RO-BP-620.102.10 Bijlagenboek toelichting gecomprimeerd deel 1.pdf
Tekst van het document
Gemeente Hardinxveld-Giessendam Bestemmingsplan ‘Zwaluwpad’ Bijlagenboek toelichting
April 2022
INHOUD Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9: Bijlage 10: Bijlage 11: Bijlage 12:
Stedenbouwkundig Programma van Eisen, SpaceValue, 21 april 2021 Quickscan flora en fauna, Kingfisher Natuurprojecten, 8 juni 2020 Stikstofberekening, KuiperCompagnons, 2 maart 2022 Archeologisch vooronderzoek, Vestigia, 15 september 2020 Akoestisch onderzoek Benedendijks, KuiperCompagnons, 3 juni 2021 Akoestisch onderzoek Bovendijks, KuiperCompagnons, 3 juni 2021 Verkennend bodemonderzoek, Verhoeven Milieutechniek B.V., 26 mei 2020 Aanvullende bodemonderzoeken, Verhoeven Milieutechniek B.V., 3 september 2020 Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling, KuiperCompagnons, 7 juli 2021 Akoestisch onderzoek t.a.v. kerkgebouw, Voortman Ingenieurs, 13 januari 2022 Nota inspraak- en overlegreacties, 3 december 2021 Nota van beantwoording zienswijzen, 4 april 2022
Bijlage 1: Stedenbouwkundig Programma van Eisen, SpaceValue, 21 april 2021
ZWALUWPAD
STEDENBOUWKUNDIG PROGRAMMA VAN EISEN
COLOFON
Het Stedenbouwkundig Programma van Eisen voor 'het Zwaluwpad' is opgesteld door: Spacevalue B.V. Haagdijk 39 4811 TN Breda info@spacevalue.nl In opdracht van:
In samenwerking met:
vastgesteld door het college op 20 april 2021 2
INHOUD 1. INLEIDING 1.1 Inleiding 1.2 Doel van het SPvE 1.3 Afbakening van het gebied 1.4 Ambitie
5 5 5 7 9
2. PLANBESCHRIJVING 2.1 Concept 2.2 Infrastructuur en parkeren 2.3 Bouwvelden en programma 2.4 Groen en waterbering 2.5 Proefverkaveling
11 11 13 15 17 24
3. BEELDKWALITEIT 3.1 Streefbeelden architectuur 3.2 Streefbeelden openbare ruimte 3.3 Borging door supervisie
30 30 32 34
3
Impressie huidige situatie van de locatie
INLEIDING 1.1 INLEIDING Voor u ligt het Stedenbouwkundig Programma van Eisen voor de ontwikkeling van het Zwaluwpad in Hardinxveld-Giessendam. Het voornemen is om het perceel naast de Oud Gereformeerde Gemeente, in lijn met het gemeentelijk beleid, te transformeren tot een woongebied. De locatie ligt deels aan de Buitendams en deels naast de Blauwe Zoom. Bij de planvoorbereiding hebben gemeente Hardinxveld-Giessendam en Blokland Bouwpartners nauw samengewerkt. De ontwikkelaar heeft gesprekken gevoerd met omwonenden en de projectgroep heeft een integrale analyse in beeld gebracht en afwegingen voorbereid die geresulteerd hebben in voorliggend Stedenbouwkundig Programma van Eisen (verder: het SPvE). Het SPvE biedt het ruimtelijk en kwalitatief kader voor de ontwikkeling van de locatie en de aansluiting op de omgeving. Voorliggend rapport start met een inleiding over de ontwikkeling (hoofdstuk 1). Daarna wordt de toekomstige ruimtelijke hoofdopzet beschreven (hoofdstuk 2). In hoofdstuk 3 wordt de nagestreefde ruimtelijke kwaliteit geschetst en een proces voor borging daarvan beschreven (hoofdstuk 3).
1.2 DOEL VAN HET SPVE Het SPvE dient als kader voor de nadere uitwerking van de ontwikkeling en heeft als doel: • het vastleggen van de hoofdopzet van de ontwikkeling in bouwvelden en openbare ruimte, alsmede het vastleggen van een aantal cruciale stedenbouwkundige deelaspecten daarin; • het verbeelden van het plan in de vorm van een (indicatieve) proefverkaveling; • het geven van inzicht in de ontsluitingsstructuur van de locatie in relatie tot de Blauwe Zoom en de Buitendams; • het beschrijven van het beoogd woningbouwprogramma, met categorieën en parkeernormen; • het in hoofdlijnen bepalen van de uitgangspunten voor beeldkwaliteit; • het beschrijven van stappen voor verdere uitwerking van het plan door middel van kwaliteitssturing via supervisie. Het SPvE wordt ter vaststelling voorgelegd aan het college van B&W en ter kennisname aan de gemeenteraad om vervolgens te dienen als basis voor de herziening van het bestemmingsplan. Parallel hieraan wordt het project onder gemeentelijke supervisie nader uitgewerkt. Tevens dient het SPvE als bijlage bij de anterieure overeenkomst, die tussen de gemeente Hardinxveld-Giessendam en Blokland Bouwpartners zal worden opgesteld. 5
STUDIEGEBIED
PROJECTGEBIED
PLANGEBIED
Afbakening van het gebied
1.3 AFBAKENING VAN HET GEBIED In het SPvE wordt onderscheid gemaakt in drie gebieden: het plangebied Hiertoe behoren de gronden in eigendom van Blokland Bouwpartners, dan wel de gronden waarvoor de ontwikkelaar een overeenkomst heeft gesloten met betreffende eigenaar (alsmede de gemeente) bij start van de herontwikkeling. Met de eigenaar van het perceel ten westen van het plan lopen nog gesprekken voor het aanvullend verkrijgen van een stukje grond. Zonder dit stuk grond kan het plan gewoon uitgevoerd worden. Het plangebied volgt de kadastrale lijnen van de grondeigendommen zoals aangegeven op nevenstaande luchtfoto. het projectgebied Het projectgebied betreft het gebied waar ingrepen nodig zouden kunnen zijn ten gevolge van ontwikkeling van het plan. Dit kunnen ook gronden betreffen die niet in eigendom zijn van de initiatiefnemer. het studiegebied Het plangebied staat in relatie tot een groter, omliggend studiegebied. Het betreft het gebied dat in meer of mindere mate invloed zal ondervinden van de ontwikkelingen van Het Zwaluwpad. Dit omvat bijvoorbeeld de naastgelegen scholen.
7
b u i t e n d a m s
Het Zwaluwpad als schakel tussen de Blauwe Zoom en het lint van de Buitendams
1.4 AMBITIE Het plangebied ligt tussen de Buitendams (een historisch lint parallel aan de Buiten Giessen / Karnemelksloot) en de bestaande woningen aan het Zwaluwpad e.o. alsmede de woningen in de Blauwe Zoom (een nieuw uitleggebied wat thans in ontwikkeling is). De locatie heeft hierdoor 'twee gezichten': enerzijds gerelateerd aan de context van grondgebonden woningen aan de noordzijde, anderzijds als onderdeel van het afwisselende bebouwingspatroon van de Buitendams. In het kader van benutting van vrije gronden aan de Buitendams heeft Blokland Bouwpartners het initiatief genomen om het leegstaande perceel te transformeren tot een woonbuurtje, waarbij de twee gezichten van het plangebied integraal ontwikkeld worden. Het noordelijk deel biedt kansen voor het realiseren van passende, grondgebonden woningen met ruimte voor groen, water, verblijven en parkeren. In het zuidelijk deel zijn er kansen voor een kleinschalig appartementengebouw in het betaalbare segment.
