Stationsstraat 23 t_m 27, Hardinxveld-Giessendam_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 14 Parkeeronderzoek zorglocaties.pdf
Tekst van het document
Parkeeronderzoek zorglocaties
in opdracht van Thuismakers BV
Auteur: Datum: Versie: Status:
Kay van der Kraan & Lotte de Groot 08-01-2020 1.0 Definitief
Inhoud 1
INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1.1 1.2 1.3
2
ONDERZOEKSMETHODE ........................................................................................................................... 5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
3
KLEINSCHALIG WONEN ................................................................................................................................. 8 WOONHUIZEN ........................................................................................................................................... 9
WAT IS DE BESCHIKBARE CAPACITEIT OP EIGEN TERREIN? ..................................................................... 11 4.1.
5
ONDERZOEKSGEBIED ................................................................................................................................... 5 MEETMOMENTEN....................................................................................................................................... 6 CAPACITEITSMETING ................................................................................................................................... 7 BEZETTINGSMETING .................................................................................................................................... 7 MOTIEFMETING ......................................................................................................................................... 7
BESCHRIJVING ZORGLOCATIES ................................................................................................................. 8 3.1. 3.2.
4
AANLEIDING .............................................................................................................................................. 3 DOEL- EN VRAAGSTELLING ............................................................................................................................ 3 LEESWIJZER ............................................................................................................................................... 4
CAPACITEIT PER ZORGLOCATIE ..................................................................................................................... 11
WAT IS DE BEZETTING VAN PARKEERPLAATSEN? ................................................................................... 12 5.1. 5.2.
GEMIDDELDE BEZETTING ZORGLOCATIES ........................................................................................................ 12 BEZETTING BIJ INDIVIDUELE ZORGLOCATIES .................................................................................................... 13
6. WAT IS HET MOTIEF VAN DE VERSCHILLENDE PARKEERDERS? ................................................................... 15 6.1. 7.
WAT IS DE BEZETTING VAN PARKEERPLAATSEN IN DE DIRECTE OMGEVING? ........................................ 16 7.1.
8.
BEZETTING PER DOELGROEP ........................................................................................................................ 15
BEZETTING DIRECTE OMGEVING ................................................................................................................... 16
VERTALING NAAR PARKEERNORM ......................................................................................................... 17 8.1. 8.2. 8.3. 8.4.
BESCHOUWING OP PARKEERNORMEN BIJ ZORGINSTELLINGEN ............................................................................ 17 PARKEERNORM IN DE PRAKTIJK .................................................................................................................... 18 WAARGENOMEN PARKEERNORM ................................................................................................................. 18 AANBEVOLEN PARKEERNORM ...................................................................................................................... 19
BIJLAGE 1. BEZETTING + PARKEERMOTIEF PER ZORGLOCATIE ........................................................................ 20 BIJLAGE 2 BEZETTINGSGRAAD OMGEVING ZORGLOCATIES ............................................................................ 25
2
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Het aantal ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen in Nederland zal naar verwachting sterk stijgen. Dat komt door de toegenomen levensverwachting en de grote groep mensen (babyboomers) die door hun leeftijd de komende jaren een groot risico hebben op bijvoorbeeld dementie. Als zelfstandig thuis wonen niet meer kan, zijn er verschillende (kleinschalige) woonvormen waar 24 uur per dag intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging geleverd wordt aan bewoners. Thuismakers BV richt zich op het ontwikkelen van dergelijke woonomgevingen waar passende zorg geleverd kan worden voor mensen met een zorgvraag. Bij nieuwe ontwikkelingen – ook die gericht op woonvormen voor dementiezorg en zorg voor andere ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen - hoort de verplichting om te voorzien in ‘voldoende’ parkeerplaatsen. Het instrument dat wordt ingezet om een reëele parkeerbehoefte te bepalen zijn de zogeheten parkeernormen. Aan de hand van de parkeernormen wordt een zo realistisch mogelijke schatting gemaakt van de parkeerbehoefte behorende bij de ontwikkeling. De parkeernormen die veel gemeenten als beleid hebben gevormd zijn in de basis afkomstig van kencijfers van het CROW (landelijke kennisinstituut voor verkeer & vervoer).
Het CROW heeft parkeerkencijfers ontwikkeld als hulpmiddel om een inschatting te maken van het aantal aan te leggen parkeerplaatsen bij een bepaalde voorziening. Voor de functie verpleeg- en verzorgingstehuis, wat het meest overeenkomt met wooneenheden gericht op specifieke zorg, hanteert het CROW een bandbreedte van 0,5 – 0,7 parkeerplaatsen per wooneenheid. Op basis van ervaringen elders is Thuismakers BV ervan overtuigd dat een dergelijke parkeernorm niet aansluit bij de reële parkeerbehoefte van een zorgfunctie gericht op ouderen die afhankelijk zijn van zorg, zoals dementie. Omdat voor zorgfuncties de parkeereis erg afhankelijk is van het specifieke gebruik door personeel, cliënten en bezoek, kan een nadere verdieping van de situatie leiden tot een aangepaste parkeernorm. Empaction is gevraagd een onafhankelijk onderzoek uit te voeren en op basis daarvan een advies te geven over een passende parkeernorm bij wooneenheden gericht op dementiezorg en andere specifieke zorg gericht op ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen. In deze rapportage worden de resultaten van het parkeeronderzoek beschreven en wordt de van toepassing geachte parkeernorm onderbouwd. 1.2
Doel- en vraagstelling
De centrale vraag van dit onderzoek is welke parkeernorm een reële inschatting geeft van de parkeerbehoefte bij wooneenheden gericht op dementiezorg. Om dit te bepalen is inzicht verkregen in de beschikbare capaciteit, de werkelijke bezetting van parkeerplaatsen en het type parkeerder dat gebruik maakt van deze parkeerplaatsen bij negen (representatieve) zorglocaties gericht op het verlenen van intensieve zorg aan gericht op ouderen die niet zelfstandig thuis kunnen wonen, bijvoorbeeld als gevolg van dementie.
