CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport ruimtelijke onderbouwing d.d. 28-11-2023.pdf

Gemeenteraad GHG 30 mei 2024, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 13: Aanvraag omgevingsvergunning Zonnepark Betuwelijn - Raadsvoorstel15.152 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam

Opdrachtgever: Novar Nederland B.V. Emmasingel 4 9726 AH Groningen Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl

Projectgegevens: Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd: Status: Versie:

203985 28-11-2023 I. Stilkenboom M. Christenhusz & T. Rood T. Rood Definitief 2

© 2023 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.

Inhoudsopgave 1

Inleiding...................................................................................................................................................... 5

1.1

Aanleiding ...............................................................................................................................................5

1.2

Ligging en begrenzing plangebied ..........................................................................................................6

1.3

Vigerend planologisch regime ................................................................................................................8

1.4

Leeswijzer ...............................................................................................................................................9

2

Planbeschrijving ....................................................................................................................................... 10

2.1

Inleiding ................................................................................................................................................10

2.2

Beschrijving plangebied ........................................................................................................................10

2.3

De zonneweide .....................................................................................................................................12

2.4

Landschappelijke inpassing ..................................................................................................................15

3

Beleidskader............................................................................................................................................. 23

3.1

Inleiding ................................................................................................................................................23

3.2

Rijksbeleid .............................................................................................................................................23

3.3

Provinciaal beleid .................................................................................................................................26

3.4

Regionaal beleid ...................................................................................................................................32

3.5

Gemeentelijk beleid..............................................................................................................................34

4

Waardentoets .......................................................................................................................................... 35

4.1

Inleiding ................................................................................................................................................35

4.2

Natuurwaarden ....................................................................................................................................35

4.3

Archeologie ...........................................................................................................................................37

4.4

Cultuurhistorische waarden .................................................................................................................39

4.5

Water ....................................................................................................................................................39

5

Milieuaspecten......................................................................................................................................... 43

5.1

Inleiding ................................................................................................................................................43

5.2

Bodem ..................................................................................................................................................43

5.3

Geluid ...................................................................................................................................................44

5.4

Lichtreflectie .........................................................................................................................................45

5.5

Luchtkwaliteit .......................................................................................................................................45

5.6

Externe veiligheid .................................................................................................................................46

5.7

Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................................47

5.8

Verkeer en parkeren .............................................................................................................................48

5.9

Vormvrije m.e.r.-beoordeling ...............................................................................................................48 Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 3

5.10

Kabels en leidingen ...............................................................................................................................49

5.11

Conclusie...............................................................................................................................................49

6

Uitvoerbaarheid ....................................................................................................................................... 49

6.1

Inleiding ................................................................................................................................................49

6.2

Ruimtelijke uitvoerbaarheid .................................................................................................................50

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .......................................................................................................50

6.4

Economische uitvoerbaarheid ..............................................................................................................50

Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 4

1 Inleiding 1.1 Aanleiding De Nederlandse overheid heeft in juni 2019 het Klimaatakkoord vastgesteld. Het centrale doel binnen dit akkoord is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen met 49% in 2030 ten opzichte van 1990. Voor de elektriciteitssector geldt hierbij een opgave om in eerste instantie in 2030 de CO2-emmissies met tenminste 20,2 Mton te verminderen. In het verlagen van deze uitstoot is het van belang om energie op te wekken met hernieuwbare bronnen. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat in 2030 70% van de stroom in Nederland uit hernieuwbare bronnen komt. Daarnaast spelen zich ook andere ruimtelijke vraagstukken af, zoals het spanningsveld tussen landbouw en natuur en het grote beslag op ruimte. Het is wenselijk om deze vraagstukken integraal mee te nemen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De provincie Zuid-Holland wil daarnaast het gebruik van zonne-energie actief faciliteren en ondersteunen, omdat zonne-energie een groeiende bijdrage levert aan de productie van hernieuwbare energie. Voor de regio Drechtsteden, waar ook de gemeente Hardinxveld-Giessendam onderdeel van uitmaakt, is in de RES 1.0 het doel opgenomen om in 2030 0,37 TWh aan duurzame energie op te wekken. Voor de grootschalige opwekking van zonne-energie zijn onder andere locaties langs de Betuwelijn aangewezen als zoekgebied.

Voorliggend plan is tot stand gekomen door een samenwerking van de initiatiefnemers, waaronder Novar (voorheen Solarfields), de energie coöperatie Drechtse Energie en de grondeigenaar. In voorliggend plan wordt, met een oppervlakte van bijna 13 hectare (bruto), aangesloten bij de regionale ambities voor de grootschalige opwek van zonne-energie langs de Betuwelijn, om hiermee bij te dragen aan het doel van 0,37TWh aan duurzame elektriciteitsopwekking in 2030. Voor de realisatie van de zonneweide wordt een omgevingsvergunning aangevraagd, in afwijking van het bestemmingsplan (op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3° Wabo). Deze voorliggende ruimtelijke onderbouwing is onderdeel van de vergunningsaanvraag. Hierin komen alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening voor dit project aan de orde en deze ruimtelijke onderbouwing motiveert en onderbouwt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 5

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied ten noorden van Hardinxveld-Giessendam in de provincie ZuidHolland. Aan de zuid-, west- en oostkant van het plangebied ligt het Betuwepad. Dit betreft een camaliteitenpad van ProRail en is enkel toegankelijk voor hulpdiensten. Daarnaast is ten westen de Zwijnskade gelegen en ten oosten de Polderweg. In het plangebied in het noorden grenst het plangebied aan de Giessendamse-Tienweg. Dit betreft een historisch (beschermd) wandelpad. Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit agrarische gronden. Rondom het plangebied bevindt zich eveneens een sloot (Awatergang). Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Hardinxveld-Giessendam, sectie I, percelen 455, 444, 399, 398, 393, 392, 391, 388 en 385.

Figuur 1: Ligging van het plangebied ten opzichte van Hardinxveld-Giessendam

In de omgeving van het plangebied is volop ontwikkeling aanwezig. Ten zuiden van de Betuwelijn ligt Het Oog. Aan de westzijde van het oog wordt een nieuw bedrijventerrein ontwikkeld. Ten oosten van het nieuwe bedrijventerrein wordt in de toekomst woningbouw beoogd.

Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 6

Figuur 2 Begrenzing plangebied

Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 7

1.3 Vigerend planologisch regime Het plangebied is gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Hardinxveld-Giessendam, vastgesteld op 28 april 2016. Binnen dit bestemmingsplan kent het plangebied de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’ en dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologische verwachting 5’, ‘Waarde – Archeologische verwachting 6’, ‘Waarde – Archeologische verwachting 9’ en ‘WaterstaatWaterstaatkundige functie’. Daarnaast kent een zeer klein deel van het plangebied de enkelbestemming ‘Water’, gezien een watergang het plangebied in het oostelijke deel doorkruist. Daarnaast kent het perceel de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – ruwvoederteelt’ en (gedeeltelijk) de gebiedsaanduidingen ‘veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen’ (in het zuidelijke deel bij de Betuwelijn) en ‘veiligheidszone – hoogspanningsverbinding’ (in het westelijke deel vanwege de nabijgelegen hoogspanningslijn). Het plangebied kent merendeels de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’. Deze gronden zijn bestemd voor reële grondgebonden graasdierbedrijven, agrarisch verwant gebruik zoals het beweiden van dieren, hobbymatige agrarische activiteiten, het behouden van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden, het behoud van de natuurlijke waarde, water en waterhuishouding.

Figuur 3: Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied’ uit 2016

De realisatie van een zonneweide is niet passend binnen het vigerend bestemmingsplan. De enkelbestemming ‘agrarisch’ staat het gebruik van de gronden voor een zonneweide niet toe. Daarom wordt voor de zonneweide een omgevingsvergunning, in afwijking op het bestemmingsplan (op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3o Wabo), aangevraagd bij de gemeente Hardinxveld-Giessendam. Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 8

1.4 Leeswijzer De ruimtelijke onderbouwing is opgebouwd uit zes hoofdstukken. In hoofdstuk 1 worden de aanleiding voor het plan, het projectgebied en het vigerend planologisch regime uitgelicht. In hoofdstuk 2 wordt eerst ingegaan op het voorgenomen plan. In hoofdstuk 3 komt het beleidskader aan bod. In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het van toepassing zijnde rijksbeleid, provinciaal beleid en gemeentelijk beleid. Het voorgenomen plan wordt daarbij getoetst aan dit beleid. Hoofdstuk 4 bevat een waardentoets. Hieruit blijkt welke waarden er in het plangebied aanwezig zijn, en zo ja, of deze worden aangetast door de ontwikkeling. In hoofdstuk 5 komen de relevante milieuaspecten aan bod. In hoofdstuk 6 wordt tot slot ingegaan op de ruimtelijke, maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.

Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 9

2 Planbeschrijving 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie nader toegelicht en wordt het plan voor de zonneweide beschreven. Ten behoeve van de zonneweide is een landschappelijke inpassing opgesteld, waarin de landschappelijke inpassing nader wordt toegelicht en onderbouwd. Deze is als separate bijlage aan de ruimtelijke onderbouwing toegevoegd.

2.2 Beschrijving plangebied 2.2.1 Ligging plangebied in de omgeving De omgeving kenmerkt zich als open slagen- of strokenlandschap (ten noorden van de Giessendamse Tiendweg) en heeft een agrarisch karakter. In de omgeving zijn met name langgerekte graspercelen aanwezig, welke van oudsher onderdeel zijn van Polder het Middenblok. Het plangebied bestaat uit landbouwgrond en wordt omsloten door A-watergangen, welke eveneens dienen als bluswatervoorziening voor de Betuwelijn. Ten zuiden van het plangebied ligt de Betuwelijn en het bijbehorende calamiteitenpad (Betuwepad). Het plangebied kent in de huidige situatie een zeer open karakter, waardoor de Betuwelijn vanuit het landelijke gebied erg goed zichtbaar is. In het verleden betrof het plangebied een groter perceel, welke door de komst van de Betuwelijn is doorkruist. Om een perceel van voldoende formaat over te houden, is destijds toestemming verleend aan de grondeigenaar voor het dempen van de sloten in het perceel. Ten behoeve van de afvoer van regenwater zijn toen, van noord naar zuid, greppels getrokken, om het agrarisch gebruik mogelijk te houden. Het merendeel van het plangebied bestaat uit grasland, met name bestaande uit Engels raaigras. Een deel is gebruikt als maïsakker. Met name vanwege de vorm van het perceel is deze echter slechts beperkt geschikt voor agrarische activiteiten.

Er zijn verschillende dammen met houten hekwerken aanwezig, welke vanuit het plangebied naar het Betuwepad leiden. De Giessendamse Tiendweg is vanaf het perceel te bereiken middels één brug, deze is afgesloten en enkel toegankelijk voor de grondeigenaar. Het Betuwepad is niet vrij te betreden. Aan de zuidzijde van het plangebied zijn verschillende dammen met hekwerken aanwezig, welke alleen voor bevoegden toegankelijk zijn. De brede geasfalteerde weg aan de zuidkant (Betuwepad) is alleen bestemd voor onderhoud en calamiteiten voor de spoorlijn en eigendom van ProRail tot en met de duikers. Naast het perceel staat aan het Betuwepad een elektriciteitsgebouw van ProRail. Er is geen bebouwing of verlichting aanwezig in het plangebied.

Figuur 4: Dammen met duikers aan de zuidzijde van het plangebied en het naastgelegen Betuwepad Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 10

Figuur 5: Foto's van het plangebied en omgeving (links: ligging tussen de tiendweg en de betuwelijn, rechts: zicht op de betuwelijn vanaf het plangebied)

2.2.2 Ontstaan van het landschap Het plangebied was oorspronkelijk onderdeel van het ontginningslandschap en bestond dus uit meerdere opeenvolgende percelen, gescheiden door lange lengtesloten (verkavelingspatroon van lange smalle kavels) vanaf de rivier Beneden-Merwede (de ontginningsas). De Giessendamse Tiendweg vormde van oudsher de noordelijke begrenzing. De komst van de Betuwelijn met bijkomstige grondruil heeft het perceel een nieuwe langgerekte vorm gegeven met meerdere smalle getrokken greppels (niet altijd met het oog waarneembaar) in plaats van sloten. Hoewel oorspronkelijk sloten in het plangebied aanwezig waren, heeft de grondeigenaar vanwege het verlies van grond door de aanleg van de Betuwelijn, toestemming gekregen om deze te dempen en in plaats daarvan smalle greppels te trekken. Aan de noordzijde van de Giessendamse Tiendweg is de middeleeuwse verkaveling, met de lange lijnen van kaden, weteringen en tiendwegen gaaf gebleven. Hier ervaart men nog steeds het weidse open landschap van Polder het Middenblok.

Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 11

Figuur 6: Foto’s van het plangebied en nabije omgeving (bron: Eelerwoude)

2.3 De zonneweide 2.3.1 Initiatief voor een zonneweide Novar heeft samen met de grondeigenaar, energie coöperatie Drechtse Energie en de omgeving een plan gevormd voor de realisatie van een grondgebonden zonneweide met een netto oppervlakte van circa 9,5 hectare (bestaande uit 5,5 hectare panelen en 4 hectare tussenruimte, paden en landschappelijke inpassing) in de gemeente Hardinxveld-Giessendam. De resterende 3,2 ha wordt vrijgehouden van panelen. Deze 3,2 ha wordt gebruikt voor extensieve beheerd kruidenrijk grasland en natuurcompensatie in de oostpunt en voor een uitgebreid zone met zoomvegetatie in de westelijke punt. Agrarisch medegebruik Binnen het plangebied voor de zonneweide is sprake van meervoudig ruimtegebruik. Zo wordt op de zonneweide agrarisch medegebruik nagestreefd door het plangebied te laten begrazen door schapen. In combinatie met de zonneweide draagt dit bij aan de extensivering van het agrarische gebruik van het perceel, aangezien hier niet langer bestrijdingsmiddelen en dergelijke worden gebruikt. Daarnaast wordt aansluiting gezocht bij de bestaande landschappelijke kwaliteiten en worden deze zoveel mogelijk versterkt met streekeigen elementen (bijvoorbeeld door de aanleg van natte laagtes, rietoevers en zoomvegetatie). Naast het toevoegen van landschappelijke kwaliteit, wordt hiermee ook een bijdrage geleverd aan de lokale biodiversiteit.

Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 12

2.3.2 Locatiekeuze De locatiekeuze voor de zonneweide is zorgvuldig tot stand gekomen. De zonneweide is gelegen binnen een RES zoekgebied (RES 1.0 Regio Drechtsteden) voor het opwekken van zonne-energie. Daarnaast sluit de ontwikkeling aan bij het streven vanuit de RES om zonneparken zoveel mogelijk nabij infrastructuur te realiseren. Door de komst van de Betuwelijn is de geschiktheid van het plangebied voor intensief agrarisch gebruik daarnaast gedaald. Het plangebied is daarnaast niet gelegen in een natuurgebied of weidevogelgebied. Daarmee vormt het plangebied een interessante plek voor het opwekken van zonne-energie. Daarnaast kan de zonneweide hier worden aangesloten op het elektriciteitsnet (dichtstbijzijnde netstation op minder dan 1,5 kilometer), de gronden zijn beschikbaar en de zonneweide is hier landschappelijk goed inpasbaar binnen de aanwezige landschapsstructuren.

2.3.3 Randvoorwaarden Voorafgaand aan de planvorming zijn enkele randvoorwaarden opgesteld waaraan de zonneweide moet voldoen. Deze hebben een belangrijk uitgangspunt gevormd voor de (landschappelijke) inrichting van de zonneweide (zie paragraaf 2.4). De verschillende randvoorwaarden zijn onderstaand per stakeholder of thema weergegeven. Grondeigenaar • Agrarisch medegebruik tijdens de exploitatiefase van de zonneweide • Het gebruik van het perceel moet na 30 jaar weer volledig worden terugbracht naar agrarisch Ecologie • Biodiversiteit toevoegen door verschillende maatregelen • Bodem niet volledig afsluiten van licht en regen • Goede landschappelijke inpassing met duidelijke meerwaarde voor ecologie (lokale doelsoorten etc.) • Natuurcompensatie beschermde diersoorten en maatregelen tijdens de bouwfase Waterschap • Geen graafwerkzaamheden in de A-watergang • Verhardingscompensatie • Doorstroomprofiel moet vrij blijven, geen planten in de watergang Omwonenden • Zicht op de zonneweide zo goed mogelijk beperken ProRail • Er mag geen storende reflectie door de panelen ontstaan • Er mag geen elektromagnetische beïnvloeding ontstaan • Onderhoudspad mag voor calamiteiten worden gebruikt Veiligheidsregio • Het onderhoudspad moet de voertuigen van de brandweer kunnen dragen, daarom is een verhard onderhoudspad benodigd • De panelen moeten volledig binnen een 60 meter radius vanuit het

onderhoudspad liggen (blusbereik) • Het park moet op meerdere plekken toegankelijk zijn

Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 13

Tennet en drinkwaterbedrijf • Geen zonnepanelen en gebouwen in westelijk deel van het perceel (veiligheids- en vrijwaardingzone) Technische beperkingen opstelling • Door de vorm (te smal) geen panelen in het meest oostelijke deel • Panelen hebben een bepaalde lengte

2.3.4 Technische gegevens zonneweide Opstelling De opstelling benadrukt de afwijkende perceelvorm en volgt de slingerende Betuwelijn en kronkelende Giessendamse Tiendweg. Zodoende zijn de panelen ook iets gedraaid ten opzichte van een strakke oost-west oriëntatie. Een strakke oost-west oriëntatie is daarnaast niet mogelijk in verband met lichtreflectie. Een licht gedraaide oost-west opstelling maakt het ook mogelijk om met één onderhoudspad (door het midden van het perceel) te volstaan en zo verharding tot een minimum te beperken.

Figuur 7: Illustratie open Oost-West opstelling, 1 meter vrij in de nok en 1,5 meter vrij als 'gangpad'

Technische installaties Binnen de zonneweide worden naar verwachting vier transformatorstations van 2 MVA en een inkoopstation gerealiseerd. Daarnaast wordt binnen het hekwerk ruimte gereserveerd voor een container met reserveonderdelen. De voorgenoemde technische installaties worden zoveel mogelijk in het midden van het perceel en/of achter beplanting geplaatst, waardoor deze zoveel mogelijk aan het zicht worden ontnomen. Daarnaast worden de technische installaties en het hekwerk uitgevoerd in een kleur welke niet opvalt in het landschap. Reserveringsgebied voor een mogelijk energieopslagsysteem (batterijopslag) Binnen de perceelsgrenzen van voorliggende zonneweide wordt ruimte gereserveerd voor een mogelijk energieopslagsysteem. Zie voor de begrenzing van dit gebied Figuur 8 in paragraaf 2.4.2. Voor het energieopslagsysteem wordt naar verwachting gelijktijdig een separate omgevingsvergunning aangevraagd. Netaansluiting De zonneweide wordt aangesloten op de dichtstbijzijnde netaansluiting van de netbeheerder Stedin. In overleg met de netbeheerder wordt dit in het vervolgproces nader vormgegeven.

2.3.5 Toegankelijkheid en ontsluiting De zonneweide wordt ontsloten via het Betuwepad. Binnen de zonneweide wordt met name gebruik gemaakt van onverharde paden, behalve voor het middenpad, welke bestaat uit halfverharding. Hierbij wordt rekening gehouden met de veiligheids- en calamiteiteneisen vanuit de veiligheidsregio. Het pad voldoet namelijk aan de voorschriften rondom afmetingen en belastbaarheid. Met beetrekking tot de toegang tot de zonneweide worden duidelijke afspraken gemaakt met andere stakeholders zoals Prorail, Oasen en netbeheerder Stedin. De volgende onderdelen zijn van belang voor de ontsluiting en toegankelijkheid van de zonneweide: Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 14

-

Onderhoudspad op het perceel: grindpad met doorlatende ondergrond in een karrespoor opzet (1 m grindpad, 2 m grasstrook, 1 m grindpad). Nieuwe duiker wordt gebouwd bij de ingang van het park, ook toegankelijk voor brandweervoertuigen. Duiker bij uitgang park wordt geïnspecteerd voor bouw en indien nodig versterkt om tankautospuiten te kunnen dragen.

