T@B - Beantwoording technische vragen over raadsvoorstel Perspectiefnota 2025 2029.pdf
Tekst van het document
RAADSVRAGEN
Onderwerp:
Perspectiefnota 2025 – 2029
Naam steller: Arie de Rooij Partij: T@B Categorie:
Technische vragen over geagendeerde stukken
Vraag 1: Wat is de gemiddelde stijging voor de inwoners van de OZB per jaar met indexering en verhoging zoals benoemd in de perspectiefnota op basis van de gemiddelde WOZ waarde in Hardinxveld-Giessendam? We willen graag bedragen per jaar zien, geen percentages. Reactie college In onderstaande tabel zijn de bedragen opgenomen. Omgerekend betekent dit een toename van de bijdrage van €3,31 per maand per huishouden. Tabel 1 – Gemiddelde bedragen OZB
2025
2026 2026 (reguliere indexatie (+ 9,75%) 3,3%) 457 472
2027 2028 (+9,3% excl. indexatie) (+8,7% excl. indexatie) 518 566
2029 (excl. indexatie) 616
Bij deze bedragen zijn drie belangrijke kanttekeningen te plaatsen: 1. Het gaat hier om een gemiddelde op basis van de gemiddelde WOZ-waarde; 2. Indexatie vanaf 2027 is nu nog niet te berekenen. Het principe is namelijk dat we de werkelijke indexatie van twee kalenderjaren terug als uitgangspunt nemen (t-2). De cijfers van 2024 zijn definitief en kunnen dus gebruikt worden om de indexatie voor 2026 te berekenen; 3. In deze berekening is nog geen rekening gehouden met fluctuerende WOZ-waarden. In de beantwoording op vraag 3 gaan we hier uitgebreider op in. Vraag 2: Wat is de gemiddelde stijging voor de inwoners van de OZB per jaar met indexering en zonder de verhoging zoals benoemd in de perspectiefnota op basis van de gemiddelde WOZ waarde in Hardinxveld-Giessendam? We willen graag bedragen per jaar zien, geen percentages. Reactie college Zie beantwoording vraag 1. Vraag 3: Wat is het netto effect op de begroting van de verwachte stijging van de gemiddelde WOZ waarde jaar op jaar? Reactie college De heffing van de OZB wordt berekend met de formule WOZ-waarde X Tarief = Opbrengst. De percentages zoals ze in de perspectiefnota zijn opgenomen zijn gebaseerd op de benodigde
616
aanvullende opbrengst om alle maatregelen vanuit het voorkeursscenario te kunnen realiseren. Hierbij zijn we van een gelijkblijvende WOZ-waarde uitgegaan. Daar zijn twee redenen voor: 1. De WOZ-waarden kunnen per definitie niet voor de toekomst voorspeld worden; 2. Hoewel we ons ervan bewust zijn dat huizenprijzen, en daarmee ook WOZ-waarden, de afgelopen jaren fors zijn gestegen zien we een afvlakking in de stijging (zie onderstaande tabel). Het is dus niet vanzelfsprekend dat de trend van de afgelopen jaren zich doorzet. Tabel 2 – Gemiddelde WOZ-waarde woningen incl. procentuele stijging
2021 2022 € 268.259 €
2023 331.517 € 23,58%
2024 388.359 € 17,15%
2025 418.406 € 7,74%
424.327 1,42%
Al met al legt de raad via deze perspectiefnota geen definitieve percentages van de OZB vast. Dat zal jaarlijks gebeuren bij vaststelling van de begroting en de belastingverordening. Het college heeft nu gerekend met cijfers die bekend zijn. Dat betekent dat er tegenover geprognotiseerde uitgaven ook geprognotiseerde inkomsten moeten staan, ongeacht de eventuele wijziging van de WOZ-waarde in de toekomst. Vraag 4: Wat is de OZB in omringende gemeenten? Reactie college In onderstaande tabel zijn zowel de tarieven als de gemiddelde WOZ-opbrengst van omringende gemeenten opgenomen. Dit vraagt om duiding. De omringende gemeenten zijn namelijk niet goed met elkaar te vergelijken. De inkomsten van een gemeente komen voor het grootste deel tot stand door de uitkering uit het gemeentefonds en lokale heffingen. De uitkering vanuit het gemeentefonds wordt onder andere bepaald door de fysieke en sociale structuur van een gemeente. Onze gemeente heeft relatief weinig fysieke infrastructuur én een sterke sociale structuur. Dat betekent dat wij gemiddeld genomen minder uitkering via het gemeentefonds ontvangen. Het Rijk gaat daarbij uit van het principe dat een samenleving meer zelf kan dragen als er een sterke sociale structuur is: financieel via lokale heffingen en/of door het zelf oppakken van taken.
