CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording zienswijzen De Rokerij.pdf

Gemeenteraad GHG 21 januari 2021, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 7: Bestemmingsplan 'De Rokerij' - Raadsvoorstel19.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Daaraan wordt volgens het worden geplaatst binnen de bestaande structuren/linten en niet in de veenweidepolders". Aanvullend wordt t.a.v. de naastgelegen bestaande lintbebouwingen gesteld dat: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. Verder dient het lint herkenbaar te blijven als bebouwingsvorm en dient op gepaste afstand te worden gebouwd van het lint. c. Halverwege pag. 7 wordt de conclusie getrokken dat "geen nieuwe bebouwing in een veenweide polder wordt gebouwd, en dat het naastgelegen lint intact blijft en dat daarop zoveel mogelijk wordt aangesloten". Deze conclusie is volgens indiener aantoonbaar onjuist, omdat er ten eerste met het volbouwen van het plangebied (op pag dijken (definitie van een polder), dus juist wel in een veenweide polder wordt gebouwd. Ten tweede wordt met de nieuwe bebouwing (haaks op het lint) juist niet aangesloten op de bestaande lintbebouwing, maar verstoort deze en doet er afbreuk aan. Hiermee luidt de conclusie dat er dus niet aan de eisen van de kwaliteitskaart t.a.v. Veenweidepolders wordt voldaan. d.

Halverwege pag 7 wordt een opsomming van relevante richtpunten voor de laag volgende aspecten relevant: structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. De hoogte van de bebouwing is gezien de ligging van de locatie en bestaande hoogte in de omgeving legitiem. Het pand wordt ingepast in de bestaande stedenbouwkundige structuur Vervolgens w

Pagina 19 van 41

onderbouwing van de legitimiteit van de hoogbouw zou moeten bieden. Dit beeldkwaliteitsplan wordt volgens indiener niet beschreven in het bestemmingsplan noch in de bijlagen. Onderbouwing van de legitimiteit van de hoogbouw ontbreekt dus in het ontwerpbestemmingsplan. e. Onderaan pag. 8 wordt vervolgens geconcludeerd dat de ontwikkeling van de Rokerij past binnen het provinciale beleid. Indiener vindt het overduidelijk dat het plan in haar huidige vorm echter op alle punten in strijd is met de hiervoor opgesomde eisen en uitgangspunten, en daarmee dient de conclusie dus te zijn dat het plan niet voldoet aan het provinciale beleid en daarmee afgewezen dient te worden. Hieronder volgt de reactie van de gemeente: Ad. 1 De alternatieven waar indiener over spreekt zijn op een later moment ingebracht. Naar aanloop van het huidige plan zijn diverse scenario s voorgelegd aan de klankbordgroep, waaronder de keuze voor drie torens ten opzichte van een langer gerekt gebouw. Daarnaast waren alle onderzoeken aangaande geluid, verkeer, stedenbouwkundige invulling, watercompensatie allemaal al afgerond. Dit had ook te maken met het grote aantal randvoorwaarden waar het plan aan moet voldoen (geluidnormen etc.). Bij de ontwikkeling van plan de Rokerij zijn de omwonenden van de buurt uitgebreid gehoord en geïnformeerd via de klankbordgroep. Dit betrof diverse overleggen in 2017 en 2018.

Hierbij zijn diverse varianten gepresenteerd door de ontwikkelaar en gemeente. In het verslag van de klankbordgroep van 12 juni 2018, lezen we dan Arie Blokland een concept tekening van de ontsluiting aan de westzijde presenteert. Hierop reageerden de klankbordleden positief en gaven aan dat zij zich n.a.v. voorgaand overleg gehoord voelden. In het klankbordoverleg van 28 november is het nieuwe concept SPvE gepresenteerd. Dit is het huidige ontwerp waarbij de inbreng van de klankbordgroep waar mogelijk is verwerkt. Door de klankbordgroep is op 17 mei 2018 aangegeven dat ze de bouwvorm niet vinden matchen binnen de gemeente Hardinxveld-Giessendam en dat ze bij de grondgebonden woningen graag een meer traditionele bouw zien, afgestemd op de huidige bebouwing. De ontwerpen zijn hier vervolgens op aangepast. De alternatieve ontwerpen waar over wordt gesproken zijn intern besproken er is gekeken of zaken uit deze ontwerpen meegenomen konden worden in het ontwerp. Echter voldeden deze ontwerpen op meerdere tuinen van de woningen aan de westzijde geluidbelast. In een ander scenario ontbrak het doorzicht vanaf de Buurt naar de dijk. De ontwikkelaar heeft dus niet voor deze alternatieven gekomen omdat deze niet realistisch aansloten bij de randvoorwaarden. De gemeente is hierin een toetsend orgaan, we toetsen de plannen die de ontwikkelaar indient.

In het overzicht van de klankbordsessies (bijlage 1 bij deze nota) is te zien dat de klankbordgroep bij de stedenbouwkundig planvorming betrokken is geweest, en dat wensen en of opmerkingen zijn verwerkt in de plannen. Daarnaast is de klankbordgroep ook in het ontwikkelingsproces betrokken en is mede op hun inbreng de ruimtelijke ontwikkeling en het ontwerp van de woningen is aangepast. Daarnaast wordt verwezen naar het gemeentelijk beleid rond burgerparticipatie. De werkbijlage is hier geen onderdeel van. Dit stuk verwijst naar het huidige collegeprogramma en dan naar het stuk over de implementatie van de Omgevingswet. Een participatiebeleid maakt deel uit van de Omgevingsvisie die zoals het er nu naar uit ziet op 01-01-2022 wettelijk verplicht wordt voor gemeenten. Dus dit moet nog worden opgesteld en daarom kan de gemeente nog niet voldoen aan Pagina 20 van 41

dit opgestelde doel. De gemeente wijkt dus niet af van het beleid rondom burgerparticipatie. Er hebben verschillende momenten plaatsgevonden waarop de klankbordgroep om advies is gevraagd. Uit de verslagen van deze momenten blijkt dat er grotendeels positief werd gereageerd. De aandachtspunten uit deze sessies zijn meegenomen in de uitwerking van het plan. Daarnaast blijkt uit een aantal verslagen van de overleggen met de klankbordgroepen dat er duidelijk is aangegeven dat de verkeerscommissie een adviesorgaan betreft. College en de gemeenteraad hebben de mogelijkheid om van het advies van de commissie af te wijken. Het advies is echter wel meegenomen in de uiteindelijke planvorming. Ad. 2 De maatschappelijke uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan heeft te maken met de wettelijke verplichtingen, zoals het betrekken van de gebruikelijke vooroverlegpartners en het faciliteren van een inspraakprocedure. Dit is naar ons inziens voldoende gebeurd. De aanpassingen die volgden uit de sessies met de klankbordgroep zijn destijds positief ontvangen. Ad. 3 Zoals hiervoor al uitgelegd, zijn wij van mening dat er voldoende momenten zijn gefaciliteerd waarbij omwonenden en de projectontwikkelaar met elkaar in gesprek hebben kunnen gaan. Ad.

4 De constatering van indiener dat er enkel behoefte is aan de groei van de woningvoorraad in het goedkopere segment is naar ons inziens wat te kort door de bocht. In de nota wordt beschreven dat er relatief veel huishoudens met een hoog inkomen in een sociale huurwoning wonen. Een aanzienlijk deel van de sociale huurwoningen (56%) wordt dus bewoond door huishoudens met een te hoog inkomen en dat door een gebrek aan doorstroming slechts weinig woningen vrijkomen. Deze ter dan in de regio en in heel Nederland. De gemeente streeft er naar om grote schommelingen in het aantal woningen te voorkomen en een gelijkmatig bouwprogramma te realiseren. Op dit moment zijn er voor hen vanwege een gebrek aan doorstroming onvoldoende betaalbare huuren koopwoningen voor jongeren. Om meer jongeren en middeninkomens aan onze gemeente te binden willen we voorzien in de woonbehoefte van deze groep door ervoor te zorgen dat het aanbod duurdere huurwoningen en goedkopere koopwoningen wordt vergroot. Dit kan alleen door ook vergroten door gevarieerde nieuwbouw: klein én groot, goedkoop én duur, meergezins én eengezins, huur én koop. Hiermee wordt ook de hogere-inkomensgroep bediend. Met de huidige woningvraag en de doelstelling om de doorstroming op gang te brengen zijn wij dan ook niet bezorgd dat de woningen onverkoopbaar blijken of ten prooi vallen aan speculanten.

