Raadsinformatienota Septembercirculaire 2024.pdf
Tekst van het document
gemeente
Hardinxveld-Giessendam
College van burgemeester en wethouders Raadsinformatienota
Vergadering van 22 oktober 2024 Gemeente Hardinxveld-Giessendam - Hardinxveld-Giessendam Auteur: René Backer
Raadsinformatienota septembercirculaire 2024 Inhoud SAMENVATTING
De septembercirculaire 2024 bevat een meerjarig beeld voor onze gemeente. Onze begrotingspositie blijft in meerjarig perspectief fors negatief. De raad zal, vooruitlopend op de behandeling van de begroting 2025-2028, worden geïnformeerd over de bestuursopdracht om tot een meerjarig sluitende begroting te komen. Deze circulaire geeft de vertaling van de Miljoenennota van de rijksoverheid. De circulaire bevat informatie over het vervallen van besparingsverlies jeugd, de indexatie Wmo demografie en de actualisatie van het volume accres en LPO accres op basis van de Miljoenennota 2025. In deze memo wordt verder op de oorzaken van dit beeld ingegaan.
Inleiding
De septembercirculaire 2024 is door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties volgens planning op dinsdag 17 september 2024 verschenen. De voorlaatste berekeningen van de algemene uitkering, die in de huidige begroting zijn verantwoord, zijn gemaakt op basis van de meicirculaire 2024. Hieronder wordt een toelichting gegeven op de financiële effecten van de septembercirculaire 2024.
Kernboodschap
In deze meicirculaire vallen enkele zaken op. De belangrijkste onderwerpen zijn: • Accres • Indexatie WMO demografie • Besparingsverlies Jeugd Financieel effect De cijfers in onderstaande tabel staan bijstellingen op diverse taakvelden die het Rijk definieert, zoals WMO, jeugdzaken en participatie. In onze begroting zijn hiervoor al middelen opgenomen en wordt hier al uitvoering aan gegeven. De septembercirculaire 2024 laat ten opzichte van de meicirculaire 2024 het volgende beeld zien:
Bedragen x € 1.000
Meicirculaire 2024 Jeugdhulp arbitrage uitspraak actualisatie Meicirculaire 2024 bijgesteld Jeugdhulp Septembercirculaire 2024 Jeugdhulp arbitrage uitspraak actualisatie (stelpost nog te ontvangen jeugdzorg) Septembercirculaire 2024 bijgesteld Jeugdhulp Verschil meicirculaire/septembercirculaire (- nadeel + voordeel Cijfermatige analyse Uitkeringsfactor Hoeveelheidsverschillen en WOZ -waardering (bijstelling maatstaven etc.) Toezicht en handhaving aanpassing kwaliteitseisen kinderopvang Kinderopvang Sociaal Medische Indicatie (SMI) Bijstand jongerennorm Indexatie Wmo demografie Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) Wet op de lijkbezorging Wet Betaalbare huur Besparingsverlies Jeugd Alleenverdienersproblematiek 2023-2024 Digitaal Stelsel Omgevingswet
2024 34.112
2025 35.521
2026 33.323 770 34.093
2027 33.800 701 34.501
2028 34.232 578 34.810
34.112
35.521
34.406
35.575 35.575
33.859 260 34.119
34.234 193 34.427
34.653 229 34.882
34.406 294
54
26
-74
72
159 87 1
1 -67 1 4
-8 -100
-61 -110
-124 -118
4 -6 58
4 -6 116
4 -6 173
2 22
24
32 -11
3 20 -34
3 11 -17
3 9 148
-14
-17
-20
-23
100
100
2
5 105
6 106
6 6
6 6
294
54
26
-74
72
0
0
0
0
0
Saldo
294
54
26
-74
72
Effect op de begroting
294
54
26
-74
72
Decentralisatie-, integratie- en supletie-uitkeringen Openbare bibliotheek Einde lening inburgeringsplichtig Participatie Totaal Decentralisatie- en integratie-Uitkeringen Verschil t.o.v. vorige circulaire
2
Geoormerkte middelen Totaal geoormerkte gelden
Toelichting cijfers Hieronder wordt een toelichting gegeven op de wijziging van de septembercirculaire 2024 ten opzichte van de meicirculaire 2024 voor de bedragen > € 20.000. Uitkeringsfactor UF (Accressen) De jaarlijkse groei (positief of negatief) van de algemene uitkering wordt uitgedrukt in een percentage. Dat wordt het accres genoemd, een Frans woord voor groei. Het accres wordt over de gemeenten verdeeld via de uitkeringsfactor. Bij de behandeling van de meicirculaire 2024 bent u geïnformeerd over het in werking treden van de nieuwe financieringssystematiek die vervroegd is van 2027 naar 2024. Uitgangspunt is dat het gemeentefonds meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product (bbp) volgt. De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. Volume accres Het volume accres wordt vanaf 2024 gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bbp. In de septembercirculaire is een nieuwe raming voor het accres 2025 en verder opgenomen. Deze raming is gebaseerd op de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB). Voor de jaren 2025 tot en met 2029 is de raming van het volume deel neerwaarts bijgesteld. LPO accres De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar. Voor 2025 is de raming voor de prijs bbp omhoog bijgesteld.
