Jaarstukken 2022 versie 2.2 - DEF versie RAAD (met was-getekend verklaring).pdf
Tekst van het document
Landelijk zijn er procedure bij rechtbanken geweest of deze lopen nog. Volgend hierop zijn ook beroepsprocedures gestart, welke naar verwachting een uitspraak langere tijd op zich laten wachten. Gelet op de hoogte van de opbrengsten in voorgaande jren en het vraagstuk of het om het beschikbaar stellen van onroerend goed gaat is verwachting is dat, gelet op de hoogte van de opbrengsten, dat geen of een beperkte aanslag zal worden opgelegd. De betaalde aanslagen zijn daarom als vordering op de balans opgenomen. Het blijft wel van belang om de kritische onderdelen goed in beeld te houden en ook alert te blijven bij toekomstige wijzigingen in beleid en/of tariefstellingen. We schatten het risico in op € 0.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 55 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
1.8 Onvoorzien
In de primitieve begroting is onder financiering en algemene dekkingsmiddelen een post voor onvoorziene uitgaven opgenomen ad € 25.000. In het begrotingsjaar is de post onvoorzien niet aangewend. Overzicht aanwending van het bedrag onvoorzien Bedragen x € 1.000
Nr. Begrotingswijziging / onderwerp
Datum
Bedrag 2022
0 Primitieve begroting Begrotingswijziging(en)
25 0
Saldo post onvoorzien na begrotingswijzigingen
25
Alle andere begrotingswijzigingen waren budgetneutraal of zijn gemuteerd op het exploitatiesaldo van de begroting. Het restant van de post onvoorzien bedraagt € 25.000,-.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 56 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
Paragrafen
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 57 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
1.9
Paragraaf Bedrijfsvoering
Beleidsverantwoording Wat wilden we bereiken?
Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?
Verdere organisatie-ontwikkeling
Verdere organisatie-ontwikkeling
In 2022 wordt via verschillende instrumenten in het bedrijfsvoeringdomein verder vorm gegeven aan de verdere ontwikkeling van de organisatie. We werken vanuit het adagium dat we klaarstaan voor de samenleving en werken aan het versterken van de collectieve sturing. Het verandertraject vraagt ook in 2022 tijd en capaciteit van de ambtelijke organisatie, terwijl gelijktijdig de reguliere processen ook blijven doorgaan. Daarnaast wordt inhoudelijk gewerkt aan het afronden van deze bestuursperiode en de voorbereiding van de nieuwe periode 2022-2026. Zie ook programma 1.
De doorontwikkeling van de organisatie naar een netwerkorganisatie vindt zijn herkomst in de raadsbesluiten van december 2020 ('Stutten en verstevigen van de organisatie') en februari 2021 ('Vervolg Stutten en Verstevigen'). In 2022 hebben we de reguliere processen door kunnen laten gaan en gelijktijdig hebben we gewerkt aan de afronding van de bestuursperiode, de voorbereiding van de nieuwe bestuursperiode en de doorontwikkeling van de organisatie. We hebben deze doorontwikkeling in 2022 verder vormgegeven aan de hand van de pijlers concernsturing, samenwerken, persoonlijk leiderschap, vertrouwen, inhoud en dienstverlening. In 2022 deden we hiertoe het volgende: Met het vormgeven van concernsturing zorgen we voor inzicht, overzicht en samenhang van de inzet van mensen, geld en werk. We maken een omslag van hiërarchisch naar persoonlijk leiderschap. In een netwerkorganisatie gaat het om samenwerken vanuit individuele persoonlijke kwaliteiten. Het persoonlijk leiderschapstraject geeft de medewerkers inzicht in hun kwaliteiten. Zo kunnen medewerkers en de organisatie hen nog beter op hun kwaliteiten in te zetten. We stellen de mens centraal en werken vanuit een mensbeeld van vertrouwen, in plaats van controleren en aansturen. We focussen op inhoud en doen dit door minder tijd te besteden aan het maken van beleid en het opstellen en uitvoeren van procedures.
Dit stelt ons beter in staat om flexibel in te spelen op vragen vanuit de samenleving en het bestuur. We zoeken zowel in- als extern persoonlijk contact i.p.v. via papier en mail te communiceren. We stellen 'mensen boven regels': regels moeten goed uitlegbaar zijn naar de samenleving toe. Dit vraagt van organisatie en bestuur om nog meer van buiten naar binnen te werken en zo de kracht van de samenleving beter te benutten en het (vrijwilligers)netwerk in Hardinxveld-Giessendam te vergroten. We brengen het bestuur beter en eerder in positie door vroegtijdig het gesprek aan te gaan over de belangrijke bestuurlijke projecten en processen, in plaats van te focussen op het uiteindelijke besluitvormingsproces. In december 2022 hebben we het koersdocument 'Op weg naar een netwerkorganisatie' vastgesteld. Hierin is onder meer beschreven langs welke weg wij die ontwikkeling vorm willen geven. Een onderdeel daarvan is het uitvoeren van zes vastgestelde bestuursopdrachten: Prioritering, Bestuurlijke processen, Persoonlijk leiderschap, Dienstverlening, Monitoring en Cultuur.
Beleidsindicatoren Vanaf de begroting 2017 moeten enkele beleidsindicatoren verplicht worden opgenomen in zowel de begroting als in de jaarstukken. De beleidsindicatoren zijn verdeeld over de programma's waar ze betrekking op hebben.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 58 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
Nr. Indicator
Hardinxveld - Giessendam
Bron Gemeenten < 25.000 inw. Rekening Rekening per. waarde per. waarde 2022 6,4 Eigen begroting/jaarrekening 2022 7,2 Eigen begroting/jaarrekening 2022 665 Eigen begroting/jaarrekening 2022 23 Eigen begroting/jaarrekening 2022 13 Eigen begroting/jaarrekening
30 Formatie 31 Bezetting 32 Apparaatskosten 33 Externe inhuur 34 Overhead
Begroting per. waarde 2022 6,22 2022 5,04 2022 625 2022 3 2022 14
Beschrijving 30. Fte per 1.000 inwoners 31. Fte per 1.000 inwoners 32. Kosten per inwoner 33. Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen 34. % van totale lasten
Wat heeft het gekost? Bedragen x € 1.000
Programma 14 Bedrijfsvoering (kostenplaatsen)
Primaire begroting Lasten
220 Bedrijfsvoering Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat
-5.582 -5.582 -80 -5.662
Baten
Begroting na wijziging Saldo
36 36 674 710
-5.546 -5.546 594 -4.952
Lasten -5.846 -5.846 -185 -6.031
Baten 91 91 1.221 1.312
Realisatie Saldo -5.755 -5.755 1.036 -4.719
Lasten -5.907 -5.907 -185 -6.091
Baten
Verschil Saldo
193 193 1.202 1.395
-5.714 -5.714 1.017 -4.697
Lasten -61 -61 0 -61
Baten 102 102 -19 83
Saldo 41 41 -19 22
- = Nadelig / + = Voordelig
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 59 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
1.9.1 Informatiebeveiliging en privacy (ENSIA) Gemeenten hebben de wettelijke taak om een groot aantal diensten te leveren aan inwoners en ondernemers. Deze diensten worden steeds meer digitaal afgehandeld. De gemeente is dan ook in transitie naar een digitaal georiënteerde dienstverlening en bedrijfsvoering. Een goede ontwikkeling voor burgers en ondernemers die daardoor minder afhankelijk worden van openingstijden. Toegenomen digitalisering betekent echter ook meer verantwoordelijkheid voor de gemeente. Traditioneel beschikt de gemeente al over privacy- en concurrentiegevoelige datasets over en voor inwoners en ondernemers. In een tijd waarin de gemeente steeds meer zorgtaken vanuit het Rijk krijgt overgeheveld, waarbij de hoeveelheid privacygevoelige informatie toeneemt, wordt de informatieveiligheid- en privacytaak van gemeenten dan ook steeds breder. Tegelijkertijd groeit het maatschappelijk bewustzijn over veiligheid en privacy bij inwoners en ondernemers. Inwoners en ondernemers moeten en willen zeker zijn dat hun informatie veilig is. Als professionele organisatie is het van belang dat ook onze gemeente de beveiliging van informatie, en de bescherming van persoonsgegevens, adequaat organiseert. Informatie moet immers beschikbaar, actueel, volledig en betrouwbaar zijn en mag alleen door bevoegden worden ingezien.
