Raadsinformatienota meicirculaire 2024.pdf
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders Raadsinformatienota Vergadering van 11 juni 2024 Gemeente Hardinxveld-Giessendam - Hardinxveld-Giessendam Auteur: René Backer
Raadsinformatienota meicirculaire 2024 Voorgesteld besluit Inhoud SAMENVATTING De meicirculaire 2024 bevat een meerjarig beeld voor onze gemeente. Onze begrotingspositie blijft in meerjarig perspectief fors negatief. De raad zal, vooruitlopend op de behandeling van de perspectiefnota 2025-28 in de raad van 4 juli a.s., worden geïnformeerd over een bestuursopdracht om tot een meerjarig sluitende begroting te komen. Deze circulaire geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid. De circulaire bevat informatie over de nieuwe financieringssystematiek vanaf 2024, een incidentele compensatie vanaf 2024 tot en met 2029 en het schrappen van de opschalingskorting vanaf 2026. In deze memo wordt verder op de oorzaken van dit beeld ingegaan. Inleiding De meicirculaire 2024 is door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties volgens planning verschenen. De voorlaatste berekeningen van de algemene uitkering, die in de huidige begroting zijn verantwoord, zijn gemaakt op basis van de septembercirculaire 2023. Hieronder wordt een toelichting gegeven op de financiële effecten van de meicirculaire 2024. Kernboodschap In deze meicirculaire vallen enkele zaken op. De belangrijkste onderwerpen zijn: • • • •
Accres Incidentele compensatie vanaf 2024 tot en met 2029 Oploop van de opschalingskorting geschrapt vanaf 2026 BTW-compensatiefonds afrekening 2023
Financieel effect De cijfers in onderstaande tabel staan bijstellingen op diverse taakvelden die het Rijk definieert, zoals jeugdzaken en participatie. In onze begroting zijn hiervoor al middelen opgenomen en wordt hier al uitvoering aan gegeven. Bij de geoormerkte middelen is dat niet geval. Daar verwachten wij wel kosten te maken die nog niet begroot zijn en hebben dus invloed op het begrotingssaldo. Te denken valt hierbij aan wettelijke taken die op ons afkomen, zoals de omgevingswet. De meicirculaire 2024 laat ten opzichte van de septembercirculaire 2023 het volgende beeld zien:
Bedragen x € 1.000
Septembercirculaire 2023 Jeugdhulp arbitrage uitspraak actualisatie Meicirculaire 2023 bijgesteld Jeugdhulp Meicirculaire 2024 Jeugdhulp arbitrage uitspraak actualisatie Meicirculaire 2024 bijgesteld Jeugdhulp Verschil meicirculaire/septembercirculaire (- nadeel + voordeel Cijfermatige analyse Uitkeringsfactor Hoeveelheidsverschillen en WOZ -waardering (bijstelling maatstaven etc.) Afrekening ruimte onder BCF plafiond 2023 Handelsregister Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg WMO hulpmiddelen Besparingsverlies Jeugd Landelijke Vreemdelingen Voorziening Werkdrukverlaging jeugdbescherming Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schilden Compensatieregeling Voogdij 18+ Loon en prijsbijstelling Voogdij 18+ Basisregistyratie Personen (BRP)
2024 33.878 33.878
2025 34.318 500 34.818
2026 31.337 770 32.107
2027 31.843 701 32.544
2028 32.437 578 33.015
34.112
35.521
34.112
35.521
33.323 770 34.093
33.800 701 34.501
34.232 578 34.810
234
703
1.986
1.957
1.795
23 -109 187 -1 -27 4
775 -168
2.051 -175
2.031 -188
1.872 -195
30 25 31 2
28 24 29 2
28 25 30 2
29 26 30 2
-12 29 24 2 2
5 -22
Decentralisatie-, integratie- en supletie-uitkeringen Invoeringskosten omgevingswet Antidiscriminatie voorzieningen Einde lening inburgeringsplichtig Participatie Totaal Decentralisatie- en integratie-Uitkeringen
85 3 1 23 112
25 25
27 27
29 29
31 31
Verschil t.o.v. vorige circulaire
234
703
1.986
1.957
1.795
Geoormerkte middelen Invoeringskosten omgevingswet
85
Totaal geoormerkte gelden
85
0
0
0
0
Saldo
149
703
1.986
1.957
1.795
Effect op de begroting
149
703
1.986
1.957
1.795
Toelichting cijfers Hieronder wordt een toelichting gegeven op de wijziging van de meicirculaire 2024 ten opzichte van de septembercirculaire 2023 voor de bedragen > € 20.000. UitkeringsFactor UF (Accressen) De jaarlijkse groei (positief of negatief) van de algemene uitkering wordt uitgedrukt in een percentage. Dat wordt het accres genoemd, een Frans woord voor groei. Het accres wordt over de gemeenten verdeeld via de uitkeringsfactor. In de meicirculaire 2024 is de nieuwe financieringssystematiek vervroegd van 2027 naar 2024. Het betekent dat de koppeling van het accres aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) per 2024 al is ingevoerd. Het volume accres wordt vanaf 2024 gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bbp. Door het toepassen van de ontwikkeling van het bbp vanaf 2024 zijn de tranches voor de jaren 2024 en 2025 lager dan in de Miljoenennota 2024. Verder worden de tranches voor de jaren 2024 en 2025 structureel opgenomen in plaats van incidenteel. Hierdoor is het volume accres voor de jaren 2024 en 2025 lager dan in de septembercirculaire 2023 en vanaf 2026 en verder hoger. In de meicirculaire 2024 is het LPO accres (loon- en prijsontwikkelingen) eerst geactualiseerd voor de macro-economische cijfers van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2024.