2.3.6 Bouw De start van de bouw zal waarschijnlijk in 2026 plaatsvinden. Het precieze moment is afhankelijk van verkregen vergunning. De aanlegfase van de panelen en bijbehorende installaties beslaat waarschijnlijk een tijdsperiode van meerdere maanden.

2.3.7 Looptijd Zonneweide Betuwelijn is van tijdelijke aard en voor zolang de technisch-economische levensduur van de zonneweide dit toelaat. Nadat het park 30 jaar zonnestroom heeft geproduceerd wordt de zonneweide verwijderd en kunnen de grondeigenaren de grond weer voor eigen doeleinden gebruiken.

2.3.8 Communicatie en participatie Novar en Drechtse Energie hechten beide veel waarde aan het nauw betrekken van de omgeving en het samen met de diverse stakeholders vormgeven van de plannen. Met oog op de procesparticipatie (meedenken) zijn keukentafelgesprekken met de direct omwonenden gevoerd, zijn twee buurtbijeenkomsten gehouden voor direct omwonenden en de bredere omgeving en is er uitgebreid met de diverse stakeholders overlegd zoals natuurorganisaties en andere betrokkenen (ProRail, Veiligheidsregio, Waterschap, Oasen, Tennet). Tijdens de tweede buurtbijeenkomst is meer toelichting gegeven over de mogelijkheden voor financiële participatie (meedoen in het zonnepark) en is een 1e interesse peiling gedaan. Zodra de financieringstraject van het park gaat lopen (na vergunning verlening en SDE toekenning) zal Drechtse Energie een campagne houden om mensen te enthousiasmeren voor en te werven voor deelname in het project. Er wordt nadrukkelijk gestreefd om hiermee 50% lokaal eigendom te behalen. Uit de diverse gesprekken en bijeenkomsten komt naar voren dat vrijwel iedereen zich voldoende kan vinden in de plannen. Men vindt de locatie logisch en kan zich vinden in de gekozen opzet van het zonnepark en de combinatie van de verschillende functies. Naar aanleiding van de bijeenkomsten is een document met veelgestelde vragen en antwoorden opgesteld.

In het separaat bijgevoegde participatieverslag is een uitgebreide beschrijving van het participatieproces en de uitkomsten ervan opgenomen.

2.4 Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing van Zonneweide Betuwelijn is beschreven in het landschappelijke inpassingplan, welke als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing is opgenomen. In deze paragraaf worden de hoofdpunten van de landschappelijke inpassing toegelicht. Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 15

2.4.1 Uitgangspunten landschappelijke inpassing Combinatie van functies Het uitgangspunt van de ontwikkeling is het combineren van meerdere doeleinden. Er wordt ingezet op een combinatie van de opwek van duurzame energie met agrarisch medegebruik, in de vorm van begrazing door schapen, en het toevoegen van kwalitatieve landschappelijke elementen, waarmee wordt bijgedragen aan de lokale biodiversiteit. Om plasvorming te voorkomen wordt drainage aangelegd. Novar streeft daarnaast naar 50% lokaal eigendom. Passende landschappelijke inpassing Door de komst van de Betuwelijn is het karakteristieke slagenlandschap op deze locatie al verdwenen. Daarnaast heeft de Betuwelijn de beleving vanuit de Tienweg wezenlijk beïnvloed. De komst van de zonneweide maakt dat er nieuwe kansen ontstaan om het zicht op de Betuwelijn (deels) weg te nemen, waardoor het uitzicht vanaf de Tienweg wordt verzacht en er een geleidelijke overgang ontstaat van de stedelijke omgeving naar het karakteristieke slagenlandschap ten noorden van het plangebied. Hiermee wordt een aantrekkelijk landschapsbeeld gecreëerd: grazende schapen, een verscheidenheid aan grassen, struweelgroepen, rietzones en het zicht op de horizon.

Vergroten biodiversiteit In het plangebied worden verschillende maatregelen genomen om deze aantrekkelijk te maken voor insecten (grote vos, argusvlinder, blauwborst, groene glazenmaker en rugstreeppad). Om dit te bewerkstelligen worden onder andere gebiedseigen struiken toegevoegd en wordt aan de randen van het plangebied bloem- en kruidenrijk grasland gerealiseerd door verschralingsbeheer. Daarnaast worden natte laagtes gerealiseerd die een aantrekkelijk leefgebied vormen voor verschillende soorten amfibieën. Langs de sloten worden natuurlijke rietoevers (ondersteund met opgaande beplanting) voor insecten, amfibieën, vogels, zoogdieren en vleermuizen gerealiseerd. Het hekwerk rondom het plangebied bevat aan de onderkant een opening, zodat deze te passeren is door kleine (zoog)dieren. Uitgangspunten diverse stakeholders In het plan moet rekening worden gehouden met verschillende stakeholders. Vanwege de ligging van verschillende watergangen in en rondom het plangebied, moet allereerst rekening worden gehouden met de belangen van het waterschap. Zo moet onder andere rekening worden gehouden met de onderhoudspaden vanuit het waterschap. Het doorstromingsprofiel van de watergangen moet daarnaast worden behouden en de oevers moet worden gehandhaafd.

Met betrekking tot de oriëntatie van de panelen wordt rekening gehouden met lichtreflectie vanwege de passerende treinen over de Betuwelijn. Voor calamiteiten wordt het Betuwepad gebruikt.