9
Infrastr uc tu u r Buitendam s Water Groen B ebouwin g
Hoofdstructuur van de ontwikkeling
PLANBESCHRIJVING 2.1 CONCEPT De locatie zal worden getransformeerd tot een woongebied, waarbij de huizen in het noordelijk deel omringd worden door water. Hiermee wordt ook de tweedeling in het plangebied zichtbaar: grondgebonden woningen die worden ontsloten door middel van het verlengde Zwaluwpad en appartementen die via de Buitendams ontsloten worden. De onderlinge deelgebieden worden met elkaar verbonden via een voetgangersbruggetje, dat alleen als langzaam verkeer verbinding voor de appartementen dienst doet. Het water vormt een kader om het noordelijk deel van het gebied. Het bestaande Zwaluwpad wordt verlengd, waarbij er ter plaatse van de entree een kleine asverschuiving van de weg komt. De bebouwingsopzet is compact, met een compacte straat en groen op een aantal overhoeken. De positie van nieuwe bouwvolumes staat uitgelijnd met de bestaande bebouwing, of houdt daarvan een zekere afstand. Binnen het noordelijk deel zijn er drie verschillende woontypologieën en een vierde type ligt aan de Buitendams. Deze variatie biedt mogelijkheden om goed te kunnen reageren op de omgeving en de verschillende specifieke doelgroepen aan te spreken van waaruit in Hardinxveld-Giessendam een aanzienlijke vraag is.
11
Voetpad Autoluwe weg Parkeren op eigen terrein Parkeren openbaar Infrastructuur en parkeren
2.2 INFRASTRUCTUUR EN PARKEREN Het plangebied wordt ontsloten door het Zwaluwpad te verlengen in de vorm van een doodlopende straat, met een haakse insteek in het midden van het gebied t.b.v. parkeren en een vrijwel haakse insteek aan de zuidzijde t.b.v. parkeren en keren. Er komt een 30km/u regime waardoor de straat als een woon- en verblijfsgebied kan worden ingericht. Parkeren vindt plaats op zowel eigen terrein als in de openbare ruimte. Door de positionering van de woningen is het mogelijk om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid zonder een lange rij van aaneengesloten parkeerplaatsen te creëren.
Op basis van de proefverkaveling kan geconcludeerd worden dat het plan voldoende ruimte biedt voor het benodigde parkeren, zoals aangegeven in onderstaande tabel:
gevraagd
gerealiseerd
aantal
aantal pp
privé
openbaar
6
14,4
koop (midden)
4
10,4
koop (duur)
6
14,4
appartementen
6
10,8
totaal
22
50
20
30
woningtype
categorie
rijwoning/hoekwoning
sociaal huur/koop
twee-onder-één-kapwoning patio
Het aantal benodigde parkeerplaatsen is gerelateerd aan het aantal woningen en de woningtypologie. Het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan gaat uit van de maximale parkeernorm (weinig stedelijk, rest bebouwde kom) conform de CROW publicatie 317. Concreet gelden onderstaande normen voor het Zwaluwpad: • twee-onder-één-kap woning (koop) 2,6 p.p. per woning • rijwoning (koop) 2,4 p.p. per woning • patio (koop) 2,4 p.p. per woning • appartement (betaalbaar/middenhuur) 1,8 p.p. per woning
13
BOUW
VELD I
BOUW
BOUW
V E L D II
V E L D II
I
BOUW
V E L D IV
Bouwvelden
2.3 BOUWVELDEN EN PROGRAMMA Het programma voor de woningen aan het Zwaluwpad bestaat uit maximaal 16 grondgebonden woningen in het noordelijk deel en 6 appartementen aan de Buitendams. Het plangebied bestaat uit vier bouwvelden. Aan de noordzijde biedt bouwveld I ruimte aan vier twee-onder-één-kap woningen. De woningen worden ontsloten door het verlengen van het Zwaluwpad. Naast het autoverkeer, biedt het profiel ruimte voor de voetganger en groen. Aan de achterzijde staat de woning in connectie met het water, waardoor een aantrekkelijk woonklimaat wordt gecreëerd.
De verschillende typologieën behoren tot verschillende prijscategorieën, van goedkoop tot duur: • de rij- en hoekwoningen liggen in het regulier segment; • de appartementen liggen in de prijscategorie betaalbaar; • twee-onder-één-kap liggen in het hoge segment; • de patio's liggen in het hoge segment.
In bouwveld II wordt een andere typologie geïntroduceerd in de vorm van zes patiowoningen voor senioren. Door geringe hoogte van de woningtypologie, behoudt de straat zijn open karakter. Het profiel van de straat wordt daarnaast gekenmerkt door ruimte voor de voetganger. Aan de achterzijde staan de woningen direct in contact met het water. Aan het einde van het Zwaluwpad, bevindt zich bouwveld III met zes rijwoningen. De woningen staan direct in contact met de straat aan de voorzijde en aan de achterzijde wordt ruimte geboden voor achtertuinen aan het water. Ter plaatse van de Buitendams ligt bouwveld IV, waar maximaal 6 appartementen in 1 gebouw wordt gerealiseerd.
15
Groen en waterberging
2.4 GROEN EN WATERBERGING Het plangebied kent hoogteverschillen door de aanwezigheid van de Buitendams (NAP + 4,0m). De woningen liggen op peil NAP -0,60m en de kruin weg op NAP -0,85m. Om wateroverlast in het nieuwe woongebied en de aangrenzende percelen te voorkomen dient het klimaatbestendig te worden ingericht. Voor de inrichting van het watersysteem is de lijn ‘vasthouden-bergenafvoeren’ het vertrekpunt, door: • gebiedseigen (neerslag)water zo lang mogelijk vast te houden; • neerslagwater zoveel mogelijk in het eigen gebied te bergen; • hemelwater vertraagd af te voeren. De hemelwater (hwa) en vuilwater / droogweerafvoer (dwa) systemen moeten voldoen aan de eisen die het waterschap en de gemeente daaraan stellen. De belangrijkste randvoorwaarden voor het hwasysteem zijn: voldoende bergingscapaciteit om te voorkomen dat het probleem van wateropvang afgewenteld wordt op een ander gebied en het systeem moet zo functioneren dat niemand in het gehele gebied, bestaand en nieuw, overlast van hemelwater gaat ondervinden. De maximale afvoer van water uit het plangebied mag niet meer zijn dan 1,5 l/s/ha (landelijke afvoernorm) en er moet voldoende berging zijn bij extremere omstandigheden. Er wordt gerekend met twee ontwerpbuien. Voor deze locatie is de ontwerpbui T=10+10%neerslag maatgevend. De vuistregel is: 436 m3 berging per ha verhard oppervlak.
