CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatienota Afbakening jeugdhulp Hardinxveld-Giessendam 19-01-2021.pdf

Gemeenteraad (De Ontmoeting) GHG 11 februari 2021, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 2: Afbakening Jeugdhulp - Informatienota2.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GOEDGEKEURD Vergadering van 19 januari 2021 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Hardinxveld-Giessendam

College van burgemeester en wethouders GHG Besluit

4

Afbakening Jeugdhulp - Informatienota

Samenstelling: Aanwezig: de heer Dirk Heijkoop, burgemeester; mevrouw Trudy Baggerman, wethouder; de heer Theo Boerman, wethouder; de heer Jan Nederveen, wethouder; mevrouw Sonja van der Stel, locosecretaris

Inhoud Inleiding Met de decentralisatie jeugdhulp in 2015, zijn gemeenten verantwoordelijk geworden voor het gehele jeugdveld. Met deze stelselwijziging werd aangenomen dat door te investeren in preventie en lichte ondersteuning, de zorgvraag op specialistische zorg zou afnemen. De afgelopen jaren zien we echter zowel landelijk, als regionaal en in Hardinxveld-Giessendam de jeugdhulpkosten en vraag toenemen. Er ontstaan vragen of de jeugdigen die in de jeugdhulp belanden daar wel horen: of er altijd wel een probleem is dat opgelost moet worden, en zo ja: van wie dat probleem is. Het bieden van jeugdhulp lijkt namelijk een oplossing te zijn als er problemen zijn in een gezin, en niet bij de jeugdige zelf. In de Jeugdwet[1] en in de Verordening Jeugdhulp Zuid-Holland Zuid[2] wordt een definitie van jeugdhulp gegeven. Naast deze wettelijke definities gaat het vooral om hoe Hardinxveld-Giessendam uitvoering geeft aan de jeugdhulp. In deze notitie worden een aantal problemen aangekaart die we tegenkomen in de praktijk en waar we als gemeente keuzes in moeten maken. Hierin staat centraal welke keuzes we als gemeente maken, zodat jeugdigen gezond en veilig kunnen opgroeien, kansen krijgen om zich te ontwikkelen en naar vermogen kunnen meedoen in de samenleving. Deze informatienota is aan de hand van de volgende vragen opgebouwd: 1.

Wat betekent een jeugdhulpplicht in vergelijking met recht op zorg? 2. Moet er wel jeugdhulp worden ingezet als het probleem bij ouders ligt? 3. Wat zijn normale problemen waar jeugdigen en ouders tegenaan lopen? 4. Wat verstaan wij in Hardinxveld-Giessendam onder jeugdhulp en wat niet? [1] In de Jeugdwet (artikel 1.1 sub 1)[1] is de definitie van jeugdhulp opgenomen. [2] De Verordening neemt de definitie jeugdhulp artikel 1.1 vanuit de Jeugdwet over. In artikel 2 van de Verordening 'vormen jeugdhulp' wordt een opsomming gegeven van alle type individuele voorzieningen.

Kernboodschap

Visie sociaal domein

1/5

Vanuit Hardinxveld-Giessendam willen wij dat jeugdigen gezond en veilig opgroeien, kansen krijgen om zich te ontwikkelen en naar vermogen kunnen meedoen in de samenleving.

De kernprincipes uit de visie sociaal domein onderschrijven deze doelstelling:  Ons vertrekpunt: de inwoner zelf en een 'levensbrede' mensvisie  Eigen kracht en meedoen naar vermogen  Preventie en vroegsignalering: voorkomen is beter dan genezen  Normaliseren en accepteren: 'goed is goed genoeg'  Toegankelijke, passende ondersteuning en maatwerk  Sociaal team als drijvende kracht achter vernieuwing

Van recht op jeugdzorg naar een jeugdhulpplicht Het recht op zorg, dat de Wet op Jeugdzorg (vóór 2015) kende, beschrijft concrete voorzieningen waar recht op is bij een bepaald probleem. Een jeugdige met ADHD heeft bijvoorbeeld recht op begeleiding en respijtzorg. De stoornis stond hierbij centraal, maar niet het probleem waar de jeugdige tegenaan loopt Een jeugdige met ADHD heeft door de stoornis automatisch recht op begeleiding, ondanks dat hij geen problemen ervaart die door begeleiding opgelost moeten worden. De Jeugdwet van 2015 gaat niet meer uit van een recht op zorg, maar gaat uit van een jeugdhulpplicht. Dit betekent dat de gemeente de opdracht heeft gekregen om voorzieningen in te zetten voor jeugdigen om hen in staat te stellen om gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid, voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren. Er wordt door het sociaal team een onderzoek uitgevoerd waar de hulpvraag en het probleem van de jeugdige en het gezin worden vastgesteld. Mocht er hulp/zorg noodzakelijk zijn, dan heeft de gemeente de plicht deze beschikbaar te stellen. De zorg kan bijdragen aan het oplossen van een probleem, maar niet alle problemen zijn oplosbaar. De zorg kan dan ook gericht zijn op het leren omgaan of accepteren van het probleem.

