CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2022-2025 Definitief.pdf

Gemeenteraad GHG 11 november 2021, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 3: Programmabegroting 2022-2025 - Raadsvoorstel35.033 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

5 alinea's met “invordering”: 1030 1132 1225 1227 1228

Titelblad 1 en 3 TB 1: hoofdstuk 16 TB 3: hoofdstuk 1 TB 3: hoofdstuk 2

TB 3: hoofdstuk 7 Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten

kansspelen horeca organiseren evenementen of markten niet benoemde vergunningen 24.506 177.678 202.184 6.000 208.184

Totale baten Kostendekkendheid

37.700 18%

Havengelden, begraafplaatsen, riolering en afval Havengelden Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten

Begraafplaatsen 34.335 Directe lasten 6.755 loonkosten 41.090 Saldo 5.452 Overheadopslag voor loonkosten 46.542 Totale lasten

155.661 243.735 399.396 196.723 596.119

Totale baten Kostendekkendheid

61.331 Totale baten 132% Kostendekkendheid

382.800 64%

Programmabegroting 2022-2025

75

Afval

Riool

Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag Gecompenseerde BTW Totale lasten

1.842.286 Directe lasten 62.387 loonkosten 1.904.673 Saldo 292.462 Overheadopslag 344.206 Gecompenseerde BTW 2.541.341 Totale lasten

986.776 226.783 1.213.559 128.902 118.341 1.460.802

Totale baten Kostendekkendheid

2.130.756 Totale baten 84% Kostendekkendheid

1.864.204 128%

Programmabegroting 2022-2025

76

1.10 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen Deze paragraaf geeft inzicht in (mogelijke) risico’s voor de gemeente en de mate waarin deze risico’s kunnen worden opgevangen (weerstandscapaciteit). De relatie tussen de risico’s en de weerstandscapaciteit zegt iets over de financiële robuustheid van de gemeente Hardinxveld-Giessendam: het weerstandsvermogen. Beleid Bij raadsbesluit van 27 november 2013 is de Financieringsvisie vastgesteld. De nota reserves en voorzieningen is vastgesteld door de gemeenteraad op 19 december 2013. Deze nota geeft een overzicht van de reserves en voorzieningen, evenals richtlijnen hoe hiermee wordt omgegaan. Er is voor gekozen om geen afzonderlijke nota samen te stellen inzake het weerstandsvermogen en de risico’s. In deze paragraaf wordt hiervan een uiteenzetting gegeven. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om tegenvallers op te vangen. Het gaat hierbij om de ‘vrij besteedbare’ middelen, zoals de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves. Per 1 januari 2022 wordt de weerstandscapaciteit begroot op (bedragen x € 1.000,-):

Weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit exploitatie Onbenutte belastingcapaciteit - OZB Totaal onbenutte belastingcapaciteit Onvoorzien Weerstandscapaciteit exploitatie Weerstandscapaciteit vermogen Vrij aanwendbaar deel algemene reserve Vrij aanwendbaar deel reserve sociaal domein Stille reserves Weerstandscapaciteit vermogen Totale weerstandscapaciteit

Bedragen x € 1.000

p.m. 0 25 25

3.704 1.513 p.m. 5.217 5.242

Algemene reserve Dit betreft het vrij aanwendbaar deel van de algemene reserve. Reserve Sociaal Domein Deze reserve wordt gezien als onderdeel van de weerstandscapaciteit. De achterliggende reden is dat in de bepaling van de risico’s het sociaal domein is betrokken.

Programmabegroting 2022-2025

77

Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra structurele middelen die gegenereerd kunnen worden door de tarieven van de gemeentelijke belastingen te verhogen tot het wettelijk toegestane maximum. De onbenutte belastingcapaciteit ten aanzien van de onroerende zaakbelastingen is bepaald op basis van het verschil tussen onze OZB-percentages en het normpercentage-OZB voor toelating tot artikel 12 van de financiële verhoudingswet (Fvw). Het Rijk heeft met de VNG afgesproken dat vanaf 2020 een benchmark woonlasten wordt ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. Daarmee komt een einde aan het monitoren met de macronorm OZB. De onbenutte belastingcapaciteit voor de overige onderdelen (riool- en afvalstoffenheffing, leges en overige heffingen) is op nul gezet. Dit omdat bij de gemeentelijke belastingen en retributies zoveel mogelijk wordt gestreefd naar 100%-kostendekkendheid. Onvoorzien Ter dekking van onvoorziene begrotingsuitgaven in de loop van het jaar is in de begroting 2022 een bedrag opgenomen van € 25.000,-. Algemene reserve De omvang van de algemene reserve bedraagt op basis van de huidige verwachting € 3.704.369 per 31 december 2021. Dit is vrij aanwendbaar. Stille reserves Om een reëel inzicht te hebben in de omvang van het eigen vermogen dienen ook stille reserves in beeld te worden gebracht.

Deze reserves vormen immers één van de elementen waarmee tegenvallers bekostigd zouden kunnen worden. De gemeente heeft stille reserves wegens aandelenbezit Stedin en BNG welke zijn gewaardeerd tegen historische kostprijs. Ook de gemeentelijke eigendommen bevatten stille reserves die bij verkoop te gelde kunnen worden gemaakt. De stille reserves zijn PM geraamd omdat deze niet direct inzetbaar zijn voor weerstandscapaciteit. Risico-analyse De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen, dus waarvoor geen voorziening is gevormd of waarvoor geen verzekering is afgesloten. Organisatiebreed heeft een risico-inventarisatie plaatsgevonden. Deze is als volgt opgebouwd:  Korte beschrijving van het risico  Het financiële effect / kans / risicobedrag Om tot een kwantificering van de risico’s te komen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Kans de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet is afhankelijk van meerdere factoren waaronder de frequentie. De frequentie alleen is op zich al moeilijk te bepalen. Om toch te komen tot een schaalverdeling is bij de risicoanalyse binnen de gemeente Hardinxveld-Giessendam gekozen voor drie categorieën, te weten:  Groot (80%);  Gemiddeld (50%);  Klein (20%).

Impact De impact geeft de financiële invloed aan die een risico kan hebben op de gemeentelijke exploitatie. De percentages (standaardklassen) die worden gehanteerd zijn 1%, 5%, 10%, 25% en 50%. Daarbij heeft het kleinste percentage financieel gezien de minste impact, terwijl het grootste percentage juist een grote impact heeft.

