Verantwoording moties en toezeggingen Perspectiefnota.pdf
Tekst van het document
Verantwoording moties Perspectiefnota richting Begroting 2026 e.v. Motie M27 Snippergroen Verzoek het college om: 1. Actief werk te maken van het in kaart brengen en aanbieden van snippergroen aan aangrenzende eigenaren met als doel financiële en maatschappelijke voordelen te behalen; 2. Waar nodig beleidsaanpassingen te doen om de beoogde doelen te behalen. 3. De raad bij de behandeling van de Begroting 2026 te informeren over de voortgang en de te verwachten financiële voordelen. Reactie college Bij de uitvoering van de motie is gestart met de inventarisatie van ons huidige beleid. Daarbij zijn twee beleidsstukken relevant: • Kadernota Strategisch grondbeleid, vastgesteld door de raad in 2023 • Groenbeleidsplan 2022-2032, vastgesteld door de raad in 2022 Het beleid op verkoop van snippergroen is onderdeel van de Kadernota Strategisch grondbeleid. Daarbij is huidige lijn: als er een aanvraag binnenkomt beoordelen we die, waarbij vooral gekeken wordt of het groen onderdeel is van de hoofdstructuur of groene wijkstructuur. Is dat niet het geval dan kan conform de prijzen uit de meest recente grondprijzenbrief, de grond verkocht worden (verkoop heeft de voorkeur boven verhuur). Wat betreft het Groenbeleidsplan: hierin is de norm opgenomen dat we per woning uitgaan van 120m2 openbaar groen.
Vanuit het huidige beleid is vervolgens gekeken wat het zou betekenen als we voor de volledige gemeente in kaart zouden brengen om welke percelen het gaat en daar vervolgens een actief aanbiedingsbeleid aan zouden koppelen. Daarbij constateren wij het volgende: • Gezien de vele ruimtelijke ontwikkelingen in ons dorp en de juridische en financiële afwikkeling hiervan kan het in kaart brengen niet gedaan worden binnen de huidige capaciteit. Er zijn op dit moment geen middelen beschikbaar om capaciteit toe te voegen of een extern bureau dit in kaart te laten brengen. • Als we actief aan zouden gaan bieden betekent dit aan de voorkant veel werk, omdat het naar verwachting gaat over veel eigenaren en kleine percelen die allen op basis van de inventarisatie afzonderlijk moeten worden benaderd. Ook de juridische- en financiële afwikkeling vraagt dan vanzelfsprekend veel uitvoeringswerk, wat niet binnen de huidige capaciteit opgevangen kan worden tenzij er andere projecten on hold worden gezet en/of middelen beschikbaar worden gesteld. • Het huidig beleid biedt voldoende ruimte voor eigenaren die graag snippergroen willen aankopen. Het is op voorhand niet te zeggen of het aanbieden van snippergroen er ook toe leidt dat inwoners die die wens nu niet expliciet hebben alsnog overgaan tot de aankoop.
Daarmee is het onduidelijk of het uiteindelijk ook tot extra opbrengsten leidt ten opzichte van de huidige situatie. • Eventuele verkoop van snippergroen levert een eenmalige opbrengst op (tot 50m2 is het bedrag conform grondprijzenbrief €200 per m2). We kunnen zolang er geen volledig uitgewerkt beeld is (zie eerste opsommingspunt) geen volledige raming van opbrengsten geven, maar het is aannemelijk dat dit niet leidt tot substantiële opbrengsten. Juist ook als de extra ambtelijke inzet/kosten hierbij in ogenschouw worden genomen. Bovendien zijn deze eenmalige opbrengsten geen oplossing voor de structurele inhoudelijke en financiële opgaven waar we als gemeente voor staan.
1
•
Eventuele verkoop van snippergroen, zeker als het gaat om vierkante meters die ook zorgen voor een substantieel positief financieel effect, kan er toe leiden dat de huidige norm van 120m2 openbaar groen per woning in gevaar komt.
Op basis van bovenstaande overwegingen acht het college het niet wenselijk om op dit moment beleidsmatige aanpassingen te doen en over te gaan tot actief aanbiedingsbeleid. Motie M28 Subsidiecoördinator Verzoekt het college: 1. Te onderzoeken of het aanstellen van een subsidiecoördinator wenselijk en haalbaar is voor onze gemeente al dan niet in samenwerking / gezamenlijkheid met buurgemeenten; 2. Hierbij ook te kijken naar een herverdeling van taken binnen de ambtelijke organisatie; 3. De raad hierover bij de behandeling van de Begroting 2026 te informeren; Reactie college Allereerst is het goed om helderheid te creëren over de term subsidiecoördinator. Deze term kan duiden op twee soorten functies binnen een gemeente: een persoon die subsidies vanuit de gemeente naar externe partijen coördineert óf een persoon die inkomende subsidies vanuit andere partijen naar de gemeente coördineert. Gezien de constateringen en de overwegingen bij de motie heeft het college zich gericht op het laatste. Op basis van deze motie is er eerst in kaart gebracht hoe de huidige manier van subsidieaanvragen verloopt. Er zijn globaal vier categorieën subsidiestromen: 1. Europese subsidies 2. Subsidies vanuit het Rijk 3. Subsidies vanuit de provincie Zuid-Holland 4. Subsidies vanuit overige fondsen Als we deze categorieën aflopen ontstaat het volgende beeld.
