Stationsstraat 23 t_m 27, Hardinxveld-Giessendam_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 5 Quickscan externe veiligheid.pdf
Tekst van het document
Quickscan externe veiligheid Stationsstraat Hardinxveld-Giessendam
Rapportnummer: POU001-0001-EV-v1
POU001-0001-EV-v1 / 16 april 2018
Opdrachtgever:
Pouderoyen
Contactpersoon:
Mevrouw B. van den Hoek
Onderzoek:
Quickscan externe veiligheid Stationsstraat Hardinxveld-Giessendam
Rapportnummer:
POU001-0001-EV-v1
Datum:
16 april 2018
Uitgevoerd door:
WINDMILL Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 www.adviesburowindmill.nl info@wmma.nl
Contactpersoon:
ing. P.E.M. Coenen-Stalman
2
www.adviesburowindmill.com www.milieucoordinator.nl www.milieuadvies.nl www.milieuadviesbureau.nl
POU001-0001-EV-v1 / 16 april 2018
Inhoudsopgave 1 Inleiding ..................................................................................... 4 2 Transportassen ......................................................................... 5 2.1 2.2 2.2.1 2.3 2.4 2.5
Inleiding..................................................................................................................... 5 Wettelijk kader .......................................................................................................... 5 Risiconormen ............................................................................................................ 5 Transport over waterwegen ...................................................................................... 6 Transport over wegen ............................................................................................... 6 Transport over het spoor .......................................................................................... 8
3 Buisleidingen ............................................................................ 9 3.1 3.2 3.3
Inleiding..................................................................................................................... 9 Wettelijk kader .......................................................................................................... 9 Inventarisatie lokale buisleidingen ............................................................................ 9
4 Externe veiligheid inrichtingen .............................................. 11 4.1 4.2 4.3
Inleiding................................................................................................................... 11 Wettelijk kader ........................................................................................................ 11 Inventarisatie relevante inrichtingen ....................................................................... 11
5 Conclusie................................................................................. 13
3
www.adviesburowindmill.com www.milieucoordinator.nl www.milieuadvies.nl www.milieuadviesbureau.nl
POU001-0001-EV-v1 / 16 april 2018
1
Inleiding In opdracht van Pouderoyen is door Windmill Milieu en Management een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van een planontwikkeling aan de Stationsstraat te Hardinxveld-Giessendam. Het plan omvat de realisatie van zorgwoningen. De ligging van het plangebied (rode omlijning) is weergegeven in figuur 1.1.
Figuur 1.1: Globale ligging van het plangebied
In het kader van het onderzoek naar het planvoornemen dienen de externe veiligheidsrisico’s ten gevolge van activiteiten in de directe omgeving te worden geïnventariseerd. Externe veiligheidsrisico’s kunnen ontstaan door het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over transportroutes (weg, spoor en water) en het gebruik of de opslag van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen. In deze quickscan zijn de risicobronnen geïnventariseerd en is beoordeeld of de genoemde risicobronnen mogelijk een belemmering vormen voor de invulling van het plangebied. Indien risicobronnen een mogelijke belemmering vormen, is een vervolgonderzoek noodzakelijk.
4
www.adviesburowindmill.com www.milieucoordinator.nl www.milieuadvies.nl www.milieuadviesbureau.nl
POU001-0001-EV-v1 / 16 april 2018
2 2.1
Transportassen Inleiding Eén van de aandachtspunten bij het ontwikkelen van een plan waar mensen verblijven, zoals de voorgenomen ontwikkeling, zijn de externe veiligheidsrisico’s vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. Bepaald dient te worden of het vervoer van gevaarlijke stoffen consequenties kan hebben voor de gewenste ontwikkeling.
2.2
Wettelijk kader Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in de richtlijnen voor stationaire bronnen en transportassen. De regelgeving rond de risico’s van het transport van gevaarlijke stoffen volgt per 1 april 2015 uit de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs, Stb. 2013, nr. 307). De Wvgs vervangt de nota en de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (Rnvgs). In de WVGS en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) worden normwaarden gegeven voor twee verschillende typen risico’s, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In de bijlagen van de Regeling Basisnet is opgenomen voor welke transportroutes de externe veiligheidsrisico’s bepaald moeten worden. In de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) is vastgelegd hoe de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen berekend en geanalyseerd moeten worden.
2.2.1 Risiconormen Het begrip risico wordt in beeld gebracht door middel van twee begrippen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer van gevaarlijke stoffen. De hoogte van het GR representeert de kans per jaar per kilometer transportroute dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de transportroute in één keer het dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval op die transportroute. Overeenkomstig het Bevt (artikel 8, lid 1) en de HART (paragraaf 2.1) hoeven geen beperkingen aan het ruimtegebruik van een plan te worden gesteld in het gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. Indien de risicobron op meer dan 200 meter afstand van het plangebied is gelegen, hoeft geen berekening plaats te vinden van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico. Een (beperkte) verantwoordingsplicht voor de hoogte van het groepsrisico is aan de orde indien een plangebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt bepaald door de 1% letaliteitsafstand van de stofcategorieën die getransporteerd worden.