De ramingen voor de ontwikkeling van de prijs bbp lijkt structureel te laag te zijn. Zo is als voorbeeld het percentage van de prijs bbp voor het jaar 2024 vastgezet in de meicirculaire 2024 op basis van de koopkrachtraming van het Centraal Economisch Plan (CEP24) op 4%. Op basis van de werkelijke cijfers bedraagt de werkelijke ontwikkeling op basis van de Macro Economische Ontwikkeling (MEV25) 5,1%. Er vindt in deze circulaire geen compensatie voor de hogere prijsontwikkeling plaats. Hoeveelheidsverschillen en WOZ-waardering Periodiek worden de parameters, zoals aantal bijstandontvangers, huishoudens, bedrijfsvestigingen, inkomensmaatstaven et cetera, geactualiseerd. In deze circulaire zijn rekeneenheden en hoeveelheidsmaatstaven, met uitzondering van 2024, naar beneden bijgesteld. Dit resulteert veelal in een lagere bijstelling van de hoeveelheidsverschillen. Hier tegenover staat een ander hoeveelheidsverschil; de WOZ-waarden mutaties. Door marktontwikkelingen kan de WOZ-waarde sterk fluctueren. In de berekening van de algemene uitkering wordt het genormeerde OZB-inkomsten bestanddeel bepaald door een genormeerd landelijk uniform rekentarief over de WOZ-waarden in de gemeente. Daarbij worden de WOZ-waarden vermenigvuldigd met dit rekentarief en in mindering gebracht op het accres.
Hogere WOZ-waarden, evenals uitbreiding van het areaal, hebben daardoor een negatief effect op de algemene uitkering. Indexatie Wmo demografie In de meicirculaire 2024 is al een vooraankondiging gedaan voor indexatie van de stijgende zorgkosten WMO. In de septembercirculaire 2024 wordt dit verder uitgewerkt. Het Rijk en gemeenten werken aan de beheersbaarheid van de uitgaven van gemeenten voor de wettelijke zorgtaken Wmo. De verwachting is dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Vooruitlopend op de gekozen bekostigingsvorm is in de septembercirculaire 2024 vanaf 2026 een jaarlijks bedrag € 75 miljoen oplopend tot € 300 miljoen in 2029 opgenomen.
Wet betaalbare huur Met de Wet betaalbare huur wordt de op 1 juli 2023 in werking getreden Wet goed verhuurderschap gewijzigd. Daarmee krijgen gemeenten de bevoegdheid om toezicht te houden en handhavend op te treden. Dit met betrekking tot: • De maximale huurprijzen die gelden op grond van het woningwaarderingsstelsel (WWS). • De maximale huurverhogingen in de gereguleerde sector. • De informatieplicht op verhuurders om hun huurders een puntentelling te overleggen bij het afsluiten van een contract. Het Rijk stelt middelen ter beschikking om gemeenten financieel te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel. Besparingsverlies Jeugd Gemeenten en Rijk hebben een principeakkoord bereikt over het financiële kader voor de Hervormingsagenda Jeugd. De beschikbaarstelling van extra middelen en de verdeling is onder voorbehoud van de omzetting van het principeakkoord in een definitief akkoord op het geheel van de Hervormingsagenda. De beschikbaarstelling van deze middelen voor de jaren 2024 en verder vindt plaats na het advies van de deskundigencommissie en de besluitvorming daarover. Met de Provincies zijn afspraken gemaakt welke middelen de gemeenten na 2026 in hun begroting mogen opnemen. Het kabinet Schoof zet de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd door en laat de besparing Jeugdzorg vanaf 2026 structureel vervallen.
