CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening op de heffing en de invordering afvalstoffenheffing.pdf

Gemeenteraad GHG 19 december 2024, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 14: Vaststellen belastingverordeningen en overige gemeentelijke tarieven 2025 - Raadsvoorstel1.127 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening op de heffing en de invordering van Afvalstoffenheffing gemeente Hardinxveld-Giessendam 2025 De raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders, d.d. 19 november 2024; gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

bestuit vast te stellen de volgende Verordening op de heffing en de invordering van Afvalstoffenheffing gemeente Hardinxveld-Giessendam 2025

Artikel

Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als 1

bedoeld in artikel 1 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende

tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het

gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 2 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2.

Als perceel wordt aangemerkt:

a . de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet

waardering onroerende zaken; b . de roerende zaak, welke duurzaam een aan plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens

zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken

of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren. e.

het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde

roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

Artikel 3 Belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens een zakelijk of 2.

persoonlijk recht in de gemeente gebruik maakt van een perceel. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder 'gebruik maken' verstaan

gebruik maken in de zin van artikel 1 15.33 Wet milieubeheer.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij

deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 5 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij

het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de 2.

belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat

aanspraak op ontheffing van de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel voor zovee! twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,-. 4 . Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel is verschuldigd na het einde van het belastingjaar. 6 . Belastingbedragen van minder dan € 9,-- worden niet geheven. 7. Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en vijfde lid, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één

belastingbedrag.

Artikel 8 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het

aanslagbiljet. 2.

In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door

middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de

aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de

volgende termijnen telkens een maand later.

Artikel 9 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De 'Verordening afvalstoffenheffing 2024' vastgesteld bij raadsbesluit van 14

december 2023 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2025, met dien

verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025.

3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. 4. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening Afvalstoffenheffing

gemeente Hardinxveld-Giessendam 2025".

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam van 19 december 2024.

/

De griffie,

gkind

De voorzitter,

Dirk Hei

Tarieventabel, behorende bij de Verordening Afvalstoffenheffing gemeente Hardinxveld-Giessendam 2025 Hoofdstuk 1.1 Maatstaf en tarief afvalstoffenheffing 1.1

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar

€ 367,00

Hoofdstuk 1.2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing 1.2

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de

€ 6,00

belasting per lediging van een grijze container, bestemd voor restafval: 1.2.1

Wanneer er sprake is van een medische indicatie wordt op

verzoek van de belastingplichtige het aantal ledigingen dat aan het perceel toegerekend wordt verminderd met 13 ledigingen. 1.3

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de

€ 1,50

belasting per ontgrendeling van een verzamelcontainer, welke uitsluitend is bestemd voor restafval, met behulp van een

afvalpas 1.3.1

Wanneer er sprake is van een medische indicatie wordt op

verzoek van de belastingplichtige het aantal ontgrendelingen dat aan het perceel toegerekend verminderd met 52

ontgrendelingen. 1.4

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de

belasting per ontgrendeling van een verzamelcontainer, welke is bestemd voor restafval en pmd-afval, met behulp van een afvalpas 1.4.1

Wanneer er sprake is van een medische indicatie wordt op

verzoek van de belastingplichtige het aantal ontgrendelingen dat aan het perceel toegerekend verminderd met 52

ontgrendelingen.

€ 0,50

Van een medische indicatie in de zin van artikel 1.2.1, 1.3.1 en

1.5

1.4.1 van deze tarieventabel is sprake, indien in een huishouden

extra huishoudelijke afvalstoffen ontstaan vanwege een

chronische ziekte of een handicap waarbij gebruik van stoma- of incontinentiemateriaal nodig is.

Voor de toepassing van de vermindering, bedoeld in de artikelen

1.6

1.2.1, 1.3.1 en 1.4.1. is vereist dat de belastingplichtige een aanvraagformulier indient bij de heffingsambtenaar, waaruit

blijkt dat binnen het huishouden sprake is van een chronische ziekte of een handicap waardoor extra huishoudelijk restafval ontstaat.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hardipxveld-Giessendam van 19december2024.

De driffier

ar

ongkind

De voorzitter,

Dirk Hetikoon

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/945/documents/30923