In de HART zijn per stofcategorie en per modaliteit vaste afstanden opgenomen voor de begrenzing van het invloedsgebied. De ligging van het invloedsgebied per modaliteit is in navolgende tabel 2.1 weergegeven.
5
www.adviesburowindmill.com www.milieucoordinator.nl www.milieuadvies.nl www.milieuadviesbureau.nl
POU001-0001-EV-v1 / 16 april 2018
Tabel 2.1: Invloedsgebied per stofcategorie Stofcategorie Weg, water
Spoor
Invloedsgebied 1%-letaliteitsafstand (m) Spoor
LF1
Water
45
35
LF2
C3
35
45
35
LT1
D3
375
730
600
880
880
>4000
n.v.t.
LT2 LT3
D4
>4000
LT4
n.v.t.
n.v.t.
GF1
40
n.v.t.
GF2
280
65
GF3
A
460
GT2
2.3
Weg
355
90
245
n.v.t.
GT3
B2
995
560
1070
GT4
B3
>4000
>4000
n.v.t.
GT5
B3
>4000
>4000
n.v.t.
Transport over waterwegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water zijn uitsluitend waterwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Gebleken is dat op circa 950 m van het plangebied de Beneden-Merwede aanwezig is waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Deze vaarweg is opgenomen in het Basisnet water. Conform Bijlage III Tabel Basisnet water worden ter hoogte van het plangebied LF1, LF2, GF3 en GT3-stoffen vervoerd. Op grond van tabel 2.1 is het maximale invloedsgebied van deze stoffen 1.070 meter (toxische stof LT3). Hiermee ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van toxische stoffen. Geconcludeerd kan worden dat de risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over water meegenomen dienen te worden in een beperkte verantwoording van de hoogte van het groepsrisico.
2.4
Transport over wegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg zijn uitsluitend de transportassen van belang waar structureel vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. In beginsel zijn dit A- en N-wegen. Voor het plangebied zijn de volgende wegen voor vervoer van gevaarlijke stoffen relevant (liggend binnen een straal van 4 km om het plangebied): - A15; - N214.
6
www.adviesburowindmill.com www.milieucoordinator.nl www.milieuadvies.nl www.milieuadviesbureau.nl
POU001-0001-EV-v1 / 16 april 2018
Figuur 2.1: Ligging wegen t.o.v. het plangebied
A15 Op een afstand van circa 760 meter van het plangebied is de rijksweg A15 (wegvak Z79) gelegen. Deze weg is opgenomen in het Basisnet. Gezien de ruimtelijke scheiding is het PAG en plaatsgebonden risico van deze weg geen aandachtspunt voor de planvorming. Uit de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat blijkt dat over de A15, ter hoogte van het plangebied LF1, LF2, LT1, LT2, GF1, GF2, GF3, GT3 en GT4-stoffen getransporteerd worden. Op basis van het transport van deze stoffen ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van GT4-stoffen. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over deze weg (toxisch scenario) dienen meegenomen te worden in een beperkte verantwoording van de hoogte van het groepsrisico. N214 Op een afstand van circa 2.750 meter is de provinciale weg N214 (wegvak Z130) gelegen. Deze weg is niet opgenomen in het Basisnet. Gezien de ruimtelijke scheiding is het PAG en plaatsgebonden risico van deze weg geen aandachtspunt voor de planvorming. Uit de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat blijkt dat over de N214, ter hoogte van het plangebied, LF1, LF2 en GF3-stoffen worden getransporteerd. Op basis van het transport van deze stoffen ligt het plangebied niet binnen het invloedsgebied van deze weg.
De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over deze weg vormen geen aandachtspunt uit het oogpunt van externe veiligheid voor het plan.
7
www.adviesburowindmill.com www.milieucoordinator.nl www.milieuadvies.nl www.milieuadviesbureau.nl
POU001-0001-EV-v1 / 16 april 2018
2.5
Transport over het spoor Ook ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor zijn uitsluitend spoorwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Het plangebied ligt op circa 800 meter van de spoorlijn Kijfhoek – Betuweroute Meteren (route 202). Deze spoorlijn is opgenomen in het Basisnet spoor. Over deze spoorlijn vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Gezien de ruimtelijke scheiding ligt het -6 plangebied niet binnen een PR 10 -risicocontour of PAG. Deze veiligheidsgrenzen vormen derhalve geen belemmeringen voor het onderhavige plan. Conform Bijlage II Tabel Basisnet spoor worden over dit traject A, B2, B3, C3, D3 en D4-stoffen getransporteerd. Op basis van deze stoffen ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van B2, B3 en D4-stoffen. De risico’s als gevolg van het spoor (toxisch scenario) dienen meegenomen te worden in een verantwoording van de hoogte van het groepsrisico.
