CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

T@B - Beantwoording technische vragen over raadsvoorstel Ontwerp Omgevingsvisie.pdf

Gemeenteraad GHG 22 mei 2025, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 10: Concept Omgevingsvisie Hardinxveld-Giessendam 2025 - Raadsvoorstel1.786 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen bij raadsvoorstel Ontwerp Omgevingsvisie Aan: Van: Datum:

College Paul Hoogstraten (T@B) 14 mei 2025

1. Pagina 11: Er wordt geduid dat de Omgevingsvisie "zelfbindend" is voor de gemeenteraad. Hoe ver strekt dit zich en op welke manier kan er in de toekomst afgeweken worden / kunnen er aanpassingen gedaan worden in geval van bijvoorbeeld voortschrijdend inzicht? Antwoord: De belangrijkste betekenis van het woord ‘zelfbindend’ is dat de Omgevingsvisie alleen bindend is voor het bestuursorgaan dat deze heeft vastgesteld. In dit geval is dat dus de gemeenteraad. Oftewel; de omgevingsvisie bevat dus geen regels voor inwoners, ondernemers, etc. Daarmee helpt het document de gemeenteraad in haar kader stellende rol. Immers, de gemeenteraad kan daarmee de omgevingsvisie gebruiken om te sturen op (on)wenselijkheid van initiatieven. Zelfbindend betekent niet dat de gemeenteraad geen ruimte heeft om af te wijken. Echter, bij afwijking wordt wel een goede onderbouwing van deze keuze verondersteld. Tot slot zal de omgevingsvisie tenminste cyclisch worden geactualiseerd. Ook daarmee ontstaat de mogelijkheid van ‘afwijken’ ten opzicht van eerdere versies naar aanleiding van voortschrijdend inzicht. 2. Pagina 29: Naar aanleiding van de volgende zinsnede "We willen in onze eigen en deels regionale woonbehoefte voorzien in een prettige en gezonde leefomgeving." hebben we de volgende vraag.

"Deels" is een rekbaar begrip, aan welke omvang moeten we denken en op welke moment bepalen we dit als gemeenteraad concreet? Antwoord: In de Omgevingsvisie is als ambitie verwoord om in de eigen en deels ook de regionale woonbehoefte te willen voorzien. De uitwerking/invulling van deze ambitie en daarmee ook de mate van het willen voorzien in de regionale woonbehoefte vindt plaats in het op te stellen Volkshuisvestingsprogramma. Medio dit jaar wordt gestart met de voorbereiding van het Volkshuisvestingsprogramma. De raad bepaalt de inhoudelijke en procesmatige kaders voor dit programma. De startnotitie voor opstelling van het Volkshuisvestingsprogramma wordt op 26 juni ter vaststelling aan de raad voorgelegd. 3. Pagina 30 en 41: bij ontwikkelopgave 1 wordt genoemd als ontwikkeling "dorp naar de rivier brengen" Wat wordt hier concreet onder verstaan en in hoeverre speelt hierin het al dan niet uitplaatsen van de A15 een rol zoals werd gesuggereerd tijdens de Ontmoeting. Antwoord: Met de uitspraak ‘het dorp naar de rivier brengen’ wordt bedoeld dat de verbinding tussen het dorp en de rivieren die in en aan het dorp liggen (meer) versterkt wordt. Hier gaat het met name om de beleefbaarheid van de rivier. Dat kan al eenvoudig, bijvoorbeeld door zicht op de rivier bij loop- en fietsroutes, bankjes aan het water, etc.

We zijn ons ervan bewust dat, om de grenzen van het denken te verkennen ook in een ontmoeting gesproken over het meer wegnemen van barrière die de A15 vormt. Daar is verder geen uitwerking aan gegeven, omdat dit niet als haalbaar, maar ook onvoldoende als wenselijk is gezien in het voorbereidingstraject.

