CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

SGP - Beantwoording technische vragen verbonden partij Waardlanden.pdf

Gemeenteraad GHG 26 juni 2025, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 7: Verzamelvoorstel verbonden partijen: jaarrekeningen 2024 en begrotingen 2026 incl. zienswijzen - Raadsvoorstel920 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVRAGEN

Onderwerp: Jaarrekening 2024, programmabegroting 2026 verbonden partij Waardlanden Naam steller: Johan de Jong Partij: SGP Categorie:

A. Technische vragen over geagendeerde stukken

Vraag 1: (Jaarrekening) Kaders m.b.t. resultaatbestemming ontbreken. Ziet het college een meerwaarde om in een zienswijze aandacht te vragen voor het opstellen van nota reserves en voorzieningen waarbij de gemeenteraden betrokken worden in de besluitvorming, door de mogelijkheid te geven om een zienswijze in te dienen op een concept nota reserves en voorzieningen? Reactie college We zijn een voorstander van het opstellen van een nota reserves en voorzieningen. In het controllersoverleg met Waardlanden en de deelnemende gemeenten is dit ook al onderwerp van gesprek geweest. Het heeft de aandacht bij Waardlanden, maar door andere ontwikkelingen is dit nog niet opgepakt. Aangezien het al de aandacht van Waardlanden heeft, zien wij er geen toegevoegde waarde in om het op te nemen in de zienswijze.

Vraag 2: (Jaarrekening; pagina 58) Waarom wordt voor aangekochte grond een aparte reserve opgebouwd? Betekend dat de aangekochte grond hiermee op termijn van de balans – activa afgaat en als reserve opgenomen wordt onder het eigen vermogen? Kan dit toegelicht worden? Reactie college Waardlanden kiest ervoor om de algemene reserve ook te gebruiken als interne financieringsbron voor de boekwaarde van de grond. Dit levert uiteindelijk een structurele besparing op in de rentelasten van ongeveer € 75.000 per jaar. Met het opbouwen van separate reserve grondwaardering voorkomen we dat er, een in principe altijd doorlopende, financiering nodig is over de waarde van grond.

Dit kan in een periode van 40 jaar worden opgebouwd waarbij de reserve grondwaardering dan 2 functies heeft, namelijk het op peil houden van het weerstandsvermogen en het intern financieren van de grond. De grond blijft dus gewoon als actief op de balans staan, onder de post materiele vaste activa; de reserve grondwaardering komt aan de passivazijde, onder het eigen vermogen. Er vindt dus géén verplaatsing plaats van de grond naar het eigen vermogen, maar er wordt aan de passivazijde een tegenhanger gecreëerd.

Vraag 3: (Begroting; pagina 11) Het tarief met diftar stijgt sneller dan zonder diftar. Kan dit toegelicht worden? Reactie college Het totale tarief bestaat uit twee componenten: de kosten voor afvalinzameling (vast tarief) en afvalverwerking (variabel tarief). Het vaste tarief (€260,10) is aanzienlijk hoger dan het variabele deel

(€68,46 bij diftar en €94,78 zonder diftar). Het vaste tarief stijgt met €12,64 (ongeveer 5%) en is voor zowel diftar als niet-diftar hetzelfde. Tegelijkertijd daalt het variabele tarief voor afvalverwerking met diftar met €8,27 (ongeveer 12%) en zonder diftar met €10,33 (ongeveer 11%) Hoewel het variabele tarief met diftar in procenten dus iets sterker daalt, is het absolute bedrag van de daling lager dan bij niet-diftar. Tegelijkertijd blijft het absolute totaalbedrag van het variabele deel met diftar per saldo lager. Vraag 4: (Begroting; pagina 14) Besparingen op afvalverwerking worden niet als meevaller meegenomen in de meerjarenbegroting, maar ingezet voor verdere reductiemaatregelen. Ziet het college een meerwaarde om in een zienswijze hier aandacht voor te vragen om dat alsnog op te nemen. Te denken aan: 1. Om welke besparingen gaat het concreet? 2. Welke maatregelen worden hier precies mee gefinancierd? 3. Hoe verhouden deze uitgaven zich tot marktontwikkelingen, zoals de aangekondigde AVIcorrectiefactor (pagina 21/34) op CO2-uitstoot?

Reactie college 1. Om welke besparingen gaat het concreet? Antwoord: Het aantal kilogram restafval neemt af. Deze besparing wordt echter deels tenietgedaan door hogere verwerkingskosten. Desondanks is er per saldo sprake van een besparing op restafval, waarvan we verwachten dat deze trend zich in de komende jaren zal voortzetten. Omdat zowel de toekomstige hoeveelheid restafval als de verwerkingstarieven lastig te voorspellen zijn, zijn verdere besparingen op dit moment niet concreet gemaakt of opgenomen in de meerjarenbegroting. Indien deze besparingen zich daadwerkelijk realiseren, zullen ze worden ingezet voor aanvullende maatregelen om de hoeveelheid restafval verder te verminderen. 2. Welke maatregelen worden hier precies mee gefinancierd? Antwoord: Hoewel de maatregelen nog niet concreet zijn uitgewerkt, kan worden gedacht aan verschillende richtingen om de vermindering van restafval verder te stimuleren. Deze kunnen zowel technologisch, beleidsmatig als gedragsgericht van aard zijn. Technologische maatregelen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit de automatisering van afvalinzameling, zoals het inzetten van slimme containers die aangeven wanneer ze vol zijn, of het gebruik van afvalpassen die inzamelgedrag monitoren. Ook kunnen digitale platforms worden ontwikkeld waarmee inwoners of gemeenten via dashboards inzicht krijgen in afvalstromen per huishouden of wijk.

Beleidsmatige maatregelen kunnen onder meer bestaan uit een herziening van diftar-tarieven, waarbij hogere tarieven voor restafval en lagere tarieven voor gescheiden stromen worden ingezet om gedragsverandering te stimuleren. Daarnaast kan worden gedacht aan strengere handhaving op fout gescheiden afval, om de kwaliteit van de ingezamelde stromen te verbeteren. Gedragsgerichte maatregelen omvatten onder andere informatieve campagnes over afvalscheiding, educatie op scholen om bewustwording al vroeg te stimuleren, en wijkgerichte pilots of beloningssystemen die positief gedrag stimuleren.

3. Hoe verhouden deze uitgaven zich tot marktontwikkelingen, zoals de aangekondigde AVIcorrectiefactor (pagina 21/34) op CO2-uitstoot? Antwoord: De aangekondigde AVIcorrectiefactor op CO2-uitstoot betekent dat AVI’s vanaf 2026 meer CO₂-heffing moeten betalen, wat resulteert in hogere verwerkingskosten voor restafval. De stijgende verwerkingskosten door de AVI-correctiefactor benadrukken het belang van maatregelen om restafval te verminderen en recycling te stimuleren. Investeringen in technologieën zoals slimme containers,

digitale platforms voor afvalinzichten en beleidsmaatregelen dragen bij aan het reduceren van de hoeveelheid restafval en dus reductie van de kosten en het uiteindelijk tarief. Op basis van bovenstaande ziet het college geen aanleiding om de zienswijze op dit punt aan te vullen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1041/documents/32740