De rijen hoekwoningen zijn opgebouwd uit verschillende prijscategorieën, van goedkoop tot middelduur. De twee-onder-één-kap en vrijstaande woningen liggen in de prijscategorie duur. De appartementen variëren van middelduur tot duur. Deze variatie in typering en prijsklasse sluit aan bij hetgeen we willen bereiken, voldoende keuzemogelijkheden voor alle huishoudens en een doorstroming in de woningmarkt. Ad. 5 Het zou kunnen dat de WOZ-waarde van de bestaande woningen in de Buurt als gevolg van de ontwikkeling stijgt. Dit is op dit moment echter nog niet te voorspellen. Mocht dit het geval zijn, is dit echter niet in strijd met hetgeen wat hierboven beschreven wordt. Er worden dan alsnog genoeg Pagina 21 van 41

keuzemogelijkheden geboden. Voor indiener kan het enkel voordelig uitvallen wanneer de woning in waarde stijgt. Ad. 6 Zie punt 4 en 5. Ad. 7 Over het voorkomen van schade door bouwwerkzaamheden en bouwverkeer worden in de bouwfase nadere afspraken gemaakt tussen de gemeente en de ontwikkelaar. Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften verbonden worden ter bescherming van de omgeving, zoals dat er een nulmeting van omliggende bebouwing moet worden gedaan en dat de ontwikkelaar afdoende verzekerd is voor het geval door de bouwwerkzaamheden schade wordt veroorzaakt. Door de ontwikkelaar is dit in de klankbordgroep-sessies in 2018 reeds toegezegd. Dit is echter geen formeel onderdeel van de bestemmingsplanprocedure. Ad. 8 Indien bewoners nadelige gevolgen ondervinden kunnen zij een planschadeclaim (planschadeverzoek) indienen bij de gemeente. Ad. 9 De maximale bouwhoogte voor de grondgebonden woningen en appartementen verschilt van elkaar. Dit is opgenomen op de verbeelding. De bouwhoogte van 11 meter geldt enkel wanneer er geen maximale bouwhoogte op de verbeelding aangegeven staat. Dit geldt dus enkel voor de grondgebonden woningen. Dit zullen we verduidelijken door een maximale goot- en nokhoogte te vermelden in het bestemmingsplan. Ad.

10 Het gebied tussen de Rivierdijk en de Buurt (verder: De Rokerij) staat in diverse, opeenvolgende beleidsstukken van de gemeente Hardinxveld-Giessendam consequent benoemd als locatie die aantrekkelijk is om te wonen, maar nu nog is bestemd als gebied voor (mogelijk milieuhinderlijke) bedrijven. Het is aangeduid als herstructureringsgebied, ofwel een locatie waar een andere functie en inrichting gewenst is. Uitgangspunt voor de herstructurering is een verandering van bestemming voor bedrijven naar wonen. Het bijzondere van de locatie is, dat de ontwikkeling kansen biedt om de zwakke relatie van de kern met de Merwede ter verbeteren. Terugkijkend in de tijd was de rivierdijk (de huidige Buurt) tot rond 1960 een dijk met een kerende functie en lintbebouwing langs de Merwede. Met het inpolderen van delen van de uiterwaarden voor de realisatie van buitendijks gelegen bedrijvengebieden en scheepswerven is de relatie met de rivier steeds meer onder druk komen te staan. Bij de noodzakelijke aanpassing aan de waterkeringen in 1998 is de Rivierdijk verlegd naar de zuidwestrand van de locatie waardoor het gebied tussen de Rivierdijk en de Buurt binnendijks is komen te liggen. Het werd een bedrijfslocatie in privaat eigendom en de relatie tussen (de bebouwing van) De Buurt en (het contact met) de rivier ging daarmee grotendeels verloren.

Door de herstructurering van de binnendijkse locatie van bedrijven naar woningbouw, zijn er kansen om opnieuw een relatie met de rivier te leggen. Het bestemmingsplan voor De Rokerij ligt in het verlengde van bovengenoemde intenties en kaders vanuit beleid. Het volgt op een reeks van ontwerpstappen en (tussentijdse) plandocumenten waarin de ruimtelijke opzet van het plan uitvoerig is onderzocht. Conclusie van deze studies is onder meer dat een woningbouwprogramma van 60 woningen - gelijk verdeeld in 30 grondgebonden woningen en 30 appartementen passend is op de locatie.

Pagina 22 van 41

Bij de ruimtelijke opzet van het woningbouwplan zijn de condities van de omgeving en de inbedding in de context bepalend. De hogere bebouwing van appartementen verhoudt zich het best tot de schaal en maat van de rivier en een goede oriëntatie op het zuiden en het water, vandaar dat deze aan de zuidrand van de locatie zijn gepositioneerd. De lagere bebouwing van grondgebonden woningen sluit juist beter aan op de bestaande (dijk)bebouwing van de Buurt, waardoor deze in het binnengebied van het plan zijn geplaatst. Ten aanzien van de situering, vormgeving en bouwhoogten van de appartementen aan de zuidzijde van het plan zijn verschillende varianten onderzocht. Tijdens een oriënterende inloopavond in november 2017 zijn onder meer aan de hand van een maquette twee varianten gepresenteerd aan omwonenden. Een variant met drie vrijstaande volumes met afwisselende bouwhoogten (smaller en hoger; 1) en een variant in een meer aaneengesloten bebouwingswand met aflopende bouwhoogten (breder en lager; 2). De meningen van omwonenden over de voor- en nadelen van deze varianten waren sterk verdeeld en (uiteraard) ook afhankelijk van de plek waar bewoners grenzen aan het plan. Mensen die meer aan de noordzijde van het gebied wonen neigden over het algemeen naar een voorkeur voor variant 1, terwijl mensen die meer aan de oostzijde van het gebied wonen neigden naar variant 2.

Vanaf de oriënterende inloopavond is het plan in een aantal stappen aangepast, onder meer door input vanuit de dialoog met omwonenden (klankbordgroep). Met name wat betreft de verkeersstructuur, de ruimtelijke opzet van het binnengebied en de appartementen zijn structurele aanpassingen gemaakt. Ten aanzien van de appartementen is de variant met drie smalle gebouwen met verschillende hoogten (gebaseerd op 2 woningen per laag) nader uitgewerkt, omdat hiermee de (zicht-)relaties tussen het binnengebied, de Rivierdijk en het water (en vice versa) meest ruim kunnen zijn. Om de (zicht-)relaties verder te optimaliseren staan de gebouwen iets gedraaid ten opzichte van elkaar, zodat ze ongeveer haaks op de wegas van de Rivierdijk staan. De bouwhoogtes van de drie gebouwen variëren, waarbij het middengebouw het hoogste is en de gebouwen aan de flanken lager zijn. De bouwhoogte van het meest westelijke appartementengebouw is het laagste, vanwege de belemmeringen (geluidbelasting) van de haven. Deze nadere uitwerking van het plan is vervolgens vertaald naar een Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) dat als basis dient voor het bestemmingsplan. In het SPvE is de positie van de drie appartementengebouwen aan de zuidzijde van het plan vastgelegd met bijbehorende bouwhoogten.