Programmabegroting 2022-2025

78

In onderstaande tabel geven we een overzicht van de risico’s, gevolgd door een korte beschrijving van elk risico. Risicomatrix

PFAS/PFOA De aanwezigheid van de PFAS/PFOA in (water)bodem leidt tot meerkosten op projecten. In alle gevallen is bodemonderzoek nodig waarbij ook onderzocht wordt op PFOA. De afzetmogelijkheden van de grond bepalen hierna de omvang van de meerkosten. Problemen zijn er vooral als gesaneerd moet worden, waarbij er ook PFOA als bijvangst aangetroffen wordt. Daarnaast kan PFOA ook stagnatie(kosten) tot gevolg hebben. Inmiddels geeft de regelgeving wat meer mogelijkheden voor verwerking. In de ramingen van de projecten wordt geanticipeerd op dit risico en daarom wordt het risico op budgetoverschrijding hoog geacht (80%) en de impact op de ramingen in de begroting op beperkt (20%). Leerlingenvervoer Het leerlingenvervoer is een openeinderegeling. De laatste jaren zien we een stabilisatie, lichte stijging van de kosten. Maar we zien ook steeds meer dat we in het leerlingenvervoer verre ritten vergoeden, omdat de situatie van de leerling dat vraagt en er geen dichterbij gelegen toegankelijke school is. We zien ook enkele leerlingen waar dichtbij tijdelijk geen plaats is en die daardoor tijdelijk verder van huis naar school gaan. Hierdoor gaan incidenteel de kosten omhoog. Deze post blijft moeilijk te ramen. Grote invloed op de kosten is het aantal kinderen dat een beroep doet op de verordening Leerlingenvervoer. Daarnaast is het type school bepalend voor de hoogte van de vergoeding.

De grootste onzekere factor zijn kinderen die vanwege de handicap naar een school ver buiten onze regio gaan, omdat dichterbij geen toegankelijke school is. Dit is niet te sturen door de gemeente. Er is echter ook een effect waar we geen invloed op hebben. Dat is de NEA indexering voor de taxibranche. De verwachting is dat dit mogelijk invloed heeft op de NEA-indexering. In het kader van Passend onderwijs zien we ook vervoersbewegingen vanuit de Jeugdwet en het Leerlingenvervoer samenkomen. Er wordt dan voor de goedkoopste en voor kinderen aanvaardbare optie gekozen. Het risico wordt op gemiddeld (50%) geschat. Indien het aantal vervoerde leerlingen toeneemt, is de impact gemiddeld (20%). Participatiewet (voorheen Wet Werk en Bijstand) De Participatiewet kenmerkt zich door een vast rijksbudget binnen de algemene uitkering. Dit is het participatiebudget dat onderdeel is van het sociaal domein. Vanaf 1 januari 2019 geldt overigens dat de budgetten van het sociaal domein zijn ontschot binnen de algemene uitkering. Naast het participatiebudget is er een specifieke uitkering die als inkomensdeel door het Rijk separaat wordt uitbetaald. Beide budgetten worden neutraal in de begroting opgenomen. Het toereikend zijn van het budget hebben wij niet geheel in eigen hand. Gemeenten hebben te maken met verlaagde inkomsten.

Daarnaast is er een groot risico dat het dat het aantal bijstandsuitkeringen gaat stijgen als gevolg van de coronacrisis en het stopzetten van de ondersteuningsmaatregelen van de overheid.

Programmabegroting 2022-2025

79

De Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) voert voor onze gemeente de Participatiewet uit. De bijdrage in de uitvoeringskosten van de SDD wordt middels een vastgestelde verdeelsleutel bepaald. Deze is gebaseerd op het aantal bijstandsgerechtigden. Door de economische ontwikkeling en veranderde weten regelgeving kan de SDD in een situatie terechtkomen waarin zij niet meer kan beschikken over voldoende middelen om aan alle verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen dan wel dat extra personeel dient te worden aangetrokken. De gemeente Hardinxveld-Giessendam is verplicht een bijdrage te leveren aan de SDD zodat zij aan alle verplichtingen jegens derden kan voldoen. Ook loopt het traject herziening kostenverdeelsleutels. Een eerste berekening laat zien dat dit op onderdelen voor Hardinxveld-Giessendam nadelig uitpakt. Dit is ook het geval voor arbeidsparticipatie. De herziene kostenverdeelsleutels worden in het vierde kwartaal vastgesteld door de Drechtraad. Daarnaast zorgt de verhoogde instroom van vergunninghouders voor een financieel risico voor de kosten voor bijstandsuitkeringen en huisvesting. De budgetten van de participatiewet worden nauwlettend gevolgd. Gelet op bovenstaande uiteenzetting wordt het risico op budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact op de ramingen in de begroting is beperkt (10%).

WMO De Wmo is een ‘open einderegeling’: de kosten in enig jaar zijn sterk afhankelijk van het beroep dat op de regeling wordt gedaan. Alleen al daarom brengt het de nodige risico’s met zich mee. De Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) voert voor onze gemeenten het grootste deel van de Wmo-taken uit. De SDD benut hiervoor een groot deel van de Wmo-budgetten van de gemeente. In 2021 zijn de kostenverdeelsleutels, bedoeld voor de verdeling van de gemeentelijke bijdragen aan de GR Drechtsteden geactualiseerd. Vanaf 2022 hanteert de SDD het principe van afrekening op de Wmo-maatwerkvoorzieningen, in plaats van het principe van solidariteit zoals dit tot en met 2021 het geval was. Een eerste berekening laat zien dat dit op onderdelen voor Hardinxveld-Giessendam nadelig uitpakt. Dit betekent op onderdelen een stijging van kosten. Het budget voor het organiseren van algemene voorzieningen blijft lokaal. De realisatiecijfers van de afgelopen jaren vormen de basis voor de komende jaren waarmee de budgetten herijkt kunnen worden. Hierbij is ook een marge ingebouwd. De realisatiecijfers van de volgende jaren bieden een verdere basis voor betrouwbaardere prognoses. De Coronacrisis zorgde voor een terugloop in de vraag naar de Wmo voorzieningen. Het is echter nog te vroeg om de impact van Corona op langere termijn te benoemen.

Vooralsnog is de verwachting dat de stijging van de kosten voor de Wmo de komende jaren zal doorzetten. Dit komt doordat 1) het aantal toegekende voorzieningen stijgt; 2) de kostprijs van de voorzieningen toeneemt en 3) de sturingsmogelijkheden van de gemeenten afnemen door maatregelen vanuit de rijksoverheid. Zo stijgen de uitgaven op de individuele begeleiding en dagbesteding al geruime tijd en vanaf 2019 ook de uitgaven voor hulpmiddelen en woonvoorzieningen. Dit komt onder andere door de vergrijzing en doordat mensen steeds langer en met zwaardere problematiek thuis blijven wonen (ambulantisering en extramuralisering). Sinds 2019 stijgt ook het aantal inwoners dat een beroep doet op huishoudelijke hulp fors. Een belangrijke oorzaak hiervan is de invoering van een vaste eigen bijdrage van € 19,00 per vier weken (het abonnementstarief) dat leidt tot een aanzuigende werking. Ook de nieuwe aanbesteding huishoudelijke ondersteuning leidt naar verwachting tot hogere tarieven door stijgende cao-lonen, krapte op de arbeidsmarkt en de AMvB reële prijs die straks van toepassing is op de nieuwe inkoopcontracten. Een nieuwe onzekere factor is de doordecentralisatie van beschermd wonen en opvang die vanaf 2022 van start gaat. Daarnaast wordt per 2023 het nieuwe objectieve verdeelmodel en het woonplaatsbeginsel stapsgewijs ingevoerd.

