Participatieplan v16dec2021.pdf
Tekst van het document
Actieplan inwoner- en overheidsparticipatie Gemeente Hardinxveld-Giessendam Versie december 2021
1
Inhoudsopgave: Voorwoord.............................................................................................................................................2 Inleiding.................................................................................................................................................3 Leeswijzer..............................................................................................................................................4 Visie op participatie...............................................................................................................................5 Participatieladder..................................................................................................................................7 Uitgangspunten.....................................................................................................................................9 1.
We maken gebruik van de kracht van de samenleving.........................................................9
2.
We bieden ruimte en geven richting.....................................................................................9
3.
We zorgen ervoor dat (meer) mensen mee kunnen doen..................................................10
4.
We zijn glashelder: representatief, betrouwbaar en nauwkeurig......................................10
5.
Participatie vraagt vertrouwen............................................................................................11
6.
We bieden concrete tools aan.............................................................................................11
7.
We leveren maatwerk en sturen bij waar nodig.................................................................11
8.
We hebben er iets voor over...............................................................................................11
9.
We blijven leren en evalueren.............................................................................................12
Participatie als proces..........................................................................................................................13 Rollen en verantwoordelijkheden.......................................................................................................16 Participatie en…...................................................................................................................................18 De omgevingswet........................................................................................................................18 Duurzaamheid..............................................................................................................................20 Participatie in Ruimtelijke Projecten...........................................................................................20 Participatie in Maatschappelijke Projecten of Dienstverlening..................................................20 Acties & mogelijke vervolgstappen.....................................................................................................21 Acties............................................................................................................................................21 (Mogelijke) vervolgstappen.........................................................................................................23
Toolbox................................................................................................................................................24 Financiële kaders.................................................................................................................................25
2
Voorwoord Dit plan beschrijft de manier waarop wij als gemeente in de toekomst omgaan met een onderwerp dat een steeds grotere rol in gaat nemen in de manier van werken, namelijk: participatie. Dit begrip wordt nader gedefinieerd in inwoner- en overheidsparticipatie. Het is belangrijk met elkaar duidelijkheid te hebben over wat participatie is en wat wij er onder verstaan. Maar ook over de wijze, het proces, waarop participatie binnen de gemeente én met de samenleving tot stand komt. Sterker nog: dit plan is bedoeld om er samen voor te zorgen dat participatie een vanzelfsprekend onderdeel wordt van communicatie met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties en echt onderdeel wordt van het DNA van deze organisatie. Daarom is het plan vooral gericht op hoe dat proces (van blijvend kennis vergaren, instrumenten leren kennen en gebruiken, leren uit evaluatie en waar nodig expertise binnen te halen) is ingericht. Om zo met elkaar, van balie tot bestuur en van beleidsmedewerker tot buitendienst in staat te zijn bij te dragen aan participatie in de samenleving, in ons dorp! We weten dat participatie niet primair draait om alleen draagvlak creëren of alles mogelijk maken. Het gaat in de kern om het voeren van het gesprek en het creëren van wederzijds begrip. Ervoor zorgen dat alle belangen op tafel komen.
Over wat er kan en niet kan, maar ook over wie welke verantwoordelijkheid heeft. Participeren hebben we geleerd door de ervaringen die we de afgelopen jaren hebben opgedaan. Soms heel succesvol, soms serieuze aanleiding voor aanpassing. Participatie gaan en blijven we leren door het vergaren van meer kennis en ervaring, maar ook door gereedschappen toe te voegen aan de organisatie. Bovendien zullen we altijd blijven leren participeren, omdat er altijd nieuwe vraagstukken zullen ontstaan die om een nieuwe benadering van participatie zullen vragen. Bij dat laatste denken wij bijvoorbeeld aan het belang van participatie op het gebied van verduurzaming en de energietransitie. Daarnaast speelt participatie ook een belangrijke rol bij de omgevingswet die op ons af komt. We willen benadrukken dat de insteek niet is dat we gaan participeren omdat we moeten, máár omdat we dit willen en we hiervoor ieder vanuit de eigen rol, gemeenteraad, college en ambtelijke organisatie maar zeker ook de samenleving “aan de lat staan”. We bouwen aan een werkwijze waarmee participatie net zo’n vanzelfsprekend onderdeel wordt van initiatieven of voorstellen als communicatie of financiën!
College van burgemeester en wethouders, December 2021
3
Inleiding De ontwikkelingen in onze samenleving gaan door. Inwoners, ondernemers en instellingen nemen steeds vaker zelf initiatief om ontwikkelingen te realiseren. Mensen willen betrokken zijn en tonen initiatief. Zij zetten zich graag in voor hun eigen buurt, wijk of dorp. Ook is kennis en informatie voor een groter publiek beschikbaar mede door digitale ontwikkelingen. Wij vinden het belangrijk dat lokale kennis en creativiteit een duidelijke en herkenbare rol speelt in de keuzes die gemaakt worden. Als gemeente zijn we soms initiatiefnemer van participatie, soms zijn we partner in het proces of zelfs alleen facilitator. Ongeacht de rol streven we altijd naar een zorgvuldig participatietraject. Dit participatieplan doet recht aan de aanbevelingen van het rekenkameronderzoek uit 2020. Zo is het plan geactualiseerd op basis van nieuwe ontwikkelingen en gesprekken met de gemeenteraad, het college, de ambtelijke organisatie en de inwoners. Het plan stimuleert om te investeren in kennis en kunde door met elkaar te blijven leren en te experimenteren met nieuwe vormen en methodes, en kennis van buiten te halen als dat nodig is. De opgestelde uitgangspunten zullen bijdragen aan het imago van de gemeente als partner in participatieprocessen.
Daarnaast draagt het evalueren bij aan de monitoring van participatietrajecten, evenals de optie om een werkgroep op te richten die cases kan bespreken om tot nieuwe inzichten te komen. Tot slot is de basis van dit plan om 'te blijven leren', waarbij evalueren een belangrijk onderdeel van participeren zal zijn en blijven. We leren van de praktijk en zullen nieuwe inzichten en ervaringen uit de evaluaties meenemen naar de toekomst. Niet alleen vanuit de samenleving, maar ook vanuit wet- en regelgeving wordt participatie steeds belangrijker. In zijn algemeenheid zien we steeds vaker een verplichting voor participatie. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Omgevingswet en de Energietransitie. Bij deze verplichte participatie worden geen nadere kaders geboden vanuit het Rijk. Het is aan de gemeente om dit verder in te vullen. Bovenstaande vraagt enerzijds om participatie vanuit de samenleving richting overheid en vice versa. Anderzijds vraagt het ook om vormen van participatie binnen de gemeentelijke organisatie door verbinding te leggen tussen vraagstukken en ook hier belangen naast elkaar te leggen en te wegen. Kortom: participatie is overal.