8
www.adviesburowindmill.com www.milieucoordinator.nl www.milieuadvies.nl www.milieuadviesbureau.nl
POU001-0001-EV-v1 / 16 april 2018
3 3.1
Buisleidingen Inleiding Bij de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten dient tevens rekening te worden gehouden met het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen waarvoor bepaalde aan te houden risicoafstanden gelden. Deze afstanden zijn onder andere afhankelijk van de aard van de stof, de druk waaronder deze wordt getransporteerd, de diepteligging en de diameter en wanddikte van de buisleiding. Ten aanzien van de externe veiligheid gaat het vooral om de risico’s in het geval er iets fout gaat met een hogedruk aardgastransportleiding. Maar ook andere buisleidingen kunnen een aandachtsgebied voor externe veiligheid hebben dat tot over het plan reikt. Bepaald dient te worden of eventueel aanwezige buisleidingen consequenties kunnen hebben voor het plangebied.
3.2
Wettelijk kader Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Dit besluit sluit aan bij de risiconormering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Dat betekent dat de toetsings- en bebouwingsafstand worden vervangen door een afstand voor het plaatsgebonden risico (PR) en een afstand voor het invloedsgebied van het groepsrisico (GR). Voor het PR geldt dat er binnen de -6 10 -risicocontour geen kwetsbare objecten mogen worden gerealiseerd. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als een richtwaarde. Voor het GR geldt, indien er objecten binnen het invloedsgebied liggen, een verantwoordingsplicht.
3.3
Inventarisatie lokale buisleidingen Eventuele risico’s van buisleidingen zijn pas relevant indien de effecten van een ongeval het plangebied kan overschrijden. Om inzicht te krijgen in de bandbreedte van het invloedsgebied van buisleidingen wordt is het Handboek buisleiding in bestemmingsplannen-Handreiking voor opstellers van bestemmingsplannen (geactualiseerde versie 2016) geraadpleegd, waarin uit tabel 5.1 1%-letaliteitsgrens bij hogedrukaardgastransportleidingen blijkt dat de grootst mogelijke 1%-letaliteitsafstand van een buisleiding 580 meter bedraagt. Voor plannen op méér dan 580 meter afstand van een buisleiding kan dan ook worden geconcludeerd dat geen beperkingen gelden voor het plan; de berekening van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico is dan niet aan de orde. Op basis van de risicokaart is geconstateerd dat op circa 70 meter afstand van het plangebied een buisleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen aanwezig is.
9
www.adviesburowindmill.com www.milieucoordinator.nl www.milieuadvies.nl www.milieuadviesbureau.nl
POU001-0001-EV-v1 / 16 april 2018
Figuur 3.1: Ligging buisleiding t.o.v. het plangebied
Het betreft hogedruk aardgasleiding W-528-01. In de onderstaande tabel zijn de relevante gegevens weergegeven.
Tabel 3.1: Leidinggegevens Buisleiding
Diameter
Druk
Afstand tot plangebied
100% letaliteitsafstand
1% letaliteitsafstand
W – 528 – 01
12 inch
40 bar
ca. 70 m
70 m
140 m
Op grond van bovenstaande gegevens ligt het plangebied binnen de 1%letaliteitsafstand van de buisleiding. De risico’s als gevolg van het transport door buisleidingen dienen derhalve kwantitatief inzichtelijk gemaakt te worden middels een Carola-berekening. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen dienen meegenomen te worden in een verantwoording van de hoogte van het groepsrisico.
10
www.adviesburowindmill.com www.milieucoordinator.nl www.milieuadvies.nl www.milieuadviesbureau.nl
POU001-0001-EV-v1 / 16 april 2018
4 4.1
Externe veiligheid inrichtingen Inleiding Naast het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportroutes en door buisleidingen, dient bij de realisatie van het plan ook rekening te worden gehouden met de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen waarvoor ook aan te houden risicoafstanden gelden. Bepaald dient te worden of eventueel aanwezige risicovolle inrichtingen belemmeringen kunnen vormen voor de planrealisatie.
4.2
Wettelijk kader Voor risicovolle activiteiten en/of risicovolle installaties bij inrichtingen worden ten aanzien van het milieuhygiënische aspect externe veiligheid regels gesteld in het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt aangesloten op de van toepassing zijnde publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). Daarnaast is een aantal rechtstreeks geldende besluiten van belang waarin te respecteren veiligheidsafstanden en/of risicocontouren zijn opgenomen. Hierbij kan gedacht worden aan het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo 2015), het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en het Vuurwerkbesluit. Voor zover het Bevi, Brzo 2015 en de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik niet van toepassing is, vallen activiteiten met gevaarlijke stoffen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Indien de drempelwaarden uit bijlage 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet wordt overschreden, vallen activiteiten met de opslag van ontplofbare stoffen zoals genoemd in het Vuurwerkbesluit eveneens onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. In specifieke gevallen kunnen aanvullende voorschriften zijn opgenomen in een individuele milieuvergunning.