Deze zorg hoeft dus geen geïndiceerde jeugdhulp te zijn of uitgevoerd te worden door een hulpverlener. Dit kunnen voorzieningen zijn, uitgevoerd door het voorliggend veld. In Hardinxveld-Giessendam zijn dit bijvoorbeeld de huisarts, de jeugdgezondheidszorg (Jong JGZ), het buurt- en jongerenwerk en sociaal juridische- en administratieve dienstverlening (Servanda en Humanitas). Het sociaal team wordt als algemene voorziening[1] aangeboden, waar jeugd- en opvoedhulp, begeleiding, maatschappelijk werk en casusregie e.d. zonder beschikking toegankelijk is. Daarnaast kan ook een vrijwilliger of een buurvrouw voor de noodzakelijke hulp zorgen. Door het gehele sociale veld te gebruiken wordt er maatwerk geboden. Er is dus niet één oplossing voor een identiek probleem, maar er wordt gekeken naar de totale leefwereld van de jeugdige en het gezin. Voordat er voorzieningen worden getroffen door de gemeente, wordt eerst het probleemoplossend vermogen van gezinnen aangesproken en gaan we uit van eigen kracht.

Praktijkvoorbeeld Sven is 9 jaar oud en zit in groep 6 van de basisschool. Hij heeft veel last van zijn klasgenoten in zijn klas, hij is snel afgeleid en heeft moeite zich voor langere tijd te concentreren op zijn schoolwerk. School denkt dat Sven misschien ADHD heeft. Ouders zien thuis een vrolijk kind dat altijd bezig is, maar merken ook dat hij school niet altijd leuk vind en klaagt over de drukte in de klas. In het gesprek 2/5

met de intern begeleider van school en de juf van Sven benoemen ouders dat ze geen onderzoek willen, maar dat ze Sven wel gunnen dat hij het naar zijn zin heeft op school. School stelt voor om eerst een aantal dingen te proberen in de klas om Sven te helpen. De juf weet ervan en zal Sven soms een extra uitleg één op één, ook zal ze een koptelefoon op het bureau van Sven leggen. Als er dan teveel geluid is, kan hij deze gebruiken. Meerdere kinderen in de klas gebruiken een koptelefoon als er zelfstandig gewerkt moet worden. Ze spreken af om over een tijdje te kijken of dit Sven voldoende helpt.

Wat is normaal Voordat een voorziening wordt ingezet, dient er eerst gekeken te worden naar de eigen kracht en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en ouders. Problemen kunnen soms door henzelf worden opgelost of met behulp van het sociale netwerk. Zowel in de Jeugdwet 2015 en in onze visie Sociaal Domein wordt de term 'normaliseren' genoemd. Onze visie op deze term wordt uitgelegd als 'goed is goed genoeg'. In de opvoeding van kinderen lopen ouders regelmatig tegen vraagstukken aan en zullen zich lastige periodes voordoen. Dit hoort bij een normale en gezonde opvoeding. Ouders hebben de neiging de lat voor hun kind of voor zichzelf soms te hoog te leggen. Vanuit onze visie leggen we de lat niet te hoog, maar kijken we naar de mogelijkheden van een kind of ouder. Geen ouder of kind is perfect. Soms betekent dit ook dat we accepteren dat bepaalde problemen niet oplosbaar zijn en bij het leven horen. We kijken ieder met ons eigen referentiekader naar wat we normaal vinden, dit kan per persoon verschillen. Het is dus lastig om de maatstaaf te bepalen van wat normaal is: Heeft een kind ieder jaar een nieuwe winterjas nodig, en is het normaal dat een gezin twee keer per jaar op vakantie gaat? Ook als het gaat om gedrag of opvoeding komen we dit soort vragen tegen.

Is het normaal als:  een kind van 1,5 jaar moeite heeft met doorslapen?  een kind van drie jaar driftbuien heeft?  een kind van 10 jaar niet naar school wil en benoemd dat hij school niet leuk vindt?  een kind op zijn 12de nog hulp nodig heeft bij het maken van zijn/haar huiswerk?  een jongere van 16 jaar een keertje met alcohol/drugs experimenteert?

Jeugdhulp gericht op kinderen Bij iedere levensfase hoort een ontwikkelopgave van het kind, maar ook een opvoedingsopgave van de ouder. Er kunnen in beide opgaven problemen voorkomen. Soms is dit heel normaal passende bij de leeftijd, maar dit kunnen ook ernstige problemen zijn. Veel hangt af van de aanwezigheid van risicofactoren en beschermende factoren. Het Nederlands Jeugdinstituut heeft een lijst beschikbaar die informatie geeft over wat normale en ernstige ontwikkelproblemen zijn (Zie bijlage 1). Bij een ernstig probleem in de ontwikkelopgave van kinderen kunnen we stellen dat mogelijk jeugdhulp nodig is, maar dit kan ook een voorliggende voorziening zijn. We onderzoeken of en welke problemen er zijn, wie dit probleem ervaart en de zwaarte daarvan. Wanneer er problemen zijn in de opvoedingsopgave dient deze hulp gericht te zijn op de ouder en niet op de jeugdige. Door hulp te bieden aan een jeugdige wordt er gesteld dat er een probleem is met de jeugdige. Wanneer dit probleem eigenlijk bij ouders ligt, zal de jeugdige onterecht denken dat hij of zij een probleem heeft.