Ook bij de uitwisseling van informatie moet de gemeente te allen tijde rekening houden met beveiligings- en privacyaspecten. De gemeente heeft een maatschappelijke en wettelijke verantwoordelijkheid de gegevens van hun inwoners en ondernemers onder alle omstandigheden te beschermen en moeten zich daarover kunnen verantwoorden. Er is regionaal gezamenlijk in de Drechtsteden en lokaal veel werk verzet op het gebied van informatiebeveiliging en privacy met het verder implementeren en borgen van passende maatregelen. Waar informatieveiligheid gaat over beschikbaarheid, integriteit (juistheid, volledigheid) en vertrouwelijkheid (toegang waar nodig) van alle soorten informatie, gaat privacy specifiek over het beschermen van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer. Het verantwoordingsproces rondom informatieveiligheid is sinds 2017 gebaseerd op ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit) en gaat uit van het principe van Single Information & Single Audit (SISA). Dit houdt in dat er sprake is van eenmalige informatieverstrekking en eenmalige IT-audit.
ENSIA is een verantwoordingsstelsel voor informatieveiligheid gebaseerd op de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), alsmede de informatiebeveiligingsnormen vanuit Basisregistratie Personen (BRP), Paspoortuitvoeringsregeling Nederland (PUN), Digitale persoonsidentificatie (DigiD), Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), Basisregistratie Ondergrond (BRO), WOZ (Wet Waardering Onroerende Zaken). en de Gezamenlijke Elektronische Voorzieningen Structuur uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen (GeVS/Suwinet). Met het uitvoeren van de ENSIA-zelfevaluatie en het aanleveren van de noodzakelijke verantwoordingsinformatie via de ENSIA, legt het college van burgemeester en wethouders over het jaar 2022 verantwoording af aan de raad (horizontale verantwoording) en toezichthouders van het rijk (verticale verantwoording) over de status van informatieveiligheid. Onderdeel van de verantwoording is een getoetste collegeverklaring informatieveiligheid, betreffende DigiD en Suwinet. De collegeverklaring is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en getoetst door een onafhankelijke auditor.
De Functionaris voor gegevensbescherming (FG) heeft een jaarrapportage opgesteld waarin een beeld wordt gegeven van de stand van zaken bij de gemeente Hardinxveld-Giessendam als het gaat om het naleven van de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) in 2022. Dit doet zij in haar rol van onafhankelijke toezichthouder. 2022 heeft laten zien dat er de afgelopen jaren op het gebied van privacy flink wat werk is verzet, maar dat er ook nog veel onderhanden werk is te doen. De AVG is een veelomvattende en gecompliceerde wet, die om structurele aandacht blijft vragen van bestuur, management en medewerkers. In 2022 is de eerste verplichte Audit m.b.t. de Wet Politiegegevens (Wpg) uitgevoerd door een externe Auditor. De eindconclusie van de Auditor is dat gemeente Hardinxveld-Giessendam over het algemeen de basis van de WPG-naleving nog niet op orde heeft. VOOR WAARMERKINGS-
DOELEINDEN Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 60 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
Informatieveiligheid en privacy is geen eenmalige activiteit, maar een continu verbeterproces. Jaarlijks wordt een Informatiebeveiligings- en Privacyplan opgesteld waarin de te ondernemen activiteiten worden vastgelegd. In 2023 zal de focus liggen op het verder vormgeven van een Veilige (Digitale) Gemeente met het inbedden van informatieveiligheid en privacy in de gemeentelijke organisatie, het borgen van risicomanagement en bewustwording.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 61 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
1.9.2 Wet Open Overheid (WOO) Algemeen Op 26 januari 2021 heeft de Tweede Kamer de (Wijzigingswet) Wet open overheid (WOO) aangenomen. Het betreft een initiatiefwet uit de Tweede Kamer die beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. Kaders Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid in werking getreden. De Wet openbaarheid van bestuur (WOB) is hierbij ingetrokken. Het grote verschil tussen de WOO en de WOB betreft de actieve openbaarmaking van overheidsinformatie. De WOO kent voor overheden de verplichting om bepaalde categorieën informatie uit eigen beweging openbaar te maken. Voor passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) volgt de WOO vrijwel geheel de WOB. Middelen Voor de implementatie en de uitvoering van de WOO heeft het rijk zowel incidentele als structurele middelen beschikbaar gesteld. Op dit moment ontbreekt informatie van het ministerie en leveranciers over alle kosten die samenhangen met de implementatie van de WOO. In ieder geval zullen er kosten gemaakt worden voor het inventariseren, aanpassen en inrichten van processen voor onder andere actieve openbaarmaking. Daarnaast zijn er kosten voor automatisering, waaronder bedrijfsapplicaties, metadata, documentsjablonen aanpassen en anonimiseringssoftware. Mogelijk worden er ook kosten gemaakt voor opleiding, communicatie en het inhuren van expertise en menskracht.
Door de bedragen die door het Rijk beschikbaar worden gesteld ook in 2023 te bestemmen voor de WOO wordt zoveel mogelijk geborgd dat er voldoende financiële middelen beschikbaar zijn.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 62 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
1.9.3 Opvang ontheemden Oekraïne Op 24 februari 2022 viel Rusland op meerdere plaatsen Oekraïne binnen in een grote escalatie van de Russisch-Oekraïense oorlog die sinds 2014 gaande is. Er vielen veel slachtoffers en grote verwoestingen werden er aangericht. Een grote stroom vluchtelingen kwam op gang richting het westen. Ook ons land en onze gemeente bood ruimhartig onderdak. In korte tijd werd er door burgers, kerken, bedrijven en de gemeente een grote inspanning geleverd om ook in Hardinxveld-Giessendam tijdelijke opvang te regelen. Een regionale en locale crisisorganisatie werd opgericht om sturing te geven aan de alle vraagstukken die samenhangen met de toestroom van vluchtelingen. Al de eerste week van maart kon een groep ondergebracht worden in de tijdelijke opvang van de bron. De week is sporthal De Appelgaard in gereedheid gebracht om een grote groep voor een korte periode onderdak te geven. Een aantal particulieren stelde hun huis open voor de opvang van vluchtelingen. Voor de middellange termijn boden ondernemers bedrijfsruimte aan die omgebouwd werd tot woonruimte (aan de Hakgriend bij B.M. van Houwelingen en aan Kade 34 bij Creon Kozijnen) Eind maart waren beide panden volledig omgebouwd, ingericht en betrokken door vluchtelingen Richtlijnen vanuit de rijksoverheid waren toen nog beperkt aanwezig.
