CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Speelruimteplan Hardinxveld-Giessendam.pdf

Gemeenteraad (De Ontmoeting) GHG 18 september 2025, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 4: Speelruimteplan7.623 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samen naar buiten om te spelen, bewegen en ontmoeten Speelruimteplan Hardinxveld-Giessendam juni 2025

Dit speelbeleid is in opdracht van de Gemeente Hardinxveld-Giessendam opgesteld door Speelplan BV (Almere). Giancarlo Barbato, Ferdi Tillema, Nivari van der Voorde

2 juni 2025

Inhoudsopgave Inleiding

04

Bijlage 1: Samenvatting veldonderzoek

20

Visie en beleid

06

Bijlage 2: Speelbuurtmodel

22

Bijlage 3: De inclusiviteitspiramide

25

Bijlage 4: Inrichtingskaders

28

Bijlage 5: Begrippenlijst

31

Ambitie 1. Divers en uitdagend speelruimte in de buurt Ambitie 2. Beweegvriendelijke openbare ruimte voor jong en oud Ambitie 3. Speelruimte voor mens en milieu Ambitie 4. Toegankelijke speelplekken voor iedereen Ambitie 5. Samen werken aan de speelruimte

Het financiële kader

15

Onderzoeksrapport

extern

Gemeentelijke beleidskaders en landelijke ontwikkeling

17

Participatierapport

extern

Speelruimtekaarten

extern

3

Inleiding – waarom nieuw speelbeleid? Aanleiding Dit is het Beleidsplan Spelen en Bewegen in de openbare ruimte (in het vervolg speelruimteplan) van de gemeente Hardinxveld-Giessendam voor de periode 2025-2035. Aanleiding voor het opstellen van dit plan zijn de volgende ontwikkelingen: •

Looptijd huidig speelruimteplan: Het huidige speelruimteplan is uit 2012 en is daarmee aan herziening toe.

•

Inpasbaarheid in de Omgevingsvisie: Het nieuwe speelruimteplan wordt opgesteld zodat het kan worden opgenomen in de nog te ontwikkelen Omgevingsvisie van de gemeente.

•

Nieuwe doelstellingen speelruimteplan: In de startnotie naar de gemeenteraad (mei 2024) zijn vijf doelstellingen voor het nieuwe speelruimteplan opgesteld: o o o o

o

Uitvoeren van een update van statistische gegevens; Verbreden van doelgroep speelruimteplan; Sociale kant meer benutten in herziene speelruimteplan; Onderzoeken of we kinderen en jongeren met een beperking actief kunnen betrekken bij de herinrichting van speelplekken; Inzetten op doorzetten van werkwijze en doelen speelruimteplan.

Doel en scope Dit speelruimteplan vormt de komende 10 jaar het kader voor de invulling van de openbare speel- en sportruimte in Hardinxveld-Giessendam. In dit plan staan kansen en ambities benoemd voor de toekomstige (her)inrichting en uitvoering. Binnen dit beleidsstuk vallen alle gemeentelijk beheerde openbare speel- en sportplekken. Daarnaast wordt rekening gehouden met de bespeelbaarheid van de gehele openbare ruimte, zoals stoepen, plantsoenen, parken en pleinen. Niet-openbare voorzieningen (zoals de meeste schoolpleinen en sportverenigingen) vallen buiten dit beleid.

Opzet en werkwijze In opdracht van de gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft bureau Speelplan in het najaar van 2024 en het voorjaar van 2025 onderzoek uitgevoerd naar de huidige openbare (speel)ruimte. De resultaten zijn meegenomen in de opstelling van dit speelruimteplan. In bijlage 1 staat een samenvatting van het inventariserend veldonderzoek. De volledige resultaten zijn als externe bijlage in een onderzoeksrapport en een participatierapport. Het onderzoek heeft bestaan uit: •

Inventariserend veldonderzoek: Alle openbare speel- en sportplekken zijn bezocht en per buurt in kaart gebracht.

•

Wijkwandelingen: Samen met kinderen van vier basisscholen zijn lokale speelplekken bezocht en beoordeeld.

•

Jongerenoverleg: In samenwerking met jongerenwerk (R-net) zijn jongeren van 10-18 jaar bevraagd.

•

Ouderensessies: Ouderen hebben in 2024 actief meegedacht over de inrichting van de openbare ruimte. 4

•

Online enquête: Een gemeente brede vragenlijst heeft input opgeleverd over speel-, sport- en ontmoetingsvoorzieningen.

•

Ketenpartnersessies, bewonersavonden en klankbordgroepen: Beleidsafstemming heeft plaatsgevonden met professionals, verenigingen, onderwijsinstellingen, welzijnswerkers en inwoners.

Huidig aanbod De gemeente Hardinxveld-Giessendam telt 60 formele, openbare speelplekken met speel- en sporttoestellen, verspreid over de vier wijken: De Peulen, Giessendam, Neder-Hardinxveld en Boven-Hardinxveld. De speelplekken zijn tijdens het onderzoek onderverdeeld in de volgende categorieën: •

29 kleine speelplekken: Basisvoorzieningen voor de directe omgeving, gericht op kinderen tot ongeveer 6 à 8 jaar.

•

10 buurtspeelplekken: Centrale, ruimere plekken die uitdaging bieden voor kinderen ouder dan 8 jaar en ruimte bieden voor ontmoeting.

•

3 speelhoekjes: Kleinschalige plekken met beperkte speelvoorzieningen zoals een duikelrek of veerwip.

ruimte beschikbaar, waardoor formele speelvoorzieningen hier extra belangrijk zijn.

Leestips Met dit speelruimteplan wil de gemeente de openbare speel- en sportruimte verbeteren. Het plan bestaat uit vijf ambities. Elke ambitie heeft een aantal thema’s. Eerst worden de thema’s toegelicht. Daarna lees je welke acties de gemeente wil uitvoeren om de ambities te bereiken. In het speelruimteplan maken gebruiken we verschillende begrippen. Deze woorden zijn blauw. •

Lees je dit plan op een computer? Dan kun je met je muis op het blauwe woord gaan staan. Je ziet dan wat het woord betekent.

•

Klik je op het blauwe woord? Dan ga je naar bijlage 5: begrippenlijst. Daar staan alle moeilijke woorden met uitleg bij elkaar.

De acties die worden voorgesteld binnen de ambities sluiten aan op de resultaten uit het participatietraject. Een deel van deze acties is volledig uitvoerbaar binnen het huidige vervangingsbudget (anno 2025) en is aangegeven met dit teken:

•

17 sportplekken: Locaties ingericht voor sportactiviteiten zoals voetbal, basketbal, skaten, tafeltennis of calisthenics. Daarnaast zijn er sportelementen op 12 reguliere speelplekken aanwezig.

Andere voorgestelde acties zijn een wens en zijn op dit moment niet, of slechts deels, uitvoerbaar binnen het huidige vervangingsbudget. Hiervoor is aanvullend budget nodig. Deze ingrepen worden aangeduid met een euroteken:

•

1 wijkspeeltuin: Natuurspeeltuin ’t Weitje vormt een centrale en belangrijke voorziening voor het dorp.

De budgetten worden verder toegelicht in het hoofdstuk ‘Het financiële kader’.