De afgelopen jaren had onze regio een overschot op het budget Beschermd wonen, hetgeen ieder jaar volgens een vaste verdeelsleutel werd verdeeld over de gemeenten. Vanuit deze middelen bekostigde onze gemeente lokale (preventieve) initiatieven. Met de komst van het nieuwe verdeelmodel zat dit overschot naar verwachting geleidelijk verdwijnen. Tot in ieder geval 2024 blijft het principe van financiële solidariteit in de regio gehanteerd op basis van de samenwerkingsovereenkomst beschermd wonen en opvang. Programmabegroting 2022-2025

80

Door al deze ontwikkelingen zullen de kosten voor Wmo ondersteuning op langere termijn verder toenemen. De SDD stuurt op het beperken van de kosten via, onder andere, scherpe sturing op de contracten en afschaling naar lichtere vormen van ondersteuning als dat mogelijk is. Daarnaast biedt de nieuwe GR Sociaal wel meer mogelijkheden om lokaal beleid te maken. De budgetten voor de WMO worden nauwlettend gevolgd. Hierdoor wordt het risico op forse budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact is daarom beperkt (10%), mede in het licht van de bijstelling van de ramingen in de begroting. Jeugdwet De uitvoering van de Jeugdwet is een taakveld binnen het sociaal domein. De bekostiging maakt met ingang van 1 januari 2019 geen deel meer uit van de integratie uitkering sociaal domein van de algemene uitkering van het Rijk. Deze gelden zijn als zodanig algemeen dekkingsmiddel geworden. De taken vanuit de Jeugdwet zijn gedelegeerd en gemandateerd aan de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd. De serviceorganisatie Jeugd (SOJ) Zuid-Holland Zuid is de uitvoeringsorganisatie. Vanwege de sterk gestegen en aanhoudend hoge kosten is het gehele budget naar de regionale zorgmarkt gegaan. Te zien is dat de kosten van Jeugdwet stijgen, waarop gehandeld zal moeten en ook zal worden.

Om deze trend van kostenstijging om te zetten in een daling zijn maatregelen geformuleerd en uitgewerkt. Het implementeren van de maatregelen heeft vertraging opgelopen, mede door de Coronacrisis. Het merendeel van de maatregelen is inmiddels gestart, zowel lokaal als regionaal. De effecten van deze maatregelen zullen naar verwachting later zichtbaar worden Naar aanleiding van het landelijke onderzoek van AEF zijn er voor 2021 en 2022 extra middelen van het Rijk toegekend. Deze middelen dienen tekorten vanuit het verleden te compenseren en acute problemen op te lossen. Om het jeugdstelsel op de lange termijn beheersbaar te maken zijn fundamentele keuzes nodig, bijvoorbeeld over de reikwijdte van de Jeugdwet en de beleidsvrijheid en rol van gemeenten in de uitvoering. Het is aan een nieuw kabinet om hierover te besluiten. Daarbij gaat het om een combinatie van maatregelen en structureel extra geld. De budgetten voor de Jeugdwet worden nauwlettend gevolgd. Hierdoor wordt het risico op forse budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact is daarom beperkt (10%), mede in het licht van de bijstelling van de ramingen in de begroting. Bedrijfsvoering Eenmansposten Diverse functies binnen de gemeente Hardinxveld-Giessendam worden, mede vanwege de omvang van de organisatie, door één medewerker ingevuld.

Het werk kan daardoor bij (langdurige) afwezigheid vaak niet door collega’s worden opgevangen. Daardoor volgt meestal een beroep op derden om de voortgang van zaken niet in het gedrang te laten komen. De kans dat zich dit voordoet is gelet op het relatief grote aantal eenmansposten gemiddeld (50%). De kosten welke gemoeid zijn met externe inhuur betreffen vaak openstaande vacatureplaatsen. Daardoor kunnen als eerste de bijbehorende vacaturegelden worden ingezet in combinatie met/of het concernbudget voor externe inhuur voordat aanvullende middelen nodig zijn. Door de toenemende krapte op de arbeidsmarkt bestaat het risico dat voor langere termijn beroep op externe inhuur moet worden gedaan, waardoor mogelijk extra aanvullende middelen nodig zijn De impact is daarom gemiddeld (5%). COvID-19 (Corona) De uitvoering van onder meer de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige ondernemers (TOZO) enTijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) worden uitgevoerd door de SDD. De uitvoering, maar ook de controle vragen extra inzet welke mogelijk niet gedekt kunnen worden binnen de beschikbare middelen. Daarnaast zijn in 2021 extra kosten gemaakt omdat contactmogelijkheden en dergelijke beperkend werkten. In hoeverre de effecten van COVID-19 door zullen werken in 2022 is nog onduidelijk.

Programmabegroting 2022-2025

81

Financiering & Dekking Algemene uitkering De belangrijkste inkomstenbron van iedere gemeente is het gemeentefonds. Omdat dit algemene middelen zijn, kan de gemeente zelf beslissen over de besteding ervan. Het gemeentefonds is gekoppeld aan de rijksuitgaven. Dit houdt in dat wanneer het Rijk meer uitgeeft, het gemeentefonds omhoog gaat. Andersom geldt dit ook. Dit principe wordt ook wel “Samen de trap op, samen de trap af” genoemd. Ervaringen geven aan dat niet altijd sprake is van een groei van het Gemeentefonds en toch ook rekening moet worden gehouden met het gegeven dat het Gemeentefonds een daling te zien geeft. Belangrijke factoren bij de berekening van de hoogte van de uitkering zijn het precieze aantal inwoners en woningen, de gevolgen van overheveling van specifieke uitkeringen en de netto rijksuitgaven. Bij negatieve budgettaire effecten, die op voorhand niet zijn in te schatten, komt dat onmiddellijk ten laste van de exploitatie. De minister van Binnenlandse Zaken heeft in december 2020 aangegeven dat de herijking verdeling gemeentefonds opschuift naar 1 januari 2023. De verwachting is dat dit model beter aansluit op de kostenverschillen tussen gemeenten en dat een groot aantal knelpunten in de huidige verdeling hiermee weggenomen kan worden. De contouren van de herijking zijn zichtbaar, waarbij voor Hardinxveld-Giessendam een positief beeld naar voren komt.

Op dit moment is nog onzeker of dit positieve beeld zich ook in de definitieve herijking naar voren gaat komen. Het gaat allemaal nog om voorlopige informatie. Met ingang van 2019 is de integratie-uitkering sociaal domein; WMO, Jeugdwet en Participatiewet, met uitzondering van enkele onderdelen, opgegaan in de algemene uitkering. Daarmee maakt het voortaan deel uit van de samen-trap-op-af systematiek. Ondanks een extra uitkering voor Jeugd vanaf 2022 zullen met name de participatie- en jeugdbudgetten de komende jaren onder druk blijven staan. In het kader van deze begroting is in de doorrekening rekening gehouden met een zekerheid van 100% voor 2022 en met 75% voor de navolgende jaren. Hiermee wordt een voorzichtig scenario gevolgd. De kans wordt op gemiddeld (50%) ingeschat, de impact op 5%. De uitkering uit het Gemeentefonds bedraagt voor 2022 € 24.951.008 (meicirculaire 2021). Rentelasten De gemeente kent een financieringsbehoefte. In de financieringsbehoefte wordt voorzien door het aantrekken van lang- en kortlopende leningen. Nieuwe investeringen kunnen op dit moment voor een betrekkelijk lage rentelast worden gepland, maar de hoogte van de rente op het moment van investering is bepalend voor de toekomstige rentelast.