Veel moest er geïmproviseerd worden om alles op tijd gereed te krijgen. Nadat er primair onderdak geregeld was, zijn er veel andere zaken opgepakt zoals: het regelen van de eerste dagelijkse levensbehoeften, inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie, het regelen van leefgeld, toegang tot medische- en psychosociale zorg, mogelijkheden om te werken en het zorgen voor onderwijs voor de kinderen. In al deze zaken is voorzien. In financiële zin worden de kosten van opvang in principe vergoed door het Rijk. De vluchtelingencrisis heeft een grote inspanning gevraagd – en vraagt het nog – van de samenleving en van de gemeentelijke organisatie. De kracht van de lokale samenleving bleek uit de welwillende medewerking van veel vrijwilligers, burgers en bedrijven. Het leed dat deze vluchtelingen overkwam kon hiermee enigszins verlicht worden.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 63 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
1.10 Paragraaf Lokale Heffingen Algemeen De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op de heffingen waarvan de besteding zowel gebonden als ongebonden is. Voorbeelden van heffingen waarvan de besteding gebonden is, zijn onder andere de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Heffingen waarvan de besteding ongebonden is zijn onder andere de onroerend zaakbelasting en de hondenbelasting. Deze paragraaf bevat een uiteenzetting van de beleidsvoornemens voor de lokale heffingen, de gemeentelijke inkomsten voor zover deze uit de in Hardinxveld-Giessendam ingevoerde belastingen en retributies voortkomen, een overzicht op hoofdlijnen van de diverse belastingen en heffingen, een aanduiding van de lokale lastendruk, een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid en een overzicht van de kostendekkendheid van de verschillende tarieven. Beleidsvoornemens lokale heffingen De heffing en invordering van belastingen en retributies wordt door de GR SVHW (Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsverband Vastgoed-informatie Heffing en Waardebepaling) verzorgd. Deze gemeenschappelijke regeling wikkelt ook aanvragen om kwijtschelding af. De heffing en invordering van de leges zoals onder andere de bouwleges wordt door de gemeente zelf verzorgd.
In onze gemeente zijn buiten de algemene uitkering uit het gemeentefonds de onroerendzaakbelasting en de rioolheffing en afvalstoffenheffing de belangrijkste inkomsten. Voor 2022 zijn voor deze belastingen ten opzichte van 2022 de volgende wijzigingen vastgesteld door de gemeenteraad in de vergadering van 16 december 2021: Onroerende zaakbelasting, 1,3% verhoging van de opbrengst ten opzichte van 2021. Percentage conform de Perspectiefnota 2022-2024; Rioolheffing, verlaging van het tarief met € 20 ten opzichte van 2021; Afvalstoffenheffing, verhoging van € 10 ten opzichte van 2021. De overige (belasting) tarieven zijn voor 2022 met 1,3 % geïndexeerd ten opzichte van 2021. Dit is conform de financiële uitgangspunten zoals opgenomen in de Perspectiefnota 2022-2025. Ten aanzien van de heffingen en leges wordt uitgegaan van een kostendekkendheidspercentage van 100%.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 64 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
Overzicht gemeentelijke belastingopbrengsten Op grond van artikel 219 van de gemeentewet zijn in 2021 in Hardinxveld-Giessendam de volgende belastingen geheven: Bedragen x € 1000
Omschrijving
Rekening
Rekening
Rekening
Prim.Begr.
Begroting
Rekening
Afwijking
Voor-/
2019
2020
2021
2022
2022
2022
2022
nadelig
Zuivere belastingen Onroerend zaakbelastingen eigenaren
2.994
3.100
3.188
3.165
3.422
3.469
47
V
Onroerend zaakbelastingen gebruikers
579
574
603
612
747
729
-18
N
Hondenbelastingen
75
79
81
75
82
85
3
V
Precariobelasting
92
94
10
101
61
11
-50
N
Bedrijfsinvesteringszone
73
75
74
70
70
-1
-71
N
3.813
3.922
3.956
4.023
4.382
4.293
-89
N
Afvalstoffenheffing
2.017
2.071
2.206
2.086
2.300
2.292
-8
N
Rioolheffing
1.766
1.803
1.861
1.821
1.725
1.722
-3
N
Subtotaal heffingen
3.783
3.874
4.067
3.907
4.025
4.014
-11
N
Leges bouwvergunningen
492
353
867
789
677
713
36
V
Leges burgerlijke stand
210
170
140
126
139
135
-4
N
Begrafenisrechten
293
404
393
383
321
298
-23
N
Havengelden
79
32
28
64
64
36
-28
N
Marktgelden
33
23
22
31
31
26
-5
N
-
24
30
20
25
33
8
V
1.107
1.006
1.480
1.413
1.257
1.241
-16
N
Overige pachten
-
51
49
58
59
50
-9
N
Overige leges en andere rechten
-
2
15
1
1
52
51
V
Subtotaal inclusief overige retributies
1.107
1.059
1.544
1.472
1.317
1.343
26
V
TOTAAL lokale heffingen
8.703
8.855
9.567
9.402
9.724
9.650
-74
N
Subtotaal zuivere belastingen Heffingen
Retributies
Reclameopbrengsten Subtotaal retributies
Onroerende zaakbelastingen De (on)roerende zaakbelastingen zijn ondergebracht bij de GR SVHW. De GR SVHW verzorgt niet alleen de oplegging en inning van de aanslagen maar houdt tevens de bestanden in verband met de wet WOZ up-to-date. Regelmatig vindt de afdracht van de ontvangen belastingbedragen aan de gemeente plaats. Bij het bepalen van het percentage wordt rekening gehouden met de waardeontwikkeling van de onroerende zaken, zodat per saldo de onroerende zaakbelastingen voor woningen niet meer stijgen dan de inflatie. Hondenbelasting Basis voor deze heffing vormt het bezit van een hond, waarbij voor het bezit van meerdere honden een progressief tarief van toepassing is. Evenals de onroerende zaakbelastingen verzorgt de GR SVHW de heffing, invordering en actualisering van de bestanden van de hondenbelasting voor ons. De controle is nog wel in handen van de gemeente en geschiedt door een jaarlijkse huis-aan-huis controle met daarnaast een hondenpenningcontrole op straat. Precariobelasting Voor het hebben van materialen op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond wordt een bedrag geheven van de gebruikers van die grond. Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval, waarbij uitgangspunt is dat dit kostendekkend gebeurt.
De GR SVHW verzorgt de heffing, invordering en actualisering van de bestanden voor ons. Het inzamelen en verwerken van het huisvuil wordt gedaan door de gemeenschappelijke regeling reinigingsdienst Waardlanden. Ook kan zonder verdere kosten gebruik worden gemaakt van het VOOR WAARMERKINGSafvalbrengstation. DOELEINDEN Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 65 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
Rioolheffing De rioolheffing is gerelateerd aan de hoeveelheid afgevoerd afvalwater en geldt uitsluitend ter dekking van de kosten voor de uitvoering van het Gemeentelijk Rioleringsplan. De oplegging, invordering en het bijhouden van het bestand wordt verzorgd door de GR SVHW. Leges In onze gemeente worden leges geheven op grond van de vigerende legesverordening. De tarieventabel wordt jaarlijks aangepast. De leges hebben onder andere betrekking op de Algemeen Plaatselijke Verordening, rij- en reisdocumenten, burgerlijke stand, wet Ruimtelijke Ordening en Milieuwetgeving. Begrafenisrechten Voor het begraven van stoffelijke overschotten op de begraafplaatsen in de gemeente heft de gemeente leges. Ook voor de aankoop van graven en het afkopen van het onderhoudsrecht wordt een tarief in rekening gebracht. Havengelden De havengelden bestaan uit liggelden, kadegelden en trechtergelden. Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid en staan in de Invorderingswet. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen, die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan de bijstandsnorm.
Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken dat een lager inkomen wordt gehanteerd. De gemeente HardinxveldGiessendam hanteert de zogenaamde 100%-norm, hetgeen betekent dat inwoners van HardinxveldGiessendam met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. In de gemeente Hardinxveld-Giessendam kan kwijtschelding worden aangevraagd voor Afvalstoffenheffing, Rioolheffing en Hondenbelasting (alleen voor de eerste hond). De ontwikkeling van de kwijtscheldingen over de afgelopen jaren is als volgt:
Kwijtscheldingsbedragen
2019
2020
2021
2022
104.019
100.381
100.415
133.107
207
210
193
205
Kwijtscheldingsaantallen (Gedeeltelijk) toegekend Afgewezen
42
56
44
68
Totaal
249
266
237
273
In 2022 is het aantal aanvragen en het aantal (gedeeltelijk) toegekende kwijtscheldingsverzoeken fors.toegenoemen. Heffingen woonlasten (lokale belastingdruk) Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze belastingen vormen het grootste deel van de opbrengst van de gemeentelijke heffingen.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 66 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
Soort heffing
2019
2020
2021
2022
- eigenarenheffing
0,1247%
0,1199%
0,1172%
0,1101%
Totaal
0,1247%
0,1199%
0,1172%
0,1101%
- eigenarenheffing
0,2142%
0,2168%
0,2213%
0,2677%
- gebruikerstarief
0,1582%
0,1601%
0,1634%
0,2010%
Totaal
0,3724%
0,3769%
0,3847%
0,4687%
Afvalstoffenheffing
287,00
292,00
309,00
319,00
Rioolheffing
227,00
231,00
237,00
217,00
Onroerende zaakbelasting
Woningen
Niet woningen
De ontwikkeling van de woonlasten (voor meerpersoonshuishoudens) over de afgelopen jaren is als volgt: 2019
2020
2021
2022
OZB-eigenaar
306,00
314,00
314,00
365,00
Afvalstoffenheffing
287,00
292,00
309,00
319,00
Rioolheffing
227,00
231,00
237,00
217,00
Totaal
820,00
837,00
860,00
901,00
% stijging/afname
-0,5%
3,7%
2,1%
4,8%
t.o.v. vorig jaar
Vergelijking met andere gemeenten Jaarlijks wordt door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) een onderzoek uitgevoerd naar de gemeentelijke woonlasten, teneinde een vergelijk tussen de gemeenten mogelijk te maken. Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten van onze gemeente is een vergelijk met omringende gemeenten gemaakt.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 67 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
HardinxveldGiessendam
Molenlanden
Gorinchem Vijfheerenlanden
Gemiddelde woningwaarde
331.517
400.670
341.509
397.206
OZB-eigenaar
0,1101%
0,0896%
0,1060%
0,1002%
OZB-eigenaar
365,00
359,00
362,00
398,00
Rioolheffing (vastrecht)
217,00
245,00
207,00
194,00
Afvalstoffenheffing
319,00
340,00
337,00
412,00
901,00
894,00
906,00
1.004,00
158
151
165
280
2
1
3
4
Heffingskorting
-50,00
Totaal Rangorde landelijk (o.b.v. woonlasten meerpersoonshuishouden volgens Coelo)
Rangorde Alblasserwaard-Vijfheerenlanden (o.b.v. berek. woonlasten)
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de gemeente Hardinxveld-Giessendam in 2022 landelijk gezien onder het midden behoort (plaats 158 van de in totaal 344 gemeenten). Regionaal gezien staat de gemeente Hardinxveld-Giessendam op de tweede plaats (2021: 3). Naast een vergelijk met de omringende gemeenten is ook een vergelijk met de Drechtstedengemeenten gemaakt. Hardinxveld- Alblasserdam Giessendam
Dordrecht
Hendrik-Ido- Papendrecht Sliedrecht Ambacht
Zwijndrecht
Gemiddelde woningwaarde
331.517
325.646
294.118
375.770
323.787
310.253
315.569
OZB-eigenaar
0,1101%
0,1084%
0,1020%
0,0974%
0,1257%
0,0751%
0,0957%
OZB-eigenaar
365,00
353,00
300,00
366,00
407,00
233,00
302,00
Rioolheffing (gebaseerd op 2 bew.) Rioolheffing (vastrecht)
217,00
159,00
205,00
191,00
161,00
277,00
306,00
Afvalstoffenheffing
319,00
358,00
313,00
374,00
420,00
316,00
373,00
Totaal
901,00
870,00
818,00
931,00
988,00
826,00
981,00
158
123
60
200
264
69
256
4
3
1
5
7
2
6
Rangorde landelijk (o.b.v. woonlasten meerpersoonshuishouden volgens Coelo)
Rangorde Drechtsteden (o.b.v. woonlasten)
In vergelijking met de overige Drechtstedengemeenten eindigt Hardinxveld-Giessendam op plaats 4 (2021: 5). Kostendekkendheid Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf lokale heffingen inzicht wordt gegeven in de mate van kostendekkendheid van de verschillende tarieven. Hiermee wordt beoogd transparantie te bieden in de tarieven waarbij sprake is van kostenverhaal. De toerekening van overhead vindt extracomptabel plaats. Dat betekent dat het overheaddeel op de afzonderlijke programma’s niet aan deze programma’s zijn toegerekend. De volgende overzichten laten zien van welk percentage kostendekkendheid sprake Voor het bepalen VOORis. WAARMERKINGSvan onderstaande kostendekkendheidspercentages is uitgegaan van de vernieuwde ‘Handreiking DOELEINDEN Kostenonderbouwing paragraaf lokale heffingen’ van het VNG. Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 68 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
De kostendekkendheid is bepaald door de totale baten te delen door de lasten die volgens de handreiking mogen worden toegerekend. Hierin is een opslag voor de overheadkosten opgenomen. Voor het bepalen van het percentage overhead is uitgegaan van de totale lasten aan overhead (taakveld 0.4), welke zijn gedeeld door de totale loonkosten inclusief de kosten van inhuur.
Formule overheadopslag op loonkosten € €
Overhead (taakveld 0.4) Loonkosten + inhuur (exclusief overhead loonkosten)
6.228.086 9.490.838 65,6%
Voor de riolering en reiniging is een afwijkend overheadopslagpercentage gehanteerd, namelijk gebaseerd op een percentage van de totale kosten (salarissen en directe lasten).
Formule voor overheadopslag totale lasten € €
Overhead (taakveld 0.4) Totale lasten exclusief mutaties reserves
6.228.086 48.916.211 12,7%
Legesverordening Titel 1: Algemene dienstverlening: Titelblad 1 Hoofdstuk 1 Directe lasten Loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid
Titelblad 1 Burgerlijke stand Hoofdstuk 2 19.441 Directe lasten 69.087 Loonkosten 88.528 Saldo 44.898 Overheadopslag voor loonkosten 133.426 Totale lasten 13.410 Totale baten 10% Kostendekkendheid
Titelblad 1 Hoofdstuk 3 Directe lasten Loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid
Reisdocumenten 18.034
117.568 135.602 76.404 212.006 62.350 29%
Titelblad 1 Rijbewijzen
Hoofdstuk 4 15.861 Directe lasten 58.316 Loonkosten 74.177 Saldo 37.898 Overheadopslag voor loonkosten 112.075 Totale lasten
Verstrekkingen uit basisregistratie 20.508
112.744 133.252 73.269 206.521
50.261 Totale baten 45% Kostendekkendheid
3.727 2%
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 69 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
Titelblad 1 Hoofdstuk 9 Directe lasten naturalisatie Loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten naturalisatie Totale baten Verklaring omtrent gedrag Kostendekkendheid
Titelblad 1 Overige publiekszaken
Hoofdstuk11
Huisvestingswet
3.747 Directe lasten
24.940
9.719 Loonkosten 13.466 Saldo 6.316 Overheadopslag voor loonkosten 19.782 Totale lasten
88.291 41.170 129.461
63.351
4.758 Totale baten 473 26% Kostendekkendheid
681 1%
Titelblad 1 Hoofdstuk 14 Directe lasten Loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid
Markten 7.063
17.512 24.575 11.380 35.955 33.603 93%
Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Titelblad 1 Hoofdstuk 3 Directe lasten Loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid
Omgevingsvergunningen 171.719
