maatstaf van heffing van toepassing is.
Artikel 10 Tarieven Het kadegeld wordt geheven naar de tarieven, die zijn opgenomen in de bij deze
verordening behorende tabel, zulks met inachtneming van daarin gegeven aanwijzingen en van het bepaalde in de artikelen 11 en 12.
Artikel 11 Tarieftoepassing Voor de toepassing van de tarieven: 1. wordt een gedeelte van een eenheid van gewicht, opperviakte of tijdsduur voor een
volle eenheid gerekend; 2.
wordt de termijn steeds op de kortste van de in de tabel genoemde termijnen
gesteld, tenzij voor een langere termijn aangifte is gedaan.
Artikel 12 Gebruik gemeentetrechter 1.
Vaartuigen met een laadvermogen van maximaal 250 ton moeten -de zondag en een algemeen erkende feestdag niet meegerekend- zijn gelost binnen 24 uren na het tijdstip waarop het gebruik van de gemeentetrechter een aanvang neemt.
2.
Vaartuigen met een verplaatsing van meer dan 250 ton moeten -de zondag en een algemeen erkende feestdag niet meegerekend- zijn gelost binnen tweemaal 24 uren na het tijdstip waarop het gebruik van de gemeentetrechter een aanvang
neemt.
INVORDERING Artikel 13 Wijze van heffing 1.
De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende nota,
2.
kennisgeving of ander schriftuur waarin het bedrag van het recht is vermeld. Burgemeester en wethouders stellen de modellen van de in dit artikel bedoelde bescheiden vast.
3.
Verschuldigde bedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.
Artikel 14 Tijdstip van betaling en aanvang belastingplicht 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de
rechten worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 13,
schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde
termijnen. 3. Het havengeld is verschuldigd zodra het in artikel 1, eerste lid, bedoelde gebruik
of genot begint. 4. Het kadegeld is verschuldigd zodra het in artikel 1, tweede lid, bedoelde gebruik
begint.
Artikel! 15 Restitutie en overschrijving 1. Gehele of gedeeltelijke buitendienststelling van een vaartuig gedurende de loop
van een kalenderjaar geeft geen recht op vermindering of teruggave van
verschuldigd of betaald havengeld bij abonnement. 2. Indien een vaartuig van blijvende aard wordt vervangen door een ander vaartuig, wordt het voor het vervangende vaartuig over de nog niet verstreken maanden van de lopende termijn betaalde havengeld op verzoek van de belastingplichtige
verrekend met het verschuldigde havengeld over die maanden van het
vervangende vaartuig, met dien verstande dat, indien het laatstgenoemde havengeld lager is dan het betaalde, teruggaaf van het verschil niet plaatsvindt.
3. Het na toepassing van de in het vorige lid bedoelde verrekening verschuldigde
bedrag moet binnen veertien dagen na de vervanging overeenkomstig de aangifte worden betaald.
Artikel 16 Kwijtschelding van rechten Kwijtschelding, als genoemd in artikel 26 van de Invorderingswet 1990, wordt niet verleend voor de haven- en kadegelden, geheven krachtens deze verordening.
Artikel 17 Inwerkingtreding, citeerartikel 1. De "Verordening haven- en kadegeld 2024", vastgesteld bij raadsbesluit van 14 december 2023, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2025, met dien
verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025.
3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025.
4. Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening Haven- en Kadegeld
gemeente Hardinxveld-Giessendam 2025".
Aldus vastgesteld in de gpenbare vergadering van de raad van de gemeente Hardinx¥eld-Giessendam van 19 december 2024.
De griffier,
Jo gkind
De voorzitter,
Dirk Heijkoop