3
Om een antwoord te geven op de hoofdvraag, staan de volgende deelvragen centraal in dit onderzoek: 1. 2. 3. 4. 1.3
Wat is de beschikbare parkeercapaciteit op de verschillende zorglocaties? Wat is de bezetting van de beschikbare parkeercapaciteit op verschillende momenten? Wat is het motief van de verschillende parkeerders bij de zorglocaties? Wat is de parkeerdruk in de directe omgeving van de zorglocaties?
Leeswijzer
De opbouw van deze rapportage is als volgt. In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van de gehanteerde onderzoeksmethodiek gegeven. Daarna volgt een korte beschrijving van de onderzoek locaties in hoofdstuk 3. In de daaropvolgende hoofdstukken (4 t/m 7) staat de beantwoording van de verschillende deelvragen centraal. Dit leidt ten slotte tot een antwoord in hoofdstuk 8 op wat een reële parkeernorm is bij zorglocaties gericht op zorg voor ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen.
4
2
Onderzoeksmethode
In dit hoofdstuk wordt de gehanteerde onderzoeksmethode voor het uitvoeren van dit parkeeronderzoek beschreven. Daarbij wordt ingegaan op het onderzoeksgebied, de onderzoeksdagen, de meetmomenten en de definities/uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het onderzoek. 2.1
Onderzoeksgebied
Het onderzoeksgebied bestaat uit tien zorglocaties gericht op zorg voor ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen, van zorgorganisaties Wonen bij September en Compartijn. Zie een omschrijving van de verschillende zorglocaties in hoofdstuk 3. De onderzoeklocaties zijn als volgt: Tabel 1. Overzicht onderzoekslocaties Locatie Zorgorganisatie
Adres
Postcode
Arnhem
Wonen bij September
Da Costastraat 5
6824 NT
Zevenaar
Wonen bij September
Molenstraat 42
6901 CD
Apeldoorn
Wonen bij September
Kelvinstraat 3
7316 KC
Twello
Wonen bij September
Hunderenslaan 7
7391 TB
Bodegraven
Wonen bij September
Willem de Zwijgerstraat 20 2411 VV
Nijverdal
Compartijn
Salomonsonstraat 51
7442 AC
Den Haag
Compartijn
Scheveningseweg 106
2584 AD
Zeist
Compartijn
Hoog Kanje 274
3708 DN
Ede
Compartijn
Elias Beeckmanlaan 108
6711 VS
Het onderzoek is primair gericht op de parkeersituatie op eigen terrein van elke zorglocatie. Ter aanvulling is ook de parkeersituatie in de directe omgeving - binnen een loopafstand van 200 meter voor elke zorglocatie in kaart gebracht. Het onderzoeksgebied voor elke zorglocatie is vervolgens opgedeeld in secties (wegvakken/delen van parkeerterreinen/parkeerhavens, et cetera) om daarmee de parkeersituatie op detailniveau in beeld te kunnen brengen. Een voorbeeld van een onderzoeksgebied is als volgt:
5
Figuur 2: voorbeeld onderzoeksgebied zorglocatie In dit geval is sectie 135 het parkeerterrein van de zorginstelling en bevinden de andere aangeven secties zich binnen 200 meter van de zorginstelling. 2.2
Meetmomenten
Om een goed beeld van de parkeersituatie te krijgen is het parkeeronderzoek op dagen uitgevoerd waarop de parkeerdruk naar verwachting het hoogst is. De drukste momenten in de week zijn maatgevend voor het vaststellen van de bezetting van parkeerplaatsen op eigen terrein en in de openbare ruimte. Als de bezetting van parkeerplaatsen op deze momenten acceptabel is, dan is de aanname dat dit ook voor andere momenten in de week het geval zal zijn. Er is daarom gekozen om het onderzoek op een dinsdag en zaterdag uit te voeren. Het parkeeronderzoek is op de volgende dagen uitgevoerd:
6
Dag
Datum
Zaterdag
14 november 2020
Dinsdag
17 november 2020
Door op deze dagen te meten ontstaat zowel op werkdagen als voor het weekend een representatief beeld van de parkeersituatie. Op zowel de dinsdag als de zaterdag is er vervolgens op vier verschillende momenten (in tijdsblokken van maximaal 2 uur) gemeten. Op die manier is inzichtelijk gemaakt hoe de parkeerdruk zich gedurende de dag ontwikkelt: Meetmoment
Tijdstip
Ochtend
09:00 - 11:00
Middag
14:00 - 16:00
Avond
19:00 – 21:00
Nacht
23:00 – 01:00
Capaciteitsmeting
2.3
Alle parkeerplaatsen in het onderzoeksgebied zijn per categorie en per sectie geïnventariseerd. Zowel wat betreft de parkeerplaatsen op eigen terrein van de verschillende zorglocaties, als de openbare parkeerplaatsen in de directe omgeving van de zorglocaties. Daarbij is een onderscheid gemaakt in de volgende categorieën: • Reguliere parkeerplaatsen •