Wanneer er door een gemeente gekozen wordt om te investeren in voorzieningen voor de samenleving is het daarom legitiem om hiervoor een bijdrage te vragen. Dat is bijvoorbeeld in 2021/2022 ook in Papendrecht gebeurd. Tegelijkertijd is het gezien de meerdere factoren die bepalend zijn voor het huishoudboekje van een gemeente, wat het college betreft niet zinvol om ons te laten leiden door tarieven in omringende gemeenten. De eigen opgaven hebben centraal gestaan bij het opstellen van de perspectiefnota. Gezien de omvang van deze opgaven gaf dit voor het college aanleiding om een verhoging van de OZB-opbrengst op te nemen in het voorkeursscenario. Tabel 3 – OZB omringende gemeenten
Alblasserdam Dordrecht Gorinchem Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Molenlanden Papendrecht Sliedrecht Vijfheerenlanden Zwijndrecht
2021 0,1084% 0,1020% 0,1119% 0,1172% 0,1053% 0,0985% 0,1065% 0,0823% 0,1161% 0,1052%
2022 0,1084% 0,1020% 0,1060% 0,1101% 0,0974% 0,0896% 0,1257% 0,0751% 0,1002% 0,0957%
OZB-tarief 2023 0,1221% 0,0890% 0,1021% 0,1048% 0,0918% 0,0809% 0,1158% 0,0712% 0,0885% 0,0862%
2024 0,0991% 0,0905% 0,0943% 0,1054% 0,0934% 0,0789% 0,1136% 0,0733% 0,0888% 0,0866%
2025 0,1032% 0,0845% 0,0875% 0,1077% 0,0883% 0,0778% 0,1088% 0,0736% 0,0877% 0,0857%
2021 271,67 230,71 271,79 314,40 323,44 301,35 274,46 197,00 320,40 248,12
Gemiddelde OZB-opbrengst 2022 2023 2024 353,00 473,00 405,00 300,00 328,00 346,00 362,00 421,00 432,00 365,00 407,00 441,00 366,00 406,00 434,00 359,00 367,00 377,00 407,00 446,00 454,00 233,00 259,00 277,00 398,00 402,00 413,00 302,00 323,00 337,00
-2-
2025 431,00 344,00 411,00 457,00 436,00 384,00 462,00 299,00 420,00 356,00
Vraag 5: Hoe wordt er toezicht gehouden op de GR’en? Reactie college Primair ligt het toezicht bij de gemeenteraden van deelnemende gemeenten van een gemeenschappelijke regeling. De raad wordt namelijk in de gelegenheid gesteld om jaarlijks een zienswijze in te dienen op de jaarstukken van het afgelopen jaar en de ontwerpbegroting voor een volgend jaar. Ook bij wijziging van een gemeenschappelijke regeling wordt de raad betrokken. Daarnaast zijn collegeleden lid van het Algemeen Bestuur van de diverse regelingen. Zij nemen deel aan deze vergaderingen en zijn daarmee verantwoordelijk om de grote lijnen en de gestelde (lokale) kaders te bewaken. Tot slot is er veelvuldig ambtelijk contact tussen de gemeente(n) en de gemeenschappelijke regelingen. Ook via die weg wordt gesproken over het functioneren van een regeling en daarbij worden aandachtspunten en kaders vanuit raad en college ingebracht. Vraag 6: U noemt op pagina 4: “De verwachting is dat dit de komende jaren tot volwassenheid komt, uiterlijk in 2027.” Wat is volwassenheid en hoe kunnen wij als raad dit meten c.q. op sturen? Reactie college Met volwassenheid wordt bedoeld dat de sturing in de organisatie is geïmplementeerd, en die implementatie haar vruchten afwerpt. De stap die afgelopen jaar en met name dit jaar is gezet is het aanbrengen van stuurrollen. Bijvoorbeeld door het aannemen van domeinmanagers.