4
Leeswijzer Dit document vormt geen blauwdruk die tot in detail beschrijft hoe participatie er uit ziet, ook al zou dat soms als prettig ervaren kunnen worden. Immers, als participatie gezien wordt als een natuurlijk onderdeel van de totstandkoming van besluiten en ontwikkelingen, is de logische vraag natuurlijk: hoe dan? Maar in plaats van vertellen hoe het moet, beschrijft dit plan de voorwaarden waaronder participatie vormgegeven moet worden. Elk vraagstuk vraagt om een eigen invulling van het participatietraject: maatwerk. Om dat maatwerk te kunnen leveren, biedt dit plan een fundament. Een stevig fundament dat ruimte biedt voor aanpassingen en uitbreidingen in de toekomst. Allereerst beschrijft dit plan de visie op participatie. Immers, participatie kent vele vormen en gezichten, maar om hier grip op te krijgen is het noodzakelijk te beschrijven wat participatie is. We maken onderscheid tussen overheids- en inwonersparticipatie. Daarnaast kent participatie diverse vormen van invloed. Deze worden verwoord in de participatieladder. Het fundament wordt verder gevormd door een aantal uitgangspunten. Deze zijn voorwaardelijk voor het proces van leren en toepassen zoals dat bedoeld is in dit plan. Vervolgens wordt het proces beschreven dat als startmotor bedoeld is om te zorgen dat participatie meer en beter geborgd is binnen het gemeentelijk apparaat én de samenleving.
In deze procesbeschrijving gaat het ook over rollen en verantwoordelijkheden. Hier wordt aanvullend op het processchema een toelichting op gegeven. Zoals in de inleiding aangegeven, is participatie niet meer weg te denken uit de samenleving en vormt het een verplicht onderdeel bij grote ontwikkelingen. Eén daarvan is bijvoorbeeld de invoering van de omgevingswet. Daarnaast vraagt de energietransitie ook om gedegen participatie. En zo zal de lijst beleidsterreinen of ontwikkelingen waarin participatie een grote rol dient te spelen groeien. Omdat hier specifieke eisen en verwachtingen ten aanzien van participatie spelen, wordt onder andere ten aanzien van de omgevingswet geduid hoe participatie er een in plek heeft. Aansluitend wordt inzicht gegeven in (mogelijke) vervolgstappen die gezet worden op basis van dit plan. Hierbij wordt een verwijzing gemaakt naar de 'toolbox participatie', welke als losse bijlage is toegevoegd. Van belang hierbij is dat met name deze toolbox niet als uitputtend of volledig wordt gezien, maar dat het een groeiende set gereedschap betreft die waar nodig aangevuld wordt. Tot slot geeft de financiële paragraaf inzicht in de financiële randvoorwaarden die horen bij het uitvoeren van het in dit plan vastgestelde beleid.
5
Visie op participatie De basis van participatie is het in contact zijn met elkaar, ongeacht wie de initiatiefnemer is. Het gesprek kan gaan over zowel een nieuw initiatief, alsook over het verleggen van taken en/of verantwoordelijkheden van de overheid naar de inwoners of andersom. In het gesprek verkennen we met elkaar wat er speelt, wat de behoefte is en wie met welk belang betrokken is. We delen Verwachtingen met elkaar, zodat eenieder weet wat de ruimte is om te participeren. Door het voeren en nakomen van de opbrengst van die gesprekken kunnen we als gemeente, inwoners, ondernemers, bedrijven en maatschappelijke instellingen, met elkaar samenwerken en de kwaliteit en uitvoerbaarheid van projecten en beleid vergroten.
Kracht Door ruimte te bieden voor participatie benutten we de kracht en energie van de samenleving.
Doel Het doel van participatie is het creëren van gedeeld begrip voor het proces dat is doorlopen en daarmee het uiteindelijke besluit. Hierbij wordt ook de mate van invloed van de verschillende deelnemers aan het proces geduid. Het is een misvatting dat participatie altijd of enkel tot alleen draagvlak moet leiden. Het gaat om het voeren van het gezamenlijke gesprek en het steeds weer kijken naar de beste weg om dat gesprek te voeren. We focussen daarbij op mogelijkheden, dus als het niet linksom kan, kijken we of we rechtsom kunnen. Als iets niet mogelijk is, geven we dat ook aan. Zo houden we het proces helder en transparant.
Visie In de komende jaren willen we gezamenlijk met de gemeenteraad, het college, de ambtelijke organisatie en de inwoners participatie naar een volgend niveau tillen. Zoals in het collegeprogramma 2018-2022 al beschreven is, stellen we participatie meer centraal in de manier van werken van de gemeente. Nieuwe vormen van participatie zullen gebruikt worden om het participatieproces te verbeteren, zowel digitaal als fysiek. Bij onderwerpen die de gemeente zelf initieert, betrekken we zoveel mogelijk de inwoners. We stimuleren eigen initiatief bij de inwoners en communiceren vooraf met elkaar wat eenieders rol is in het verdere proces. De verwachtingen zullen aan de voorkant helder zijn voor alle betrokkenen. Tot slot: met participatie willen we de kloof tussen overheid en inwoners verkleinen. Het besef dat we elkaar nodig hebben en goed moeten en kunnen samenwerken is er meer dan ooit. Samen zijn we verantwoordelijk voor de samenleving van Hardinxveld-Giessendam.
6
Definities: Inwonerparticipatie en overheidsparticipatie We onderscheiden twee vormen van participatie: inwonerparticipatie en overheidsparticipatie. Inwonerparticipatie Inwonerparticipatie start bij de overheid, waarbij de overheid de initiatiefnemer is. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen doen actief mee met een initiatief van de overheid.
Overheidsparticipatie Overheidsparticipatie start bij de inwoner, waarbij de inwoner veelal de initiatiefnemer is. De overheid ondersteunt dan de initiatieven van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen.
Een voorbeeld van inwonerparticipatie is het in 2020/2021 doorlopen traject van participatie rondom de zoekgebieden ten behoeve van de Regionale Energie Strategie 1.0. In een serie van bijna 30 participatiebijeenkomsten (online) werden in drie ronden verschillende groepen stakeholders zoals inwoners, organisaties, initiatiefnemers, etc. gevraagd mee te denken of en onder welke voorwaarden de opwek van (grootschalige) energie via zonnepanelen en/of windturbines in de regio Drechtsteden mogelijk is. Dit resulteerde in een inperking van gebieden met duidelijke randvoorwaarden die verder in lokaal beleid uitgewerkt en geborgd kunnen worden.
Een voorbeeld van overheidsparticipatie in Hardinxveld-Giessendam is BuurtBestuurt: een actieve groep inwoners uit Boven-Hardinxveld zet zich in voor de samenleving door met buurtbewoners en (maatschappelijke) organisaties in gesprek te gaan. Hieruit volgen mooie initiatieven die ze gezamenlijk realiseren om de veiligheid, leefbaarheid en sociale cohesie te vergroten. De betrokkenheid van de gemeente hangt hierbij af van het initiatief.
7
Participatieladder Participatie lijkt anno 2021 het antwoord op vele vragen. Toch biedt het in de praktijk geen oplossing voor alle vraagstukken. Er zullen ongetwijfeld dilemma's naar voren komen. Participatie is en blijft daarom altijd maatwerk. Per situatie en onderwerp kijken we naar welk participatieniveau en –vorm het meest passend is. De verschillende niveaus van participatie ordenen we via de participatieladder. Voorafgaand aan een traject moet voor alle partijen helder zijn op welke trede het participatietraject betrekking heeft. Zo zijn de verwachtingen voorafgaand aan een proces helder: waar zit ruimte, en wat zijn de kaders. Binnen een traject kan de trede ook wijzigen. Belangrijk hierbij is om goed met elkaar te communiceren, zodat de verwachtingen naar elkaar helder zijn en blijven. In de tabel hieronder is de ladder verder uitgewerkt met de rollen van inwoner en gemeente bij de verschillende treden van de ladder.