Het principe daarvan is, dat de gebouwen worden uitgewerkt met maximaal 4 woonlagen met een kap aan de westflank, via maximaal 6 woonlagen met kap in het midden naar maximaal 5 woonlagen met een kap aan de oostflank van het gebied boven de parkeerlaag die zich op het niveau van het maaiveld van het plan bevindt. Eveneens is in het SPvE bepaald dat de uiteindelijk te realiseren ruimtelijke kwaliteit van de uitwerking door middel van supervisie wordt geborgd. In het verlengde van de streefbeelden voor architectuur en openbare ruimte wordt het plan nader uitgewerkt. Voor de kapvorm van de appartementen wordt de goot aan de lage zijde. Om het maximale aantal lagen, zoals vermeld in het SPvE, te garanderen zijn aangepaste goot- en bouwhoogtes opgenomen in het vastgestelde plan. Ad. 11 Het klopt dat slechts de helft van het plangebied op dit moment de bestemming industrie heeft. Deze teksten zullen worden gecorrigeerd in het bestemmingsplan. Dat er een kwaliteitsverbetering plaatsvindt klopt echter wel. In het vigerende bestemmingsplan is circa 7.500 m2 als industrie bestemd. In de nieuwe situatie komt hier circa 6.000 m2 woonbestemming voor terug. Deze woonbestemming is ook bedoeld voor tuinen etc. en zal dus niet volledig bebouwd worden. Het aantal m2 groen is in de toekomstige situatie gelijk aan het vigerende bestemmingsplan. Daarnaast zal ten Pagina 23 van 41

opzichte van het ontwerpbestemmingsplan de toekomstige wadi bestemd wordt ontwerpbestemmingsplan. Ad. 12 Zoals onder de punten 9 en 10 reeds uitgelegd voldoet de hoogbouw aan de regels in het bestemmingsplan. Om het maximale aantal lagen, zoals vermeld in het SPvE, te garanderen zijn aangepaste goot- en bouwhoogtes opgenomen in het vastgestelde plan. Ad. 13 In de kwaliteitskaarten van de provincie Zuid-Holland is het plangebied in de laag van de cultuur- en van de provincie (zie de lichtgroene tint op de kaart hieronder).

Het plangebied is echter geen origineel veenweidegebied. Het gebied is gelegen aan de rivier en is in het (verdere) verleden reeds ingericht en opgehoogd. De Buurt is de oude waterkering en het gebied van de Rokerij stond in open verbinding met de rivier en had een grondwaterpeil dat zich aanpaste aan de waterstand in de rivier. Er zijn grondwaterpeilmetingen gedaan. Voor de woningbouw wordt het te ontwikkelen gebied opgehoogd en voorzien van een drainage systeem om te voorkomen dat de grondwaterstand te hoog kan worden in een natte periode. Ook op de randen met bestaande kavels worden voorzieningen getroffen om verhoogde grondwaterstanden te voorkomen. Oxidatie van veen is in dit gebied niet aan de orde, omdat er sprake is van andere grondsoorten. In het waterhuishoudkundig plan is het te ontwerpen afwateringssysteem omschreven. Dit voorkomt wateren grondwateroverlast op de bestaande percelen. Dit waterhuishoudkundig plan is toegevoegd als bijlage bij de toelichting. De gevolgen van ophoging en bouwactiviteiten op de stabiliteit van bestaande woningen wordt in beeld gebracht bij de verdere uitwerking van het plan.

Pagina 24 van 41

Ad. 14 In de huidige situatie liggen de leidingen al in particuliere grond. De gemeente heeft geen eigendommen in het gebied tussen de twee dijken. Voor het mogen hebben en onderhouden van leidingen in particuliere grond is een zakelijk recht overeenkomst gevestigd. Dit verandert niet door de ontwikkeling van het plan. Zoals nu uitgewerkt wordt deze zone waarin kabels en leidingen aanwezig zijn met een minimale breedte van 3500 mm aan gemeente overgedragen. Hierdoor is onderhoud en bereikbaarheid gegarandeerd. Ad. 15 op eigen terrein, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Er is geen maximaal aantal m2 verharding opgenomen. In principe mocht het terrein in de huidige situatie dus volledig worden bestraat en is het niet verplicht om de bomen te behouden. De bomen binnen het plangebied hebben daarnaast geen beschermde status en de meeste bomen hebben een matige toekomstverwachting, van 5 tot 10 jaar. de ontsluiting wordt gecompenseerd. Het aantal m2 groen is zowel in de vigerende als toekomstige situatie circa 3.200 m2. Begin 2020 heeft er echter noodkap plaatsgevonden als gevolg van twee hevige stormen. Aan de hand van de situatie na de noodkap heeft er een actualiserend ecologisch onderzoek plaatsgevonden.

Door de ontwikkelaar is aan de omwonenden aangeboden mee te denken over de groene invulling/ het plaatsen van bomen rondom het plangebied en de bestaande percelen. Hier is slechts door een enkeling op gereageerd. Momenteel wordt het groenplan verder uitgewerkt. Dit is geen onderdeel van dit bestemmingsplan. Ad. 16 Er zijn diverse onderzoeken uitgevoerd om de milieuhygiënische kwaliteit van de grond te bepalen. Hieruit blijkt dat er inderdaad vervuilde stoffen aanwezig zijn in de grond. De maatregelen die nodig zijn worden beschreven in een saneringsplan. Het saneringsplan is ingediend bij het bevoegd gezag, in dit geval de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Zodra dit is goedgekeurd is dit voor een ieder inzichtelijk. p basis waarvan een ontwikkeling in ruimtelijk opzicht wordt mogelijk gemaakt. Want: als het bestemmingsplan eenmaal is vastgesteld, kan een ontwikkeling nog niet zomaar worden gerealiseerd. Daarvoor zijn nog verschillende toestemmingen en procedures nodig op grond van afzonderlijke wetgeving. Afhankelijk van de complexiteit van de locatie en de ontwikkeling zijn dat veel of weinig extra toestemmingen en procedures. Officieel komt de wijze van saneren pas aan bod bij de omgevingsvergunning voor bouwen en aanleg en is dus geen onderdeel van deze bestemmingsplanprocedure.

Van de gemeente wordt op grond van de wet verwacht dat zij er voor zorgt dat het bestemmingsplan voorbereid en gemotiveerde keuzes in worden gemaakt, die hun basis vinden in (gemeentelijk, provinciaal en Rijks-) beleid.

Pagina 25 van 41

De onderzoeken, waarop de keuzes zijn gebaseerd, zijn inmiddels allen afgerond en staan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg. De toelichting op het bestemmingsplan bevat de verantwoording van deze keuzes. Ad. 17 gezonde en aantrekkelijke leefomgeving één van de richtinggevende ambities zijn. Voor de bewoners t/m de buurt 26 is de bouw volgens indiener echter een duidelijke verslechtering van de ambitie "aantrekkelijke leefomgeving". a. natuurlijk vrij te interpreteren. We zijn van mening dat de ontwikkeling een kwaliteitsimpuls betekent voor het gebied, hier profiteren de bestaande woningen ook van. b. Het plangebied is in de provinciale kwaliteitskaarten, waaronder de laag van de cultuur- en natuurlandschappen waarover indiener spreekt, onder andere aangeduid als behouden in zijn huidige vorm en blijft dus ook onderscheidend en herkenbaar. In het SPvE wordt beschreven dat het plan zich dient te verhouden tot de kleinschalige dijkwoningen aan de Buurt en de grotere schaal van de rivier. Aan het waterfront zijn dan ook de losse bouwvolumes met appartementen met weids uitzicht over de Merwede gesitueerd. Centraal in het plangebied is een alzijdig bouwblok met grondgebonden woningen voorzien. En aansluitend op De Buurt zijn grondgebonden woningen in een lossere verkaveling voorzien.