4. Pagina 30: bij ontwikkelopgave 1 wordt genoemd als ontwikkeling "hoogwaardige verblijfs- en recreatieruimte". Wat wordt hiermee bedoeld? Gaat het hier om de (natuur)gebieden waar dagrecreatie plaatsvindt of gaat het ook over nachtverblijf (vb. B&B of kampeerfaciliteiten). Over nachtverblijf lezen we niets terug in de visie. Is dit omdat hier geen ontwikkelingen in voorzien worden? Antwoord: Met name in de (verdere) ontwikkeling van nachtverblijf is in deze omgevingsvisie niet voorzien. Met hoogwaardige verblijfs- en recreatieruimte wordt bedoeld met name de zones die hier reeds voor aangemerkt zijn waar nodig beter te ontsluiten of faciliteren. Denk daarbij niet alleen aan bijvoorbeeld aan de toegang tot het Groene Hart, diverse wandelgebieden, recreatieve fiets- en wandelroutes, etc. 5. Pagina 35: Regio. Wat betreft de infrastructuur, waaronder de A15, zien we kansen om het dorp beter te verbinden met omliggende gebieden, zonder dat dit ten koste gaat van de verbinding met de regio. Onder andere de doorfietsroute tussen de Papendrecht en Gorinchem draagt hieraan bij en levert een bijdrage om het autogebruik te verminderen. Daarbij ligt de focus op het behoud en het versterken van de rust en het dorpse en landelijke karakter. Ook hier zien we nadrukkelijk kansen om het dorp naar het water te brengen.

Voor ons is voorgaande tekst enigszins exemplarisch voor wollig taalgebruik in voorliggende visie. Concreet is ons vraag wat wordt met voorgaande tekst concreet bedoeld? (wat staat hier) Antwoord: Wij erkennen dat te overwegen is de tekst in deze passage aan te passen om duidelijk te maken wat hier bedoeld wordt. Over die bedoeling: Hier wordt bedoeld dat de A15 nu feitelijk een barrière vormt tussen dorp en het water van de Merwede. We zien kansen om deze barrièrewerking te verzachten zonder dat dit ten koste gaat van de verbinding met de regio. Daarbij kan worden gedacht aan de doorfietsroute (die een bijdrage levert om het autogebruik te verminderen) met bijvoorbeeld het toevoegen van een aantal rust- of zitplekken (bankjes) waarmee de Merwede weer beter beleefbaar wordt. Verder ligt de focus voor Hardinxveld-Giessendam op het behoud van de rust en het dorpse en landelijke karakter. Met die kwaliteit onderscheidt Hardinxveld-Giessendam zich in de regio. Ook hier zien we kansen om bijvoorbeeld vanuit het dorp de relatie met de Giessen te verbeteren. Daarvoor liggen er kansen bij de herontwikkeling van het centrum in Neder-Hardinxveld om de Giessen ter plaatse beter beleefbaar te maken en zichtbaar onderdeel te laten zijn van het centrum.

6. Pagina 47: het gaat hier over hogere bebouwing rondom stations. Over welke locaties gaat het dan concreet. Geldt dit voor alle drie de stations of maar voor 1 of 2? Hierbij gaat het specifiek om de stations Hardinxveld-Giessendam en Hardinxveld Blauwe Zoom. Hier liggen goede kansen om nabij deze stations te verdichten.

7. Pagina 45: Als uitbreidingslocaties voor woningbouw worden concreet genoemd `t Oog en uitbreiding kern Boven-Hardinxveld. Klopt ons veronderstelling dat dit de enige twee uitbreidingslocaties zijn en dat de rest binnen stedelijk wordt ingevuld? Antwoord: Dit klopt, met de nuance dat voor ’t Oog reeds in het verleden de keus is gemaakt dit te zien als ontwikkelgebied, en hier gebiedsvisies voor zijn opgesteld. Voor het gebied in Boven-Hardinxveld wordt gesproken over een zoekrichting voor woningbouw. 8. Pagina 62: Genoemd worden de programma`s die opgesteld zullen gaan worden ter concretisering van de opgaven en ambities. A. Betreft het een limitatieve opsomming van de programma`s? B. Hoe is de keuze voor de programma`s tot stand gekomen? C. Hoe verhouden de genoemde programma`s zich tot lopende beleidsontwikkelingen zoals het IHP voor onderwijs en het woonbeleid? D. Bij iedere ontwikkelopgave wordt genoemd dat deze via een programma worden uitgewerkt. Ontwikkelopgave 1 zien we bijvoorbeeld niet terug als programma. Kan hierop gereflecteerd worden? E. Wat is de rol en bevoegdheid van de gemeenteraad ten aanzien van de programma`s. Op pagina 63 staat de zinsnede "Daarbij moet wel rekening worden gehouden met het feit dat het college invulling geeft aan de programma’s en wordt de raad bij het benoemen van een nieuw programma geïnformeerd.

