Jaarstukken 2020 versie 22-06-2021 - DEF CONCEPT.pdf
Tekst van het document
Titelblad 1 Burgelijke stand Hoofdstuk 2 11.341 Directe lasten 39.469 loonkosten 50.810 Saldo 23.953 Overheadopslag voor loonkosten 74.762 Totale lasten 15.052 Totale baten 20% Kostendekkendheid
Titelblad 1 Hoofdstuk 3 Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid
Jaarstukken 2020
Reisdocumenten 10.388
64.392 74.780 39.078 113.858 28.641 25%
Titelblad 1 Rijbewijzen
Hoofdstuk 4 9.878 Directe lasten 31.940 loonkosten 41.817 Saldo 19.384 Overheadopslag voor loonkosten 61.201 Totale lasten 55.944 Totale baten 91% Kostendekkendheid
Verstrekkingen uit basisregistratie 9.967
61.750 71.718 37.475 109.193 2.098 2%
64
Titelblad 1 Hoofdstuk 9 Directe lasten naturalisatie loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten naturalisatie Totale baten Verklaring omtrent gedrag Kostendekkendheid
Titelblad 1 Overige publiekszaken
Hoofdstuk11
Huisvestingswet
1.310 Directe lasten
85.755
5.323 loonkosten 6.634 Saldo 3.231 Overheadopslag voor loonkosten 9.864 Totale lasten
119.591 20.534 140.125
4.279 Totale baten 713 51% Kostendekkendheid
33.836
127 0%
Titelblad 1 Hoofdstuk 14 Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid
Markten 13.607
16.864 30.471 10.234 40.706 28.556 70%
Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Titelblad 1 Hoofdstuk 3 Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid
Omgevingsvergunningen 88.914
339.081 427.995 205.781 633.777 346.560 55%
Titel 3: Dienstverlening vallend onder Europese Richtlijn Titelblad 1 en 3 TB 1: hoofdstuk 16 TB 3: hoofdstuk 1 TB 3: hoofdstuk 2
TB 3: hoofdstuk 7 Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid
Jaarstukken 2020
kansspelen horeca organiseren evenementen of markten niet benoemde vergunningen 38.002
200.980 238.982 121.971 360.953 5.305 1%
65
Havengelden, begraafplaatsen, riolering en afval
Havengelden Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten
9.507 Directe lasten
Begraafplaatsen 130.910
30.007 loonkosten 39.513 Saldo 18.210 Overheadopslag voor loonkosten 57.724 Totale lasten
331.287 121.604 452.892
Totale baten Kostendekkendheid
44.888 Totale baten 78% Kostendekkendheid
408.663 90%
Afval
200.377
Riool
Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag Gecompenseerde BTW Totale lasten
1.661.353 Directe lasten
Totale baten Kostendekkendheid
2.113.471 Totale baten 94% Kostendekkendheid
55.295 loonkosten 1.716.648 Saldo 206.959 Overheadopslag 335.167 Gecompenseerde BTW 2.258.774 Totale lasten
1.111.297
203.470 1.314.767 158.508 153.728
1.627.004 1.806.737 111%
Rente riolering In de berekening van de kostendekkendheid van de riolering wordt rekening gehouden met een rentepercentage van 3%. Dit wijkt af van de berekende renteomslag. In de nota financieringsvisie is vastgelegd dat investeringen in rioleringen volledig extern gefinancierd worden. Het rentepercentage riolering is dan ook gebaseerd op een gemiddelde van de rente van de langlopende schulden.
Jaarstukken 2020
66
1.11 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen Deze paragraaf geeft inzicht in (mogelijke) risico’s voor de gemeente en de mate waarin deze risico’s kunnen worden opgevangen (weerstandscapaciteit). De relatie tussen de risico’s en de weerstandscapaciteit zegt iets over de financiële robuustheid van de gemeente Hardinxveld-Giessendam: het weerstandsvermogen. Beleid Bij raadsbesluit van 27 november 2013 is de Financieringsvisie vastgesteld. De nota reserves en voorzieningen is vastgesteld door de gemeenteraad op 19 december 2013. Deze nota geeft een overzicht van de reserves en voorzieningen, evenals richtlijnen hoe hiermee wordt omgegaan. Er is voor gekozen om geen afzonderlijke nota samen te stellen inzake het weerstandsvermogen en de risico’s. In deze paragraaf wordt hiervan een uiteenzetting gegeven. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om tegenvallers op te vangen. Het gaat hierbij om de ‘vrij besteedbare’ middelen, zoals de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves. Per 31 december 2020 bedraagt de weerstandscapaciteit:
Weerstandscapaciteit
Bedragen x € 1.000
Weerstandscapaciteit exploitatie Onbenutte belastingcapaciteit - OZB Totaal onbenutte belastingcapaciteit Onvoorzien Weerstandscapaciteit exploitatie
p.m. 0 0 0
Weerstandscapaciteit vermogen Vrij aanwendbaar deel algemene reserve Vrij aanwendbaar deel reserve sociaal domein Stille reserves Weerstandscapaciteit vermogen Totale weerstandscapaciteit
13.586 2.483 p.m. 16.069 16.069
Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra structurele middelen die gegenereerd kunnen worden door de tarieven van de gemeentelijke belastingen te verhogen tot het wettelijk toegestane maximum. De onbenutte belastingcapaciteit ten aanzien van de onroerende zaakbelastingen is bepaald op basis van het verschil tussen onze OZB-percentages en het normpercentage-OZB voor toelating tot artikel 12 van de financiële verhoudingenwet (Fvw). Het Rijk heeft met de VNG afgesproken dat vanaf 2020 een benchmark woonlasten wordt ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijk te maken. Daarmee komt een einde aan het monitoren met de macronorm OZB (De macronorm voor 2019 is 4%). De onbenutte belastingcapaciteit voor de overige onderdelen (riool- en afvalstoffenheffing, leges en overige heffingen) is op nul gezet. Dit omdat bij de gemeentelijke belastingen en retributies zoveel mogelijk wordt gestreefd naar 100%-kostendekkendheid.
Jaarstukken 2020
67
Onvoorzien Ter dekking van onvoorziene begrotingsuitgaven in de loop van het jaar is in de begroting 2020 een bedrag opgenomen van € 25.000. Deze is in 2020 aangewend voor de noodzakelijke niet voorziene vervanging van de vloer in het zwembad. Algemene reserve De omvang van de algemene reserve (exclusief resultaatbestemming 2020) bedraagt € 13.585.509 per 31 december 2020. Dit bedrag is vrij aanwendbaar. Reserve Sociaal Domein Voor het sociaal domein is een aparte reserve gevormd. Deze wordt gezien als onderdeel van de weerstandscapaciteit. De achterliggende reden is dat in de bepaling van de risico’s het sociaal domein is betrokken. De omvang van de reserve sociaal domein (exclusief resultaatbestemming 2020) bedraagt € 2.482.830 per 31 december 2020. Stille reserves Om een reëel inzicht te hebben in de omvang van het eigen vermogen dienen ook stille reserves in beeld te worden gebracht. Deze reserves vormen immers één van de elementen waarmee tegenvallers bekostigd zouden kunnen worden. De gemeente heeft stille reserves wegens aandelenbezit Stedin en BNG welke zijn gewaardeerd tegen historische kostprijs. Ook de gemeentelijke eigendommen bevatten stille reserves die bij verkoop te gelde kunnen worden gemaakt. De stille reserves zijn PM geraamd omdat deze niet direct inzetbaar zijn voor weerstandscapaciteit.