Hiermee ontstaat een opbouw in volumes en dichtheid van het dijklint van De Buurt naar de rivier. Deze opzet biedt ruimte voor zichtlijnen vanuit De Buurt en het plangebied richting de rivier. De ontwikkeling is volgens ons dan ook niet in strijd met het provinciale beleid. c. Het plangebied kan niet (meer) beschreven worden als herkenbare veenweidepolder. De aanwezige bedrijfsbebouwing heeft de herkenbaarheid van het plangebied als polder al teniet gedaan. Door de ruime opzet van de verkaveling en het realiseren van groen plus waterberging in de vorm van een wadi wordt de oorspronkelijke polder meer herkenbaar dan in de vigerende situatie het geval is. d. In het SPvE zijn in hoofdstuk 3 duidelijke richtingen wat betreft de beeldkwaliteit opgenomen, zowel voor de architectuur als voor de openbare ruimte. Een verwijzing naar deze paragraaf wordt naar aanleiding van deze zienswijze toegevoegd aan de toelichting van het bestemmingsplan. e. Het is ons niet duidelijk met welk gemeentelijk en/ of provinciaal beleid de ontwikkeling volgens indiener in strijd is. In de structuurvisie wordt het plangebied benoemd als locatie waar revitalisering van/transformatie naar woningbouw kan plaatsvinden. Zowel in punt b als in de toelichting van het bestemmingsplan wordt beschreven dat de ontwikkeling volgens ons tevens past binnen het provinciale beleid.

Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. De onduidelijkheid met betrekking tot de hoogte wordt verduidelijkt een maximale goot- en nokhoogte te vermelden in het bestemmingsplan (op de verbeelding). Daarnaast zal ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan te verharden aantal m2 af ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Het waterhuishoudkundig plan is toegevoegd als bijlage bij de toelichting. Een actualiserend en nader bodemonderzoek is tevens toegevoegd als bijlage bij de toelichting.

Pagina 26 van 41

D) Indiener 4 Op 6 oktober jl. is een zienswijze ingediend door indiener 4. Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en de beantwoording daarop. Volgens indiener houdt het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende rekening met de bedrijfsbelangen van de scheepswerf aan de Havenstraat. Als zorgvuldig handelende overheid - en conform de vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State dient de gemeente volgens indiener rekening te houden met de aanwezigheid en bestendigheid van aldaar reeds gevestigde bedrijven en een representatieve uitbreiding van die bedrijvigheid overeenkomstig de maximale planologische mogelijkheden. Op de wijze waarop thans het bestemmingsplan voorligt is indiener van mening dat aan deze belangen te kort wordt gedaan. De volgende punten worden daarbij aangehaald: 1. Tot de toelichting van het ontwerp plan behoort een rapportage akoestisch onderzoek van Voortman Ingenieurs. Uit dit onderzoek blijkt, dat geen rekening is gehouden met de scheepswerf optredende maximale geluidsniveaus. 2. In de planregels is vastgelegd dat er alleen nieuwe geluidgevoelige objecten toelaatbaar zijn op het moment dat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden van de Wet geluidhinder, dan wel aan de waarden uit een besluit hogere waarden.

Echter uit genoemde rapport akoestisch onderzoek blijkt dat het de bedoeling is om de naar de scheepswerf gekeerde gevel van het dichtste bij de scheepswerf te realiseren appartementencomplex uit te voeren als een zogenaamde dove gevel. Op grond van artikel 1b lid 4 van de Wet geluidhinder dient een dergelijke dove gevel een zodanige geluidwering te bieden tegen de feitelijk optredende geluidbelasting dat het voorgeschreven binnen niveau wordt behaald. Door enkel rekening te houden met de thans bestaande feitelijke situatie en daarin niet de mogelijk zijnde toekomstige ontwikkelingen te betrekken, wordt niet dan wel onvoldoende rekening gehouden met de redelijke toekomstmogelijkheden voor de scheepswerf, het gebruik van het terrein en het gebruik van het bedrijventerrein in het algemeen. Hoe meer mogelijkheden het bedrijventerrein heeft, des te aantrekkelijker is het vestigingsklimaat. Zulks komt alle bedrijven voor nu en in de toekomst ten goede. 3. In het akoestische rapport wordt verder aangegeven dat bij de betrokken appartementen geluidluwe buitenruimten zullen worden gecreëerd door toepassing van doorgetrokken gevels ('oortjes').

In het ontwerp hogere waardenbesluit zijn echter geen voorschriften opgenomen strekkende tot het daadwerkelijk realiseren van deze doorgetrokken gevels, dan wel vergelijkbare voorzieningen waarmee de ambities van het hogere waardenbeleid kunnen worden verzekerd. De vraag is of de Wet geluidhinder sowieso voldoende basis biedt om dergelijke voorschriften aan een hogere waardenbesluit te verbinden. Feit blijft dat voorschriften met een dergelijke strekking evenmin zijn opgenomen in het ontwerp bestemmingsplan. Op deze wijze ontbreekt volgens indiener derhalve iedere garantie dat bedoelde geluidluwe gevels en buitenruimten daadwerkelijk worden gerealiseerd en aanwezig zullen blijven. Dat is hoe dan ook in strijd met het hogere waarden beleid en een goede ruimtelijke ordening. 4. Het verzoek om hogere waarden gaat in op de appartementen per bouwlaag en niet zozeer op de gevels van deze appartementen (zo lijkt het in bijlage 6 alsof uitsluitend om hogere waarden wordt verzocht voor de zuidgevel, terwijl de gepresenteerde waarde de hoogst berekende waarden per bouwlaag zijn, hier is geen onderscheid gemaakt voor de gevels). Dit is een onjuist uitgangspunt, nu hogere waarden de gevelbelasting betreffen. Gelet op het hogere waardenbesluit worden er thans per te bouwen woongebouw hogere waarden verleend. Dit is volgens indiener onjuist.

Er is sprake van hogere waarden op specifieke gevels en geveldelen van een te bouwen woongebouw. Daarom zal enerzijds sprake zal zijn van toepassing van dove gevels op het westelijk appartementencomplex (waarvoor dus Pagina 27 van 41

geen hogere waarde dient te gelden) en anderzijds dient overeenkomstig het hogere waardenbeleid sprake te zijn van geluidluwe gevels. Door integraal een hogere waarde toe te kennen, wordt afbreuk gedaan aan het beleid ten aanzien van geluidluwe gevels en wordt als gevolg daarvan de geluidsproductie van het bedrijf en daarmee de uitbreidingsmogelijkheden beperkt. Zulks is in strijd met de normen van zorgvuldige besluitvorming en - zoals reeds aangegeven - strijdig met vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hogere waardenbesluit dient volgens indiener derhalve meer specifiek te worden geformuleerd en wel op dusdanige wijze dat de bedrijfsbelangen blijven gewaarborgd. 5. Vanwege de specifieke aard van de werkzaamheden van scheepswerf dienen tal van de bedrijfsactiviteiten bij de scheepswerf in de buitenlucht te worden uitgevoerd. In perioden van duisternis wordt gebruik gemaakt van (mobiele) verlichting om de werkzaamheden bij te lichten. Verder is sprake van lasactiviteiten op het buitenterrein die een zelfstandige lichtbron vormen. In de huidige situatie is in het plangebied sprake van een woning in één bouwlaag met kap. Door het tussengelegen dijklichaam ondervindt deze woning geen lichthinder van de activiteiten.

Echter in de thans voorgestelde nieuwe situatie zal in principe sprake zijn van bebouwing in 2 woonlagen met kap voor wat betreft de grondgebonden woningen en 6 woonlagen (19 meter) voor wat betreft de appartementen. In deze situatie zal kortom wel degelijk sprake kunnen zijn van een risico op lichthinder voor de omgeving. Dit aspect is volgens indiener ten onrechte niet in de voorbereiding van het te wijzigen bestemmingsplan meegenomen. 6. Indiener is dan ook van mening dat bij de voorbereiding van dit te wijzigen bestemmingsplan is verzuimd voldoende kennis omtrent de relevante feiten en af te wegen te vergaren, waardoor het thans voorliggende ontwerp in strijd is met hetgeen in artikel 3:2 Awb is bepaald. Dientengevolge zijn ook de belangen van indiener onvoldoende in de afwegingen ter zake het ontwerp bestemmingsplan meegenomen. Indiener verzoekt dan ook om in voornoemde zin rekening te houden met de gerechtvaardigde bedrijfsbelangen zoals omschreven en het ontwerp bestemmingsplan dienovereenkomstig aan te passen. Hieronder volgt de reactie van de gemeente: Ad. 1 Wat betreft de maximale geluidsniveaus: Op een gezoneerd industrieterrein worden maximale geluidniveaus op de zonecontour niet getoetst en derhalve niet onderzocht. Voor een individueel bedrijf gelegen op het gezoneerd industrieterrein kan het maximale geluidniveau wel van belang zijn.

