SGP - Beantwoording Technische vragen over raadsvoorstel Perspectiefnota 2025 2029.pdf
Tekst van het document
RAADSVRAGEN
Onderwerp:
PPN
Naam steller: Erik van den Bosch Partij: SGP Categorie:
Technische vragen over geagendeerde stukken
Vraag 1: Pag 7 Strategische inzet reserves en voorzieningen: De gemeente kent verschillende vormen van reserves (en voorzieningen). Het is verstandig om meer strategisch met deze reserves om te gaan. Onder andere door (beter) te bepalen: wat de minimale omvang van de reserve moet zijn; op welke manier reserves wel en niet ingezet kunnen worden en; welke inzet wordt gedaan om tot een ‘gezonde’ reserve omvang en inzet daarvan te komen. Vraag: Bovenstaande wordt de komende tijd verder uitgewerkt, maar ongetwijfeld zijn hier al ideeën bij waar we aan moeten denken hoe dit vorm krijgt. Kan het college al een denkrichting aangeven? Reactie college De eerste stap is om een analyse te maken van de manier waarop de huidige reserves (en voorzieningen) tot stand zijn gekomen, de afgelopen jaren zijn ingezet en of dit aansloot bij de oorspronkelijke bedoeling. Naast terugkijken is een belangrijk onderdeel van de strategie vooruitkijken: hoe is de verhouding tussen beoogde investeringen en de omvang van reserves? De omvang van reserves is de afgelopen jaren namelijk afgenomen. Tegelijkertijd moet er geïnvesteerd worden in de instandhouding en uitbreiding van maatschappelijke voorzieningen. Hierdoor ontstaat ook een ander risicoprofiel. De strategie zal erop gericht zijn te zorgen voor een goede balans tussen investeringen en omvang van reserves.
Naast omvang zal daarbij ook gekeken worden of de huidige indeling nog volstaat of dat hier wijzigingen noodzakelijk en/of wenselijk zijn.
Vraag 2: Op pagina 16 van de stukken wordt aangegeven dat binnen het Sociaal Domein wordt uitgebreid met een extra jongerenwerker. Kan het college nader duiden waarom deze uitbreiding noodzakelijk is? En hoe verhoudt deze uitbreiding zich tot de structurele jaarlijkse kosten?
Reactie college Zie beantwoording vraag 8, dit gaat over dezelfde jongerenwerker(s).
Vraag 3: Op de begraafplaats wordt op dit moment een proef uitgevoerd met gewijzigd groenbeheer. Dit heeft geleid tot een beeld van achterstallig onderhoud en een slordige uitstraling. Juist op een plek als een begraafplaats zijn netheid, rust en een verzorgde omgeving essentieel voor nabestaanden en bezoekers. Vraag: Hoe denkt het college het ontstane beeld te herstellen en te zorgen dat de begraafplaats weer uitstraalt wat men mag verwachten: rust, netheid en respectvolle verzorging van het groen?
Reactie college Momenteel wordt ervaring opgedaan met een nieuwe manier van werken in het onderhouden en beheren van de begraafplaatsen. Deze is gericht op een meer extensieve vorm van beheer, onder meer door het toepassen van bloemrijk gras. Dat zorgt voor meer biodiversiteit en minder intensief onderhoud. Deze werkwijze zal worden geëvalueerd en de geleerde lessen worden vertaald in een beheerplan. Daarbij onderschrijven wij uw uitgangspunt dat dit moet leiden tot rust, netheid en een respectvolle manier van verzorging van het groen op de begraafplaatsen.
Vraag 4: De opbrengsten van de begraafplaatsen lopen al jaren achter. Nu wordt € 40.000 aan extra opbrengst geraamd, wat – verdeeld over het aantal begrafenissen – neerkomt op een forse stijging van de begraafkosten. Klopt deze bewering of gaan bijvoorbeeld lang lopende grafrechten verhoogd worden. Graag ontvangen we een nadere toelichting hoe deze € 40.000,00 gehaald wordt. Reactie college De opbrengsten dekten in 2023 slechts 57% en in 2024 50% van de gemaakte kosten. De afname in kostendekking neemt af wegens stijgende kosten. Om de kosten te dekken worden de leges gelijkgetrokken met de werkelijke kosten. Het is de bedoeling dat dit gespreid wordt over alle tarieven in de Legesverordening lijkbezorgingsrechten. Deze ligt eind december ter vaststelling voor in de gemeenteraad.