2.4.2 Ontwerp De langgerekte vorm met slingerende randen zowel aan noordzijde als zuidzijde vragen om een creatieve opzet van de zonneweide om de combinatie van functies te laten slagen. In plaats van de landschappelijke verkaveling te reconstrueren en hierin de oriëntatie volgend te laten zijn, is er gekozen voor een opzet waarbij de glooiende lijn van de infrastructuur (Betuwelijn) wordt gevolgd. Er is daarbij gekozen voor een licht gedraaide open oost-westopstelling, met ruimte tussen de panelen, waardoor optimaal licht en water op de bodem kan schijnen/ vallen (vergelijkbaar met een zuid-opstelling). Dit maakt een mooie overgang tussen de lijnen van het slagenlandschap en de lijnen van de Tiendweg en Betuwelijn. Er is gekozen voor een nieuw middenpad welke op het smalle punt afbuigt naar het Betuwepad. Door deze iets noordelijker te situeren Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 16

liggen ook de bovenste panelen binnen blusbereik (60 meter), zodat er geen dubbele lijnen aan (verharde) onderhoudspaden nodig zijn. De nieuwe landschappelijke kwaliteiten zijn vooral gericht op variatie, met agrarisch medegebruik door de begrazing van schapen tussen en onder de panelen en de natuurlijke inrichting van de randen en het oostelijke perceel. Om het weidse ‘poldergevoel’ te behouden bestaat de landschappelijke inpassing vooral uit struiken en watermaatregelen (afbeelding 20). Vanaf ooghoogte en vanaf het Betuwepad en de Tiendweg is middels de inpassing het park grotendeels aan het zicht ontrokken. Voor de machinisten in de goederentrein en auto's boven op de overgang van de Zwijnskade is het park wel zichtbaar. In de huidige situatie vormt de Betuwelijn een harde overgang van de stedelijke leefomgeving naar het landelijk gebied. De zonneweide, met bijbehorende inpassing, draagt bij aan het creëren van een geleidelijke overgang.

Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 17

Figuur 8: Inrichtingsplan Zonnepark Betuwelijn (zie legenda op pagina 18) Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 18

Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 19

2.4.3 Inrichtingselementen Droge rietoever Langs vrijwel de gehele west- en noordrand wordt in overleg met het waterschap een grillig ogende rietoever op het droge deel ingericht met een variërende breedte van 2 tot 10 meter (zie Figuur 7). Deze oever wordt buiten het doorstromingsprofiel van de watergang gerealiseerd. Het is hiervoor niet nodig om de oever af te graven. Met goed gefaseerd beheer (bloksgewijs maaien om het jaar en schonen sloot) wordt de gewenste breedte geborgd. Verschillende soorten profiteren van de rietoever, waaronder de blauwborst en roerdomp. Het beheer van de westelijke- en noordelijke randen wordt door Novar uitgevoerd. De overige watergangen (zuid en oost) worden beheerd door het waterschap. Kruidenrijke strook Langs de zuid- en noordrand wordt langs de watergang, onder de rietkraag (in beheer van Novar), een kruidenrijke strook met ecologisch verschralingsbeheer toegepast. Om direct resultaat op de voedselrijke gronden te bereiken, wordt er gericht een bij de bodem en gebied passend kruidenmengsel in de kruidenrijke stroken gezaaid. Het juiste mengsel en hoeveelheid wordt in overleg met een zadenbank afgestemd. De icoonsoort rugstreeppad profiteert hiervan en de kruidenrand accentueert de glooiende lijn van de Betuwelijn in het landschap met aangrenzende dammen over de watergang.

Argusvlinderdam Aan de zuidzijde van de zonneweide zijn elf dammen over de watergang aanwezig met houten hekwerken. Deze hekwerken worden iets verplaatst en komen aan de noordelijke oever van de dammen te staan. Door de verplaatsing en door de dammen in te zaaien worden deze getransformeerd tot argusvlinderdammen. De zonbeschenen dammen gecombineerd met de kruidenrijke strook maakt een waardevolle habitat voor de argusvlinder, maar ook voor andere (vlinder)soorten. Prorail heeft ons verzocht om hekken bij de duikers te plaatsen om toegang tot het calamiteitenpad door onbevoegden te voorkomen. Hiertoe zullen hekwerken (2,2 meter hoog) op het Betuwepad worden geplaats bij de start van elke duiker. Deze hekwerken staan dus aan de zuidelijke oever van de elf dammen. Zoomvegetatie Aan de kopse kanten van de zonneweide wordt het zicht op de zonneweide en de installaties onttrokken door een zoomvegetatie. Door de gelede opbouw van lage struiken en erachter hoge struiken is het een dichte gevarieerde rand. Het zicht op de zonneweide wordt minder door deze zachte landschappelijke inpassing, het landschappelijke open karakter blijft. Hoe meer diversiteit, hoe waardevoller en mooier om te zien.

Doordat het struweel vrij uit kan groeien (in tegenstelling tot een geknipte haag) komen de planten tot bloei en vruchtzetting wat een grote meerwaarde heeft voor insecten, vogels en kleine zoogdieren. De gekozen struiksoorten horen thuis in het gebied en bloeien in verschillende perioden zodat er een zo lang mogelijk aanbod in stuifmeel en nectar voor insecten is (bloeiboog). Om de groenblauwe verbinding langs de Giessendamse Tiendweg te versterken komen er buiten de beschermingszone van de watergang, in de resthoeken, enkele kleine struikgroepen van wilgensoorten. Deze verzachten daarnaast de aanblik op de zonneweide. Aangetakte poel en flauwe oevers Het meest oostelijke deel van het plangebied is te smal voor de opzet van een panelenrij. Onder andere ten aanzien van de verhardingscompensatie wordt deze zone ingericht als nieuw open water (aangetakte poelen/watergangen, en natte zones met flauwe zonbeschenen oevers). Ook hier wordt een rietrand aangelegd, welke aanzienlijk breder en grilliger is vergeleken met de overige rietranden. De nieuwe poelen Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 20

staan in verbinding met de zuidelijke watergang en volgen het slotenpatroon van het landschap. Deze oostelijke zone is daarnaast volledig beschikbaar voor kruiden- en faunarijk grasland.

Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 21

Figuur 9: Doorsnede maatregelen grenzend aan de Zwijnskade

Figuur 10: Doorsnede maatregelen grenzend aan de Giessendamse Tiendweg

Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 22

3 Beleidskader 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid dat betrekking heeft op het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling beschreven. Het wordt benaderd vanuit het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Het voorgenomen plan, de realisatie van de zonneweide, wordt getoetst aan dit beschreven beleid.

3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Nederland staat in de komende jaren voor een aantal opgaven van nationaal belang. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) stelt dat grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw Nederland flink zullen veranderen. Deze opgaven moeten benut worden om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden. De NOVI biedt perspectief om de grote opgaven aan te pakken. Hierbij is omgevingskwaliteit het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Vanuit de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor zowel nationale als decentrale keuzes. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. In de NOVI wordt gesproken over een ‘omgevingsinclusief’ beleid. De NOVI beschrijft enerzijds een toekomstperspectief met ambities en anderzijds de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven. Deze opgaven zijn het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten. Op deze vier prioriteiten zijn beleidskeuzes gemaakt. De vier prioriteiten gemaakt: 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om de beleidskeuze weloverwogen te maken worden drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven, gehanteerd namelijk; 1) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal en 3) Afwentelen wordt voorkomen. In de NOVI wordt gesteld dat de klimaatdoelstelling in lijn is met de Parijse klimaatdoelstelling: in 2050 vrijwel geheel klimaat neutraal. De ambitie is dat de omslag naar 100 procent circulair in 2050 gerealiseerd is en dat een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in de leefomgeving is. In 2050 is Nederland erin geslaagd al deze ontwikkelingen zorgvuldig in te passen of nieuwe landschappen te creëren, met zo min mogelijk hinder of overlast voor mensen en het ecosysteem. De NOVI ziet het van nationaal belang om de internationale afgesproken doelen te behalen. De opgave is dan ook om de broeikasgassen. Ten opzichte van 1990 te reduceren met tenminste 49 procent in 2030 en met 95 procent in 2050. Een andere opgave is het vervangen van fossiele energiebronnen door duurzame bronnen.

Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 23

Bovenstaande opgaven manifesteert zich rond een van de vier prioriteiten, namelijk prioriteit 1 ‘Ruimte voor klimaatadaptatie energietransitie’. In beleidskeuzes van deze prioriteit wordt benoemd dat overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties samenwerken aan het bijtijds halen van doelstellingen, die in het Klimaatakkoord zijn bepaald. Het Nationaal Programma RES vormt een platform voor onderling samenwerken, vergelijken, leren en uitdagen. De energietransitie kan een hefboom zijn voor kwaliteitsverbetering, zowel ruimtelijke als bijvoorbeeld voor ecologische, economische of sociale verbeteringen. Zonneparken kunnen bijvoorbeeld economische dragers voor het landelijk gebied worden. Daarnaast moeten zonneparken in het landschap worden ingepast. De afwegingprincipes van de NOVI leiden tot een voorkeur voor zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen. Vanuit diezelfde principes hebben daarna onbenutte terreinen in bebouwd gebied de voorkeur. Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen, kan blijken dat ook locaties in het landelijk gebied nodig zijn. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Met voorliggend plan wordt een bijdrage geleverd aan de ambities in de NOVI. Zonneweide Betuwelijn draagt bij aan de opwekking van duurzame energie door middel van zonnepanelen en draagt hiermee bij aan een reductie van de uitstoot van broeikasgassen.

De zonneweide wordt landschappelijk en ecologisch ingepast waarmee tevens een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit in het gebied. Zo worden onder andere rietranden, kruidenrijke stroken, argusvlinderdammen, zoomvegetatie en poelen met flauwe oevers aangelegd.

3.2.2 Klimaatakkoord Het Klimaatakkoord is vastgesteld op 28 juni 2019. In het Klimaatakkoord heeft het kabinet de landelijke ambities en doelstellingen vastgelegd. Centraal hierin staat het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen met 49% ten opzichte van 1990. Het kabinet pleit in Europa voor een broeikasgasreductie van 55% in 2030. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De zonneweide heeft een oppervlakte van bijna 13 hectare (bruto), waarvan 5,5 hectare aan pv-panelen. Het park zal circa 12 miljoen kWh per jaar opwekken, daarmee draagt de ontwikkeling significant bij aan de doelstellingen in het klimaatakkoord en wordt een bijdrage geleverd aan de reductie van broeikasgassen.

3.2.3 Barro en Bro Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro worden een aantal projecten die van rijksbelang zijn met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. Binnen het Barro worden de volgende onderdelen besproken: o Project Mainportontwikkeling Rotterdam. o Kustfundament. o Grote rivieren. o Waddenzee en waddengebied. o Defensie. o Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijkswegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 24

de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater, maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer en is het onderwerp duurzame verstedelijking in regelgeving opgenomen. Per 1 juli 2016 zijn er nog enkele wijzigingen van de Barro van kracht geworden. Deze wijzigingen hebben geen directe invloed op de voorgenomen ontwikkeling. Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij ook een nieuwe "Laddersystematiek" wordt toegepast. Deze nieuwe regeling is opgenomen in artikel 3.1.6 Bro. De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen. De toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking houdt in dat: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien'.

Het aanleggen van een zonneweide is geen nieuw stedelijke ontwikkeling. Op basis van eerdere uitspraken van de Raad van State 1 blijkt dat soortgelijke projecten die niet tot leegstand van bestaande bebouwing leiden, niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro kunnen worden aangemerkt. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van een weg, windpark of een hoogspanningsleiding. Een voorbeeld hiervan is de uitspraak van Rechtbank Overijssel, deze heeft in april 2018 geoordeeld dat een zonneweide geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft (zaaknummer akzwo_17_2460 en ak_zwo_17_2461). Een toets aan de Ladder is daarom niet van toepassing. In een uitspraak van 23 januari 2019 is dit nog eens bevestigd door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

3.2.4 Rijk investeert in duurzame energie De Rijksoverheid heeft de afgelopen jaren diverse doelstellingen geformuleerd betreffende het opwekken van duurzame energie. Om deze doelstellingen te behalen worden initiatieven voor het opwekken van duurzame energie gesubsidieerd. Voor de realisatie van zonneparken kan SDE++ subsidie worden aangevraagd. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De subsidieregeling vanuit het Rijk laat zien dat het Rijk initiatieven voor het opwekken van duurzame energie, zoals in voorliggend plan, stimuleert. Voor de realisatie van de zonneweide wordt door de initiatiefnemer de SDE++-subsidie aangevraagd.

3.2.5 Conclusie rijksbeleid De voorgenomen ontwikkeling past binnen de gestelde beleidskaders van het Rijk, zowel op het gebied van duurzame energieopwekking als op het gebied van landschappelijke inpassing en de versterking van biodiversiteit. Vanuit deze beleidsdocumenten en regelgeving zijn geen randvoorwaarden of uitgangspunten die rechtstreeks doorwerken op het voorgenomen plan.

Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 25

3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie en -verordening Zuid-Holland Omgevingsvisie Zuid-Holland De geconsolideerde Omgevingsvisie Zuid-Holland is vastgesteld op 1 februari 2023 en op dit datum in werking getreden. In de Omgevingsvisie Zuid-Holland wordt het beleid op het gebied van zonne-energie voor de provincie Zuid-Holland omschreven. Met de omgevingsvisie geeft de provincie Zuid-Holland richting en ruimte aan het verbeteren van ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit speelt een rol bij vrijwel alle ontwikkelingsgerichte ambities, beleidskeuzes, opgaves en programma's van de provincie. De ruimte in Zuid-Holland is beperkt en het aantal nieuwe ontwikkelingen met een ruimteclaim is groot. Om een aantrekkelijke leefomgeving te creëren is het van belang zorgvuldig om te gaan met de ruimte. Hierbij is de essentie dat initiatieven enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten en anderzijds specifieke kwaliteiten toevoegen aan de omgeving die te maken hebben met de samenleving van vandaag. De provincie Zuid-Holland geeft daarnaast richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. Hierbij stuurt de provincie op ‘de juiste ontwikkeling op de juiste plek’. Aangezien de ruimtelijke kwaliteit het fysieke resultaat is van menselijk handelen, natuurlijke processen en de daarbij horende wisselwerking.