Dit is mondeling toegelicht op een bespreking op 27 november 2020 met indiener en diens akoestisch adviseur en de adviseur van de projectontwikkelaar. De maximale geluidniveaus van de relevante bronnen zullen nader onderzocht worden om te beoordelen in hoeverre de nieuwbouw een belemmerende invloed heeft ten opzichte van de huidige woonbebouwing Ad. 2/3 Het optredende binnenniveau is vastgelegd in het bouwbesluit en hieraan wordt voldaan. De gevel direct gelegen aan de zijde industrie is als een zogenaamde dove gevel uitgevoerd. De benodigde geluidwering is derhalve 21 dB terwijl een geluidwering van minimaal 23 dB (25 dB kan ook met balansventilatie) gerealiseerd gaat worden door de projectontwikkelaar. (Normaliter wordt Pagina 28 van 41

de geluidwering van de gevel al berekend op basis van de gecumuleerde geluidbelasting door wegverkeer en industrielawaai (van 60 dB)) Door de beschikbare geluidruimte op de geluidzone niet helemaal op te vullen maar in overleg met de omgevingsdienst OZHZ 1 dB werkruimte te realiseren is op voorhand voldoende rekening gehouden met mogelijke toekomstige ontwikkelingen op het bedrijventerrein. In het bestemmingsplan wordt opgenomen waar dove gevels moeten worden toegepast. Ad. 4 Dove gevels worden niet getoetst aan grenswaarden. De zuidgevel is daarom het hoogst geluidbelast ten aanzien van wegverkeerslawaai en industrielawaai. Indiener suggereert dat het integraal toekennen van hogere waarden afbreuk doet aan het beleid. Echter is de volgende passage in het beleid opgenomen: " Voor iedere woning moet een hogere waarde verzoek worden opgesteld. Als het hogere waarde verzoek meerdere woningen betreft, kan met één verzoek worden volstaan maar zal het aantal woningen moeten worden vermeld." De veronderstelling van indiener is dus onjuist. Het hogere waardenbesluit hoeft dus ook niet aangepast te worden. In de bouwkundige voorzieningen wordt wel rekening gehouden met de optredende geluidbelasting op de dove gevel zodat een goed woon- en leefklimaat in de woning gegarandeerd wordt.

Bouwkundig is het plan zo uitgeëngineerd dat er een 2 (of 4 dB) hogere geluidwering is ontworpen dan strikt genomen noodzakelijk is. Ad. 5 Lichthinder als gevolg van laswerkzaamheden zal in de toekomst net zo intens zijn als op dit moment richting de huidige woningen aan de Buurt. Tevens zijn alle werkzaamheden die buiten uitgevoerd worden te vallen onder de huidige milieuvergunningen en zijn hierin geborgd. Ad. 6 Er heeft inmiddels overleg met indiener plaatsgevonden. Dit wordt verder gecontinueerd en er wordt bij de aanpassingen die volgen uit dit overleg rekening gehouden met de (bedrijfs)belangen van indiener. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan wordt opgenomen waar dove gevels moeten worden toegepast. Het hogere waardenbesluit is toegevoegd als bijlage bij de toelichting.

Pagina 29 van 41

E) Indiener 5 Op 6 oktober jl. is een zienswijze ingediend door indiener 5. Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en de beantwoording daarop. Indiener is van mening dat het bestemmingsplan voorziet in drastische wijzigingen van de leefomgeving, welke onaanvaardbaar zijn. Indiener haalt hierbij de volgende punten aan: 1. In het ontwerp is aansluitend aan het erf van indiener twee bouwvlakken voorzien waar tweeaaneen gebouwde woningen zijn toegestaan. Er geldt een maximale bouwhoogte van 10 meter. Echter gezien het feit dat het plangebied op een ontwerphoogte van NAP +3,5 meter wordt gebracht is de daadwerkelijke hoogte 10,5 tot 11 meter t.o.v. het peil van het erf. Hiermee wordt er dus aansluitend aan het erf een gebouw mogelijk van 11 meter hoogte wat een forse ingreep voor de leefomgeving betekend. Het hoogteverschil heeft tot gevolg dat er op het erf van indiener kweldruk ontstaat waarmee schade aan roerende en onroerende goederen ontstaat. Tevens is het niet uit te sluiten dat hiermee schade aan de fundering ontstaat alsook door trillingen bij het heien en vrachtverkeer. 2. Voor de bouwkavels is het noodzakelijk de bomen, struiken en andere begroeiing in het plangebied te verwijderen, hetgeen volgens indiener enkele maanden geleden al is uitgevoerd.

Dit heeft tot het onomkeerbare gevolg dat het leefgebied van de voorkomende vogels en vleermuizen ernstig is aangetast hetgeen in strijd is met de wet natuurbescherming. In de destijds ingediende inspraakreactie hebben heeft indiener hiernaar verwezen. Desondanks heeft de gemeente toestemming gegeven om de bomen te kappen terwijl de beoordeling/reactie op de inspraakreacties nog ontbrak. Dit riekt naar een ernstige vorm van onbehoorlijk bestuur dan wel laat blijken dat inwoners/belanghebbenden niet serieus genomen worden. Dit wordt ook bevestigd door de subjectieve houding van de gemeente o.a. door de samenwerkingsovereenkomst reeds te ondertekenen voordat een definitief bestemmingsplan gereed is. 3. Circa 7.000 m2 van het plangebied was begroeid met bomen, struiken en ander groen. Kenmerkend hiervan was de aaneengesloten en compacte vorm van het groen. Het voorontwerp voorziet weliswaar in een beperkte compensatie van het groen, echter betreft dit volgens indiener een zeer beperkte oppervlakte en smalle strook groen. Het is voor indiener onbegrijpelijk dat de huidige bestemming 'tuin' omgevormd kan worden naar woonbestemmingen. Een deugdelijke motivering en belangen afweging hiervoor ontbreekt. 4. Het voorontwerp leidt tot een toename van de verkeersbewegingen in de Buurt. Een indicatieve toename is circa 160 verkeersbewegingen per etmaal.

De verkeersbewegingen vinden met name plaats als aankomende verkeersbeweging hetgeen betekent dat voornamelijk in de middag de verkeersbewegingen optreden. Het verkeersonderzoek schetst volgens indiener het beeld dat het initiatief geen invloed heeft op de verkeersafwikkeling. Dit wordt echter sterk betwijfeld aangezien de toename in de verkeersbewegingen met name in middag plaats vindt. Tevens blijkt uit het onderzoek dat de verkeersveiligheid verslechtert wat de kans op meer ongevallen en slachtoffers vergroot. 5. Met de toename aan geluid verslechtert volgens indiener de leefkwaliteit in de omgeving waarmee gezondheidseffecten niet uit te sluiten zijn. 6. De genoemde schade en de beperking van het uitzicht en de leefomgeving leiden volgens indiener tot een forse inbreuk op het welzijn, hetgeen onherstelbaar is. 7. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt gesteld dat er sprake is van gemengd gebied. Een gemengd gebied wordt gedefinieerd als een gebied met matige tot sterke functiemenging. Er is weliswaar nu planologisch sprake van de bestemming wonen, bedrijf en gemengd. In de toekomst is het plangebied enkel voorzien van de bestemming wonen waarmee er volgens indienergeen sprake is functiemenging zoals bedoeld in de VNG milieuzonering.

