CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2023 - DEFINITIEF.pdf

Gemeenteraad GHG 4 juli 2024, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 8: Jaarrekening 2023 - Raadsvoorstel35.682 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

15 alinea's met “samenleving”: 100 135 146 147 175 240 276 329 330 331 336 338 354 378 1009

€

6.115.462

Totale lasten exclusief mutaties reserves

€

49.791.430 12,3%

Legesverordening Titel 1: Algemene dienstverlening: Titelblad 1 Hoofdstuk 1 Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid

Titelblad 1 Burgerlijke stand Hoofdstuk 2 38.140 Directe lasten 89.439 loonkosten 127.578 Saldo 50.346 Overheadopslag voor loonkosten 177.924 Totale lasten

Totale baten Kostendekkendheid

6.575

149.530 156.105 84.172 240.277

15.141 Totale baten

57.909

9% Kostendekkendheid

Titelblad 1 Hoofdstuk 3 Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten

Reisdocumenten

24%

Titelblad 1 Rijbewijzen

Hoofdstuk 4 27.446 Directe lasten 74.170 loonkosten 101.616 Saldo 41.751 Overheadopslag voor loonkosten 143.367 Totale lasten

Verstrekkingen uit basisregistratie 9.541

143.395 152.936 80.718 233.654

47.597 Totale baten

3.476

33% Kostendekkendheid

1%

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2023

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 04-07-2024 ...................

70

Titelblad 1 Hoofdstuk 9 Directe lasten naturalisatie loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten naturalisatie Totale baten Verklaring omtrent gedrag Kostendekkendheid

Titelblad 1 Overige publiekszaken Hoofdstuk11 1.847 Directe lasten 12.362 loonkosten 14.209 Saldo 6.958 Overheadopslag voor loonkosten 21.167 Totale lasten

Huisvestingswet 4.431

77.116 81.547 43.409 124.956

4.433 Totale baten

797

465 23% Kostendekkendheid

1%

Titelblad 1 Hoofdstuk 14 Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid

Markten 23.348

12.818 36.165 7.215 43.381 33.969 78%

Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Titelblad 1 Hoofdstuk 3 Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid

Omgevingsvergunningen 87.363

687.620 774.983 387.069 1.162.051 311.292 27%

Titel 3: Dienstverlening vallend onder Europese Richtlijn Titelblad 1 en 3 TB 1: hoofdstuk 16 TB 3: hoofdstuk 1 TB 3: hoofdstuk 2

TB 3: hoofdstuk 7 Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid Jaarstukken 2023

kansspelen horeca organiseren evenementen of markten niet benoemde vergunningen 7.102

277.395 284.497 156.149 440.646 4.155 1%

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 04-07-2024 ...................

71

Havengelden, begraafplaatsen, riolering en afval Havengelden Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten

Begraafplaatsen 17.619 Directe lasten

149.762

30.460 loonkosten 48.080 Saldo 17.146 Overheadopslag voor loonkosten 65.226 Totale lasten 27.337 Totale baten

Totale baten Kostendekkendheid

308.068 457.830 173.415 631.245 361.926

42% Kostendekkendheid

57%

Afval Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag Gecompenseerde BTW Totale lasten

2.411.529

Totale baten Kostendekkendheid

2.389.579

90.252 2.501.781 7.700 275.600

2.785.081

86%

Er is sprake van een tekort welke ten laste is gekomen van de algemene reserve. Per ultimo 2023 is daarmee de voorziening nihil., Riool Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag Gecompenseerde BTW Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid

520.964

341.345 862.309

148.926 690.226

1.701.461 1.622.108 95%

Saldo van + € 69.036 is toegevoegd aan de voorziening riolering. Rente riolering In de berekening van de kostendekkendheid van de riolering wordt rekening gehouden met een rentepercentage van 3% voor investeringen tot en met begrotingsjaar 2012. Investeringen vanaf begrotingsjaar 2013 zijn gebaseerd op de renteomslag. Dit wijkt af van de berekende renteomslag. In de nota financieringsvisie is vastgelegd dat investeringen in rioleringen volledig extern gefinancierd worden. Het rentepercentage riolering is dan ook gebaseerd op een gemiddelde van de rente van de langlopende schulden.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2023

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 04-07-2024 ...................

72

1.11 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen Deze paragraaf geeft inzicht in (mogelijke) risico’s voor de gemeente en de mate waarin deze risico’s kunnen worden opgevangen (weerstandscapaciteit). De relatie tussen de risico’s en de weerstandscapaciteit zegt iets over de financiële robuustheid van de gemeente Hardinxveld-Giessendam: het weerstandsvermogen. Beleid Bij raadsbesluit van 16 december 2021 is de Financieringsvisie vastgesteld. De nota reserves en voorzieningen is vastgesteld door de gemeenteraad op 16 december 2021. Deze nota geeft een overzicht van de reserves en voorzieningen, evenals richtlijnen hoe hiermee wordt omgegaan. Er is voor gekozen om geen afzonderlijke nota samen te stellen inzake het weerstandsvermogen en de risico’s. In deze paragraaf wordt hiervan een uiteenzetting gegeven. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om tegenvallers op te vangen. Het gaat hierbij om de ‘vrij besteedbare’ middelen, zoals de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves. Per 31 december 2023 bedraagt de weerstandscapaciteit: Bedragen x € 1.000

Weerstandscapaciteit exploitatie Onbenutte belastingcapaciteit - OZB Totaal onbenutte belastingcapaciteit Onvoorzien Weerstandscapaciteit exploitatie

p.m. 0 0 0

Weerstandscapaciteit vermogen Vrij aanwendbaar deel algemene reserve Vrij aanwendbaar deel reserve sociaal domein Stille reserves Weerstandscapaciteit vermogen Totale weerstandscapaciteit

4.389 1.449 p.m. 5.838 5.838

Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra structurele middelen die gegenereerd kunnen worden door de tarieven van de gemeentelijke belastingen te verhogen tot het wettelijk toegestane maximum. De onbenutte belastingcapaciteit ten aanzien van de onroerende zaakbelastingen is be-paald op basis van het verschil tussen onze OZB-percentages en het normpercentage-OZB voor toelating tot artikel 12 van de financiële verhoudingswet (Fvw). Het Rijk heeft met de VNG afgesproken dat vanaf 2020 een benchmark woonlasten wordt ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. Daarmee komt een einde aan het monitoren met de macronorm OZB. De onbenutte belastingcapaciteit voor de overige onderdelen (riool- en afvalstoffenheffing, leges en overige heffingen) is op nul gezet. Dit omdat bij de gemeentelijke belastingen en retributies zoveel mogelijk wordt gestreefd naar 100%-kostendekkendheid. Onvoorzien Ter dekking van onvoorziene begrotingsuitgaven in de loop van het jaar is in de begroting 2023 een bedrag opgenomen van € 25.000. Deze is in 2023 niet aangewend. VOOR WAARMERKINGS-

DOELEINDEN Jaarstukken 2023

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 04-07-2024 ...................

73

Algemene reserve De omvang van de algemene reserve (exclusief resultaatbestemming 2023) bedraagt € 11.209.435 per 31 december 2023. Dit bedrag is € 4.389.025 vrij aanwendbaar. Reserve Sociaal Domein Voor het sociaal domein is een aparte reserve gevormd. Deze wordt gezien als onderdeel van de weerstandscapaciteit. De achterliggende reden is dat in de bepaling van de risico’s het sociaal domein is betrokken. De omvang van de reserve sociaal domein (exclusief resultaatbestemming 2023) bedraagt € 1.448.874 per 31 december 2023. Stille reserves Om een reëel inzicht te hebben in de omvang van het eigen vermogen dienen ook stille reserves in beeld te worden gebracht. Deze reserves vormen immers één van de elementen waarmee tegenvallers bekostigd zouden kunnen worden. De gemeente heeft stille reserves wegens aandelenbezit Stedin en BNG welke zijn gewaardeerd tegen historische kostprijs. Ook de gemeentelijke eigendommen bevatten stille reserves die bij verkoop te gelde kunnen worden gemaakt. De stille reserves zijn PM geraamd omdat deze niet direct inzetbaar zijn voor weerstandscapaciteit. Risico-analyse De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen, dus waarvoor geen voorziening is gevormd of waarvoor geen verzekering is afgesloten. Organisatiebreed heeft een risico-inventarisatie plaatsgevonden.