Risico-analyse De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen, dus waarvoor geen voorziening is gevormd of waarvoor geen verzekering is afgesloten. Organisatiebreed heeft een risico-inventarisatie plaatsgevonden. Deze is als volgt opgebouwd: Korte beschrijving van het risico Het financiële effect / kans / risicobedrag Om tot een kwantificering van de risico’s te komen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Kans de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet is afhankelijk van meerdere factoren waaronder de frequentie. De frequentie alleen is op zich al moeilijk te bepalen. Om toch te komen tot een schaalverdeling is bij de risicoanalyse binnen de gemeente Hardinxveld-Giessendam gekozen voor drie categorieën, te weten: o Groot (80%); o Gemiddeld (50%); o Klein (20%). Impact De impact geeft de financiële invloed aan die een risico kan hebben op de gemeentelijke exploitatie. De percentages (standaardklassen) die worden gehanteerd zijn 1%, 5%, 10%, 25% en 50%. Daarbij heeft het kleinste percentage financieel gezien de minste impact, terwijl het grootste percentage juist een grote impact heeft. In onderstaande tabel geven we een overzicht van de risico’s, gevolgd door een korte beschrijving van elk risico.
Jaarstukken 2020
68
Risicomatrix
Kans Program m a
Risico's
Im pact
Bedrag
Groot
Gem iddeld
Klein
80%
50%
20%
Totaal
4
PFOA
20%
450.000
6
Leerlingenvervoer
20%
269.000
72.000 27.000
72.000 27.000
8
Participatiew et (incl. inkomensvoorz.)
10%
3.227.000
161.000
161.000
9
WMO
10%
3.486.000
174.000
174.000
9
Jeugdw et
10%
4.553.000
228.000
228.000
Bedrijfsv
Eenmansposten
5%
9.568.000
239.000
239.000
Bedrijfsv
COVID-19 (Corona)
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
Fin en dek
Algemene uitkering
5%
23.996.000
600.000
600.000
Fin en dek
Rentelasten
5%
500.000
Overigen
Overig (niet kw antificeerbaar)
5.000
5.000 500.000
72.000
1.429.000
5.000
2.006.000
PFOA De aanwezigheid van de PFOA in (water)bodem leidt tot meerkosten op projecten. In alle gevallen is bodemonderzoek nodig waarbij ook onderzocht wordt op PFOA. De afzetmogelijkheden van de grond bepalen hierna de omvang van de meerkosten. Problemen zijn er vooral als gesaneerd moet worden, waarbij er ook PFOA als bijvangst aangetroffen wordt. Daarnaast kan PFOA ook stagnatie(kosten) tot gevolg hebben. In de ramingen van de projecten wordt geanticipeerd op dit risico en daarom wordt het risico op budgetoverschrijding hoog geacht (80%) en impact op de ramingen in de begroting op beperkt (20%). Leerlingenvervoer Het leerlingenvervoer is een openeinderegeling. De laatste jaren zien we na een dalende trend, een stabilisatie van de kosten. Deze post blijft moeilijk te ramen. Grote invloed op de kosten is het aantal kinderen dat een beroep doet op de verordening Leerlingenvervoer. Daarnaast is het type school bepalend voor de hoogte van de vergoeding. De grootste onzekere factor zijn kinderen die vanwege de handicap naar een school ver buiten onze regio gaan, omdat dichterbij geen toegankelijke school is. Dit is niet te sturen door de gemeente. Vanaf het schooljaar 2018-2019 is er een nieuwe, langdurige aanbesteding van kracht. De aanbesteding is een stabiliserende factor op de totale kosten van het leerlingenvervoer. Er is echter ook een effect waar we geen invloed op hebben.
Dat is de NEA indexering voor de taxibranche. De verwachting is dat dit mogelijk invloed heeft op de kosten. In het kader van Passend onderwijs zien we ook vervoersbewegingen vanuit de Jeugdwet en het Leerlingenvervoer samenkomen. Er wordt dan voor de goedkoopste en voor kinderen aanvaardbare optie gekozen. We zien ook enkele leerlingen waar dichtbij tijdelijk geen plaats is en die daardoor tijdelijk verder van huis naar school gaan. Hierdoor gaan incidenteel de kosten omhoog. Het risico wordt op gemiddeld (50%) geschat. Indien het aantal vervoerde leerlingen toeneemt, is de impact gemiddeld (20%). Participatiewet De Participatiewet kenmerkt zich door een vast rijksbudget binnen de algemene uitkering. Dit is het participatiebudget dat onderdeel is van het sociaal domein. Vanaf 1 januari 2019 geldt overigens dat de budgetten van het sociaal domein zijn ontschot binnen de algemene uitkering. Naast het participatiebudget is er een specifieke uitkering die als inkomensdeel door het Rijk separaat wordt uitbetaald. Beide budgetten worden neutraal in de begroting opgenomen. Het toereikend zijn van het budget hebben wij niet geheel in eigen hand. Door bezuinigingsmaatregelen van het kabinet hebben gemeenten te maken met verlaagde inkomsten.
Daarnaast is er een groot risico dat het dat het aantal bijstandsuitkeringen gaat stijgen als gevolg van de coronacrisis en een mogelijke daaropvolgende recessie. De Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) voert voor onze gemeente de Participatiewet uit. De bijdrage in de uitvoeringskosten van de SDD wordt middels een vastgestelde verdeelsleutel bepaald. Deze is gebaseerd op het aantal bijstandsgerechtigden. Door de economische ontwikkeling en veranderde wet- en regelgeving kan de SDD in een situatie terechtkomen waarin zij niet meer kan beschikken over voldoende middelen om aan alle verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen dan wel dat extra personeel dient te worden aangetrokken. De gemeente Hardinxveld-Giessendam is verplicht een bijdrage te leveren aan de SDD zodat zij aan alle verplichtingen jegens derden kan voldoen. Jaarstukken 2020
69
Daarnaast zorgt de verhoogde instroom van vergunninghouders voor een financieel risico voor de kosten voor bijstandsuitkeringen en huisvesting. De budgetten van de participatiewet worden nauwlettend gevolgd. Gelet op bovenstaande uiteenzetting wordt het risico op budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact op de ramingen in de begroting is beperkt (10%). WMO De Wmo is een ‘open einderegeling’: de kosten in enig jaar zijn sterk afhankelijk van het beroep dat op de regeling wordt gedaan. Alleen al daarom brengt het de nodige risico’s met zich mee. De Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) voert voor onze gemeenten het grootste deel van de Wmo-taken uit. De SDD benut hiervoor een groot deel van de Wmo-budgetten van de gemeente. De SDD hanteert deels het principe van solidariteit en deels het principe van afrekening. In 2021 worden de kostenverdeelsleutels, bedoeld voor de verdeling van de gemeentelijke bijdragen aan de GR Drechtsteden geactualiseerd Het budget voor het organiseren van algemene voorzieningen blijft lokaal. De realisatiecijfers van de afgelopen jaren vormen de basis voor de komende jaren waarmee de budgetten herijkt kunnen worden. Hierbij is ook een marge ingebouwd. De realisatiecijfers van de volgende jaren bieden een verdere basis voor betrouwbaardere prognoses. De Coronacrisis zorgde voor een terugloop in de vraag naar de Wmo voorzieningen.
Het is echter nog te vroeg om de impact van Corona op langere termijn te benoemen. Vooralsnog is de verwachting dat de stijging van de kosten voor de Wmo de komende jaren zal doorzetten. Dit komt doordat 1) het aantal toegekende voorzieningen stijgt; 2) de kostprijs van de voorzieningen toeneemt en 3) de sturingsmogelijkheden van de gemeenten afnemen door maatregelen vanuit de rijksoverheid. Zo stijgen de uitgaven op de individuele begeleiding en dagbesteding al geruime tijd en vanaf 2019 ook de uitgaven voor hulpmiddelen en woonvoorzieningen. Dit komt onder andere door de vergrijzing en doordat mensen steeds langer en met zwaardere problematiek thuis blijven wonen (ambulantisering en extramuralisering). Sinds 2019 stijgt ook het aantal inwoners dat een beroep doet op huishoudelijke hulp fors. Een belangrijke oorzaak hiervan is de invoering van een vaste eigen bijdrage van € 17,50 per vier weken (het abonnementstarief) dat leidt tot een aanzuigende werking. Ook de nieuwe aanbesteding huishoudelijke ondersteuning leidt naar verwachting tot hogere tarieven door stijgende cao-lonen, krapte op de arbeidsmarkt en de AMvB reële prijs die straks van toepassing is op de nieuwe inkoopcontracten. Een nieuwe onzekere factor is de doordecentralisatie van beschermd wonen en opvang. Vanaf 2021 wordt beschermd wonen een taak van alle gemeenten en niet alleen meer van de centrumgemeente.