De gehele omgeving van 'De Buurt' is voorzien van de bestemming 'gemengd' waarbij de volgende functieaanduidingen zijn opgenomen: bedrijf, detailhandel en dienstverlening. Op Pagina 30 van 41

basis van de begripsbepaling en de regels betreffende deze functieaanduidingen is duidelijk dat er sprake is van alleen bedrijfsmatige functies en daarmee een gebied met enkel bedrijfsbestemmingen en een gebied met enkel woonbestemmingen. Het is dan volgens indiener niet mogelijk te stellen dat er sprake is van functiemenging en daarmee van een 'gemengd gebied'. Indiener verwijst hierbij naar de uitspraak van 17-01-2018, ECLl:NL:RVS:2018:117. 8. Daarnaast is het volgens indiener op basis van het ontwerpbestemmingsplan artikel 5.2.2. mogelijk om een uitbouw te realiseren van 1 meter diep. Op basis van artikel 12.1 lid a kunnen maten 15% vergroot worden en op basis van artikel 13.1 kunnen bestemmingsgrenzen met 5 meter verplaatst worden. Hiermee is het mogelijk om de bebouwing op 9 meter van de erfgrens te realiseren. De richtafstanden volgens de VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is. In onderhavige situatie betekend dit dat de afstand in het ontwerp bestemmingsplan 15 meter bedraagt welke zoals eerder beschreven in het ontwerpbestemmingsplan kan worden verkleind naar 9 meter.

Hiermee wordt niet voldaan aan de VNG milieuzonering waarbij voor categorie 2 een afstand van 30 meter geldt voor het aspect geluid. De bedrijfsactiviteiten van indiener worden met het voorliggende plan onmogelijk gemaakt. 9. Met indiener is met de huidige eigenaar afgesproken dat de groenzone tussen de erfgrens en de nieuw te realiseren woningen wordt voorzien van hoge begroeiing/bomen. Het ontwerp bestemmingsplan is niet voorzien van een voorwaardelijke verplichting dan wel inrichtingsplan waaruit dit blijkt. Afspraken worden op deze wijze niet nagekomen. Indiener verzoekt dit concreet te laten uitwerken door een nader aan te wijze onafhankelijke deskundige zodat er een concreet inrichtingsplan voor de groenzone aanwezig is. Hiermee kan de ernstige aantasting van de privacy enigszins worden beperkt. 10. Indiener verzoekt om de plannen te heroverwegen waarbij het bestaande groen en het uitzicht behouden blijft. Hieronder volgt de reactie van de gemeente: Ad. 1 Over het voorkomen van schade door bouwwerkzaamheden en bouwverkeer worden in de bouwfase nadere afspraken gemaakt tussen de gemeente en de ontwikkelaar.

Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften verbonden worden ter bescherming van de omgeving, zoals dat er een nulmeting van omliggende bebouwing moet worden gedaan en dat de ontwikkelaar afdoende verzekerd is voor het geval door de bouwwerkzaamheden schade wordt veroorzaakt. Door de ontwikkelaar is dit in de klankbordgroep-sessies in 2018 reeds toegezegd. Dit is echter geen formeel onderdeel van de bestemmingsplanprocedure. In het waterhuishoudkundig plan worden voorzieningen opgenomen om te voorkomen dat er wateroverlast of grondwateroverlast ontstaat ten gevolge van de ontwikkeling de Rokerij. In het plangebied wordt voorzien in een drainage systeem om het grondwaterpeil te reguleren. Van kwel is sprake als de druk van het grondwater zodanig is dat het boven maaiveld uitkomt. Dit gebeurt niet door de aanleg van de Rokerij. Binnendijks kan dit voor komen als de watervoerende laag (op ca 11 m diepte) een opening heeft naar het maaiveld. Omdat de waterstand in de rivier hoger is dan het maaiveld in de polder kan er dan water aan de oppervlakte komen. Dat zou op kunnen treden Pagina 31 van 41

bij extreem hoog water in de rivier. De normale waterstand in de rivier is (veel) lager dan het maaiveld in het plangebied de Rokerij. Ad. 2 De bomen, struiken en andere begroeiing zijn gelegen binnen het gebied dat best parkeren op eigen terrein, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Er is geen maximaal aantal m2 verharding opgenomen. In principe mocht het terrein in de huidige situatie dus volledig worden bestraat en is het niet verplicht om de bomen te behouden. De bomen binnen het plangebied hebben daarnaast geen beschermde status en de meeste bomen hebben een matige toekomstverwachting, van 5 tot 10 jaar. In de toelichting van het bestemmingsplan zijn twee ecologische onderzoeken opgenomen. Het eerste onderzoek betreft een vervolgonderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen. Hierin wordt inderdaad geconcludeerd dat een ontheffing voor het verwijderen van de bomen, struiken en andere begroeiing noodzakelijk is. Begin 2020 heeft er echter noodkap plaatsgevonden als gevolg van twee hevige stormen. Aan de hand van de situatie na de noodkap heeft er een actualiserend onderzoek plaatsgevonden. Voor de overige delen en elementen van het plangebied blijven de onderzoeken, rapportage, conclusie en aanbevelingen uit de eerdere quickscans en het vleermuisonderzoek ongewijzigd.

plaatse van de ontsluiting wordt gecompenseerd. Het aantal m2 groen is zowel in de vigerende als toekomstige situatie circa 3.200 m2. Daarnaast zal ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan de toekomstige Waterbergin aantal m2 af ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Door de ontwikkelaar is aan de omwonenden aangeboden mee te denken over de groene invulling/ het plaatsen van bomen rondom het plangebied en de bestaande percelen. Hier is slechts door een enkeling op gereageerd. Momenteel wordt het groenplan verder uitgewerkt. Dit is geen onderdeel van dit bestemmingsplan. Het ondertekenen van de samenwerkingsovereenkomst is een privaatrechtelijke aangelegenheid en staat los van dit bestemmingsplan. Ad. 3 Zie punt 2. Ad. 4 De door de indiener genoemde toename van het verkeer op de Buurt is gebaseerd op het oorspronkelijke plan met een aansluiting voor het verkeer op de Buurt voor de 30 grondgebonden woningen en een eigen inrit naar de Rivierdijk voor de appartementen. Dit ontwerp is aangepast op de wijze zoals nu op de verbeelding is weergegeven, namelijk: een volwaardige nieuwe aansluiting op de Rivierdijk en een tweede aansluiting vanaf de Buurt met éénrichtingverkeer voor auto's. Dit model is doorgerekend. Daaruit blijkt dat er geen toename van verkeer verwacht wordt op de Buurt voor wat betreft het deel tussen de Kon.

Wilhelminalaan en de toerit naar de Buurt, maar wel een afname van het verkeer op het deel van de Buurt tussen de nieuwe toerit en de Rivierdijk. In genoemde berekening is de Kerkstoep meegenomen. De veronderstelling van de indiener blijkt niet uit het model. Pagina 32 van 41

De door de indiener genoemde toename wordt in het verkeersrapport toelaatbaar geacht en zou geen invloed hebben op de goede verkeersafwikkeling op de Buurt.

(Verkeersonderzoek, Het Verkeershuis, 8 april 2018) Door de wijziging van het plan is er geen sprake meer van een toename van 160 mvt/etmaal en is er zeker geen sprake van een negatieve invloed op de verkeersveiligheid van de Buurt. Eerder is toegezegd dat na realisatie van het plan De Rokerij de verkeerssituatie gemonitord zal worden. Een jaar na oplevering van alle woningen (of indien nodig langer) zal een evaluatie opgesteld worden aan de hand van de monitoring van de verkeerssituatie. Indien uit de monitoring blijkt dat er ongewenste situaties zijn ontstaan of zich voordoen met betrekking tot de verkeersveiligheid, dan zullen daar, voor zover mogelijk, aanvullende maatregelen voor genomen worden. Eerder zijn er 2 mogelijke oplossingen genoemd: het plaatsen van een wegneembaar paaltje vanaf De Buurt naar De Rokerij en het instellen van 1-richtingsverkeer voor gemotoriseerd verkeer vanaf De Buurt naar de kerk. Na de monitoring zal pas definitief bekeken kunnen worden of er maatregelen genomen moeten worden, en zo ja welke maatregel het meest passend is. Ad. 5 Uit de plattegrond blijkt dat alle grondgebonden woningen beschikken over geluidluwe gevels en geluidluwe buitenruimten. In verband met de geluidbelasting ten gevolge van industrielawaai worden delen van de appartementen de leefkwaliteit gewaarborgd. Ad.

