CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Oplegger bij Notitie delegatie, adviesrecht en participatieplicht.pdf

Gemeenteraad (De Ontmoeting) GHG 13 januari 2022, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 3: Implementatie Omgevingswet1.187 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oplegger bij Notitie delegatie, adviesrecht en participatieplicht Inleiding Het college biedt u hierbij aan de "Notitie delegatie, adviesrecht en participatieplicht" ter voorbereiding op De Ontmoeting van 13 januari 2022. Deze notitie gaat in op een drietal instrumenten die worden geïntroduceerd met de invoering van de Omgevingswet.

Omgevingswet een omvangrijke verandering De Omgevingswet is de grootste wetswijziging sinds de invoering van de Grondwet. Maar liefst 26 wetten (en meer dan honderd AMvB’s en ministeriële regelingen) op het gebied van ruimte, wonen, milieu, natuur, water en infrastructuur worden erin samengevoegd. Er komt daarmee één integrale wet op het gebied van de fysieke leefomgeving die alle bestaande wetten op dat gebied vervangt.

Veranderopgave in 3 fasen Voor deze veranderopgave wordt relatief veel tijd uitgetrokken. Deze veranderopgave wordt grofweg in 3 fasen onderscheiden, waarin fase 2 en 3 parallel aan elkaar lopen: 

Fase 1: voorbereidingsfase tot inwerkingtreding op 1 juli 2022. Op 1 juli 2022 moet de gemeente voor veel zaken meteen klaar staan. Daarvoor heeft de VNG een overzicht gemaakt van 27 ‘Minimale acties Omgevingswet voor gemeenten’. Fase 2: transitiefase van medio 2022-2029. De gemeente krijgt tot 1 januari 2030 de tijd om een volledig omgevingsplan op te bouwen. Hoe de gemeente dit aan wil pakken, mag ze zelf bepalen. De enige eis is dat de gemeente moet zorgen dat het plan voor 1 januari 2030 compleet is. Tot 1 januari 2024 heeft de gemeente de gelegenheid om een omgevingsvisie vast te stellen. Fase 3: gedurende de transitiefase een continue cyclus doorlopen. Er wordt gemonitord en geëvalueerd. Ervaringen opdoen en leren staan centraal en fouten maken mag. Deze periode is bedoeld om steeds scherper te krijgen hoe rollen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden het beste kunnen worden ingericht. Met als hoofddoel om in een samenwerking van organisatie (ambtelijk en bestuurlijk) met de samenleving de Omgevingswet zo goed als mogelijk te laten werken voor inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisatie en instellingen.

Rolverdeling college en raad: nu, straks (per 1 juli 2022) en later In de basis verandert de komst van de Omgevingswet de verhouding tussen de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders niet. De gemeenteraad houdt met het bestaande raadsinstrumentarium gedurende het beleids- en besluitvormingsproces zicht op het geheel vanuit de kaderstellende rol en de controlerende rol. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering. Voorbereid zijn vanuit de insteek "as is" In aanloop naar 1 juli 2022 stelt het college de "as is" benadering voor. Dat houdt in dat we zoveel als mogelijk de beleidsinsteek zoals we die nu kennen onder de Wro (Wet ruimtelijke ordening) en de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) continueren onder de Omgevingswet. En ook de daaraan gerelateerde rolverdeling tussen college en raad wordt daarmee doorgezet.

Zekere voor het onzekere Soms is beleidsneutrale omzetting (“as is”) niet mogelijk. De Omgevingswet roept namelijk ook nieuwe bevoegdheden in het leven. Voor nieuwe bevoegdheden stelt het college voor om ‘het zekere voor het onzekere’ te nemen. Dat betekent: liever te veel betrokkenheid van de raad (bij bindend adviesrecht) en het publiek (bij participatie) dan te weinig. Dat betekent dat de raad en het publiek in de beginfase nagenoeg bij alle initiatieven die afwijken van de bestaande kaders betrokken zullen worden. In aansluiting op fase 3 van de veranderopgave stelt het college voor in het eerste jaar te monitoren hoe dit verloopt. En na een jaar (of eerder, als daar behoefte aan is) evalueren we in een dialoog met uw raad de keuzes. Wanneer uit de evaluatie blijkt dat de mate van betrokkenheid door uw raad en het publiek anders moet of kan, dan kan wat we nu afspreken worden aangepast. Hoe wil je als gemeente sturen? Van de zomer zijn de eerste stappen gezet in het bouwen aan het goede bestuurlijke gesprek met respect voor elkaars rol. Hierin vindt het college een goede basis om met elkaar (college en raad) gedurende de transitiefase (fasen 2 en 3) de Omgevingswet steeds meer vorm en inhoud te geven. In de verdere uitbouw van het bestuurlijk gesprek is er wat het college betreft ook aandacht voor de sturingsfilosofie van de gemeente (hoe wil je als gemeente sturen?).