NI E UW E SI TUATI E
v erha rd
To ta a l w a ter o p p erc eel
1918, 0 m 2
af bestaand water
843,4 m 2
nieuw water
1074,6 m 2
O p enb a a r g ro en
519, 5 m 2
1 entree plan
181,6 m 2
2 entree plan zijde zw. Pad 4
16,5 m 2
3 halverwege oostzijde
26,9 m 2
4 zuidzijde rijwon
40,1 m 2
5 zuidzijde sen woning
27,6 m 2
hagen binnen verhard opp
62,1 m 2
6 groen aan zuidzijde
164,7 m 2 0,0 m 2
7 aan zuidzijde overzijde water
O p enb a a r v erha rd ( resta nd na a f trek uitg eef b a a r en g ro en)
1752, 5 m 2
1752, 5 m 2
Uitg eef b a a r
3374, 0 m 2
2786, 4 m 2
80 %
1290,0 m 2
1032,0 m 2
senioren woningen
80 %
768,0 m
2
614,4 m 2
rijwoningen
90 %
872,0 m 2
784,8 m 2
app perceel + groenstrook
80 %
444,0 m 2
355,2 m 2
7564, 0 m 2
4538, 9 m 2
vier tweekappers
TO TAAL
W ATE R C O MPE NSATI E
compensatienorm: 436 m 3 water per 1 ha verharding
198 m 3
waterberging nodig (maximale peilsteiging: 0,20 m)
989 m 2
we realiseren nu
1074,6 m 2
Sa ld o ( p o sitief )
85, 1
2
17
O p enb a a r v erha rd ( resta nd na a f trek uitg eef b a a r en g ro en)
1752, 5 m 2
1752, 5 m 2
Uitg eef b a a r
3374, 0 m 2
2786, 4 m 2
vier tweekappers
80 %
1290,0 m 2
1032,0 m 2
senioren woningen
80 %
768,0 m 2
614,4 m 2
rijwoningen
90 %
872,0 m
2
784,8 m 2
app perceel + groenstrook
80 %
444,0 m 2
355,2 m 2
7564, 0 m 2
4538, 9 m 2
TO TAAL
W ATE R C O MPE NSATI E
Op basis van deze uitgangspunten is de proefverkaveling globaal doorgerekend ten aanzien van de wateropgave. De verwachting is dat de wateropgave volledig binnen het plangebied opgelost kan worden door de integratie van oppervlaktewater in het ontwerp. In de berekening is nog geen rekening gehouden met mogelijke positieve effecten van bijvoorbeeld het realiseren van groene daken en/of het toepassen van halfverharding.
compensatienorm: 436 m 3 water per 1 ha verharding
198 m 3
waterberging nodig (maximale peilsteiging: 0,20 m)
989 m 2
we realiseren nu
1074,6 m 2
Sa ld o ( p o sitief )
85, 1 m 2
18
Natuurlijke taluds Lage beschoeiing Kademuur Hoge beschoeiing Overgangen naar het water
In het plangebied wordt de relatie tot het water op vier verschillende manieren vormgeven: met een natuurlijk talud, een kademuur en een lage- en hoge beschoeiing.
Natuurlijk talud
Lage beschoeiing
Kademuur
Hoge beschoeiing
Bouwveld I biedt de ruimte voor de aanleg van een natuurlijk talud in de openbare ruimte en aan de oostzijde bieden de achtertuinen de gelegenheid voor een overgang in de vorm lage beschoeiing. Bouwveld II wordt aan de westzijde begrensd door een gemetselde kademuur. In bouwveld III wordt de oostzijde begrensd door een hoge beschoeiing. Tenslotte wordt aan de zuidzijde gebruikt gemaakt van lage beschoeiing.
20
H aa g vo o rz ijde* ( 80 c m h o o g) B e g ro e i d h ekwerk* * ( 180 c m h o o g) G e m e tse l d e ka dem uur ( 80 c m h o o g) * L igus terh a a g * * B egro eiin g s ta a lm a t: m i x va n H edera H elix en Clem a tus
Erfovergangen (privaat - openbaar)
De overgangen openbaar - privaat worden voorgeschreven en hebben een instanthoudingsverplichting via de koop (en huur-)overeenkomsten met bewoners. Terras
Globaal zijn er 3 varianten van erfovergangen, zoals weergegeven op pagina 22: een (liguster-) haag aan de voor- of zijtuinen, een hoger begroeid hekwerk aan de westelijke waterkant.
Haag
Begroeid hekwerk
22
r i j
w p a d
p a t
z w a l u
s
m o g e l i j k uitbreidin g va n de lo c a tie
b u i t e n d a m s Proefverkaveling d.d.maart '21
2.5 PROEFVERKAVELING Gebaseerd op het SPvE wordt het plan voor Het Zwaluwpad nader uitgewerkt tot een definitief stedenbouwkundig plan en een inrichtingsplan voor de buitenruimte. Aan de hand van het voorziene programma is een proefverkaveling opgesteld. De proefverkaveling (stand van zaken maart 2021) is op nevenstaande pagina afgebeeld. Aan deze tekening kunnen geen rechten worden ontleend. Zaken als de exacte positionering en maatvoering van de ontsluiting, verdeling van woningtypen en parkeerplaatsen, etc. liggen nog niet vast.
24
profiel A
profiel B
profiel C
Profielen
Profiel A
Profiel B
Profiel C
Artist Impression
Artist Impression
Artist Impression
Sfeerimpressies bebouwing
BEELDKWALITEIT 3.1 STREEFBEELDEN ARCHITECTUUR Gestreefd wordt naar een herkenbare, eenduidige identiteit per deelgebied (noord en zuid), waarbij een relatie wordt gelegd met het historische lint (bouwveld IV) en de het nieuwe woongebied De Blauwe Zoom (bouwvelden I t/m III). Het plan bevat in het noordelijk deel vier twee-onder-één-kappers, zes patiowoningen en één rij van zes woningen. De maximale goothoogte van de woningen is 6 meter, maximale nokhoogte 11 meter.
In het zuidelijk deel dient het volume zich te verhouden tot de bebouwing aan de Buitendams. In volume betekent dat een iets verhoogde begane grond laag (beletage), met daarboven een bewoonbare kap. De maximale bouwhoogte aan de Buitendams is maximaal 4,5 meter goothoogte en 8 meter nokhoogte ten opzichte van peil aan de Buitendams. Onder de beletage, in het achtergebied, ligt een deels verdiept volume wat is georiënteerd op het gebied.
Er is een rijkheid in het metselwerk en de architectuurgrammatica ondersteunt de diversiteit aan woontypologieën. De gevels worden uitgevoerd in baksteen in een grijs-rood/bruin kleurenspectrum. Ter plaatse van kapvormen is er een dekking van pannen in een donkere kleur (grijs-antraciet).
In architectuur heeft de plint van het gebouw (onder de beletage) een afwijkende, donkere materialisatie. Daarboven staat een metselwerk gevel, in een baksteenkleur binnen het spectrum van oranje-rood tot lichtbeige/bruin. De kapvorm wordt gedekt met donkere pannen, omlijst met een prominente daklijst in gelijkende kleurstelling als de kozijnen.
De architectuur van het plan dient in sterke afstemming tussen de verschillende onderdelen ontworpen te worden, waarbij de voorziene identiteit doorgevoerd wordt tot in details.
Ook hier dient de architectuur van het plan in afstemming te worden ontworpen, in dit geval in relatie tot de bebouwing aan het lint van de Buitendams.