Vervolgens is de indexatie voor loon- en prijsontwikkeling vanaf 2024 gebaseerd op de prijs bruto binnenlandse product (pbbp). In verband met het vervroegen van de gewijzigde bbp-indexatie van 2027 naar 2024 dalen het volume en LPO accres voor de jaren 2024 tot en met 2029. Voor 2024 wordt dit volledig gecompenseerd en voor 2025 voor ongeveer 50%, zodat een tekort van € 675 miljoen resteert. Voor de jaren 2026 tot en met 2029 vindt compensatie plaats, zodat uiteindelijk voor de gemeenten een positief saldo resulteert van € 675 miljoen, gelijk aan het bedrag van het schrappen van de oploop van de opschalingskorting. Opschalingskorting Sinds 2015 worden gemeenten geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds, die oploopt tot € 975 miljoen in 2026. Deze korting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. Sinds 2019 is een stand van de opschalingskorting bereikt van € 300 miljoen. In de meicirculaire 2024 is de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026, een structurele uitname van € 675 miljoen, geschrapt. De opschalingskorting is onderdeel van het accres. Hoeveelheidsverschillen en WOZ-waardering Periodiek worden de parameters, zoals aantal bijstandontvangers, huishoudens, bedrijfsvestigingen, inkomensmaatstaven et cetera, geactualiseerd. In deze circulaire zijn rekeneenheden en hoeveelheidsmaatstaven, naar beneden bijgesteld.
Dit resulteert veelal in een lagere bijstelling van de hoeveelheidsverschillen. Hier tegenover staat een ander hoeveelheidsverschil; de WOZ-waarden mutaties. Door marktontwikkelingen kan de WOZ-waarde sterk fluctueren. In de berekening van de algemene uitkering wordt het genormeerde OZB-inkomsten bestanddeel bepaald door een genormeerd landelijk uniform rekentarief over de WOZ-waarden in de gemeente. Daarbij worden de WOZ-waarden vermenigvuldigd met dit rekentarief en in mindering gebracht op het accres. Hogere WOZ-waarden, evenals uitbreiding van het areaal, hebben daardoor een negatief effect op de algemene uitkering. Afrekening BTW compensatiefonds 2023 Het BTW-Compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. Gemeenten zijn in 2023 € 573 miljoen onder dit plafond gebleven met declaraties. In de septembercirculaire 2023 werd al een voorschot van € 359 miljoen uitbetaald. De definitieve afrekening BCF bedraagt hierdoor € 214 miljoen extra en dit bedrag wordt in 2024 incidenteel toegevoegd.
Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg Voor het verlenen van de specifieke uitkering compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg in 2024 wordt € 60 mln. vanuit het gemeentefonds overgeboekt naar de begroting van het ministerie van VWS. Vanuit de algemene uitkering gaat het om € 27,9 mln. Het overige deel wordt overgeboekt vanuit het restantbudget van de integratie-uitkering Voogdij 18+ (zie ook mutatie IU Voogdij 18+). Dit budget wordt ingezet om gemeenten te compenseren voor de niet beoogde kosten 2022 en 2023 na inwerkingtreding van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel. Besparingsverlies Jeugd Gemeenten en Rijk hebben een principeakkoord bereikt over het financiële kader voor de Hervormingsagenda Jeugd. De beschikbaarstelling van extra middelen en de verdeling is onder voorbehoud van de omzetting van het principeakkoord in een definitief akkoord op het geheel van de Hervormingsagenda. De beschikbaarstelling van deze middelen voor de jaren 2024 en verder vindt plaats na het advies van de deskundigencommissie en de besluitvorming daarover Met de Provincies zijn afspraken gemaakt welke middelen de gemeenten na 2026 in hun begroting mogen opnemen. In de meicirculaire 2024 is opgenomen dat de geraamde extra besparing van het Rijk van € 500 miljoen voor 2025 komt te vervallen, omdat de maatregelen die tot besparing moeten leiden nog niet zijn gerealiseerd.