De gebiedsidentiteit is de basis voor nieuwe ontwikkelingen. Deze identiteit is ontstaan door eeuwenlange ingrepen in de ruimte. Daarbij zijn een aantal lagen te onderscheiden. Ruimtelijk kwaliteitsbeleid Om inzichtelijk te maken wat de verschillende lagen op locatieniveau betekenen heeft de provincie een ruimtelijk kwaliteitsbeleid opgesteld. De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie Zuid-Holland, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Doel van de kaart is om nieuwe ontwikkelingen binnen de provincie op een logische en aantrekkelijke manier te verbinden aan een plek in Zuid-Holland. De vier kwaliteitskaarten zijn: 1. Laag van de ondergrond. 2. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen. 3. Laag van de stedelijke occupatie. 4. Laag van de beleving. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is de ruimtelijke impact van belang.

De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. Voor alle vier de lagen zijn per laag de kenmerken benoemd en uitgewerkt in zogeheten richtpunten. Deze richtpunten beschrijven op welke manier Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 26

kwaliteit in een gebied behouden of versterkt kan worden bij nieuwe ontwikkelingen. Hieronder wordt per laag (m.u.v. van de lagen van de beleving en stedelijke occupatie, welke niet van toepassing is op het plangebied) beknopt ingegaan op de richtpunten in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling. • Laag van de ondergrond Het plangebied is gelegen in de laag ‘rivierklei en veen’. Dit betreffen de komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in (met name het oosten) van Zuid-Holland. Deze gronden zijn vermengd met de veengrond en de oeverwallen vormen plaatselijk hogere en drogere delen binnen het veengebied. Richtpunt: -

Ontwikkelingen in het rivierengebied houden het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar.

Figuur 11: Laag van de ondergrond (Omgevingsvisie Zuid-Holland)

•

Laag van de cultuur- en natuurlandschappen

Het plangebied is, op basis van de Omgevingsvisie Zuid-Holland, net buiten het veen(weide)landschap gelegen. Het plangebied kenmerkt zich door een kleilaag van ca 35 cm boven het veen. Veenoxidatie speelt hierdoor in het plangebied nauwelijks tot niet. In het oosten van de provincie Zuid-Holland is het veengebied vermengd met oeverwallen en kommen van het rivierenlandschap. De structuur in deze gebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen en de op enige afstand daarvan aangelegde ontginngingsbasissen. Het landschap heeft doorgaans een agrarisch karakter en kenmerkt zich door de weidsheid, smalle kavels en regelmatige verkavelingspatronen. Richtpunten: Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden. Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 27

-

Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders. Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar.

Zonne-energie De provincie wil het gebruik van zonne-energie actief faciliteren en ondersteunen, omdat zonne-energie een groeiende bijdrage levert aan de productie van hernieuwbare energie. Als eerst wil de provincie inzetten op het benutten van daken en overige geschikte functies voor multifunctioneel ruimtegebruik. Hoewel de provincie niet zomaar medewerking kan verlenen aan het realiseren van zonneparken in de schaarse open ruimte, zijn op bepaalde plekken onder voorwaarden ook zonneparken mogelijk.

Figuur 12: Laag van de cultuur- en natuurlandschappen (Omgevingsvisie Zuid-Holland)

In een aantal RES-regio’s zijn in de RES1.0 zoekgebieden voor zon opgenomen. De aard, omvang en mate van uitwerking van deze zoekgebieden verschilt per RES-regio. Ook verschilt de basis waarop tot de keuze van een zoekgebied is gekomen en ligt er nog niet altijd een integrale afweging met andere ruimtelijke opgaven aan het zoekgebied ten grondslag. In het omgevingsprogramma, maatregel ‘RES zoekgebieden zon en wind’ heeft de provincie haar aanzet voor de uitwerking van de zoekgebieden opgenomen. Deze zoekgebieden zijn onderstaand weergegeven.

Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 28

Figuur 13: Ligging van het plangebied in één van de RES-zoekgebieden (provincie Zuid-Holland, december 2022)

In de Omgevingsvisie biedt de provincie Zuid-Holland daarnaast ook andere kaders met betrekking tot zonneparken. Afhankelijk van de identiteit en structuur van het landschap, de locatiekeuze, omvang en landschappelijke inpassing van het zonnepark, ziet de provincie zonneparken als een vorm van aanpassing of transformatie van het landschap. Daarom is meervoudig ruimtegebruik een zeer belangrijk aandachtspunt voor alle zonneparken. Dit houdt in dat de provincie inzet op een zorgvuldige locatiekeuze, vormgeving en inrichting, waarbij een bijdrage wordt geleverd aan het behouden en versterken van de biodiversiteit ter plaatse. Daarnaast dient er sprake te zijn van een goede landschappelijke inpassing en mag de bodemkwaliteit niet negatief worden beïnvloed. Als aanvulling hierop wordt gezocht naar meekoppelkansen met andere functies als recreatie, klimaatadaptatie en landbouw. Het omgevingsbeleid en ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de provincie met de daarin opgenomen regels voor beschermingscategorieën (NNN, weidevogelgebieden, etc.) bepalen daarnaast waar zonneparken uitgesloten zijn. Daarnaast hecht de provincie veel waarde aan het benutten van de bestaande netcapaciteit. Aansluitingsmogelijkheden op de bestaande of geplande energie infrastructuur wegen daarom mee in de locatiekeuze.

In het kader van circulariteit moeten zonneparken die niet meer in gebruik zijn worden verwijderd. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Zonneweide Betuwelijn sluit aan bij de ambities van de provincie Zuid-Holland om hernieuwbare energie op te wekken door middel van zonne-energie. Daarnaast is de zonneweide gelegen in één van de zoekgebieden (locaties langs de Betuwelijn) die door de provincie Zuid-Holland zijn aangewezen, op basis van de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 van de RES-regio Drechtsteden. De zonneweide voegt zich naar de bestaande landschappelijke structuren en met de landschappelijke inpassing worden deze zoveel mogelijk versterkt. Daarnaast wordt nadrukkelijk ingezet op meervoudig ruimtegebruik door onder andere maatregelen te nemen Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 29

voor de biodiversiteit (zoals de aanleg van argusvlinderdammen, rietoevers een poel en flauwe oevers) en agrarisch medegebruik door begrazing van schapen. De ontwikkeling doet daarnaast geen afbreuk aan bestaande landschapselementen zoals de watergangen rondom het plangebied. Daarmee sluit het plan aan bij de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland. Omgevingsverordening Zuid-Holland De meest recente versie van de Omgevingsverordening is op 1 februari 2023 in werking getreden. In de Omgevingsverordening wordt het ruimtelijk beleid nader uitgewerkt in specifieke regels. Onderstaand zijn de artikelen opgenomen die van toepassing zijn op voorliggend plan. Artikel 6.9a Beschermingscategorie 3 buitengebied Op de kaart behorende bij de provinciale Omgevingsverordening is te zien dat het plangebied gelegen is in beschermingscategorie 3. Voor deze gebieden geldt dat een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling, mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast, blijkens een afdoende motivering die eveneens ingaat op de keuze voor een locatie buiten bestaand stads- en dorpsgebied. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin; b. de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; c.