Participatieladder Rol inwoner
Niveaus participatie
Rol Gemeente
Ik heb een idee en ik regel zelf de uitvoering / uitwerking daarvan.
Loslaten voorbeeld: inwoners krijgen volledig zeggenschap over de omvorming van een stuk groen tot een natuurspeeltuin, dit op verzoek van inwoners. De gemeente biedt alleen kaders: oppervlak, geld, eisen veiligheid, etc. maar laat verder de teugels los. (mee) Beslissen voorbeeld: er moet een beslissing genomen worden over het open houden of niet van een maatschappelijke voorziening. De beslissing wordt genomen op basis van de uitkomst van een participatietraject. Coproduceren voorbeeld: ondernemers krijgen een actieve rol in het mee ontwikkelen van een nieuw bedrijventerrein en dragen bij aan de realisatie ervan. Adviseren voorbeeld: een groep ouderen en/of vertegenwoordigers van ouderen adviseert ten aanzien van de toegankelijkheid van openbare voorzieningen zodat gewenste aanpassingen in
Ik geef inwoners alle ruimte en heb geen rol in de plannen en uitwerking daarvan door inwoners binnen de beschikbare kaders.
Ik neem zelf een beslissing over een beleidskwestie. Ik voer zelf een plan uit. Ik agendeer een belangrijk onderwerp op de politieke agenda. Ik neem initiatief voor een project of idee.
Ik maak samen met de gemeente en eventuele experts een plan.
Ik geef mijn advies door in een burgerpanel of expertgroep te gaan zitten. Ik geef mijn advies als de gemeente daarom vraagt. Ik krijg van de gemeente een inhoudelijke reactie op mijn advies en wat
Ik laat het besluit over een beleidskwestie of uitvoering van een plan over aan de inwoners. Er is ruimte voor het agenderen van een onderwerp op de politieke agenda en geef ruimte aan initiatieven binnen de beschikbare kaders. Ik maak samen met inwoners en eventuele experts een plan.
Ik vraag inwoners om, al dan niet in een panel, advies te geven. Ik geef een inhoudelijke reactie op hun advies en geef concreet aan wat ik met het advies ga doen. 8
ermee wordt gedaan. Ik kan via een inspraakavond, enquête of andere werkwijze laten weten wat mijn mening is over een specifiek vraagstuk. De gemeente laat vervolgens aan mij weten wat haar belangenafweging is geweest en waarom. Ik ontvang informatie per brief of een uitnodiging voor een informatieavond. Ik lees erover in de lokale/regionale krant of word op een andere manier geïnformeerd over besluiten of ontwikkelingen.
beeld komen. Raadplegen voorbeeld: door middel van een enquête die breed onder inwoners uitgezet gehouden is wordt duidelijk dat inwoners graag een specifieke groenstrook behouden zien. Informeren voorbeeld: een straat wordt voor langere tijd minder toegankelijk omdat het riool vervangen wordt. Inwoners van het dorp worden geïnformeerd door middel van een artikel in Het Kompas. Voor bewoners van de betreffende straat wordt een specifieke informatieavond gehouden en één contactpersoon bij de gemeente aangewezen.
Ik nodig de buurt uit voor een inspraakavond, verspreid een Enquête of gebruik een andere tool om op te halen wat de mening van inwoners is. Ik laat vervolgens weten wat mijn belangenafweging is geweest en waarom. Ik verstuur een brief, plaats een informatiestuk in de lokale/regionale krant of gebruik andere middelen om inwoners concreet te informeren over een besluit of ontwikkeling.
9
Uitgangspunten Dit plan kiest niet voor één manier waarop participatie vormgegeven moet worden. Het beschrijft het proces waarmee participatie keer op keer tot stand komt, telkens in haar eigen passende vorm. Immers, het is onmogelijk te voorspellen welke ontwikkelingen er op ons pad komen en daarmee welke vormen van participatie daarbij horen. Wel is duidelijk dat participatie onlosmakelijk verbonden is aan de opgaven waar de samenleving voor staat. Daarnaast stelt dit plan dat, om participatie onderdeel te maken van het DNA van de organisatie én samenleving, vooral de handen uit de mouwen gestoken moeten worden. Aan de slag dus. Maar niet zomaar. Het is een proces dat zorgvuldig voorbereid en uitgevoerd dient te worden. We maken daarbij gebruik van de kennis en kracht die al in zowel de samenleving als de ambtelijke organisatie aanwezig is, maar waar nodig wordt aangevuld met deskundigheid van buiten. Daarbij worden de volgende uitgangspunten (tenminste) in acht genomen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
We maken gebruik van de kracht van de samenleving We bieden ruimte en geven richting We zorgen dat (meer) mensen mee kunnen doen We zijn glashelder: representatief, betrouwbaar en nauwkeurig. Participatie vraagt vertrouwen We bieden concrete tools We leveren maatwerk en sturen bij waar nodig We hebben er iets voor over We blijven leren en evalueren
1. We maken gebruik van de kracht van de samenleving Een geslaagd participatietraject maakt gebruik van de kracht van de samenleving. Of die kracht nou zit in het goed begrijpen van informatie of het in staat zijn beslissingen te nemen of te creëren: je moet goed voeling hebben met die samenleving om van de kracht ervan gebruik te kunnen maken. Daarom moet zowel intern als met extern de samenwerking worden gezocht om die kracht te kunnen benutten. Maatschappelijke partners kunnen hier net als de inwoners en ondernemers een belangrijke rol in spelen. Door participatietrajecten bijvoorbeeld samen met kerken, verenigingen of sportclubs in te richten. Maar ook door op pad te gaan: faciliteer participatietrajecten dáár waar het leeft. Voer een gesprek over een straat of wijk ook ín die straat of wijk.
2. We bieden ruimte en geven richting Participatie moet er toe doen. Vanuit onze visie op participatie zijn we steeds op zoek naar de balans tussen het geven van ruimte en het geven van richting. Bij de start van een participatietraject moet helder zijn welke ruimte er is voor de participanten. Ook gedurende het traject is communicatie over ruimte en richting belangrijk: waar praten de inwoners over mee? Wat wordt gedaan met de input? Welke kaders zijn al gesteld? Zo kunnen we voorkomen dat er valse hoop of verkeerde verwachtingen ontstaan. We geven ruimte aan de behoefte van inwoners om zelf initiatieven te ontplooien, mee te kunnen denken en doen. Dit maakt dat we steeds vaker partner of facilitator in een traject zullen zijn. Het betekent dat we de inwoners ruimte geven om ook daadwerkelijk bij te dragen aan de ontwikkeling van hun eigen leefomgeving. We geven zo ruimte aan de kennis, vitaliteit en energie die in de samenleving aanwezig is. Er komt ruimte voor de inwoners om hun plannen uit te werken, wat in lijn ligt met de Omgevingswet. 10
Wel blijft onze rol vanuit de wet- en regelgeving bestaan. We zijn als gemeente (vaak ook wettelijk) verantwoordelijk voor het publieke domein. We blijven daarom ook kaders stellen en richting geven. De uitdaging zit in het blijven zoeken naar de balans en het vermogen om hier flexibel mee om te gaan. We beseffen ons dat dat niet vanzelf gaat. Hier zullen we mee moeten oefenen en in de praktijk van leren.