2.4
Gereserveerde parkeerplaats met onderscheid naar: o Invalidenparkeerplaats o Elektrische laadplaats o Laad- en losplaats o Overige gereserveerde parkeerplaats
Bezettingsmeting
Op alle meetmomenten is de bezetting van parkeerplaatsen bepaald. De bezetting geeft aan hoeveel procent van de parkeercapaciteit daadwerkelijk benut wordt. Bij het vaststellen van de bezetting van parkeerplaatsen is een onderscheid gemaakt in bovengenoemde categorieën, aangevuld met: • Obstakel: zijnde geen voertuig, maar wel bezetting op reguliere of gereserveerde parkeerplaatsen (zoals caravans en aanhangers) • Foutparkeerder: zijnde een geparkeerd voertuig buiten de beschikbare capaciteit. 2.5
Motiefmeting
Van alle waargenomen voertuigen op het eigen terrein van de zorglocaties is aanvullend het parkeermotief bepaald. Van parkeerders in de directe omgeving van de zorginstelling is het motief van parkeerders niet vastgesteld. Met het parkeermotief wordt het doel bedoeld waarmee een parkeerder staat geparkeerd. De bepaling van de parkeermotieven zijn afgeleid van het aantal meetmomenten waarop een voertuig is waargenomen. Door op verschillende momenten op de dag de kentekens van geparkeerde voertuigen te registreren, kan een indicatief beeld worden verkregen van het parkeermotief. Voertuigen die bijvoorbeeld een dagdeel geparkeerd staan, behoren toe aan werknemers, voertuigen die slechts kort geparkeerd staan behoren toe aan bezoekers en voertuigen die ook zowel overdag als ‘s nachts geregistreerd waren behoren toe aan langparkeerders.
7
Door het vergelijken van de geregistreerde kentekens op verschillende meetmomenten wordt in dit onderzoek een onderscheid gemaakt in de volgende doelgroepen: • Kortparkeerder De voertuigen die niet langer dan één meetmoment zijn waargenomen zijn geclassificeerd als kortparkeerders. • Werknemer Voertuigen die twee opeenvolgende meetmomenten zijn waargenomen zijn aangemerkt als werknemer. Ook voertuigen die voor het eerst zijn waargenomen in de nacht (tussen 11:00 en 01:00) zijn aangemerkt als werknemer. • Langparkeerder Als een voertuig drie momenten (10 uur of langer) – aaneengesloten of verspreid over de dag - is geregistreerd wordt dit voertuig als langparkeerder gezien. Voertuigen die op alle vier opeenvolgende meetmomenten zijn waargenomen worden ook als langparkeerder gekenmerkt.
3
Beschrijving zorglocaties
In dit hoofdstuk wordt een korte beschrijving gegeven van de verschillende onderzochte woonhuizen. Zowel een algehele beschrijving van de opzet van de woonhuizen, als een korte beschrijving van de locatie waar elk woonhuis gevestigd is. Dit geeft de benodigde context om de resultaten van het parkeeronderzoek in het juiste perspectief te plaatsen.
3.1.
Kleinschalig wonen
De woonhuizen van September en Compartijn zijn gericht op kleinschalig wonen met zorg voor ouderen met dementie, zoals de ziekte van Alzheimer - die niet meer in staat zijn zelfstandig te wonen. De zorglocaties zijn verspreid over heel Nederland zodat bewoners altijd zo dichtbij mogelijk zijn: thuis als thuis niet meer gaat. Ieder woonhuis van September bestaat uit maximaal vijfentwintig appartementen. Elk woonhuis van Compartijn heeft tussen de 20 tot 40 appartementen. In alle woonhuizen zijn op de begane grond ruime woonkamers en een open eetkeuken. Daar leven bewoners met elkaar, ze koken, spelen een spelletje of vouwen bijvoorbeeld de was. Elke bewoner heeft een eigen appartement met een omvang van 30 á 50 m2 die naar eigen. De kwaliteit van zorg staat voorop. In de woonhuizen zijn 24 uur per dag bevoegde en bekwame medewerkers aanwezig. Er wordt gewerkt met een platte organisatie waarbij een ervaren leidinggevende het team in het woonhuis aanstuurt. Elk huis heeft een vast team van servicemedewerkers en zorgprofessionals voor activiteiten, individuele begeleiding, persoonlijke verzorging, verpleging en huishoudelijke hulp. Familie en vrienden van bewoners zijn altijd welkom in de woonhuizen – op ieder moment van de dag. Ook is er een mogelijkheid voor het logeren aan verwanten en partners. Voor een aantal woonhuizen is er de optie voor partners om mee te verhuizen.