Uitgangspunt is dat het vervallen van de extra korting geen budgettair effect heeft. Het verloopt budgettair neutraal, omdat gemeenten in de begroting voor Jeugdzorg rekening mochten houden met de voorgenomen besparing en een lagere raming van de uitgaven. Dit wordt voor 2025 nu teruggedraaid. Voor onze gemeente hadden wij al een berekend voordeel ingeboekt van € 500K. dit is € 478K geworden, een nadeel van 22K. In de budgettaire bijlage bij het hoofdlijnenakkoord van de formerende partijen is opgenomen dat de besparing van € 511 miljoen op jeugdzorg ook voor 2026 en verder vervalt. Dit is uiteraard nog niet definitief en dus ook niet in de meicirculaire 2024 opgenomen, wel het berekende voordeel in bovenstaande tabel en onze huidige begroting. Voor 2026 en 2027 100% en voor 2028 75%. Dit conform de richtlijnen van de provinciaal toezichthouder. Werkdrukverlaging jeugdbescherming In het bestuurlijk akkoord over het verlagen van de werkdruk in de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering door de gecertificeerde instellingen is afgesproken dat het ministerie van JenV vanaf 2024 structureel jaarlijks € 30 mln. bijdraagt aan deze werkdrukverlaging. Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden Vanuit de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden (juli 2022) is € 40 mln.
aan structurele middelen voor betere dienstverlening door gemeenten op het gebied van armoede en schulden beschikbaar gesteld. Voor 2023 zijn deze middelen incidenteel beschikbaar gesteld. De toekenning vanaf 2024 zal structureel plaatsvinden. Compensatieregeling Voogdij 18+ In de meicirculaire 2022 is het budget van de integratie-uitkering (IU) Voogdij 18+ overgeheveld naar de algemene uitkering. Op de integratie-uitkering is een reservering achtergebleven voor eventueel nog toe te kennen compensatieregelingen. Dit restbudget (€ 32,1 mln.) wordt nu voor 2025 en verder overgeheveld naar de algemene uitkering. DU Uitvoeringskosten omgevingswet De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord (CA) van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet. Met het uitkeren van deze € 71,5 miljoen in 2024 kunnen de ontvangende partijen in hun transitie ervoor zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. Op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën staat nog een reservering van in totaal ruim € 80 miljoen in 2025 voor gemeenten. Deze middelen zullen naar verwachting in een volgende circulaire worden toegevoegd aan het gemeentefonds.
IU Participatie Op het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen van 23 mei 2024 is besloten om de niet integreerbare onderdelen van de integratie-uitkering Sociaal domein Participatie met ingang van 2019 bekend te laten staan als de integratie-uitkering Participatie. Consequenties Aangepast financieel meerjarenperspectief op basis van de meicirculaire 2024 De meicirculaire 2024 heeft het volgende effect op het financieel meerjarenperspectief. Begrotingsresultaat Perspectiefnota 2025-2028 Effecten meicirculaire 2024 Begrotingsresultaat na meicirculaire 2024
2024 2025 2026 -779.849 -1.952.393 -4.729.913 149.000 703.000 1.986.000 -630.849 -1.249.393 -2.743.913
2027 -3.925.271 1.957.000 -1.968.271
2028 -3.467.286 1.795.000 -1.672.286
Vooraankondigingen
Indexatie Wmo voor stijgende zorgkosten Het Rijk en gemeenten werken aan de beheersbaarheid van de uitgaven van gemeenten in relatie tot de wettelijke zorgtaken Wmo. De verwachting is dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van de) Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Hiervoor wordt gekeken naar de opties van een Bijzondere Fonds Uitkering of een constructie als de BUIG (bijstand). Vooruitlopend op de gekozen bekostigingsvorm wordt onderzoek gedaan naar een passende geobjectiveerde indexering, die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Het Rijk heeft in de Voorjaarsnota alvast een reservering opgenomen voor een aanvullende indexering voor demografie boven op de bbp-systematiek. Vanaf 2026 is een reservering opgenomen van € 75 miljoen oplopend tot € 300 miljoen in 2029. Het streven is dat er met ingang van 2026 nadere afspraken zijn. In de meicirculaire 2024 is deze reservering nog niet verwerkt.
Inzet specifieke uitkeringen Het aantal specifieke uitkeringen is de afgelopen jaren sterk gestegen. Het uitgangspunt is echter dat financiële middelen vanuit het Rijk aan gemeenten bij voorkeur bestedingsvrij en zonder oormerk ter beschikking worden gesteld. Daarom is de inzet erop gericht om het aantal specifieke uitkeringen en de verantwoordingslasten te verminderen door onder andere aanpassing van de Financiële verhoudingswet (Fvw) en doorlichting van de specifieke uitkeringen.