Deze is als volgt opgebouwd: • Korte beschrijving van het risico • Het financiële effect / kans / risicobedrag Om tot een kwantificering van de risico’s te komen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Kans de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet is afhankelijk van meerdere factoren waaronder de frequentie. De frequentie alleen is op zich al moeilijk te bepalen. Om toch te komen tot een schaalverdeling is bij de risicoanalyse binnen de gemeente Hardinxveld-Giessendam gekozen voor drie categorieën, te weten: o Groot (80%); o Gemiddeld (50%); o Klein (20%). Impact De impact geeft de financiële invloed aan die een risico kan hebben op de gemeentelijke exploitatie. De percentages (standaardklassen) die worden gehanteerd zijn 1%, 5%, 10%, 25% en 50%. Daarbij heeft het kleinste percentage financieel gezien de minste impact, terwijl het grootste percentage juist een grote impact heeft. In onderstaande tabel geven we een overzicht van de risico’s, gevolgd door een korte beschrijving van elk risico. Risicomatrix Kans Program m a

Risico's

Im pact

Bedrag

Groot

Gem iddeld

Klein

80%

50%

20%

40.000

Totaal

4

PFOA

20%

250.000

6

Leerlingenvervoer

50%

325.000

81.000

81.000

8

Participatiew et (incl. inkomensvoorz.)

10%

3.613.000

181.000

181.000

9

WMO

10%

4.174.000

209.000

209.000

9

Jeugdw et

10%

5.455.000

273.000

273.000

11

Omgevingsw et

20%

493.997

49.000

Bedrijfsv

Eenmansposten

10%

10.361.580

518.000

518.000

Fin en dek

Algemene uitkering

5%

31.668.000

792.000

792.000

Fin en dek

Rentelasten

10%

472.000

24.000

Overigen

Overig (niet kw antificeerbaar)

24.000 1.000.000

40.000

Jaarstukken 2023

40.000

VOOR WAARMERKINGS0 3.118.000 DOELEINDEN

2.127.000

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 04-07-2024 ...................

74

PFOA De aanwezigheid van de PFOA in (water)bodem leidt tot meerkosten op projecten. In alle gevallen is bodemonderzoek nodig waarbij ook onderzocht wordt op PFOA. De afzetmogelijkheden van de grond bepalen hierna de omvang van de meerkosten. Problemen zijn er vooral als gesaneerd moet worden, waarbij er ook PFOA als bijvangst aangetroffen wordt. Daarnaast kan PFOA ook stagnatie(kosten) tot gevolg hebben. In de ramingen van de projecten wordt geanticipeerd op dit risico en daarom wordt het risico op budgetoverschrijding hoog geacht (80%) en impact op de ramingen in de begroting op beperkt (20%). Leerlingenvervoer Het leerlingenvervoer is een open einde regeling. Na jaren van stabilisatie in het speciaal onderwijs zien we nadrukkelijk een stijging optreden. De hoogste kosten betreft voornamelijk leerlingen die vanwege hun beperking of aandoening verder moeten reizen naar school. De situatie van de leerlingen vraagt daarom en er is geen dichterbij gelegen toegankelijke school. De post blijft daarom moeilijk te ramen. In 2023 hebben we gezien dat de kosten opeens kunnen stijgen door extra leerlingen naar verder weg gelegen bestemmingen omdat dichterbij geen toegankelijke school is. Momenteel zijn er twee grote effecten te zien op het budget leerlingenvervoer.

Dat betreft het aantal leerlingen waarvoor er een beroep wordt gedaan op de verordening (en met name de afstand waar de school staat). In de regio is er nu een tweede analyse gemaakt naar de vervoersbewegingen en er wordt bij de samenwerkingsverbanden gekeken of er in ons samenwerkingsgebied een aanpassing van het onderwijsaanbod zou moeten komen. Dit vloeit voort uit Passend onderwijs en de goede samenwerking in de regio met de samenwerkingsverbanden. Daarnaast is er een effect waar we geen invloed op hebben; prijsstijgingen. Aan de ene kant de stijgende kosten van het OV en daarnaast de NEA-indexering voor de taxibranche. Gelet op bovenstaande uiteenzetting wordt het risico op budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact op de ramingen in de begroting wordt op 50% ingeschat. Participatiewet De Participatiewet kenmerkt zich door een vast rijksbudget binnen de algemene uitkering. Dit is het participatiebudget dat onderdeel is van het sociaal domein. Naast het participatiebudget is er een specifieke uitkering die als inkomensdeel door het Rijk separaat wordt uitbetaald. Beide budgetten worden neutraal in de begroting opgenomen. Het toereikend zijn van het budget hebben wij niet geheel in eigen hand. Gemeenten hebben te maken met verlaagde inkomsten. Bovendien hebben we op het vlak van bestaanszekerheid te maken met onzekere tijden.

Oorlogen, inflatie en energieprijzen zijn onzekere invloeden. De kans dat mensen met een laag inkomen in de financiële problemen komen wordt hiermee vergroot. We houden deze ontwikkelingen en inschattingen van het CPB en het Rijk nauwlettend in de gaten. De SDD voert voor onze gemeente de Participatiewet uit. De bijdrage in de uitvoeringskosten van de SDD wordt middels vastgestelde verdeelsleutels bepaald. Het Rijk heeft ook in 2023 ingezet op koopkrachtbehoud voor brede groepen in de samenleving, zoals via middelen voor de individuele energietoeslag. Binnen de opgave Bestaanszekerheid versterken is eind 2022 de herijking van het minimabeleid afgerond. Met de herziene minimaregelingen behouden we een prikkel om mensen te stimuleren tot werk, maar bevorderen we wel de koopkracht van de groep minima die het echt nodig heeft. De gemaakte beleidskeuzes leiden in 2023 tot een lichte besparing op het minimabeleid. In 2024 zullen de effecten van het herziene minimabeleid worden getoetst door middel van een minima-effectrapportage. Per 1 januari 2022 is de Wet inburgering 2021 van kracht. Daarmee is de verantwoordelijkheid voor de inburgering van asielstatushouders en gezinsmigranten bij gemeenten komen te liggen. Het budget, een specifieke uitkering (SPUK) voor inburgeringsvoorzieningen, de maatschappelijke begeleiding en de PVT's worden door de gemeenten uitgevoerd en ingekocht.

De overige taken wordt door de SDD uitgevoerd. Bij de bepaling van het budget is in gezamenlijkheid gekeken naar de rijksmiddelen en de verdeling daarvan. De beschikbare middelen zijn bepaald met behulp van de Divosa rekentool. De voorlopige taakstelling is de basis voor de berekening van de hoogte van het budget. Er zit wel enige risico op het maken van een inschatting van de taakstelling, zeker gezien de huidige beweging van het aantal asielzoekers dat zich momenteel meldt. In 2023 was de opgelegde taakstelling hoog. Door personeelstekort bij de IND en COA VOOR werd door heel het land het behalen van de taakstelling moeilijk, waardoor hetWAARMERKINGSRijk de taakstelling per gemeente omlaag heeft bijgesteld. Ondanks de bijstelling is de taakstelling vanDOELEINDEN 2023 in onze gemeente niet gehaald. Dit kan leiden tot een teruggave van SPUK-gelden. Voor 2024 is de taakstelling hoger, Jaarstukken 2023

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 04-07-2024 ...................