In de septembercirculaire 2024 is dit verwerkt door een toevoeging aan het cluster Individuele voorzieningen jeugd van € 500 miljoen in 2026 en € 511 miljoen vanaf 2027. De verschillen zijn te verklaren doordat stelposten uit het verleden af kunnen wijken van de realisatiecijfers. In 2028 had onze gemeente voor 2028 uit voorzichtigheidsprincipe een lagere stelpost besparingsverlies opgenomen. De nog te ontvangen compensatie jeugdzorg 2026-2028 (arbitrage uitspraak ) is als stelpost in de tabel opgenomen. De provinciaal toezichthouder gaf toestemming om voor de jaren 2024 tot en met 2028 een stelpost op te nemen ‘nog te ontvangen rijksbijdrage jeugdzorg’ van 100% van het gemeentelijk aandeel. Dit is ook conform het advies van de fondsbeheerder PAUW-Energy die 97 % van de gemeenten m.b.t. de circulaires ondersteunt. Ook onze gemeente heeft conform dit advies gehandeld. Alleenverdienersproblematiek 2023-2024 Gemeenten kunnen financiële ondersteuning bieden aan huishoudens die als gevolg van de alleenverdienersproblematiek in 2023 en 2024 onder het bestaansminimum uitkomen. Gemeenten kunnen de gemiste huur- en zorgtoeslag compenseren vanuit de individuele bijzondere bijstand. De Tweede Kamer heeft met de motie Warmerdam c.s. verzocht om de betrokken huishoudens actief te benaderen. Met de VNG is afgesproken dat gemeenten dit gefaseerd oppakken.
Ter ondersteuning van gemeenten is een handreiking opgesteld. Ook konden gemeenten een lijst met vermoedelijk betrokken huishoudens opvragen bij het Inlichtingenbureau. Deze lijsten zijn begin juli verstrekt. Via deze decentralisatie-uitkering ontvangen gemeenten budget om aan de betreffende huishoudens bijzondere bijstand te verstrekken. Nu wordt een bedrag van € 22,6 miljoen uitgekeerd. De hoogte van het budget per gemeente is mede gebaseerd op informatie van de Belastingdienst over (1) de voorlopige aantallen huishoudens waar de alleenverdienersproblematiek speelt, en (2) de gemiddelde hoogte van de misgelopen toeslagen. De budgetten worden zo nodig bijgesteld wanneer definitieve gegevens beschikbaar zijn, naar verwachting bij de meicirculaire 2025 en de meicirculaire 2026. Digitaal Stelsel Omgevingswet Op grond van de Beheerovereenkomst van 18 december 2018 dragen de gemeenten vanaf 1 januari 2020 jaarlijks 70% bij aan de kosten van beheer en doorontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). Met deze taakmutatie wordt deze gemeentelijke bijdrage structureel verhoogd naar € 31,4 miljoen vanaf 2024. Deze negatieve taakmutatie resulteert in een uitname uit het gemeentefonds.
DU Openbare bibliotheek In de periode 2023-2024 konden gemeenten een specifieke uitkering ontvangen voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. Daarna zal een wettelijke zorgplicht voor gemeenten worden ingevoerd ten aanzien van de openbare bibliotheek. Voor het uitvoeren van deze taak zullen gemeenten een structurele bijdrage via het gemeentefonds ontvangen. In de periode tussen de specifieke uitkering en de invoering van de wettelijke zorgplicht ontvangen de gemeenten een decentralisatie-uitkering, om zich op de periode van de zorgplicht te kunnen voorbereiden. Hiervoor is in 2025 en 2026 in totaal een bedrag van € 59,3 miljoen beschikbaar. Dit bedrag wordt over alle gemeenten verdeeld op basis van een bedrag van € 2,95 per inwoner. Voor kleinere gemeenten waar het bedrag per inwoner leidt tot een bedrag lager dan € 100.000 wordt de uitkering aangevuld tot € 100.000.
Consequenties
Aangepast financieel meerjarenperspectief op basis van de septembercirculaire 2024 De septembercirculaire 2024 heeft het volgende effect op het financieel meerjarenperspectief.
Begrotingsresultaat na begroting en najaarsnota 2024 Effecten septembercirculaire 2024 Begrotingsresultaat na septembercirculaire 2024
BiJLAGEN 1. Septemercirculaire 2024
2024 119.456 294.000 413.456
2025 2026 0 -2.416.672 54.000 26.000 54.000 -2.390.672
2027 2028 -1.555.639 -1.174.008 -74.000 72.000 -1.629.639 -1.102.008