8
Actuele bezoekersregeling De woonhuizen bieden zorg aan bewoners die extra kwetsbaar zijn voor het coronavirus. Om de kans op besmetting van bewoners en medewerkers te minimaliseren, was ten tijde van het parkeeronderzoek een apart bezoekersbeleid van kracht. Het aantal bezoekers is beperkt tot maximaal twee per dag per bewoner. Indien er sprake was van een besmetting in het betreffende woonhuis, dan werd bezoek niet toegestaan.
3.2.
Woonhuizen
Hieronder volgt een korte beschrijving voor elk van de woonhuizen die zijn onderzocht in het kader van dit parkeeronderzoek:
9
•
Arnhem (22 appartementen) Het woonhuis in Arnhem is gehuisvest in een voormalige kerk. De locatie bevindt zich midden in een levendige wijk waar alle dagelijkse voorzieningen vlakbij zijn.
•
Zevenaar (17 appartementen) Vlak bij de stadskern van Zevenaar is een woonhuis gevestigd in een voormalige school, gelegen aan de Molenstraat. Een bijzonder gebouw midden in een levendige woonwijk, midden in Zevenaar.
•
Apeldoorn (24 appartementen) In de wijk Kerschoten aan de Kelvinstraat staat het tweede woonhuis in Apeldoorn. Het woonhuis bevindt zich midden in een levendige woonomgeving, vol reuring en dichtbij het winkelcentrum in de wijk.
•
Twello (19 appartementen) Het woonhuis in Twello bestaat uit een monumentaal pand gelegen binnen de gracht op een landgoed aan de rand van Twello. Een rustige woonomgeving met een grote bostuin.
•
Bodegraven (24 appartementen) Het nieuwbouwhuis in Bodegraven staat aan de Willem de Zwijgerstraat en ligt aan de rand van het centrum, midden in een levendige woonwijk. Alle voorzieningen zijn vlakbij, onder meer een winkelcentrum.
•
Nijverdal (19 appartementen) In Nijverdal staat een nieuw en ruim woonhuis, midden in een woonwijk, vlakbij het centrum. Op een oud bedrijfsterrein aan de Salomonsonstraat zijn drie woonhuizen geplaatst, maar achter de voordeur bevindt zich één huis.
•
Den Haag (26 appartementen) Vlak bij Scheveningen is een woonhuis gevestigd in een volledig gerestaureerde villa. De villa is onderdeel van een beschermd stadsgezicht.
Figuur 2. Compartijn locatie Den Haag
10
•
Zeist (32 appartementen) In een ruim opgezette nieuwe wijk, midden in het bos, ligt het woonhuis in Zeist. Dit huis is gevestigd in een nieuw pand en maakt onderdeel uit van een wijk die vooral bestaat uit vrijstaande woningen. Een groot wijkzorgcentrum en andere voorzieningen zijn nabij.
•
Ede (42 appartementen) Dit woonhuis is gevestigd in een monumentaal pand op een voormalige kazerne aan de rand van de bebouwde kom van Ede. Het kazerneterrein wordt ontwikkeld tot woningen, appartementen, winkels en andere voorzieningen.
4
Wat is de beschikbare capaciteit op eigen terrein?
Alle woonhuizen beschikken over parkeerplaatsen op eigen terrein. Voor vrijwel elke locatie gaat het om capaciteit op parkeerterreinen die openbaar toegankelijk zijn. Een enkele locatie beschikt over een hek om het parkeerterrein fysiek af te sluiten.
4.1.
Capaciteit per zorglocatie
De beschikbare parkeercapaciteit op eigen terrein varieert per woonhuis. Met 19 parkeerplaatsen beschikt de zorglocaties in Ede over het grootste aantal parkeerplaatsen. Het woonhuis in Arnhem heeft met 7 parkeerplaatsen het kleinste aantal parkeerplaatsen. Gemiddeld zijn er 13 parkeerplaatsen beschikbaar op eigen terrein per woonhuis. Onderstaande tabel geeft inzicht in het aantal parkeerplaatsen per zorglocatie afgezet tegen het aantal wooneenheden. De hoeveelheid parkeerplaatsen per wooneenheid verschilt sterk per locatie. Zo hebben de locaties in Arnhem en Zeist relatief weinig parkeerplaatsen in verhouding tot het aantal wooneenheden (0,3 parkeerplaatsen per wooneenheid). Daarentegen beschikken de locaties in Nijverdal en Twello relatief over een groot aantal parkeerplaatsen (0,8 parkeerplaatsen per wooneenheid). Gemiddeld hebben de onderzochte zorglocaties 0,5 parkeerplaatsen op eigen terrein per wooneenheid. Tabel 2. Capaciteit per zorglocatie Zorglocatie
Aantal wooneenheden
Capaciteit op eigen terrein
Aantal parkeerplaatsen per wooneenheid
Apeldoorn
24
12
0,5
Arnhem
22
7
0,3
Bodegraven
24
14
0,6
Den Haag
26
10
0,4
Ede
42
19
0,5
Nijverdal
20
15
0,8
Twello
19
15
0,8
Zeist
32
10
0,3
Zevenaar
18
11
0,6
Totaal
227
113
0,5
11
5
Wat is de bezetting van parkeerplaatsen?