Vraag 5: Binnen de DG&J wordt voor de komende jaren een besparing geprognosticeerd van tussen de € 400.000 en € 500.000. Dat zijn mooie bedragen, maar de belangrijkste vraag is of dit realistisch is. Kan het college aangeven waar deze besparing concreet behaald wordt en op welke aannames deze prognose is gebaseerd? Reactie college Deze besparing wordt gerealiseerd op het onderdeel Service Organisatie Jeugd (SOJ). In januari 2025 is er een raadsinformatienota gestuurd over beschikbare en betaalbare jeugdhulp. Dit is nader toegelicht in de Ontmoeting van 13 februari 2025. Hierin is aangeven dat er een aantal hervormingen in gang gezet zijn die niet alleen inhoudelijk moeten bijdragen aan kwalitatief goede en beschikbare jeugdhulp, maar ook zorgen voor beheersing van kosten. Het gaat onder andere om het bieden van hulp door het sociaal team van de gemeente in plaats van een directe doorverwijzing naar jeugdhulpaanbieders. De afrekening van de SOJ over 2024 laat een positief resultaat zien van €578.000 en de meest recente prognoses (tweede kwartaal 2025) laten zien dat de besparingen ook in volgende jaren reëel zijn. Daarmee kunnen we concluderen dat de ingezette hervormingen effect sorteren en dat de besparing dus niet eenmalig is.
Vraag 6: Bij het onderdeel Servicegemeente Dordrecht zien we dit jaar een forse stijging van de kosten met € 500.000, en vanaf volgend jaar zelfs een structurele stijging van € 750.000 per jaar. Kan het college een nadere duiding geven waar deze aanzienlijke stijging door wordt veroorzaakt? En in hoeverre is hier sprake van beïnvloedbare kosten? Reactie college De stijging van deze kosten wordt voor een aanzienlijk deel veroorzaakt door indexering, waarbij de indexering voor zowel 2024 als 2025 eerder onvoldoende vertaald is in de begroting. Om dit te corrigeren is deze aan het huidige meerjarige perspectief toegevoegd. Daarmee zijn de kosten die nu opgevoerd worden niet beïnvloedbaar. Tegelijkertijd loopt er op dit moment wel een verkenning naar
-2-
de beheersbaarheid van de kosten, ook in relatie tot kwaliteit en efficiëntie, van Servicegemeente Dordrecht. Daarmee ontstaat op langere termijn wel ruimte voor beïnvloeding. Vraag 7: Voor de centrumvisie is voor 2026 en 2027 een bedrag per jaar begroot van € 200.000,00 begroot. Voor dit onderwerp is altijd gezegd als gemeente zijn we faciliterend aan zet, maar dit is veel geld. We begrijpen dat we moeten investeren en voor een dubbeltje op de voorste rij kan ook niet. Waar is dit bedrag op gebaseerd? Reactie college Vastgoedeigenaren zijn zelf (financieel) aan zet zijn om herontwikkeling van vastgoed te realiseren. De gemeente biedt ruimte aan herontwikkeling binnen de kaders van de centrumvisie. Echter is de gemeente primair verantwoordelijk voor de kwaliteit van de openbare ruimte: het toevoegen van groen, een aantrekkelijke inrichting rondom de Giessen, optimalisatie van openbare parkeerplekken, duidelijke (loop)routes, een eventuele speelvoorziening etc. Om het centrum toekomstbestendig te houden is het van belang dat aan beide sporen invulling wordt gegeven: vastgoedeigenaren die investeren in gebouwen met centrumfuncties, en de gemeente die investeert in een aantrekkelijke openbare ruimte. Met de €200.000 in 2026 en 2027 wordt een belangrijke stap gezet voor dat laatste. Daar ligt op dit moment nog geen volledig gecalculeerde berekening onder.
Maar op basis van vergelijkbare centrumontwikkelingen in andere gemeenten zijn dergelijke bedragen minimaal noodzakelijk voor een kwaliteitsimpuls.