Het risico bestaat dat bij het herfinancieren van leningen dan wel aantrekken van nieuwe leningen een hoger rentepercentage geldt ten opzichte van de huidige leningenportefeuille. In de begroting wordt rekening gehouden met (her)financiering. Daarnaast is op basis van de liquiditeitsprognose op korte termijn (1 a 2 jaar) geen behoefte aan lange termijn financiering. Verder zijn de verwachtingen rondom de rentepercentages voorlopig gunstig. Daarmee is de kans op hogere rentepercentages klein (20%). Tevens is de impact doordat de rente erg laag staat klein (5%). Vennootschapsbelasting Uit de uitgevoerde inventarisatie van potentieel belastingplichtige activiteiten is geconcludeerd dat we geen risico's lopen op het gebied van de vennootschapsbelastingplicht. Tot en met het jaar 2020 hebben we dan ook nul-aangiftes gehad. Het is wel van belang om de kritische onderdelen goed in beeld te blijven houden en ook alert te blijven bij toekomstige wijzigingen in beleid en/of tariefstellingen. We schatten het risico in op € 0. Kostenverdeelsystematiek Sociaal Domein In het afgelopen jaar is de kostenverdeelsystematiek van de SDD tegen het licht gehouden. Daarbij is gezocht naar verdeelsleutels die onder meer objectief zijn en richting de toekomst niet teveel fluctueren. De ingroeiperiode wordt naar verwachting 3 jaar met een maximum van € 15 per inwoner per jaar per gemeente.

Op dit moment wordt voorzien dat de gemeente Hardinxveld-Giessendam een nadeelgemeente is, waarbij het voorziene nadeel zich met name richt op de apparaatskosten en zou kunnen oplopen tot ca € 0,5 miljoen. Na definitieve besluitvorming zullen de effecten in de begroting 2023 en verder worden verwerkt.

Programmabegroting 2022-2025

82

Herverdeling gemeentefonds De herijking van het gemeentefonds is uitgesteld naar 2023. Een voorzichtige doorkijk voor onze gemeente laat zien dat wij een zogenaamde "voordeelgemeente" zullen zijn. Dit betekent dat wij per saldo mogen rekenen op extra gelden voor de algemene uitkering. Uitgegaan kan worden van een bandbreedte van minimaal € 10 en maximaal € 20 per inwoner. Het effect op de begroting ligt tussen de bandbreedte van minimaal € 180.000 en maximaal 360.000. In de begroting 2022 is vooralsnog geen rekening gehouden met de effecten van de herverdeling van het gemeentefonds. Overig (niet kwantificeerbaar) Naast voornoemde risico’s (kwantificeerbaar) is sprake van zogenaamde niet kwantificeerbare risico’s. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een grote calamiteit. Inschatting van de directe en de vervolgschade is niet of nauwelijks te bepalen, omdat in het geval van een grote calamiteit dit o.a. afhankelijk is van het gebied waar het zich voordoet en anderzijds van de mogelijke bijdragen in de kosten door derden (Rijk, Provincie, Waterschap etc.). Voor de overige risico’s is daarom een totaalbedrag gerekend van € 500.000. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is opgebouwd uit de relatie tussen de risicoscore en de weerstandscapaciteit. Deze relatie drukken we uit in een verhoudingsgetal: Ratio weerstandsvermogen =

Weerstandscapaciteit Risicoscore

De weerstandscapaciteit bedraagt € 5.242.830. Het totaal aan risico’s wordt ingeschat op € 2.092.000. Hiermee komt de ratio weerstandsvermogen uit op 2,51 voor 2022. Dit is ruim voldoende. Kengetallen Rekening 2020 22% 20% 48%

Begroting 2021 40% 40% 54%

14%

-2%

10%

9%

0%

-5%

Structurele exploitatieruimte

-1,12%

-3%

-3%

-2%

-2%

-2%

Gemeentelijke belastingcapaciteit

110%

106%

106%

106%

106%

106%

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle vertrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie

Begroting Meerjaren Meerjaren Meerjaren 2022 raming 2023 raming 2024 raming 2025 61% 71% 57% 47% 61% 70% 56% 46% 43% 39% 41% 44%

De gemeente Hardinxveld-Giessendam is voldoende weerbaar. Er zijn voldoende buffers om de risico’s en/of onvoorziene tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen en de weerstandsratio zijn ruim boven de norm. De ratio weerstandsvermogen is met 2,69 ruim voldoende. De eerste twee jaren laten een structureel voordeel zien, waarna we vanaf 2023 negatief afsluiten (zie paragraaf 2.4). Daarbij is geen rekening gehouden van de septembercirculaire en de herziening van de rentelasten. Tot slot laten ook de hierboven genoemde kengetallen over het algemeen een goed resultaat zien. Hieronder wordt op de afzonderlijke kengetallen een toelichting gegeven. 1. Netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast.

Programmabegroting 2022-2025

83

De ontwikkeling van de schuldquote daalt naar verwachting de komende jaren, dit komt onder andere doordat de verwachting is, dat de vaste schuld afneemt. In zijn algemeenheid kan worden gezegd dat de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 90% zou moeten liggen. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog, hij moet niet verder stijgen. Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, dan bevindt de gemeente in de gevarenzone 2. De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. Bij een solvabiliteitsratio lager dan 20% bevindt de gemeente zich op glad ijs. De verwachting is, dat de solvabiliteitsratio de komende jaren hoger ligt. 3. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten (inclusief algemene dekkingsmiddelen).

Voor de berekening van dit kengetal worden de bouwgronden in exploitatie gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken (ingevolge artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. 4. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente of provincie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (zie artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de provincie of gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Gemeente Hardinxveld-Giessendam zit boven het landelijk gemiddelde.

Een hoog gemiddeld OZB-tarief ten opzichte van het landelijk gemiddelde geeft aan dat de gemeente beperkt is in het verkrijgen van extra inkomsten.