Stapsgewijs worden ook de financiële middelen opnieuw herverdeeld over alle gemeenten. Ook vindt er in 2021 een overheveling plaats van cliënten en budget vanuit beschermd wonen naar de Wet Langdurige Zorg (WLZ). Het effect hiervan is nog niet bekend, maar de verwachting is dat dat de overgang naar de WLZ waarschijnlijk financieel nadelig uitpakt. Door al deze ontwikkelingen zullen de kosten voor Wmo ondersteuning op langere termijn verder toenemen. De SDD stuurt op het beperken van de kosten via, onder andere, scherpe sturing op de contracten en afschaling naar lichtere vormen van ondersteuning als dat mogelijk is. De budgetten voor de WMO worden nauwlettend gevolgd. Hierdoor wordt het risico op forse budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact is daarom beperkt (10%), mede in het licht van de bijstelling van de ramingen in de begroting. Jeugdwet De uitvoering van de Jeugdwet is een taakveld binnen het sociaal domein. De bekostiging maakt met ingang van 1 januari 2019 geen deel meer uit van de integratie uitkering sociaal domein van de algemene uitkering van het Rijk. Deze gelden zijn als zodanig algemeen dekkingsmiddel geworden. De taken vanuit de Jeugdwet zijn gedelegeerd en gemandateerd aan de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd. De serviceorganisatie Jeugd (SOJ) Zuid-Holland Zuid is de uitvoeringsorganisatie.
Vanwege de sterk gestegen kosten is het gehele budget naar de regionale zorgmarkt gegaan. Te zien is dat de kosten van Jeugdwet stijgen, waarop gehandeld zal moeten en ook zal worden. Om deze trend van kostenstijging om te zetten in een daling zijn maatregelen geformuleerd en uitgewerkt. Het implementeren Jaarstukken 2020
70
van de maatregelen heeft vertraging opgelopen, mede door de Coronacrisis. Het merendeel van de maatregelen is inmiddels gestart, zowel lokaal als regionaal. De effecten van deze maatregelen zullen naar verwachting later zichtbaar worden. Er is in 2020 ten opzichte van 2019 sprake van een duidelijke positieve trendbreuk in de kostenontwikkeling. Onduidelijk is nog wat het Rijk aan extra middelen voor de Jeugdwet ter beschikking zal stellen, ook met de oplevering van het regionale onderzoek van Andersson Elffers Felix (AEF) naar de jeugdhulpkosten. Tot en met 2021 zijn extra middelen van het Rijk toegekend. Er wordt op dit moment onderzocht welke structurele middelen er nodig zijn. Vanaf 2022 zijn de geluiden voorzichtig positief. De budgetten voor de Jeugdwet worden nauwlettend gevolgd. Hierdoor wordt het risico op forse budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact is daarom beperkt (10%), mede in het licht van de bijstelling van de ramingen in de begroting. Bedrijfsvoering - Eenmansposten Door toetreding tot Drechtsteden is onder andere de kwetsbaarheid op éénmansfuncties terug gedrongen, toch worden diverse functies door één medewerker ingevuld. Het werk kan daardoor bij (langdurige) afwezigheid vaak niet door collega’s worden opgevangen. Daardoor volgt meestal een beroep op derden om de voortgang van zaken niet in het gedrang te laten komen.
De kans dat zich dit voordoet is gelet op het relatief grote aantal eenmansposten gemiddeld (50%). De kosten welke gemoeid zijn met externe inhuur betreffen vaak openstaande vacatureplaatsen. Daardoor kunnen als eerste de bijbehorende vacaturegelden worden ingezet in combinatie met/of het concernbudget voor externe inhuur voordat aanvullende middelen nodig zijn. Door de toenemende krapte op de arbeidsmarkt bestaat het risico dat voor langere termijn beroep op externe inhuur moet worden gedaan, waardoor mogelijk extra aanvullende middelen nodig zijn. De impact is daarom gemiddeld (5%). - COvID-19 (Corona) Het COVID-19 (Corona) virus heeft inmiddels tot een tweede golf geleidt, waardoor aanvullende rijksmaatregelen zijn getroffen. De effecten van de lock-down en het ontstaan van varianten op het virus maken dat deze maatregelen omvangrijker zijn dan in de eerste golf. Alhoewel vaccinaties begin 2021 op gang zijn gekomen is onzeker hoe en in welke omvang de aanvullende maatregelen duren en effect op de economie zullen hebben. Door het Rijk zijn wel aanvullende ondersteuningspakketten beschikbaar gesteld. Voorlopig zijn de economische effecten nog niet (geheel) zichtbaar. Naar verwachting heeft het economisch effect op meerdere beleidsterreinen van de begroting 2021 en mogelijk voor de jaren daarna.
Te denken valt aan de opbrengsten uit de omgevingsvergunningen, maar ook op de opbrengsten uit de sportlocaties. Hoe groot de financiële impact zal zijn is nog niet te bepalen. We monitoren de komende periode onze risico’s en die van onze partners voortdurend. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. Financiering & Dekking - Algemene uitkering De belangrijkste inkomstenbron van iedere gemeente is het gemeentefonds. Omdat dit algemene middelen zijn, kan de gemeente zelf beslissen over de besteding ervan. Het gemeentefonds is gekoppeld aan de rijksuitgaven. Dit houdt in dat wanneer het Rijk meer uitgeeft, het gemeentefonds omhoog gaat. Andersom geldt dit ook. Dit principe wordt ook wel “Samen de trap op, samen de trap af” genoemd. Ervaringen geven aan dat niet altijd sprake is van een groei van het Gemeentefonds en toch ook rekening moet worden gehouden met het gegeven dat het Gemeentefonds een daling te zien geeft. Belangrijke factoren bij de berekening van de hoogte van de uitkering zijn het precieze aantal inwoners en woningen, de gevolgen van overheveling van specifieke uitkeringen en de netto rijksuitgaven. Bij negatieve budgettaire effecten, die op voorhand niet zijn in te schatten, komt dat onmiddellijk ten laste van de exploitatie.
De minister van Binnenlandse Zaken heeft in december 2020 aangegeven dat de herijking verdeling gemeentefonds opschuift naar 1 januari 2023. De verwachting is dat dit model beter aansluit op de kostenverschillen tussen gemeenten en dat een groot aantal knelpunten in de huidige verdeling hiermee weggenomen kan worden. De eerste contouren van de herijking zijn zichtbaar. Voor HardinxveldGiessendam komt een positief beeld naar voren maar het gaat allemaal nog om voorlopige informatie. Het Rijk heeft naast specifieke uitkeringen in verband met de coronacrisis ook compensatiegelden in de algemene uitkering beschikbaar gesteld. De verachting is dat óók in 2021 de nodige compensatie zal worden toegepast in de algemene uitkering. Jaarstukken 2020
71
Met ingang van 2019 is de integratie-uitkering sociaal domein; WMO, Jeugdwet en Participatiewet, met uitzondering van enkele onderdelen, opgegaan in de algemene uitkering. Daarmee maakt het voortaan deel uit van de samen-trap-op-af systematiek. Ondanks een extra uitkering voor Jeugd over de jaren 2019 t/m 2021 zullen met name de participatie- en jeugdbudgetten de komende jaren onder druk blijven staan. De kans wordt op gemiddeld (50%) ingeschat, de impact op 5%. De uitkering uit het Gemeentefonds bedraagt voor 2020 € 23.996.104 - Rentelasten De gemeente kent een financieringsbehoefte. In de financieringsbehoefte wordt voorzien door het aantrekken van lang- en kortlopende leningen. Nieuwe investeringen kunnen op dit moment voor een betrekkelijk lage rentelast worden gepland, maar de hoogte van de rente op het moment van investering is bepalend voor de toekomstige rentelast. Het risico bestaat dat bij het herfinancieren van leningen dan wel aantrekken van nieuwe leningen een hoger rentepercentage geldt ten opzichte van de huidige leningenportefeuille. Door het omzetten van een fixe-lening (aflopend in 2028) naar een lineaire lening van 20 jaar is in 2020 reeds geanticipeerd op renterisico voor de herfinanciering. Tevens is een langlopende lening, waarop renteherziening in 2022 was voorzien, tegen een lager rentepercentage vastgezet (looptijd tot 2052).