75

hierdoor zijn de SPUK-gelden ook hoger uitgevallen dan 2023. Mocht de taakstelling in 2024 niet gehaald worden, zal er rekening gehouden moeten worden met een teruggave van SPUK-gelden. Door de hogere taakstelling, indexatie, de Spreidingswet en de komst van AZC's in de regio, zullen de kosten van de SDD en Vluchtelingenwerk komende jaren stijgen. De budgetten van de participatiewet worden nauwlettend gevolgd. Gelet op bovenstaande uiteenzetting wordt het risico op budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact op de ramingen in de begroting is beperkt (10%). WMO De Wmo is een ‘open einderegeling’: de kosten in enig jaar zijn sterk afhankelijk van het beroep dat op de regeling wordt gedaan. Alleen al daarom brengt het de nodige risico’s met zich mee. De Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) voert voor onze gemeenten het grootste deel van de Wmo-taken uit. De SDD benut hiervoor een groot deel van de Wmo-budgetten van de gemeente. De uitvoeringskosten worden verrekend op basis van werkelijk gebruik. De realisatiecijfers van de afgelopen jaren vormen de basis voor de komende jaren waarmee de budgetten herijkt kunnen worden. Hierbij is ook een marge ingebouwd. De realisatiecijfers van de volgende jaren bieden een verdere basis voor betrouwbaardere prognoses.

Na een aantal jaren met forse stijgingen in klantaantallen Wmo als gevolg van het abonnementstarief, zien we in de ontwikkeling van klantaantallen dat de groei in 2023 iets lager was dan verwacht. De resultaten op huishoudelijke ondersteuning staan steeds meer onder druk door krapte op de arbeidsmarkt. Op deze voorziening is een wachtlijst onstaan. Op de andere vormen van Wmo ondersteuning zien we deze wachtlijstproblematiek nog niet. Ondanks deze achterblijvende klantaantallen, stijgen de uitgaven. De groei in de uitgaven wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere prijzen als gevolg van hoge indexcijfers en cao-ontwikkelingen. Het budget voor het organiseren van algemene voorzieningen blijft lokaal en zit voor een groot deel in de Maatschappelijke Agenda (MAG) en het Sociaal Team. Een onzekere factor blijft de doordecentralisatie van beschermd wonen en opvang. De nieuwe streefdatum is nu 1 januari 2025 waarop het nieuwe objectieve verdeelmodel en het woonplaatsbeginsel stapsgewijs wordt ingevoerd. Onze gemeente gaat vanaf dan eigen budget ontvangen voor de uitvoering van Beschermd wonen. De afgelopen jaren had onze regio een overschot op het budget Beschermd wonen, hetgeen ieder jaar volgens een vaste verdeelsleutel werd verdeeld over de gemeenten. Vanuit deze middelen bekostigde onze gemeente lokale (preventieve) initiatieven.

Met de komst van het nieuwe verdeelmodel zat dit overschot naar verwachting geleidelijk verdwijnen. Tot in ieder geval 2024 blijft het principe van financiële solidariteit in de regio gehanteerd op basis van de samenwerkingsovereenkomst beschermd wonen en opvang. Gemeenten blijven verplicht om in enige vorm te blijven samenwerken. De maatschappelijke opvang blijft vooralsnog een taak van centrumgemeenten. Wel blijft door al deze ontwikkelingen de verwachting dat kosten voor Wmo ondersteuning op langere termijn verder blijven toenemen. De SDD stuurt op het beperken van de kosten via, onder andere, scherpe sturing op de contracten en afschaling naar lichtere vormen van ondersteuning als dat mogelijk is. Daarnaast biedt de nieuwe GR Sociaal sinds 2022 wel meer mogelijkheden om lokaal beleid te maken en maatwerkwensen af te spreken met de SDD. In 2023 is het kaderbeleid van de Wmo herijkt en is er ruimte ingebouwd voor innovatieve manieren om de toename in indicaties af te remmen. Zo kunnen we de ondersteuning blijven leveren aan mensen die het echt nodig hebben. De budgetten voor de WMO worden nauwlettend gevolgd. Hierdoor wordt het risico op forse budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact is daarom beperkt (10%), mede in het licht van de bijstelling van de ramingen in de begroting. Jeugdwet De uitvoering van de Jeugdwet is een taakveld binnen het sociaal domein.

De bekostiging maakt met ingang van 1 januari 2019 geen deel meer uit van de integratie uitkering sociaal domein van de algemene uitkering van het Rijk. Deze gelden zijn als zodanig algemeen dekkingsmiddel geworden. De taken vanuit de Jeugdwet zijn gedelegeerd en gemandateerd aan de Gemeenschappelijke Regeling VOOR WAARMERKINGSDienst Gezondheid & Jeugd. De serviceorganisatie Jeugd (SOJ) Zuid-Holland Zuid is de uitvoeringsorganisatie. DOELEINDEN Jaarstukken 2023

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 04-07-2024 ...................

76

Vanwege de sterk gestegen en aanhoudend hoge kosten is het gehele budget naar de regionale zorgmarkt gegaan. Te zien is dat de kosten van Jeugdwet tot 2022 een constante stijging vertoonden waarna een stabilisatie te zien was. Het laatste kwartaal van 2023 laat een toename van enkele duurdere jeugdhulpvragen zien. De kostenstijgingen zullen naar verwachting een beperkt effect hebben voor 2023 maar vooral voor de komende jaren van invloed zijn. Deze stijging in jeugdigen met jeugdhulp volgt de landelijke en regionale ontwikkelingen. HardinxveldGiessendam is juist een gemeente waar dit aantal (zo'n 10% van de jeugdigen heeft jeugdhulp) nog betrekkelijk laag ligt vergeleken met landelijke en regionale cijfers. Niet voor niets is daarom de reikwijdte van de jeugdhulp een belangrijk thema in de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028. De komende jaren zullen gemeentes inzet moeten plegen volgend uit de Hervormingsagenda om de jeugdhulp beschikbaar te houden voor de meest kwetsbare jeugdigen en het stelsel tegelijk financieel beheersbaar te houden. Met het afschaffen van de solidariteit (2022: 20% en 2023: 0%) is Hardinxveld-Giessendam zelf verantwoordelijk voor de gemaakte kosten. Het biedt kansen om meer lokaal te sturen en zo (dure) jeugdhulp te voorkomen door meer preventief te werken.

Tegelijk worden pieken en dalen niet meer afgezwakt door de regio, waardoor enkele jeugdigen met een intensieve zorgvraag een grote impact kunnen hebben op de begroting. Omgevingswet De Omgevingswet is per 1-1-2024 in werking getreden. De wet is een stelselwijziging die tot doel heeft te zorgen voor een goede balans tussen het benutten en het beschermen van de fysieke leefomgeving. Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (Ow) is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) ingevoerd. Deze wet heeft tot doel om de technische kwaliteit van bouw en toezicht te verbeteren. Vanaf medio 2021, is ter voorbereiding van de Ow en Wkb uitgegaan van de minimale acties/ Klaar voor de start-tool, zoals die zijn voorgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Dit hebben we ook in 2023, vanaf medio juni, met het nieuwe projectteam Ow zo goed mogelijk nagestreefd. Met een daarop afgestemde projectorganisatie, aangevuld met inhuurkrachten, hebben wij zoveel mogelijk acties geïmplementeerd waardoor de overgang in 2024 zo goed als probleemloos over is gegaan op de nieuwe wetgeving. In de kern zit het risico in de overdracht vanuit een projectstructuur/implementatievraagstuk naar reguliere werkzaamheden. Daarnaast is er een risico dat de nog niet volledig geïmplementeerde acties niet opgepakt kunnen worden door capaciteitstekort.