Voor verschillende momenten is het aantal aanwezige voertuigen op de parkeerterreinen van elke zorglocatie in beeld gebracht. Door het aantal geparkeerde voertuigen te vergelijken met de beschikbare capaciteit is de bezetting bepaald. Dit geeft inzicht in de mate waarin de parkeerplaatsen worden benut.
5.1.
Gemiddelde bezetting zorglocaties
De gemiddelde bezetting van parkeerplaatsen bij de zorglocaties ligt op de dinsdagochtend rond de 54%. Dit moment is maatgevend voor alle zorglocaties. Hierna neemt de bezetting langzaam af naar circa 53% in de middag en 28% in de avond, totdat deze in de nacht stagneert op circa 19%. Op de zaterdag is de gemiddelde bezetting van parkeerplaatsen lager ten opzichte van de dinsdag. Bovendien is er minder variatie in de bezetting van parkeerplaatsen. De bezetting in de ochtend, middag en avond schommelt tussen de 35% en 41%. In de nacht daalt de bezetting naar circa 26% van het aantal parkeerplaatsen. In totaliteit stijgt de gemiddelde bezetting van parkeerplaatsen op alle zorginstellingen niet boven de 54%. Dat betekent dat overall op alle meetmomenten gemiddeld minimaal 46% van de parkeerplaatsen bij zorginstellingen leeg staat.
Gemiddelde bezettingsgraad zorginstellingen 100% 100
80% 80 60% 40%
60 40
20%
20
0%
0
Figuur 3. Gemiddelde bezettingsgraad parkeren op eigen terrein zorglocaties
12
5.2.
Bezetting bij individuele zorglocaties
Uit voorgaande blijkt dat er gemiddeld op alle meetmomenten ruim voldoende capaciteit beschikbaar is om te voldoen aan de parkeervraag van de zorginstellingen. Met voldoende capaciteit wordt hier een bezetting van parkeerplaatsen bedoelt die lager is dan 85%. Wanneer de parkeerdruk boven deze grens komt, neemt de kans op zoekverkeer namelijk sterk toe. Op alle meetmomenten blijft de bezetting hier gemiddeld (ruim) onder. Dit neemt niet weg dat er verschillen zijn in de bezetting van parkeerplaatsen bij de zorglocaties. Onderstaande tabel geeft per zorglocatie inzicht in de bezettingsgraad van parkeerplaatsen op eigen terrein: Tabel 3. Bezetting parkeren eigen terrein per zorglocatie Ochtend
Zaterdag 14 november Middag Avond
Nacht
Ochtend
Dinsdag 17 november Middag Avond
Nacht
Stad
Cap.
#
%
#
%
#
%
#
%
#
%
#
%
#
%
#
%
Apeldoorn
12
2
17%
1
8%
3
25%
3
25%
7
58%
8
67%
0
0%
0
0%
Arnhem
7
7
100%
7
100%
6
86%
6
86%
7
100%
6
86%
5
71%
2
29%
Bodegraven
14
6
43%
7
50%
7
50%
5
36%
7
57%
5
43%
5
43%
3
29%
Den Haag
10
7
70%
8
80%
6
60%
4
40%
11
110%
8
80%
4
40%
3
30%
Ede
19
7
37%
9
47%
9
47%
4
21%
11
58%
15
79%
8
42%
3
16%
Nijverdal
15
4
27%
3
20%
4
27%
1
7%
4
27%
2
20%
3
27%
3
27%
Twello
15
4
27%
6
40%
4
27%
4
27%
5
33%
4
27%
3
20%
4
27%
Zeist
10
0
0%
2
20%
1
10%
1
10%
2
20%
5
50%
1
20%
1
20%
Zevenaar
11
5
45%
3
27%
2
18%
1
9%
7
64%
7
64%
3
27%
3
27%
Totaal
113
40
35%
46
41%
42
37%
29
26%
61
54%
69
53%
32
28%
22
19%
Bij veel locaties zijn is de bezettingsgraad over de verschillende meetmomenten zo goed als gelijk of er is een piek te zien op de dinsdagochtend, -middag en/of zaterdagmiddag. Over het algemeen stijgt de bezetting van parkeerplaatsen bij de individuele zorglocaties op de dinsdag niet boven de 80%. De piek ligt op dinsdagochtend. Op de zaterdag ligt de bezetting in de ochtend en middag in het algemeen lager dan 50%. Uitzondering hierop zijn de zorglocaties in Den Haag en Arnhem – dat zijn de enige locaties waar de capaciteit op een aantal momenten volledig wordt benut. In het geval van de zorglocatie in Den Haag gaat het uitsluitend om de dinsdagochtend en -middag. Op andere momenten komt de bezetting van parkeerplaatsen niet boven de 80%. In Arnhem is dat anders. Daar wordt de volledige parkeercapaciteit op vrijwel alle momenten volledig benut. Opvallend is dat de bezetting in de avond en zaterdagnacht in Arnhem relatief hoog is. Voor andere locaties (Twello & Nijverdal) komt de bezetting op geen enkel moment boven de 40%. Dit zijn ook de locaties die een relatief groot aantal parkeerplaatsen op eigen terrein hebben ten opzichte van het aantal wooneenheden.