Daarmee zijn risico's op renteverhogingen gemitigeerd. In de begroting wordt verder rekening gehouden met (her)financiering. Daarnaast zijn de verwachtingen rondom de rentepercentages voorlopig gunstig. Daarnaast is op basis van de liquiditeitsprognose op korte termijn (1 à 2 jaar) geen behoefte aan lange termijn financiering. Daarmee is de kans op hogere rentepercentages klein (20%). Tevens is de impact doordat de rente erg laag staat klein (5%). Vennootschapsbelasting Uit de uitgevoerde inventarisatie van potentieel belastingplichtige activiteiten is geconcludeerd dat we geen risico's lopen op het gebied van de vennootschapsbelastingplicht. Tot en met het jaar 2019 hebben we dan ook nul-aangiftes gehad. Het is wel van belang om de kritische onderdelen goed in beeld te blijven houden en ook alert te blijven bij toekomstige wijzigingen in beleid en/of tariefstellingen. We schatten het risico in op € 0. Overig (niet kwantificeerbaar) Naast voornoemde risico’s (kwantificeerbaar) is sprake van zogenaamde niet kwantificeerbare risico’s. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een grote calamiteit. Inschatting van de directe en de vervolgschade is niet of nauwelijks te bepalen, omdat in het geval van een grote calamiteit dit o.a. afhankelijk is van het gebied waar het zich voordoet en anderzijds van de mogelijke bijdragen in de kosten door derden (Rijk, Provincie, Waterschap etc.).
Ook kan hier gedacht worden aan het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Voor de overige risico’s is daarom een totaalbedrag gerekend van € 500.000. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is opgebouwd uit de relatie tussen de risicoscore en de weerstandscapaciteit. Deze relatie drukken we uit in een verhoudingsgetal: Ratio weerstandsvermogen =
Weerstandscapaciteit Risicoscore
De weerstandscapaciteit bedraagt € 16.068.339. Het totaal aan risico’s wordt ingeschat op € 2.006.000. Hiermee komt de ratio weerstandsvermogen uit op 8,01 voor 2020. Dit is fors hoger dan in 2019 (2,54), met name vanwege de opbrengst verkoop aandelen Eneco, welke voor een groot deel is toegevoegd aan de algemene reserve. De ratio is ruim voldoende. Grondexploitaties Voor het afdekken van de risico's bij de grondexploitaties hebben we een afzonderlijke reserve. De reserve afgezet tegen de verwachte risico's laat het volgende beeld zien. De reserve grondexploitaties bedraagt per 31 december 2020 Het risicobedrag voor exploitaties in uitvoering bedraagt Het saldo bedraagt
€ 1.841.836 € 240.000 € 1.641.836
In paragraaf 1.15 wordt een nadere toelichting op de grondexploitaties gegeven.
Jaarstukken 2020
72
Kengetallen Rekening 2019
Begroting 2020
Rekening 2020
Netto schuldquote
73%
53%
22%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
73%
53%
20%
Solvabiliteitsratio
27%
37%
48%
Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
15% -2% 110%
14% 19% 106%
14% -1% 110%
Totaalbeoordeling De gemeente Hardinxveld-Giessendam is voldoende weerbaar. Er zijn voldoende buffers om de risico’s en/of onvoorziene tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen en de weerstandsratio zijn ruim boven de norm. De ratio weerstandsvermogen is met 8,01 ruim voldoende. De solvabiliteitsratio laat ten opzichte van 2019 een toename zien, hetgeen inhoudt dat de mate waarin Hardinxveld-Giessendam in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen iets is verbeterd. Daarnaast is de gemeente Hardinxveld-Giessendam eind 2020 voldoende flexibel, financieel wendbaar. Dit laat de nettoschuldquote zien. 1. Netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast.
In zijn algemeenheid kan worden gezegd dat de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 90% zou moeten liggen. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog, hij moet niet verder stijgen. Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, dan bevindt de gemeente in de gevarenzone. De schuldquote van de gemeente Hardinxveld-Giessendam (21%) valt binnen de reguliere marges. 2. De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. Bij een solvabiliteitsratio lager dan 20% bevindt de gemeente zich op glad ijs. Met 49% ligt het de ratio van de gemeente Hardinxveld- Giessendam boven de signaalwaarde. 3. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten.
Voor de berekening van dit kengetal worden de bouwgronden in exploitatie (inclusief faciliterend deel – onder overlopende activa) gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken (ingevolge artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. Het kengetal laat nagenoeg dezelfde zien als bij het opstellen van de jaarrekening 2019.
Jaarstukken 2020
73
4. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (zie artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. Dit percentage is vooral van belang bij de begroting. Een niet structureel sluitende begroting kan gevolgen hebben voor het provinciaal toezicht. Bij de jaarrekening is het percentage negatief (-1%), dit komt hoofdzakelijk door de tekorten op het sociaal domein. Zoals in de begroting 2020 aangeven hebben wij ter gedeeltelijke dekking van deze tekorten de reserve sociaal domein ingezet. Hierbij voorzien we een afbouw van de inzet van de reserve, waarbij in 2024 er geen onttrekking meer plaatsvindt. De reserve is in het verleden gevoed met positieve resultaten op het Sociaal Domein en wordt nu ingezet om de tekorten tijdelijk en gedeeltelijk te compenseren.
Volgens de BBV voorschriften worden de tekorten gezien als structurele uitgaven en de onttrekking aan de reserve als incidentele baat. Dit laatste zorgt voor een negatief effect op het structurele saldo. Voor de berekening van het structureel exploitatieresultaat wordt verwezen naar paragraaf 2.5.3. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de provincie of gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Gemeente Hardinxveld-Giessendam zit boven het landelijk gemiddelde. Een hoog gemiddeld OZB-tarief ten opzichte van het landelijk gemiddelde geeft aan dat de gemeente beperkt is in het verkrijgen van extra inkomsten. Het tarief van de gemeente HardinxveldGiessendam ad € 306 ligt hoger dan het landelijk gemiddelde van € 295.
Jaarstukken 2020
74
1.12 Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen Algemeen Kapitaalgoederen zijn eigendommen van de gemeente, zoals wegen, rioleringen, bruggen en gebouwen die door de gemeente duurzaam in stand gehouden moeten worden. Zij worden beheerd op basis van beheerplannen. In deze beheerplannen staat op welke wijze het reguliere en het periodieke onderhoud plaatsvindt. De beheerplannen worden periodiek geactualiseerd. Kaderstelling Met deze paragraaf heeft de raad bij de vaststelling van de begroting de mogelijkheid kaders te stellen voor het onderhoud van de materiële vaste activa (bijvoorbeeld gebouwen, wegen, riolering, etc.). Dit is van belang omdat in veel programma’s kosten zijn opgenomen voor het onderhoud van kapitaalgoederen, waarvoor op basis van meerjarenonderhoudsplannen reserves en voorzieningen zijn gevormd. Periodiek onderhoud Het periodiek onderhoud is het jaarlijkse programma voor groot onderhoud en voor renovaties, waarmee we zorgen dat onze kapitaalgoederen hun beoogde levensduur kunnen bereiken of waarmee de levensduur wordt verlengd. In de beheerplannen is aangegeven wat de levensduur is en hoe we omgaan met het periodieke onderhoud. Ook staat aangegeven op welk moment vervanging nodig is. Voor vervangingen worden in de begroting specifieke investeringen benoemd. De diverse reserves en voorzieningen worden gevoed door een jaarlijkse dotatie ten laste van de exploitatie.
