CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

RO-BP-616.138.30-TOTAAL-VA00.pdf

Gemeenteraad GHG 1 juli 2021, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 10: Vaststellen bestemmingsplan De Blauwe Zoom - Ons Dorp30.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Hardinxveld-Giessendam 2030 Op 19 februari 2015 heeft de gemeenteraad van Hardinxveld-Giessendam de Structuurvisie Hardinxveld-Giessendam 2030 vastgesteld. De structuurvisie is een ruimtelijke ontwikkelingsvisie met een richtinggevend en programmatisch karakter die integrale keuzes bevat voor de hoofdlijnen van beleid voor de komende periode. De structuurvisie, die vooruitkijkt naar 2040, is een integraal document en heeft als doel om de verschillende belangen, tussen onder meer landschap, woningbouw, maatschappelijke voorzieningen en werkgelegenheid, zorgvuldig af te wegen. De structuurvisie biedt een kader waarin aanspraken op de ruimte kunnen worden afgestemd en gecombineerd. De structuurvisie is vooral gericht op het behoud en de verbetering van de bestaande ruimtelijke en sociale kwaliteiten, alsmede op het versterken en behouden van de leefbaarheid. Op de woningmarkt van Hardinxveld-Giessendam is sprake van een beperkte doorstroming. In de Lokale paragraaf Wonen geeft de gemeente invulling aan de afspraak vanuit de regionale woonvisie Drechtsteden om te komen tot een lokale uitwerking van die visie. Met deze lokale paragraaf wil de gemeente de gewenste ontwikkeling van nieuwbouw in de gemeente kunnen onderbouwen. In de Regionale Woonvisie zijn 20 kernpunten gegeven.

In de Lokale paragraaf Wonen zijn deze kernpunten uitgewerkt in vier thema's: voldoende woningen bouwen, kwalitatief goede woningen toevoegen, langer thuis en energie- en klimaatbestendig. In deze Lokale paragraaf is De Blauwe Zoom aangemerkt als zekere woningbouwlocatie. Uit het voorgaande blijkt dat in de structuurvisie (en de Lokale paragraaf Wonen) nadrukkelijk rekening is gehouden met de ontwikkeling van De Blauwe Zoom. Daarmee is de beoogde ontwikkeling in lijn met de gemeentelijke structuurvisie. De Blauwe Zoom - Ons Dorp Vast te stellen – 25 mei 2021

31

3.2

Onderzoek

De beleidsthema's, zoals bovenstaand beschreven, op verschillende schaalniveaus, zijn - voor zover aan de orde en indien wenselijk - doorvertaald in het juridisch kader van dit bestemmingsplan. Het plan past binnen de kaders gesteld in het nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid.

3.3

Conclusies

Het plan is niet strijdig met het vigerend ruimtelijk provinciaal op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid.

De Blauwe Zoom - Ons Dorp Vast te stellen – 25 mei 2021

32

Hoofdstuk 4 Volkshuisvesting 4.1

Kader

4.1.1

Regionaal beleid

Regionale woonvisie Drechtsteden In 2017 is een nieuwe regionale woonvisie opgesteld. De Woonvisie heeft als doel in 2030 een 'goed' woonklimaat in de Drechtsteden te voorzien, met hoogwaardig wonen en een stevige aantrekkingskracht om te werken en verblijven. Centrale vraag hierbij is wat het gewenste woonprofiel van de regio Drechtsteden in 2030 is en wat dit betekent voor de ontwikkeling van de gemeentelijke woonprofielen in de periode 2012-2030. Met de regionale woonvisie wordt daarnaast invulling gegeven aan de eis van de provincie om in bestemmingsplannen de behoefte aan te tonen middels een regionale visie. De woonvisie wil een gezicht geven aan degenen die nu nog geen wooncarrière kunnen worden geboden. De belangrijkste ambitie hierbij is het inspelen op het onvoldoende passende aanbod in de grotere steden. De regio wil zich positioneren als 'de Drechtsteden voor Rotterdam', en een kwalitatief hoog woningaanbod realiseren voor een doelgroep in een duurder segment, goed bereikbaar, met meer ruimte en met moderne stedelijke voorzieningen in of direct bij Dordrecht, met een traditioneel Hollands karakter. Hierbij wordt gekozen voor samenhangende groeiagenda. De zeven gemeenten blijven verplicht gezamelijk optrekken en doorpakken om de woningvoorraad en woningkwaliteit sneller te laten groeien.

Het doel van de woonvisie is: woningen bouwen waaraan behoefte is: gepaard met de economische groei, en met een gevarieerd woningaanbod. De juiste hoeveelheid gewenste woningen en woonmilieus voor de doelgroepen in de regio, op het juiste moment op de juiste plek. Deze ontwikkelingen gaan gepaard met aandacht voor de bereikbaarheid en voorzieningen op maat. Als overkoepelend thema wordt nadrukkelijk ingezet op duurzaamheid en een energieneuraal Drechtsteden in 2050. Belangrijke uitgangspunten om het doel van de woonvisie te bereiken zijn geformuleerd in 20 kernpunten. De voor de dit plan meest relevante kernpunten zijn in onderstaande lijst opgenomen. 1. De Drechtstedengemeenten verplichten zich gezamenlijk tot realisatie van woningen voor de autonome opgave door groei van het aantal huishoudens met 9.560 tot 2031. 2. De gemeenten zoeken naarstig naar locaties/mogelijkheden om de plancapaciteit te verhogen tot het per gemeente gewenste aantal. Zo gewenst leidt dit tot uitwisseling van woningbouwopgaven tussen de gemeenten. 3. De gemeenten gaan een inspanningsverplichting aan om naast de autonome groeiopgave te zoeken naar locaties om zo’n 15.000 woningen te realiseren. 4. In 2035 is de gebouwde omgeving in de Drechtsteden energieneutraal. 5. De woningbehoeftetabel 2031 biedt koers voor de verdeling van de woontypen. 6.

Nieuwbouwplannen voorzien in voldoende aanbod in het duurdere segment (> € 300.000). 7. Alle gemeenten zijn verplicht om locaties ten behoeve van de woonopgave te realiseren. Aanvullend op en binnen de kaders van deze regionale Woonvisie stellen de individuele gemeenten uiterlijk medio 2018 een lokale uitvoeringsparagraaf op. Hierin worden de regionale ambities verbonden met lokale wensen en mogelijkheden. De lokale uitvoeringsparagraaf concretiseert het woningbouwprogramma, en wordt jaarlijks herrijkt. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is wat de regio kan doen om de gewenste ontwikkelingen te faciliteren. Uitvoering van de lokale programma's en regie op monitoring en uitvoering ligt bij de gemeentes. Tevens wordt een gezamelijke aanjaagrol De Blauwe Zoom - Ons Dorp Vast te stellen – 25 mei 2021

33

ingericht en wordt gezamelijke promotie van de Drechtsteden geëffectueerd. De gemeente Hardinxveld-Giessendam beschikt nog niet over een lokale uitvoeringsparagraaf. 4.1.2

Gemeentelijk beleid

Lokale paragraaf Wonen In juni 2019 is de Lokale paraaf Wonen vastgesteld door de gemeenteraad van Hardinxveld-Giessendam. Met deze paraagraaf geeft de gemeente invulling aan de afspraak vanuit de regionale woonvisie Drechtsteden om te komen tot een lokale uitwerking van die visie. In de Regionale woonvisie zijn 20 kernpunten opgenomen. Deze kernpunten zijn vertaald in vier overkoepelende thema's: 1. Voldoende woningen bouwen: onze inzet is minimaal voldoende bouwen voor de lokale behoefte, maar liefst meer om bij te dragen aan de kwalitatieve regionale ambitie. De groei moet aansluiten bij de schaal van Hardinxveld-Giessendam. 2. Kwalitatief goede woningen toevoegen: we willen meer doen voor midden- en hoger opgeleiden door het aanbod van kwalitatief hoogwaardige woonmilieus en duurdere koopwoningen. 3. Langer thuis: voor mensen met een zorgvraag faciliteren we dat zij lang thuis kunnen wonen. 4. Energie- en klimaatbestendig: We leveren onze bijdrage aan minder energieverbruik in de woningvoorraad, door bij nieuwbouw het maximale te doen en in de bestaande voorraad noodzakelijke stappen voorwaarts zetten. In 2035 zijn we aardgasvrij, in 2050 energieneutraal. Met voorgenomen ontwikkeling is voorzien in de realisatie van 'Ons Dorp', onderdeel van woongebied De Blauwe Zoom. Aan de ruimtelijke structuur wordt een groen- en waterstructuur toegevoegd.