13
Blik op zorglocatie Arnhem De bezetting van parkeerplaatsen bij de woonhuis Arnhem is relatief hoog in verhouding tot andere zorglocaties. Hier zijn een aantal mogelijke verklaringen voor te geven: • Deze locatie beschikt over relatief weinig parkeerplaatsen ten opzichte van het aantal wooneenheden (0,3) • In tegenstelling tot andere locaties zijn de parkeerplaatsen niet op een parkeerterrein gevestigd, maar direct vanaf de openbare weg bereikbaar zijn. • Bovendien ligt dit woonhuis midden in een woonwijk. In combinatie met de positionering is de kans aanwezig dat de parkeerplaatsen op eigen terrein (deels) worden gebruikt door bewoners uit de omgeving en hun bezoek.
Figuur 4. Wonen bij September locatie Arnhem .
14
6. Wat is het motief van de verschillende parkeerders? Van alle waargenomen voertuigen bij de zorglocaties is het parkeermotief bepaald. Op basis van het aantal keer dat een voertuig is waargenomen op een meetdag is een indicatief onderscheid gemaakt tussen kortparkeerders, werknemers en langparkeerders.
6.1.
Bezetting per doelgroep
Onderstaande tabel geeft inzicht in de motiefverdeling voor alle zorglocaties:
Motiefmeting zorglocaties totaal 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0
Kortparkeerder
Werknemer
Langparkeerder
Figuur 5. Gemiddelde bezetting parkeerplaatsen eigen terrein Het aantal langparkeerders – voertuigen die 3 of 4 keer per dag zijn waargenomen - is beperkt tot maximaal 1 á 2 voertuigen per locatie. Er zijn ook een aantal locaties waar helemaal geen langparkeerders zijn geteld. Op zaterdag is het aantal langparkeerders iets hoger ten opzichte van de dinsdag. Gezien de gezondheid van de bewoners, is de aanname dat de groep langparkeerders bestaat uit partners van bewoners die inwonen bij de zorglocatie of die daar logeren. Dat is een mogelijke verklaring waarom het aantal in het weekend hoger ligt dan op een doordeweekse dag. De aantallen kortparkeerders – voertuigen die 1 keer zijn waargenomen op een dag - zijn vergelijkbaar voor de dinsdag en de zaterdag. Het aantal kortparkeerders dat gelijktijdig aanwezig is varieert per locatie tussen de 1 á 5 parkeerders – met uitschieters naar 7 á 8 bezoekers voor de grotere zorglocaties. In de ochtend is het grootste aantal kortparkeerders aanwezig. Gedurende de dag loopt het aantal bezoekers terug. De groep kortparkeerders zal bestaan uit bezoekers van bewoners, maar bijvoorbeeld ook uit schoonmakers of externe zorgverlening die slechts één dagdeel geparkeerd staan. Dat is één van de redenen waarom het aantal kortparkeerders in de ochtend relatief hoog is.
15
Het grootste aantal werknemers – voertuigen die op 2 achtereenvolgende momenten staan geparkeerd – is aanwezig op de dinsdagochtend en dinsdagmiddag. Dit aantal neemt af naar een constant niveau in het de avond en nacht. Het aantal werknemers op de zaterdagavond en zaterdagnacht is vergelijkbaar met dezelfde momenten op de dinsdag. In het weekend overdag ligt het aantal geparkeerde werknemers behoorlijk lager ten opzichte van een doordeweekse dag. Het aantal werknemers dat maximaal aanwezig is per locatie varieert tussen de 2 á 4 geparkeerde voertuigen. Voor de locaties met een relatief groot aantal wooneenheden zijn dat maximaal 6 á 7 voertuigen. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de bezetting en motiefmeting per locatie.
7. Wat is de bezetting van parkeerplaatsen in de directe omgeving? Aanvullend op de bezetting van parkeerplaatsen op eigen terrein, is ook de bezetting van openbare parkeerplaatsen in de directe omgeving van de zorglocaties in kaart gebracht. Deze gegevens zijn ondersteunend bij het verklaren en duiden van de bezetting van parkeerplaatsen op eigen terrein van de verschillende zorglocaties.
7.1.
Bezetting directe omgeving
De gemiddelde bezettingsgraad op loopafstand (200 meter) van alle zorglocaties is erg constant. Op alle momenten schommelt de bezetting rond de 60%.