30
Artist Impression
Inspiratiebeelden inrichting buitenruimte
3.2 STREEFBEELDEN OPENBARE RUIMTE Het rustige, compacte karakter van de woonbuurt wordt vertaald in de sfeer van de openbare ruimte. De architectuur en buitenruimte worden in nauwe samenhang met elkaar ontworpen. De overgang tussen privé en publiek wordt vormgegeven middels voorgeschreven erfovergangen. De straat wordt uitgevoerd in een betonstraatklinker, met een gemengde kleur binnen het roodbruine spectrum (heidemangaan of vergelijkbaar). Het parkeren heeft een onderscheidende materialisatie van wat grotere elementen in blauwgrijs, met antracietkleurige accenttegels ter markering van de parkeervakken. Het voetgangersdeel wordt gematerialiseerd in dezelfde elementen.
32
Foto huidige bebouwing plangebied
3.3 BORGING DOOR SUPERVISIE Door middel van gemeentelijke supervisie wordt de uiteindelijke ruimtelijke kwaliteit (in de ontwerpfase en de realisatie) gewaarborgd. Dat wil zeggen dat de toekomstige ontwerpen in afstemming worden opgesteld, via de lijn van de genoemde streefbeelden en aandachtspunten. Deze kwaliteitsborging wordt concreet uitgewerkt in een interactief proces van (dynamische) beeldregie via supervisie. Dit ‘overleg beeldregie’ wordt gevoerd door een voorzitter (coördinerend ambtenaar / projectleider) en de gemeentelijk supervisor. Vanuit de initiatiefnemer sluit de uitvoerend architect en ontwikkelingsmanager aan bij het overleg. Doel van het overleg beeldregie is drieledig: •
•
•
van (deel-)projecten en de plannen dienen daarom regelmatig aan verschillende partijen te worden gepresenteerd. Omdat er vanuit het overleg beeldregie een compleet en actueel inzicht is in de planvorming, worden van hieruit ook (voortgangs-) presentaties (aan de gemeenteraad, omwonenden, eindgebruikers, etc.) verzorgd.
Het overleg stimuleert (adviseurs van) initiatiefnemer om ideeën aan te scherpen en consequente ontwerpstappen te maken. Tevens wordt permanent gemonitord of het ontwerp voldoet aan de kaders (zoals benoemd in het SPvE en het bestemmingsplan) en of er geen tegenstrijdigheden ontstaan met andere (beleids-) kaders; Ervaring leert dat een gebiedsontwikkeling zoals Het Zwaluwpad niet altijd verloopt zoals gepland. Soms ontstaan er nieuwe inzichten of zijn er op detailniveau beslissingen die genomen moeten worden door uitvoerders van plannen die raken aan ruimtelijke kwaliteit. Voor dergelijke situaties worden via het overleg beeldregie praktische oplossingen voorgesteld; Vele betrokkenen zijn geïnteresseerd in de concrete ontwikkeling
34
Bijlage 2: Quickscan flora en fauna, Kingfisher Natuurprojecten, 8 juni 2020
QuickScan Wnb Zwaluwpad te Hardinxveld-Giessendam i.o.v. Blokland Bouwpartners 08-06-2020
Inhoud:
1. 2. 3. 4. 5. 6.
Inleiding Gebiedsbeschrijving en voorgenomen plannen Wettelijk kader Methode Resultaten Effecten, verplichtingen en aanbevelingen
1.
Inleiding Er zijn plannen om op een kavel nabij het Zwaluwpad te Hardinxveld-Giessendam woningbouw te realiseren. Deze werkzaamheden kunnen van invloed zijn op de aanwezige beschermde flora en fauna in het plangebied. In het kader van de Wet natuurbescherming dient bij dergelijke ruimtelijke ingrepen en bij wijzigingen van bestemmingsplannen onderzoek gedaan te worden naar de aanwezige beschermde natuurwaarden en dient een beoordeling gemaakt te worden van eventuele negatieve effecten van de plannen op deze waarden. Blokland Bouwpartners heeft het Kingfisher Natuurprojecten (KFNP) gevraagd een QuickScan Wet natuurbescherming op deze locatie uit te voeren en te adviseren omtrent de relevante natuurwetgeving.
Kingfisher Natuurprojecten Lekdijk 28 A 2967GB Langerak
2.
Gebiedsbeschrijving en voorgenomen plannen Gebiedsbeschrijving Het plangebied bevindt zich aan de zuidwestzijde van Hardinxveld-Giessendam aan het Zwaluwpad (provincie Zuid-Holland). Het plangebied wordt grotendeels omringd door bebouwing. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door een kinderopvang en scholen met daarnaast een woonwijk. Ten zuiden ligt achter enkele woningen een industriegebied. Het plangebied betreft een weiland (voormalige boomgaard) met enkele bomen en sloten. De kavel is deels bedekt met takkenresten en bevat een voedselrijke grond.
Figuur 1. Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd).
Kingfisher Natuurprojecten Lekdijk 28 A 2967GB Langerak
Bron: QGIS
Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving.
.
.
Bron: QGIS
. ,
Kingfisher Natuurprojecten Lekdijk 28 A 2967GB Langerak
Beschermde gebieden Het plangebied ligt op 800 meter afstand van Natura 2000-gebied de ‘Biesbosch’ (figuur 9). Vanwege de veranderende situatie worden er mogelijk (significant) nadelige effecten verwacht op de aangewezen habitattypen, soorten en instandhoudingsdoelstellingen van dit Natura 2000-gebied bij uitvoering van de geplande werkzaamheden, zoals verzuring en/of vermesting door N-depositie uit de lucht. Mogelijk is een AERIUS-berekening nodig, deze berekening is niet meegenomen in deze rapportage. Het plangebied grenst niet aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Hierdoor is een toetsing aan de wet- en regelgeving omtrent het NNN niet nodig.
Figuur 3: Ligging van het plangebied (rood omcirkeld) t.o.v. Natura 2000-gebied ‘Biesbosch’ (groen gearceerd). Bron: QGIS
Kingfisher Natuurprojecten Lekdijk 28 A 2967GB Langerak
Voorgenomen plannen Er zijn plannen om op een kavel nabij het Zwaluwpad te Hardinxveld-Giessendam woningbouw te realiseren (figuren 4 en 5). Hiervoor dienen bomen gerooid te worden en watergangen vergraven.
Figuur 4. Stedenbouwkundig plan.
Bron:SPACEVALUE
Figuur 5. Stedenbouwkundig plan.
Kingfisher Natuurprojecten Lekdijk 28 A 2967GB Langerak
Bron: SPACEVALUE
3.
Wettelijk kader In Nederland is de bescherming van belangrijke natuurwaarden vanaf 2017 wettelijk vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Het gaat hierbij zowel om bescherming van soorten als bescherming van gebieden. Onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming De provincies zijn sinds 1 januari 2017 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet natuurbescherming en dus ook voor ontheffingsaanvragen. Om een ontheffingsaanvraag in behandeling te nemen, dient het onderzoek aan goedgekeurde voorwaarden (o.a. ten aanzien van methode, intensiteit, periode, tijd tussen onderzoeksmomenten) te voldoen. Slechts als het onderzoek volgens deze voorwaarden uitgevoerd is, kan volgens de wetgever een goed onderbouwde uitspraak gedaan worden over; - de aanwezigheid van beschermde soorten; - de functie van een gebied of onderdelen binnen een gebied voor deze beschermde soorten; - het belang van een gebied of onderdelen binnen een gebied voor aanwezige beschermde soorten; - de effecten van plannen op deze soorten; - de keuze voor te nemen (mitigerende- en/of compenserende) maatregelen. De voorwaarden waaraan onderzoek moet voldoen, staan beschreven in de kennisdocumenten die in opdracht van de wetgever door BIJ12 opgesteld zijn en de inventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus.
