CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Integraal Huisvestingsplan Hardinxveld-Giessendam 2025.pdf

Gemeenteraad GHG 27 november 2025, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 9: Integraal Huisvestingsplan Hardinxveld-Giessendam - onderwijshuisvesting - Raadsvoorstel7.807 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Integraal Huisvestingsplan 2025-2041 Gemeente Hardinxveld-Giessendam

Opdrachtgever Gemeente Hardinxveld-Giessendam

Datum 26 september 2025

Referentienummer 22400547

Auteur(s) Maarten Groenen Christel Breedijk

│ Onderdeel van ICS Ruimteregie Groep BV

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

Inleiding

3

1.1

Scope

3

1.2

Status IHP

3

1.3

Proces

3

1.4

Leeswijzer

4

Visie op onderwijshuisvesting Passend en inclusief onderwijs

5

2.2

Kindcentra

5

2.3

Duurzaamheid

5

2.4

Gezondheid

5

2.5

Circulariteit

5

2.6

Bewegen, buitenruimte en bewegingsonderwijs

6

2.7

Flexibel

6

2.8

Maatregelen binnen dit IHP

6

Relevante ontwikkelingen

8

3.1

Lopende projecten

8

3.2

Woningbouw

8

Inzicht en beoordeling 4.1

Nulmeting

22400547 | www.icsadviseurs.nl

9 9

Kwaliteit

9

4.3

Financiën

10

4.4

Leerlingenontwikkeling

11

5.

Bewegingsonderwijs

12

6.

Oplossingsrichtingen

13

5

2.1

4.2

7.

8.

9.

6.1

Hardinxveld-Giessendam

15

6.2

Boven-Hardinxveld

19

6.3

Groeistrategie

19

Planning

20

7.1

Lopende projecten

20

7.2

Huisvestingsaanvragen

20

7.3

Korte termijn projecten

20

7.4

Middellange termijn projecten

20

7.5

Uitgangspunten

20

Financiën

22

8.1

Financiële uitgangspunten

22

8.2

Investeringen

23

8.3

Normvergoeding

23

Slotsom en aanbeveling

24

9.1

Slotsom

24

9.2

Aanbevelingen

24

1. Inleiding Goed georganiseerde en toekomstbestendige onderwijshuisvesting is essentieel voor de ontwikkeling van kinderen in Hardinxveld-Giessendam. De gemeente en schoolbesturen werken daarom samen aan een helder en gedragen Integraal Huisvestingsplan (hierna: IHP), dat de basis vormt voor investeringen in de huisvesting van onderwijs en kinderopvang (kindcentra) en eventuele maatschappelijke voorzieningen. Hardinxveld-Giessendam beschikt over tien onderwijslocaties twee voor voortgezet onderwijs en acht voor primair onderwijs. De onderwijshuisvesting staat voor diverse uitdagingen, zoals de groeiende behoefte aan passend en inclusief onderwijs en voldoende capaciteit. Zonder duidelijke kaders en een gezamenlijke visie dreigen ad-hoc beslissingen en inefficiënte investeringen. Hoe kunnen de gemeente en schoolbesturen zorgen voor een duurzaam en toekomstgericht huisvestingsbeleid dat aansluit bij de behoeften van onderwijs in Hardinxveld-Giessendam? Dit IHP biedt concrete richtlijnen voor verantwoorde investeringen. Dit IHP vult de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente HardinxveldGiessendam 2015 aan met heldere afspraken waaraan de gemeente en schoolbesturen zich committeren. Het geeft houvast aan hoe om te gaan met investeringen in gebouwen voor onderwijs, met als doel het bevorderen van de onderwijsomgeving in gemeente Hardinxveld-Giessendam.

1.1 Scope Het IHP biedt een perspectief voor alle onderwijslocaties voor het primair en voortgezet onderwijs voor de komende zestien jaar (periode 2025 - 2041). Hiermee anticipeert het IHP op de verwachte wetwijziging die gemeenten verplicht om een IHP te hebben. Het IHP biedt een lange termijn overzicht, waarbij de investeringen voor de eerste vier jaar vaststaan (en per project worden goedgekeurd door de gemeenteraad), en waarbij het plan daarna een perspectief schetst voor de lange termijn. Ten aanzien van het

bewegingsonderwijs is in het IHP in beeld gebracht of er wel/niet voldoende capaciteit beschikbaar is voor alle scholen.