Bedrijfsvoering Eenmansposten De organisatie van de gemeente Hardinxveld-Giessendam is relatief beperkt van omvang. Doordoor is er op meerdere plekken sprake van eenmansposten. Het werk kan daardoor bij (langdurige) afwezigheid vaak niet door collega’s worden opgevangen. Daardoor volgt meestal een beroep op derden om de voortgang van zaken niet in het gedrang te laten komen. De kans dat zich dit voordoet is gelet op het relatief grote aantal eenmansposten gemiddeld (50%). De kosten welke gemoeid zijn met externe inhuur betreffen vaak openstaande vacatureplaatsen. Daardoor kunnen als eerste de bijbehorende vacaturegelden worden ingezet in combinatie met/of het concernbudget voor externe inhuur voordat aanvullende middelen nodig zijn. Door de toenemende krapte op de arbeidsmarkt bestaat het risico dat voor langere termijn beroep op externe inhuur moet worden gedaan, waardoor mogelijk extra aanvullende middelen nodig zijn. De impact is bepaald op 10% Financiering & Dekking Algemene uitkering De belangrijkste inkomstenbron van iedere gemeente is het gemeentefonds. Omdat dit algemene middelen zijn, kan de gemeente zelf beslissen over de besteding ervan. Het gemeentefonds is gekoppeld aan de rijksuitgaven. Dit houdt in dat wanneer het Rijk meer uitgeeft, het gemeentefonds omhoog gaat. Andersom geldt dit ook. Dit principe wordt ook wel “Samen de trap op, samen de trap af” genoemd.

De jaarlijkse VOOR WAARMERKINGStoename of afname van het gemeentefonds, voorvloeiend uit de trap op trap af methode wordt het accres genoemd. Belangrijke factoren bij de berekening van de hoogte van de uitkering zijn een vijftig tal DOELEINDEN maatstaven zoals het aantal inwoners, bevolkingsopbouw, woningen en uitkeringsgerechtigden, de Jaarstukken 2023

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 04-07-2024 ...................

77

gevolgen van overheveling van specifieke uitkeringen en de netto rijksuitgaven. Bij negatieve budgettaire effecten, die op voorhand niet zijn in te schatten, komt dat onmiddellijk ten laste van de exploitatie. Per 1 januari 2023 zijn, met de nieuwe verdeling van het gemeentefonds, de accressen fors toegenomen. Met de informatienota meicirculaire 2022 is de raad hierover eerder geïnformeerd. In 2023 zijn substantiële middelen beschikbaar gesteld voor onder andere energietoeslag en de in te voeren omgevingswet. De verwachting is dat de uitkeringen voor het sociaal domein de komende jaren onder druk blijven staan. De stijgende inflatie, een lagere economische groei en daarbij behorende verminderende uitgaven van het Rijk zijn risico's die op voorhand moeilijk zijn in te schatten. De kans wordt op gemiddeld (50%) ingeschat, de impact op 5%. De uitkering uit het Gemeentefonds bedraagt voor 2023 € 31.668.000 (decembercirculaire 2023). Rentelasten De gemeente kent een financieringsbehoefte. In de financieringsbehoefte wordt voorzien door het aantrekken van lang- en kortlopende leningen. Nieuwe investeringen konden tot voor kort gelden voor een betrekkelijk lage rentelast worden gepland. Vanaf 2022 is sprake van stijgende rentes, waardoor ook de rentelasten op nieuwe leningen (langlopend en kasgeld) stijgen.

De hoogte van de rente op het moment van investering is bepalend voor de toekomstige rentelast. Het risico bestaat dat bij het herfinancieren van leningen dan wel aantrekken van nieuwe leningen een hoger rentepercentage geldt ten opzichte van de huidige verwachtingen. Door actief te sturen op de liquiditeitsbehoefte wordt getracht om het risico op rentestijgingen te beperken. In 2022 is daarom een lening afgesloten, waarmee op verdere rentestijging is geanticipeerd. Gelet op de toekomstige investeringen is de verwachting dat wij in de komende jaren nieuwe leningen aan moeten gaan trekken. In de begroting hebben we rekening gehouden met een stijging van de rentelasten. Het is de vraag of het rentepercentage waar wij rekening mee hebben gehouden afdoende is. Vooralsnog is de verwachting dat het rentepercentage redelijk stabiel zal blijven. We gaan uit van de kans op hogere rentepercentages van gemiddeld 50%. De impact is bepaald op 10%. Vennootschapsbelasting Uit de uitgevoerde inventarisatie van potentieel belastingplichtige activiteiten is geconcludeerd dat we geen risico's lopen op het gebied van de vennootschapsbelastingplicht. Tot en met het jaar 2022 hebben we dan ook nul-aangiftes gedaan. Het is wel van belang om de kritische onderdelen goed in beeld te blijven houden en ook alert te blijven bij toekomstige wijzigingen in beleid en/of tariefstellingen.

We schatten het risico in op € 0. Overig (niet kwantificeerbaar) Naast voornoemde risico’s (kwantificeerbaar) is sprake van zogenaamde niet kwantificeerbare risico’s. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een grote calamiteit. Inschatting van de directe en de vervolgschade is niet of nauwelijks te bepalen, omdat in het geval van een grote calamiteit dit o.a. afhankelijk is van het gebied waar het zich voordoet en anderzijds van de mogelijke bijdragen in de kosten door derden (Rijk, Provincie, Waterschap etc.). Ook kan hier gedacht worden aan het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Voor de overige risico’s is daarom een totaalbedrag gerekend van € 1 miljoen. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is opgebouwd uit de relatie tussen de risicoscore en de weerstandscapaciteit. Deze relatie drukken we uit in een verhoudingsgetal: Ratio weerstandsvermogen =

Weerstandscapaciteit Risicoscore

De weerstandscapaciteit bedraagt € 5.838.000. Het totaal aan risico’s wordt ingeschat op € 3.118.000. Hiermee komt de ratio weerstandsvermogen uit op 1,9 voor 2023. Deze ratio is ruim voldoende en ligt in het verlengde van de ratio in de begroting 2024 (1,7).

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2023

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 04-07-2024 ...................

78

Grondexploitaties Voor het afdekken van de risico's bij de grondexploitaties hebben we een afzonderlijke reserve. De reserve afgezet tegen de verwachte risico's laat het volgende beeld zien. De reserve grondexploitaties bedraagt per 31 december 2023 Het risicobedrag voor exploitaties in uitvoering bedraagt Het saldo bedraagt

€ 1.510.443 € 440.000 € 1.070.443

In paragraaf 1.15 wordt een nadere toelichting op de grondexploitaties gegeven. Kengetallen Rekening 2022

Begroting 2023

Rekening 2023

Netto schuldquote

22%

69%

24%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

20%

69%

22%

Solvabiliteitsratio

43%

41%

44%

Grondexploitatie

21%

18%

22%

Structurele exploitatieruimte

0%

-1%

0%

Belastingcapaciteit

97%

106%

97%

Totaalbeoordeling De gemeente Hardinxveld-Giessendam is voldoende weerbaar. Er zijn voldoende buffers om de risico’s en/of onvoorziene tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen en de weerstandsratio zijn ruim boven de norm. De ratio weerstandsvermogen is met 1,9 ruim voldoende. Daarnaast is de gemeente Hardinxveld-Giessendam eind 2023 voldoende flexibel, financieel wendbaar. Dit laat de nettoschuldquote zien. 2. Netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. In zijn algemeenheid kan worden gezegd dat de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 90% zou moeten liggen. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog, hij moet niet verder stijgen.

Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, dan bevindt de gemeente in de gevarenzone. De schuldquote van de gemeente Hardinxveld-Giessendam (24%) valt binnen de reguliere marges. Het percentage ligt bij de jaarrekening lager dan bij de begroting was voorzien, dit wordt veroorzaakt doordat bij de begroting uit werd gegaan van het aantrekken van langlopende geldleningen, voornamelijk door uitgestelde uitvoeringen bij de investeringen zijn er minder langlopende leningen aangetrokken dan voorzien. 3. De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. Bij een solvabiliteitsratio lager dan 20% bevindt de gemeente zich op glad ijs.