Onderzoeken die niet volgens deze voorwaarden uitgevoerd zijn, kunnen volgens het bevoegd gezag geen basis en onderbouwing vormen van ontheffingsaanvragen en aanvragen zullen om die reden afgewezen worden.
Soortbescherming Voor dier- en plantensoorten zijn in de Wnb een aantal verbodsbepalingen opgenomen, waarvan vooral de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 belangrijk zijn in het kader van flora- en faunaonderzoek bij onder andere ruimtelijke ontwikkelingen. De verbodsbepalingen uit de artikelen gelden overal in Nederland, ongeacht het type of de omvang van de werkzaamheden of activiteiten die uitgevoerd worden. De bepalingen uit de Wnb kunnen daarom van invloed zijn op ruimtelijke ingrepen, zoals het aanleggen van infrastructuur, het slopen en realiseren van bebouwing, het uitbreiden van industriegebieden en het kappen van bomen. Ook bij het opstellen of herzien van bestemmings- plannen zijn de bepalingen uit de Wnb van belang. In het kader van het zorgvuldigheidsbeginsel en het voorzorgsbeginsel (Algemene Wet Bestuursrecht) dient
Kingfisher Natuurprojecten Lekdijk 28 A 2967GB Langerak
bij het opstellen en herzien van bestemmingsplannen en bij (ruimtelijke) activiteiten een toetsing aan de Wnb plaats te vinden. Deze toetsing moet de volgende onderdelen bevatten: • Een inventarisatie van het voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied en binnen de invloedssfeer van de activiteit; • Een inventarisatie en beoordeling van (significant) nadelige effecten als gevolg van de activiteit, op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of binnen de invloedssfeer van de activiteit aanwezig zijn; • Indien nodig een opname van maatregelen die de negatieve effecten op de beschermde soorten en hun leefgebieden mitigeren en/of compenseren. De Wnb kent drie categorieën van beschermde soorten die ook terug te vinden zijn in de artikelen met verbodsbepalingen: alle vogels uit de Europese Vogelrichtlijn (artikel 3.1), alle soorten die in de Europese Habitatrichtlijn vermeld worden (artikel 3.5) en “overige soorten” (artikel 3.10) die alleen op nationaal niveau beschermd worden. Provincies mogen afwijken van de lijst met “overige soorten” door vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten. Hierdoor kan deze lijst per provincie verschillen. Een overzicht van alle beschermde soorten is te vinden in bijlage 1.
Soorten Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn Wanneer één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 3.1 en/of artikel 3.5 Wnb overtreden worden door de voorgenomen activiteit, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffing voor het overtreden van verbodsbepalingen wordt voor soorten uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn alleen verleend wanneer voldaan wordt aan elk van de volgende voorwaarden: • Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; • Zij is nodig: a) In het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; of b) In het belang van een dwingende reden van groot openbaar belang; of c) In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Voor vogels kan echter geen beroep gedaan worden op belang b “dwingende reden van groot openbaar belang”. Wanneer overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden door het treffen van mitigerende maatregelen, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel kan in dergelijke gevallen toch ontheffing aangevraagd worden om de te treffen maatregelen goed te laten keuren. Indien het bevoegd gezag de maatregelen goedkeurt, wordt door hen een “positieve afwijzing” afgegeven.
Tekstvak 1: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming
Kingfisher Natuurprojecten Lekdijk 28 A 2967GB Langerak
Bij de aanvraag van een ontheffing in het kader van de Wnb zijn een activiteitenplan en, in sommige gevallen, een compensatieplan noodzakelijk. Hierin staan de bevindingen uit de flora- en faunatoets vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd zullen worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten in en binnen de invloedssfeer van de activiteit zoveel mogelijk voorkomen, dan wel beperkt worden.
Overige soorten Voor de soorten uit deze categorie geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 mits een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit. Indien aantoonbaar gewerkt kan worden volgens een dergelijke gedragscode, hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden voor het overtreden van één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 3.10 van de Wnb. Indien er geen goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit of het niet mogelijk is om volgens een dergelijke gedragscode te werken, dient bij overtreding van verbodsbepalingen wel een ontheffing aangevraagd te worden. De ontheffing kan voor deze soorten echter op grond van meer belangen verleend worden dan het geval is voor de Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten. Zorgplicht Tenslotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) de zorgplicht uit artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden en hun bijzondere natuurwaarden vindt onder de Wet natuurbescherming plaats via (Europese) Natura 2000-gebieden.
De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van specifieke natuurwaarden in gebieden die in het kader van de Europese Vogel- en -Habitatrichtlijn aangewezen en/of aangemeld zijn als speciale beschermingszone (Natura 2000-gebieden). Voor deze beschermde gebieden zijn aanwijzingsbesluiten opgesteld waarin beschreven staat voor welke (natuurlijke) habitats en dier- en plantensoorten het gebied aangewezen is. Voor deze kwalificerende waarden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld. Projecten, plannen en andere handelingen die nadelige effecten hebben op één of meerdere instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, zijn vergunningplicht of moeten de goedkeuring, een “bestuurlijk oordeel”, van het bevoegd gezag hebben (in veel gevallen zijn dit Gedeputeerde Staten en in andere gevallen is dit de minister van Economische Zaken). Zij oordelen dan dat een vergunning niet nodig is. Of deze goedkeuring wordt gegeven, is afhankelijk van de uitkomst van de zogenaamde habitattoets.
Kingfisher Natuurprojecten Lekdijk 28 A 2967GB Langerak
Uit de habitattoets kunnen drie mogelijkheden volgen: • Er is zeker geen nadelig effect. In dit geval is er geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming; • Er is sprake van een nadelig effect in de vorm van verstoring, maar dit is niet significant en er is geen sprake van verslechtering van aangewezen habitats. Hieruit volgt dat een vergunningaanvraag niet aan de orde is. Wel is een bestuurlijk oordeel van het bevoegd gezag nodig; • Er is sprake van een mogelijk significant nadelig effect in de vorm van verstoring en/of er is sprake van verslechtering van aangewezen habitats. In dit geval dient een passende beoordeling opgesteld te worden en is een vergunning nodig. Een ‘passende beoordeling’ is een rapport waarin (de zo exact mogelijke omvang van) de effecten, afzonderlijk of in combinatie met andere activiteiten, van een plan, project of handeling op een Natura 2000-gebied beschreven staan. Deze nadelige effecten worden in relatie tot de instandhoudingsdoelen bepaald. Indien uit de passende beoordeling volgt dat er significant nadelige gevolgen op zullen treden, moeten de plannen getoetst worden aan de zogenaamde ADC-criteria; 1. Zijn er Alternatieven? 2. Is er sprake van een Dwingende reden van groot openbaar belang? 3.
Zijn er Compenserende maatregelen voorzien? Wanneer er een alternatief bestaat voor de voorgenomen plannen dat niet tot significant nadelige effecten op instandhoudingsdoelstellingen leidt, moet dit alternatief gekozen worden. De ecologische belangen hebben in dit geval voorrang op de economische belangen. Wanneer er geen alternatieven voorhanden zijn, er sprake is van een dwingende reden van groot openbaar belang en/of er voldoende compenserende maatregelen getroffen worden, kan vergunning voor de voorgenomen plannen verleend worden.