•

Vrije speelruimte: In de meeste buurten is voldoende ruimte voor vrij spel, met name in de vorm van bespeelbaar groen, verkeersluwe straten en brede stoepen. In het centrumgebied is minder vrije 5

Visie op speelruimte In gemeente Hardinxveld-Giessendam willen we goed ingerichte speel- en sportplekken. Deze plekken bevorderen de fysieke gezondheid van inwoners door beweeggedrag uit te lokken. Daarnaast ondersteunen ze het mentale welzijn door ontmoetingen en sociale interacties te faciliteren.

Visie & ambities 2025 - 2035

Uitdagende speel- en sportplekken helpen kinderen hun motorische vaardigheden te ontwikkelen door hen te stimuleren om te klimmen, rennen en balanceren. Ze bevorderen ook de sociale ontwikkeling door kinderen samen te laten spelen en samenwerken. Inclusiviteit is een kernwaarde. We zorgen ervoor dat speel- en sportplekken toegankelijk zijn voor mensen van alle leeftijden en fysieke mogelijkheden. Iedereen moet zich welkom voelen. Klimaatbestendigheid is cruciaal. Onze speel- en sportplekken worden zo ontworpen dat ze bestand zijn tegen extreme weersomstandigheden, zoals hevige regenval en hittegolven. Dit draagt bij aan een duurzame en veerkrachtige leefomgeving. Participatie met inwoners is essentieel. We betrekken de inwoners en partners actief bij de inrichting van speel- en sportplekken. Zo zorgen we ervoor dat de ruimtes aansluiten bij de wensen en behoeften van de inwoners, waardoor het gebruik ook toeneemt. Met de volgende vijf ambities maken we dit mogelijk: 1. 2. 3. 4. 5.

Divers en uitdagend speelruimte in de buurt Beweegvriendelijke openbare ruimte voor jong en oud Speelruimte voor mens en milieu Toegankelijke speelplekken voor iedereen Samen werken aan de speelruimte 6

Ambitie 1 – Divers en uitdagend speelaanbod in de buurt We zetten in op een uitdagende en diverse speelplekken, waarbij er een goede mix is van wijk-, buurt- en kleine speelplekken. De verschillende speelplekken zijn goed verspreid over de buurt en liggen op een veilig bereikbare plekken, zodat elk kind dicht bij huis kan spelen. De speelplekken zijn ingericht met een combinatie van speeltoestellen en natuurlijk spelen, waarin we ook rekening houden met verschillende leeftijdsgroepen.

o

o

liggen kan er gekozen worden voor een inrichting zonder speeltoestellen. Het speelbuurtmodel wordt ook toegepast voor nieuwbouwprojecten. Aanbod per speelbuurt: Elke (speel)buurt heeft minstens één buurtplek die meerdere doelgroepen (in ieder geval tot 12 jaar) uitdaagt op te spelen, sporten en ontmoeten. In buurten waar dit vanwege ruimte niet mogelijk is, wordt naar een oplossing gezocht. De speelbuurt wordt aanvullend ingericht met kleine speelplekken. In bijlage 4. Uitvoeringskaders staan alle richtlijnen per type locatie. Elke wijk krijgt een wijkplek: Voor oudere kinderen, jongeren en volwassenen willen we vier wijkplekken creëren. Op deze locaties kunnen verschillende doelgroepen spelen, sporten en elkaar ontmoeten.

1.1 Een betere spreiding: Alle Speelbuurten zijn voorzien van speelruimte passend bij dat gebied. We kijken naar wat er nodig is in de buurt om goed spelen, bewegen en ontmoeten mogelijk te maken. We vinden het belangrijk dat kinderen (tot 9 jaar) binnen 5 minuten lopen op een speelplek kunnen zijn. Voor de kinderen in de middenen bovenbouwleeftijd van de basisschool (9-12 jaar) hanteren we vijf minuten fietsen. Kinderen (12+), jongeren en volwassenen zijn niet meer gebonden aan een speelbuurt. Voor deze doelgroep creëren we grote centrale plekken in de wijk. Welke acties dragen daaraan bij: o

We passen het speelbuurtmodel toe: Iedere wijk verdelen we in speelbuurten. Per speelbuurt beoordelen we of er voldoende speelaanbod aanwezig is en of het divers genoeg is. De richtlijnen hiervoor staan in bijlage 2. Speelbuurtmodel. Waar er niet voldoende speelruimte is zoeken we naar oplossing, bijvoorbeeld locaties voor nieuwe speelplekken. Wanneer er veel speelplekken dicht bij elkaar

1.2 Meer afwisseling en uitdaging: We zetten in op een diverse inrichting voor jong en oud met een combinatie van speeltoestellen, natuurlijk spel en ruimte voor ravotten. We zorgen voor variatie in toestellen en speelaanleidingen, uitdaging passend bij de leeftijdsdoelgroep en mogelijkheden tot vrij spel naast de toestelinvulling. Welke acties dragen daaraan bij: o Meer groen op speelplekken: We gaan speelplekken bij herinrichting groener inrichten. We kiezen hierbij vooral voor natuurlijke, goed beheersbare, (val)ondergronden. Daarnaast kunnen we kiezen voor inrichten van locaties met groene speelaanleidingen (bosjes, heuvels), in plaats van speeltoestellen.

7

o

Meer ruimte voor ravotten: Door middel van een pilot onderzoeken we de mogelijkheid om huttenbouw op buurtniveau aan te kunnen bieden. Hiervoor stelt de gemeente wel een aantal voorwaarden, zoals dat er enkel natuurlijke materialen gebruikt mogen worden en dat er vooraf afspraken worden gemaakt over het faciliteren, het beheer en het opruimen. Door middel van een bewonersinitiatief kunnen inwoners een pilot aanvragen.

o

Speelplekken zien er aantrekkelijk uit: de speelplekken zijn aantrekkelijk door in te zetten op goed beheer en onderhoud. Aantrekkelijke locaties lokken goed gedrag uit. De omgeving wordt bijvoorbeeld ingericht met bankjes en prullenbakken.

1.3 Veilige locaties: We zorgen voor goed bereikbare speelplekken die sociaal en fysiek veilig zijn. We kijken verder dan alleen de inrichting van een speelplek. Waar mogelijk zorgen we dat kinderen veilig naar een speelplek toe kunnen komen en zorgen we dat er goed toezicht op speelplekken mogelijk is. We richten ons hierbij op het ZETA-principe (zichtbaarheid, eenduidigheid, toegankelijkheid en aantrekkelijkheid). Welke acties dragen daaraan bij: o We zorgen voor speelplekken die goed zichtbaar zijn: Dat doen we door rekening te houden met lange zichtlijnen en toezicht van woningen, kantoren en scholen. o We zorgen voor eenduidigheid op speelplekken: Elke speelplek is herkenbaar, bevat goede oriëntatiemogelijkheden en er is een duidelijke zonering. Gewenste gedragsregels kun je zichtbaar maken via kleuren, vormen, borden, pijlen, hek en hoogteverschillen. o We zorgen voor toegankelijke speelplekken: Bij het (her)inrichten van speelplekken houden we rekening met logische ingangen, passende hekwerken en brede paden, zodat de locatie ook toegankelijk is voor inwoners met mobiel hulpmiddel of mobiele beperking.

8

Ambitie 2 – Sportieve ontmoetingsruimte voor jong en oud De gemeente gaat zich inzetten voor een openbare ruimte waar jong en oud wordt uitgedaagd om in beweging te komen. Dat gaan we doen door het sportaanbod gevarieerder te maken en aan te passen op verschillende leeftijdsdoelgroepen. De sport- en speelplekken zijn ook uitermate geschikt als ontmoetingsplek voor bewoners. Dit faciliteren we door in te zetten op goede verblijfswaarde.