De ontwikkelingsvelden bieden ruimte aan een mix van woningtypes in verschillende dichtheden. Hierdoor ontstaat een kwalitatief hoogwaardig en gevarieerd woonmilieu. In totaal worden 72 woningen gerealiseerd in verschillende segmenten. 22% van de woningen worden in de sociale sector ontwikkeld. Hiermee is voorzien in een mix van verschillende type woningen in verschillende segmenten. Voor vrijwel elke doelgroep worden passende woningen gerealiseerd in dit deelgebied. Met voorgenomen ontwikkeling wordt bijgedragen aan de kernpunten zoals ze in de lokale paragraaf zijn geformuleerd.

4.2

Onderzoek

Regionale afstemming De regionale woonvisie draagt bij aan de groeiagenda van de Drechtsteden. Dit geldt ook voor de afstemming van de woningbouwplannen in de planmonitor wonen. In de woonvisie zijn 20 kernpunten omschreven. Uitvoering van deze kernpunten heeft urgentie. Belangrijkste kernpunt omschriijft de forse woningbouwopgave. Gemeenten dienen naarstig locaties/mogelijkheden te zoeken om de plancapaciteit te verhogen en samen te werken aan de groeiopgave. In totaal wordt een groei van 9.560 woningen voorzien tot en met 2031. Hiervan is een groei van 850 huishoudens voorzien binnen de gemeente Hardinxveld-Giessendam. In de planmonitor zijn in totaal 1589 woningen voorzien (zowel harde als zachte capaciteit), waaronder de geplande 600 woningen van de Blauwe Zoom. Uitgaande van deze cijfers blijft een regionaal tekort ontstaan, waarbij tevens een overcapaciteit van minstens 20% is gewenst. Met de ontwikkeling van Ons Dorp draagt de gemeente Hardinxveld-Giessendam bij aan de gemeentelijke opgave, in lijn met de regionale woonvisie en de totale groeiagenda van de Drechtsteden. In kwalitatieve zin dient het programma te worden ontwikkeld in lijn met de woningbehoeftetabel 2031, De Blauwe Zoom - Ons Dorp Vast te stellen – 25 mei 2021

34

De kwalitatieve woningbehoefte wordt verder uitgewerkt in een lokale uitvoeringsparagraaf per gemeente, die voor de gemeente Hardinxveld-Giessendam nog niet beschikbaar is. Voor De Blauwe Zoom worden de woningaantallen aangehouden zoals in het Masterplan (2014) zijn opgenomen: in totaal voorziet het plan 'Ons Dorp' in de ontwikkeling van 72 woningen.

4.3

Conclusie

Het masterplan De Blauwe Zoom voorziet in de ontwikkeling van een woongebied van in totaal 600 woningen. Daarmee wordt tegemoet gekomen aan het beleid en de geconstateerde behoeftevraag. Het voorliggende bestemmingsplan faciliteert de ontwikkeling van het deelgebied 'Ons Dorp'. Een verdere differentiatie van het woningbouwprogramma is in het bestemmingsplan niet vastgelegd; het is aan de ontwikkelende partij om een aanbod te creëren dat past binnen de marktbehoefte en -vraag. De ontwikkeling van Ons Dorp is in lijn met het beleid wat de regio voorstaat. Zowel in de visie 2030 als in de regionale woonvisie is hierin voorzien.

De Blauwe Zoom - Ons Dorp Vast te stellen – 25 mei 2021

35

Hoofdstuk 5 Mobiliteit 5.1

Kader

Rijksbeleid: Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 Het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 (hierna SPV) geeft een visie weer op het aspect 'verkeersveiligheid' in Nederland. In het SPV wordt uitgegaan van een nulambitie: elk verkeersslachtoffer is er één te veel. Overheden willen samen met maatschappelijke partners een maximale inspanning leveren om risico’s in kaart te brengen en vervolgens inzetten op maatregelen om die risico’s te verkleinen. Dit vraagt om een impuls voor verkeersveiligheidsbeleid waar het gaat om structurele aandacht, een proactief beleid en een brede samenwerking met partijen. Om te komen tot die ambitie wordt ingezet op vijf kernelementen:     

Meer structurele aandacht voor verkeersveiligheid. Meer verbondenheid en samenwerking tussen overheden en maatschappelijke organisaties. Risicogestuurd beleid door analyse van de grootste risico’s. Bevorderen van integraal verkeersveiligheidsbeleid. Monitoren en bijsturen van de uitvoering in overleg.

Op basis van het programma “Duurzaam Veilig” is tot een categorisering van het wegennet van Hardinxveld-Giessendam gekomen. In De Blauwe Zoom betekent dit dat de Schapedrift is gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg met een maximum snelheid van 50 km/u. Hier wordt het gemotoriseerd verkeer zoveel mogelijk gescheiden van het langzaam verkeer. De overige wegen krijgen de inrichting van een verblijfsgebied waar een maximum snelheid geldt van 30 km/h. Hier vindt juist een menging plaats van het gemotoriseerd en langzaam verkeer. Gemeentelijk beleid: GVVP Het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP, d.d. 8 mei 2012) van Hardinxveld-Giessendam geldt voor de periode 2012 – 2022. Het is een beleidsdocument waarin per thema het te voeren beleid wordt geschetst en waarin is vastgelegd welke acties of maatregelen in de planperiode worden uitgevoerd. Uitgangspunt is dat mobiliteit een noodzakelijke voorwaarde is voor het functioneren van de gemeente. Verkeersveiligheid vormt daarbij een belangrijk aandachtspunt. “Duurzaam Veilig” is het sleutelbegrip in de aanpak van verkeersonveiligheid. In een duurzaam veilig wegverkeerssysteem is de kans op ongevallen door de vormgeving van de infrastructuur bij voorbaat al drastisch beperkt.

Voor zover er nog ongevallen gebeuren, is het proces dat de ernst van de ongevallen bepaalt, zodanig geconditioneerd dat ernstig letsel nagenoeg uitgesloten is. Met andere woorden: de infrastructuur moet conflicten tussen verkeersdeelnemers zo veel mogelijk voorkomen en als er desondanks toch iets gebeurt, moet ervoor worden gezorgd dat de omstandigheden eraan bijdragen dat de afloop niet ernstig is. Autoverkeer Het GVVP geeft een actuele wegencategorisering voor Hardinxveld-Giessedam. Voor het plangebied is van belang dat de Schapedrift vanaf de kruising met de Zwijnskade tot aan de Jonathan als 'gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom' (50 km/h) is geclassificeerd. Het noordelijke deel van de Zwijnskade is geclassificeerd als 'erftoegangsweg buiten de bebouwde kom' (60 km/h). Alle overige wegen binnen de bebouwde kom zijn gecategoriseerd als erftoegangsweg (30 km/h).