VOORde WAARMERKINGSMet 44% ligt het de ratio van de gemeente Hardinxveld- Giessendam boven signaalwaarde. DOELEINDEN Jaarstukken 2023

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 04-07-2024 ...................

79

4. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voor de berekening van dit kengetal worden de bouwgronden in exploitatie (inclusief faciliterend deel – onder overlopende activa) gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken (ingevolge artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. Het kengetal laat nagenoeg dezelfde zien als bij het opstellen van de jaarrekening 2022. 5. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (zie artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage.

Dit percentage is vooral van belang bij de begroting. Een niet structureel sluitende begroting kan gevolgen hebben voor het provinciaal toezicht. Voor de berekening van het structureel exploitatieresultaat wordt verwezen naar paragraaf 2.5.3. 6. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de provincie of gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Gemeente Hardinxveld-Giessendam zit boven het landelijk gemiddelde. Een hoog gemiddeld OZB-tarief ten opzichte van het landelijk gemiddelde geeft aan dat de gemeente beperkt is in het verkrijgen van extra inkomsten.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2023

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 04-07-2024 ...................

80

1.12 Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen Algemeen Kapitaalgoederen zijn eigendommen van de gemeente, zoals wegen, rioleringen, bruggen en gebouwen die door de gemeente duurzaam in stand gehouden moeten worden. Zij worden beheerd op basis van beheerplannen. In deze beheerplannen staat op welke wijze het reguliere en het periodieke onderhoud plaatsvindt. De beheerplannen worden periodiek geactualiseerd. Kaderstelling Met deze paragraaf heeft de raad bij de vaststelling van de begroting de mogelijkheid kaders te stellen voor het onderhoud van de materiële vaste activa (bijvoorbeeld gebouwen, wegen, riolering, etc.). Dit is van belang omdat in veel programma’s kosten zijn opgenomen voor het onderhoud van kapitaalgoederen, waarvoor op basis van meerjarenonderhoudsplannen reserves en voorzieningen zijn gevormd. Periodiek onderhoud Het periodiek onderhoud is het jaarlijkse programma voor groot onderhoud en voor renovaties, waarmee we zorgen dat onze kapitaalgoederen hun beoogde levensduur kunnen bereiken of waarmee de levensduur wordt verlengd. In de beheerplannen is aangegeven wat de levensduur is en hoe we omgaan met het periodieke onderhoud. Ook staat aangegeven op welk moment vervanging nodig is. Voor vervangingen worden in de begroting specifieke investeringen benoemd. De diverse reserves en voorzieningen worden gevoed door een jaarlijkse dotatie ten laste van de exploitatie.

Hieronder worden de verschillende beheerplannen kort toegelicht en is tevens aangegeven welk beslag op de middelen er uit voortvloeit. Met ingang van het begrotingsjaar 2017 dienen in het kader van de wijziging van het BBV de kapitaallasten (rente en afschrijving) aan de programma’s te worden toegerekend. Bij meerdere kapitaalgoederen is sprake van bestemde reserves ter dekking van de afschrijvingslasten. Ten behoeve van de aansluiting zijn aan de lastenzijde alleen de afschrijvingslasten (dus exclusief rente) verantwoord. De bedragen zijn opgenomen in eenheden van € 1.000. BEHEERPLAN WEGEN Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen ambitieniveau

en

20 juni 2014 Evaluatie opgesteld in 2017 Aanvulling in 2018 – voetpaden wel/niet B-niveau 2014-2020 Onderhouden van het wegareaal op het door de gemeenteraad gekozen onderhoudsniveau beeldkwaliteit C. In het beheerplan wegen 2014-2020 zijn de lopende en geplande investeringen opgenomen. De investeringsplanning is zodanig opgesteld dat het onderhoud op het beoogde kwaliteitsniveau C kan plaatsvinden. Op basis van de opgestelde evaluatie in 2017 is besloten het kwaliteitsniveau van de fietspaden te verhogen naar niveau B. Om meerjarig de onderhoudsen afschrijvingslasten te kunnen egaliseren is een reserve wegenbeheer gevormd. In april 2018 is besloten dat het beheer van de voetpaden voorlopig op C-niveau blijft, met een extra inspanning op risicolocaties.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2023

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 04-07-2024 ...................

81

Planning actualisatie

Actualisatie beheerplan in 2024 Na implementatie van een nieuw beheersysteem wordt de huidige kwaliteit opnieuw bepaald en kunnen op basis van actuele gegevens verschillende (kwaliteits-)scenario's worden uitgewerkt en kan het beheerplan wegen worden gemaakt. De implementatie van het nieuwe beheersysteem, één systeem voor geheel Drechtsteden, heeft meer tijd in beslag genomen dan gepland. Voor de gegevens die nodig zijn voor de actualisatie van het beheerplan zijn we afhankelijk van het nieuwe beheersysteem. Door de genoemde vertraging zal de actualisatie later plaats vinden dan eerder gepland. De beheergegevens (data) zijn verwerkt in het beheerpakket. De vertaalslag naar beleids- en beheerplan wordt gemaakt worden in 2024. Daarbij worden ook de projecten uit het mobiliteitsplan betrokken. Het doel daarvan is om groot onderhoud en gewenste aanpassingen vanuit het mobiliteitsplan op elkaar af te stemmen. Kanttekening hierbij is dat door personele omstandigheden de vaststelling van het wegenbeheerplan staat gepland voor het 2de kwartaal 2024.

(bedragen x € 1.000)

Rekening 2022

Begroting 2023

Rekening 2023

Programmakosten en -baten Kapitaallasten (afschrijvingen en rente) Mutatie voorzieningen Toerekeningen programma Bedrijfsvoering

1.226

932

666

331

265

272

0

0

0

737

633

814

Saldo programmalasten

2.293

1.830

1.752

Dotaties

322

1.428

1.428

Onttrekkingen afschrijvingslasten, onderhoud

-698

-1.287

-1.285

Mutatie reserve

-376

141

143

Totaal lasten wegenbeheerprogramma

1.917

1.971

1.895

Beheerplan Wegen Product wegen, straten en pleinen

Bestemmingsreserve Wegen

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de onderhouds- en afschrijvingslasten worden geëgaliseerd via de reserve Wegen. De afschrijvingstermijnen voor reconstructies/herinrichting zijn 40 jaar, voor asfaltering 20 jaar, voor een geluiddempende toplaag 6 jaar en voor herstraten 10 jaar. BRUGGEN Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen en ambitieniveau Planning actualisatie

Jaarstukken 2023

Geen raadsbesluit; B&W 11 oktober 2001; Commissie OWB november 2001. 5 jaar (versie 2001 is in 2004 geactualiseerd) De bruggen zijn geïnventariseerd, op basis hiervan is het planmatig onderhoud begroot. De te nemen maatregelen zijn in een meerjarenbegroting opgenomen. In het nog op te stellen beheerplan kunstwerken worden de ambities en bijbehorende middelen opgenomen. Er is een start gemaakt door een quickscan uit te voeren van alle civiele kunstwerken. De verdere uitwerking en besluitvorming staat gepland voor VOOR WAARMERKINGS2025. Het is door personele omstandigheden niet mogelijk om dit plan eerder DOELEINDEN op te pakken.

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 04-07-2024 ...................