2.1 Groter en gevarieerde sportaanbod: We bieden per speelbuurt en per wijk verschillende sportmogelijkheden aan, waarbij we rekening houden met alle leeftijdsgroepen. We gaan altijd in overleg met verschillende doelgroepen en luisteren naar initiatieven van inwoners. Waar mogelijk creëren we doormiddel van co-creatie. Zo blijft het aanbod actueel.

o

9-12 jaar: Gevarieerd sportaanbod met Urban Sports en balsporten.

o

12+ jaar: Sport- en ontmoetingsplekken op centrale locaties, met voorzieningen die overlast beperken en jongeren aantrekken.

o

Volwassenen: Vrije sportvormen zoals bootcamp, buitenfitness en sportroutes in de openbare ruimte.

o

Senioren: Sportvormen met een sociale component, zoals jeu de boules en beweegroutes. Samenwerking met lokale organisaties voor passend gebruik.

o

Opstellen uitvoeringsprogramma: Na vaststelling van het beleid wordt een uitvoeringsprogramma voor de speel- en sportruimte opgesteld. In het programma worden locaties gekoppeld aan doelgroepen en functies (spelen, sporten, ontmoeten).

2.2 Verbeteren verblijfswaarde: We zetten in op een goede verblijfwaarde. Aansluitend zetten we in op een passend activiteitenaanbod. Naast een versterking van het beweegaanbod kunnen de faciliteiten op de huidige speel- en sportvoorzieningen versterkt worden, voor een aantrekkelijker en langer verblijf. Welke acties dragen daaraan bij: o

van speel, sport- en beweegplekken zodat in de frisse lucht gespeeld kan worden. Op deze plekken brengen we signalering toe

Welke acties dragen daaraan bij: o

Algemeen: Kwalitatieve wandel-, fiets- en hardlooproutes met zitgelegenheid onderweg. We onderzoeken de behoefte naar trimbanen, een MTB-parcours en fietscrossbaan.

o

0-9 jaar: Focus op ravotten en vrij spel met natuurlijke speelelementen zoals speelheuvels, modder, boomstammen en plassen.

Rookvrij spelen en bewegen: We zetten in op het rookvrij maken

in de vorm van een bord of tegel. In het streven de openbare ruimte rookvrij te maken, volgen we campagnes van lokale gezondheidsorganisaties. o

Passend activiteitenaanbod: We hebben de intentie om samen te werken met lokale partners en de verenigingen zorg voor een passend activiteitenaanbod voor jong en oud. 9

o

Open sportclubs: We verkennen hoe sportparken (met sportverenigingen) actiever gebruik kunnen maken van openbare voorzieningen én hoe sportparken breder openbaar ingezet kunnen worden buiten het sportseizoen en verenigingsverband. Daarbij onderzoeken we de haalbaarheid en maken we afspraken over gebruik en beheer.

o

Voorzieningen: We zorgen voor voorzieningen als prullenbakken en zitmogelijkheden. Eventueel kan er een jongeren ontmoetingsplek geplaatst worden. Bij grote (sport)locaties met veel doorloop verkennen we de mogelijkheden tot het toevoegen van watertappunten.

10

Ambitie 3 – Groene, duurzame en klimaatbestendige openbare speel- en sportruimte Duurzaamheid en circulariteit zijn belangrijke thema’s binnen de gemeente Hardinxveld-Giessendam. De herinrichting van de openbare speel-, sport- en ontmoetingsruimte moet daarom rekening houden met diverse gemeentelijke vereisten en ambities op dit gebied.

o

3.2 Groen voor schaduw en tegen hittestress: We zetten in op het vergroten van de schaduwbedekking op de speel- en sportlocaties om hittestress in de zomer tegen te gaan. Welke acties dragen daaraan bij: o

3.1 Groenere speellocaties: We streven naar natuurlijk ingerichte speelplekken met duurzame valondergronden en speelelementen. We zorgen voor een balans tussen groeninvulling en onderhoud op de speelplekken, zodat de speelplekken bespeelbaar blijven. o Welke acties dragen daaraan bij: o

o

Beheer is leidend: De natuurlijke inrichting op speelplekken gaat altijd in overleg met beheer. Wanneer de nieuwe inrichting te veel druk legt op het beheer, onderhoud of gebruik van een speelplek kiezen we voor een oplossing die beter past bij de locatie.

Bomenplant stimuleren: Bij herinrichtingen en nieuwbouwontwikkelingen zetten we in op het faciliteren van ruimte voor bomen. Hoewel bomen bij de aanplant nog niet de volwaardige grootte hebben bereikt, geven we bij realisatieprojecten volop ruimte aan de levensvatbaarheid van de te plaatsen bomen. Op deze wijze is er zowel zon als schaduw mogelijk op een speelplek. We houden hierin ook de ontwikkeling van het nieuwe Bomenbeleidsplan in de gaten. Pergola’s: Op locaties waar bomen geen oplossing zijn voor meer schaduw verkennen we de mogelijkheid om schaduw te krijgen van pergola’s.

Geen rubbertegels: Bij het (her)inrichten van speelplekken gebruiken we geen rubbertegels meer. Natuurlijke valondergronden (zoals gras of houtsnippers) worden de norm. Op een aantal locaties maken we een uitzondering zodat andere ambities (zoals toegankelijkheid) nagestreefd kunnen worden. In dat geval kiezen we voor kunstgras en maken we zoveel mogelijk een combinatie met natuurlijke ondergronden. Variatie in het natuurlijke aanbod: We bieden een diversiteit aan speelelementen. Naast spel met bomen, struiken en natuurlijke verhogingen, creëren we ook ruimte waar spelen met water waar mogelijk. Dit doen we op speelplekken langs het water, waar al een voorover aanwezig is. 11

3.3 Circulair gebruik van speelvoorzieningen: Speetoestellen en valondergronden worden zoveel mogelijk circulair verwerkt. Zodra (componenten van) toestellen en valondergronden nog in orde zijn, proberen we deze her te gebruiken om zo de afvoer van speelvoorzieningen te verminderen. Welke acties dragen daaraan bij: o

Hergebruik: We kijken aan het einde van de levenscyclus van een toestel, ondergrond en de speelplek altijd of de vrijgekomen materialen voor hergebruik in aanmerking komen. Alle toestellen (staal, rvs of hout) en valondergronden (natuurlijk en niet-natuurlijk) worden bij herinrichting beoordeeld op levensduur. Bij het vormgeven van het uitvoeringsplan wordt er genoteerd welke toestellen, toestel onderdelen of ondergronden hergebruikt kunnen worden.

12

Ambitie 4 – Inclusieve openbare speelruimte In navolging van het VN-verdrag Handicap uit 2016 streven wij naar een inclusieve openbare ruimte. Onze speelvoorzieningen zijn bij uitstek geschikt om onze inclusieambities goed vorm te geven. Binnen de kaders van het speelruimtebeleid gaan wij aan de slag met het inrichten van de speel- en sportvoorzieningen, maar we houden de gemeentelijke ontwikkeling rond de ontwikkeling van de lokale inclusieagenda (LIA) in de gaten.

4.2 Betrekken van partijen: We werken samen met ervaringsdeskundigen en lokale initiatieven om speel-, sport- en ontmoetingsplekken beter af te stemmen op de wensen en mogelijkheden van álle gebruikers. Welke acties dragen daaraan bij: o Ervaringsdeskundigen binnen de gemeente: Bij (her)inrichting van een speelplek worden inwoners betrokken. Toegankelijkheid en inclusie zijn thema’s die altijd besproken worden tijdens het participatietraject met inwoners.