560.994 732.713 364.574 1.097.286 708.278 65%
Titel 3: Dienstverlening vallend onder Europese Richtlijn Titelblad 1 en 3 TB 1: hoofdstuk 16 TB 3: hoofdstuk 1 TB 3: hoofdstuk 2
TB 3: hoofdstuk 7 Directe lasten Loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid
kansspelen horeca organiseren evenementen of markten niet benoemde vergunningen 41.893
189.146 231.039 122.921 353.960 4.409 1%
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 70 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
Havengelden, begraafplaatsen, riolering en afval Havengelden Directe lasten Loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid
Begraafplaatsen 16.530 Directe lasten
198.539
25.525 Loonkosten 42.055 Saldo 16.588 Overheadopslag voor loonkosten 58.643 Totale lasten
449.808 163.292 613.099
31.687 Totale baten 54% Kostendekkendheid
297.568 49%
251.268
Afval Directe lasten Loonkosten Saldo Overheadopslag Gecompenseerde BTW Totale lasten
1.600.608
Totale baten Kostendekkendheid
2.291.635
69.812 1.670.420 212.680 275.600
2.158.701
106%
Saldo van + € 132.934 is toegevoegd aan de voorziening reiniging. Riool Directe lasten Loonkosten Saldo Overheadopslag Gecompenseerde BTW Totale lasten
1.025.533
Totale baten Kostendekkendheid
1.729.738
260.533 1.286.066
163.744 137.944
1.587.753
109%
Saldo van + € 141.985 is toegevoegd aan de voorziening riolering. Rente riolering In de berekening van de kostendekkendheid van de riolering wordt rekening gehouden met een rentepercentage van 3% voor investeringen tot en met begrotingsjaar 2012. Investeringen vanaf begrotingsjaar 2013 zijn gebaseerd op de renteomslag. Dit wijkt af van de berekende renteomslag. In de nota financieringsvisie is vastgelegd dat investeringen in rioleringen volledig extern gefinancierd worden. Het rentepercentage riolering is dan ook gebaseerd op een gemiddelde van de rente van de langlopende schulden.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 71 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
1.11 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen Deze paragraaf geeft inzicht in (mogelijke) risico’s voor de gemeente en de mate waarin deze risico’s kunnen worden opgevangen (weerstandscapaciteit). De relatie tussen de risico’s en de weerstandscapaciteit zegt iets over de financiële robuustheid van de gemeente Hardinxveld-Giessendam: het weerstandsvermogen. Beleid Bij raadsbesluit van 16 december 2021 is de Financieringsvisie vastgesteld. De nota reserves en voorzieningen is vastgesteld door de gemeenteraad op 16 december 2021. Deze nota geeft een overzicht van de reserves en voorzieningen, evenals richtlijnen hoe hiermee wordt omgegaan. Er is voor gekozen om geen afzonderlijke nota samen te stellen inzake het weerstandsvermogen en de risico’s. In deze paragraaf wordt hiervan een uiteenzetting gegeven. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om tegenvallers op te vangen. Het gaat hierbij om de ‘vrij besteedbare’ middelen, zoals de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves. Per 31 december 2022 bedraagt de weerstandscapaciteit: Bedragen x € 1.000
Weerstandscapaciteit exploitatie Onbenutte belastingcapaciteit - OZB Totaal onbenutte belastingcapaciteit Onvoorzien Weerstandscapaciteit exploitatie
p.m. 0 0 0
Weerstandscapaciteit vermogen Vrij aanwendbaar deel algemene reserve Vrij aanwendbaar deel reserve sociaal domein Stille reserves Weerstandscapaciteit vermogen Totale weerstandscapaciteit
4.184 1.667 p.m. 5.851 5.851
Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra structurele middelen die gegenereerd kunnen worden door de tarieven van de gemeentelijke belastingen te verhogen tot het wettelijk toegestane maximum. De onbenutte belastingcapaciteit ten aanzien van de onroerende zaakbelastingen is be-paald op basis van het verschil tussen onze OZB-percentages en het normpercentage-OZB voor toelating tot artikel 12 van de financiële verhoudingswet (Fvw). Het Rijk heeft met de VNG afgesproken dat vanaf 2020 een benchmark woonlasten wordt ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. Daarmee komt een einde aan het monitoren met de macronorm OZB. De onbenutte belastingcapaciteit voor de overige onderdelen (riool- en afvalstoffenheffing, leges en overige heffingen) is op nul gezet. Dit omdat bij de gemeentelijke belastingen en retributies zoveel mogelijk wordt gestreefd naar 100%-kostendekkendheid. Onvoorzien Ter dekking van onvoorziene begrotingsuitgaven in de loop van het jaar is in de begroting 2022 een bedrag VOOR WAARMERKINGSopgenomen van € 25.000. Deze is in 2022 niet aangewend.
DOELEINDEN Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 72 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
Algemene reserve De omvang van de algemene reserve (exclusief resultaatbestemming 2022) bedraagt € 11.209.435 per 31 december 2022. Dit bedrag is € 4.183.552 vrij aanwendbaar. Reserve Sociaal Domein Voor het sociaal domein is een aparte reserve gevormd. Deze wordt gezien als onderdeel van de weerstandscapaciteit. De achterliggende reden is dat in de bepaling van de risico’s het sociaal domein is betrokken. De omvang van de reserve sociaal domein (exclusief resultaatbestemming 2022) bedraagt € 1.667.035 per 31 december 2022. Stille reserves Om een reëel inzicht te hebben in de omvang van het eigen vermogen dienen ook stille reserves in beeld te worden gebracht. Deze reserves vormen immers één van de elementen waarmee tegenvallers bekostigd zouden kunnen worden. De gemeente heeft stille reserves wegens aandelenbezit Stedin en BNG welke zijn gewaardeerd tegen historische kostprijs. Ook de gemeentelijke eigendommen bevatten stille reserves die bij verkoop te gelde kunnen worden gemaakt. De stille reserves zijn PM geraamd omdat deze niet direct inzetbaar zijn voor weerstandscapaciteit. Risico-analyse De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen, dus waarvoor geen voorziening is gevormd of waarvoor geen verzekering is afgesloten. Organisatiebreed heeft een risico-inventarisatie plaatsgevonden.
Deze is als volgt opgebouwd: Korte beschrijving van het risico Het financiële effect / kans / risicobedrag Om tot een kwantificering van de risico’s te komen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Kans de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet is afhankelijk van meerdere factoren waaronder de frequentie. De frequentie alleen is op zich al moeilijk te bepalen. Om toch te komen tot een schaalverdeling is bij de risicoanalyse binnen de gemeente Hardinxveld-Giessendam gekozen voor drie categorieën, te weten: o Groot (80%); o Gemiddeld (50%); o Klein (20%). Impact De impact geeft de financiële invloed aan die een risico kan hebben op de gemeentelijke exploitatie. De percentages (standaardklassen) die worden gehanteerd zijn 1%, 5%, 10%, 25% en 50%. Daarbij heeft het kleinste percentage financieel gezien de minste impact, terwijl het grootste percentage juist een grote impact heeft. In onderstaande tabel geven we een overzicht van de risico’s, gevolgd door een korte beschrijving van elk risico.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 73 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
Risicomatrix Kans Programma
Risico's
Impact
Bedrag
Groot
Gemiddeld
Klein
80%
50%
20%
Totaal
4
PFOA
20%
250.000
25.000
25.000
6
Leerlingenvervoer
50%
233.000
116.500
116.500
8
Participatiewet (incl. inkomensvoorz.)