Gemiddelde bezetting directe omgeving (200 meter) 100% 80% 60% 40% 20% 0%
Figuur 6. Bezetting openbare parkeerplaatsen directe omgeving van zorglocaties In de avond en nacht is een iets hogere bezetting gemeten. Dat kan worden verklaard door de positie van een groot aantal zorglocaties midden in een woonwijk. De parkeerbehoefte van dergelijke gebieden is het hoogste in de avond en nacht. Op die momenten hebben vrijwel alle bewoners gelijktijdig een parkeervraag. De gemiddelde parkeerdruk in de directe omgeving is relatief laag. Dat 16
geldt ook voor individuele zorglocaties. De parkeerdruk komt op de gemeten momenten zelden uit boven de 60%. Op een aantal locaties, zoals Den Haag, Zeist en Bodegraven, is de maximale parkeerdruk 80%. Alleen in Zeist is de parkeerdruk op een doordeweekse dag relatief hoog: circa 90%. Op andere momenten is dat in Zeist juist veel lager ten opzichte van andere locaties. Dat duidt op een meer gemengde omgeving met functies (zoals kantoren, scholen etc.) die vooral overdag een parkeervraag hebben. Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden gesteld dat de bezetting van parkeerplaatsen in de openbare ruimte zeer beperkte invloed heeft op de waargenomen bezetting van parkeerplaatsen op eigen terrein van de zorglocaties. Gezien de relatief beperkte parkeerdruk in de openbare ruimte is het niet te verwachten dat er uitwijk is van parkeerders vanuit de openbare ruimte die gebruik maken van parkeerplaatsen bij de zorginstellingen. Andersom wijst de parkeerdruk op eigen terrein van de zorginstellingen er niet op dat er sprake is van een verhogend effect op de parkeerdruk in de openbare ruimte. Daarmee geeft de bezetting van parkeerplaatsen op eigen terrein in goed beeld van de werkelijke parkeerbehoefte bij dergelijke zorglocaties. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de bezetting in de directe omgeving per zorglocatie.
8. Vertaling naar parkeernorm In de vorige hoofdstukken is inzicht gegeven in de capaciteit, bezetting van capaciteit en het motief van parkeerders bij de onderzochte zorglocaties. In dit hoofdstuk worden de onderzoeksresultaten vertaald naar een passende parkeernorm per wooneenheid.
8.1.
Beschouwing op parkeernormen bij zorginstellingen
De parkeernormen die veel gemeenten als beleid hebben gevormd zijn in de basis afkomstig van kencijfers van het CROW (landelijke kennisinstituut voor verkeer & vervoer). Het CROW heeft parkeerkencijfers ontwikkeld als hulpmiddel om een inschatting te maken van het aantal aan te leggen parkeerplaatsen bij een bepaalde voorziening. De parkeerkencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De cijfers geven een landelijk gemiddeld beeld van de situatie die bij het onderzoek zijn aangetroffen. Hierdoor is niet altijd een kant-en-klaar antwoord te geven op de vraag hoeveel parkeerplaatsen in een bepaalde situatie moeten worden gerealiseerd. Daarom hebben de parkeerkencijfers van CROW een bandbreedte. Onder de functie ‘zorg’ heeft het CROW verschillende functies opgenomen, waarbij een ‘verpleeg- en verzorgingstehuis’ het meest in lijn ligt met voorliggende initiatieven gericht op zorg voor ouderen die niet meer zelfstandig thuis kunnen wonen. In de meest recente kencijfers van het CROW (Publicatie 381 - “Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen”) wordt voor de functie verpleeg- en verzorgingstehuis gerekend met een parkeernorm tussen de 0,5 en 0,7 per wooneenheid. In deze bandbreedte wordt geen differentiatie aangebracht door het CROW.
Ongeacht de kenmerken van de locatie, zoals stedelijkheidsgraad en locatie van de ontwikkeling in (centrum, schil of buitengebied), gelden dezelfde parkeerkencijfers voor deze functie. Wel geeft het CROW aan dat bij de functie verpleeg- en verzorgingstehuis een bezoekersaandeel van 60% geldt. De overige 40% bestaat daarmee uit de parkeerbehoefte van vaste gebruikers – met name
17
personeel. Onderstaande tabel geeft inzicht in de kencijfers binnen de gehanteerde bandbreedte van het CROW: Tabel 4. Kencijfers CROW functie verpleeg- en verzorgingshuis Bandbreedte
Totaal (100%)
Bezoek (60%)
Vaste gebruikers (40%)
Minimum
0,5
0,30
0,20
Gemiddeld
0,6
0,36
0,24
Maximum
0,7
0,42
0,28
8.2.
Parkeernorm in de praktijk
De onderzochte zorglocaties beschikken gemiddeld over 0,5 parkeerplaatsen op eigen terrein per wooneenheid. Dat komt overeen met het minimum van de bandbreedte die het CROW hanteert. Een aantal locaties (Nijverdal en Twello) heeft in de praktijk meer parkeerplaatsen dan de maximale bandbreedte van de kencijfers van het CROW. Andere locaties juist minder (Arnhem, Zeist en Den Haag). Dit onderschrijft het principe dat de toe te passen parkeernorm bij zorglocaties – specifiek gericht op zorg voor ouderen die niet meer in staat zijn zelfstandig te wonen – vooral maatwerk is. Het CROW heeft in haar publicatie 381: Kencijfers voor parkeren en verkeersgeneratie, bij de kencijfers voor verpleeg- en verzorgingstehuis dan ook de volgende opmerking geplaatst: “van deze functie kunnen alleen globale parkeerkencijfers gegeven worden. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen”. Een aantal gemeenten hebben dit advies ter harte genomen door in de praktijk af te wijken van de CROW-kencijfers.
8.3.
Waargenomen parkeernorm
Door de werkelijke bezetting van parkeerplaatsen af te zetten tegen het aantal wooneenheden per zorglocaties ontstaat een beeld van het werkelijk benodigde aantal parkeerplaatsen om te voorzien in de parkeervraag van kleinschalige wooneenheden bij de onderzochte locaties. Hierbij is per locatie de bezetting op het drukste moment als uitgangspunt genomen. Over het algemeen is dit de dinsdagmiddag. Dit moment is daarom maatgevend voor het aantal benodigde parkeerplaatsen.