6 Uit jurisprudentie blijkt dat woningeigenaren geen recht hebben op blijvend uitzicht. Indien bewoners toch nadelige gevolgen ondervinden of vinden dat de waarde van hun woning wordt aangepast, kunnen zij een planschadeclaim (planschadeverzoek) indienen bij de gemeente om tegemoetkoming in de waardevermindering van de woning te verzoeken. Ad. 7 Indiener gaat in de zienswijze in op een uitspraak van de Raad van State. Er wordt daarin gesproken (nieuwe) plan is te zien dat het daar inderdaad om een echte kern met vrijwel uitsluitend woningen gaat. Die situatie is dus zeker niet vergelijkbaar. De lijn van de afdeling is dat er breder moet worden gekeken dan alleen het plangebied. Bij andere uitspraken (ECLI:NL:RVS:2016:541 en ECLI:NL:RVS:2015:588) is de afdeling tot het oordeel gekomen dat er sprake is van gemengd gebied. In die laatste staat: 4.5. Het plan voorziet in de bouw van zorgwoningen van maximaal 7,5 m hoogte. Onder zorgwoning moet volgens de planregels worden verstaan een woning die gekoppeld is aan een zorgfunctie ten behoeve van de bewoner(s) met een zekere zorgbehoefte. Gelet hierop heeft de raad zich terecht op het standpunt gesteld dat de ontwikkeling in het plangebied wat betreft de ruimtelijke gevolgen onder de categorie "Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven" van de VNG-brochure kan worden geschaard.

Wat betreft het omgevingstype is van belang dat in de plantoelichting een lijst staat van elf adressen in de omgeving van het plangebied waar bedrijvigheid van milieucategorie 2 of hoger is toegestaan. Anders dan [appellant sub 2] en [appellant sub 1] stellen, heeft de raad het omgevingstype Pagina 33 van 41

niet alleen op basis van de aangrenzende percelen hoeven te bepalen. De raad heeft de omgeving van het plangebied dan ook terecht aangemerkt als gemengd gebied als bedoeld in de VNG-brochure. Gelet hierop wordt wat betreft het aspect geluidhinder voldaan aan de richtafstanden die in de VNG-brochure voor een ontwikkeling als voorzien in het plangebied worden aanbevolen. Bij de Rokerij zit er direct ten noorden van het plangebied inderdaad een gemengde bestemming. Direct ten westen van het plan ligt echter ook het gezoneerd industrieterrein Langs de Merwede en ligt het plan ook binnen de zone waardoor sprake is van een verhoogde geluidbelasting wat ook een argument is voor een gemengd gebied. Verder grenst het plangebied aan de Rivierdijk (verkeersbestemming met doorgaand verkeer) en ligt daar direct achter de rivier. Tot slot bevinden zich in de omgeving van het plangebied aan de noordzijde nog enkele bedrijfsbestemmingen en een maatschappelijke bestemming. Naar ons inziens is in dit plan dus zeker sprake van een gemengd gebied. Ad. 8 Uit de regelgeving waar indiener naar verwijst blijkt inderdaad dat er enkele afwijkingen en wijzigingen mogelijk zijn in het bestemmingsplan.

Hier staat echter de voorwaarde tegenover dat de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad en dat het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad. Hiermee is indiener ervan verzekerd dat bij eventuele afwijkingen of wijzigingen de bedrijfsactiviteiten van indiener niet worden geschaad. Ad. 9 Door de ontwikkelaar is aan de omwonenden aangeboden mee te denken over de groene invulling/ het plaatsen van bomen rondom het plangebied en de bestaande percelen. Hier is slechts door een enkeling op gereageerd. Momenteel wordt het groenplan verder uitgewerkt. De ontwikkelaar gaat hierover graag verder in gesprek met indiener. Dit staat los van het bestemmingsplan. Ad. 10 De plannen zijn meerdere malen heroverwogen en hieruit is gebleken dat de huidige opzet het beste aansluit bij de randvoorwaarden (zoals bijvoorbeeld geluidnormen) en de omgeving. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. De waterhuishoudkundige beschrijving is aangepast in de toelichting en het waterhuishoudkundig plan is opgenomen als bijlage bij de toelichting.

Pagina 34 van 41

F) Indiener 6 Op 6 oktober jl. is een zienswijze ingediend door indiener 6. Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en de beantwoording daarop. Indiener verzoekt om de eerder gemaakte inspraakreactie onderdeel te laten uitmaken van deze zienswijze en als herhaald en ingelast te beschouwen. Daarnaast worden de volgende punten aangehaald: 1. Indiener vreest nadelige gevolgen van de hoogbouw door inkijk en verlies van uitzicht. 2. De huidige waterhuishouding is volgens indiener reeds problematisch, als gevolg van de aanleg van de huidige Rivierdijk in 1998. Ook toen werd aangegeven dat negatieve gevolgen in de toekomst zouden worden opgelost. Na 22 jaar geeft indiener aan dat dit niet het geval is. Indiener vreest vervelende gevolgen, omdat zelfs het Waterschap vragen stelt over hoe de toekomstige waterhuishouding zal worden vormgegeven. 3. Tuinen en huizen die grenzen aan het bouwgebied worden volgens indiener aangepast. Het perceel van indiener, wat hier niet aan grenst, komt dan in een put te liggen. De kelder van indiener is nu al een probleem, en zal daardoor continu grondwater bevatten. Een klacht hierover bij het Waterschap resulteerde in de reactie; binnenshuis eigen verantwoording. Het plan van de Rokerij ziet indiener daarom als een probleem, omdat indiener op dit gebied hinder zal ondervinden en geen recht van spreken meer zal hebben. 4.

Indiener vreest verder hinder te ondervinden van het huidige plan omdat de ontsluiting van de huizen aan de Rivierdijk zal worden aangepast en er geen toegang tot de openbare weg meer zal zijn per fiets of auto. Hierdoor is elke reisbeweging weer aangewezen op het overpad dat over het terrein van indiener loopt. Geen van de bewoners vindt dit wenselijk. 5. Verder wil indiener aangeven dat de huidige verkeerssituatie op De Buurt reden tot zorg is, en is indiener van mening zijn dat dit erger zal worden wanneer het verkeer van De Rokerij hier bij zal komen. Wanneer indiener in de voorgaande fase hierover zorg uitspraken werd geantwoord dat deze verkeerssituatie niet onder het plan van De Rokerij viel, en om die reden geen invloed op het plan kon hebben. Tot de verbazing van indiener leest deze in de nota van inspraak dat er ontlasting van het kruispunt Rivierdijk / De Buurt zal ontstaan. Het lijkt indiener tegenstrijdig om een verzoek af te doen maar vervolgens wel dezelfde verkeerssituatie in eigen redenatie als argument te gebruiken. Ondanks alle onderzoeken en redenatie blijft indiener in de veronderstelling dat het plan van De Rokerij een negatief gevolg zal hebben op de verkeerssituatie en de veiligheid op De Buurt. 6. Indiener wil aangeven dat alle (bouw) schade en gevolgen voor de bestaande woningen van dit plan, zullen worden gemonitord in het plangebied.