Vraag 8: De structurele inzet van een jongerenwerker is de afgelopen jaren als pilot gestart. Nu spreekt het college de wens uit om een tweede jongerenwerker aan te stellen, waarvoor jaarlijks € 130.000 wordt geraamd. Is deze uitbreiding naar twee jongerenwerkers echt noodzakelijk? En is het geraamde bedrag van € 130.000 realistisch voor twee fulltime arbeidsplaatsen, of gaat het hier om een lagere inzet per persoon? Een 2e vraag: Zijn er alternatieven overwogen, zoals gerichte inzet op specifieke doelgroepen of samenwerking met scholen en verenigingen, om met minder inzet toch effectief jongeren te bereiken? Reactie college Op dit moment loopt er een pilot rondom de inzet van jongerenwerkers voor jongeren vanaf 14 jaar. De raad is in april 2025 hierover geïnformeerd via een raadsinformatienota inclusief het besluit van het college om de pilot te verlengen tot eind 2025. De kosten van de pilot bedragen €130.000 per jaar. Dit is voor de fulltime inzet van één jongerenwerker. In de praktijk wordt het werk gespreid onder twee jongerenwerkers over meerdere momenten in de week. Zij werken dus niet fulltime voor onze gemeente. Mocht het tot een structurele inzet komen dan is de huidige financiële omvang van €130.000 per jaar leidend voor het college. Na afloop van de pilot zal een definitieve keuze gemaakt worden over de structurele inzet. De eerste resultaten zijn positief.
De jongerenwerkers hebben inmiddels meer dan 150 jongeren in beeld en zij beschikken over waardevolle inzichten in wat er leeft onder jongeren in Hardinxveld-Giessendam. Ze worden preventief ingezet en de effecten zijn merkbaar: er is sprake van een daling in jeugdoverlast, en jongeren worden eerder bereikt voordat zij mogelijk afglijden richting criminaliteit of in aanraking komen met specialistische jeugdhulp. Wat betreft de alternatieven. Er heeft een zorgvuldige afweging plaatsgevonden om de pilot te starten, juist omdat de jongerenwerkers een behoefte invullen die eerder niet ingevuld werd. Ze zoeken daarbij actief de samenwerking op met scholen en verenigingen om de verbinding tussen binnen- en buitenschools jongerenwerk te versterken. Vanuit scholen is al eerder expliciet gevraagd om deze verbinding te faciliteren.
-3-
Vraag 9: In het voorkeurssenario die verder uitgewerkt is, wordt binnen de MAG met name op de langere termijn een besparing gerealiseerd van €300.000,00. Met name binnen welzijnswerk. Waar moeten we aandenken? Wat zijn de personele gevolgen? 2e vraag: vanaf 1 januari 2024 heeft de gemeente weer het beheer over de MAG en blijkt dat niet alle gelden gebruikt worden, nu moet meer reëel begroot worden, terecht. Maar dat heeft weer mogelijk tot gevolg dat er nieuwe initiatieven deels of geheel niet gehonoreerd worden. Maar dat was in het verleden toch ook het geval? Als er geen geld meer is dan houdt het toch op. Wat veranderd er of mis ik nu iets? Reactie college We zijn gestart met het opstellen van een visie op welzijn. Dit traject richt zich onder andere op het definiëren van de doelgroep, het formuleren van heldere kaders en het bepalen van gewenste resultaten. We verwachten dat het maken van gerichte keuzes en het aanbrengen van duidelijke kaders bijdraagt aan een efficiëntere inzet van middelen en daarmee tot besparingen leidt. In de risicoparagraaf van de perspectiefnota is aangegeven dat een verdere uitwerking nodig is om te bepalen of de beoogde besparingen daadwerkelijk haalbaar zijn. Als de contouren en mogelijkheden helder zijn, inclusief de personele gevolgen, zullen we hierover ook het gesprek met de raad voeren.
Ten aanzien van de tweede vraag: stichtingen, verenigingen en inwoners kunnen via het flexibele budget een financiële bijdrage aanvragen voor hun activiteiten. We constateren dat dit budget de afgelopen jaren niet volledig is benut. Daarmee is een bijstelling gerechtvaardigd. Als de omvang van de aanvragen in lijn is met voorgaande jaren kunnen deze gehonoreerd worden. Mocht het aantal aanvragen of de omvang ervan onverwacht stijgen dan geldt inderdaad nog steeds het principe van ‘op is op’. Aanvragen worden overigens ook afgewezen als deze niet voldoen aan de gestelde voorwaarden.