Programmabegroting 2022-2025

84

1.11 Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen Algemeen Kapitaalgoederen zijn eigendommen van de gemeente, zoals wegen, rioleringen, bruggen en gebouwen die door de gemeente duurzaam in stand gehouden moeten worden. Zij worden beheerd op basis van beheerplannen. In deze beheerplannen staat op welke wijze het reguliere en het periodieke onderhoud plaatsvindt. De beheerplannen worden periodiek geactualiseerd. Kaderstelling Met deze paragraaf heeft de raad bij de vaststelling van de begroting de mogelijkheid kaders te stellen voor het onderhoud van de materiële vaste activa (bijvoorbeeld gebouwen, wegen, riolering, etc.). Dit is van belang omdat in veel programma’s kosten zijn opgenomen voor het onderhoud van kapitaalgoederen, waarvoor op basis van meerjarenonderhoudsplannen reserves en voorzieningen zijn gevormd. De materiële vaste activa bedragen op 31 december 2022 € 56,199 miljoen. De specificatie hiervan luidt als volgt (x € 1.000):

Materiële Vaste Activa Economisch nut Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële activa

Bedragen x € 1.000 12.584 12.259 711 300 862 26.717

Investeringen met een economisch nut, waarvoor heffingen geheven Machines, apparaten en installaties

12.930 12.930

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut Grond-, weg en waterbouwkundige werken Machines, apparaten en installaties Overige materiële activa Totaal

15.854 658 40 16.552 56.199

Periodiek onderhoud Het periodiek onderhoud is het jaarlijkse programma voor groot onderhoud en voor renovaties, waarmee we zorgen dat onze kapitaalgoederen hun beoogde levensduur kunnen bereiken of waarmee de levensduur wordt verlengd. In de beheerplannen is aangegeven wat de levensduur is en hoe we omgaan met het periodieke onderhoud. Ook staat aangegeven op welk moment vervanging nodig is. Voor vervangingen worden in de begroting specifieke investeringen benoemd. De diverse reserves en voorzieningen worden gevoed door een jaarlijkse dotatie ten laste van de exploitatie.

Programmabegroting 2022-2025

85

Hieronder worden de verschillende beheerplannen kort toegelicht en is tevens aangegeven welk beslag op de middelen er uit voortvloeit. Met ingang van het begrotingsjaar 2017 dienen in het kader van de wijziging van het BBV de kapitaallasten (rente en afschrijving) aan de programma’s te worden toegerekend. Bij meerdere kapitaalgoederen is sprake van bestemde reserves ter dekking van de afschrijvingslasten. Ten behoeve van de aansluiting zijn aan de lastenzijde alleen de afschrijvingslasten (dus exclusief rente) verantwoord. De bedragen zijn opgenomen in eenheden van € 1.000. BEHEERPLAN WEGEN Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen en ambitieniveau

Planning actualisatie

20 juni 2014 Evaluatie opgesteld in 2017 Aanvulling in 2018 – voetpaden wel/niet B-niveau 2014-2020 Onderhouden van het wegareaal op het door de gemeenteraad gekozen onderhoudsniveau beeldkwaliteit C. In het beheerplan wegen 2014-2020 zijn de lopende en geplande investeringen opgenomen. De investeringsplanning is zodanig opgesteld dat het onderhoud op het beoogde kwaliteitsniveau C kan plaatsvinden. Op basis van de opgestelde evaluatie in 2017 is besloten het kwaliteitsniveau van de fietspaden te verhogen naar niveau B. Om meerjarig de onderhouds- en afschrijvingslasten te kunnen egaliseren is een reserve wegenbeheer gevormd. In april 2018 is besloten dat het beheer van de voetpaden voorlopig op C-niveau blijft, met een extra inspanning op risicolocaties. Actualisatie beheerplan in 2022 Na implementatie van een nieuw beheersysteem wordt de huidige kwaliteit opnieuw bepaald en kunnen op basis van actuele gegevens verschillende (kwaliteits-)scenario's worden uitgewerkt en kan het beheerplan wegen worden gemaakt of geactualiseerd. De implementatie van het nieuwe beheersysteem, één systeem voor geheel Drechtsteden, heeft meer tijd in beslag genomen dan gepland. Voor de gegevens die nodig zijn voor de actualisatie van het beheerplan zijn we afhankelijk van het nieuwe beheersysteem. Door de genoemde vertraging zal de actualisatie twee jaar later plaats vinden.

Beheerplan Wegen

2022

2023

2024

2025

Onderhoud Afschrijvingslasten

330 279

330 365

330 380

330 395

Lasten programma 4

609

695

710

725

Toevoegingen onttrekking onderhoud Onttrekking afschrijvingslasten

652 330279-

682 330365-

712 330380-

715 330395-

Mutatie reserve Wegen

43

13-

2

10-

Totaal lasten wegenbeheerprogramma

652

682

712

715

Product wegen, straten en pleinen

Reserve Wegen

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de onderhouds- en afschrijvingslasten worden geëgaliseerd via de reserve Wegen. De afschrijvingstermijnen voor reconstructies/herinrichting zijn 40 jaar, voor asfaltering 20 jaar, voor een geluiddempende toplaag 6 jaar en voor herstraten 10 jaar. Programmabegroting 2022-2025

86

BRUGGEN Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen en ambitieniveau Planning actualisatie

Geen raadsbesluit; B&W 11 oktober 2001; Commissie OWB november 2001 5 jaar (versie 2001 is in 2004 geactualiseerd) De bruggen zijn geïnventariseerd, op basis hiervan is het planmatig onderhoud begroot. De te nemen maatregelen zijn in een meerjarenbegroting opgenomen. In het nog op te stellen beheerplan kunstwerken worden de ambities en bijbehorende middelen opgenomen. Er is begonnen met het opstellen van een beheerplan civiele kunstwerken waar de bruggen onderdeel van vormen. Besluitvorming hierover volgt in 2022.

Bruggen

2022

2023

2024

2025

Afschrijvingslasten

40

44

43

38

Lasten programma 4

40

44

43

38

Voor bruggen geldt een afschrijvingstermijn van 10 jaar. OPENBARE VERLICHTING Vastgesteld door raad Looptijd Doel

Investeringen en ambitieniveau Planning actualisatie

September 2017 2017-2026 Het beheerplan is een uitwerking van de in het beleidsplan openbare verlichting (2017-2026) vastgelegde beleidsuitgangspunten. In het beheerplan wordt beschreven welk beheer en onderhoud uitgevoerd moet worden om de installatie en de verlichting op een gewenst kwaliteitsniveau te brengen of te houden en welke financiële middelen daarvoor nodig zijn. De jaarlijkse kapitaallasten worden gedekt uit de reserve. gepland 2026

Beheerplan Openbare verlichting

2022

2023

2024

2025

Onderhoud Afschrijvingslasten

38 54

38 69

38 72

38 75

Lasten programma 4

92

107

110

113

Toevoegingen Onttrekking afschrijvingslasten

53 54-

53 69-

53 72-

53 75-

Mutatie reserve Openbare Verlichting

1-

16-

19-

22-

Totaal lasten beheerprogramma OV

91

91

91

91

Product Openbare Verlichting

Reserve Openbare Verlichting

Investeringen in straatverlichting worden in 15 jaar afgeschreven. De afschrijvingslasten worden geegaliseerd via de reserve Openbare Verlichting. Programmabegroting 2022-2025

87

STEDELIJK WATERPLAN Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen en ambitieniveau Planning actualisatie

2003 2003-2011 Verbetering kwaliteit en belevingswaarde van het oppervlaktewater. Uitvoering convenant met het Waterschap Rivierenland. Gebaseerd op het plan 2003-2011 en uitgevoerd. De afschrijvingslasten worden gedekt via de gemeentelijke exploitatie. Het plan is uitgevoerd. Het plan is samen met het Waterschap geëvalueerd. De uitkomsten van de monitoring van de waterkwaliteit door het Waterschap geven geen aanleiding tot extra maatregelen. De maatregelen uit het waterplan hebben voor een kwaliteitsverbetering gezorgd van het oppervlaktewater. Actualisatie of een nieuw plan is niet aan de orde.