De Blauwe Zoom - Ons Dorp Vast te stellen – 25 mei 2021

36

Afbeelding 5.1: uitsnede kaartbeeld wegencategorisering GVVP Een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom (50 km/h) kenmerkt zich doordat er geen fietsers en voetgangers op de rijbaan rijden; bromfietsers wel. Verder worden de rijbanen van elkaar gescheiden door een dubbele (doorgetrokken) asstreep en is er een onderbroken kantmerkering. Fietsverkeer wordt bij voorkeur afgewikkeld op vrijliggende fietspaden. De Schapedrift is dan ook als zodanig ingericht. Erftoegangswegen binnen de bebouwde kom (30 km/h) worden gekenmerkt doordat verkeerssoorten zich juist mengen en er is geen asmarkering. Fietsverkeer maakt gebruik van de rijbaan. Op belangrijke fietsroutes worden eventueel fiets(suggestie)stroken toegepast. De nieuwe wegen in het plangebied zullen conform dit principe worden aangelegd. Fietsverkeer De gemeente stelt zichzelf ten doel om het fietsgebruik te stimuleren door het bieden van een fijnmazig netwerk van hoogwaardige fietsroutes en voldoende en kwalitatief goede fietsparkeervoorzieningen op belangrijke locaties. In relatie tot het plangebied is relevant dat de Zwijnskade en de Schapedrift zijn aangemerkt als onderdeel van het primair fietsnetwerk.

Afbeelding 5.2: uitsnede primair fietsnetwerk GVVP Parkeren De gemeente wil vraagvolgend parkeerbeleid voeren, waarbij wordt gestreefd naar een zodanig aanbod van parkeerplaatsen in de kernen, dat economische functies en diverse voorzieningen goed De Blauwe Zoom - Ons Dorp Vast te stellen – 25 mei 2021

37

kunnen (blijven) functioneren en dat de bereikbaarheid en daarmee de aantrekkelijkheid van de kernen / woongebieden gewaarborgd blijft. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoende parkeergelegenheden worden gerealiseerd, gebaseerd op de meeste actuele parkeerkencijfers van het CROW. Openbaar vervoer De gemeente wil dat het openbaar vervoer voor alle doelgroepen een alternatief vormt voor het gebruik van de auto. Er zijn in 2012 twee extra treinstations gerealiseerd (waarvan één in De Blauwe Zoom) die de bereikbaarheid per openbaar vervoer positief beïnvloeden. Met ingang van de dienstregeling 2021 zal De Blauwe zoom ook bediend worden met de bus. Buurtbus 707 zal via de Peulenlaan en Zwijnskade naar Schapedrift rijden en op enkele plaatsen halteren.

Afbeelding 5.3: huidig OV-netwerk

5.2

Onderzoek

Huidige situatie en toekomstige bereikbaarheid De Schapedrift vormt in De Blauwe Zoom en zo ook voor Ons Dorp de belangrijkste ontsluitingsweg. Deze weg sluit aan op de Zwijnskade, die de verbinding vormt naar de A15. De Schapedrift zelf is gelegen aan de noordzijde van het bestemmingsplangebied. Binnen De Blauwe Zoom is de Schapedrift benoemd als ‘gebiedsontsluitingsweg’ met een ontwerpsnelheid van 50 km/h. Het vrijliggende fietspad langs deze weg is onderdeel van de hoofdfietsstructuur en is een verbindende schakel tussen Giessendam en Sliedrecht. De wegen in het plangebied zijn erfontsluitingswegen en daarmee ingedeeld in de Duurzaam Veiligcategorie ‘erftoegangswegen’. Daarnaast wordt een langzaamverkeerroute gerealiseerd die door de gehele wijk en daarmee ook dit deelgebied wordt geleid. Het betreft een oost-west-verbinding die de nieuwe wijk De Blauwe Zoom een belangrijke aansluiting geeft op de bestaande kern van Hardinxveld-Giessendam. De twee zuidelijke eilanden van het plangebied 'Ons Dorp' sluiten niet rechtstreeks aan op de Schapedrift, maar op de Goudreinet, een erftoegangsweg met een regime van 30 km/h. Deze weg sluit in het westen weer aan op de Schapedrift/Zwijnskade.

De Blauwe Zoom - Ons Dorp Vast te stellen – 25 mei 2021

38

Verkeersproductie Voornoemde verkeersstructuur dient om de totale verkeersproductie, die het plan De Blauwe Zoom met zich meebrengt, te faciliteren. Het voorliggende bestemmingsplan faciliteert de bouw van maximaal 72 woningen. Op basis van de brochure ‘Toekomstbestendig parkeren’ (CROW-publicatie 381) kan globaal inzichtelijk worden gemaakt welke verkeersgeneratie hierbij hoort. In deze brochure wordt per type woonmilieu een weekdaggemiddelde motorvoertuigbewegingen gegeven. Het precieze woningbouwprogramma in het woongebied Ons Dorp staat echter nog niet vast; alleen het percentage sociale woningbouw ligt vast. Daarom is een gemiddelde aangehouden van 6 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal (tussen 5,8 voor groen-stedelijk wonen en 6,3 voor centrum-dorps wonen). Uitgaande van het voornoemde programma maakt het bestemmingsplan circa (72*6=) 432 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal mogelijk. Dit aantal wordt verdeeld over alle verschillende ontsluitingsmogelijkheden vanuit het gebied. Uitgangspunt voor de capaciteit is dat een rijstrook van een erftoegangsweg 1.800 voertuigbewegingen per uur kan verwerken (CROW, ASVV 2012). De nieuwe verkeersstructuur in Ons Dorp zal bovengenoemde verkeersproductie dus goed kunnen verwerken. Relatie Rijksweg A15 De A15 is een belangrijke ontsluitingsroute van de Rotterdamse Haven richting Duitsland.

Hardinxveld-Giessendam heeft twee aansluitingen op de A15, oost en west. De Blauwe Zoom sluit via de Zwijnskade direct aan op Hardinxveld-Giessendam-West en Sliedrecht-Oost, op- en afrit nummer 25. Op het traject van de A15 dat langs Hardinxveld-Giessendam loopt, is structureel sprake van congestie tijdens de spits. De gemiddelde werkdagintensiteit van de A15 ten westen van Hardinxveld-Giessendam is 89.300 mtv/etm en de I/C verhouding tijdens de ochtendspits is 0,9 (Goudappel Coffeng, 2014). Om het effect van het toenemende aantal verkeersbewegingen te meten, wordt er gebruik gemaakt van de I/C verhouding. Dit is een beproefde methode waarmee eenvoudig de verhouding tussen de intensiteit (I) en de capaciteit (C) berekend kan worden als indicator voor de verkeersafwikkeling van een weggedeelte. Een I/C kleiner dan 0,8 betekent een goede verkeersafwikkeling; een I/C van 0,8 tot 0,9 betekent een matige verkeersafwikkeling met structurele filevorming; een I/C groter dan 0,9 betekent een slechte verkeersafwikkeling en een I/C groter dan 1,0 betekent een zeer slechte verkeersafwikkeling. Op de A15 is de verkeersafwikkeling tijdens de ochtendspits in de bestaande situatie dus al matig, met structurele filevorming. In de RVMK Drechtsteden, “actualisering verkeers- en milieumodel 2013” is gerekend met het Global Economic (GE)-model 2030.