4.1. Toegankelijkheid en inclusie verbeteren: We maken openbare ruimte toegankelijk en uitnodigend voor iedereen, ongeacht leeftijd of beperking. Bij (her)inrichting wordt altijd gekeken naar de toegankelijkheid van de speelplek. Daarnaast streven we in elke wijk naar ten minste één inclusieve speelplek. Dit is waar mogelijk één van de grotere speelplekken in de wijk. Welke acties dragen daaraan bij: o Algemene toegankelijkheid: We maken speelplekken, parken, en paden toegankelijk voor iedereen. Toegankelijkheid wordt de standaard, met aandacht voor bereikbaarheid en samenspel. We verlagen fysieke drempels en zorgen voor gevarieerde voorzieningen die ontmoeting en meedoen mogelijk maken. o Elke wijk minstens één volledig inclusieve speelplek: We zetten in op het inrichten van minstens één inclusieve speelplek per wijk. Hier passen we de inclusiviteitspiramide toe die gebaseerd is op de 100-70-50 richtlijn van het SamenSpeelNetwerk.

13

Ambitie 5 – Samen werken aan de speelruimte Om een openbare speel- sport- en ontmoetingsruimte te creëren die past bij alle inwoners van de gemeente Hardinxveld-Giessendam, is actieve participatie met bewoners en een goede samenwerking met interne en externe partners, onmisbaar.

5.1 Stem van de gebruiker telt mee: Bij het inrichten van speel- en sportplekken betrekken we de gebruikers waarvoor de ruimte bedoeld is. Hun stem is richtinggevend, zolang deze past binnen wettelijke en organisatorische kaders. We luisteren naar hun wensen en geven waar mogelijk ruimte voor (gedeeld) eigenaarschap. Dit doen we zodat de openbare ruimte aansluit bij de behoeften van de inwoners. Welke acties dragen daaraan bij: o Betrekken van bewoners: Bij het inrichten van kleine speel- en sportplekken worden de direct omwonende gebruikers betrokken. Bij grotere buurtplekken wijk of zelfs gemeente brede participatie toe, waar ook niet-direct omwonenden aan kunnen deelnemen. Ook bij deze participatievorm zijn de kaders helder vormgegeven en gecommuniceerd.

5.2 Integrale aanpak met relevante partijen en bewoners: We werken samen met lokale partners, activiteitenaanbieders en de scholen. We betrekken deze organisaties bij de inrichting van de openbare speel- en sportruimte om zo bij te dragen aan een passende invulling en de afstemming van het aangeboden activiteitenaanbod. Ook betrekken we hen bij de totstandkoming van de wijkspeelplannen waarin we functie en doelgroep van speelplekken voor de langere termijn bepalen. Welke acties dragen daaraan bij: o Periodieke integrale afstemming: Een samenwerking tussen verschillende gemeentelijke domeinen en externe partners biedt veel extra kansen. Door gebruik te maken van elkaars netwerk, budgetten, kennis en faciliteiten, ontstaan meer mogelijkheden op bijvoorbeeld het gebied van inclusiviteit en klimaat. Vanuit domein spelen wordt er elk jaar minimaal één overleg geinitieerd om de uitvoeringsplannen voor het jaar door te spreken en input op te halen van de partners.

14

Huidige budgetten

Het financiële kader

Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee budgetten voor de openbare speelen sportplekken: • Het vervangingsbudget is om speel- en sportplekken (her)interichten. Dit budget wordt niet alleen gebruikt om nieuwe toestellen en (valdempende)ondergronden te kopen. Ook het plaatsen van de neiuwe toestellen, het verwijderen en afvoeren van oude speeltoestellen en het komen tot een goed ontwerp (met bijvoorbeeld participatie) wordt betaald uit dit budget. Het huidige vervangingsbudget is €90.000,- per jaar. • Het onderhoudsbudget is om de speelplekken aantrekkelijk en veilig te houden gedurende de volledige levensduur. Er worden kleine reparaties uitgevoerd, maar ook grotere onderdelen van speeltoestellen vervangen. Daarnaast worden er veiligheidsinspecties uitgevoerd van onderhoudsbudget. Het huidige onderhoudsbudget is €45.000,- per jaar. Dit budget volstaat om de speelruimte aantrekkelijk en veilig te houden. Hierom wordt in dit hoofdstuk niet verder ingegaan op het onderhoudsbudget.

De uitvoering van dit speelruimteplan is deels afhankelijk van het budget dat beschikbaar wordt gesteld voor de openbare speel- en sportplekken. In dit hoofdstuk wordt het financiële kader toegelicht en wordt het beschikbare budget vergeleken met de benodigde budgetten.

15

Benodigd vervangingsbudget Het vorige speelruimteplan komt uit 2011. In de begroting is een krediet opgenomen van € 90.000 per jaar (het huidige vervangingsbudget). In dit krediet is uitgegaan van een afschrijvingstermijn van 15 jaar. Met het nieuwe speelruimteplan is het wenselijk dat we naar een nieuw vervangingsbudget gaan. Aanvullend hierop is het mogelijk om de openbare speel- en sportruimte echt te verbeteren doormiddel van impulsbudgetten. De impulsbudgetten zijn onderverdeeld in 5 categoriën: uitdaging, sport en ontmoeting, klimaatbestendig en routes. Deze categoriën corresponderen met ambitie 1 tot en met 4 uit dit nieuwe speelruimteplan. De impulsenbudgetten worden gekoppeld aan speel- en sportplekken waar een ingreep gewenst is. Van de impulsbudgetten kan bijvoorbeeld een inclusief speeltoestel worden aangeschaft of een groter uitdagend speeltoestel in een wijk waar dit ontbreekt. Door deze ingrepen wordt het ook mogelijk om acties met een icoon uit te voeren. Hier onder een overzicht van het huidige budget (vorige speelruimteplan), het gewenste budget (nieuw speelruimteplan) en het gewenste totaalbudget inclusief de impulsen.

Overzicht vervangingsbudget vorig speelruimteplan en huidig gewenst budget Variant budget per jaar Afschrijvingstermijn Totaal Vorige speelruimteplan jaarlijks begroot € 90.000 15 € 1.350.000 Nieuw speelruimteplan jaarlijks begroot € 119.333 15 € 1.790.000 Verschil vorig en nieuw speelruimteplan € -29.333 15 € -440.000 Nieuw speelruimteplan totaalbudget incusief impulsbudget € 161.700 15 € 2.425.500 Verschil vorig en nieuw speelruimteplan inclusief impulsenbudget € -71.700 15 € -1.075.500 16

In verschillende gemeentelijke beleidsstukken is gezocht naar raakvlakken met de openbare speel- en sportruimte en overlappende ambities. De volgende beleidsstukken zijn meegenomen: o o o o o o

Handboek Openbare Ruimte (HIOR) 2024 Groenbeleidsplan 2022 - 2023 Herijking Sportakkoord 2023 Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) 2024 -2026 Participatie blijven we leren 2021 Veiligheid door Verbinding: Integraal Veiligheidsplan 2023 - 2026

De landelijke vereisten waar de gemeente aan moet voldoen:

Gemeentelijke beleidskaders en landelijke ontwikkelingen Speelbeleid staat niet op zichzelf, maar wordt ontwikkeld in samenhang met ander gemeentelijk beleid en landelijke ontwikkelingen. Verschillende beleidsterreinen hebben doelstellingen die raakvlak vlakken hebben met de ambities dit speelruimteplan. Deze doelen vormen, samen met de uitkomsten uit het onderzoek, de basis voor de ambities uit dit speelbeleidsplan. Naast gemeentelijke doelen, zijn er ook landelijk vastgelegde vereisten waar de gemeente aan moet voldoen.

o o o

Verdrag voor De Rechten van het Kind Het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen (WAS) VN Verdrag Handicap

Handboek Openbare Ruimte (HIOR) 2024 Speelplaatsen bij nieuwbouw: In de HIOR staat beschreven dat de ontwikkelaar zorgt voor het aanleggen van speelplekken. Het ontwerp moet voldoen aan de eisen van het speelruimteplan en moet worden goedgekeurd door de gemeente. Uitgangspunten voor een ontwerp: In de HIOR staan nog 20 andere uitgangspunten voor een ontwerp. Dit zijn beheersmatige uitgangspunten zoals: • • •

Het niet plaatsen van toestellen onder kroonprojectie van bomen; Geen of afsluitbare kolken op speelplaatsen; Straatmeubilair van speelplekken en speeltoestellen dienen duurzaam, onderhoudsarm en vandalismebestendig te zijn.

Bij het ontwerpen van speelplekken is het belangrijk dat alle punten uit de HIOR worden meegenomen in het ontwerp. 17

Groenbeleidsplan 2022 – 2023 Groen behouden en versterken: Groen en blauw staan in HardinxveldGiessendam voor een duurzaam netwerk van natuur en water dat ecologische verbindingen, biodiversiteit, klimaatadaptatie en ruimtelijke samenhang versterkt tussen wijken, buitengebied en buurgemeenten. Dit moet behouden, beschermt en versterkt worden. Groenvisie: De groenvisie biedt ruimte voor een gezonde, leefbare, aantrekkelijke en daarmee ook toekomstbestendige woon- en werkomgeving. De Groenvisie gaat uit van koesteren en verbeteren van het huidige en het nieuwe groen. Daarbij werkt de gemeente hierbij samen met inwoners door bijvoorbeeld het faciliteren van bewonersinitiatieven en participatie.

Herijking Sportakkoord 2023 Inclusie: Inclusie en diversiteit in sport betekenen dat iedereen in Hardinxveld-Giessendam gelijke kansen krijgt om laagdrempelig te kunnen sporten en bewegen, met extra aandacht voor ouderen. Openbare sportplekken: Het is belangrijk dat sport in de openbare ruimte laagdrempelig en voor iedereen toegankelijk is. Sport draagt bij aan gezondheid en bevordert ontmoeting. Door in te zetten op veilige, aantrekkelijke en duurzame buitenruimtes wordt sporten dichter bij huis mogelijk en stimuleert het een actieve leefstijl.

Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) 2024 2026 Beweging stimuleren: De gemeente Hardinxveld-Giessendam zet zich actief in voor gezondheid, leefbaarheid en cultuur. Sport en bewegen zijn belangrijke speerpunten, met extra aandacht voor ouderen die vaker kampen met overgewicht en valrisico’s. Ook zet ze in op het gezond opgroeien van jongeren. Het doel is om inwoners te bereiken met het sport- en beweegaanbod, en sporten en bewegen een onderdeel uit te laten maken van ieders leven.

Participatie blijven we leren 2021 Samen werken aan plannen: De gemeente Hardinxveld-Giessendam ziet participatie als een gezamenlijk gesprek tussen overheid en inwoners. Het doel is om samen tot betere besluiten en uitvoerbare plannen te komen, zonder te verwachten dat iedereen het altijd eens is. Participatie moet flexibel en oplossingsgericht zijn: als iets niet kan, wordt dat open gecommuniceerd. De gemeente wil in de komende jaren participatie versterken, onder andere door nieuwe (ook digitale) vormen in te zetten en eigen initiatief van inwoners actief te stimuleren. Zo wil men de samenwerking verbeteren en de kloof tussen overheid en inwoners verkleinen.

Veiligheid door Verbinding: Integraal Veiligheidsplan 2023 – 2026 Leefbaarheid in de wijken: De gemeente zet in op het continueren van een goede leefbaarheid in de wijken. Het gaat bij leefbaarheid om alles wat mensen van waarde vinden: leefomgeving, (mentale)gezondheid, sociale cohesie, gevoel van veiligheid op straat, zelfontplooiing etc. Goede speel- en sportplekken in de openbare ruimte dragen bij aan een goede leefbaarheid.

18

Verdrag voor de Rechten van het Kind Er bestaat geen wettelijke verplichting voor gemeentes om speelplekken aan te leggen. Buitenspelen zelf is echter wel een recht. Kinderen hebben, net als volwassenen, behoefte aan en recht op mogelijkheden om te ontspannen en te recreëren. Dit recht is vastgelegd in artikel 31 van het Internationale Verdrag voor De Rechten van het Kind, dat in 1995 door de Nederlandse overheid is geratificeerd.

Het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen (WAS) Voor de inrichting van de formele speelplekken is wel specifieke wetgeving vastgesteld in de vorm van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS). Deze richt zich specifiek op de veiligheid van de locaties en de toestellen.

VN Verdrag Handicap Het VN Verdrag Handicap bevordert, beschermt en waarborgt de mensenrechten van mensen met een beperking, met nadruk op toegankelijkheid, persoonlijke autonomie en volledige participatie. Het verdrag, dat op 14 juli 2016 in Nederland in werking trad, verplicht overheden om deze principes in beleid en wetgeving te integreren en de positie van mensen met een beperking te verbeteren. Artikel 30 benadrukt gelijke toegang voor kinderen met een handicap tot spel, recreatie, sport en ontspanning.

19

Wat gaat er al goed en wat kan nog verbeterd worden? Er wordt over het algemeen goed gespeeld en gesport in de openbare ruimte van Hardinxveld-Giessendam, maar er zijn ook verbeterkansen. Hieronder de belangrijkste bevindingen: Goede kwaliteit speelplekken, meer uitdaging nodig voor kinderen boven de 8: Het formele bestaat voornamelijk uit kleine speelplekken. De speeltoestellen zijn voornamelijk bedoeld voor kinderen tot en met 8 jaar. Er zijn weinig hogere, uitdagende speeltoestellen, waardoor kinderen uit de bovenbouw en ouder dan het basisonderwijs aangewezen zijn op de buurten sportplekken.

Bijlage 1: Samenvatting inventariserend veldonderzoek In deze bijlagen staan de belangrijkste bevindingen uit het veldonderzoek. De volledige resultaten van het onderzoek zijn uitgewerkt in het in het najaar van 2024 opgestelde onderzoeksrapport (externe bijlage).

De verdeling en grootte van speelplekken kan beter: Hoewel er in de meeste speelbuurten voldoende speelplekken zijn, is er binnen de buurten sprake van een wisselende spreiding. Zo mist er op een aantal locaties (rond de Pauwtjesmolen of bezuiden de Juliana van Stolberglaan) een (buurt)plek om te sporten. Ook zou er ten bate van het versterken van de speelbeleving van kinderen en de sociale cohesie in buurten meer moeten worden ingezet op het inrichten van centrale buurtplekken. Meer voor jong én oud: Het aanbod bestaat in mindere mate uit buurtspeelplekken. Het is wenselijk om in elke buurt één goede buurtplek te hebben waar jong en oud samen kunnen komen om te spelen en te sporten. In Hardinxveld-Giessendam is dit niet overal het geval. De speel- en sportplek op de Uranusstraat is een van de weinige goede voorbeelden van een plek waar jong en oud gezamenlijk gebruik van kunnen maken.