1.2 Status IHP Dit IHP is opgesteld onder begeleiding van ICSadviseurs en in samenwerking met de schoolbesturen van het primair en voortgezet onderwijs en vertegenwoordigers van de gemeente. Het IHP is bestuurlijk vastgesteld in het OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg). Het IHP vormt een perspectief om alle besluiten rondom investeringen in huisvesting de komende jaren langs te leggen. Dit betekent dat huisvestingsaanvragen door schoolbesturen aan het kaders van het IHP worden getoetst. Verder dient periodiek het IHP te worden geactualiseerd. Het IHP vormt een koersdocument en is geen blauwdruk. Op deze manier blijft flexibiliteit (beargumenteerd) behouden1.

1.3 Proces Het IHP voor de gemeente Hardinxveld-Giessendam is een gezamenlijk plan van de gemeente en schoolbesturen Stichting OvO, TriVia, LEV-WN, Vereniging ‘een School met de Bijbel’, OZHW en Stichting Willem van Oranje Onderwijsgroep. Het plan is tot stand gekomen door samenwerking van schoolbesturen en gemeente, die input hebben gegeven voor de inhoud van het IHP. ICSadviseurs begeleidde het proces en bracht de informatie samen in een gefaseerde aanpak. De volgende processtappen zijn daarin doorlopen: ▪

▪

Inventarisatie: voor alle schoollocaties zijn de basisgegevens geïnventariseerd middel vragenlijsten. Hierin geven schoolbesturen ook een eigen beoordeling van de kwaliteit per gebouw. Deze informatie vormt de input voor de zogenaamde factsheets per locatie. Interview: de ontwikkelingen en ambities met betrekking tot de huisvesting zijn met de schoolbesturen verkend in een gesprek.

1 Deze flexibiliteit is ook benodigd voor ontwikkelingen waarop nu geen (duidelijk) antwoord is.

Voorbeeld hiervan is een mogelijke stelselwijziging voor de kinderopvang.

22400547 | www.icsadviseurs.nl

3/25

▪

▪

▪

▪

▪

Visie op onderwijs(huisvesting): In 2017 heeft gemeente HardinxveldGiessendam een meerjarenperspectief onderwijshuisvesting opgesteld. Dit is een basis geweest voor de visie op onderwijshuisvesting, die tijdens een werksessie is aangevuld en aangescherpt met de schoolbesturen en gemeente en samengevoegd tot een gedragen visie. Analyse: in zogenaamde kansenkaarten is de basisinformatie (factsheets), vertaald naar knelpuntenanalyse. Ook de beoordeling van de schoolbesturen komt terug in de kansenkaarten. De kansenkaarten zijn op clusterniveau gepresenteerd en geven de kansen en knelpunten weer. Scenario’s: op basis van de kansenkaarten zijn door de gemeente en schoolbesturen per schoolgebouw de scenario’s geformuleerd en een prioritering in één van de tijdvakken van het IHP gemaakt. Uitvoeringsagenda: de scenario’s zijn vertaald naar concrete huisvestingsmaatregelen zoals nieuwbouw of uitbreiding met een bepaalde omvang en bijbehorende planning. OOGO: het concept rapport van het IHP wordt eerst vastgesteld door de schoolbesturen in een OOGO voordat dit wordt aangeboden aan de raad.

1.4 Leeswijzer

vraag en aanbod op basis van de leerlingenprognoses. Ook is het medegebruik en verhuur inzichtelijk gemaakt. Hoofdstuk 5 gaat kort in op het bewegingsonderwijs Op basis van de geconstateerde knelpunten is er naar oplossingen gezocht voor de schoolgebouwen die binnen het IHP om een ingreep vragen. Deze worden in hoofdstuk 6 besproken. De oplossingsrichting is erop gericht de geconstateerde knelpunten op te lossen en de geformuleerde ambities te realiseren. Hoofdstuk 7 gaat in op de planning van het IHP. Gezamenlijk is er nagedacht over een planning, verdeeld in kortetermijnoplossingen (0-5 jaar) en lange termijn oplossingen (5-15 jaar). In hoofdstuk 8 wordt er ingegaan op de financiën van het IHP. Voor de eerste vier jaar zijn de investeringskosten (voor de gemeente en schoolbesturen) in beeld gebracht. De situatieschets, de gezamenlijke ambities en afspraken, oplossingsrichtingen en de scenario’s, inclusief financiële vertaling zijn vastgelegd in het voorliggende rapport. De rapportage sluit af met hoofdstuk 9: Slotsom en aanbevelingen voor de uitvoering van de in het IHP opgenomen plannen.