Kingfisher Natuurprojecten Lekdijk 28 A 2967GB Langerak
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit Natuurnetwerk. De bescherming van het Natuurnetwerk is opgenomen in de Verordening Ruimte van de desbetreffende provincie en valt hiermee buiten de Wet natuurbescherming. Natuurwaarden van het NNN worden afgemeten aan doelsoorten. Het is belangrijk dat verlies van en winst aan belangrijke natuurwaarden hieraan worden afgemeten. Ruimtelijke ingrepen moeten vooraf worden getoetst op hun effect op het areaal, de samenhang en de kwaliteit van het NNN. Ingrepen die geen significant negatief effect op wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN hebben, kunnen in principe doorgang vinden. Als echter het tegenovergestelde geldt, hangt doorgang van de plannen onder meer af van het belang van de plannen en van de mogelijkheden voor mitigatie en compensatie. Hierbij geldt het 'Nee, tenzij-regime'. Per saldo dient de kwaliteit en/of kwantiteit van het NNN te verbeteren. Waar Natura 2000-gebieden met het NNN overlappen, blijft ook het NNN-regime gelden.
Kingfisher Natuurprojecten Lekdijk 28 A 2967GB Langerak
4.
Methode In het kader van de Wet natuurbescherming is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Deze quickscan bestond uit een literatuuronderzoek en een veldbezoek. Voor het literatuuronderzoek is gebruikgemaakt van verspreidingsgegevens van soorten verzameld door verschillende soortenorganisaties zoals de NDFF. Op basis van het literatuuronderzoek is o.a. bepaald voor welke soortgroepen de aanwezigheid en/of de geschiktheid van het plangebied onderzocht diende te worden. Tijdens de quickscan is specifiek rekening gehouden met de mogelijke aanwezigheid en geschiktheid van het gebied voor vleermuizen, vogels met een vaste verblijfplaats, grondgebonden zoogdieren, amfibieën, vissen en flora. Beschermde dagvlinders, libellen, reptielen en de Platte schijfhoren (Anisus vorticulus) worden op basis van habitateisen, verspreidingsgegevens en/of kenmerken van het plangebied niet verwacht. Om deze reden kon de aanwezigheid van beschermde soorten uit deze soortgroepen op voorhand worden uitgesloten. De veldbezoeken zijn op 31 maart en 1 april 2020 uitgevoerd door medewerkers van het Natuur Wetenschappelijk Centrum (i.o.v. Kingfisher Natuurpojecten). De temperatuur tijdens het veldbezoek op 31 maart bedroeg ongeveer 9 °C, het was onbewolkt en de wind had een kracht van 3 Bft.
De temperatuur tijdens het veldbezoek op 1 april maart bedroeg ongeveer 9 °C, het was zwaar bewolkt en de wind had een kracht van 1 Bft. Deze gegevens zijn door de medewerkers in het veld gemeten of ingeschat. Vleermuizen Het plangebied is beoordeeld op de mogelijke waarde voor vleermuizen. Hierbij is gelet op de geschiktheid van de aanwezige bebouwing en bomen als verblijfplaats voor vleermuizen. Daarbij moet gedacht worden aan de ouderdom van de bomen, de aanwezigheid van holtes en spleten en de kenmerken van deze holtes en spleten. Ook is gelet op sporen van vleermuizen, zoals uitwerpselen, afgebeten insectenvleugels en aanwezigheid van meststrepen bij eventuele invliegopeningen. Daarnaast is er tijdens het veldbezoek beoordeeld of de bomen in het plangebied potentieel belangrijke vliegroutes en/of foerageergebied kunnen vormen en of er in de directe omgeving significante vliegroutes en/of foerageergebied, zoals bomenrijen, andere groene, lijnvormige landschapselementen, kleinschalige weilanden en andere half open gebieden, aanwezig zijn. Vogels met een vaste verblijfplaats Vogels met een vaste verblijfplaats worden jaarrond beschermd door de Wet natuurbescherming. Dit geldt ook voor hun functionele leefomgeving. Voorbeelden van deze vogels zijn de Huismus (Passer domesticus), de Gierzwaluw (Apus Apus), de Buizerd (Buteo buteo) en de Sperwer (Accipiter nisus).
Tijdens de quickscan is het
Kingfisher Natuurprojecten Lekdijk 28 A 2967GB Langerak
plangebied onderzocht op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vogels met een vaste verblijfplaats en is bepaald welke gevolgen de voorgenomen plannen voor deze vogels met zich meebrengen (zoals verstoring door geluid). De bomen binnen het plangebied zijn beoordeeld op hun geschiktheid voor en aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vogels. Dit is gedaan door te letten op sporen (braakballen, veren, uitwerpselen, etc.), nesten (o.a. horsten en oude kraaiennesten) en aan de hand van waarnemingen van de betreffende vogelsoorten (geluid/zicht/territorium indicerend gedrag). Tevens is bekeken of het plangebied een significant onderdeel zou kunnen zijn van de functionele leefomgeving van een vogelsoort met een vaste verblijfplaats. Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek is er beoordeeld in hoeverre het plangebied geschikt leefgebied vormt voor strikt beschermde marterachtigen en andere beschermde grondgebonden zoogdieren. Hierbij is onder andere gelet op de aanwezigheid van sporen van deze soorten, holtes in de bomen, holen, burchten en de aanwezigheid van functionele leefomgeving. Amfibieën Tijdens het veldbezoek is beoordeeld in hoeverre het plangebied geschikt leefgebied vormt voor deze soorten.
Hierbij is onder andere gelet op de aanwezigheid van geschikt voortplantingswater, een zandige, goed vergraafbare bodem, een pioniersvegetatie, een goed ontwikkelde onderwatervegetatie en/of schuilplaatsen in de vorm van stenen, stukken hout of holen. Aquatische fauna Het onderzoek naar beschermde vissoorten zoals Grote modderkruiper (Misgurnus fossilis) en andere aquatische fauna is uitgevoerd met behulp van steeknetten (deze hebben een gestrekte maaswijdte van 3 millimeter en een netgrootte van 70 x 40 centimeter). De steeknetten zijn op enige afstand van de oever in het water gestoken en met kracht naar de oever toe gehaald. Hierbij is ook door eventueel aanwezige oevervegetatie en onder kraggen geschept. Gevangen vissen en andere aquatische fauna zijn na determinatie ter plaatse weer vrijgelaten in het water waar ze vandaan kwamen. Vaatplanten Het plangebied is daarnaast ook onderzocht op de aanwezigheid van vaatplanten. Hierbij is eveneens gekeken naar soorten die door de Drechtsteden beschermd zijn. Plantensoorten die door de Wet natuurbescherming beschermd zijn, kunnen op basis van verspreiding en habitateisen al uitgesloten worden.
Kingfisher Natuurprojecten Lekdijk 28 A 2967GB Langerak
5.
Resultaten Vleermuizen Binnen het plangebied zijn geen geschikte holtes in bomen aanwezig. Daarnaast is er geen bebouwing aanwezig binnen het plangebied. Om deze reden kan de aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen uitgesloten worden. De bebouwing grenzend aan het plangebied biedt wel geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen (figuur 16). In de omgeving zijn waarnemingen bekend van de Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), de Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) en de Laatvlieger (Eptesicus serotinus). Vleermuizen uit de omgeving kunnen het plangebied gebruiken om te foerageren, echter is dit geen essentieel foerageergebied. De bomen binnen het plangebied vormen geen lijnvormig element en zullen geen deel uitmaken van een vliegroute. Vogels met een vaste verblijfplaats Nesten van vogels met een vaste verblijfplaats zijn jaarrond beschermd. Ook nesten van kraaiachtigen zijn jaarrond beschermd als ze in gebruik zijn door een vogelsoort met een vaste verblijfplaats zoals de Buizerd (Buteo buteo) of de Sperwer (Accipiter nisus). Binnen het plangebied zijn echter geen bomen aanwezig met nesten van kraaiachtigen of van vogelsoorten met een vaste verblijfplaats.