82

(bedragen x € 1.000)

Bruggen

Rekening 2022

Begroting 2023

Rekening 2023

41

53

53

Kapitaallasten (afschrijvingen en rente) Lasten programma 4 Voor bruggen geldt een afschrijvingstermijn van 10 jaar. OPENBARE VERLICHTING Vastgesteld door raad Looptijd Doel

Investeringen en ambitieniveau Planning actualisatie

September 2017 2017-2026 Het beheerplan is een uitwerking van de in het beleidsplan openbare verlichting (2017-2026) vastgelegde beleidsuitgangspunten. In het beheerplan wordt beschreven welk beheer en onderhoud uitgevoerd moet worden om de installatie en de verlichting op een gewenst kwaliteitsniveau te brengen of te houden en welke financiële middelen daarvoor nodig zijn. De jaarlijkse kapitaallasten worden gedekt uit de reserve. Gepland 2026.

Beheerplan Openbare verlichting

(bedragen x € 1.000) Begroting Rekening 2023 2023

Rekening 2022

Product Openbare Verlichting

Programmakosten en -baten Kapitaallasten (afschrijvingen en rente) Mutatie voorzieningen Toerekeningen programma Bedrijfsvoering

150

276

246

54

54

55

0

0

0

16

11

17

Saldo programmalasten

220

341

318

Bestemmingsreserve Openbare Verlichting

Dotaties

53

64

64

Onttrekkingen afschrijvingslasten, onderhoud

-53

-59

-53

1

5

12

221

346

330

Mutatie reserve Totaal lasten beheerprogramma OV

Investeringen in straatverlichting worden in 15 jaar afgeschreven. De afschrijvingslasten worden geëgaliseerd via de reserve Openbare Verlichting.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2023

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 04-07-2024 ...................

83

BAGGERPLAN Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen ambitieniveau

en

Planning actualisatie

2019 / 2020 2019 - 2029 Uitvoeren reguliere baggerronde inclusief de acceptatiekosten voor baggerwerkzaamheden van het waterschap. Zorgdragen voor een goede afstroming van het regenwater. In 2019 is het baggerplan gereedgekomen. Deze is in 2020 vastgesteld door het college en betreft de baggercyclus van 2021-2024. In het plan zijn het ambitie niveau en de benodigde middelen opgenomen. Ter dekking van onderhouds- en afschrijvingslasten is een bestemmingsreserve Baggerplan in het leven geroepen. 2029

(bedragen x € 1.000)

Rekening 2022

Begroting 2023

Rekening 2023

Programmakosten en -baten Kapitaallasten (afschrijvingen en rente) Mutatie voorzieningen Toerekeningen programma Bedrijfsvoering

253

285

246

34

3

5

0

0

0

53

40

57

Saldo programmalasten

340

329

308

25

90

90

Onttrekkingen afschrijvingslasten, onderhoud

-254

-280

-246

Mutatie reserve

-229

-190

-156

Totaal lasten Baggeren

111

139

152

Baggeren Product Waterlossingen en sloten

Bestemmingsreserve Waterbeheerplan Dotaties

Voor egalisatie van de kosten over de jaren heen is een reserve ‘waterbeheerplan’ (voorheen reserve ‘baggeren’) gecreëerd. WATERTAKENPLAN Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen ambitieniveau

en

2023 10 jaar De exploitatielasten en investeringen zijn gebaseerd op het Watertakenplan. De voorziening riolering is bedoeld voor tariefegalisatie. Deze worden in het Watertakenplan aangegeven en zijn gericht op de inzameling en transport van afvalwater, de inzameling, berging en afvoer van hemelwater, het doelmatig omgaan met grondwater en oppervlaktewater Om de doelen te concretiseren zijn hieraan functionele eisen en maatstaven gekoppeld. De huidige toestand van de riolering en gemeentelijke watergangen wordt aan deze doelen getoetst, maatregelen worden opgesteld en er is een strategie uitgewerkt hoe de maatregelen - technisch VOOR WAARMERKINGSen financieel - in de tijd gerealiseerd kunnen worden.

DOELEINDEN Jaarstukken 2023

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 04-07-2024 ...................

84

Planning actualisatie

Het watertakenplan is breder dan het voormalige vGRP. In het watertakenplan heeft de riolering een plaats, maar ook het watersysteem daar omheen. Riolering, opvang en afvoer van hemelwater, oppervlaktewater en grondwater hangen immers nauw met elkaar samen. In 2022 is het BRP geactualiseerd, waarin het gehele rioolstelsel op zijn functioneren wordt berekend en wat mede als basis dient voor de actualisatie van het watertakenplan. Klimaatadaptatie, duurzaamheid en participatie zijn onderwerpen die meegenomen zijn in het opgestelde plan. In 2024 zal een start gemaakt worden met de uitvoering van de genoemde projecten en maatregelen in het Watertakenplan en zal doorlopen tot en met 2033. De uitvoering staat beschreven in het jaarlijkse uitvoeringsplan van het Watertakenplan.

Gemeentelijk Rioleringsplan

Rekening 2022

(bedragen x € 1.000) Begroting Rekening 2023 2023

Product Pompen en riolen Programmakosten en -baten

269

228

318

Kapitaallasten (afschrijvingen en rente)

508

521

530

Toerekeningen programma Bedrijfsvoering

347

291

382

1.124

1.040

1.230

1.583

1.591

1.691

-1.722

-1.629

-1.622

140

38

-69

Saldo programmalasten Voorziening Riolering

Lasten GRP (incl btw en overig toe te rekenen) Baten (legesopbrengsten) Mutatie voorziening Riolering

De investeringen in de programmabegroting waren nog gebaseerd op het vGRP dat in 2011 is vastgesteld, actualisatie op basis van het in december 2023 vastgestelde watertakenplan vindt plaats in 2024. Ten aanzien van de rioolheffing is sprake van 100% kostendekkendheid. Bij de uit het rioolheffing te dekken kosten wordt ook rekening gehouden met de toerekenbare btw en een deel van de kosten van straatreiniging. Het verschil tussen de totale kosten en de opbrengst uit de rioolheffing wordt verrekend met de voorziening Riolering.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2023

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 04-07-2024 ...................

85

GROENBELEIDSPLAN Vastgesteld door raad Looptijd Doel

Investeringen ambitieniveau Planning actualisatie

21 april 2022 10 jaar Strategisch plan op gemeentelijk- en wijkniveau voor het beleidsmatig sturen en planmatig beheren van groen. Geeft met zijn uitgangspunten en richtlijnen richting aan de ontwikkeling van het openbare groen. Geeft inzicht in de groenstructuren, zonering en groentypen, beheer-, onderhoud- en inrichtingsmaatregelen en financiële en organisatorische consequenties. en Investeringen zijn gebaseerd op groenbeleidsplan en worden vastgelegd in een uitwerkingsplan. Onderhoud wordt uit exploitatie bekostigd. Voor uitgaven op grond van het nieuwe groenbeleidsplan is jaarlijks € 61.000 opgenomen. In april 2022 is het geactualiseerde groenbeleidsplan door de raad vastgesteld. Looptijd van het plan is tot 2032.

(bedragen x € 1.000) Begroting Rekening 2023 2023

Rekening 2022

Groenbeleidsplan Product Openbaar groen

Programmakosten en -baten Kapitaallasten (afschrijvingen en rente) Mutatie voorzieningen Toerekeningen programma Bedrijfsvoering

261

286

276

6

6

6

0

0

0

793

765

893

1.060

1.057

1.175

0

150

150

Onttrekkingen afschrijvingslasten, onderhoud

-14

-138

-138

Mutatie reserve

-14

12

12

1.046

1.069

1.187

Saldo programmalasten Bestemmingsreserve openbaar groen Dotaties

Totaal lasten Groenbeleidsplan

GEBOUWENBEHEER Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen en ambitieniveau Planning actualisatie

Jaarstukken 2023

Het Meerjaren onderhoudsplan gebouwen (MJOP Gebouwen) is op 25 maart 2021 vastgesteld door de raad. 5 jaar Het in stand houden van het gemeentelijk vastgoed. De financiering voor de instandhouding van het vastgoed is gebaseerd op het meerjaren onderhoudsplan. Voor financiering van het planmatig onderhoud is een voorziening Onderhoud Gebouwen gevormd. De voorziening (planmatig onderhoud) en exploitatie (klein onderhoud en contracten) zijn herberekend om te voldoen aan de eisen die zijn beschreven in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Door de nieuwe ontwikkeling van diverse vastgoedobjecten en vanwege de herberekening van de voorziening en exploitatie wordt er in 2023 een nieuwe inspectie en MJOP opgesteld. De geactualiseerde inspectie en MJOP worden onderbouwd in de op te stellen nota/beheerplan gemeentelijk vastgoed en de vaststelling hiervan wordt in het 2de kwartaal van 2024 VOOR WAARMERKINGSverwacht. De nieuwe nota/beheerplan gemeentelijk vastgoed 2024-2027 heeft een looptijd van 4 jaar. DOELEINDEN

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 04-07-2024 ...................