3. We zorgen ervoor dat (meer) mensen mee kunnen doen Voor veel inwoners is participeren misschien niet vanzelfsprekend. We vinden het belangrijk dat iedereen die mee wil doen, ook mee kan doen. Het betekent niet dat iedereen mee moet doen. Zoals gezegd, zijn we ons ervan bewust dat elk participatietraject anders is. Dat betekent ook dat elke keer andere inwoners, groepen van inwoners of andere belanghebbenden deelnemen. We zijn blij met de inwoners die al regelmatig participeren, maar we willen ook actiever gaan inzetten op het benaderen van de inwoners die niet snel uit zichzelf meedoen. Elke doelgroep willen we aansporen om te participeren, van jongeren tot jonge ouders met drukke agenda's, en van mensen met een beperking tot ouderen. Elke doelgroep heeft zijn eigen voorkeur van benaderen. Daarom kiezen we ervoor om zowel online als offline participatievormen in te zetten. Door bewust te kiezen voor één of meerdere participatievormen per traject, streven we er naar om de verschillende doelgroepen te betrekken. We beseffen ons dat we met sommige participatievormen ook mensen zullen uitsluiten. Indien nodig kan er bijgestuurd worden als blijkt dat (groepen) inwoners binnen de gekozen participatievorm buiten de boot vallen.
Tevens wordt voortdurend beoordeeld of de groep participanten voldoende representatief is ten aanzien van de doelstelling en verwachting van het participatietraject.
4. We zijn glashelder: representatief, betrouwbaar en nauwkeurig. Om participatie te laten slagen is het van belang om gedurende het hele traject glashelder te zijn: vooraf over de verwachtingen en ruimte van invloed, maar ook tijdens het traject over de voortgang en de opbrengsten. Tot slot is het ook achteraf belangrijk om helder te zijn: wat is er met het resultaat gedaan. Om glashelder en daarmee eenduidig te zijn, is het van belang één aanspreekpunt aan te stellen in het participatieproces. Deze heeft als belangrijkste taak het proces inzichtelijk te maken en de gevraagde helderheid te bieden aan alle betrokken. Dit kan bijvoorbeeld door verslaglegging en terugkoppeling. Over het participatieproces wordt ook met regelmaat gecommuniceerd, maar communicatie wordt ook ingezet ten behoeve van participatie. Immers, een juist kennisniveau bij alle participanten is van belang om met elkaar in gesprek te kunnen en participatie waardevol te laten zijn. Hierbij wordt ook een actieve bijdrage van de participanten verwacht als er onduidelijkheid is. Dat houdt in dat de betrokkenen aan de bel trekken als zij de communicatie niet helder (genoeg) vinden. Participatie kan dus niet zonder communicatie! De waarden representatief, betrouwbaar en nauwkeurig staan voorop. Dat betekent dat ten aanzien van het participatietraject altijd wordt gewogen: -
Representatief: zijn de participanten representatief voor de beoogde doelgroep/groep stakeholders? Betrouwbaar: levert de gekozen aanpak een betrouwbaar beeld op? Maar ook: worden gemaakte afspraken nageleefd door alle participanten? Nauwkeurig: is de opbrengst van (delen van) het participatieproces voldoende getoetst en nauwkeurig vastgelegd?
11
5. Participatie vraagt vertrouwen Het komt te voet en gaat te paard: vertrouwen. Oftewel, het duurt lang voor het is opgebouwd. En het kost soms weinig moeite om vertrouwen te verliezen. Toch is vertrouwen een belangrijk goed als het gaat om participatie. Het dient daarmee gekoesterd te worden. Bovenstaande uitgangspunten dragen bij aan het bouwen van vertrouwen. Vertrouwen kun je niet afspreken, het moet zich bewijzen. Wel kun je er voor kiezen een traject aan te gaan met vertrouwen als basis. Vertrouwen in de ander, in de waarde en opbrengst van een traject, vertrouwen in de kracht van de samenleving.
6. We bieden concrete tools aan Een goed participatietraject vraagt om het gebruik van de juiste tools. Er zijn veel werkvormen beschikbaar voor participatie. Met sommige zijn we als organisatie al ruimschoots bekend en kunnen we goed mee werken. Sommige zijn nieuw of überhaupt nog niet bekend of ontwikkeld. Aan dit plan wordt een toolbox gekoppeld. Een gereedschapskist die zich net als die van een klusjesman langzaam vult met steeds meer (specialistisch) gereedschap. En om de vergelijking met de klusjesman verder door te voeren: soms kan deze de klus niet aan, omdat die te onbekend of omvangrijk is bijvoorbeeld. Of soms zijn er risico's aan verbonden wanneer de klus niet op de juiste manier wordt uitgevoerd. Zo is het ook bij de 'toolbox Participatie'. Hier zitten niet alleen de gereedschappen in, maar ook de toegang tot deskundigen die adequate hulp kunnen bieden. De toolbox zoals opgenomen in de losse bijlage is een eerste set basisgereedschappen en wordt voortdurend uitgebreid, ook op basis van de ervaringen die komende jaren worden opgedaan.
7. We leveren maatwerk en sturen bij waar nodig Participatie is maatwerk, omdat elke situatie uniek is. Per stap bepalen we met elkaar wie we betrekken, welke vorm van participatie we gaan gebruiken en wie welke rol heeft. De participatievormen staan dus niet vast. Hoe we participatie vormgeven, is afhankelijk van wie betrokken zijn, om welk onderwerp het gaat, welke kaders er zijn, in welke omgeving het speelt enzovoort. De participatieaanpak kan ook per fase van het traject verschillen. Voorafgaand aan een participatietraject zal dus ook een participatieplan worden opgesteld wat door het college, of bij grotere en complexere onderwerpen door de raad, wordt vastgesteld. We vinden het belangrijk dat belanghebbenden weten wat ze van ons kunnen verwachten, maar ook andersom. Dus ook bij initiatieven uit de samenleving verwachten we inzet en tijd om een helder participatietraject op te zetten, al dan niet ondersteund door de gemeente. De uitvoering van een participatietraject verschilt dus per traject, maar we zijn wel eenduidig in de manier waarop we dat doen. Om die reden hebben we een conceptleidraad opgesteld (zie acties) die we per traject gebruiken als basis voor dit advies. Tijdens het traject wordt voortdurend voeling gehouden met de voortgang van het participatietraject. Indien nodig wordt bijgestuurd.
Dat kan bijvoorbeeld als betrokkenen aangeven dat het traject zoals het wordt doorlopen niet past bij de verwachting die vooraf is vastgesteld. Zo wordt de kwaliteit van het participatietraject voortdurend bewaakt en geborgd.