20

Een goed, traditioneel sportaanbod: De meeste speelbuurten beschikken over minstens één sportvoorziening, vaak in de vorm van een trapveld. Verder zijn er op verschillende plekken basketbalvelden of -palen, en zijn er enkele korfbal- en volleybalmogelijkheden. Het sportaanbod kan worden uitgebreid met Urban Sports (bijvoorbeeld 3x3 basketbal, freerunning). De buurtspeelplekken bieden hiervoor voldoende ruimte. De toegankelijkheid en inclusiviteit kan beter: Met name speelplekken, maar ook sportplekken hebben verbetermogelijkheden omtrent toegankelijkheid en inclusiviteit. De speelruimte is voldoende klimaat adaptief: Ongeveer de helft van de speelplekken heeft een natuurlijke ondergrond, doorgaans in de vorm van gras. Op meer dan de helft van de locaties is de klimaatbestendigheid beoordeeld als voldoende of hoger. Deze plekken bieden bovendien voldoende beschutting tegen de zon in de zomer, waardoor ze zelfs bij warm weer fijn genoeg zijn om te verblijven. Goed gebruik van de vrije speelruimte: Rond de speelplekken is veel vrije ruimte. Hoewel er minder pleintjes zijn om op te spelen, zijn de meeste straten relatief rustig opgezet. De smalle stoepen bieden minder ruimte, maar kunnen wel creatief spelen in de omgeving stimuleren. Rondom winkelcentra bepaalde voorzieningen vinden we minder ruimte voor vrij spel. Hier speelt de bebouwingsopzet een grote rol.

Meer aandacht voor het wijk overstijgende jongerenaanbod (12+): Betrek jongeren en partijen die werkzaam zijn met jongeren in de participatie en zorg voor de aanleg van extra jongerenlocaties in Hardinxveld-Giessendam. Momenteel is er met de hangplek aan de Schapendrift slechts één voor jongeren geschikte buitenlocatie in heel de gemeente.

21

De speelbuurt Centraal in het beoordelen van de openbare speel- en sportruimte staat de speelbuurt. Dit is het deel van de wijk of buurt waarin kinderen van 6 tot 12 jaar zich vrij kunnen bewegen. Drukke wegen, watergangen, spoorlijnen maar ook industriegebieden of parken zijn barrières voor kinderen. Een buurtgrens is soms ook vooral een niet-fysieke afspraak. Kinderen komen of mogen dan simpelweg niet uit hun eigen buurtje. De speelbuurt is het gebied waarin steeds moet worden gekeken of het aanbod bijdraagt aan de belangen die aan goede speelruimte worden gelinkt. Afhankelijk van de omvang en het karakter van een speelbuurt worden er voorwaarden gekoppeld aan de hoeveelheid speelvoorzieningen. De speelbuurten voor Hardinxveld-Giessendam zijn ingetekend op de bijgevoegd speelbuurten kaarten (externe bijlage).

Bijlage 2: Speelbuurtmodel Om de huidige speelruimte of speelruimte in nieuwbouwprojecten te beoordelen en om voor een goede spreiding te zorgen is het Speelbuurtmodel opgesteld. Dit betreft zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve beoordeling van de openbare speel- en sportmogelijkheden. Om het model van de speelbuurt toe te passen kan elke speelbuurt apart doorgelicht worden aan de hand van 4 stappen:

In elke speelbuurt geldt dat kinderen binnen 5 minuten lopen (ongeveer 200 meter) van hun woning speelruimte kunnen vinden. De omvang en het soort speelruimte hangt af van het type speelbuurt. In een grote speelbuurt van minstens 10 hectare moet minimaal 1 buurtplek gelegen zijn. Dit is een (bij voorkeur centraal gelegen) speel- en sportplek van ca. 2.500 m2 groot als plek waar de buurt samen kan komen. Een buurtplek heeft een actieradius van 5 minuten fietsen (ongeveer 500 meter) waardoor het in zeer grote speelbuurten nodig kan zijn om te voorzien in meerdere buurtplekken. Naast de buurtplek is een netwerk van kleinere speelplekken nodig. Dit zijn plekjes van ca. 500 m2 die vooral zijn ingericht voor de kinderen die nog niet zelfstandig naar de buurtplek kunnen. Een kleine speelplek heeft een actieradius van 5 minuten lopen en hoeft niet altijd ingericht te zijn met speeltoestellen.

22

In een kleine speelbuurt (<10 hectare) volstaat een divers ingericht netwerk van kleine speelplekken en is het niet nodig om te voorzien in een buurtplek.

onderzocht of barrières weggenomen kunnen worden, zodat speelruimte in een naastgelegen speelbuurt bereikbaar wordt.

Hiervoor zijn twee uitzonderingen: • Voor kleine speelbuurten met een hoge speeldruk (bij hoge bevolkingsdichtheid, gemengde stadsbuurten en centraal stedelijke woonmilieus). Hier geldt hetzelfde uitgangspunt als bij de grote speelbuurt: tenminste één buurtplek én een netwerk van kleine speelplekken. • Voor lange gerekte speelbuurten, zoals langs de Buitendams of langs de Rivierdijk is het niet mogelijk om te voldoen aan de 5 minuten lopen richtlijn. De beschikbare grond is voornamelijk in privé-eigendom. Waar mogelijk faciliteert de gemeente hier speelruimte, die niet altijd ingericht kan worden met speeltoestellen.

Schijf van Vijf voor Buitenspelen Naast de kwantitatieve uitgangspunten van de speelbuurt beoordelen we de diversiteit van het aanbod. Spelen en bewegen kan op veel verschillende manieren. In de speelbuurt is het daarom belangrijk om een variatie van speelen beweegvormen aan te bieden. In elke speelbuurt moet zoveel mogelijk van de schrijf van vijf aanwezig zijn, bestaande uit de volgende elementen: De traditionele speelplek: uitdagende speeltoestellen en ontmoeting. Vieze knieën: bespeelbaar groen om lekker vies te worden.

Vraag en aanbod

‘t pleintje: verharde ruimte voor vrij spel, fietsen, steppen of knikkeren.

Om te bepalen welke speelruimte nodig is, wordt per speelbuurt indicatief gekeken naar de vraag en het aanbod van de openbare speelmogelijkheden. Een buurt met veel hoogbouw, weinig tuinen en een hoge bevolkingsdichtheid levert in de regel een hogere speeldruk op (meer gebruikers per m2 speelruimte). Brede stoepen, goede vrije speelruimte (spelen op straat en in het groen), een beperkte parkeerdruk en veel bewegingsvrijheid (weinig barrières binnen de speelbuurt) zorgen dat een speelbuurt juist op de aanbodzijde hoog scoort. Kinderen vinden hier eenvoudig vrije speelruimte binnen 5 minuten lopen van hun woning waardoor ingerichte formele voorzieningen minder van belang zijn. In deze buurten volstaat het vaak om te voorzien in alleen (een) goed ingerichte buurtplek(ken). Als de vraag naar speelruimte het aanbod overstijgt, dan wordt er gezocht naar een passende oplossing. Dit kan zijn door het aanleggen van een nieuwe speelplek of door het vergroten van een bestaande speelplek. Als dit niet mogelijk is wordt er

Het trapveld: ruimte voor sport, fysieke uitdaging en ontmoeting. De speelroute: verbindende en veilige kindvriendelijke route door de buurt. Als de vijf elementen aanwezig zijn binnen de bewegingsvrijheid van een kind, is er sprake van een rijk, gevarieerd aanbod. In een speelbuurt moet minimaal 3 van de vijf elementen voldoende aanwezig zijn. Tijdens het veldwerk onderzoek (2024) zijn de speelbuurten beoordeeld op de Schijf van Vijf.