86

Rekening 2022

(bedragen x € 1.000) Begroting Rekening 2023 2023

Saldo 1/1/2023

42

107

Dotaties aan voorziening tlv exploitatie

253

270

270

295

270

377

211 166

0 0 -4 0 9 0 10 0 5 0 0 0 20 357

Meerjarenonderhoudsplan gebouwen Voorziening MJOP Gebouwen

Onttrekkingen aan voorziening Bellefleur 6 en 8 - groot onderhoud Bibliotheek Neder Hardinxveld -groot onderh. Zwembad De Duikelaar - groot onderhoud Sporthal De Wielewaal - groot onderhoud Sporthal De Appelgaard - groot onderhoud Ducdalf Scheldestraat 1 - groot onderhoud Aula's begraafplaats - groot onderhoud Gemeentehuis - groot onderhoud Werkplaats - groot onderhoud Pompen riolering - groot onderhoud Afvalbrengstation - groot onderhoud Boorstraat 10 Keet, clubhuis - groot onderh. Totaal bestedingen Saldo 31/12/2022

7 5 12 29 41 8 28 20 17 8 5 9 188 107

SPEELRUIMTEN Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen ambitieniveau

Planning actualisatie

en

De gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 26 januari 2012 het Speelruimteplan 2012-2021 vastgesteld. 10 jaar Komen tot een weloverwogen, praktisch en breed gedragen speelruimtebeleid voor de komende 10 jaar In het door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde uitvoeringsplan voor 2012 en volgende jaren is invulling gegeven aan de opdracht uit bovengenoemd raadsbesluit om de uitvoering en de kosten te spreiden over de onderdelen reguliere vervanging en onderhoud, achterstand en aanpassing/vernieuwing. Jaarlijks wordt een uitvoeringsplan opgesteld waarin de planning wordt gevolgd en eventuele afwijkingen hierop worden gemotiveerd. Het accent ligt de komende jaren op de eerste twee onderdelen. Jaarlijks wordt gemonitord of de planningen worden gehaald. 2024

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2023

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 04-07-2024 ...................

87

Beheerplan Speelplaatsen

(bedragen x € 1.000) Begroting Rekening 2023 2023

Rekening 2022

Product Speelplaatsen

Programmakosten en -baten Kapitaallasten (afschrijvingen en rente) Mutatie voorzieningen Toerekeningen programma Bedrijfsvoering

28 59 0 64

38 70 0 56

35 71 0 71

Saldo programmalasten

150

164

176

Bestemmingsreserve speelplaatsen

Toevoegingen Onttrekking afschrijvingslasten

48

58

58

-50

-59

-59

Mutatie reserve Speelplaatsen

-2

-1

-1

149

162

175

Totaal lasten beheerprogramma Speelplaatsen

Investeringen in speelruimten worden in 15 jaar afgeschreven.

BEGRAAFPLAATSEN Voor de begraafplaatsen is er op dit moment nog geen beheerplan. Het beleidsplan begraafplaatsen is op 23 april 2015 door de raad vastgesteld. Er wordt gewerkt aan de hervorming van het product begraafplaatsen middels een vastgestelde actiepuntenlijst. Volgens deze lijst zou er in 2016 een beheerplan begraafplaatsen worden opgesteld. Door aanpassingen van de plannen bij begraafplaats Spindermolen waarbij in- en uitbreidingen zijn vastgesteld is de vaststelling van dit beheerplan voorzien voor 2024.

Begraafplaatsen

(bedragen x € 1.000) Begroting Rekening 2023 2023

Rekening 2022

Product Begraafplaatsen Programmakosten en -baten

92

53

55

Kapitaallasten (afschrijvingen en rente)

50

54

57

Mutatie voorzieningen

8

8

8

Toerekeningen programma Bedrijfsvoering

310

306

350

Saldo programmalasten

460

421

469

Toevoegingen

15

18

18

Onttrekkingen afschrijvingslasten, onderhoud

-53

-4

-4

Mutatie reserve Begraafplaatsen

-38

14

14

Totaal lasten beheerprogramma Begraafplaatsen

422

435

483

Bestemmingsreserve Begraafplaatsen

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2023

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 04-07-2024 ...................

88

SPORTVELDEN Voor de sportvelden is op dit moment nog geen beheerplan. In 2024 zal een sportveldenbeheerplan worden opgesteld. BOMENBELEIDSPLAN Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen ambitieniveau

en

Planning actualisatie

De gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 21 juni 2012 het Bomenbeleidsplan 2012-2021 vastgesteld. 10 jaar Komen tot een weloverwogen, praktisch en breed gedragen bomenbeleid voor de komende 10 jaar Met het door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde bomenbeleidsplan in 2012 is invulling gegeven een duidelijke structuur voor het beschermen van bomen en boomstructuren. Zo wordt gewerkt met de Groene Kaart. Ook wordt er kader gegeven voor het aanplanten, onderhouden en beschermen van bomen. Op 22 december 2016 is het bomenbeleid geëvalueerd en is na het raadsbesluit het bomenbeleid aangepast en aangevuld. 2024

Groenbeleidsplan

(bedragen x € 1.000) Begroting Rekening 2023 2023

Rekening 2022

Product Openbaar groen 261

286

276

6

6

6

0

0

0

793

765

893

1.060

1.057

1.175

0

150

150

Onttrekkingen afschrijvingslasten, onderhoud

-14

-138

-138

Mutatie reserve

-14

12

12

1.046

1.069

1.187

Programmakosten en -baten Kapitaallasten (afschrijvingen en rente) Mutatie voorzieningen Toerekeningen programma Bedrijfsvoering Saldo programmalasten Bestemmingsreserve openbaar groen Dotaties

Totaal lasten Groenbeleidsplan

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2023

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 04-07-2024 ...................

89

SAMENVATTING Samenvattend kan het volgende overzicht van het onderhoud kapitaalgoederen voor 2023 worden gegeven: Beheersonderdeel

Wegen

Programma kosten en baten

Kapitaal lasten

Dotatie voorziening

Aandeel bedrijfs voering

(bedragen x € 1.000) Onttrekking Totaal reserve/ voorzieningen

Dotatie reserve

666

284 41

0

814

1.428

-1.285

1.907

246

55

0

17

64

-53

330

38 530 6

33 0 -69 0

57 382 893

90

-246

186

Openbaar groen

246 318 276

150

-138

1.187

Speelruimten

35

71

0

71

58

-59

175

Begraafplaatsen

55

57

350

18

1.081

2.584

1.808

-4 -20 -1.805

483

1.841

8 377 349

Bruggen Openbare verlichting Stedelijk waterplan Baggeren Riolering

Vastgoedbeheer

41 33 1.161

357

5.859

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2023

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 04-07-2024 ...................