het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; d. de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. Artikel 6.28a Zonnevelden Artikel 6.28a is van toepassing op nieuwe zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied. In principe zijn zonnevelden alleen toegestaan op de volgende locaties: a. agrarische bouwpercelen; b. gronden met een functie verkeersinfrastructuur of ten dienste daarvan; c. slibdepots, waterbassins, spaarbekkens, waterbergingsgebieden en voormalige stortplaatsen; d. glastuinbouwgebied mits er sprake is van meervoudig ruimtegebruik en aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied; e. gronden waar een stedelijke functie is toegekend, maar waar die functie nog niet is gerealiseerd; f. een windpark. Als afwijking hierop, is in lid 3 van artikel 6.28a opgenomen dat: in zoekgebieden voor zon uit de Regionale Energiestrategieën die door provinciale staten zijn vastgesteld ook buiten deze locaties zonnevelden mogelijk zijn, mits het zoekgebied verder is uitgewerkt en regionaal is afgestemd.

In lid 4 is opgenomen dat de toelichting van een bestemmingsplan dat voorziet in het toelaten van een nieuw zonneveld, moet aantonen dat rekening wordt gehouden met het behouden en versterken van de biodiversiteit en een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Daarnaast voorziet een dergelijk bestemmingsplan in de combinatie met andere opgaven. Als aanvulling hierop, is in lid 5 opgenomen dat bestemmingsplannen die zonnevelen mogelijk maken de realisatie en de instandhouding van de inrichtingsmaatregelen op het gebied van de ruimtelijke kwaliteit, landschappelijke inpassing en het behouden en versterken van de biodiversiteit moeten verzekeren. Daarnaast moet, zoals opgenomen in lid 6, het bestemmingsplan verzekeren dat het zonneveld en bijbehorende bouwwerken na afloop van de exploitatieperiode worden gesloopt.

Zonneweide Betuwelijn Hardinxveld-Giessendam | Eelerwoude | 30

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In het plan worden de bestaande karakteristieken van het landschap als uitgangspunt genomen voor de maat, vormgeving en situering van de zonneweide. Dat betekent dat de bestaande ruimtelijk structuren en de openheid van het landschap zoveel mogelijk behouden blijven. Hoewel het van oudsher weidse open slagenlandschap ter plaatse van het plangebied al minder beleefbaar is geworden, in tegenstelling tot het landschap ten noorden van de Giessendamse Tiendweg, is gekozen voor lage opgaande beplanting om de openheid niet te verstoren maar wel het zicht op de zonneweide te beperken. In het landschappelijk inpassingsplan (bijlage 1) wordt aandacht besteedt aan het bestaande groene karakter van het plangebied en worden maatregelen beschreven om deze nog verder te ontwikkelen en versterken, waaronder zoomvegetatie, rietkragen langs de oevers en enkele groepen wilgenstruiken. Daarmee wordt het plangebied ook aantrekkelijker gemaakt voor verschillende diersoorten. Door de landschappelijke inpassing wordt daarnaast een geleidelijke overgang gerealiseerd van de stedelijke naar groene omgeving. Het plangebied betreft een smal langgerekt perceel, gelegen in het buitengebied net buiten de kern Hardinxveld-Giessendam, tussen de Giessendamse Tiendweg en de Betuwelijn. Dit maakt het een geschikte locatie voor een zonnepark.

Door een combinatie te maken met agrarisch gebruik (begrazing door schapen), wordt de zonneweide daarnaast zo multifunctioneel mogelijk gebruikt.

3.3.2 Handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie Zuid-Holland In de ‘Handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie Zuid-Holland’ , uitgebracht in augustus 2019, biedt de provincie uitgangspunten die van belang zijn bij nieuwe initiatieven op het gebied van zonne-energie. In de handreiking is een stappenplan ontwikkeld, die de provincie en initiatiefnemers moet helpen om samen tot een plan met kwaliteit te komen. Voor de provincie Zuid-Holland zijn de volgende uitgangspunten leidend: • Multifunctioneel ruimtegebruik: het combineren van meerdere functies op één plek. • Vrijwaren schaarse open ruimte: alleen op bepaalde type locaties zijn mogelijkheden voor zonnevelden in de open ruimte. • Koppeling aan andere ruimtelijke opgaven, zoals waterberging, biodiversiteit en recreatie. • Afstemmen energievraag en – aanbod: energie opwekken daar waar het wordt gebruikt en waar aansluiting op het energienetwerk logisch is. • Een goed landschapsontwerp: zorgvuldig omgaan met bestaande functies en kwaliteiten in het gebied. • Verankering in de samenleving: de omgeving betrekken bij de ontwikkeling om zo het draagvlak te vergroten. In de handreiking worden inrichtingsprincipes benoemd waaraan zonneparken moeten voldoen. Zo moeten nieuwe zonneparken aansluiten bij de bestaande karakteristieken van een gebied en deze waar mogelijk versterken.

De inpassing van een zonnepark verschilt daarom per landschapstype en locatie. Hieronder valt onder andere het zoeken van aansluiting bij de bestaande schaal en maat van het landschap en het respecteren van de bestaande landschappelijke structuren en patronen. De bestaande (verkavelings)structuren kunnen juist worden als uitgangspunt worden gebruikt en met het ontwerp van het zonnepark verder worden versterkt. Ook kan hier worden ingezet op het terugbrengen van bepaalde cultuurhistorisch waardevolle beplantingselementen. Door de koppeling met andere opgaven kan worden ingezet op meervoudig ruimtegebruik, zo kan worden gedacht aan een combinatie met extensieve natuur, zoals kruidenrijk grasland, bosschages, natuurlijke oevers en bloemrijke randen. Daarnaast is een combinatie met landbouw mogelijk, bijvoorbeeld door begrazing van kleinvee zoals schapen, of een combinatie met akkerbouw of fruitteelt. Om het zonnepark beter beleefbaar te maken, kan ook worden gedacht aan een combinatie met recreatieve routes of een educatieve functie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/912/documents/28889