Daarnaast zijn er ook geen sporen als uitwerpselen, braakballen en/of pluisjes waargenomen binnen het plangebied die duiden op de aanwezigheid van de Buizerd, de Sperwer of een andere vogelsoort met een vaste verblijfplaats. Grondgebonden zoogdieren In het plangebied zijn een takkenril en struweel aanwezig, die zouden kunnen dienen als (lijnvormig) element waar beschermde grondgebonden zoogdieren, zoals marterachtigen, zich langs kunnen verplaatsen. Het plangebied bevat geen geschikt leefgebied voor marterachtigen, doordat er onvoldoende voedsel beschikbaar is. Er zijn geen holen of sporen gevonden.
Amfibieën Kingfisher Natuurprojecten Lekdijk 28 A 2967GB Langerak
Tijdens het veldbezoek zijn er geen individuen van strikt beschermde amfibieënsoorten aangetroffen. De sloten hebben flauwe oevers en bieden geschikt leefgebied voor amfibieën. De bodem is niet zanderig en moeilijk vergraafbaar.
De Rugstreeppad (Epidalea calamita) is vooral een soort van terreinen met een hoge natuurlijke of door mensen ingebrachte dynamiek. Braakliggende bouwterreinen, groeven en zand- en kleiafgravingen, (rivier)duinen en uiterwaarden vormen een ideaal leefgebied voor de Rugstreeppad. Vaak is er een goed vergraafbare bodem en bouwmateriaal om onder te schuilen. Het voortplantingswater bestaat meestal uit ondiep (tijdelijk) water. In brede en grotere watergangen komt de rugstreeppad niet voor, met mogelijke uitzondering de ondiepe oeverzones. Het plangebied biedt geen geschikt voortplantingsbiotoop en matig geschikt landbiotoop voor de Rugstreeppad. Daarom kan de aanwezigheid van de Rugstreeppad worden uitgesloten. Aquatische fauna Er zijn zoals verwacht geen (strikt) beschermde soorten aangetroffen in het plangebied.
Tabel 1: Waargenomen soorten aquatische fauna
Soort
Aantal
Locatie 1 – 115.719-426.536 Vissen Kleine modderkruiper Blankvoorn Bittervoorn Zeelt Baars
1 15 3 1 1
Vaatplanten Er zijn, zoals verwacht, geen (strikt) beschermde plantensoorten waargenomen in het plangebied.
Kingfisher Natuurprojecten Lekdijk 28 A 2967GB Langerak
6.
Effecten, verplichtingen en aanbevelingen Vleermuizen Door het ontbreken van bebouwing of bomen met geschikte holtes kan de aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen met zekerheid uitgesloten worden. De bomen binnen het plangebied vormen geen lijnvormig element en zullen geen deel uitmaken van een vlieg- en foerageerroute. Naderonderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming is daarom niet benodigd. Vogels met een vaste verblijfplaats Er zijn geen nesten van kraaiachtigen of verblijfplaatsen van vogels met een vaste verblijfplaats aangetroffen in het plangebied. De bebouwing in de omgeving van het plangebied zijn geschikt voor de Huismus (Passer domesticus) en in de omgeving zijn waarnemingen van huismussen bekend. Huismussen kunnen mogelijk foerageren in het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn echter geen huismussen gezien of gehoord. Om deze reden zal het plangebied geen onderdeel uitmaken van essentiële functionele leefomgeving van de Huismus en is aanvullend onderzoek niet benodigd. Algemene (broed)vogels Het aanwezige groen binnen het plangebied biedt broedgelegenheid voor algemene vogelsoorten. Deze nesten zijn beschermd op het moment dat ze in gebruik zijn. Door de voorgenomen groenverwijdering kan mogelijk verstoring of vernieling van legsels optreden.
Om overtredingen van de verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming te voorkomen wordt geadviseerd de vegetatie buiten het broedseizoen te verwijderen. Voor het broedseizoen kan globaal de periode maart tot en met augustus worden aangehouden. Indien werkzaamheden in het broedseizoen plaatsvinden dient vóór aanvang een broedvogelinspectie uitgevoerd te worden door een ecologisch deskundige. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied is niet geschikt als functionele leefomgeving voor marterachtigen, doordat er onvoldoende voedsel beschikbaar is en rondom het plangebied onvoldoende schuilmogelijkheden aanwezig zijn voor deze soorten. Daarnaast zijn de bunzing, wezel en hermelijn vrijgesteld in de Provincie Zuid-Holland. .
Kingfisher Natuurprojecten Lekdijk 28 A 2967GB Langerak
Amfibieën Het plangebied vormt geen geschikt voortplantingsbiotoop en matig geschikt landbiotoop voor de Rugstreeppad (Epidalea calamita). Werkzaamheden zoals dempen van watergangen zullen plaats vinden onder ecologische begeleiding, na de voorbelasting is het terrein zeer geschikt als landbiotoop. Hiervoor zullen er rondom de bouwlocatie preventief amfibieënschermen geplaatst worden. Vaatplanten In het plangebied zijn geen strikt beschermde plantensoorten waargenomen waardoor er vanuit de Wet natuurbescherming geen verdere verplichtingen zijn voor deze soorten.
Zorgplicht Tenslotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) de zorgplicht. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Manieren om aan de zorgplicht te voldoen zijn bijvoorbeeld: • Er wordt gelegenheid gegeven aan amfibieën en grondgebonden zoogdieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. Dit gebeurt door onder andere vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen) gefaseerd te verwijderen; •
in verband met verstoring van aanwezige dieren worden de werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uitgevoerd.
Kingfisher Natuurprojecten Lekdijk 28 A 2967GB Langerak
Bijlage 3: Stikstofberekening, KuiperCompagnons, 2 maart 2022
NOTITIE Betreft Opdrachtgever Contactpersoon Werknummer Datum
Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan ‘Zwaluwpad’ Blokland Bouwpartners De heer A. Blokland 620.102.10 2 maart 2022
Aanleiding Blokland Bouwpartners heeft het voornemen om in het bestemmingsplan ‘Zwaluwpad’ 24 nieuwe woningen te bouwen met bijbehorende voorzieningen zoals ontsluitingswegen en parkeerplaatsen. Het programma voor de woningen aan het Zwaluwpad bestaat uit 16 grondgebonden woningen en 6 appartementen. De 16 grondgebonden woningen worden ontsloten door het Zwaluwpad te verlengen in de vorm van een doodlopende straat. De ontsluiting vindt plaats via het Zwaluwpad, in het verlengde van de Ekster aan de noordzijde van het plangebied. Via de Ekster, Schapedrift en Weideveld wordt het plangebied ontsloten naar treinstation Hardinxveld Blauwe Zoom en het centrum van HardinxveldGiessendam. Voor de 6 appartementen zijn een aantal parkeerplaatsen voorzien aan de voorzijde van het appartementengebouw, direct bereikbaar vanaf de Buitendams. Door KuiperCompagnons is voor deze ontwikkeling een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. In deze notitie is de stikstofdepositie voor het gebruik van deze nieuwe woningen beschouwd. Beoordeeld is of sprake is van een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats gelegen binnen Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plan. In de volgende hoofdstukken wordt eerst het wettelijk kader behandeld, waarna de ligging van het plangebied en de uitgangspunten van de berekening beschreven worden.