Van waaruit we antwoord kunnen geven op vragen als: wil de gemeente streng sturen met veel vergunningplichten? Of wil de gemeente juist meer loslaten, met veel vergunningvrije mogelijkheden? En: is dat binnen het hele grondgebied hetzelfde, of wordt per wijk of gebied verschil aangebracht? Ontwikkelingen makkelijker toestaan, regeldruk verminderen In de cyclus van evalueren en leren en in het bestuurlijk dialoog gaat specifieke aandacht uit naar het verminderen van regeldruk. Hiermee wil het college recht doen aan de door de raad aangenomen motie Versnelling lokale woningbouw. Met de Omgevingswet wordt het wettelijk kader voor verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving vereenvoudigd. Maar dat betekent niet dat het voor de gemeente zelf eenvoudiger wordt. De Omgevingswet zorgt er namelijk ook voor dat regels die nu in het hele land nog hetzelfde zijn, straks per gemeente kunnen worden gewijzigd. Die regels komen met inwerkingtreding van de Omgevingswet automatisch in het omgevingsplan terecht (bruidsschat). Het is de bedoeling dat de transitieperiode wordt gebruikt om die regels op maat te maken voor de eigen gemeente. Welke afwegingsruimte past bij de ambities van onze gemeente vergt nader onderzoek. Hierover moet het gesprek worden gevoerd tussen college en raad, maar ook met de samenleving.

Het college stelt daarnaast voor om de woningbouwontwikkelaars expliciet bij dit gesprek te betrekken.

Monitoring en evaluatie Na invoering van de Omgevingswet stelt het college dus voor gedurende het eerste jaar ervaringen op te doen vanuit de insteek zoals voorgesteld in de notitie. Daarnaast stelt het college voor om het gesprek met partners te faciliteren om ook hun ervaringen op te halen. Zo onderzoeken we hoe deze beleidsneutrale insteek en bijpassende rolverdeling tussen college en raad uitwerken in de praktijk. Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet gaan we met elkaar ontdekken wat het werkelijk betekent om te werken met de Omgevingswet. We gaan er daarbij vanuit dat we fouten gaan maken. En dat fouten maken mag, omdat we daar juist van kunnen leren.

Op deze manier zorgen we ervoor dat we enerzijds klaar staan voor de invoering van de Omgevingswet per 1 juli en anderzijds dat wij het jaar opvolgend goed benutten voor het gesprek over hoe de instrumenten van de Omgevingswet in te passen, passende bij de gewenste dienstverlening aan de samenleving met inbegrip van de specifieke opgave om versnelling van de lokale woningbouwopgave mogelijk te maken.

Tot slot Zoals u zult zien, is de notitie omvangrijk. Dat heeft een goede reden: de onderwerpen zijn nieuw en vrij complex. Om het voorstel goed te begrijpen, is het noodzakelijk om de belangrijkste hoofdlijnen van delegatie, participatie en bindend adviesrecht te doorgronden. Die hoofdlijnen worden in deze notitie uitgelegd. Om het document goed behapbaar te maken, is er een leeswijzer opgenomen. Hier ziet u per onderwerp de samenvatting van het advies en een verwijzing naar waar de onderbouwing voor het advies te vinden is. Wilt u in 1 overzicht zien hoe instrumenten en bevoegdheden er uitzien onder de Omgevingswet en hoe dat zich verhoudt onder de huidige wetgeving, dan verwijzen wij u naar bijlage 1 Was-wordt lijst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/638/documents/20724