Daarmee zijn we goed op weg om sturing te organiseren, maar het kost tijd voordat de inzet ook binnen de breedte van de organisatie effect heeft. Doordat processen nieuw of opnieuw moeten worden ingericht, er nieuwe of andere manieren van werken moeten ontstaan, et cetera. Dit alles moet leiden tot een organisatie die meer grip heeft op doelen, kwaliteit en (financiële) middelen. Daardoor kan de organisatie college en raad beter faciliteren in het maken van transparante en overwogen keuzen. Gemaakte keuzen leiden vervolgens weer tot helderheid en focus voor de ambtelijke organisatie. Een voorbeeld hiervan is de manier waarop de perspectiefnota nu is vormgegeven. Vraag 7: U noemt op pagina 5 een drietal knoppen zijn benoemd om aan te draaien (OZB, Reserves, Leges) welke knoppen zijn er nog meer? Reactie college In de perspectiefnota staan op pagina 6 alle knoppen benoemd waar aan gedraaid kan worden. Voor de volledigheid: de volgende knoppen zijn benoemd: - Taken niet, minder of anders uitvoeren - Investeringen in voorzieningen niet of later doen - Verhogen OZB (en/of andere inkomstenbronnen, waaronder leges) - Risico gestuurd begroten - Inzet van reserves en voorzieningen Vraag 8: U noemt op pagina 6 bij de inzet reserves en voorzieningen dat Maatschappelijk en organisatorisch effect is dat het de financiële positie van de gemeente verzwakt.
Wat merken de inwoner hiervan? Reactie college Door het inzetten van reserves (en voorzieningen) neemt de omvang af, zolang er niet op wordt toegevoegd. Het effect daarvan is dat de financiële slagkracht van de gemeente minder wordt. De omvang van de reserves bepaalt mede hoeveel de gemeente kan lenen en of risico’s voldoende afgedekt kunnen worden. Dit zijn twee belangrijke punten als het gaat om het kunnen doen van
-3-
investeringen, onder andere in maatschappelijke voorzieningen en de buitenruimte. Met andere woorden: als reserves niet op peil zijn en er wel veel ambities zijn, wordt de mogelijkheid om te investeren beperkt. Inwoners merken daar direct gevolgen van, bijvoorbeeld doordat sportvoorzieningen gedateerd raken, infrastructuur niet adequaat onderhouden kan worden et cetera. Voor de volledigheid: dat is nu niet aan de orde, het is enkel een schets van het effect als er (teveel) aan deze knop gedraaid wordt. Door de inzet op diverse grote projecten, die onderdeel uitmaken van deze perspectiefnota, ziet het college tegelijkertijd noodzaak om inkomsten stapsgewijs mee te laten groeien. Juist ook om de reservepositie op langere termijn in balans te houden. Vraag 9: Waar zijn de scenario’s op pagina 9 op gebaseerd? In de scenario’s die genoemd worden op pagina 9 noemt u geen scenario waarbij het resultaat €0 is. Kunt u inzicht geven in het break-even scenario en wat daarvoor moet gebeuren? Reactie college De scenario’s zoals weergegeven op pagina 9 zijn gebaseerd op de door de organisatie aangereikte voorstellen/maatregelen en laten de maximale bandbreedte zien. Het gaat hierbij om voorstellen die zowel een kostenverhogend als een kostenverlagend effect kunnen hebben. In de drie scenario’s zijn alle maatregelen op een andere manier gewogen. U vindt dit toegelicht op pagina 9.