Hieronder worden de verschillende beheerplannen kort toegelicht en is tevens aangegeven welk beslag op de middelen er uit voortvloeit. Met ingang van het begrotingsjaar 2017 dienen in het kader van de wijziging van het BBV de kapitaallasten (rente en afschrijving) aan de programma’s te worden toegerekend. Bij meerdere kapitaalgoederen is sprake van bestemde reserves ter dekking van de afschrijvingslasten. Ten behoeve van de aansluiting zijn aan de lastenzijde alleen de afschrijvingslasten (dus exclusief rente) verantwoord. BEHEERPLAN WEGEN Vastgesteld door raad
Looptijd Doel Investeringen en ambitieniveau
Planning actualisatie
Jaarstukken 2020
20 juni 2014 Evaluatie opgesteld in 2017 Aanvulling in 2018 – voetpaden wel/niet B-niveau 2014-2020 Onderhouden van het wegareaal op het door de gemeenteraad gekozen onderhoudsniveau beeldkwaliteit C. In het beheerplan wegen 2014-2020 zijn de lopende en geplande investeringen opgenomen. De investeringsplanning is zodanig opgesteld dat het onderhoud op het beoogde kwaliteitsniveau C kan plaatsvinden. Op basis van de opgestelde evaluatie in 2017 is besloten het kwaliteitsniveau van de fietspaden te verhogen naar niveau B. Om meerjarig de onderhouds- en afschrijvingslasten te kunnen egaliseren is een reserve wegenbeheer gevormd. In april 2018 is besloten dat het beheer van de voetpaden voorlopig op C-niveau blijft, met een extra inspanning op risicolocaties Actualisatie beheerplan in 2022 Na implementatie in een nieuw beheersysteem wordt de huidige kwaliteit opnieuw bepaald en kunnen op basis van actuele gegevens verschillende (kwaliteits-)scenario's worden uitgewerkt en kan het beheerplan wegen worden gemaakt of geactualiseerd. De implementatie van het nieuwe beheersysteem, één systeem voor geheel Drechtsteden, heeft meer tijd in beslag genomen dan gepland. Voor de gegevens die nodig zijn voor de actualisatie van het beheerplan zijn we afhankelijk van het nieuwe beheersysteem. Door de genoemde vertraging zal de actualisatie twee jaar later plaats vinden.
75
(bedragen x € 1.000)
Rekening 2019
Begroting 2020
Rekening 2020
223 237 460
275 290 565
212 253 465
Onttrekking afschrijvingslasten, onderhoud Mutatie reserve Wegen
596 -460 136
537 -512 25
610 -465 145
Totaal lasten wegenbeheerprogramma
596
590
610
Beheerplan Wegen Product wegen, straten en pleinen
Onderhoud Afschrijvingslasten Lasten programma 4 Reserve Wegen
Toevoegingen
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de onderhouds- en afschrijvingslasten worden geëgaliseerd via de reserve Wegen. De afschrijvingstermijnen voor reconstructies/herinrichting zijn 40 jaar, voor asfaltering 20 jaar, voor een geluiddempende toplaag 6 jaar en voor herstraten 10 jaar. BRUGGEN Vastgesteld door raad Looptijd Doel
Investeringen en ambitieniveau Planning actualisatie
Geen raadsbesluit; B&W 11 oktober 2001; Commissie OWB november 2001 5 jaar (versie 2001 is in 2004 geactualiseerd) De bruggen zijn geïnventariseerd, op basis hiervan is het planmatig onderhoud begroot. De te nemen maatregelen zijn in een meerjarenbegroting opgenomen. In het nog op te stellen beheerplan kunstwerken worden de ambities en bijbehorende middelen opgenomen. Er is begonnen met het opstellen van een beheerplan civiele kunstwerken waar de bruggen onderdeel van vormen. Besluitvorming hierover volgt in 2022. (bedragen x € 1.000)
Rekening 2019
Bruggen Afschrijvingslasten Lasten programma 4
40 40
Begroting 2020 40 40
Rekening 2020 42 42
Voor bruggen geldt een afschrijvingstermijn van 10 jaar. OPENBARE VERLICHTING Vastgesteld door raad Looptijd Doel
Investeringen en ambitieniveau Planning actualisatie Jaarstukken 2020
September 2017 2017-2026 Het beheerplan is een uitwerking van het in het beleidsplan openbare verlichting (2017-2026) vastgelegde beleidsuitgangspunten. In het beheerplan wordt beschreven welk beheer en onderhoud uitgevoerd moet worden om de installatie en de verlichting op een gewenst kwaliteitsniveau te brengen of te houden en welke financiële middelen daarvoor nodig zijn. De jaarlijkse kapitaallasten worden gedekt uit de reserve. gepland 2026 76
(bedragen x € 1.000)
Beheerplan Openbare verlichting
Rekening 2019
Begroting 2020
Rekening 2020
Product Openbare Verlichting
Onderhoud Afschrijvingslasten
28 43 71
Lasten programma 4
38 43 81
34 43 77
Reserve Openbare Verlichting
Toevoegingen
53
53
53
Onttrekking afschrijvingslasten, remplace Mutatie reserve Openbare Verlichting
-47
-63
-52
6
-10
1
Totaal lasten beheerprogramma OV
77
71
78
Investeringen in straatverlichting worden in 15 jaar afgeschreven. De afschrijvingslasten worden geëgaliseerd via de reserve Openbare Verlichting. STEDELIJK WATERPLAN Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen en ambitieniveau Planning actualisatie
2003 2003-2011 Verbetering kwaliteit en belevingswaarde van het oppervlaktewater. Uitvoering convenant met het Waterschap Rivierenland. Gebaseerd op het plan 2003-2011 en uitgevoerd. De afschrijvingslasten worden gedekt via de gemeentelijke exploitatie. Het plan is uitgevoerd. Het plan is samen met het Waterschap geëvalueerd. De uitkomsten van de monitoring van de waterkwaliteit door het Waterschap geven geen aanleiding tot extra maatregelen. De maatregelen uit het waterplan hebben voor een kwaliteitsverbetering gezorgd van het oppervlaktewater. Actualisatie of een nieuw plan is niet aan de orde. (bedragen x € 1.000)
Rekening 2019
Stedelijk waterplan Afschrijvingslasten investeringen Lasten programma 4
25 25
Begroting 2020 25 25
Rekening 2020 25 25
BAGGERPLAN Vastgesteld door raad Looptijd Doel
Investeringen en ambitieniveau
Planning actualisatie Jaarstukken 2020
2020 2019-2029 Uitvoeren reguliere baggerronde inclusief de acceptatiekosten voor baggerwerkzaamheden van het waterschap. Zorgdragen voor een goede afstroming van het regenwater. In 2019 is het baggerplan gereedgekomen. Deze is in 2020 vastgesteld door de raad en betreft de baggercyclus van 2021-2024. In het plan zijn het ambitie niveau en de benodigde middelen opgenomen. Ter dekking van onderhouds- en afschrijvingslasten is een bestemmingsreserve Baggerplan in het leven geroepen. 2029 77
(bedragen x € 1.000)
Rekening 2019
Baggeren Gerealiseerde baggerwerken Lasten programma 4
Begroting 2020
Rekening 2020
0 0
0 0
0 0
Mutatie reserve Waterbeheerplan
25 -3 22
1.025 -40 985
1.025 -32 993
Totaal lasten Baggeren
22
985
993
Reserve Waterbeheerplan (voorheen baggeren) Dotatie reserve waterbeheerplan
Onttrekking gerealiseerde baggerwerken
Voor egalisatie van de kosten over de jaren heen is een reserve ‘waterbeheerplan’ gecreëerd. VERBREED GEMEENTELIJK RIOLERINGSPLAN (vGRP)
Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen en ambitieniveau
Planning actualisatie
Jaarstukken 2020
23 juni 2011 2011-2020 De exploitatielasten en investeringen zijn gebaseerd op het vGRP. De voorziening riolering is bedoeld voor tariefegalisatie. Deze worden in het vGRP aangegeven en zijn gericht op de inzameling van afvalwater en de inzameling van hemelwater dat niet kan of mag worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding. Om de doelen te concretiseren zijn hieraan functionele eisen en maatstaven gekoppeld. De huidige toestand van de riolering wordt aan deze doelen getoetst, maatregelen worden opgesteld en er is een strategie uitgewerkt hoe de maatregelen - technisch en financieel - in de tijd gerealiseerd kunnen worden. Met de gemeenten in de Alblasserwaard en Vijheerenlanden is een overeenkomst afgesloten tot samenwerking in de waterketen. Deze samenwerking zal voor de uitvoering van de werkzaamheden volgens het vGRP worden voortgezet. Herziening vGRP staat gepland voor 2022. Periodiek vindt een toetsing op de actualiteit van het vGRP plaats. In 2020 wordt een actualisatie van het BRP gemaakt, waarin het gehele rioolstelsel op haar functioneren wordt berekend en als basis dient voor de actualisatie van het vGRP. Hierin wordt een relatie gelegd met de gevolgen van klimaatverandering. Voor de actualisatie zijn ook de gegevens van de riolering nodig. De actualisatie hiervan vindt dit jaar en volgend jaar plaats.