Het ontsluiten van Europese subsidies is voor de schaal van onze gemeente niet realistisch. Deze subsidies zijn gekoppeld aan complexe vraagstukken die minimaal op regionaal niveau aangepakt kunnen worden. Binnen Smart Delta wordt hier onder andere vanuit het lobbyteam steeds meer aandacht op gericht. Zo is er in samenwerking met het bedrijfsleven een aanvraag in voorbereiding die moet bijdragen aan de verduurzaming van de binnenvaart op de rivierroute tussen Antwerpen en het Duitse Ruhrgebied, waarbij we een belangrijke rol zien voor de regio Rotterdam-Drechtsteden. Dergelijke subsidies zijn belangrijk voor het oplossen van grote maatschappelijke vraagstukken, maar zijn minder relevant om (extra) dekking te vinden voor lokale projecten in relatie tot de gemeentelijke begroting. Wat betreft de subsidies vanuit het Rijk. Vanuit inhoudelijke vraagstukken kijken de verantwoordelijk medewerkers naar relevante subsidies. Een goed voorbeeld hiervan zijn de in eerdere jaren toegekende impulsgelden in het kader van duurzaamheid bij projecten. Onze ambtelijke organisatie is in staat om dergelijke subsidies aan te vragen en spiegelt waar nodig met relevante collega’s binnen de Smart Delta Drechtsteden hierover. Vanuit de Smart Delta wordt er daarnaast periodiek gewezen op subsidiemogelijkheden en er lopen trajecten waar we als regio een beroep doen op rijksmiddelen (Regio Deal).
Bij een eerdere tranche heeft dit onder andere een stuk cofinanciering opgeleverd voor het Podium bij de IJzergieterij. Op dit moment lopen qua aantallen de meeste subsidies vanuit de provincie Zuid-Holland. Dit varieert van subsidie ten behoeve van de ontwikkeling van de Centrumvisie (circa €15.000), tot aan de subsidie voor daadwerkelijke aanleg van (fiets)infrastructuur aan de Spoorweg (circa 2
€300.000). Maar ook de subsidie vanuit de provincie voor het mogelijk maken van het project Nassaustraat mag niet onbenoemd blijven (circa €140.000). Wat betreft de overige fondsen kijken we vanuit specifieke onderwerpen waar er mogelijkheden liggen. Een voorbeeld hiervan is de recent ingediende subsidieaanvraag bij het Mondriaan Fonds voor het te realiseren gedenkmonument op de begraafplaats. Op basis van bovenstaande heeft het college het beeld dat we al goed in staat zijn om subsidies te ontsluiten. Het toevoegen van een subsidiecoördinator voor inkomende subsidies heeft met name voordeel voor de vakinhoudelijke medewerkers. Zij worden (administratief) meer ontlast. De financiële effecten van het toevoegen van een dergelijke functie aan de formatie heeft echter wel een financiële consequentie. Afhankelijk van inschaling en aantal uren is hier naar verwachting een structurele jaarlijkse last van €80.000-€120.000 mee gemoeid. Dit, in combinatie met het geschetste beeld dat we al veel subsidies ontsluiten, is wat het college betreft reden om hier op dit moment verder geen stappen in te nemen. Wel zal het college de potentie die er met name vanuit de Smart Delta Drechtsteden is om grotere subsidies te ontsluiten, blijven benutten.
De Ruimtelijke Strategie Drechtsteden en de uitwerking de komende tijd naar een regionale investeringsagenda (RIA) is een goed middel om heel gericht een beroep te kunnen doen op subsidies bij hogere overheden. Motie M29 Formatie als fundament verzoekt het college: 1. bij de programmabegroting 2026 te komen met een overzicht van de begrote benodigde formatie (in fte en loonsom) en overige begrote personeelsbudgetten (o.a. eventuele budgetten voor inhuur), waarbij een vergelijking gemaakt wordt met 2025. 2. inzicht te geven in het inschalingsniveau waarop wordt begroot (schaalmaximum of werkelijke inschaling); 3. bij de programmabegroting 2026 voor de budgettering van de personeelslasten uit te gaan van de huidige financiële omvang (2025) verhoogd met de loonsverhogingen zoals voortkomende uit de Cao Gemeenten 2025-2027 en de loonprijsindex; 4. in het vervolg regulier in de begroting de parameters zoals bij 1 genoemd (fte formatie, bijbehorende loonsom en overige personeelsbudgetten) op te nemen; Reactie college De inhoudelijke verantwoording is opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering (hoofdstuk 2) van de begroting. Toezegging 22 Wethouder Meerkerk zegt toe bij de Begroting 2026 duidelijk inzicht te geven in welke zaken incidenteel dan wel structureel zijn.
Reactie college In Hoofdstuk 3 zijn alle maatregelen vanuit de Perspectiefnota 2026-2029, maar ook eventuele actualiteiten, financieel verwerkt per programma. Hieruit kan afgeleid worden of maatregelen een structureel dan wel incidenteel karakter hebben. Waar nodig is hier nog een aanvullende toelichting bij geplaatst. Toezegging 23 Wethouder Meerkerk zegt toe om bij begroting uit te gaan van de meest actuele cijfers en circulaires en aan de hand daarvan de ozb-stijging te bepalen. 3
Reactie college De septembercirculaire is voor wat betreft het meerjareneffect verwerkt in de Begroting 20262029. De OZB-berekening is gemaakt op basis van de meest recente prognose 2026 qua waardeontwikkeling vanuit SVHW (september 2025 opgeleverd). Desondanks is ervoor gekozen om de extra benodigde OZB-opbrengst, zoals gepresenteerd in de Perspectiefnota 2026-2029 op basis van de meest recente cijfers niet te wijzigen. Voor de verdere onderbouwing verwijzen we u naar hoofdstuk 1 van de Begroting 2026-2029. Conclusie Het college beschouwt op basis van bovenstaande de drie moties en de toezeggingen als afgedaan.
4