18
Afgaande op de werkelijke bezetting volgt het volgende aantal benodigde parkeerplaatsen per wooneenheid: Tabel 5. Benodigd aantal parkeerplaatsen per wooneenheid per locatie Bezetting maatgevend Benodigd aantal parkeerplaatsen Zorglocatie Aantal woonheden moment per wooneenheid Apeldoorn
24
8
0,3
Arnhem
22
7
0,3
Bodegraven
24
8
0,3
Den Haag
26
11
0,4
Ede
42
15
0,4
Nijverdal
20
4
0,2
Twello
19
6
0,3
Zeist
32
5
0,2
Zevenaar
18
7
0,4
Totaal
227
71
0,31
Uit de resultaten van dit parkeeronderzoek kan worden opgemaakt dat gemiddeld 0,31 parkeerplaatsen per wooneenheid volstaan om te voorzien in de parkeerbehoefte op het piekmoment. Het maximale aantal benodigde parkeerplaatsen per zorglocatie ligt op 0,4 parkeerplaatsen per wooneenheid.
8.4.
Aanbevolen parkeernorm
De coronacrisis heeft ongetwijfeld effect gehad op het aantal geparkeerde bezoekers bij de zorginstellingen – en daarmee op de bezetting van parkeerplaatsen op het maatgevend moment. De bezoekersregeling bij de zorginstellingen is aangepast ten opzichte van een reguliere situatie, waardoor bewoners minder bezoekers per dag konden ontvangen. Het is dan ook aan te raden een marge aan te houden bij de toepassing van de parkeernormen voor deze functie. Er wordt daarom voorgesteld een parkeernorm van 0,5 parkeerplaatsen per wooneenheid te hanteren. Hiermee wordt aangesloten bij de minimale bandbreedte van de CROW-kencijfers. Door deze norm te hanteren is een buffer ingebouwd voor een groei van het aantal bezoekers ten opzichte van de waargenomen bezetting. Op basis van dit onderzoek is duidelijk dat een norm van 0,6 of 0,7 parkeerplaatsen per wooneenheid te hoog is voor kleinschalige zorg gericht op dementerende ouderen. Dat wordt onderschreven doordat de zorglocaties met een relatief groot aantal parkeerplaatsen (0,7 á 0,8), veel leegstand hebben. Bij zorglocaties met 0,3 á 0,4 parkeerplaatsen per wooneenheid sluit het aanbod van parkeerplaatsen veel beter aan op de vraag. Dit onderschrijft dat volstaan kan worden met een lagere parkeernorm. Een parkeernorm van 0,5 parkeerplaatsen wordt daarbij als passend beschouwd.
19
Bijlage 1. Bezetting + parkeermotief per zorglocatie Motiefmeting Apeldoorn 12 10 8 6 4
2 0
Langparkeerder
Werknemer
Kortparkeerder
Motiefmeting Arnhem 7 6 5 4 3 2 1 0
Langparkeerder
20
Werknemer
Kortparkeerder
Motiefmeting Bodegraven 14 12 10 8 6 4 2 0
Langparkeerder
Werknemer
Kortparkeerder
Motiefmeting Den Haag 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0
Langparkeerder
21
Werknemer
Kortparkeerder
Motiefmeting Ede 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0
Langparkeerder
Werknemer
Kortparkeerder
Motiefmeting Nijverdal 14 12 10 8 6 4 2 0
Langparkeerder
22
Werknemer
Kortparkeerder
Motiefmeting Twello 14 12 10 8 6 4 2 0
Langparkeerder
Werknemer
Kortparkeerder
Motiefmeting Zeist 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0
Langparkeerder
23
Werknemer
Kortparkeerder
Motiefmeting Zevenaar 10 8 6 4 2 0
Langparkeerder
24
Werknemer
Kortparkeerder
Bijlage 2 Bezettingsgraad omgeving zorglocaties Bezettingsgraad omgeving Apeldoorn 100% 300
80% 60%
200
40% 100
20% 0%
0
Bezettingsgraad omgeving Arnhem 100% 80%
400
300
60% 200 40% 20% 0%
25
100 0
Bezettingsgraad omgeving Bodegraven 100% 250 80%
200
60%
150
40%
100
20%
50
0%
0
Bezettingsgraad omgeving Den Haag 100%
300
80%
250
60%
200
40%
150 100
20% 0%
26
50 0
Bezettingsgraad omgeving Ede 100% 250
80%
200 60% 150 40%
100
20%
50
0%
0
Bezettingsgraad omgeving Nijverdal 100% 80%
200
60%
150
40%
100
20%
50
0%
0
27
Bezettingsgraad omgeving Twello 100%
10
80%
8
60%
6
40%
4
20%
2
0%
0
Er zijn geen parkeerplekken in de omgeving van de zorglocatie in Twello.
Bezettingsgraad omgeving Zeist 100%
75
80% 60%
50
40% 25 20% 0%
28
0
Bezettingsgraad omgeving Zevenaar 100% 80% 60%
100 75
40%
50
20%
25
0%
0
29