In het maximale scenario zijn bijvoorbeeld alle voorstellen die toevoegen op investeringen, dienstverlening et cetera doorgevoerd. En alle voorstellen die versoberen zijn uit het scenario weg gelaten. Oftewel: alle kostenverhogende voorstellen zijn opgenomen, maar alle kostenverlagende voorstellen niet. Zoals zichtbaar is, leidt dat tot een stevig negatief financieel effect. Een eenduidig en logisch break-even scenario bestaat niet. Dat is namelijk afhankelijk van de keuzen die worden gemaakt ten aanzien van de maatregelen. En keuzen zijn er legio, en daarmee ook de varianten om te komen tot een financieel break-even scenario. Het college heeft de voorstellen in samenhang zowel op inhoud als financiën gewogen en is op die manier tot het voorkeursscenario gekomen. Het financieel netto op nul uit laten komen van de aangeleverde voorstellen is niet aan de orde geweest, omdat daarmee de inhoudelijke argumenten onvoldoende meegewogen worden. Vraag 10: Op pagina 10 geeft u aan geen duidelijke verklaring te hebben voor de positieve meevaller vanuit de meicirculaire. Wat is hier de reden van en kunnen we nog een verklaring verwachten de komende maanden? Reactie college Zie beantwoording technische vragen ChristenUnie (vraag 1) Vraag 11: Op pagina 11 geeft u aan bij Fysiek domein bij overig in 2026 en 2027 €200.000 te besparen.
Waar komt deze besparing vandaan? Reactie college Het gaat hierbij om maatregelen die getypeerd zijn als ‘overig’ en een relatie hebben met specifieke uitkeringen (SPUKS). Met name op het vlak van verduurzaming is de gemeente vanuit het Rijk voor de uitvoering financieel gefaciliteerd door middel van meerjarige specifieke uitkeringen. Door de nodige inzet van de ambtelijke organisatie die hier tegenover staat (deels) te financieren middels deze SPUKS, ontstaat de beoogde kostenbesparing. Deze besparing is enkel geprojecteerd op de jaren die corresponderen met de looptijd van huidige SPUKS. Het gaat dus om incidenteel geld, waarmee een incidentele besparing wordt beoogd. U vindt een toelichting in de bijlage op pagina 23 (SPUK CDOKE).
-4-
Vraag 12: Op pagina 11 geeft u aan bij Sociaal domein bij overig een fors bedrag te besparen. Waar komt deze besparing vandaan? Reactie college Het antwoord op deze vraag kent een relatie met het antwoord op vraag 11. Want ook binnen het sociaal domein is er sprake van SPUKS die meer strategisch ingezet kunnen worden en daarmee een kostenbesparend effect hebben. U vindt dit ook terug door in het voorkeurscenario inclusief maatregelen (pagina’s 16 en 17) op met name pagina 17 te kijken bij ‘Overig’. Daar vindt u de betreffende maatregelen terug. Tot slot kunt u in de bijlage een nog verdere toelichting op de maatregelen vinden (pagina 23, SPUKS GALA en SPUK IZA). Vraag 13: Op pagina 11 geeft u aan bij Sociaal domein wordt voor 2025 een voordeel van bijna €96.744 genoemd en voor 2026 een verlies van €327.942 gemeld. Kunt u dit grote verschil nader duiden? Reactie college Dit heeft verschillende oorzaken. Dit kan geduid worden vanuit het maatregelenoverzicht op pagina 16/17.
De grootste posten die het verschil verklaren zijn de volgende: - Een verdere stijging van de kosten van de GR Sociaal in 2026; - De geprognotiseerde besparing op de DG&J is in 2025 groter dan in 2026; - Het realiseren van een gedenkmonument voor overleden kinderen op de begraafplaats (noot: hoewel dit overlap heeft met het fysiek domein is het initiatief hiervoor in eerdere jaren ontstaan binnen het sociaal domein en daarom ook daar begroot); - De structurele inzet van een jongerenwerker vanaf 2026; - Uitbreiding van het Sociaal Team die vanaf 2026 voor het hele jaar geprognotiseerd is. Vraag 14: Op pagina 12 geeft u aan dat over het verloop van de organisatieontwikkeling de raad middels een aparte raadsinformatienota geïnformeerd wordt. Wanneer kunnen we deze verwachten? Kunt u ervoor zorgen dat we deze uiterlijk 4 juli ontvangen? Reactie college De definitieve behandeling van de raadsinformatienota is gepland op 8 juli in het college en zal daarmee in ieder geval voor behandeling van de perspectiefnota beschikbaar worden gesteld aan de raad. Vraag 15: Op pagina 12 geeft u aan dat we van 2025 naar 2026 een sprong maken van +/- €277.000 voor het onderhouden. Waar komt deze enorme stijging vandaan? Reactie college U vindt hiervoor een toelichting in het overzicht van het voorkeursscenario inclusief maatregelen zoals weergegeven op pagina 16.