In dit model is de realisatie van De Blauwe Zoom namelijk reeds meegenomen (en is derhalve uitgegaan van de vrij hoge bevolkingsgroei van 7% ten opzichte van 2013). Het GE-2030-model geeft een goede vertaling van de eindsituatie in De Blauwe Zoom in de juiste tijdsperiode. In het model is de verbreding van de A15 of de toevoeging van een spitsstrook, welke aan de orde kan zijn in het project ‘quick wins A15’ (zie ook hierna), niet verwerkt. ochtendspits 2013 etmaal 2013

Ochtendspits 2030 Etmaal 2030

Intensiteit (mvt)

13.450

13.860

I/C

0,9

89.300

100.000

1,04

Tabel: intensiteit en I/C op de A15 ten westen van afrit 25 in het GE-2030-model. Uit bovenstaande tabel blijkt dat in 2030 de intensiteit in de ochtendspits op het maatgevende wegvak op de A15 is toegenomen van 13.450 naar 13.860. De I/C is hiermee toegenomen van 0,9 (matige verkeersafwikkeling) naar 1,04 zeer slechte verkeersafwikkeling. Momenteel wordt een MIRT-verkenning uitgevoerd voor de A15. Op dit moment ligt de Notitie De Blauwe Zoom - Ons Dorp Vast te stellen – 25 mei 2021

39

Reikwijdte en Detailniveau ter inzage. In de Startbeslissing is opgenomen dat in de MIRT-verkenning alternatieven onderzocht worden vanuit in ieder geval de volgende perspectieven: 1. Nulalternatief: geen aanpassing van de A15 Papendrecht-Gorinchem op midden en lange termijn. De maatregelen uit de Korte Termijn Aanpak worden wel uitgevoerd (referentiesituatie). Ook wordt een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd op volledige invoering van de zelfrijdende auto en overige smart mobility ontwikkelingen in 2030; 2. Toepassen van sectorale en multimodale maatregelen voor de midden en lange termijn die in het Verkeersonderzoek A15 als kansrijk zijn geselecteerd behoudens grootschalige infrastructuur maatregelen; 3. Versterken regionale weginfrastructuur; opwaarderen onderliggende wegen, waarbij het uitgangspunt is dat de regionale ontsluiting en regionale bereikbaarheid grotendeels losgekoppeld wordt van de A15; 4. Integrale capaciteitsuitbreiding (2x3 rijstroken) tussen Sliedrecht West en Gorinchem met toepassing van verschillende opties (doelgroepenstrook, automatisch rijden met hoge snelheid, wegennet gereed maken voor de zelfrijdende auto, platooning, connected driving). De MIRT-verkenning moet antwoord geven op de vraag welk alternatief of combinatie van alternatieven het meest effecties is.

Het MER speelt hier een centrale rol in ten aanzien van de verkeerskundige- en milieueffecten. Ook zonder de realisatie van De Blauwe Zoom is een zeer slechte verkeersafwikkeling reeds aan de orde in 2030. Er is dagelijks sprake van stilstaand verkeer op de A15 en dit zal in de komende jaren alleen maar toenemen als er geen maatregelen worden genomen. Dit is ook terug te zien in de capaciteit van de A15 in 2030. Door de slechte doorstroming neemt de capaciteit af. Openbaar vervoer Ten noorden van De Blauwe Zoom ligt de Merwede-Lingelijn, een kwalitatief hoogwaardige en sociaal veilige openbaar vervoerverbinding per spoor tussen Dordrecht en Geldermalsen. De lijn is voor de regio de belangrijkste spil in het totale (openbaar) vervoersysteem en is de ruggengraat voor de ruimtelijke ontwikkelingen. Hardinxveld-Giessendam beschikt over een station, gelegen op circa 2 kilometer ten oosten van De Blauwe Zoom. Daarmee is het station zowel te voet als per fiets goed bereikbaar. Langs de Merwede-Lingelijn zijn op diverse locaties haltes bijgebouwd. In het noordoosten van De Blauwe Zoom is ook een nieuwe halte gerealiseerd (opgeleverd in 2012). De halte heeft circa 600 in- en uitstappers per dag. Daarnaast is ten oosten van de bestaande kern van Hardinxveld-Giessendam, in Boven-Hardinxveld, ook een halte gerealiseerd (opgeleverd in 2012).

Deze halte heeft ongeveer 450 in- en uitstappers per dag. Met de realisatie van deze nieuwe haltes heeft het openbaar vervoersnet een sterke impuls gekregen. Naast de Merwede-Lingelijn liggen op enkele honderden meters loopafstand van De Blauwe Zoom twee bushaltes; aan de Peulenlaan. De lijnen 707 (een buurtbus) en 191 doen deze haltes aan. De lijnvoering van deze busverbindingen is aangepast op de lijnvoering van de Merwede-Lingelijn zodat de bus geen concurrent is voor de trein. Parkeren Sinds de start van het maken van plannen voor de realisatie van De Blauwe Zoom is met bepaalde parkeernormen gewerkt om te bepalen hoeveel parkeerplaatsen er in het gebied moeten worden gerealiseerd. De Blauwe Zoom - Ons Dorp Vast te stellen – 25 mei 2021

40

De meest recente normen, die thans gelden, zijn aangegeven in het GVVP. Hierin is aangegeven dat de gemeente uitgaat van de bovengrens van de parkeernorm zoals die geldt in de meest recente publicatie van de CROW. Tegenwoordig is dat publicatie 381, die in 2018 is uitgegeven. Beleid van de gemeente is om bij uitleggebieden en herstructureringslocaties de maximale parkeernorm te hanteren, behalve indien bijvoorbeeld middels een parkeerbalans kan worden aangetoond dat minder parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden, bijvoorbeeld door dubbelgebruik, ruimte binnen de parkeerbalans van bestaand gebied of het betrekken van aanwezigheidspercentages. Alsdan is het hanteren van een lagere parkeernorm bespreekbaar. In het document 'Locatie-eisen' is aangegeven dat ieder ontwikkelingsveld het parkeerprogramma binnen eigen gebied (veld) dient op te lossen en dat per ontwikkelingsveld een sluitende parkeerbalans het uitgangspunt is. De parkeernorm wordt bepaald aan de hand van het GVVP. Dit is juridisch geborgd in de regels van dit bestemmingsplan. Voor het deelgebied is uitgegaan van de volgende parkeernormen: Type woning

Parkeernorm (per woning

Rug- aan rugwoningen

1,8

Rijwoning

2,4

Twee-onder-een-kapwoning

2,6

Vrijstaand

2,7

Voor Ons Dorp zijn deze normen expliciet vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan, en daarmee juridisch bindend.

5.3

Conclusie

De bereikbaarheid van De Blauwe Zoom per openbaar vervoer is goed, zeker gezien de recente realisatie van een nieuwe halte aan de Merwede-Lingelijn pal langs De Blauwe Zoom. Het parkeren in het nieuwe gebied moet per deelgebied worden opgelost. De autobereikbaarheid via de A15 is minder goed, met name door de al bestaande structurele filevorming op deze snelweg. Doordat de ontwikkeling van De Blauwe Zoom hier echter slechts gering aan bijdraagt is Rijkswaterstaat akkoord met het plan.

De Blauwe Zoom - Ons Dorp Vast te stellen – 25 mei 2021

41

Hoofdstuk 6 Natuur en landschap 6.1

Kader

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden, met wetgeving ten aanzien van soorten en Natura 2000-gebieden. Daarnaast hebben provincies eigen beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en overige natuurwaarden buiten het NNN. Soortenbescherming Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden. De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In Zuid-Holland is de ODH het bevoegd gezag voor de Wnb. Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk. Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb). Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden.

Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren.

De Blauwe Zoom - Ons Dorp Vast te stellen – 25 mei 2021

42

Gebiedsbescherming Natura 2000 De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door 'externe werking') op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een 'habitattoets' dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid).