23

Speelruimte per speelbuurt Net als de speelbuurt kunnen ook de voorzieningen zelf beoordeeld worden op relevante criteria. Dit biedt inzicht in de verbeterpunten op plekniveau. Naast het beoordelen van de bestaande situatie geven de criteria ook handvatten voor de (her)inrichting van speel- en sportplekken. Hoe een speelplek is geclassificeerd hangt af van de huidige inrichting én ruimtelijke context. Een buurtplek moet bijvoorbeeld voldoende aantrekkingskracht en capaciteit hebben om gebruikers uit de hele speelbuurt te ontvangen. Dat betekent een inclusieve speel- én sportplek met veel (vrije) ruimte, voldoende uitdaging in speelobjecten en een hoge verblijfswaarde met voldoende groen, bankjes en afvalbakken (zie ook de bijlage met speelruimtecriteria). Een kleine speelplek moet vooral direct omwonenden bedienen, vaak jongere kinderen die nog niet zelfstandig naar de buurtplek kunnen. Deze plekken kunnen in de regel dichter op de woningen staan en hebben minder voorzieningen nodig omdat deze plekken vaak minder intensief worden gebruikt. In sommige buurten is het niet nodig deze in te richten met speeltoestellen. In dat geval volstaat bespeelbaar groen (grasveldje, speelbos(je) of ravotplek) of een autovrij fietspleintje met speelaanleidingen. In 2024 is een inventarisatie van alle speelplekken gedaan middels een veldwerkonderzoek.

De resultaten zijn vastgelegd in een onderzoeksrapport (externe bijlage).

24

Stap 1: de onderste laag – 100% welkom Zonder een stevige fundatie kan er niets gebouwd worden. De basis van een goede inclusieve speel- of sportplek wordt gevormd door de 100% welkom richtlijn. Als een bewoner (jong of oud) zich niet welkom voelt op een locatie, zal hij/zij de locatie ook niet bezoeken. Een goede locatie is niet alleen fysiek goed bereikbaar maar ook de software is in orde. Wanneer een speel- of sportplek wordt beoordeeld of opnieuw wordt ingericht zijn de volgende vragen van belang: o

Is de locatie bereikbaar?

Het gaat hierbij om de fysieke inrichting van de omliggende openbare ruimte. Kan een bewoner met een beperking de locatie veilig en makkelijk bereiken? o

Nodigt de locatie uit tot sport en spel?

Hierbij is het gevoel belangrijk. Is de locatie schoon en veilig? Zijn er ook anderen aan het spelen/sport? Is er voldoende aantrekkelijk sport- en/of spelaanbod?

Bijlage 3: De Inclusiviteitspiramide Om de opbouw van een inclusieve speel- of sportplek duidelijk weer te kunnen geven, is de inclusiviteitspiramide ontwikkeld. De 100-70-50 richtlijn vormt de basis van deze piramide. In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe de piramide is opgebouwd en gebruikt kan worden bij het beoordelen en herinrichten van een speel- of sportplek.

25

o

Worden er activiteiten georganiseerd?

Niet alleen de hardware (toestellen, straatmeubilair, ondergrond, begroeiing) is belangrijk bij een goede inclusieve speel- of sportplek. De software is in de meeste gevallen nog veel belangrijker. Samenwerking met partners zoals buurtsportcoaches, jongerenwerkers, fysiotherapeuten en scholen dragen bij aan de bekendheid van een plek en een leuk uitdagend activiteitenaanbod. Samenspelen moet je leren. Dit geldt ook voor samenspel tussen bewoners met- en zonder beperking.

o

Is er voldoende overzicht?

Kinderen met een beperking zullen vaak met een begeleider komen. Voor beide is het belangrijk dat de locatie goed overzichtelijk is zodat kinderen op een veilige manier op ontdekking uit kunnen gaan. Ook voor bewoners met een geestelijke beperking is het prettig als een locatie overzichtelijk is en daarmee veilig aanvoelt.

Stap 2: de middelste laag - 70% bereikbaar Als de onderste laag op orde is, is het aanpakken van de inrichting de volgende stap. De 70% bereikbaarheid-eis houdt in dat 70% van de locatie bereikbaar is voor een bewoner met een beperking. Dit kan een bewoner in een rolstoel zijn maar ook een kind met een visuele beperking of een jongere met een stoornis binnen het autisme spectrum. Iedere beperking vraagt om andere aanpassingen. De basisbenodigdheden zijn verharde paden en ondergronden, voldoende zitgelegenheid en een geschikte ingang. Verdere aanpassingen worden bepaald in overleg met de (toekomstige) gebruikers. Belangrijke vragen bij de beoordeling en/of herinrichting zijn: o

Zijn de paden en ondergronden geschikt voor mindervaliden?

Deze moeten niet alleen verhard zijn maar ook breed genoeg en vrij van obstakels. o

Is de routing duidelijk?

Lopen er geen paden dood? Is duidelijk welk pad genomen moet worden om ergens te komen? Is het verschil tussen pad en valondergrond duidelijk? o

Zijn toestellen en zitmogelijkheden bereikbaar?

Zijn er geen opstaande/verhoogde randen of andere obstakels? Is er een doorgaand pad tussen ingang, zitgelegenheid en speel-/sporttoestellen? 26

Stap 3: de bovenste laag - 50% bespeelbaar Wanneer de onderliggende lagen op orde zijn, kan men gaan kijken naar de toestelkeuze. Dit hoeven niet allemaal speciaal ontworpen inclusieve speeltoestellen te zijn. Deze nodigen juist niet uit tot samenspel. Als we het hebben over de bespeelbaarheid van de locatie kijken we naar zowel de speel- en sporttoestellen als de speelaanleidingen. Bij deze laag zijn twee vragen belangrijk: o

Zijn er mogelijkheden voor samenspel?

Samenspel tussen bewoners met en zonder handicap is het belangrijkste doel van een inclusieve speel of sportlocatie. Speeltoestellen moeten daarom uitdaging en plezier bieden aan alle kinderen. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een mandschommel, een taludglijbaan of een combinatietoestel met een luie trap. Ook de materiaalkeuze is belangrijk. Zand en water wordt door alle kinderen leuk gevonden en een toegankelijke waterpomp of zandspeeltafel bieden daarom veel mogelijkheden tot samenspel. o

Zijn er toegankelijke speel- en/of sporttoestellen?

Er zijn verschillende inclusieve speeltoestellen op de markt die een belangrijke plek kunnen krijgen in een inclusieve speeltuin. Toch zijn deze niet altijd nodig of gewenst. Met behulp van participatie kan onderzocht worden welke speel- en sportbehoeften er zijn bij de (toekomstige) gebruikers van een locatie. Wanneer dit duidelijk is kan gekeken worden welke bijpassende toestellen goed toegankelijk zijn. Houdt hierbij niet alleen rekening met rolstoelgebruikers maar ook met visueel beperkten en bewoners met een geestelijke beperking.

