Toelichting op vraag uit Begeleidingscommissie over aanbeveling 3.pdf
Tekst van het document
Beste leden van de begeleidingscommissie Rekenkamer, Vandaag hebben wij een reactie ontvangen op de vraag die door de heer Lock is gesteld n.a.v. het rapport Beheer Openbare Ruimte. Bij deze hieronder nogmaals de vraag met daarbij de reactie van de oude Rekenkamer.
Wat betreft aanbeveling 3 in rapport openbare ruimte vraag ik mij (na lezen rapport) nog steeds af of het de conclusie van de onderzoekers is dat participatie verbetering behoeft of dat ze dat (vooral) gebaseerd hebben op basis wat bewoners in de enquête hebben aangegeven. Graag zou ik daar opheldering over willen en ook of college mogelijkheden ziet ( als dit vanuit bewoners is aangegeven) om ervoor te zorgen dat bewoners tevredener worden over de mate van participatie. Reactie: Er is in het onderzoek gekeken naar hoe inwoners participatie ervaren, op welke manier zij geïnformeerd willen worden en hoe zij mee willen denken over de openbare ruimte. Daarvoor is gebruik gemaakt van een inwonersenquête. De resultaten hiervan laten zien hoe inwoners participatie op dit vlak ervaren hebben. De Rekenkamer concludeert op basis hiervan dat er verbeteringen mogelijk zijn in hoe participatie in het beheer van de openbare ruimte door de gemeente wordt toegepast. Het gaat dan met name om verwachtingsmanagement en communicatie, zoals ook in aanbeveling 3 aangegeven. Zoals u in de nota van bevindingen kunt lezen (p. 36 en verder), zijn inwoners met name niet tevreden wanneer zij het gevoel hebben dat er niets met hun input is gedaan. Dit is iets wat door middel van de Participatienota door de gemeente kan worden opgepakt.
Onder andere door bij participatietrajecten expliciet te zijn over het gekozen participatieniveau (en wat dit voor inwoners en hun inbreng betekent), en door het verwachtingsmanagement hierbij conform de uitgangspunten van de Participatienota in te richten.