Stedelijk waterplan

2022

2023

2024

2025

Afschrijvingslasten investeringen

42

44

45

47

Lasten programma 4

42

44

45

47

BAGGERPLAN Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen en ambitieniveau

Planning actualisatie

2019 / 2020 2019 - 2029 Uitvoeren reguliere baggerronde inclusief de acceptatiekosten voor baggerwerkzaamheden van het waterschap. Zorgdragen voor een goede afstroming van het regenwater. In 2019 is het baggerplan gereedgekomen. Deze is in 2020 vastgesteld door het college en betreft de baggercyclus van 2021-2024. In het plan zijn het ambitie niveau en de benodigde middelen opgenomen. Ter dekking van onderhouds- en afschrijvingslasten is een bestemmingsreserve Baggerplan in het leven geroepen. 2029

Baggeren

2022

2023

2024

2025

Gerealiseerde baggerwerken

351

157

202

-

Lasten programma 4

351

157

202

-

75 2173-

75 2173-

75

Onttrekking afschrijvingslasten

25 2173-

Mutatie reserve waterbeheerplan

195-

145-

145-

Reserve Waterbeheerplan Dotatie reserve waterbeheerplan Onttrekking onderhoud

372

Voor egalisatie van de kosten over de jaren heen is een reserve ‘waterbeheerplan’ (voorheen reserve ‘baggeren’) gecreëerd.

Programmabegroting 2022-2025

88

VERBREED GEMEENTELIJK RIOLERINGSPLAN (vGRP)

Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen en ambitieniveau

Planning actualisatie

23 juni 2011 2011-2020 De exploitatielasten en investeringen zijn gebaseerd op het vGRP. De voorziening riolering is bedoeld voor tariefegalisatie. Deze worden in het vGRP aangegeven en zijn gericht op de inzameling van afvalwater en de inzameling van hemelwater dat niet kan of mag worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding. Om de doelen te concretiseren zijn hieraan functionele eisen en maatstaven gekoppeld. De huidige toestand van de riolering wordt aan deze doelen getoetst, maatregelen worden opgesteld en er is een strategie uitgewerkt hoe de maatregelen - technisch en financieel - in de tijd gerealiseerd kunnen worden. Met de gemeenten in de Alblasserwaard en Vijheerenlanden is een overeenkomst afgesloten tot samenwerking in de waterketen. Deze samenwerking zal voor de uitvoering van de werkzaamheden volgens het vGRP worden voortgezet. Herziening vGRP staat gepland voor 2022. Periodiek vindt een toetsing op de actualiteit van het vGRP plaats. In 2020 wordt een actualisatie van het BRP gemaakt, waarin het gehele rioolstelsel op haar functioneren wordt berekend en mede als basis dient voor de actualisatie van het vGRP. Hierin wordt een relatie gelegd met de gevolgen van klimaatverandering. Voor de actualisatie zijn ook de gegevens van de riolering nodig. De actualisatie hiervan vindt dit jaar en volgend jaar plaats.

Voor alle beheergegevens gaat gebruik gemaakt worden van één systeem om hiermee de integraliteit in het beheer te verbeteren. Door de vertraging bij de invoer van het nieuwe beheersysteem (zie ook beheerplan wegen) vindt de afronding van het vGRP plaats in 2022.

Gemeentelijk Rioleringsplan

2022

2023

2024

2025

Afschrijvingslasten

Salariskosten Overige aan riolering toe te rekenen kosten

331 225 699

353 225 668

381 225 632

401 225 605

Lasten programma 10 (GRP - excl. BTW)

1.255

1.246

1.238

1.231

1.380

1.449

1.393

1.363

1.781401-

1.781332-

1.781388-

1.781418-

Voorziening Riolering

Lasten GRP (incl btw) Baten (rioolheffing incl kwijtschelding e.d.) Mutatie voorziening Riolering

De Investeringen in de programmabegroting zijn gebaseerd op het vGRP dat in 2011 is vastgesteld. Ten aanzien van de rioolheffing is sprake van 100% kostendekkendheid. Bij de uit het rioolheffing te dekken kosten wordt ook rekening gehouden met de toerekenbare btw en een deel van de kosten van straatreiniging. Het verschil tussen de totale kosten en de opbrengst uit het rioolheffing wordt verrekend met de voorziening Riolering.

Programmabegroting 2022-2025

89

GROENBELEIDSPLAN Vastgesteld door raad Looptijd Doel

Investeringen en ambitieniveau Planning actualisatie

27 september 2007 10 jaar Strategisch plan op gemeentelijk- en wijkniveau voor het beleidsmatig sturen en planmatig beheren van groen. Geeft met zijn uitgangspunten en richtlijnen richting aan de ontwikkeling van het openbare groen. Geeft inzicht in de groenstructuren, zonering en groentypen, beheer-, onderhoud- en inrichtingsmaatregelen en financiële en organisatorische consequenties. Investeringen zijn gebaseerd op groenbeleidsplan en worden vastgelegd in een uitwerkingsplan. Onderhoud wordt uit exploitatie bekostigd. Voor uitgaven op grond van het nieuwe groenbeleidsplan is jaarlijks € 38.000 opgenomen. 2021; het uitwerkingsplan wordt jaarlijks geactualiseerd.

Groenbeleidsplan

2022

2023

2024

2025

Jaarlijks exploitatiebudget

969

974

958

953

GEBOUWENBEHEER Vastgesteld door raad

In de raadsvergadering van 25 maart 2021 is het Meerjaren onderhoudsplan gebouwen (MJOP Gebouwen) vastgesteld. Dit plan gaat uit van het jaarplan vanaf 2020. Het jaarplan 2020 wordt in 2021 uitgevoerd en met het jaarplan 2021 wordt in 2021 gestart. De uitvoering van de werkzaamheden lopen door in 2022. Periodiek wordt het MJOP Gebouwen tegen het licht gehouden, waarbij NEN 2767 systematiek wordt toegepast. Tevens wordt waar nodig geanticipeerd op duurzaamheidsmaatregelen. De actuele doorrekeningen zullen aan de raad worden voorgelegd en meegenomen in de komende begrotingen. Lijst van objecten: Tiendweg 15

Begraafplaats Tiendweg - kantoor/opslag

Kerkweg 30

Begraafplaats Kerkweg - aula/opslag

Rivierdijk 453

Begraafplaats Kromme Gat - onderkomen/opslag

Pietersweer 34

Bibliotheek Neder-Hardinxveld

Bellefleur 1

Sporthal de Appelgaard

Sluisweg 142-A

Zwembad de Duikelaar

Smalweer 23

Gemaal Smalweer

Boorstraat 10

Clubhuis Vereniging Mensen voor Mensen

Raadhuisplein 1 Gemeentehuis

Programmabegroting 2022-2025

Scheldestraat 1

Ducdalf (Servanda)

Bellefleur 6-8

Bellefleur 6 en 8 (CVO-AV, Willem de Zwijger en SmallSteps)

Cornelisweer 2

Sporthal de Wielewaal

Schrank 6 / 10

Gemeentewerkplaats

Schrank 10

Afval brengstation (Waardlanden, huurovereenkomst)

90

Looptijd Doel

5 jaar Het planmatig beheren van alle bij de gemeente in eigendom en beheer zijnde gebouwen. Per gebouw zijn bouwkundige voorzieningen, technische installaties, keuringen, onderhoudscontracten en eventuele opstallen opgenomen. Investeringen zijn gebaseerd op het beheerplan. Voor het gebouwenbeheer is de voorziening Onderhoud Gebouwen in het leven geroepen waaruit jaarlijks het planmatig onderhoud wordt betaald. Iedere 4 jaar wordt een nulmeting uitgevoerd en wordt de dotatie opnieuw vastgesteld. Het te doteren bedrag is gebaseerd op een meerjarig gemiddelde. Indien nodig vindt een tussentijdse actualisatie van het MJOP Gebouwen plaats.