De effecten met betrekking tot externe veiligheid worden uitgedrukt in te respecteren veiligheidsafstanden, plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
4.3
Inventarisatie relevante inrichtingen Met behulp van de risicokaart is bepaald of het plangebied binnen de plaatsgebonden risicocontouren, dan wel invloedsgebieden van omliggende risicovolle inrichtingen is gelegen. In de uitsnede in navolgende figuur is de ligging van relevante inrichtingen in de directe omgeving van het plangebied weergegeven.
11
www.adviesburowindmill.com www.milieucoordinator.nl www.milieuadvies.nl www.milieuadviesbureau.nl
POU001-0001-EV-v1 / 16 april 2018
Figuur 4.1: Ligging inrichtingen ten opzichte van het plangebied
-6
Uit figuur 4.1 blijkt dat er geen PR 10 risicocontouren tot het plangebied reiken. Ook reiken geen invloedsgebieden van risicovolle inrichtingen in de omgeving van het plangebied tot over het plangebied. Het aspect risicovolle inrichtingen vormt derhalve geen belemmering voor de planontwikkeling.
12
www.adviesburowindmill.com www.milieucoordinator.nl www.milieuadvies.nl www.milieuadviesbureau.nl
POU001-0001-EV-v1 / 16 april 2018
5
Conclusie In opdracht van Pouderoyen is door Windmill Milieu en Management een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van een planontwikkeling aan de Stationsstraat te Hardinxveld-Giessendam. Het plan omvat de realisatie van zorgwoningen. Transport over het water Op circa 950 meter van het plangebied is de Beneden Merwede gelegen. Over dit water vindt transport van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer plaats. Op grond van de stoffen die over het water getransporteerd worden, ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van dit water (toxisch scenario). De risico’s als gevolg van de transporten met gevaarlijke stoffen over water dienen meegenomen te worden in een beperkte verantwoording van de hoogte van het groepsrisico. Transport over de weg Op circa 800 meter van het plangebied is de rijksweg A15 gelegen. Over deze weg vindt transport van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer plaats. De A15 is opgenomen in het Basisnet. Op grond van de ruimtelijke scheiding is het plangebied niet gelegen -6 binnen een PR 10 contour of plasbrandaandachtsgebied. Op grond van de stoffen die over deze A15 getransporteerd worden, ligt het plangebied wel binnen het invloedsgebied van deze weg.
De risico’s als gevolg van de transporten met gevaarlijke stoffen over de weg (toxisch scenario) dienen meegenomen te worden in een beperkte verantwoording van de hoogte van het groepsrisico. Transport over het spoor Op circa 800 meter is de spoorlijn Kijfhoed – Betuweroute Meteren gelegen. Gezien de -6 ruimtelijke scheiding is het plangebied niet gelegen binnen een PR 10 -risicocontour of een plasbrandaandachtsgebied van het nabijgelegen spoor waarover structureel gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Op grond van de stoffen die over deze spoorlijn worden vervoerd, ligt het plangebied wel binnen het invloedsgebied van deze spoorlijn. De risico’s als gevolg van transporten met gevaarlijke stoffen (toxisch scenario) dienen meegenomen te worden in een verantwoording van de hoogte van het groepsrisico. Buisleidingen Het plangebied ligt binnen de 1%-letaliteitsafstand van een buisleiding. De hoogte van het groepsrisico als gevolg van deze buisleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen dient kwantitatief inzichtelijk gemaakt te worden middels een Carola-berekening. De risico’s als gevolg van transporten van gevaarlijke stoffen door buisleidingen dienen meegenomen te worden in een verantwoordingsplicht.
13
www.adviesburowindmill.com www.milieucoordinator.nl www.milieuadvies.nl www.milieuadviesbureau.nl
POU001-0001-EV-v1 / 16 april 2018
Inrichtingen -6 Het plangebied bevindt zich niet binnen een PR 10 -risicocontour of invloedsgebied van een nabijgelegen risicovolle inrichting. De risico’s als gevolg van de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen vormen geen aandachtspunt uit het oogpunt van externe veiligheid voor de planontwikkeling.
WINDMILL MILIEU I MANAGEMENT I ADVIES
ing. P.E.M. Coenen-Stalman
14
www.adviesburowindmill.com www.milieucoordinator.nl www.milieuadvies.nl www.milieuadviesbureau.nl