6.2

Onderzoek

Soortenbescherming Natuurwaardenonderzoek Door het Natuur-Wetenschappelijk Centrum is een natuurwaardenonderzoek voor 'Ons Dorp' uitgevoerd, zie bijlage 2. Hieronder zijn de belangrijkste resultaten weergegeven. Vleermuizen Er zullen als gevolg van de herontwikkeling geen nadelige effecten op vleermuizen en hun functionele leefomgeving optreden. Het plangebied heeft geen significante belangrijke functie als foerageergebied en/of vliegroute, er zijn tijdens de inventarisatie weinig foeragerende individuen waargenomen, en er komen geen verblijfplaatsen in het gebied voor. In de omgeving en in de Blauwe Zoom blijven voldoende foerageermogelijkheden behouden zoals het aangrenzende veenweidegebied en de bomen en bosschages in de directe omgeving. Voor vleermuizen hoeft daarom alleen rekening met de algemene zorgplicht gehouden te worden. Vogels Effecten op broedende vogels en vogelsoorten met een vaste verblijfplaats zijn aan de orde als het werk tijdens het broedseizoen uitgevoerd wordt. Vogels met een vaste verblijfplaats hebben niet een verblijfplaats in het gebied zelf maar wel in de directe omgeving. Voor het broedseizoen kan geen standaardperiode gehanteerd worden omdat deze soort specifiek is en mede bepaald wordt door klimatologische omstandigheden. Effecten op broedende vogels worden beperkt door te voorkomen dat er onopzettelijk verwond en gedood wordt.

Dit gebeurt door (potentiële) broedlocaties, waar fysieke werkzaamheden plaatsvinden, voorafgaand aan de te verwachten broedperiode, onder begeleiding en op aanwijzingen van een ecologisch deskundige ongeschikt te maken als broedlocatie en deze tijdens de uitvoering van de werkzaamheden ongeschikt te houden.

De Blauwe Zoom - Ons Dorp Vast te stellen – 25 mei 2021

43

Doordat de nestlocatie van de Oeverzwaluw zich in het te ontwikkelen deelgebied ‘Ons Dorp’ bevond zal de nestlocatie in de nieuw te realiseren grondwal in de Blauwe Zoom West gecompenseerd worden. Daarnaast behoort de Blauwe zoom mogelijk tot de functionele leefomgeving van de Kerkuil en/of de Steenuil. Echter betreft deelgebied ‘Ons Dorp’ waarschijnlijk geen essentieel onderdeel van de functionele leefomgeving voor deze soorten. Daarnaast kunnen de dieren het overige deel van de Blauwe Zoom nog gebruiken. Grondgebonden zoogdieren Er komen alleen algemeen beschermde soorten in het gebied voor. Er zullen als gevolg van de herontwikkeling geen nadelige effecten op strikt beschermde soorten en hun functionele leefomgeving optreden. Op de zorgplicht na zijn er ten aanzien van deze soortgroep geen (wettelijke) verplichtingen. Amfibieën In het projectgebied van de Blauwe Zoom komt de strikt beschermde Rugstreeppad voor. Door de ontwikkelingen in de Blauwe Zoom Oost is het leefgebied van deze soort aanzienlijk kleiner geworden. In ‘Ons Dorp’ is de soort ook aangetroffen. Alle waarnemingen zijn gedaan in de maanden maart tot en met oktober waarbij iedere week dagelijks intensief en gebiedsdekkend bemonsterd is. Voor de ontwikkeling van ‘Ons Dorp’ diende daarom een ontheffing aangevraagd te worden om de dieren te verplaatsen.

Vooralsnog zullen de dieren behouden blijven in de rest van de Blauwe Zoom. Het deel van de watergang waar de larven zijn aangetroffen staat in verbinding met de watergang ten zuiden van ‘Ons Dorp’ en zal behouden blijven. Ondanks de ontwikkeling ‘Ons Dorp’ blijft er voldoende geschikt leefgebied in de Blauwe Zoom West beschikbaar. Daarnaast zal de watercompensatie in het westelijke deel van de Blauwe Zoom West ook ingericht worden als voortplantingsplaats voor de Rugstreeppad. Het overwinteringsbiotoop zal gecompenseerd worden door in het zuidwesten van de Blauwe Zoom West een grondwal te realiseren. Dit is verder uitgewerkt in het activiteitenplan (zie ook hierna). Vissen Er komt een strikt beschermde vissoort in het onderzoeksgebied van de Blauwe Zoom West voor, te weten de Grote modderkruiper. Het onderzoek heeft in de periode maart tot en met oktober 2019 en februari tot en met april 2020 plaatsgevonden waarbij er individuen van de Grote modderkruiper in oktober 2019, februari, maart en april 2020 waargenomen zijn. Daarnaast komen de Kleine modderkruiper en de Bittervoorn in het gebied voor. Deze soorten hebben onder de Wet natuurbescherming geen strikte beschermingsstatus (meer). Wel geldt in dat kader de algemene zorgplicht.

De Drechtstedengemeenten hebben de Kleine modderkruiper en de Bittervoorn hun voorheen beschermde status laten behouden en bij werkzaamheden waarbij watergangen aangetast of gedempt worden dienen maatregelen genomen te worden. Voor deze soorten dient er gewerkt te worden volgens de Uitwerking Gedragscode Stadswerk. Als gevolg van de ontwikkeling van ‘Ons Dorp’ kunnen individuen van de Grote modderkruiper verstoord en aangetast worden en meerdere onderdelen van het leefgebied van de dieren worden mogelijk vernietigd. Het gebied ligt geïsoleerd ten opzichte van andere bekende leefgebieden en kan na ontwikkeling van dit deel van het projectgebied verder geïsoleerd raken wat een kwetsbare situatie voor de aanwezige dieren oplevert. De dieren zullen na de uitvoering van de plannen wellicht niet meer duurzaam in het gebied voor kunnen komen. Ten aanzien van de Grote modderkruiper moet derhalve voor het aantasten van de bestaande watergangen een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd worden indien de soort hierdoor niet meer duurzaam in het gebied behouden kan blijven. De Blauwe Zoom - Ons Dorp Vast te stellen – 25 mei 2021

44

Platte schijfhoren Er komen geen strikt beschermde aquatische faunasoorten als de Platte schijfhoren in ‘Ons Dorp’ voor. Op de zorgplicht na gelden er geen andere wettelijke verplichtingen. Aanvullend veldonderzoek, activiteitenplan en ontheffingsaanvraag Uit het eerdere flora- en faunaonderzoekblijkt dat het plangebied gebruikt wordt door diersoorten die onder de bescherming van de Wet natuurbescherming vallen. Het gaat om de Rugstreeppad, de Grote modderkruiper en de Oeverzwaluw. Deze soorten worden eveneens vermeld in de Europese Habitatrichtlijn, waarmee de soort, evenals zijn functionele leefomgeving, streng beschermd zijn. Als gevolg van de voorgenomen plannen zullen de in het plangebied aanwezige individuen van de Rugstreeppad en de Grote modderkruiper verstoord worden en mogelijk gedood hetgeen tot overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming leidt. Om overtreding te voorkomen, dient bij ruimtelijke ontwikkelingen een ontheffing aangevraagd te worden en dienen maatregelen genomen te worden om de nadelige effecten zoveel mogelijk te voorkomen en/of te beperken. Ontheffing kan worden verleend wanneer;   

er geen alternatief is, met andere woorden geen andere bevredigende oplossing en; er sprake is van dwingende reden van groot openbaar belang (inclusief redenen van sociale of economische aard en voor het milieu gunstige effecten), en; er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort.