De raad kan daarmee de kader stellende rol invullen en een afweging maken over mogelijke aanpassing van de omgevingsvisie met de komst van een nieuw programma. Hiermee werken gemeenteraad en college samen om zorg te dragen voor de samenhang in de beleidscyclus." Voorgaande tekst lijkt te suggereren dat de raad de programma`s niet vaststelt maar alleen kaders stelt via (aanpassing) van de Omgevingsvisie. Is deze veronderstelling juist en wat betekent dit dan bijvoorbeeld voor vaststelling van het op te stellen programma "Volkshuisvesting" (het huidige woonbeleid). Antwoord: • Ad A: Nee, in die zin dat de Omgevingsvisie niet bepalend is voor of en welke programma’s opgesteld worden. Het programma is een instrument onder de Omgevingswet, en kan gebruikt worden om aan specifieke opgaven uit de Omgevingsvisie uitvoering te geven. Kortom: om te komen tot een programma is het geen vereiste dat in de Omgevingsvisie reeds is aangegeven dat er een programma komt. Daarmee is de opsomming niet limitatief of volgordelijk. • Ad B: Enkele van de programma’s zijn door de Rijksoverheid verplicht gesteld, met name het Volkshuisvestingsprogramma en het Warmteprogramma. Deze zijn om die reden opgenomen.

De overige programma’s zijn voorgesteld op basis van logica: het gaat om onderwerpen waar een beleidsmatige onderbouwing voor ligt, zoals het Mobiliteitsplan voor een voorgesteld Mobiliteitsprogramma. • Ad C: In beide gevallen zal een programma een doorwerking moeten zijn van staand of nog op te stellen beleid. Immers; een programma is geen beleidsinstrument maar een uitvoeringsinstrument.

•

Ad D: De programmatische uitwerking van een opgave is niet verplicht, en ook niet in alle gevallen verondersteld. Alleen daar waar logisch wordt het instrument ingezet. • Ad E: Zoals in Ad C verwoord is het programma een instrument dat de ambities naar uitvoering brengt. Oftewel, als het gaat om nog op- of vast te stellen kaders zal er altijd sprake zijn van een route via de gemeenteraad. De omgevingswet veronderstelt in die zin ook een samenwerking tussen college en raad, elk met haar eigen instrumenten en in dialoog waar nodig. Want: Dat de raad niet bevoegd is om programma’s vast te stellen, betekent niet dat de raad niet betrokken kan worden bij de totstandkoming en besluitvorming omtrent een programma. Op basis van artikel 2.2 van de Omgevingswet houdt het college bij de uitoefening van haar taken en bevoegdheden immers rekening met de taken en bevoegdheden van bijvoorbeeld de raad, en stemt zo nodig met de raad af. Het is erg van belang om te realiseren dat het werken onder de Omgevingswet in het algemeen, en het werken met programma’s specifiek, nieuw is. Het zal dus enige tijd en met name oefening vergen om hiermee te leren werken. 9. Pagina 64: Ten aanzien van kostenverhaal wordt verwezen naar de huidige Kadernota Strategisch grondbeleid en de in een later stadium om te stellen omgevingsprogramma`s.

Maar welke richting / ambitie spreken we uit als het gaat om kostenverhaal met het vaststellen van de Omgevingsvisie. Willen we meer inzetten op kostenverhaal vb. via een fonds bovenwijksevoorziening en of andere / nieuwe voorzieningen of in basis behouden wat er nu van kracht is? Antwoord: Waar we op willen sturen is het principe van kostenverhaal adequaat in te zetten. Dat is de ambitie die uitgesproken wordt. Het principe, niet de vorm. Oftewel: te zorgen dat te verhalen kosten ook daadwerkelijk verhaald worden. De vorm waarop dat gebeurt kan per initiatief of ontwikkeling verschillend zijn. De uitwerking daarvan vindt plaats in andere instrumenten, zoals de Kadernota Strategisch Grondbeleid. Besluitvorming over deze (financiële) instrumenten is dus niet gekoppeld aan de vaststelling van de (concept) Omgevingsvisie. De Kadernota Strategisch Grondbeleid, zoals vastgesteld door de gemeenteraad, is nog steeds van kracht. Indien het werken met de instrumenten programma en omgevingsplan aanleiding geven het instrumentarium rond het kostenverhaal aan te passen of uit te breiden, dan zal dit separaat aan de gemeenteraad worden voorgelegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1039/documents/31925