10%
3.613.000
181.000
181.000
9
WMO
10%
4.174.000
209.000
209.000
9
Jeugdwet
10%
5.455.000
273.000
273.000
11
Omgevingswet
PM
Bedrijfsv
Eenmansposten
10%
9.238.880
462.000
462.000
Fin en dek
Algemene uitkering
5%
30.192.000
755.000
755.000
Fin en dek
Rentelasten
10%
425.000
21.000
Overigen
Overig (niet kwantificeerbaar)
21.000 1.000.000
0
2.042.500
0
3.042.500
PFOA De aanwezigheid van de PFOA in (water)bodem leidt tot meerkosten op projecten. In alle gevallen is bodemonderzoek nodig waarbij ook onderzocht wordt op PFOA. De afzetmogelijkheden van de grond bepalen hierna de omvang van de meerkosten. Problemen zijn er vooral als gesaneerd moet worden, waarbij er ook PFOA als bijvangst aangetroffen wordt. Daarnaast kan PFOA ook stagnatie(kosten) tot gevolg hebben. In de ramingen van de projecten wordt geanticipeerd op dit risico en daarom wordt het risico op budgetoverschrijding hoog geacht (80%) en impact op de ramingen in de begroting op beperkt (20%). Leerlingenvervoer Het leerlingenvervoer is een open einde regeling. Na jaren van stabilisatie in het speciaal onderwijs zien we nadrukkelijk een stijging optreden. De hoogste kosten betreft voornamelijk leerlingen die vanwege hun beperking of aandoening verder moeten reizen naar school. De situatie van de leerlingen vraagt daarom en er is geen dichterbij gelegen toegankelijke school. De post blijft daarom moeilijk te ramen. Momenteel zijn er twee grote effecten te zien op het budget leerlingenvervoer. Dat betreft het aantal leerlingen waarvoor er een beroep wordt gedaan op de verordening (en met name de afstand waar de school staat).
In de regio is er nu een analyse gemaakt naar de vervoersbewegingen en er wordt bij de samenwerkingsverbanden gekeken of er in ons samenwerkingsgebied een aanpassing van het onderwijsaanbod zou moeten komen. Dit vloeit voort uit Passend onderwijs en de goede samenwerking in de regio met de samenwerkingsverbanden. Daarnaast is er een effect waar we geen invloed op hebben; prijsstijgingen. Aan de ene kant de stijgende kosten van het OV en daarnaast de NEA-indexering voor de taxibranche. De hoge brandstofprijzen worden meegenomen, maar ook de stijgende lonen van deze branche bij het bepalen van de NEA-index. Op dit moment is de NEA-indexering voor 2023 13,7%. Na uitvoerig overleg met de taxibranche is dit teruggebracht tot een verhoging van 9% voor 2023. Gelet op bovenstaande uiteenzetting wordt het risico op budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact op de ramingen in de begroting wordt op 50% ingeschat. Participatiewet De Participatiewet kenmerkt zich door een vast rijksbudget binnen de algemene uitkering. Dit is het participatiebudget dat onderdeel is van het sociaal domein. Naast het participatiebudget is er een specifieke uitkering die als inkomensdeel door het Rijk separaat wordt uitbetaald. Beide budgetten worden neutraal in de begroting opgenomen. Het toereikend zijn van het budget hebben wij niet geheel in eigen hand.
Gemeenten hebben te maken met verlaagde inkomsten. Bovendien hebben we op het vlak van bestaanszekerheid te maken met onzekere tijden. Het uitbreken van de oorlog in Oekraïne in 2022 en de daarmee gepaard gaande economische sancties zijn van invloed op de koopkracht van onze inwoners. Andere onzekere invloeden zijn de grote inflatie en grote effecten op de prijzen voor energie en brandstof. De kans dat mensen met een laag inkomen in de financiële problemen komen wordt hiermee vergroot. We houden deze ontwikkelingen en inschattingen van het CPB en het Rijk nauwlettend in de gaten.
VOOR WAARMERKINGSDe SDD voert voor onze gemeente de Participatiewet uit. De bijdrage in de uitvoeringskosten van de SDD wordt middels een vastgestelde verdeelsleutel bepaald. Deze is gebaseerd op het aantal DOELEINDEN bijstandsgerechtigden. Het Rijk zet fors in op koopkrachtbehoud voor brede groepen in de samenleving, Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 74 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
maar wederom is de impact op onze bijstandsontwikkeling vooralsnog beperkt. Met de nieuwe governance vanaf 2022, het nieuw bestuur AD/DB wordt hard samengewerkt aan verschillende veranderingen. Voor Hardinxveld-Giessendam waren er in dit kader twee belangrijke veranderingen op te merken in 2022. Ten eerste het inwerking treden van de Nieuw Wet Inburgering 2021 per januari 2022. Ten tweede heeft de herijking van het Minimabeleid plaatsgevonden. Per 1 januari 2022 is de Wet inburgering 2021 van kracht. Daarmee is de verantwoordelijkheid voor de inburgering van asielstatushouders en gezinsmigranten bij gemeenten komen te liggen. Het budget, een specifieke uitkering (SPUK) voor inburgeringsvoorzieningen, de maatschappelijke begeleiding en de PVT's worden door de gemeenten uitgevoerd en ingekocht. De overige taken wordt door de SDD uitgevoerd. Bij de bepaling van het budget is in gezamenlijkheid gekeken naar de rijksmiddelen en de verdeling daarvan. De beschikbare middelen zijn bepaald met behulp van de Divosa rekentool. De voorlopige taakstelling is de basis voor de berekening van de hoogte van het budget. Er zit wel enige risico op het maken van een inschatting van de taakstelling, zeker gezien de huidige beweging van het aantal asielzoekers, dat zich momenteel meldt. Via monitoring en evaluatie zal de taakstelling steeds beter in beeld worden gebracht.
Binnen de opgave Bestaanszekerheid versterken is eind 2022 de herijking van het minimabeleid afgerond. Met de herziene minimaregelingen behouden we een prikkel om mensen te stimuleren tot werk, maar bevorderen we wel de koopkracht van de groep minima die het echt nodig heeft. De gemaakte beleidskeuzes leiden in 2023 tot een lichte besparing op het minimabeleid. We reserveren deze middelen om op termijn meer mensen, zoals werkende armen, te kunnen ondersteunen die het financieel moeilijk hebben. Om inwoners tegemoet te komen in de sterk gestegen energieprijzen, is in 2022 vanuit rijksmiddelen tevens individuele energietoeslag uitgekeerd aan inwoners met een inkomen tot 130% van het wettelijk sociaal minimum. De budgetten van de participatiewet worden nauwlettend gevolgd. Gelet op bovenstaande uiteenzetting wordt het risico op budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact op de ramingen in de begroting is beperkt (10%). WMO De Wmo is een ‘open einderegeling’: de kosten in enig jaar zijn sterk afhankelijk van het beroep dat op de regeling wordt gedaan. Alleen al daarom brengt het de nodige risico’s met zich mee. De Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) voert voor onze gemeenten het grootste deel van de Wmo-taken uit. De SDD benut hiervoor een groot deel van de Wmo-budgetten van de gemeente.
In 2021 zijn de kostenverdeelsleutels, bedoeld voor de verdeling van de gemeentelijke bijdragen aan de GR Drechtsteden geactualiseerd. Tot en met 2021 werden de totale apparaats- en uitvoeringskosten verdeeld op basis van het 5-jarige gemiddelde van het aantal bijstandsklanten. Dit viel door ons relatief lage aantal bijstandsklanten, gunstig voor ons uit. Vanaf 2022 worden de apparaatskosten verdeeld over alle diensten. Dit pakt op onderdelen (met name apparaatslasten) voor Hardinxveld-Giessendam nadelig uit en betekent een stijging van kosten de komende jaren. De uitvoeringskosten worden verrekend op basis van werkelijk gebruik. De realisatiecijfers van de afgelopen jaren vormen de basis voor de komende jaren waarmee de budgetten herijkt kunnen worden. Hierbij is ook een marge ingebouwd. De realisatiecijfers van de volgende jaren bieden een verdere basis voor betrouwbaardere prognoses. De uitgaven op de individuele begeleiding en dagbesteding stijgen al geruime tijd. Naar verwachting zal de stijging in kosten de komende jaren op alle maatwerkvoorzieningen gestaag doorzetten. Dit komt onder andere door de vergrijzing en doordat mensen steeds langer en met zwaardere problematiek thuis blijven wonen (ambulantisering en extramuralisering). Sinds 2019 stijgt ook het aantal inwoners dat een beroep doet op huishoudelijke hulp fors.