De Gemeenschappelijke Exploitatie Maatschappij De Blauwe Zoom Beheer B.V. heeft het NWC gevraagd om een ontheffing ten aanzien van de Rugstreeppad, de Grote modderkruiper en de Oeverzwaluw aan te vragen en om het bijbehorende activiteitenplan op te stellen. Dit activiteitenplan is opgenomen in bijlage 2. In dit plan is toegelicht wat de voorgenomen ontwikkeling inhoudt, waar het plangebied ligt en welke functie het heeft voor de beschermde soorten. Daarnaast is inzichtelijk gemaakt welke effecten voor de verschillende soorten te verwachten zijn en welke maatregelen mogelijk zijn. Dit activiteitenplan vormt de basis de basis van de ontheffing voor de Rugstreeppad, de Grote modderkruiper en de Oeverzwaluw. Uit de Beschikking Wet natuurbescherming - Soortenbescherming, uit bijlage 3, blijkt dat de benodigde ontheffing voor de Oeverzwaluw, de Rugstreeppad en de Grote modderkruiper tot 1 januari 2025 is verleend. Gebiedsbescherming inclusief stikstofdepositie Het plangebied is niet gelegen op gronden die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Er gaat dan ook geen oppervlakte aan NNN-gebied verloren en toetsing aan de wet- en regelgeving is niet aan de orde. Door KuiperCompagnons is een stikstofdepositieberekening voor de resterende woningbouw in de Blauwe Zoom uitgevoerd, zie bijlage 4. De woningen in deelgebied 'Ons Dorp' zijn hierin ook meegenomen.

In deze notitie is de stikstofdepositie in de aanleg- en gebruiksfase voor de bouw en het gebruik van deze nieuwe woningen beschouwd en afgezet tegen de depositie als gevolg van het huidige gebruik. Beoordeeld is of sprake is van een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats gelegen binnen Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plan. Uit dit onderzoek wordt geconcludeerd dat er sprake is van een geringe toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats van Natura 2000-gebied de Biesbosch door de aanleg en het gebruik van deze 349 woningen. In deze berekening is uitgegaan van een aanlegfase van 9 jaar waarbij in het maatgevende jaar 2022 een stikstofemissie optreedt van 684,74 kg NOx wat leidt tot een depositie van 0,11 mol/ha/j in de Biesbosch gedurende het maatgevende jaar en 0,01 mol/ha/j in de gebruiksfase. De Blauwe Zoom - Ons Dorp Vast te stellen – 25 mei 2021

45

Om te kunnen voorzien in de voorgenomen ontwikkeling is een vergunning, als bedoeld in artikel 2.7 tweede lid van de Wet natuurbescherming, benodigd. In bijlage 5 is de ontwerpbeschikking opgenomen waarin is besloten de aangevraagde vergunning te verlenen en hieraan voorschriften te verbinden. Dit omdat op alle hexagonen ruimte beschikbaar is in het StikstofRegistratieSysteem. In oktober 2020 is een nieuwe versie van rekentool Aerius beschikbaar gekomen. Vooral de stikstofuitstoot van stage IV-materieel is hierin fors groter dan in de eerdere versie van Aeries. Hoewel de voornoemde ontwerpbeschikking wel blijft gelden, is het aannemelijk dat de werkelijke stikstofuitstoot als gevolg van de ontwikkelingen ten tijde van de vergunningverlening groter is, gezien de voornoemde wijzigingen inzake stage IV-materieel. Daarom is besloten om de berekeningen te actualiseren en aan de hand hiervan een nieuwe dan wel aanvullende vergunningaanvraag in te dienen.

6.3

Conclusie

Soortenbescherming Uit onderzoek is gebleken dat in het plangebied diverse beschermde soorten voorkomen. Voor de Rugstreeppad, de Grote modderkruiper en de Oeverzwaluw is een activiteitenplan opgesteld. Dit activiteitenplan vormt de basis de basis van de ontheffing voor de Rugstreeppad, de Grote modderkruiper en de Oeverzwaluw die door de Omgevingsdienst Haaglanden tot 1 januari 2025 is verleend. Vanuit soortenbescherming bestaan daarmee geen belemmeringen voor voorgenomen ontwikkeling. Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen op gronden die zijn aangewezen als NNN-gebied, zodoende gaat er geen oppervlakte aan NNN-gebied verloren. Omdat sprake is een geringe toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats van Natura 2000-gebied de Bieschbosch is een vergunning noodzakelijk. In bijlage 5 is de ontwerpbeschikking hiervoor opgenomen, die door de ODH kon worden afgegeven op basis van de ruimte die beschikbaar is in het stikstofregistratiesysteem. Momenteel worden de stikstofberekeningen geactualiseerd als gevolg van de nieuwe versie van Aerius uit oktober 2020. Aan de hand hiervan zal een nieuwe dan wel aanvullende vergunningaanvraag worden ingediend.

De Blauwe Zoom - Ons Dorp Vast te stellen – 25 mei 2021

46

Hoofdstuk 7 Water Voor het plangebied is een waterbalans opgesteld. Het vertrekpunt hiervoor is de verkaveling zoals gebruikt bij het opgestelde waterhuishoudingsplan. Het waterhuishoudingsplan is opgenomen als Bijlage 6 bij deze toelichting. Het waterhuishoudingsplan is richtinggevend maar niet vastgesteld, en daarom wordt gewerkt met het instrument 'waterbalans'. Gedurende de organische ontwikkeling van het plangebied wordt de waterbalans bijgehouden. De plannen zullen zo worden ontwikkeld dat de balans voor de benodigde waterberging op nul uit komt. Bij het opstellen van het Waterhuishoudingsplan en de waterbalans als procesregel heeft afstemming plaatsgevonden met waterschap Rivierenland.

7.1

Kader

Er is een groot aantal beleidsstukken dat betrekking heeft op de waterhuishouding. Hieronder wordt één en ander uiteengezet. Europees en rijksbeleid Nationaal Waterplan Het 2e Nationaal Waterplan (NWP2) beschrijft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de periode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het rijk streeft naar een duurzaam en klimaatbestendig waterbeheer en heeft de ambitie om de komende decennia te investeren in bescherming tegen overstromingen en in de zoetwatervoorziening. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is op 10 december 2015 door de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken vastgesteld. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbescherming voor besluiten. De Waterwet dient als paraplu om de Kaderrichtlijn Water (KRW) te implementeren en geeft ruimte voor implementatie van toekomstige Europese richtlijnen. Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast.

Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Uitvoering van de watertoets betekent in feite dat de gemeente en het waterschap samenwerken bij het uitwerken van ruimtelijke plannen, zodat problemen (bijvoorbeeld wateroverlast of verdroging) in het gebied zelf en de omgeving worden voorkomen. De watertoets is sinds 2003 verankerd in de wetgeving en hiermee verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Kaderrichtlijn water

De Blauwe Zoom - Ons Dorp Vast te stellen – 25 mei 2021

47

De Kaderrichtlijn Water is opgesteld om de waterkwaliteit is Europa te verbeteren. De richtlijn is sinds 2000 van kracht. In de richtlijn staan afspraken die ervoor moeten zorgen dat uiterlijk in 2027 het water in alle Europese landen voldoende schoon en gezond is. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden. Berging moet binnen het stroomgebied plaatsvinden. Dit betekent onder andere het aanwijzen en instandhouder van waterbergingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd. Beleid waterbeheerder De waterbeheerder ter plaatse van het plangebied is het Waterschap Rivierenland. Daarnaast is de Beneden Merwede inclusief de buitendijks gelegen gronden in beheer bij Rijkswaterstaat. Het Algemeen Bestuur van het Waterschap Rivierenland heeft in november 2015 het Waterbeheerplan 2016-2021 vastgesteld. De doelen in de planperiode zijn onderverdeeld in drie thema's: waterveiligheid, watersysteem en waterketen. Waterveiligheid gaat over maatregelen aan dijken en het beheer hiervan. Tevens is het waterschap verantwoordelijk voor voldoende en schoon water in het gehele watersysteem.