Het gaat om kosten die voortkomen uit het domein ‘bedrijfsvoering en dienstverlening’: Hier zijn met name de gestegen kosten van Servicegemeente Dordrecht de meest bepalende factor met een stijging van ruim € 250.000,- ten opzichte van 2025. Vraag 16: Op pagina 13 bij Prioritering & grote projecten geeft u aan dat de ontwikkeling van ’t Oog zo omvangrijk is en het niet duidelijk is of er inzet gevraagd wordt van de ambtelijke organisatie. Als blijkt dat er wel capaciteit gevraagd wordt, is dit dan externe inhuur? Reactie college
-5-
Deze vraag is op dit moment niet volledig te beantwoorden. Immers, er is momenteel nog geen duidelijk antwoord op de vraag of en hoe de ontwikkeling van ’t Oog er precies uit gaat zien. Duidelijk is dat als het komt tot de volledige ontwikkeling van ’t Oog dit om een stevige projectorganisatie vraagt. En hoewel het een tijdelijke ontwikkeling is, zal deze vermoedelijk de nodige (tientallen) jaren in beslag nemen. Het is dan ook aannemelijk hier een aparte projectorganisatie voor op te zetten die gekoppeld is aan de huidige organisatie. Daarbij gaat het om inzet die voor lange tijd nodig is, waarbij een dienstverband binnen de projectorganisatie logischer lijkt dan externe inhuur. Vraag 17: Op pagina 13 geeft u aan dat het op peil hebben en houden van de ambtelijke organisatie vormt een uitdaging op zich is. Wat wordt eraan gedaan om de gemeente Hardinxveld-Giessendam aantrekkelijk te presenteren voor potentiële kandidaten? Reactie college In een arbeidsmarkt die zich primair kenmerkt door krapte is het kwalitatief op peil houden van de het personeelsbestand per definitie een uitdaging. Momenteel zijn er weinig vacatures, en als ze er wel zijn lukt het om ze goed in te vullen. De profilering en omvang van de organisatie speelt daarbij een belangrijke rol, en wordt nadrukkelijk ingezet als instrument in werving en selectie.
Onze gemeente kenmerkt zich door een beperkte omvang, wat als effect heeft dat medewerkers doorgaans een heel groot pallet aan werkzaamheden en verantwoordelijkheden tegen kan komen. Immers, waar grote gemeenten vanwege hun omvang genoodzaakt zijn werkzaamheden meer te verkokeren en specialiseren kunnen wij als kleine gemeenten onze medewerkers veel breder inzetten. Dat wordt als aantrekkelijk gezien, zeker omdat de opgaven van onze gemeente niet minder uitdagend zijn dan bij grotere organisaties. Het samenspel in de regio is daarbij ook van meerwaarde voor de aantrekkingskracht. Daarnaast is er sprake van korte lijnen, zowel binnen de organisatie als richting het bestuur. Ook dat is lang niet altijd het geval bij andere gemeenten/organisaties, en wordt gewaardeerd. Tot slot wordt de sfeer en cultuur binnen onze gemeente doorgaans erg op prijs gesteld: een factor die ook in de rapporten van Deloitte & De Reeder is benoemd en gezien wordt als kracht van onze organisatie. Het is de uitdaging deze sterke punten overeind te houden of te versterken waar nodig.