90

1.13 Paragraaf Financiering en Treasury Algemeen In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) is bepaald dat decentrale overheden een financieringsparagraaf moeten opnemen in zowel de begroting als in de jaarrekening. In de thans voorliggende jaarrekeningparagraaf wordt door het college verantwoording afgelegd over de uitvoering van het beleid op het gebied van treasury. Hierbij wordt onder andere ingegaan op de manier waarop de gemeente Hardinxveld-Giessendam met het aantrekken en, voor zover van toepassing, het uitzetten van geldmiddelen is omgegaan, zowel op korte als op langere termijn. Tevens worden de risico’s in beeld gebracht alsmede de eventueel genomen maatregelen om deze risico’s te beheersen. Externe ontwikkelingen Economische ontwikkelingen De inflatie is in 2023 niet verder gestegen, waar dat in 2022 wel het geval was. Dit werd toen voornamelijk veroorzaakt door hoge olie-, gas- en energieprijzen. Wel heeft de Europese Centrale Bank (ECB) ook in 2023 nog meerdere renteverhogingen doorgevoerd die doorwerken in de marktrentetarieven. Met name de tarieven op de geldmarkt, dus voor looptijden tot een jaar, zijn daardoor relatief hoog. De 10-jaarsrente, die in 2022 steeg van 0,30% naar 3,20%, heeft een groot deel van het jaar rond de 3,00% geschommeld, maar daalde in de laatste twee maanden van het jaar stevig van 3,39% op 1 november naar 2,49% eind 2023.

Voor de 3-maands Euribor zagen wij een vergelijkbare ontwikkeling. Waar 2022 een verschuiving liet zien van -/- 0,57% in januari tot een positief percentage van 2,18% aan het einde van het jaar, hebben wij in 2023 maandelijks stijgingen gezien, om aan het eind van het jaar op een percentage van 3,91% uit te komen. De stijging is in lijn met de renteverhogingen die de ECB heeft doorgevoerd. De rente op de geldmarkt volgt de rente van de ECB en is de basis voor de vergoeding die gemeenten op hun rekening courant bij de schatkist ontvangen. Eind 2023 werd hier een rente vergoed van 3,90%. De marktverwachting is dat de korte rente zal teruglopen (vanaf het moment dat de ECB haar tarieven weer zal laten dalen). Dit moment wordt vooralsnog ingeschat in het tweede kwartaal. De lange rente zal in de loop van de tijd waarschijnlijk juist iets oplopen. Daarmee ontstaat weer een reguliere rentecurve, waarbij kort geld goedkoper is dan lang geld en het voorfinancieren van liquiditeitsbehoefte met rekening courant krediet en/of kasgeldleningen de meest efficiënte financieringsmethodiek zal zijn. De financieringsfunctie van de gemeente dient uitsluitend de publieke taak. Zij voert een prudent beleid binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido).

In deze paragraaf is de grafiek opgenomen waarin het verloop van zowel de korte als de lange rente gedurende 2023 is weergegeven. Daar is duidelijk zichtbaar dat vanaf het tweede kwartaal 2023 sprake is van een inverse rentestructuur (dus een hogere prijs voor korte leningen dan voor lange leningen) en dat de lange rente in het vierde kwartaal fors is gedaald, met een stabiel 3-maands Euribor tarief. De ontwikkeling van de rente gedurende 2023 kan als volgt worden weergegeven:

Renteontwikkeling 2023 4,50% 4,00% 3,50% 3,00% 2,50% 2,00% 1,50% 1,00% 0,50% 0,00%

3-maands Euribor Jaarstukken 2023

10-jaars IRS

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 04-07-2024 ...................

91

Bedacht moet worden dat, indien een langlopende lening daadwerkelijk wordt opgenomen, er thans opslagen gelden bovenop het IRS-tarief zoals hierboven weergegeven. Voor een 10-jaars lening bedroeg dit eind 2023 circa 0,25%. Deze opslag is meer dan verdubbeld en bij langere looptijden (langer dan 30 jaar) zagen wij opslagen van rond de 0,60%. Interne rente Voor de interne doorberekening van de rentekosten naar de investeringen hanteert de gemeente een omslagrente van 0,5%. De BBV-notitie rente schrijft voor dat, indien de werkelijke rentelasten die over een jaar aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast afwijken van de rentelasten die op basis van de voorgecalculeerde renteomslag aan de taakvelden zijn toegerekend, de gemeente kan besluiten tot correctie. Correctie wordt verplicht gesteld indien deze afwijking groter is dan 25%. In onderstaand renteschema worden de werkelijke rentelasten uiteen gezet, die gezamenlijk het renteresultaat bepalen. Daarnaast wordt bepaald of de eerdergenoemde afwijking niet groter is dan 25%. In de begroting is aan de taakvelden € 151.000 doorbelast in werkelijkheid is dit bedrag € 248.000. Dit verschil ligt ruim boven de 25%, zodat herberekening van de doorberekende rentelasten plaats moet vinden.

a. b.

Bedragen x € 1.000 570 -/9

De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten Totaal door te rekenen externe rente

c.

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

562

-/-

137

-/-

177 -/-

Saldo door te rekenen externe rente d1. d2.

248

Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

0 0

De aan taakvelden toe te rekenen rente (renteomslag) e.

f.

De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag)

314

248

-/-

Renteresultaat op het taakveld treasury

253 5

Uitzettingen Uitzettingen zijn binnen de Wet fido gedefinieerd als verstrekte geldleningen en beleggingen. De gemeente heeft geen beleggingen en geen uitzettingen. Financiering De totale langlopende schuld van de gemeente Hardinxveld-Giessendam bedroeg per 31 december 2023 € 19,4 miljoen. Dit betreft 7 leningen. De gemiddelde rente van deze leningenportefeuille per 31 december 2023 bedraagt 1,7%. De gemiddelde rente is daarmee gelijk gebleven aan eind 2022 (1,7%).

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2023

Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. 04-07-2024 ...................

92

De leningenportefeuille is als volgt opgebouwd: Nr. Leningverstrekker

Nominale hoofdsom

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

1.500.000 2.500.000 2.000.000 2.000.000 7.000.000 5.500.000 4.500.000 3.500.000 3.000.000 7.500.000

Nederlandse Waterschapsbank Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten

Restant Restant Rentegeldlening geldlening percentage 31-12-2022 31-12-2023 300.000 125.000 100.000 300.000 5.250.000 550.000 2.100.000 2.450.000 2.700.000 7.500.000

240.000 0 0 200.000 5.075.000 0 1.800.000 2.275.000 2.550.000 7.250.000

5,180% 4,600% 4,075% 3,365% 2,395% 1,899% 1,445% 1,130% 0,120% 3,047%

Looptijd in jaren

Jaar van laatste aflossing

25 20 20 20 40 10 15 20 20 30

2027 2023 2023 2025 2052 2023 2029 2036 2040 2052

39.000.000 21.375.000 19.390.000

Risicobeheer De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn de kasgeldlimiet, de renterisico’s en de kredietrisico’s. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeente per jaar maximaal met kort geld mag financieren. Volgens de Wet fido bedraagt deze limiet 8,5% van het totaal van de exploitatiebegroting. Gezien de omvang van de begroting 2023 (€ 50,1 miljoen) betekende dit dat de gemeente Hardinxveld-Giessendam haar financiële huishouding voor maximaal € 4,3 miljoen met kort geld mocht financieren. Conform voorschrift uit de Wet fido is in bijgaande tabel het verloop weergegeven van de gemeentelijke kortlopende middelen ten opzichte van de kasgeldlimiet gedurende 2023: Tabel 1 Verloop kasgeldlimiet 2023 Bedragen x € 1.000 1ste kwartaal 2de kwartaal 3de kwartaal 4de kwartaal Gemiddelde netto vlottende schuld (+) of gemiddelde netto vlottend overschot (-) Kasgeldlimiet Overschrijding kasgeldlimiet Ruimte onder kasgeldlimiet

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/911/documents/29666