Er wordt gezorgd voor de aan- en afvoer van water, een goed waterpeil en goede grondwatercondities. Het derde thema hangt hier nauw mee samen, het zuiveren van het water in de waterketen. Daarnaast is het doel dat in 2027 de KRW-doelstellingen voor de waterkwaliteit worden gehaald. Hiervoor is het nodig in de periode 2016 tot en met 2021 een groot aantal maatregelen te treffen om vooral de ecologische waterkwaliteit te verbeteren. Ook het stedelijk gebied zal klimaatbestendig moeten worden gemaakt. Samen met de gemeenten wordt in de planperiode verder ingegaan op de ingeslagen weg om het waterbergend vermogen van stedelijk water te vergroten en de waterkwaliteit te verbeteren. Daarnaast geeft het Waterschap met de gemeenten verder vorm aan de samenwerking in de afval-waterketen. Gemeentelijk beleid In 2003 heeft de gemeente in samenwerking met het waterschap een stedelijk waterplan voor Hardinxveld-Giessendam opgesteld. Het doel van het plan met bijbehorende maatregelen was de verbetering van de waterkwaliteit in de woonomgeving en het water meer zichtbaar te maken in de omgeving. Na de vaststelling van het stedelijk waterplan zijn diverse projecten gestart. Deze projecten zijn inmiddels allemaal afgerond. Op een aantal punten in de gemeente wordt door het waterschap de waterkwaliteit gemonitord.

Hieruit moet blijken of de uitgevoerde maatregelen het gewenste effect hebben gehad. Indien dat niet zo zou zijn, dan zal mogelijk een tweede generatie waterplan opgesteld gaan worden. Het voorliggende bestemmingsplan biedt voldoende ruimte om eventuele aanvullende beheersmaatregelen uit te voeren.

De Blauwe Zoom - Ons Dorp Vast te stellen – 25 mei 2021

48

7.2

Onderzoek

7.2.1

Huidige situatie

Hieronder wordt een korte beschrijving gegeven van het plangebied in de huidige situatie en een beschrijving van de beoogde ontwikkelingen. Ligging plangebied 'Ons Dorp' is gelegen in een weidegebied met een (vrij) ondiepe grondwaterstand, ingesloten door bestaand stedelijk gebied van Hardinxveld-Giessendam en de spoorlijn. Het gebied is momenteel onverhard. Oppervlaktewaterpeil Het plangebied is gelegen in het beheergebied van het waterschap Rivierenland, in het peilgebied Giessendam dat onderdeel is van het peilbesluit Nederwaard-Giessendam. Het zomerpeil van het open water in dit peilgebied is NAP -1,75 m, het winterpeil ligt op NAP -1,80 m. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland varieert de maaiveldhoogte van NAP -1,80 m tot NAP 2,00 m. Waterstructuur Binnen het plangebied bevinden zich meerdere watergangen. In het noorden van het plangebied, langs de Schapedrift, bevindt zich een watergang met A-status. Deze watergang zorgt voor de hoofdafvoer. A-Watergangen worden door het waterschap onderhouden. Voor het onderhoud en bescherming van A-Watergangen, kennen deze watergangen een beschermingszone van vijf meter langs de boveninsteek. Het betreft een strook langs de watergang waarbij de oever niet worden meegerekend.

De overige watergangen, voornamelijk noord-zuid georiënteerd, hebben een B- en C-status en lozen uiteindelijk het water op de watergang langs de Schapedrift. Veiligheid Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone van een waterkering. Vanuit het aspect veiligheid zijn er derhalve geen beperkingen. Kwel en wegzijging Het plangebied staat momenteel voortdurend onder invloed van kwel omdat de grondwaterstand niet onder het oppervlaktewaterpeil komt. De invloed van de Boven-Merwede op de kwel is beperkt omdat de deklaag de weerstand beperkt.

De Blauwe Zoom - Ons Dorp Vast te stellen – 25 mei 2021

49

Waterkwaliteit In de watergangen is een goede waterkwaliteit een vereiste. Het gaat daarbij om een goede fysisch-chemische waterkwaliteit en een goede ecologische kwaliteit. De chemische waterkwaliteit komt onder andere tot uitdrukking in de concentratie van opgeloste stoffen in het water. Voor alle watergangen gelden zogenaamde MTR-waarden. De MTR-waarden zijn maximaal aanvaardbare stoffenconcentraties die niet mogen worden overschreven. In het nationale waterbeleid (Vierde Nota Waterhuishouding) zijn voor allerlei stoffen MTR-waarden aangegeven. De concentraties worden gemeten op bepaalde meetpunten. Meetpunt ALBL0104 is het meest representatief voor het plangebied. Op meetpunt ALBL0020 zijn veel meer chemische analyses uitgevoerd. Voor dit meetpunt geldt echter dat lozingen uit de gemengde stelsels vanuit onder meer de wijk Over 't Spoor en afstromend water uit de landbouwgebieden dit meetpunt kunnen beïnvloeden. De grootte van de overstorten is echter beperkt. Doordat de watergang rond de wijk Over 't Spoor is verbreed, en door een verbeterde doorspoeling vanuit de Giessen, wordt de waterkwaliteit wel verbeterd. Het oppervlaktewater binnen het plangebied bevat hoge gehalten aan stikstof en fosfor. Voor de jaren 2005 en 2006 is op meetpunt ALBL0020 de zomergemiddelde concentratie stikstof en fosfor gemeten. Beide waarden voldoen niet aan de MTR.

In 2007 is voor meetpunt ALBL0104 de gemiddelde zomerconcentraties van fosfaat en stikstof gemeten. De gemeten waarden zijn te hoog voor de MTR maar voldoen wel aan de KRW-doelen voor het waterlichaam NL09_28. De exacte concentraties van de stoffen zijn terug te vinden in het Waterhuishoudingsplan. De hoge concentraties stikstof en fosfor zijn mogelijk deels te verklaren door de graafwerkzaamheden die zijn uitgevoerd voor het bouwrijp maken van de eerste fase van De Blauwe Zoom. Dit is een tijdelijk proces dat na beëindiging van de werkzaamheden ophoudt. Naast de hoge nutriëntenconcentraties zijn ook de lage zuurstofconcentraties een probleem voor de ecologie. In heel Hardinxveld-Giessendam komen structureel lage zuurstofconcentraties voor. Dit wordt veroorzaakt door de venige grondslag of snelle opwarming door ondiepe watergangen. De venige waterbodem verbruikt in combinatie met de hoge nutriëntenconcentraties veel zuurstof. 7.2.2

Ontwikkelingen

Dit bestemmingsplan heeft betrekking op het deelgebied 'Ons Dorp'. Met dit bestemmingsplan wordt de ontwikkeling van 72 woningen mogelijk gemaakt. In tegenstelling tot eerdere bestemmingsplannen voor De Blauwe Zoom, is dit bestemmingsplan behoorlijk gedetailleerd van aard. Aanvullend wordt de definitieve inrichting van het gebied vastgelegd door middel van eisen en regels in het exploitatieplan, het document “Locatie-eisen De Blauwe Zoom” en het “Handboek Openbare Ruimte”. Voorgenomen bouwplannen of uitwerkingen van ontwikkelingsvelden dienen voorzien te zijn van een verkavelingsplan welke voldoet aan het gestelde in het document “Locatie-eisen De Blauwe Zoom”. Naast deze stedenbouwkundige eisen is het van belang dat er voldoende water aangelegd wordt ter compensatie van de verharding als gevolg van de ontwikkeling. Om deze reden wordt gewerkt met een zogenaamde waterbalans. Waterbalans Vanuit het proces-instrument 'waterbalans' wordt per uitwerking van een ontwikkelingsveld of bouwplan bekeken en getoetst of een goed functionerend watersysteem wordt aangelegd, rekening houdend met de beginbalans (bestaand verhard oppervlak en wateroppervlak) en de nieuw aan te leggen verhardingen en wateroppervlak. Hierdoor voldoet het watersysteem ten tijde van de ontwikkeling van het plangebied ten allen tijde aan de eisen van het waterschap.