Vraag 10: Op pagina 18 wordt vanaf 2027 jaarlijks een bedrag van € 185.000 opgevoerd voor het realiseren, aanpassen en plaatsen van oversteekplaatsen ten behoeve van de snelfietsroute. Het college stelt nu voor om deze voorziening niet mee te nemen in de PPN. We constateren dat we al geruime tijd niets meer hebben vernomen over de voortgang van de F15snelfietsroute. Wat is op dit moment de status van deze plannen? En moeten we er in de toekomst wel of niet rekening mee houden dat deze investeringen alsnog nodig worden? Reactie college Het realiseren van de ontbrekende schakels van de snelfietsroute (tussen de Rivierdijk en de Nieuweweg en tussen de Sluisweg en Kanaaldijk-noord) lijkt inmiddels haalbaar. Het Rijk heeft namelijk een budget van circa 16 miljoen euro aan de regio beschikbaar gesteld als gevolg van het op pauze zetten van de MIRT verkenning A15. Genoemd budget is bedoeld voor mitigerende en compenserende maatregelen. De snelfietsroute is daar een voorbeeld van. De gemeente is in de toekomst verantwoordelijk voor de aanleg de ontbrekende schakels, maar niet voor de financiering ervan. De precieze planning zal de komende tijd in overleg met de regio vormkrijgen. Vanuit het oogpunt van veiligheid, snelheid en comfort is het wenselijk om aanvullend ook de oversteekplaatsen bij de op- en afritten bij de A15 aan te passen.
Echter, onze gemeente staat voor een groot aantal (financiële) uitdagingen en investeringen in voorzieningen en de buitenruimte. In dat kader heeft het college ervoor gekozen de oversteekplaatsen lager te prioriteren, en nu niet op te nemen in het voorkeursscenario. Want: veel is wenselijk, maar niet alles kan op dit moment is het uitgangspunt van het college. Het is uiteindelijk aan de raad of er in de toekomst alsnog geïnvesteerd moet worden in deze oversteekplaatsen.
-4-
Vraag 11: Er wordt aangegeven dat uitbreiding van het Sociaal Team met één FTE noodzakelijk is om te blijven voldoen aan wettelijke taken en om de positieve lijn bij SOJ voort te zetten, waarbij hulp dicht bij de zorgaanvrager wordt georganiseerd. Dat laatste begrijpen wij, maar we hebben wel een vraag over de praktische uitwerking. Hoe werkt dit in de praktijk? Enerzijds levert het voordeel op doordat meer hulp lokaal wordt georganiseerd en we minder afhankelijk zijn van dure regionale inzet, anderzijds brengt het aantrekken van extra personeel ook structurele kosten met zich mee. Kan het college deze keuze toelichten en onderbouwen waarom dit per saldo een verantwoorde investering is? Reactie college Sinds 2022 is het Sociaal Team volop in ontwikkeling. Er wordt gebouwd aan een krachtig en veerkrachtig team dat zelfstandig een breed scala aan hulpvragen kan oppakken. Hierbij is lokale kennis essentieel: medewerkers zijn in dienst van de gemeente, kennen de gemeenschap goed, en kunnen snel inspelen op lokale ontwikkelingen. Ondersteuning wordt zo dicht mogelijk bij de inwoner georganiseerd. In 2024 zijn er opnieuw stappen gezet, mede ingegeven door de beleidsdoelen uit het toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming en de Hervormingsagenda Jeugd.
Het doel is om te beschikken over een stevig, lokaal team dat zelfstandig hulpverlening en ondersteuning biedt aan inwoners en huishoudens in Hardinxveld-Giessendam. Dit draagt niet alleen bij aan betere zorg, maar ook aan meer grip op de kosten – met uiteindelijk ook een kostenbesparing als resultaat. Want met name door de preventieve inzet waarbij problemen in een vroeger stadium gesignaleerd en aangepakt worden, kan vermeden worden dat zaken onnodig escaleren, waarmee ook onnodige kosten vermeden worden. Tegelijkertijd zien we een stijgende lijn in het aantal hulpvragen. Om de ingezette lijn/werkwijze verder door te zetten, en daarmee grip te hebben op kwaliteit en kosten, is het noodzakelijk het team uit te breiden.
-5-