Een belangrijke oorzaak hiervan is de invoering van een vaste eigen bijdrage van € 19 per vier weken (het abonnementstarief) dat leidt tot een aanzuigende werking. Het budget voor het organiseren van algemene voorzieningen blijft lokaal en zit voor een groot deel in de Maatschappelijke Agenda (MAG). Een onzekere factor is de doordecentralisatie van beschermd wonen en opvang. Naar verwachting wordt, VOOR WAARMERKINGSper 2024 het nieuwe objectieve verdeelmodel en het woonplaatsbeginsel stapsgewijs ingevoerd. Onze gemeente gaat vanaf dan eigen budget ontvangen voor de uitvoering van Beschermd wonen. De afgelopen DOELEINDEN jaren had onze regio een overschot op het budget Beschermd wonen, hetgeen ieder jaar volgens een vaste Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 75 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
verdeelsleutel werd verdeeld over de gemeenten. Vanuit deze middelen bekostigde onze gemeente lokale (preventieve) initiatieven. Met de komst van het nieuwe verdeelmodel zat dit overschot naar verwachting geleidelijk verdwijnen. Tot in ieder geval 2024 blijft het principe van financiële solidariteit in de regio gehanteerd op basis van de samenwerkingsovereenkomst beschermd wonen en opvang. Gemeenten blijven verplicht om in enige vorm te blijven samenwerken. De maatschappelijke opvang blijft vooralsnog een taak van centrumgemeenten. Wel blijft door al deze ontwikkelingen de verwachting dat kosten voor Wmo ondersteuning op langere termijn verder blijven toenemen. De SDD stuurt op het beperken van de kosten via, onder andere, scherpe sturing op de contracten en afschaling naar lichtere vormen van ondersteuning als dat mogelijk is. Daarnaast biedt de nieuwe GR Sociaal per 2022 wel meer mogelijkheden om lokaal beleid te maken en maatwerkwensen af te spreken met de SDD. In 2023 wordt het kaderbeleid van de Wmo herijkt en gaan we zoeken naar manieren om de toename in indicaties af te remmen, zodat we de ondersteuning kunnen blijven leveren aan mensen die het echt nodig hebben (ouderen en chronisch zieken en gehandicapten). De budgetten voor de WMO worden nauwlettend gevolgd. Hierdoor wordt het risico op forse budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%).
De impact is daarom beperkt (10%), mede in het licht van de bijstelling van de ramingen in de begroting. Jeugdwet De uitvoering van de Jeugdwet is een taakveld binnen het sociaal domein. De bekostiging maakt met ingang van 1 januari 2019 geen deel meer uit van de integratie uitkering sociaal domein van de algemene uitkering van het Rijk. Deze gelden zijn als zodanig algemeen dekkingsmiddel geworden. De taken vanuit de Jeugdwet zijn gedelegeerd en gemandateerd aan de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd. De serviceorganisatie Jeugd (SOJ) Zuid-Holland Zuid is de uitvoeringsorganisatie. Vanwege de sterk gestegen en aanhoudend hoge kosten is het gehele budget naar de regionale zorgmarkt gegaan. Te zien is dat de kosten van Jeugdwet stijgen, waarop gehandeld zal moeten en ook zal worden. Om deze trend van kostenstijging om te zetten in een daling zijn maatregelen geformuleerd en uitgewerkt. Het implementeren van de maatregelen heeft vertraging opgelopen, mede door de Coronacrisis. Het merendeel van de maatregelen is inmiddels gestart, zowel lokaal als regionaal. De effecten van deze maatregelen zullen naar verwachting later zichtbaar worden. Met het afschaffen van de solidariteit (2022: 20% en 2023: 0%) ligt de focus op lokaal. Zo wordt er ingezet op de toegang tot jeugdhulp via het sociaal team.
Naar aanleiding van het landelijke onderzoek van AEF zijn er voor 2021 en 2022 extra middelen van het Rijk toegekend. Deze middelen dienen tekorten vanuit het verleden te compenseren en acute problemen op te lossen. Om het jeugdstelsel op de lange termijn beheersbaar te maken zijn fundamentele keuzes nodig, bijvoorbeeld over de reikwijdte van de Jeugdwet en de beleidsvrijheid en rol van gemeenten in de uitvoering. De budgetten voor de Jeugdwet worden nauwlettend gevolgd. Met het afschaffen van de solidariteit is Hardinxveld-Giessendam zelf verantwoordelijk voor de gemaakte kosten. Pieken en dalen worden niet meer afgezwakt door de regio. Het biedt kansen om meer lokaal te sturen. De werkzaamheden die horen bij de uitvoering van de wet zijn voor een groot deel ondergebracht bij de Service Organisatie Jeugd (SOJ). SOJ stelt jaarlijks een begroting op, waarin zij de te verwachte kosten presenteren. De begroting 2023 is aan de orde geweest in de raadsvergadering van 23 juni 2022. Door SOJ werd de mogelijkheid geboden om de begroting 2023 beargumenteerd aan te passen. Van deze mogelijkheid hebben wij gebruik gemaakt, omdat o.a de effecten van voogdij/18+ nog niet in de begroting van SOJ waren verwerkt. Deze effecten vallen voor onze gemeente gunstig uit.
Mocht onze inschatting te optimistisch zijn geweest ten opzichte van de raming van SOJ dan lopen wij het risico dat de kosten in werkelijkheid hoger liggen. Op basis van bovenstaande wordt het risico op budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact is daarom beperkt (10%). Omgevingswet Naar verwachting treedt de Omgevingswet per 1-1-2024 in werking. De wet is een stelselwijziging die tot doel heeft te zorgen voor een goede balans tussen het benutten en het beschermen van de fysieke WAARMERKINGSleefomgeving. Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordtVOOR de Wet kwaliteitsborging (Wkb) ingevoerd. Deze wet heeft tot doel om de kwaliteit en het toezicht bij de (ver)bouw te verbeteren. DOELEINDEN Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 76 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
Vanaf medio 2021 is de voorbereiding erop gericht om de minimale acties zoals die zijn voorgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) te realiseren voor 1-1-2024. Dit hebben we ook het afgelopen jaar zo goed als mogelijk nagestreefd met een daarop afgestemde projectorganisatie, aangevuld met inhuurkrachten en extern advies. We ondervonden desondanks kwetsbaarheid, waarbij we eventuele toekomstige ontwikkelingen aan de organisatorische kant mogelijk moeilijk kunnen opvangen door de krappe arbeidsmarkt. Daarnaast is het nieuwe en complexe materie, waarvan we na de inwerkingtreding van deze wetten pas daadwerkelijk ervaren hoe de implementatie uitpakt. Wij hebben in 2022 verder gewerkt aan de implementatie van de Omgevingswet, in de wetenschap dat de periode naar de inwerkingtreding toe er één is van trial en error. We gaan daarna zien hoe de ondernomen acties uitwerken, onder meer als het gaat om de in 2022 genomen raadsbesluiten ten aanzien van delegatie, bindend adviesrecht en participatieplicht (17 februari 2022), de legesverordening (15 december 2022) en de Verordening nadeelcompensatie Hardinxveld-Giessendam 2022 (15 december 2022). We hebben ons zo goed als mogelijk binnen de gegeven omstandigheden voorbereid. Daarmee is een basis gelegd voor het verder gaan uitvoeren, ervaren, monitoren en waar nodig aanpassen van de acties.