In het huidige plan is de stippellijn aangepast en loopt deze niet meer over De Buurt. Hierdoor valt de woning van indiener mogelijk niet meer onder het zogenaamde plangebied, terwijl die dat eerst wel deed omdat de stippellijn over De Buurt liep. Indiener heeft hierop geen reactie gekregen in de nota van inspraak. In de nota van inspraak is aangegeven dat de huizen tussen de twee dijken vallen onder het plangebied. Het is indiener niet duidelijk wat er wordt verstaan onder plangebied, en of de woning van indiener hierin meegenomen blijft worden. Wanneer dit niet het geval is heeft indiener zeker bezwaar tegen het voorliggende bestemmingsplan, omdat er dan geen nulmeting van de woning zal plaatsvinden, geen vergoeding van eventuele schade door werkzaamheden zal zijn of rekening zal worden gehouden met de waterhuishouding. Hieronder volgt de reactie van de gemeente: Ad.1 Uit jurisprudentie blijkt dat woningeigenaren geen recht hebben op blijvend uitzicht. indienen bij de gemeente om tegemoetkoming in de waardevermindering van de woning te verzoeken. Tevens zijn op verzoek van indiener in de klankbordgroep geen balkons op de zijgevels gesitueerd. Pagina 35 van 41

Ad. 2 De woning van de indiener bevindt zich op een plaats waar een separate voorziening aanwezig is in beheer van het waterschap voor het beheren van het grondwater. De overige punten worden beschreven in het aangepaste waterhuishoudkundig plan, dat is bijgevoegd als bijlage bij de toelichting. Dit plan is afgestemd met het waterschap en het ontwerp voorziet erin dat er geen negatieve gevolgen zijn voor de afwatering van de bestaande percelen. Ad. 3 Zie punt 2. Ad. 4 Het recht van overpad is een private aangelegenheid en staat los van het plan. Ad. 5 De door de indiener genoemde toename van het verkeer op de Buurt is gebaseerd op het oorspronkelijke plan met een aansluiting voor het verkeer op de Buurt voor de 30 grondgebonden woningen en een eigen inrit naar de Rivierdijk voor de appartementen. Dit ontwerp is aangepast op de wijze zoals nu op de verbeelding is weergegeven, namelijk: een volwaardige nieuwe aansluiting op de Rivierdijk en een tweede aansluiting vanaf de Buurt met éénrichtingverkeer voor auto's. Dit model is doorgerekend. Daaruit blijkt dat er geen toename van verkeer verwacht wordt op de Buurt voor wat betreft het deel tussen de Kon. Wilhelminalaan en de toerit naar de Buurt, maar wel een afname van het verkeer op het deel van de Buurt tussen de nieuwe toerit en de Rivierdijk.

De door de indiener genoemde toename wordt in het verkeersrapport toelaatbaar geacht en zou geen invloed hebben op de goede verkeersafwikkeling op de Buurt.

Door de wijziging van het plan is er geen sprake meer van toename van het verkeer en is er zeker geen sprake van een negatieve invloed op de verkeersveiligheid van de Buurt. Eerder is toegezegd dat na realisatie van het plan De Rokerij de verkeerssituatie gemonitord zal worden. Een jaar na oplevering van alle woningen (of indien nodig langer) zal een evaluatie opgesteld worden aan de hand van de monitoring van de verkeerssituatie. Indien uit de monitoring blijkt dat er ongewenste situaties zijn ontstaan of zich voordoen met betrekking tot de verkeersveiligheid, dan zullen daar, voor zover mogelijk, aanvullende maatregelen voor genomen worden. Eerder zijn er 2 mogelijke oplossingen genoemd: het plaatsen van een wegneembaar paaltje vanaf De Buurt naar De Rokerij en het instellen van 1-richtingsverkeer voor gemotoriseerd verkeer vanaf De Buurt naar de kerk. Na de monitoring zal pas definitief bekeken kunnen worden of er maatregelen genomen moeten worden, en zo ja welke maatregel het meest passend is. Ad. 6 Het plangebied betreft het gebied dat is aangeven op de verbeelding. De stippellijn waar indiener over spreekt vormt de plangrens, alles buiten deze grens blijft gehandhaafd en hier blijft het vigerende -Giessendam, bebouwd gebi van schade door bouwwerkzaamheden en bouwverkeer worden in de bouwfase nadere afspraken gemaakt tussen de gemeente en de ontwikkelaar.

Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften verbonden worden ter bescherming van de omgeving, zoals dat er een nulmeting van omliggende bebouwing moet worden gedaan en dat de ontwikkelaar afdoende verzekerd is voor het geval door Pagina 36 van 41

de bouwwerkzaamheden schade wordt veroorzaakt. Door de ontwikkelaar is dit in de klankbordgroepsessies in 2018 reeds toegezegd. Dit is echter geen formeel onderdeel van de bestemmingsplanprocedure. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. De waterhuishoudkundige beschrijving is aangepast in de toelichting en het waterhuishoudkundig plan is opgenomen als bijlage bij de toelichting.

Pagina 37 van 41

G) Indiener 7 Op 5 oktober jl. is een zienswijze ingediend door indiener 7. Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en de beantwoording daarop. Indiener heeft in een brief van 2 december 2019 diverse opmerkingen gemaakt op het voorontwerp om de waterbelangen op de juiste wijze te borgen in het ontwerp bestemmingsplan. Indiener heeft geconstateerd dat deze opmerkingen nog niet voldoende zijn verwerkt in het ontwerp bestemmingsplan. Op dit moment lopen er op ambtelijk niveau nog diverse gesprekken om de waterbelangen alsnog goed in het definitieve bestemmingsplan te krijgen. In het ambtelijke voortraject is uitgebreid gesproken over wat nodig is om de waterbelangen voldoende te borgen in het bestemmingsplan. De afspraak was dat er voorafgaand aan de publicatie van het ontwerp bestemmingsplan een sluitend waterhuishoudingsplan zou zijn dat instemming heeft van indiener. Naar nu blijkt is het ontwerp bestemmingsplan reeds ter inzage gelegd zonder een sluitend en akkoord bevonden waterhuishoudingsplan. Op dit moment wordt is het waterbelang volgens indiener onvoldoende geborgd en wordt niet voldaan rekening wordt gehouden met de gevolgen van de waterhuishouding is nodig. Gezien de complexiteit van het plan is er een waterhuishoudkundig plan nodig dat goedkeuring heeft van het waterschap.

Op verschillende punten is het plan volgens indiener in strijd met beleid en regelgeving van het waterschap, dan wel met de algemene zorgplicht voor het realiseren van een goed functionerend watersysteem: 1. Het plangebied valt volledig binnen de kernzone en de beschermingszones van de primaire waterkering. Binnen deze kernzone en beschermingszones gelden geboden en verboden voor bepaalde activiteiten, werkzaamheden en beheer. In het plan wordt hiermee onvoldoende rekening gehouden. In de plankaart is bijvoorbeeld niet de bestemming 'waterstaatwaterkering' opgenomen voor het gedeelte van het plangebied dat binnen de kernzone valt. In de bijlage zijn de modelregels voor de kernzone en beschermingszones van de primaire kering opgenomen. Indiener vraagt om de kernzone en beschermingszones van de primaire waterkering op de plankaart te bestemmen en voor de regels deze modelregels over te nemen. Tevens ziet indiener graag in de waterparagraaf een toelichting op hoe de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd kan worden binnen de beperkingen die het bouwen in de buurt van een primaire waterkering met zich meebrengt. 2. Vanwege de ligging van de voorgenomen ontwikkeling tussen twee dijken is een robuust ontworpen watersysteem van zeer groot belang. Klimaatontwikkelingen versterken deze noodzaak. In het plan is hier onvoldoende rekening mee gehouden.

Indiener geeft de volgende opmerkingen mee: Uit de berekeningen blijkt dat er gebruik wordt gemaakt van vuistregels. Er is geen maatwerkberekening gemaakt terwijl dit wel in de tekst staat aangegeven. In de afstemming tussen gemeente en waterschap is bovendien afgesproken dat het compenseren van demping van een C-watergang achterwege kan blijven, mits de maatwerkberekening onderdeel is van het vereiste waterhuishoudingsplan. Bij de bepaling van het verhard oppervlak nu en in de toekomst zijn verkeerde aannames gedaan. Zo wordt er voor halfverharding uitgegaan van een percentage van 0% verharding; hier moet echter worden uitgegaan van een percentage van 50% verharding. Het belang van de waterkering legt beperkingen op waardoor de benodigde berging - afhankelijk van de voorziene locatie - mogelijk niet gerealiseerd kan worden en uw plan derhalve niet uitvoerbaar kan zijn. Daarnaast zijn de geplande wadi's niet opgenomen in de plankaart en dus niet beschermd als waterberging. Pagina 38 van 41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/497/documents/15633