Voor alle beheergegevens gaat gebruik gemaakt worden van één systeem om hiermee de integraliteit in het beheer te verbeteren. Door de vertraging bij de invoer van het nieuwe beheersysteem (zie ook beheerplan wegen) vindt de afronding van het vGRP plaats in 2022.
78
(bedragen x € 1.000)
Rekening 2019
Gemeentelijk Rioleringsplan Afschrijvingslasten
Uren Overige aan riolering toe te rekenen kosten Lasten programma 10 (GRP - excl. BTW)
Begroting 2020
Rekening 2020
415 214 525 1.154
371 212 660 1.243
371 203 531 1.105
1.351
1.459
1.294
-1.714 363
-1.861 402
-1.854 560
Voorziening Riolering
Lasten GRP (incl btw) Baten Mutatie voorziening Riolering
De Investeringen in de programmabegroting zijn gebaseerd op het vGRP dat in 2011 is vastgesteld. Ten aanzien van de rioolheffing is sprake van 100% kostendekkendheid. Bij de uit het rioolheffing te dekken kosten wordt ook rekening gehouden met de toerekenbare btw en een deel van de kosten van straatreiniging. Het verschil tussen de totale kosten en de opbrengst uit het rioolheffing wordt verrekend met de voorziening Riolering. GROENBELEIDSPLAN Vastgesteld door raad Looptijd Doel
Investeringen en ambitieniveau
Planning actualisatie
27 september 2007 10 jaar Strategisch plan op gemeentelijk- en wijkniveau voor het beleidsmatig sturen en planmatig beheren van groen. Geeft met zijn uitgangspunten en richtlijnen richting aan de ontwikkeling van het openbare groen. Geeft inzicht in de groenstructuren, zonering en groentypen, beheer-, onderhouden inrichtingsmaatregelen en financiële en organisatorische consequenties. Investeringen zijn gebaseerd op groenbeleidsplan en worden vastgelegd in een uitwerkingsplan. Onderhoud wordt uit exploitatie bekostigd. Voor uitgaven op grond van het nieuwe groenbeleidsplan is jaarlijks € 38.000 opgenomen. 2021; het uitwerkingsplan wordt jaarlijks geactualiseerd. (bedragen x € 1.000)
Groenbeleidsplan Jaarlijks exploitatiebudget
Rekening 2019 956
Begroting 2019 1.079
Rekening 2019 1.071
GEBOUWENBEHEER Vastgesteld door raad
Looptijd Doel
Investeringen en ambitieniveau
Jaarstukken 2020
April 2000 In 2014 heeft een nulmeting plaatsgevonden. Het planmatige onderhoud is hierop bijgesteld. 4 jaar Het planmatig beheren van alle bij de gemeente in eigendom zijnde gebouwen. Per gebouw zijn bouwkundige voorzieningen, technische installaties en de opstal opgenomen. Investeringen zijn gebaseerd op het beheerplan. Voor het gebouwenbeheer is de voorziening Onderhoud Gebouwen in het leven geroepen waaruit jaarlijks het planmatig onderhoud wordt betaald. In het najaar van 2016 is door de raad besloten de voorziening Onderhoud Gebouwen om te vormen naar een bestemmingsreserve Onderhoud Gebouwen. 79
Planning actualisatie
Iedere 4 jaar wordt een nulmeting uitgevoerd en wordt de dotatie opnieuw vastgesteld. Het te doteren bedrag is gebaseerd op een meerjarig gemiddelde. De volgende nulmeting is in 2020 afgerond. Besluitvorming hierover vindt plaats in het eerste kwartaal van 2021. Daarnaast wordt jaarlijks, voorafgaand aan het nieuwe jaar, het uitvoeringsplan bijgesteld op basis van inspectie en bouwkundige en installatietechnische levensduur. (bedragen x € 1.000)
Rekening 2019
Onderhoud gebouwen Reserve onderhoud gebouwen Dotaties onderhoud gebouwen Onttrekkingen onderhoud gebouwen Mutatie reserve onderhoud gebouwen
290 -209 81
Begroting 2020
Rekening 2020
290 -366 -76
290 -302 -12
SPEELRUIMTEN Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen en ambitieniveau
Planning actualisatie
De gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 26 januari 2012 het Speelruimteplan 2012-2021 vastgesteld. 10 jaar Komen tot een weloverwogen, praktisch en breed gedragen speelruimtebeleid voor de komende 10 jaar. In het door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde uitvoeringsplan voor 2012 en volgende jaren is invulling gegeven aan de opdracht uit bovengenoemd raadsbesluit om de uitvoering en de kosten te spreiden over de onderdelen reguliere vervanging en onderhoud, achterstand en aanpassing/vernieuwing. Jaarlijks wordt een uitvoeringsplan opgesteld waarin de planning wordt gevolgd en eventuele afwijkingen hierop worden gemotiveerd. Het accent ligt de komende jaren op de eerste twee onderdelen. Jaarlijks wordt gemonitord of de planningen worden gehaald. 2022
(bedragen x € 1.000)
Rekening 2019
Begroting 2020
Rekening 2020
Onderhoud Afschrijvingslasten
27 37
26 42
27 42
Lasten programma 4
64
68
69
Beheerplan Speelplaatsen Product Speelplaatsen
Reserve speelplaatsen
Toevoegingen Onttrekking afschrijvingslasten
48
48
48
-37
-42
-42
Mutatie reserve Speelplaatsen
11
6
6
Totaal lasten beheerprogramma Speelplaatsen
75
74
75
Investeringen in speelruimten worden in 15 jaar afgeschreven.
Jaarstukken 2020
80
BEGRAAFPLAATSEN Voor de begraafplaatsen is er op dit moment nog geen beheerplan. Het beleidsplan begraafplaatsen is op 23 april 2015 door de raad vastgesteld. Er wordt gewerkt aan de hervorming van het product begraafplaatsen middels een vastgestelde actiepuntenlijst. Volgens deze lijst zou er in 2016 een beheerplan begraafplaatsen worden opgesteld. Door aanpassingen van de plannen bij begraafplaats Spindermolen waarbij in- en uitbreidingen zijn vastgesteld is de vaststelling van dit beheerplan voorzien voor 2021.