Vraag 18: Op pagina 14 geeft u aan: “Hoewel dit doorgaans niet gezien wordt als een wenselijk maatregel lijkt deze niet alleen onvermijdelijk, maar is deze ook zeer goed uitlegbaar naar de samenleving: die krijgt er een hoger niveau van voorzieningen en dienstverlening voor terug” Wat bedoelt u met een hoger niveau van voorzieningen en dienstverlening en wat zien onze inwoners hiervan terug? Reactie college Een goed voorbeeld hiervan is de dialoog die wordt gevoerd rondom de instandhouding en uitbreiding van sporthal De Wielewaal. Een kostbare ingreep, maar met de instandhouding, verduurzaming en met name uitbreiding van de sporthal is er sprake van een hoger voorzieningenniveau ten opzichte van de huidige situatie. Dit geldt ook voor andere voorzieningen en maatschappelijke behoeften: een levendig en aantrekkelijk centrum, het kunnen bieden van passende woningen in ’t Oog et cetera. Een voorbeeld van een hoger niveau van dienstverlening is de versterking op het werken onder de Omgevingswet. Dit zorgt ervoor dat we initiatiefnemers met bouwplannen beter kunnen faciliteren. Vraag 19: Op pagina 14 geeft u aan: “Waarbij nadrukkelijk de gewenste ontwikkelingen zoals de brede ontwikkeling van ’t Oog als woon/werkgebied” Wat is het verschil tussen een ontwikkeling en een brede ontwikkeling?
-6-
Reactie college Met de brede ontwikkeling van ’t Oog wordt de ontwikkeling van het gehele gebied gezien, waarbij het onderscheid tussen ontwikkeling en brede ontwikkeling dus feitelijk het onderscheid is tussen Wonen fase 1 van ’t Oog (welke inmiddels in gang is gezet) en de ontwikkeling van de rest van het gebied (welke momenteel vooral als gewenst wordt gezien, maar nog niet van start is gegaan omdat het aan de nodige randvoorwaarden, zoals externe financiering/subsidie, ontbreekt). Vraag 20: Sinds kort hebben we een overheidsbreed loket in Hardinxveld-Giessendam waardoor inwoners niet meer naar Dordrecht hoeven. De inzet van deze medewerkers, is dit een FTE op het conto van Drechtsteden of van Hardinxveld-Giessendam? Reactie college De medewerkers van dit loket zijn niet in dienst van de gemeente Hardinxveld-Giessendam. Dit initiatief is een proef vanuit het Rijk in samenwerking met de GR Sociaal en andere partners, zoals de Belastingdienst en het UWV. De financiering en/of ingezette capaciteit hiervoor komt vanuit het Rijk en de partners.
Vraag 21: Bij het raadsvoorstel van 26 juni 2025, Keuzedocument sportvoorzieningen geeft u aan bij de financiële informatie: "Dekking kosten nadere uitwerking instandhouding, verduurzaming en uitbreiding sporthal de Wielwaal met één zaaldeel: De kosten van de nadere uitwerking van de verduurzaming en de uitbreiding van sporthal De Wielewaal met één zaaldeel worden gedekt vanuit het onderzoeksbudget ‘Prioritering ruimtelijke projecten 2025’, dat door de gemeenteraad bij de Perspectiefnota 2025-2028 beschikbaar is gesteld" Is het bedrag wat nu in de perspectiefnota vermeld staat voldoende om dit te realiseren? Reactie college In het aangehaalde raadsvoorstel wordt verwezen naar middelen die bij de perspectiefnota van vorig jaar (2025-2028) beschikbaar zijn gesteld voor de uitvoering van onderzoeken als gevolg van de prioritering. Deze middelen zijn voldoende om de resterende onderzoeken uit te voeren. In de nu voorliggende perspectiefnota is daarom geen aanvullend bedrag voor onderzoek opgevoerd, enkel is inzichtelijk gemaakt wat het netto-effect op de begroting is als de beoogde maatregelen voor instandhouding, verduurzaming en uitbreiding van de Wielewaal daadwerkelijk worden uitgevoerd. Het gaar daarbij om de (aanvullende) exploitatie- en kapitaallasten.
-7-