8. We hebben er iets voor over De afgelopen jaren is al de nodige ervaring opgedaan met participatie en zijn mooie resultaten gehaald. Anderzijds is het ook duidelijk geworden dat er ook nog veel te leren valt. Om te zorgen dat participatie echt onderdeel wordt van het DNA van de organisatie (en de samenleving) is het nodig ermee aan de slag te gaan. Alleen door iets te doen kun je het je eigen maken. Dat vraagt tijd en energie. Zeker waar de kennis en ervaring mist, of de noodzaak voor participatie voorheen minder groot leek. Dan vraagt participeren meer inzet dan 'normaal' en vraagt het dus wat van de 12
organisatie. Voordat participatie vanzelfsprekend is, zal het soms voelen als het oefenen om een muziekinstrument onder de knie te krijgen. Soms lastig en frustrerend, maar als het eenmaal lukt, geeft het voldoening. Ook gaat het steeds gemakkelijker. Daarbij is er oog voor ondersteuning. We bieden tijd en (ook financiële) ruimte, maar reiken ook deskundigheid aan. Zo kan gedacht worden aan het (tijdelijk) inhuren van een participatiedeskundige. Hoe meer participatietrajecten er zullen zijn, hoe natuurlijker het proces van participatie gaat en hoe minder het als 'extra' wordt gezien of ervaren. Dat hebben we er voor over.
9. We blijven leren en evalueren 'Participatie blijven we leren': de samenleving staat niet stil en ontwikkelt zich door, ook op het vlak van participatie. Elke situatie is anders en dat vraagt om maatwerk. We vinden het daarbij belangrijk om steeds te blijven leren en evalueren. We leren van de participatietrajecten die we doorlopen en evalueren deze ook. Zo kunnen we de ervaringen die we hebben opgedaan gebruiken voor toekomstige participatietrajecten. We evalueren de grotere trajecten samen met de deelnemers. Dat zijn inwoners, andere belanghebbenden, het college, de ambtelijke organisatie én de gemeenteraad. Op die manier proberen we ook resultaten te meten om de ontwikkeling van participatie zichtbaar te maken. We richten ons hierbij op de waardering van inwoners, ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisaties. De opbrengst van de evaluatie wordt altijd vastgelegd en door alle betrokkenen onderkend.
13
Participatie als proces Het goed uitvoeren van participatie vraagt om een proces waarin tijdig duidelijk wordt óf en hóe participatie een rol speelt in de beoogde ontwikkeling of het project én hoe dit vorm gegeven dient te worden. Hierbij is niet alleen oog voor de grote en complexe vraagstukken, maar ook de 'kleine' ontwikkelingen waar participatie een rol speelt. Denk bijvoorbeeld aan de communicatie over een kortdurende wegafsluiting. De hieronder benoemde processtappen zijn bedoeld om grip te krijgen op het proces van participatie. Niet alleen de tijdigheid, het afstemmen en het verwachtingsmanagement zijn onderdeel van het proces, maar ook de taak- en rolverdeling, en het proces van leren. Het proces kan vanuit twee perspectieven ingezet worden, namelijk vanuit inwonerparticipatie (initiatief ligt bij de overheid) of overheidsparticipatie (initiatief ligt bij de inwoner). Het doel van participatie is zorgen voor wederzijds begrip en voldoende weten wat leeft in de samenleving zodat het bestuur (college en raad) een gewogen besluit kan nemen binnen geldende kaders. Draagvlak creëren kan onderdeel zijn van een gespecificeerde verwachting (doelstelling). Op basis van eerder opgedane ervaringen worden ook nog de volgende handvatten meegegeven: -
Zet het participatieproces in een duidelijke tijdlijn, waarin zowel het proces en bijhorende resultaten zijn benoemd als rollen en verantwoordelijkheden. Betrek inwoners (inwonerparticipatie) of overheid (overheidsparticipatie) tijdig bij het proces zodat dit gezamenlijk vorm gegeven kan worden. Zorg voor een voorzitter en/of procesbegeleider Zorg voor een startgesprek met de stakeholders om samen het participatietraject helder te krijgen
Stap 1-3 zijn standaard als procedure. Stap 4, 5 en 6 zijn maatwerk en cruciaal: het opstellen van een participatieplan met bijhorende tools en deskundigheid, en vervolgens de uitvoering en borging van de opbrengst van het traject. En: de terugkoppeling hiervan naar alle betrokkenen. Stap 6-8 zijn nadrukkelijk bedoeld om recht te doen aan het (blijven) leren van het vormgeven van participatie. INWONERPARTICIPATIE
OVERHEIDSPARTICIPATIE STAP 1: Participatie of niet? – Plan of ontwikkeling Direct bij het ontstaan van een plan of Wanneer een initiatief vanuit de samenleving ontwikkeling wordt antwoord gegeven op de komt en voldoet aan de eisen voor een vraag of participatie speelt of niet. Daarbij burgerinitiatief waarbij de overheid om wordt een eerste beeld van de verwachting, medewerking wordt gevraagd, is in feite altijd ook ten aanzien van het proces geformuleerd. sprake van overheidsparticipatie. Participatie is de grondhouding. Daarmee is de veronderstelling dat participatie vormgegeven moet worden. Hier kan alleen beargumenteerd van afgeweken worden (zie stap 2). Indien gewenst wordt een lijst met onderwerpen opgesteld waar participatie altijd verondersteld wordt. STAP 2: Rollen en verantwoordelijkheden overheid De initiatiefnemer of projectverantwoordelijke De verantwoordelijke (gemeente) stelt vast: stel vast: - Wie is ambtelijk verantwoordelijk? - Wie is ambtelijk verantwoordelijk? - Wie is bestuurlijk verantwoordelijk 14
-
Wie is bestuurlijk verantwoordelijk (college)? (college)? - Rol raad? - Afweging: wel of geen participatie (zie - Wie is de initiatiefnemer (status: stap 1) individu, groep, organisatie, etc.) - Rol raad of raadswerkgroep? - Wie stelt het participatieplan vast? - Op welk deel of delen van de organisatie heeft het betrekking? - Wie stelt het participatieplan vast? STAP 3: Verwachting – met welk doel participeren? In afstemming met de betrokkenen (zie stap 2) In afstemming met de betrokkenen (zie stap 2) wordt vastgesteld met welk doel (verwachting wordt vastgesteld met welk doel (verwachting ten aanzien van resultaat/opbrengst) ten aanzien van resultaat/opbrengst) participatie ingezet wordt. Hierbij wordt ook participatie ingezet wordt. Hierbij wordt ook specifiek geformuleerd wanneer het traject als specifiek geformuleerd wanneer het traject als succesvol wordt gezien. Verwachtingen worden succesvol wordt gezien. Verwachtingen worden gekoppeld aan het op tafel leggen van alle gekoppeld aan het op tafel leggen van alle belangen (van de betrokkenen) en de van belangen (van de betrokkenen) en de van toepassing zijnde wettelijke kaders. toepassing zijnde wettelijke kaders.