SAMENVATTING Samenvattend kan het volgende overzicht van het onderhoud kapitaalgoederen voor 2020 worden gegeven: (bedragen x € 1.000)
Onderhoud Exploitatie- Afschrijvings- Toevoeging Onttrekking budget lasten reserve reserve Wegen Bruggen Openbare Verlichting Stedelijk waterplan Baggeren Gemeentelijk Rioleringsplan Groenbeleidsplan Onderhoud gebouwen Speelplaatsen
Jaarstukken 2020
212
253 42
610
-465
34
43
53
-52
1.025 560
-32
290
-302
48 2.586
-42 -893
25 0 845 1.071 27 273
1.916
449
42 854
Totaal Totaal 610 42 78 25 993 1.854 1.071 -12 75 4.736
81
1.13 Paragraaf Financiering en Treasury Algemeen In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) is bepaald dat decentrale overheden een financieringsparagraaf moeten opnemen in zowel de begroting als in de jaarrekening. In de thans voorliggende jaarrekeningparagraaf wordt door het college verantwoording afgelegd over de uitvoering van het beleid op het gebied van treasury. Hierbij wordt onder andere ingegaan op de manier waarop de gemeente Hardinxveld-Giessendam met het aantrekken en, voor zover van toepassing, het uitzetten van geldmiddelen is omgegaan, zowel op korte als op langere termijn. Tevens worden de risico’s in beeld gebracht alsmede de eventueel genomen maatregelen om deze risico’s te beheersen. Externe ontwikkelingen Economische ontwikkelingen De Europese Centrale Bank (ECB) heeft in december bekend gemaakt dat het opkoopprogramma (PEPP) om de negatieve gevolgen van de corona pandemie te bestrijden met negen maanden wordt verlengd. Het steunprogramma loopt nu minimaal tot maart 2022 en wordt met EUR 500 miljard opgehoogd tot EUR 1.850 miljard. De rente op de kapitaalmarkt vertoonde over het algemeen in 2020 een constante neerwaartse lijn. De rente van een 10-jarige staatslening bedroeg begin januari 2020 ongeveer 0,21%, door het jaar heen zakte de rente geleidelijk waardoor het in december het niveau van ongeveer -/-0,26% bereikte.
De 3-maands Euribor begon het jaar met een rente van circa -/- 0,39%. Door een geleidelijke daling bedroeg de 3-maands Euribor eind december 2020 ongeveer -/- 0,54%. Onder de huidige marktomstandigheden blijft het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen, de kasgeldlimiet zoveel mogelijk optimaal te benutten en kort te financieren. De financieringsfunctie van de gemeente dient uitsluitend de publieke taak. Zij voert een prudent beleid binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). De ontwikkeling van de rente gedurende 2020 kan als volgt worden weergegeven:
Renteverloop 1 jan 2020 - 1 jan 2021 0,50%
10-jaars IRS 3-maands Euribor
0,00%
-0,50%
-1,00%
Bedacht moet worden dat, indien een langlopende lening daadwerkelijk wordt opgenomen, er thans opslagen gelden bovenop het IRS-tarief zoals hierboven weergegeven. Voor een 10-jaars lening bedroeg dit eind 2020 circa 0,25%. Interne rente Voor de interne doorberekening van de rentekosten naar de investeringen hanteert de gemeente een omslagrente van 1,5%. De BBV notitie rente schrijft voor dat indien de werkelijke rentelasten die over een jaar aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast afwijken van de rentelasten die op basis van de Jaarstukken 2020
82
voorgecalculeerde renteomslag aan de taakvelden zijn toegerekend, dan kan de gemeente besluiten tot correctie. Correctie wordt verplicht gesteld indien deze afwijking groter is dan 25%. In onderstaand renteschema worden de werkelijke rentelasten uiteen gezet, die gezamenlijk het renteresultaat bepalen. Daarnaast wordt bepaald of de eerdergenoemde afwijking niet groter is dan 25%. In de begroting is aan de taakvelden € 470.000 doorbelast in werkelijkheid is dit bedrag € 469.000. Dit verschil ligt ruim onder de 25%, zodat geen herberekening van de doorberekende rentelasten hoeft plaats te vinden.
a. b.
Bedragen x € 1.000 654 -/23
De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten Totaal door te rekenen externe rente
c.
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
631
-/-
108
-/-/-
Saldo door te rekenen externe rente d1. d2.
523
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)
0 0
De aan taakvelden toe te rekenen rente (renteomslag) e.
f.
De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld treasury
108
523
-/-
469 -54
Uitzettingen Uitzettingen zijn binnen de Wet fido gedefinieerd als verstrekte geldleningen en beleggingen. De gemeente heeft geen beleggingen en geen uitzettingen. Financiering Vanuit de ontvangen Eneco-middelen zijn de toekomstige rentelasten van één BNG fixe-lening via een rente-afkoop afgelost en omgezet naar een lineaire modaliteit met langere looptijd. Dit betreft de lening van € 3 miljoen tot 2028 met een rente van 4,75%. De lening is omgezet naar een 20-jarige lineaire modaliteit met een nieuwe rente van 0,12%. De renteafkoop (agio) bedroeg € 1.088.800 welk bedrag ten laste is gebracht van de algemene reserve. De totale langlopende schuld van de gemeente Hardinxveld-Giessendam bedroeg per 31 december 2020 € 21,520 miljoen. Dit betreft 16 leningen. De gemiddelde rente van deze leningenportefeuille per 31 december 2020 bedraagt 2,33%. De daling ten opzichte van de gemiddelde rente per 1 januari 2020 van 2,51% wordt veroorzaakt door de (reguliere) aflossing van 2 leningen en de omzetting van de eerder vermelde lening van 4,75%.