Investeringen en ambitieniveau Planning actualisatie

Onderhoud gebouwen

2022

2023

2024

2025

Onderhoudslasten gebouwen

539

236

232

454

Dotaties Onderhoud gebouwen

416

416

416

416

Onttrekkingen onderhoud gebouwen

539-

236-

232-

454-

Mutatie voorziening onderhoud gebouwen

123-

180

184

38-

Totaal onderhoud gebouwen Reserve onderhoud gebouwen

SPEELRUIMTEN Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen en ambitieniveau

Planning actualisatie

Programmabegroting 2022-2025

De gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 26 januari 2012 het Speelruimteplan 2012-2021 vastgesteld. 10 jaar Komen tot een weloverwogen, praktisch en breed gedragen speelruimtebeleid voor de komende 10 jaar. In het door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde uitvoeringsplan voor 2012 en volgende jaren is invulling gegeven aan de opdracht uit bovengenoemd raadsbesluit om de uitvoering en de kosten te spreiden over de onderdelen reguliere vervanging en onderhoud, achterstand en aanpassing/vernieuwing. Jaarlijks wordt een uitvoeringsplan opgesteld waarin de planning wordt gevolgd en eventuele afwijkingen hierop worden gemotiveerd. Het accent ligt de komende jaren op de eerste twee onderdelen. Jaarlijks wordt gemonitord of de planningen worden gehaald. 2022

91

Beheerplan Speelplaatsen

2022

2023

2024

2025

Onderhoud Afschrijvingslasten

28 58

28 73

28 68

28 74

Lasten programma 4

86

101

96

102

Toevoegingen Onttrekking afschrijvingslasten

48 50-

48 64-

48 60-

48 66-

Mutatie reserve Speelplaatsen

2-

16-

12-

18-

Totaal lasten beheerprogramma Speelplaatsen

84

85

84

84

Product Speelplaatsen

Reserve speelplaatsen

Investeringen in speelruimten worden in 15 jaar afgeschreven. BEGRAAFPLAATSEN Voor de begraafplaatsen is er op dit moment nog geen beheerplan. Het beleidsplan begraafplaatsen is op 23 april 2015 door de raad vastgesteld. Er wordt gewerkt aan de hervorming van het product begraafplaatsen middels een vastgestelde actiepuntenlijst. Volgens deze lijst zou er in 2016 een beheerplan begraafplaatsen worden opgesteld. Door aanpassingen van de plannen bij begraafplaats Spindermolen waarbij in- en uitbreidingen zijn vastgesteld is de vaststelling van dit beheerplan voorzien voor 2022. SAMENVATTING Samenvattend kan het volgende overzicht van het onderhoud kapitaalgoederen voor 2021 worden gegeven:

Onderhoud Wegen

Exploitatie- Kapitaal- Toevoeging Onttrekking Mutatie budget lasten reserve reserve voorziening

330

279

Bruggen Openbare Verlichting

652

-609

53

-54

54

Stedelijk waterplan

40 42 25

-3

Gemeentelijk Rioleringsplan Groenbeleidsplan

22 -401

-401

-123

-123

-524

1.376

969

969

Onderhoud gebouwen 28

396

Programmabegroting 2022-2025

91

42

Baggeren

Speelplaatsen

652

40 38

969

Totaal

58

48

-50

473

778

-716

84

92

1.12 Paragraaf Financiering en Treasury Algemeen In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot de gemeentelijke financieringsfunctie. De gemeentelijke financieringsfunctie wordt ook wel met de term ‘treasury’ aangeduid. Het begrip treasury kan worden gedefinieerd als het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Meer concreet gaat het om financiering van het beleid tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden, het te allen tijde zorgen voor voldoende liquide middelen, en het daarbij afdekken van met name renteen kredietrisico’s. De uitvoering van de gemeentelijke financieringsfunctie dient plaats te vinden binnen de kaders zoals gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en het lokaal vastgestelde Treasurystatuut. In de Wet fido staan vooral transparantie en risicobeheersing centraal. De transparantie komt daarbij tot uitdrukking in voorschriften voor een verplicht financieringsstatuut alsmede een financieringsparagraaf in begroting en jaarstukken. De risicobeheersing binnen de Wet fido richt zich op renterisico’s, kredietrisico’s, en liquiditeitsrisico’s.

Benadrukt wordt dat de financieringsfunctie van de gemeente Hardinxveld-Giessendam uitsluitend de publieke taak dient en dat een prudent beleid voeren binnen de kaders die de Wet fido zijn gesteld. Het Treasurystatuut is op 25 maart 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Aan het einde van deze paragraaf is een rente overzicht opgenomen. In dit rente overzicht wordt inzicht gegeven in de rentelasten en rentebaten zoals deze zijn opgenomen in de begroting. Rente ontwikkelingen De tarieven op de geldmarkt (kort lopende leningen), blijven naar verwachting negatief. De maatregelen van de ECB in de afgelopen periode zullen volgens de markt ook in 2022 nog een negatieve rente voor kortlopende leningen te zien geven. De kapitaalmarktrentes vertoonden in het voorjaar van 2021 een relatief sterk opgaande lijn. Dit werd vooral veroorzaakt door de verwachting dat de heropening van de economie zal leiden tot een aanzienlijk herstel van de economische groei. De rente voor 10-jarige staatsleningen is daardoor medio juli 2021 gestegen naar een niveau van 0,12%. Banken berekenen bij het verstrekken van langjarige financiering liquiditeitsopslagen bovenop de IRSniveaus. Voor bijvoorbeeld een 10-jaars lening bedraagt deze opslag medio juli 2021 circa 0,20% (20 basispunten). Het afgelopen jaar heeft de renteontwikkeling het volgende beeld laten zien:

Renteverloop 1 jul 2020 - 1 jul 2021 0,40%

10-jaars IRS 3-maands Euribor

0,20% 0,00% -0,20% -0,40% -0,60%

Programmabegroting 2022-2025

93

Risicobeheer Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet fido. In de volgende onderdelen wordt ingegaan op de risicoaspecten die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie binnen HardinxveldGiessendam. Deze kunnen worden onderscheiden in renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s en valutarisico’s. Ten aanzien van de Hardinxveldse situatie is laatstgenoemd risico niet van toepassing. Renterisico vlottende schuld (kasgeldlimiet) Met de kasgeldlimiet is in de Wet fido een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de gemeente haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. Voor 2022 kan de kasgeldlimiet voor de gemeente als volgt worden bepaald: Berekening kasgeldlimiet 2022:

Bedragen x € 1.000

Begrotingstotaal 2022

€ 49.110

Relevant percentage

8,5%

Kasgeldlimiet

€ 4.174 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal

Gemiddeld. netto vlottende schuld (+) of gemiddeld netto vlottend overschot (-) Kasgeldlimiet

€ 2.625 € 4.174

Overschrijding kasgeldlimiet Ruimte onder de kasgeldlimiet

€ 1.550

€ 2.625 € 4.174 -

€ 2.625 € 4.174 -

€ 1.550

€ 2.625 € 4.174 -

€ 1.550

€ 1.550

De kasgeldlimiet mag maximaal drie kwartalen worden overschreden. De gemeente Hardinxveld-Giessendam verwacht in 2022 binnen de normen van de kasgeldlimietruimte te opereren. Oogmerk van het door het SCD uit te voeren gemeentelijke saldobeheer is om de limietruimte optimaal te benutten. Renterisico vaste schuld (renterisiconorm) De Wet fido definieert vaste schuld als opgenomen geldleningen met een rentetypische looptijd groter of gelijk aan 1 jaar. Met de renterisiconorm biedt de Wet fido een richtsnoer om renteaanpassingen van financieringen en beleggingen goed in de tijd te spreiden. Het doel van deze norm is het voorkomen van een overmatige afhankelijkheid van het renteniveau in één bepaald jaar. Om dat te bereiken mag 20% van het begrotingstotaal. Conform voorschrift van de geactualiseerde Wet fido wordt het renterisico in onderstaande tabel voor de komende vier jaren bepaald, terwijl de renterisiconorm alleen betrekking heeft op het totaal van de begroting van het komende jaar.

Programmabegroting 2022-2025

94

Uit deze tabel blijkt dat de gemeente in 2022 de renterisiconorm formeel zal overschrijden. In de praktijk is van een renterisico echter geen sprake. Een in 2012 afgesloten BNGlening (2,395%) kent in november 2022 op de dan resterende restantschuld van € 5,250 miljoen een renteherziening. Eind 2020 is echter hierop al geanticipeerd door het vastleggen van een nieuwe rente van 0,53% over de gehele resterende looptijd tot 2052. In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de opgenomen geldleningen en het laatste jaar van aflossing. Nr. Lening verstrekker

Nominale hoofdsom

1 2 3 4 5 6 7 8 10 11 12 13

Bank Nederlandse Gemeenten Nederlandse Waterschapsbank Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Nederlandse Waterschapsbank Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten

1.500.000 1.500.000 1.500.000 3.500.000 2.500.000 2.500.000 2.000.000 2.000.000 3.000.000 5.000.000 4.000.000 7.000.000

75.000 420.000 150.000 350.000 2.500.000 375.000 300.000 500.000 200.000 500.000 400.000 5.600.000

0 360.000 75.000 175.000 2.500.000 250.000 200.000 400.000 0 0 0 5.425.000

5,09% 5,18% 5,39% 5,39% 5,14% 4,60% 4,08% 3,37% 3,58% 3,38% 2,52% 2,40%

20 25 20 20 20 20 20 20 15 10 10 40

2021 2027 2022 2022 2022 2023 2023 2025 2021 2021 2021 2052

14 Bank Nederlandse Gemeenten 15 Bank Nederlandse Gemeenten

5.500.000 4.500.000

1.650.000 2.700.000

1.100.000 2.400.000

1,90% 1,45%

10 15

2023 2029

16 Bank Nederlandse Gemeenten 17 Bank Nederlandse Gemeenten 18 19

3.500.000 3.000.000

2.800.000 3.000.000

2.625.000 2.850.000

1,13% 0,12%

20 20

2036 2040

Programmabegroting 2022-2025

Restant Restant Rente Looptijd geldlening geldlening percentage in jaren 31-12-2020 31-12-2021

Jaar van laatste aflossing

52.500.000 21.520.000 18.360.000

95

Kredietrisico’s Kredietrisico’s kunnen zich op twee manieren manifesteren. Ten eerste is er het risico dat direct wordt gelopen uit hoofde van door de gemeente verstrekte leningen en uitgezette beleggingen. Ten tweede is een kredietrisico aan de orde ten aanzien van verstrekte gemeentegaranties (ook wel borgstellingen genoemd). Dit laatste kan worden omschreven als een indirect kredietrisico. Kredietrisico op leningen en beleggingen De gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft uit hoofde van haar publieke taak leningen (door)verstrekt en beleggingen gerealiseerd. In het hierna volgende overzicht zijn de uitgezette gelden vermeld. Kredietrisico op versterkte gelden aan derden Uitzettingen

2021 Saldo 31/12

Uit hoofde van publieke taak: 1. Leningen personeel c.a. 2. Deelnemingen/beleggingen Totaal

Bedragen x € 1.000,2022

%

0

Saldo 31/12

2023

%

Saldo 31/12

2024

%

0

Saldo 31/12 0,0

2025

%

0

Saldo 31/12 0,0

%

0,0

0

0,0

822 100,0

822

100,0

822 100,0

822 100,0

822 100,0

0

0,0

822 100,0

822

100,0

822 100,0

822 100,0

822 100,0

De deelnemingen en beleggingen bestaan per 31 december 2021 uit: Bedragen x € 1.000,Deelnemingen

Stedin Holding B.V.

454

Bank Nederlandse Gemeenten OASEN N.V. ROM-S Beheer B.V. Gem HG deelneming B.V. - ROM-S C.V. Gem HG deelneming B.V. - De Blauwe Zoom C.V. Gem De Blauwe Zoom B.V. MerwedeLingelijn B.V.

78 8 4 198 29 1 50

Totaal

822

Genoemde deelnemingen en beleggingen worden uit hoofde van de uitvoering van de publieke taak aangehouden. Over het aandelenbezit wordt koersrisico gelopen, waarbij wordt opgemerkt dat betreffende aandelen niet op de beurs worden verhandeld waardoor optredende waardefluctuaties niet zo grillig verlopen. De waarde wordt dan meer bepaald door de intrinsieke waarde van het bedrijf en niet door “vraag en aanbod” op de beurs. Kredietrisico ten aanzien van gemeentegaranties (borgstelllingen) De gemeente Hardinxveld-Giessendam staat jegens geldgevers borg voor de betaling van rente en aflossing op langlopende geldleningen die door organisaties, instellingen of verenigingen zijn aangetrokken en die activiteiten verzorgen die in het verlengde liggen van de gemeentelijke publieke taak. Deze borgstellingen beperken zich hoofdzakelijk tot woningstichting Fien Wonen, Afvalverwerking HVC Alkmaar en in een enkel geval organisaties in de verenigingssfeer (bijv. sportverenigingen). De gemeente Hardinxveld-Giessendam staat per ultimo 2021 garant voor een totaal bedrag aan leningen van € 18,6 miljoen.

Programmabegroting 2022-2025

96

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/632/documents/19991