STAP 4: Opstellen participatieplan [maatwerk] De verantwoordelijkheid voor het opstellen en De verantwoordelijkheid voor het opstellen en uitvoeren van een participatieplan ligt bij de uitvoeren van een participatieplan ligt bij de ambtelijk verantwoordelijke, in afstemming bewoner(s). Zij ontvangen een stappenplan met de overige betrokkenen (zie stap 2). Zij participatie waarin staat wat van hen verwacht ontvangen een stappenplan Participatie waarin wordt en op welke manier zij vanuit de staat wat van hen verwacht wordt en op welke gemeente ondersteuning kunnen ontvangen manier zij vanuit de gemeente ondersteuning (zowel op proces als randvoorwaarden). Het kunnen ontvangen (zowel op proces als plan beschrijft in ieder geval: randvoorwaarden). Er kan gekozen worden - Participatieniveau participatieladder (in voor het participatieproces een deskundige afstemming met de gemeente) partij in te huren, welke mogelijk ook - Belanghebbenden verantwoordelijk wordt voor het - Communicatieplan participatieplan. Het plan beschrijft in ieder - Tool(s) voor participatie (vorm(en) geval: participatie - Participatieniveau op de - Verwachting management participatieladder voor de belanghebbenden Belanghebbenden (waar nodig - Randvoorwaarden en hoe deze te gedifferentieerd per fase van een realiseren, inclusief financiering.
project of ontwikkeling) - Op- en vaststellen spelregels voor het - Communicatieplan proces. - Tool(s) voor participatie (vorm(en) - Planning participatie - Verslaglegging & verantwoording - Verwachting management belanghebbenden - Randvoorwaarden en hoe deze te realiseren, inclusief financiering. - Op- en vaststellen spelregels voor het proces. - Planning - Verslaglegging & verantwoording STAP 5: Vaststellen participatieplan Het plan wordt vastgesteld op het juiste niveau Het plan wordt ambtelijk beoordeeld op 15
(ambtelijk en/of bestuurlijk) (zie stap 2).
volledigheid, waar nodig door initiatiefnemer bijgesteld en vervolgens vastgesteld op het juiste niveau (ambtelijk en/of bestuurlijk) (zie stap 2). STAP 6: Uitvoeren participatie Uitvoering geven aan het participatieplan Uitvoering geven aan het participatieplan waarbij planning en kwaliteit bewaakt wordt. waarbij planning en kwaliteit bewaakt wordt. Indien nodig wordt er bijgestuurd (afstemming Indien nodig wordt er bijgestuurd (afstemming verantwoordelijke, zie stap 2). verantwoordelijke, zie stap 2). STAP 7: Opbrengst vaststellen en borgen in project of ontwikkeling De opbrengst van het participatietraject wordt De overheid biedt ruimte voor gevraagd plan of geborgd in het betreffende plan of ontwikkeling zoals gedefinieerd als opbrengst ontwikkeling. Hiervan volgt ook een van de participatie. Hiervan volgt ook een terugkoppeling naar de betrokkenen. terugkoppeling naar de betrokkenen. STAP 8: Evaluatie & leerpunten Het participatietraject en de opbrengst worden Het participatietraject en de opbrengst worden beoordeeld op inhoud en kwaliteit met beoordeeld op inhoud en kwaliteit met specifieke aandacht voor de relatie tussen de specifieke aandacht voor de relatie tussen de resultaten (kwantitatief en kwalitatief) en de resultaten (kwantitatief en kwalitatief) en de vooraf gestelde verwachtingen. Leerpunten vooraf gestelde verwachtingen.
Leerpunten worden gedefinieerd en afspraken gemaakt worden gedefinieerd en afspraken gemaakt over hoe deze worden verwerkt. over hoe deze worden verwerkt.
16
Rollen en verantwoordelijkheden Initiatieven komen steeds vaker vanuit de samenleving in plaats van vanuit de gemeente. Daarbij is het belangrijk dat inwoners en overheid goed samenwerken. In de praktijk leidt dat tot minder strak omlijnde rollen en vraagt dat om flexibiliteit van alle partijen. Duidelijke afspraken over verwachtingen en belangen zijn hiervoor nodig. Gemeenteraad Ook bij participatie zijn de traditionele rollen van de raad de basis: de kaderstellende, de volksvertegenwoordigende en de controlerende rol. Bij de kaderstellende rol gaat het om de kaders voor participatie, en ook om de kaders als resultaat van participatie en het besluitvormingsproces van participatie. De kaders bepalen immers de ruimte waarbinnen anderen kunnen participeren. Wanneer er veel kaders door de gemeente zijn gesteld, is er weinig ruimte voor initiatiefnemers en wanneer er weinig kaders zijn, is er meer ruimte. Hoewel het lijkt of het minder aan de orde is, is ook bij overheidsparticipatie het stellen van kaders van belang. Denk hierbij aan initiatieven die het algemeen belang, de volksgezondheid of openbare orde en veiligheid veranderen. Bij deze rol is het steeds van belang dat vóóraf helder moet zijn waar de raad over gaat en waar de inwoners over gaan. Waar geeft de gemeente ruimte en wanneer juist richting? Dat is een belangrijke voorwaarde om een participatietraject aan te gaan.
Hierover later meer bij de actielijnen. Vanuit de volksvertegenwoordigende rol heeft de gemeenteraad zelf fysiek of digitaal interactie met inwoners, bedrijven en instellingen. De raadsleden kunnen bijvoorbeeld via social media op de hoogte zijn van wat er speelt in de samenleving of via informele overlegvormen. Raadsleden hebben zo gevoel bij wat er speelt in de samenleving. Hierdoor zijn ze mede in staat om een goede afweging te maken ten behoeve van het algemeen belang. Bij de controlerende rol ligt de nadruk op de vraag of gehandeld is binnen de kaders die vooraf zijn gesteld en of het proces op een goede manier is verlopen. Het gaat dus niet zozeer op de exacte eindbeoordeling van het resultaat. College Het college is verantwoordelijk voor beleidsvoorbereiding en beleidsuitvoering en is daarvoor het eerste aanspreekpunt. Het college neemt hierin het voortouw en draagt verantwoording af aan de raad. Ambtelijke organisatie De ambtelijke organisatie legt vanaf het begin van een vraagstuk direct een relatie met participatie en werkt volgens de visie en spelregels zoals in dit plan zijn opgenomen. Ambtenaren zoeken, namens het college, actief naar de betrokkenheid en inbreng van de inwoners. Bij overheidsparticipatie pakken ambtenaren hun rol en proberen de initiatiefnemer zo goed mogelijk te ondersteunen en te kijken naar mogelijkheden.
'Participanten': Inwoners (inwoners, ondernemers, (maatschappelijke) organisaties, instellingen en verenigingen) Participatie vraagt een belangrijke inzet van inwoners. Zij hebben (praktijk)kennis van de omgeving waar ze wonen en weten wat er speelt. Inwoners ervaren immers de dagelijkse praktijk en kunnen die ervaring delen. Inwoners komen in beweging, omdat zij betrokken zijn bij hun directe leefomgeving en wanneer hun bijdrage er ook écht toe doet. Voor inwoners is het belangrijk om vooraf te delen met welk belang je een participatietraject wilt opstarten, of eraan wilt deelnemen. Heldere communicatie en verwachtingen dragen bij aan een goed participatietraject. 17
Om inwoners goed toe te rusten op participatie bieden we heldere kaders en tools. Inwoners moeten namelijk wel in staat zijn de van hen gevraagde input te geven of inzet te doen. Enerzijds zet de gemeente in op het op een goede manier toerusten van inwoners op participatie, bijvoorbeeld door het aanbieden van een leidraad (zie vervolgstappen). Anderzijds kunnen inwoners zich actief melden bij de gemeente als zij behoefte hebben aan meer begeleiding of informatie over participatie.