Jaarstukken 2020
83
De leningenportefeuille is als volgt opgebouwd: Nr. Lening verstrekker
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20
Bank Nederlandse Gemeenten Nederlandse Waterschapsbank Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Nederlandse Waterschapsbank Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Conservatrix NV Bank Nederlandse Gemeenten
Nominale hoofdsom
1.500.000 1.500.000 1.500.000 3.500.000 2.500.000 3.000.000 2.500.000 2.000.000 2.000.000 2.000.000 3.000.000 3.500.000 5.000.000 4.000.000 7.000.000 5.500.000 4.500.000 3.500.000 4.000.000 3.000.000
Restant Restant Rente geldlening geldlening percentage 31-12-2019 31-12-2020 150.000 480.000 225.000 525.000 2.500.000 3.000.000 500.000 400.000 133.333 600.000 400.000 350.000 1.000.000 800.000 5.775.000 2.200.000 3.000.000 2.975.000 4.000.000 0
75.000 420.000 150.000 350.000 2.500.000 0 375.000 300.000 0 500.000 200.000 0 500.000 400.000 5.600.000 1.650.000 2.700.000 2.800.000 0 3.000.000
Looptijd in jaren
Jaar van laatste aflossing
20 25 20 20 20 25 20 20 15 20 15 10 10 10 40 10 15 20 1 20
2021 2027 2022 2022 2022 2028 2023 2023 2020 2025 2021 2020 2021 2021 2052 2023 2029 2036 2020 2040
5,090% 5,180% 5,390% 5,390% 5,140% 4,750% 4,600% 4,075% 3,620% 3,365% 3,580% 3,030% 3,380% 2,520% 2,395% 1,899% 1,445% 1,130% -0,410% 0,120%
65.000.000 29.013.333 21.520.000
Risicobeheer De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn de kasgeldlimiet, de renterisico’s en de kredietrisico’s. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeente per jaar maximaal met kort geld mag financieren. Volgens de Wet fido bedraagt deze limiet 8,5% van het totaal van de exploitatiebegroting. Gezien de omvang van de begroting 2020 (€ 52,9 miljoen) betekende dit dat de gemeente Hardinxveld-Giessendam haar financiële huishouding voor maximaal € 4,5 miljoen met kort geld mocht financieren. Conform voorschrift uit de Wet fido is in bijgaande tabel het verloop weergegeven van de gemeentelijke kortlopende middelen ten opzichte van de kasgeldlimiet gedurende 2020: Tabel 1 Verloop kasgeldlimiet 2020 Bedragen x € 1.000 1ste kwartaal 2de kwartaal 3de kwartaal 4de kwartaal Gemiddelde netto vlottende schuld (+) of gemiddelde netto vlottend overschot (-) Kasgeldlimiet Overschrijding kasgeldlimiet Ruimte onder kasgeldlimiet
-
9.341 4.500
-5.868 4.500
-6.463 4.500
-3.568 4.500
4.841
10.368
10.963
8.068
In het eerste kwartaal van 2020 zijn drie kasgeldleningen opgenomen, variërend van € 10 miljoen tot € 15 miljoen, met een looptijd tussen 7 en 35 dagen, en een gemiddelde rente van -0,425% Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel om binnen de portefeuille aan langlopende leningen een overmatige afhankelijkheid van de rente in een zeker jaar te voorkomen. Om dat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm niet meer dan 20% zijn van het begrotingstotaal, in 2020 bijna € 10,6 miljoen. Jaarstukken 2020
84
Uit onderstaande berekening komt naar voren dat de gemeente Hardinxveld-Giessendam in 2020 binnen de renterisiconorm heeft geopereerd. Tabel 2 Toetsing renterisiconorm 2020 Bedragen x € 1.000 Berekening renterisico Bedrag renteherzieningen
0 10.493 10.493
Bedrag aflossingen Totaal renterisico Renterisiconorm: Begrotingstotaal Percentage conform ministeriële regeling Renterisiconorm
52.940 20% 10.588
Toets renterisiconorm: Onderschrijding
95
De omzetting van de BNG fixe-lening van € 3,0 miljoen naar een lineaire lening tegen een lager rentepercentage (zie onderdeel Financiering) betekent formeel dat de oorspronkelijke leningen afgelost wordt, maar direct weer wordt opgenomen. Deze "aflossing" is in het totaal aflossingsbedrag 2020 begrepen. Kredietrisico’s De gemeente Hardinxveld-Giessendam loopt kredietrisico op uitzettingen (o.a. verstrekte geldleningen) en op leningen waarop door haar een borgstelling is afgegeven. Tabel 3 Overzicht kredietrisico’s Bedragen x € 1.000
Categorie
1-1-2020 31-12-2020
Uitzettingen Borgstellingen
Direct Indirect Totaal
0
0
20.560 91.575 112.135
18.617 75.883 94.500
Het in bovenstaande tabel weergegeven bedrag aan directe borgstellingen per 31 december 2020 van € 18.617.000,- kan als volgt worden gespecificeerd: Fien Wonen € 13.609.000 (13 leningen) HVC, via GR Gevudo € 4.985.000 KV Vriendenschaar € 23.000 Daarnaast stond de gemeente per 31 december 2020 voor in totaal € 94,5 miljoen garant in het kader van de achtervangpositie in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (indirecte borgstelling). Gezien de rond dat fonds gebouwde zekerheidsstructuur is hieraan een relatief laag risico verbonden. Ditzelfde geldt voor de indirecte borgstelling NHG van € 31,5 miljoen.
Financieringspositie Solvabiliteit Een oordeel over een vermogenspositie kan worden gevormd door bepaling van de solvabiliteitsratio. Solvabiliteit geeft de mate aan waarin een instelling in staat is aan haar korte en lange termijnverplichtingen te voldoen. Deze maatstaf kan worden bepaald door de verhouding te bepalen tussen het eigen vermogen (reserves) en het vreemd vermogen (opgenomen financiering). Het spreekt voor zich dat de ratio wordt Jaarstukken 2020
85
bepaald aan de hand van het eigen vermogen omdat dat immers als buffer dient voor het opvangen van eventuele stroppen. Uit de voorliggende jaarstukken blijkt de volgende verhouding tussen eigen en vreemd vermogen per begin en eind 2020 (genormaliseerde cijfers, exclusief TOZO):
Omschrijving Eigen vermogen Vreemd vermogen
Bedragen x € 1.000 1-jan-20
31-dec-20 34.134 51% 33.159 49%
17.122 27% 46.273 73%
Vooralsnog kan dit worden gekenmerkt als solide. Financiering activa Op grond van de staat van activa bezit de gemeente Hardinxveld-Giessendam per 31 december 2020 voor een bedrag van € 48,0 miljoen aan vaste activa en € 8,5 miljoen aan bouwgrondexploitaties (inclusief faciliterend deel). Van de vaste activa bedragen de investeringen in riolering en reiniging € 11,3 miljoen. Zoals in de nota Financierings- en rentevisie is aangeven worden de investeringen in riool en de bouwgrondexploitatie 100% extern gefinancierd. De overige activa worden deels extern gefinancierd en deels via het eigen vermogen. In een nota financieringvisie en rentebeleid is vastgelegd dat maximaal 40% van de exploitatie gerelateerde investeringen met vreemd vermogen wordt gefinancierd. Per 31 december 2020 is deze norm gerealiseerd. Samenvattend kan dat als volgt worden gepresenteerd: Bedragen x € 1.000 Boekwaarde per 31-12-2020
- overige activa - investeringen met een economisch nut, waarvoor heffing kan worden geheven - bouwgrondexploitaties (inclusief faciliterend deel)
Externe financiering*
Interne financiering
36.666 11.276 8.458
1.786 11.276 8.458
34.880 0 0
56.400
21.520
34.880
Leningenportefeuille (opgenomen) De financiering van de investeringen in meerdere grote projecten, waarop in de aankomende jaren ook revenuen uit grondverkopen (bouwgrondexploitaties) zullen gaan ontstaan wordt periodiek tegen het licht gehouden. Op basis van de ontwikkeling van de rentestanden voor korte en lange termijnleningen wordt daarbij bezien welke leningvariant het meest gunstig is. In 2020 is als gevolg van ontvangst van de Enecomiddelen, geen nieuwe langlopende lening aangetrokken. De mutaties in de leningenportefeuille gedurende 2020 kunnen als volgt worden weergegeven:
00 Omschrijving
Bedrag
Bedragen x € 1.000 Gemiddeld Rentepercentage
Stand per 1 januari 2020 Nieuwe leningen
29.013 3.000
2,51% 0,12%
Reguliere aflossingen Vervroegde aflossingen Rente-aanpassing (oud percentage) Rente-aanpassing (nieuw percentage)
- 7.493 - 3.000 0 0
0,30%
Stand per 31 december 2020
21.520
2,33%
Uitzettingen (verstrekte langlopende geldleningen, beleggingen) Het totaalbedrag aan uitzettingen van de gemeente Hardinxveld-Giessendam bedraagt per eind 2020 € 0,1 miljoen en betreft overige verbonden partijen. Daarnaast heeft de gemeenten een belegd vermogen van € 0,8 miljoen. Op korte termijn bestaan geen plannen om langlopende leningen te verstrekken.
Jaarstukken 2020
86
KASSTROOMOVERZICHT RESULTAAT Afschrijvingen Afschrijvingen immateriële vaste activa Afschrijvingen materiële vaste activa (EcN) Afschrijvingen materiële vaste activa (MaN) Totaal afschrijvingen Reserves/voorzieningen Toename reserves/voorzieningen Afname reserves/voorzieningen Totaal mutaties reserves
64
60 925 389 1.374
23.197 -6.101 17.096
KASSTROOM
18.534
Bouwgrondexploitaties (inclusief faciliterend deel) Toename voorraad bouwgrond Afname voorraad bouwgrond Totaal mutatie bouwgrondexploitaties
-3.903 1.585
Werk k apitaal Mutaties vlottende activa Mutaties vlottende passiva Totaal mutatie werk k apitaal
-3.234 1.207