Het afgelopen jaar hebben we aan het invoeringstraject gewerkt "met de winkel open". Dit heeft tot gevolg gehad dat de dienstverlening voor een bepaalde periode onder druk kwam te staan en een aantal voorgenomen Omgevingswetacties niet of slechts ten dele konden worden opgepakt. Teneinde de organisatie meer focus te kunnen bieden op het invoeringstraject van de Omgevingswet, hebben wij op 6 december 2022 een collegebesluit genomen tot aanhouding van principeaanvragen, aflopende op 1 juli 2023, voor bouwinitiatieven die afwijken van het bestemmingsplan. Het effect daarvan zal pas in de loop van 2023 kunnen worden geanalyseerd. Bedrijfsvoering Eenmansposten De organisatie van de gemeente Hardinxveld-Giessendam is relatief beperkt van omvang. Doordoor is er op meerdere plekken sprake van eenmansposten. Het werk kan daardoor bij (langdurige) afwezigheid vaak niet door collega’s worden opgevangen. Daardoor volgt meestal een beroep op derden om de voortgang van zaken niet in het gedrang te laten komen. De kans dat zich dit voordoet is gelet op het relatief grote aantal eenmansposten gemiddeld (50%). De kosten welke gemoeid zijn met externe inhuur betreffen vaak openstaande vacatureplaatsen. Daardoor kunnen als eerste de bijbehorende vacaturegelden worden ingezet in combinatie met/of het concernbudget voor externe inhuur voordat aanvullende middelen nodig zijn.
Door de toenemende krapte op de arbeidsmarkt bestaat het risico dat voor langere termijn beroep op externe inhuur moet worden gedaan, waardoor mogelijk extra aanvullende middelen nodig zijn. De impact is daarom ten opzichte van de begroting 2023 verhoogd van 5% naar 10% Financiering & Dekking Algemene uitkering De belangrijkste inkomstenbron van iedere gemeente is het gemeentefonds. Omdat dit algemene middelen zijn, kan de gemeente zelf beslissen over de besteding ervan. Het gemeentefonds is gekoppeld aan de rijksuitgaven. Dit houdt in dat wanneer het Rijk meer uitgeeft, het gemeentefonds omhoog gaat. Andersom geldt dit ook. Dit principe wordt ook wel “Samen de trap op, samen de trap af” genoemd. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voorvloeiend uit de trap op trap af methode wordt het accres genoemd. Belangrijke factoren bij de berekening van de hoogte van de uitkering zijn een vijftig tal maatstaven zoals het aantal inwoners, bevolkingsopbouw, woningen en uitkeringsgerechtigden, de gevolgen van overheveling van specifieke uitkeringen en de netto rijksuitgaven. Bij negatieve budgettaire effecten, die op voorhand niet zijn in te schatten, komt dat onmiddellijk ten laste van de exploitatie.
De minister van Binnenlandse Zaken heeft in de meicirculaire 2022 informatie gegeven over de invoering per 1 januari 2023 van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds en de fors toegenomen accressen. Met de informatienota meicirculaire 2022 is de raad hierover geïnformeerd. In 2022 zijn substantiële middelen beschikbaar gesteld voor onder andere energietoeslag, klimaatakkoord en de in te voeren omgevingswet. De verwachting is dat de uitkeringen voor het sociaal domein de komende jaren onder druk blijven staan. VOOR WAARMERKINGSDe stijgende inflatie, een lagere economische groei en daarbij behorende verminderende uitgaven van het Rijk zijn risico's die op voorhand moeilijk zijn in te schatten. DOELEINDEN Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 77 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
De kans wordt op gemiddeld (50%) ingeschat, de impact op 5%. De uitkering uit het Gemeentefonds bedraagt voor 2022 € 30.192.000 (decembercirculaire 2022). Rentelasten De gemeente kent een financieringsbehoefte. In de financieringsbehoefte wordt voorzien door het aantrekken van lang- en kortlopende leningen. Nieuwe investeringen konden tot voor kort gelden voor een betrekkelijk lage rentelast worden gepland. Vanaf 2022 is sprake van stijgende rentes, waardoor ook de rentelasten op nieuwe leningen (langlopend en kasgeld) stijgen. De hoogte van de rente op het moment van investering is bepalend voor de toekomstige rentelast. Het risico bestaat dat bij het herfinancieren van leningen dan wel aantrekken van nieuwe leningen een hoger rentepercentage geldt ten opzichte van de huidige verwachtingen. Door actief te sturen op de liquiditeitsbehoefte wordt getracht om het risico op rentestijgingen te beperken. In 2022 is daarom een lening afgesloten, waarmee op verdere rentestijging is geanticipeerd. Gelet op de toekomstige investeringen is de verwachting dat wij in 2023 een nieuwe lening aan moeten gaan trekken. In de begroting hebben we rekening gehouden met een stijging van de rentelasten. Gelet op de recente stijgingen van de rentepercentages is de vraag of de stijging waar wij rekening mee hebben gehouden afdoende is.
Ten opzichte van voorgaande jaren hebben we daarom dit risico hoger ingeschat. We zijn uitgegaan van de kans op hogere rentepercentages gemiddeld 50% in plaats van 20%. Tevens hebben wij de impact verhoogd van 5% naar 10%. In de begroting 2023 is al rekening gehouden met de aangepaste percentages. Vennootschapsbelasting Uit de uitgevoerde inventarisatie van potentieel belastingplichtige activiteiten is geconcludeerd dat we geen risico's lopen op het gebied van de vennootschapsbelastingplicht. Tot en met het jaar 2020 hebben we dan ook nul-aangiftes gedaan. Desondanks heeft de Belastingdienst in 2022 aanslagen opgelegd over de jaren 2018 t/m 2020. Daar tegen is bezwaar aangetekend, waarbij de verwachting is dat dit alsnog zal resulteren in nihil-aanslagen. Het is wel van belang om de kritische onderdelen goed in beeld te blijven houden en ook alert te blijven bij toekomstige wijzigingen in beleid en/of tariefstellingen. We schatten het risico in op € 0. Overig (niet kwantificeerbaar) Naast voornoemde risico’s (kwantificeerbaar) is sprake van zogenaamde niet kwantificeerbare risico’s. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een grote calamiteit. Inschatting van de directe en de vervolgschade is niet of nauwelijks te bepalen, omdat in het geval van een grote calamiteit dit o.a.
afhankelijk is van het gebied waar het zich voordoet en anderzijds van de mogelijke bijdragen in de kosten door derden (Rijk, Provincie, Waterschap etc.). Ook kan hier gedacht worden aan het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Voor de overige risico’s is daarom een totaalbedrag gerekend van € 1 miljoen. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is opgebouwd uit de relatie tussen de risicoscore en de weerstandscapaciteit. Deze relatie drukken we uit in een verhoudingsgetal: Ratio weerstandsvermogen =
Weerstandscapaciteit Risicoscore
De weerstandscapaciteit bedraagt € 5.850.587. Het totaal aan risico’s wordt ingeschat op € 3.042.500. Hiermee komt de ratio weerstandsvermogen uit op 1,9 voor 2022. Deze ratio is ruim voldoende en ligt in het verlengde van de ratio in de begroting 2023 (1,7).
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Jaarstukken 2022
Verstegen accountants 78 en adviseurs B.V. 05/07/2023 d.d. ...................
Grondexploitaties Voor het afdekken van de risico's bij de grondexploitaties hebben we een afzonderlijke reserve. De reserve afgezet tegen de verwachte risico's laat het volgende beeld zien. De reserve grondexploitaties bedraagt per 31 december 2022 Het risicobedrag voor exploitaties in uitvoering bedraagt Het saldo bedraagt
€ 1.110.404 € 500.000 € 610.404
In paragraaf 1.15 wordt een nadere toelichting op de grondexploitaties gegeven. Kengetallen Rekening 2021 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
22% 20% 48% 19% 1% 110%
Begroting 2022
Rekening 2022
61% 61% 44% 10% -3% 106%
22% 20% 43% 21% 0% 97%
Totaalbeoordeling De gemeente Hardinxveld-Giessendam is voldoende weerbaar. Er zijn voldoende buffers om de risico’s en/of onvoorziene tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen en de weerstandsratio zijn ruim boven de norm. De ratio weerstandsvermogen is met 1,9 ruim voldoende. Daarnaast is de gemeente Hardinxveld-Giessendam eind 2022 voldoende flexibel, financieel wendbaar. Dit laat de nettoschuldquote zien. 1. Netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. In zijn algemeenheid kan worden gezegd dat de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 90% zou moeten liggen. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog, hij moet niet verder stijgen.