18
Participatie en… De omgevingswet De omgevingswet staat gepland om op 1 juli 2022 geïntroduceerd te worden. De nieuwe wet streeft ernaar ontwikkelingen te versnellen door het proces te optimaliseren. Een brede betrekking van de maatschappij staat daarbij voorop. De omgevingswet vereist dat de initiatiefnemer aangeeft of er participatie heeft plaatsgevonden en vereist de gemeente (bevoegd gezag) tot een kennisgeving- en motiveringsplicht. Aanvraagvereiste In het geval van een initiatief vanuit inwoner, bedrijf, vereniging, of een andere maatschappelijke instantie moet er bij de aanvraag van een omgevingsvergunning aangegeven worden of er sprake is (geweest) van participatie. Let wel, participatie is niet verplicht, al moedigt de gemeente dat wel aan. Deze ‘check’ op participatie geeft de gemeente de mogelijkheid participatie actief te stimuleren wanneer dit nog niet het geval is. Wel heeft de gemeenteraad de mogelijkheid een lijst van Buitenplanse Omgevingsplanactiviteiten (BOPA) op te nemen waar participatie vanuit de initiatiefnemer verplicht is. Kennisgeving en motiveringsplicht De gemeente moet motiveren hoe er burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties, en bestuursorganen betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van omgevingsvisies, omgevingsplannen, programma’s, en projectbesluiten en wat de resultaten daarvan zijn.
Daarnaast is de gemeente ook verplicht bij het omgevingsplan vanaf het startpunt middels een kennisgeving aan te geven hoe participatie wordt vormgegeven. De toolbox zal handvatten bieden om de kennisgeving en motiveringsplicht transparant en toegankelijk uit te voeren.
Bron: VNG
19
Een juridische samenvatting van de wettelijke verplichtingen op gebied van participatie vanuit de omgevingswet staan onderin een tabel weergegeven. Instrument
Regels
Omgevingsvergunning
De initiatiefnemer moet bij de aanvraag aangeven of, en zo ja hoe, hij participatie heeft vormgegeven en wat hij met het resultaat heeft gedaan. Het bevoegd gezag betrekt deze informatie bij de integrale belangenafweging
Omgevingsvisie
Programma
Omgevingsplan
Het bevoegd gezag geeft bij het besluit aan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn Het bevoegd gezag geeft bij het besluit aan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn Het bevoegd gezag geeft bij de kennisgeving van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen aan hoe het de participatie vormgeeft. In de kennisgeving beschrijft het bevoegd gezag wie worden betrokken, waarover en wanneer, wat de rol is van het bevoegd gezag en de initiatiefnemer en waar meer informatie beschikbaar komt. Het bevoegd gezag geeft bij het besluit aan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn
Wie is verantwoordelijk voor het naleven van de regels? Initiatiefnemer
Waar staat het?
Omgevingswet (art. 16.55)
Bevoegd gezag (gemeenteraad)
Participatie-eis is uitgewerkt in art. 7.4 van de Omgevingsregeling Omgevingsbesluit (art. 10.7)
Bevoegd gezag (B&W)
Omgevingsbesluit (art. 10.8)
Bevoegd gezag (Gemeenteraad stelt Omgevingsplan vast; kennisgeving is bevoegdheid B&W; terugkoppeling ligt weer bij de Gemeenteraad).
Omgevingsbesluit (art. 10.2, eerste lid) Omgevingsbesluit (art. 10.2, tweede lid
20
Participatie en… (vervolg) Duurzaamheid Op basis van het klimaatakkoord van Parijs is de Energietransitie ingezet. Deze transitie is ook wel 'de grootste verbouwing van Nederland ooit' genoemd. Een opgave die primair samen met alle inwoners van dit land, en dus ook van de gemeente Hardinxveld-Giessendam vorm gegeven zal moeten worden. Aan de opgaven van de transitie zijn ook de opgave van participatie verbonden. Hierbij is aangegeven dat participatie noodzakelijk is, maar niet altijd 'hoe'. De gemeente HardinxveldGiessendam zal ook de samenwerking zoeken met partners waar de opdracht voor participatie is belegd, zoals de RES-regio, provincie, etc. Waar het gaat om lokale besluiten zal het participatieproces ook lokaal vormgegeven en gewogen worden.
Participatie in Ruimtelijke Projecten Bij ruimtelijke projecten zal in de regel ook sprake zijn van participatie, al is het maar omdat dergelijke projecten om een duidelijke informatieverschaffing gaan en het goed is te toetsen of deze informatie daadwerkelijk overgekomen is. Bij ruimtelijke projecten is goed denkbaar dat het om zowel inwoner- als overheidsparticipatie kan gaan. Het initiatief voor ruimtelijke projecten kan immers door zowel overheid als samenleving genomen worden.
Participatie in Maatschappelijke Projecten of Dienstverlening Ook bij maatschappelijke projecten of dienstverlening speelt participatie een steeds grotere rol. Steeds vaker wordt er een beroep gedaan op de samenleving. Daarnaast is de aanwezige kennis en het netwerk in en van het sociaal domein van belang voor ontwikkelingen in het ruimtelijk domein. Met name binnen het sociaal domein is de afgelopen jaren de nodige ervaring opgedaan met klankbordgroepen, sociale partners, etc. De verwachting is dat deze manier van werken in de komende jaren wordt uitgebouwd en hierbij kan aansluiten op de uitgangspunten van dit plan.
21
Acties & mogelijke vervolgstappen Er zijn diverse vervolgstappen denkbaar. De volgende stappen zijn een logisch vervolg op dit plan. Een deel ervan vertaalt zich in acties die gekoppeld aan vaststelling van dit plan in gang worden gezet. Daarnaast worden vervolgstappen benoemd die als vervolgacties logisch zijn en aangereikt worden. Met name de (uitwerking van)vervolgstappen zijn terug te vinden in de toolbox (specifieke tools):
Acties Kennis vergaren: omdat het belang van participatie in de samenleving groeit, wordt er volop onderzoek gedaan naar dit thema en worden er tools ontwikkeld. Een voorbeeld hiervan is de handreiking 'Aan de slag met participatie' van de VNG. Deze kennisbronnen worden onderdeel van de toolbox en waar nodig ingezet om het 'leren participeren' mede vorm te geven. Hierbij wordt ook in Drechtstedenverband onderzocht waar en hoe we samen op kunnen trekken. Het werken met pilots: door lopende of komende projecten als pilot te nemen voor participatie kan niet alleen meer energie en inzet vrijgemaakt worden, maar is ook het oefenen en leren gefaciliteerd. Hierbij is het nadrukkelijk niet de bedoeling zomaar een experiment aan te gaan maar weloverwogen en op basis van de uitgangspunten van dit plan een participatietraject aan te gaan en hiervan organisatie breed te leren. (Dus ook lering en kennisdeling voor hen die niet direct bij het traject betrokken waren). Inrichten werkgroep participatie: door het inrichten van een werkgroep creëren we een werkvorm waarin kennis van raadsleden, inwoners en ambtelijke organisatie gewonnen en geborgd kan worden. Doel van de werkgroep is mee te denken over (grote) participatietrajecten en de manier waarop die vormgegeven worden. Ook kan het gezien worden als leeromgeving waar fictieve, dan wel bestaande cases besproken kunnen worden.