Praktijkvoorbeeld Lisa is drie jaar en vindt sinds 2 maanden veel dingen niet lekker om te eten. Ouders zitten iedere avondmaaltijd minimaal een uur aan tafel. Ouders raken gefrustreerd dat ze zo weinig lust en zijn bezorgd of zij alle voedingstoffen wel binnenkrijgt. Ouders vragen zich af of er iets mis is met Lisa, 3/5

aangezien hun andere kinderen altijd gewoon hebben gegeten. Ouders doen een aanmelding bij het sociaal team. Het sociaal team stuurt ouders door naar de jeugdverpleegkundige (Jong JGZ). De jeugdverpleegkundige gaat met ouders in gesprek en vertelt hun dat het heel normaal is bij deze leeftijd dat kinderen ineens dingen niet meer lekker vinden. De JGZ bespreekt met ouders hoe zij het beste kunnen reageren op Lisa als zij niet wil eten. In de drie gesprekken met de JGZ voelen ouders zich serieus genomen door de tips die ze hebben gekregen. Gelukkig hoeven ze zich ook geen zorgen te maken, omdat veel kinderen van haar leeftijd ook moeite hebben met eten.

Tot hoever reikt de jeugdhulpplicht Om te bepalen welke voorzieningen onder de geïndiceerde jeugdhulp vallen en welke niet is er in de Nadere Regels een lijst opgenomen met daarin een groot aantal uitsluitingen, denk aan: zwemles, begeleiding bij sport, muziekles, jeugdhulp in het buitenland, hulpmiddelen, blindengeleidehond e.d. In enkele gevallen worden deze voorzieningen vanuit andere wettelijke kaders aangeboden zoals fysiotherapie (Zorgverzekeringswet), woningaanpassing (Wet Maatschappelijk Ondersteuning) of kinderopvang (Wet op Kinderopvang). Daarnaast kan, naar de behoefte van de inwoners, de gemeente ervoor kiezen voorzieningen vast en kosteloos aan te bieden, zoals een weerbaarheidstraining. Daarnaast worden er voorzieningen beschreven waarvan de verantwoordelijkheid en de keuze bij ouders ligt om hierin te voorzien, zoals bekostiging van vrijetijdsbesteding, zwemles of een vakantie(kamp). Met behulp van deze lijst kunnen we als gemeente ouders verwijzen naar de 'juiste' plek voor hulp, maar ook verantwoordelijkheid terugleggen bij ouders. Een verdere uitbreiding van deze lijst zal niet direct leiden tot een afname van jeugdigen in de jeugdhulp of meer kwalitatieve jeugdhulp die zal bijdragen aan onze doelstelling. Ook kunnen meer uitsluitingen zorgen dat er minder maatwerk mogelijk is.

Om meer jeugdigen lokaal en laagdrempelig te helpen gaat het om de benaderingswijze van een hulpvraag. [1] Een algemene voorziening is een aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning. Consequenties Bovenstaande notitie geeft antwoord op de vragen die gesteld zijn in de inleiding en geeft een aantal overwegingen:  Wanneer een voorziening vanuit het voorveld of vanuit een andere wetgeving kan worden ingezet, wijst de gemeente de aanvraag jeugdhulp af.  Opvoedvragen die bij een gezonde/normale ontwikkeling horen, komen niet in de geïndiceerde jeugdhulp terecht, maar worden opgepakt door het voorveld. Mogelijk moet het aanbod in het voorveld worden vergroot om deze vragen op te pakken.  Wanneer geen kindfactoren aanwezig zijn, wordt geen jeugdhulp ingezet op het kind. Bij problemen in de opvoeding kan hulp wordt ingezet, gericht op de ouder.

Deze afwegingen sluiten aan bij onze kernprincipes uit de visie sociaal domein. Door dit vraagstuk vanuit de visie sociaal domein te benaderen gebruiken we de visie waar deze voor bedoeld is. Verschillende beleidsterreinen gaan allemaal uit van dezelfde uitgangspunten, waardoor er samenhang en integraliteit ontstaat. Vervolg Deze memo dient als onderlegger voor het gesprek in de raad 'Ontmoeting van 11 februari 2021'. In dit gesprek worden de thema's besproken die in deze memo worden beschreven. Dit gesprek dient

4/5

inzicht te geven in de standpunten van de gemeenteraad over welke keuzes we maken om de gestelde doelstelling te behalen. 'Vanuit Hardinxveld-Giessendam willen wij dat jeugdigen gezond en veilig opgroeien, kansen krijgen om zich te ontwikkelen en naar vermogen kunnen meedoen in de samenleving'.

Bijlagen 1. Herken normale en ernstige opvoedproblemen - Ouderschap en opvoeden.pdf 2. 2020 Lokale Visie Sociaal Domein.pdf Aldus besloten in bovenvermelde vergadering,

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/533/documents/15909