Daarna worden de berekeningsresultaten gepresenteerd waarna de notitie wordt afgesloten met de conclusies van het onderzoek.
Wettelijk kader De wettelijke grondslag waarop toetsing van de planontwikkeling noodzakelijk is, betreft de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze toets dient om vast te stellen of, en zo ja, onder welke voorwaarden een menselijke activiteit in en rondom een Natura 2000-gebied kan worden toegelaten. Meer concreet heeft deze toets de volgende twee doelen: 1. Zekerheid bieden dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast; 2. Zekerheid bieden dat een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel een verstoring van soorten niet optreedt. De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de habitats kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de soorten, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Indien ter plaatse van stikstofgevoelige habitats binnen de Natura 2000-gebieden geen stikstofdepositie wordt berekend, kunnen negatieve gevolgen in die gebieden worden uitgesloten.
Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan ‘Zwaluwpad’ 620.102.10 / 2 maart 2022
1
Wet stikstofreductie en natuurverbetering De Wet stikstofreductie en natuurverbetering is op 1 juli 2021 in werking getreden. Via het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering, waarin de stikstofwet verder is uitgewerkt, geldt per 1 juli een vrijstelling voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten omdat de emissies tijdelijk en beperkt zijn. De aanlegfase hoeft niet langer te worden berekend. Een berekening voor de gebruiksfase blijft wel nodig.
Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden Op een afstand van circa 1 km is het Natura 2000-gebieden ‘Biesbosch’ gelegen. Binnen dit natuurgebied zijn stikstofgevoelige habitats aanwezig. Andere Natura 2000-gebieden zijn op veel grotere afstand van het plan gelegen. Dit zijn de natuurgebieden ‘Lingegebied & Diefdijk-Zuid’ en ‘Loevesteijn, Pompveld & Kornsche Boezem’ op meer dan 10 km ten oosten van dit bestemmingsplan. Gezien deze grote afstand tot de andere Natura 2000-gebieden heeft het onderzoek zich toegespitst op de ‘Biesbosch’. In de hierna opgenomen afbeelding is de ligging van het bestemmingsplan ‘Zwaluwpad’ en de genoemde Natura 2000-gebieden gepresenteerd.
Afbeelding 1 : Ligging bestemmingsplan ‘Zwaluwpad’ ten opzichte van Natura 2000-gebieden.
Uitgangspunten Zoals hierboven beschreven geldt per 1 juli 2021 een vrijstelling voor de aanlegfase. De aanlegfase is dan ook niet berekend. De gebruiksfase is aan de orde nadat de nieuwe gebouwen zijn opgeleverd. De woningen worden gasloos gebouwd en veroorzaken zelf derhalve geen emissie tijdens het gebruik. De emissie wordt bepaald door de verkeersbewegingen van en naar de woningen. In het (ontwerp)bestemmingsplan ‘Zwaluwpad’ is opgenomen dat de verkeersgeneratie 154 motorvoertuigen per etmaal bedraagt. Het aandeel vrachtverkeer van deze verkeersproductie is, tijdens de
Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan ‘Zwaluwpad’ 620.102.10 / 2 maart 2022
2
gebruiksfase, laag. Er is uitgegaan dat van deze 154 verkeersbewegingen er 8 vrachtwagens zijn, 4 middelzware en 4 zware vrachtwagen. Het verkeer moet worden meegenomen tot het is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. In het document van Bij12 ‘Instructie gegevensinvoer voor Aerius calculator’ van oktober 2020 is dit als volgt omschreven: Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rijen stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De 16 grondgebonden woningen worden ontsloten aan de noordzijde, via de bestaande ontsluitingsweg Zwaluwpad. De helft van de verkeersbewegingen van de 16 woningen zijn in de Aerius berekening betrokken tot de rotonde met de Schapedrift, de Zwijnskade en de Sportlaan (richting noordwest). De andere helft van deze verkeersbewegingen zijn betrokken tot het kruispunt van de Schapedrift met de Stationsstraat (richting noordoost). De 6 appartementen zijn ontsloten via de Buitendams. De helft van de verkeersbewegingen van de 6 appartementen zijn in de Aerius berekening betrokken tot de rotonde met de Peulenlaan en de inrit/oprit van de A15 (richting zuidwest). De andere helft van deze verkeersbewegingen zijn betrokken tot het kruispunt van de Buitendams met de Weideveld/Thornbeckstraat (richting zuidoost).
Na deze aansluitingen zijn de verkeersbewegingen in het heersende verkeersbeeld opgenomen. Gerekend is voor het beoordelingsjaar 2022. Dit kan ook worden gezien als worst case omdat de emissie van stikstof van motorvoertuigen in toekomstige jaren afneemt.
Berekeningen De resultaten van de berekening van de gebruiksfase zijn in bijlage 1 gepresenteerd. Uit deze berekeningen blijkt dat geen toename van de stikstofdepositie plaatsvindt binnen de Natura 2000gebieden.
Conclusies In dit onderzoek is beoordeeld of het gebruik van de 24 woningen binnen het bestemmingsplan ‘Zwaluwpad’ een toename veroorzaakt van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden. Zoals hierboven beschreven geldt per 1 juli 2021 een vrijstelling voor de aanlegfase. De aanlegfase is dan ook niet berekend. Uit dit onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden door het gebruik van deze woningen. Dit betekent dat significant negatieve effecten op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming niet leidt tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit project. KuiperCompagnons Projectverantwoordelijke: Behandeld door: ing. K. Jonkers/ ing. J. Kraaijeveld
File: j:\620\102\10\3 projectresultaat\milieu\stikstof\03 notitie\stikstofdepositie onderzoek bestemmingsplan zwaluwpad 2 maart 2022.doc
Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan ‘Zwaluwpad’ 620.102.10 / 2 maart 2022
3
Bijlagen >>>
Bijlage 1 Aerius-berekening gebruiksfase
Projectberekening
Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron
Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
KuiperCompagnons Naast buitendams 380, 3371 BT Harinxveld-Giessendam Bestemmingsplan ‘Zwaluwpad - Bovendijks’ 24 woningen, 154 verkeersbewegingen
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Rp2rBc9fojuV 02 maart 2022, 17:29 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 2022
Situatie 1 - Beoogd
Resultaten
Emissie NH3 1,6 kg/j
Hoogste depositie Hexagon Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j
Rp2rBc9fojuV (02 maart 2022)
Emissie NOx 29,3 kg/j Gebied
2/6
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen Verkeersnetwerk
Rp2rBc9fojuV (02 maart 2022)
Emissie NH3 1,6 kg/j
Emissie NOx 29,3 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. Rp2rBc9fojuV (02 maart 2022)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal
Rp2rBc9fojuV (02 maart 2022)
Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)
0,00
0,00
0,00
0,00
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)
0,00
0,00
5/6
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.4_20220217_5a8b67b7c6 Database versie 2021.0.4_5a8b67b7c6 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
Rp2rBc9fojuV (02 maart 2022)
6/6