De groep wordt tevens periodiek geïnformeerd over voortgang en opbrengst en vormt daarmee het hart voor het leren van doorlopen participatietrajecten. Na twee jaar zal de waarde van de werkgroep geëvalueerd worden om vervolgens te bepalen óf en hóe de werkgroep na die periode ingezet zal worden. Bijstellen en actualiseren van dit plan elke 2 jaar: Dit plan wordt elke twee jaar (of eerder indien nodig) geactualiseerd. Voor de toolbox geldt dat deze voortdurend wordt bijgesteld en aangevuld. Opstellen participatieleidraad voor afzonderlijke processen: voor afzonderlijke processen wordt een leidraad of handreiking opgesteld. Zo kan een bewonersinitiatief aan de hand van een leidraad duidelijk krijgen wat van hen verwacht wordt ten aanzien van een participatieproces. Het gaat hierbij om beknopte, overzichtelijke documenten met een grote mate van visualisatie. Communicatie (website etc.) Goede communicatie is een belangrijke voorwaarde voor participatie. Duidelijk moet zijn wat participatie is, wanneer het plaats moet vinden, en hoe het vormgegeven kan worden. Deelnemers moeten goed geïnformeerd zijn. Informatie over hoe je participeert in de gemeente zal ook op de website staan. Naast een participatieplan wordt ook (met name bij grotere trajecten) een communicatieplan opgesteld om te zorgen dat ten behoeve én over het participatieproces adequaat wordt gecommuniceerd.
Tot slot: het is goed om te toetsen of communicatie ook zijn werk gedaan heeft en de boodschap overgekomen is. Met name als participatie draait om informeren (zie participatieladder) is het van groot belang te peilen of de informatie juist overgekomen is. 22
Participatie als standaard item toevoegen aan college- en raadsvoorstellen: Het onderwerp 'participatie' wordt als standaard onderdeel toegevoegd aan een college- en raadsvoorstel. Dit zorgt ervoor dat bij het opstellen van voorstellen participatie altijd geduid moet worden. Vliegende start: Participatie vraagt nogal wat van de ambtelijke organisatie, maar ook van de raad en het college. Er wordt een basis gelegd ten aanzien van kennis en vaardigheden om beter in staat te komende participatieprocessen vorm te geven, deel te nemen of te beoordelen. En we gaan met pilots aan de slag.
23
(Mogelijke) vervolgstappen Aanstellen van een participatiedeskundige: Door het aanstellen van een interne of externe (tijdelijke) participatiedeskundige wordt het overzicht op uitvoering en kwaliteit van participatie op één plek belegd. Daarbij kan hij of zij ook het 'participatiegezicht' vormen voor zowel interne als externe betrokkenen. Hierbij moet goed bewaakt worden dat niet alleen deze persoon maar de hele organisatie 'eigenaar' is en blijft van participatie. Meten hoe we het doen: Door jaarlijks een onderzoek te laten doen onder het bewonerspanel (via het Onderzoekscentrum Drechtsteden (OCD)) krijgen we in beeld hoe inwoners naar de kwaliteit van participatietrajecten kijken en krijgen we voeling met hoe deze kwaliteit in de samenleving beoordeeld wordt. Ook hier kan lering uit getrokken worden. Sprekende voorbeelden, ook voor raad & college: Kennis over participatie wordt voortdurend op peil gehouden door kennis te delen en waar nodig deskundigen voor de klas te zetten. Dit geldt niet alleen voor het ambtelijk apparaat, maar indien gewenst ook voor de raad en het college. Ambassadeurs: door oog te hebben voor talent wordt zichtbaar wie binnen de organisatie met veel gevoel en resultaat aan de slag gaat met participatie. Deze personen kunnen ambassadeurs zijn voor zowel collega's als de samenleving en inspireren tot nog betere resultaten.
24
Toolbox Aan dit plan is een toolbox gekoppeld. Deze is bedoeld als verzameling van instrumenten (van procesbeschrijving tot concrete werkvormen en informatiebronnen) die helpen om participatie vorm te geven. In dit plan staat beschreven welke belang en positie het heeft. Echter, juist omdat het gaat om maatwerk is de manier waarop participatie vorm krijgt, niet vast te leggen in dit plan. De manier waarop participatie vorm moet krijgen, of de stappen die hiervoor nodig zijn, worden wel beschreven én krijgen een plek in het participatieplan. De toolbox is hierbij een dynamisch hulpmiddel. Dynamisch omdat deze toolbox in de komende jaren (stevig) zal worden uitgebreid. Niet alleen omdat we als organisatie leren en nieuwe ervaringen toevoegen, maar ook door alert te zijn op ontwikkelingen om ons heen. En zo ook te leren van wat er elders gebeurt. De toolbox is opgebouwd uit: Over participatie: een lijst met documenten (of andere bronnen) die een visie geven op Participatie Participatie & proces: een lijst van concrete procesbeschrijvingen, flyers, handvesten etc. die zowel binnen als buiten de organisatie als leidraad gebruikt kunnen worden om Participatie vorm te geven. Werkvormen: werkvormen voor specifieke manieren waarop participatie vorm gegeven kan worden.
Deskundigheid: een verzameling van professionals (organisaties, personen, etc.) die inzetbaar zijn om deskundigheid te vergroten of participatie (mede) vorm te geven. Inspiratie: inspirerende voorbeelden van elders. Eigen ervaringen: verzameling van eigen ervaringen binnen de gemeente Hardinxveld-Giessendam die als basis kunnen dienen voor volgende participatieprocessen Communicatiemiddelen: vormen van communicatie die ingezet kunnen worden ten behoeve van Participatie.
25
Financiële kaders Als onderdeel van het college- en raadsprogramma is sinds 2021 jaarlijks € 15.000,- structureel beschikbaar voor participatie. Om participatie als logisch en standaard onderdeel van projecten en ontwikkelingen te maken, moeten we investeren in kennis, kunde en inzet. Het budget van €15.000,is beperkt ten aanzien van het leertraject dat we gaan starten. In de eerstvolgende moment van de P&C-cyclus zullen we hierop terugkomen. Naast het algemene procesbudget zal in projecten en processen rekening gehouden moeten worden met budget voor participatie als structureel onderdeel van het project. Genoemde € 15.000,- wordt jaarlijks strategisch ingezet op (grote) trajecten waar niet alleen het belang van participatie groot is maar bovendien voldoende financiering ontbreekt en verwacht wordt veel lering te kunnen trekken uit het participatietraject. Daarnaast is in de begroting 2022-2025 een budget gereserveerd van € 100.000,00 voor het vorm geven van Participatie bij Ruimtelijke projecten. Beide bedragen kunnen gezien worden als startmotor voor het (leren) vormgeven van Participatie en lopen vooruit op het waar nodig structureel toekennen van budget voor participatie aan projecten of ontwikkelingen.
26