De Blauwe Zoom - Ons Dorp Vast te stellen – 25 mei 2021

50

Met het waterschap is afgesproken dat de waterstructuur niet specifiek positief hoeft te worden bstemd op de verbeelding van het bestemmingsplan (dit mag natuurlijk wel), maar dat binnen de bestemming 'Woongebied' de aanleg van het benodigde water voor een functionerend watersysteem mogelijk is. Als blijkt dat gedurende de planperiode ruimte ontstaat om buiten de plangrenzen water te bergen en het watersysteem als geheel goed blijft functioneren kan ervoor gekozen worden de benodigde bergingscapaciteit buiten het plangebied op te lossen. In het geval van het voorliggende bestemmingsplan is ervoor gekozen om de waterstructuren wel gedetailleerd in te tekenen. Zoals aangegeven wordt per uitwerking van een ontwikkelingsveld of bouwplan bekeken of deze voldoet aan de eisen van het waterschap. Voor de waterbalans is het van belang om uit te gaan van een beginbalans, oftewel uitgangssituatie. In de volgende alinea zijn de eisen van het waterschap ten aanzien van waterberging opgenomen. Waterberging Waterschap Rivierenland hanteert vuistregels voor compenserende waterberging:  

Het oppervlak open water van te dempen watergangen dient 1:1 gecompenseerd te worden door de aanleg van open water. Bij toename van verhard oppervlak geldt 436 m3 extra waterberging per hectare toename van verhard oppervlak indien dat verhard oppervlak loost op open water. Voor de verhardingen die lozen op een waterdoorlatende verhardingen (kunstmatige bergingsvoorzieningen) hanteert het waterschap een compensatie van 664 m3/ha.

Voor plannen met meer dan 5 hectare nieuwe verharding wordt een aanvullende modelberekening gevraagd. Hierbij worden de volgende berekeningsuitgangspunten gehanteerd: 

 

de maatgevende afvoer door de watergangen is 1,5 l/s/ha. Dit is ook de afvoer die de watergangen in het landelijk gebied nog net aankunnen. Een afvoer van 1,5 l/s/ha komt overeen met 13 mm/dag; bij een regenbui die eenmaal per 100 jaar kan voorkomen met 10% opslag vanwege de klimaatsverandering mag er geen inundatie optreden (NBW-norm); bij een regenbui die eenmaal per 10 jaar optreedt met 10% opslag vanwege klimaatsverandering moet er voor het straatpeil nog een drooglegging van 0,7 m zijn ten opzichte van zomerpeil (norm waterschap Rivierenland). Aanvullend wordt gemeld dat in het watersysteem wordt uitgegaan van een peilstijging van 20 cm in de watergangen.

Kwel en wegzijging Het waterschap hanteert voor nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen strikte uitgangspunten die zijn gebaseerd op de wettelijke taken van een waterschap. Door het realiseren van De Blauwe Zoom mag de kwel en wegzijging niet noemenswaardig toenemen. Riolering en volksgezondheid Het afvalwater en het regenwater dienen binnen het woongebied gescheiden ingezameld en afgevoerd te worden. Het afvalwater wordt via een droogweerafvoerstelsel (DWA) naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie Sliedrecht gepompt en het regenwater komt uiteindelijk op het oppervlaktewater terecht. Door het afkoppelen van hemelwater van de DWA worden vuilwateroverstorten (in de omgeving) tegengegaan. De risico's van watergerelateerde ziekten en plagen worden hierdoor geminimaliseerd. Om dergelijke risico's verder te verkleinen, dienen de waterlopen goed door spoelen; ze mogen dus niet doodlopend zijn.

De Blauwe Zoom - Ons Dorp Vast te stellen – 25 mei 2021

51

Waterkwaliteit Uit berekeningen blijkt dat de belasting van stikstof en fosfor als gevolg van de aanleg van verhardingen kleiner wordt dan de belasting vanuit het landbouwgebied was. Dit is te verklaren doordat er in een woonwijk weinig meststoffen kunnen afspoelen naar het oppervlaktewater. De totale belasting op het wateroppervlak zal in de uiteindelijke definitieve situatie lager uitvallen dan in de huidige situatie. Dit is te verklaren door een afname van de belasting van emissies en het vergroten van het wateroppervlak. De afkoppeling van hemelwater zal er in de toekomst voor zorgen dat het aantal riooloverstorten wordt verminderd. Bij volledige afkoppeling (wat het streven is) is de overstortfrequentie zelfs nihil. Dit komt de waterkwaliteit ten goede. Natte natuur Momenteel heeft het nog te ontwikkelen deel van De Blauwe Zoom voornamelijk een agrarische functie. Langs een deel van de tuinen van de nieuwe woningen in Ons Dorp worden natuurvriendelijke oevers aangelegd. Hierdoor kunnen de natuurwaarden vergroot worden. Het gebied is niet gelegen in of nabij een (nat) natuurgebied of (natte) ecologische verbindingszone. Bovendien zal alleen schoon hemelwater het plangebied verlaten (afgezien van de vuilwaterafvoer via de DWA), waardoor natte natuurwaarden op afstand niet via het oppervlaktewater kunnen worden aangetast.

Verdroging zal niet optreden door de voorgestane ontwikkeling, omdat het grondwaterpeil niet zal worden aangepast. Beheer en onderhoud Bij het realiseren van nieuwe watergangen is het van belang om afspraken te maken over de onderhoudsplicht. Er zijn twee mogelijkheden: 

A-watergangen: Het waterschap heeft het natte profiel in onderhoud. De taluds (die lopen tot aan de bodem) van de A-watergang zijn in onderhoud van de aanliggende eigenaren. Gemeten vanaf de insteek geldt een beschermingszone van 5 meter. B-watergangen: Het onderhoud aan B-watergangen wordt uitgevoerd door de aanliggende eigenaren. Wanneer sprake is van twee eigenaren aan beide zijden betekent dit dat beiden tot de helft van de watergang onderhoudsplichtig zijn. Het waterschap voert geen onderhoud uit aan B-watergangen. Gemeten vanuit de insteek geldt een beschermingszone van 1 meter.

Alle watergangen binnen het plangebied en liggend op de grens van het plangebied - waar onder eventuele resterende C-watergangen - vallen onder dezelfde onderhoudsafspraken. Door rekening te houden met de bovengenoemde beschermingszones in de bouwplannen worden de belangen vanuit de keur nageleefd.

7.3

Conclusie

In overleg met het waterschap Rivierenland wordt in De Blauwe Zoom ingezet op een alternatieve aanpak wat betreft de toetsing van het onderhavige bestemmingsplan aan de richtlijnen van het waterschap. Gekozen is voor een zogenaamde waterbalans. De voorwaarde om te voldoen aan de waterbalans is juridisch afgedwongen in de ontwikkelingsgerichte bestemmingen "Wonen - 1" en "Woongebied" van dit bestemmingsplan en in het exploitatieplan. De waterbalans is een momentopname en wordt continue bijgesteld. Door te werken middels een waterbalans zal bij de invulling van het woongebied per uitwerking van een ontwikkelingsveld of bouwplan getoetst worden of voldaan wordt aan de eisen van het waterschap ten aanzien van het watersysteem. Hierdoor is een goed functionerend watersysteem gewaarborgd. De Blauwe Zoom - Ons Dorp Vast te stellen – 25 mei 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/568/documents/18638