27

Centrale wijkplek Doelgroep: Ruimte: Budget: Functie: Spelen: Bewegen:

Ontmoeten:

Inclusiviteit:

Bijlage 4: Inrichtingskaders

Overige voorzieningen: Klimaat: Participatie:

0-100 jaar. 5.000 - 10.000 m2. € 80.000 - € 350.000 (afhankelijk van grootte) spelen, bewegen en ontmoeten uitdagende en unieke toestellen voor 0 t/m 12 jaar gericht op samenspel unieke voorzieningen die hoge druk aankunnen zoals een sportkooi, Calisthenicspark of pump-track veel zitgelegenheid (o.a. picknickbanken) in een aantrekkelijke omgeving (kleurrijk groen, schaduw) brede ingang, verharde paden en (deels) toegankelijke ondergronden en toestellen (spel en sport) watertappunt en verlichting voldoende schaduw, (bespeelbaar) groen wijkbreed en soms gemeentebreed

Verschillende typen plekken vragen om een verschillende inrichting. In deze bijlage lichten we type locatie toe wat de kaders zijn voor de inrichting, budgetten en participatie.

28

Buurtplek Doelgroep: Grootte: Locaties: Budget: Functie: Spelen: Bewegen:

Ontmoeten: Inclusiviteit: Overige voorzieningen: Klimaat: Participatie:

Kleine speelplek 0-15 jaar. ca. 2.500 m2 1 op maximaal 400 meter van iedere woning € 60.000 spelen, bewegen en ontmoeten uitdagende en unieke toestellen voor 0 t/m 12 jaar gericht op samenspel minimaal één goede voorzieningen zoals een trapveld met mididoelen of 3x3 basketbalveld zitgelegenheid in de schaduw en de zon. brede ingang en verharde paden. Overige voorzieningen op aanvraag watertappunt en verlichting voldoende schaduw, (bespeelbaar) groen (speel)buurtbreed

Doelgroep: Grootte: Locaties: Budget: Functie: Spelen: Overige voorzieningen: Inclusiviteit: Klimaat: Participatie:

0-8 jaar. ca. 500 m2 aanvulling op buurtplek, 1 op minimaal 200 meter van iedere woning € 30.000 spelen toestellen voor 0 t/m 8 jaar, toestelaanbod in de speelbuurt moet afwisselend zijn zitgelegenheid op aanvraag natuurlijke ondergrond, voldoende schaduw direct omwonende

29

Omvormplekken Doelgroep: Grootte: Locaties: Budget: Functie: Spelen: Ontmoeten: Klimaat: Participatie:

Sportplek 0-4 jaar. wisselend in speelbuurten met een hoge dichtheid van speelplekken € 10.000 – € 15.000 spelen en/of ontmoeten speelaanleidingen zitgelegenheid indien gewenst voorkeur voor een groene inrichting maar een pleintje is ook mogelijk direct omwonenden

Doelgroep: Grootte: Budget: Functie: Bewegen:

Overige voorzieningen: Inclusiviteit: Klimaat: Participatie:

9-100 jaar. minimaal 1.000 m2 € 25.000 - € 150.000 (afhankelijk van grootte) sporten goede voorzieningen die hoge druk aankunnen zoals een sportkooi, verhard basketbalveld of sportcontainer. zitgelegenheid toegankelijk voor rolstoelgebruikers, overige voorzieningen op aanvraag voldoende schaduw afhankelijk van type plek buurtbreed of gemeentebreed

30

Begrip

Definitie

100-70-50 richtlijn

Richtlijn ontwikkeld door het SamenSpeelNetwerk. Het staat voor 100% welkom, 70% van speelaanleidingen bereikbaar, 50% bespeelbaar voor ieder kind. (Voornamelijk) kleine objecten die aanzetten tot beweging. Bijvoorbeeld belijning voor spelletjes of een hardlooprondje. Verscheidenheid aan flora en fauna. Een (bij voorkeur centrale) grotere speelplek voor de gehele buurt. Vaak ingericht met een combinatie van spelen en sporten. Zie bijlage 3 voor de richtlijnen. Een vorm van krachttraining waarbij voornamelijk gebruik wordt gemaakt van het eigen lichaamsgewicht. Samenwerking van gemeente, inwoners en lokale organisaties om speel- en sportplekken te ontwikkelen die aansluiten bij gemeenschapsbehoeften. Producten kunnen na gebruik nog worden hergebruikt of ingezet als grondstof voor nieuwe producten of materialen. Gebruik maken van producten en materialen die op een milieuvriendelijke manier worden geproduceerd, lang meegaan en hergebruikt of gerycycled kunnen worden. Actieve betrokkenheid en verantwoordelijkheid van gebruikers bij het onderhoud en beheer van speelruimtes. Inwoners met én zonder lichamelijke en/of geestelijke beperking kunnen gebruik maken van de voorzieningen en activiteiten op een speelplek.

Beweegaanleidingen Biodiversiteit Buurtplek

Calisthenics

Co-creatie

Bijlage 5: Begrippenlijst

Circulariteit

Duurzaamheid

Eigenaarschap

Inclusieve speelplek

31

Informele speelruimte JOP Kleine speelplek

Klimaatadaptatie Klimaatbestendigheid

Participatie Speelaanleidingen

Speelbuurt Speelroute

Speellandschap Sportroute Toegankelijkheid

Ruimte op straat, op de stoep, op grasveldjes en in het groen waar kinderen spelen. Afkorting voor ‘jongeren ontmoetingsplaats’. Speelplek met beperkt aantal toestellen (meestal 2 tot 5 toestellen). Gericht op doelgroep tot 8 jaar en direct omwonenden. Zie bijlage 3 voor de richtlijnen. Aanpassingen die de effecten van klimaatverandering opvangen. Beschutting (schaduw), vegetatie, wateropvang en -afvoer. Hoe goed kan de plek omgaan met extremen in het klimaat? Hierbij wordt vooral gelet op het aspect verkoeling. Plekken waar voldoende beschutting is door bomen of beplanting en waar vooral gewerkt is met natuurlijke ondergronden (gras, zand, houtsnippers). Bewoners denken mee over voorgenomen wijzigingen en/of initiatieven. (Voornamelijk) kleine objecten die aanzetten tot spelen. Bijvoorbeeld pleinplakkers, stapstammen en speelkeien. Het deel van een wijk waarin kinderen van 5/6 tot 10/11 jaar zich vrij kunnen bewegen. Wandelroute met speelelementen en/of speelaanleidingen op en langs de route. Vaak verbindt de route verschillende speelplekken met elkaar. Geheel van speel- en sportplekken in een gemeente. Route met sportelementen en/of sportaanleidingen op en langs de route. De bereikbaarheid van verschillende delen van een speelplek voor inwoners met en zonder fysieke beperking.

Uitvoeringsplan

Urban Sports

Uitvoeringsprogramma Verblijfswaarde

Wijkplekken

Jaarlijks plan waarin de (her)inrichtingen worden vastgesteld en de het vervangingsbudget wordt verdeeld over deze locaties. Verzamelnaam van sporten die zich afspelen in de stedelijke omgeving. Voornamelijk beoefend door tieners en jongeren. Een overzicht van alle bestaande speelplekken, waarin planning, budgetten en adviezen staan opgenomen. Mate waarin een ruimte aantrekkelijk, functioneel en comfortabel is voor mensen om er te verblijven, te ontmoeten of activiteiten te ondernemen. Grote speelplek met wijk- of wijkoverstijgende functie. Ingericht voor een brede doelgroep en met een grote verblijfswaarde. Vaak ingericht met een combinatie van spelen, sporten en ontmoeten.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1122/documents/33173