Hoofdstuk 2 bevat de visie op onderwijs en onderwijshuisvesting. Om tot plannen te komen is eerst de vraag beantwoord wat de gemeente en schoolbesturen met hun onderwijshuisvesting beogen. Thema’s als onderwijsaanbod, spreiding, duurzaamheid, het begrip ‘renovatie’, gezondheid en de vorming van Kindcentra zijn in werksessies met de schoolbesturen en in ambtelijke overleggen besproken. Hoofdstuk 3 gaat in op relevante ontwikkelingen in de gemeente zoals lopende projecten als huisvestingsaanvragen en woningbouwontwikkelingen. Hoofdstuk 4 gaat in op de actualisatie van de basisinformatie. Voor elke locatie is vervolgens, op basis van informatie vanuit het schoolbestuur een factsheet gemaakt (zie bijlage 3). Het gaat hier om gegevens als bouwjaar, exploitatielasten, technische en functionele kwaliteit en de ontwikkeling van

22400547 | www.icsadviseurs.nl

4/25

2. Visie op onderwijshuisvesting In dit hoofdstuk worden diverse thema’s besproken die de visie op onderwijshuisvesting vormgeven, zoals o.a. kindcentra en duurzaamheid. Van elk thema is in dit rapport een samenvatting opgenomen. De volledig uitwerking van de visie is bijgevoegd als bijlage 1 bij dit rapport. In deze bijlage is ook een overzicht opgenomen over de bekostiging en de verantwoordelijkheden voor de uitgangspunten van de visie.

2.1

▪

▪

▪

▪

Passend en inclusief onderwijs

▪ De gemeente en schoolbesturen gaan samen onderzoeken hoe er op een creatieve manier passend en inclusief onderwijs kan worden aangeboden binnen de beschikbare onderwijscapaciteit. Per situatie wordt gekeken wat mogelijk is op basis van de gewenste vorm van inclusie, waarbij gezamenlijk maatwerk per project wordt geleverd. Handreiking inclusief onderwijs is een leidraad voor de implementatie van passend en inclusief onderwijs in de gemeente Hardinxveld-Giessendam. Dit document dient als handreiking ter ondersteuning van de uitvoering en het toepassen van maatwerk per project. Deze is toegevoegd in bijlage 2.

2.2

2.3

Kindcentra

▪ Bij (vervangende) nieuwbouw wordt alleen een school gerealiseerd en waar planologisch mogelijk en wenselijk rekening gehouden met aanvullende ruimten voor kinderopvang; ▪ De eventuele kinderopvang partner dient zelf te investeren in huisvesting; In bestaande onderwijsgebouwen (onderwijscapaciteit) vinden ten behoeve van Kindcentra geen investeringen plaats. Leegstand in een gebouw kan worden benut voor de diverse vormen van kinderopvang; De keuze voor een kinderopvangorganisatie ligt bij het schoolbestuur.

22400547 | www.icsadviseurs.nl

▪

▪

▪ Bij vervangende nieuwbouw wordt uitgegaan van een BENG en aardasvrij gebouw; ▪ In het IHP worden de financiële consequenties in beeld gebracht voor het voorsorteren op de verwachte wetswijziging richting ENG. Schoolbesturen onderzoeken bij vervangende nieuwbouw door middel van een businesscase wat de mogelijkheden zijn voor het realiseren van hogere ambities op het gebied van duurzaamheid (energieprestatie). In de deze businesscase worden naast de meer investering, ook de effecten op de exploitatie in beeld gebracht (o.a. energie en onderhoud). Schoolbesturen stellen een duurzaam meerjaren onderhoudsplan op (DMJOP) op. Hierin wordt er op natuurlijke momenten onderzocht of bij vervanging of herstel een duurzamere oplossing kan worden toegepast. Schoolbesturen en gemeenten maken zo veel gebruik van verschillende subsidies om te investeren in de verduurzaming van het schoolgebouw.

Gezondheid

▪

Duurzaamheid

2.4

Gezondheid

▪ Bij vervangende nieuwbouw is Frisse Scholen Klasse C het minimum en is het doel om binnen de beschikbare budgetten en in samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen te streven naar klasse B. Voor bestaande bouw is Frisse Scholen Klasse C het minimum en is het doel om binnen de beschikbare budgetten in samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen te streven naar klasse B.

2.5

Circulariteit

▪ Bij vervangende nieuwbouw wordt circulair aanbesteed, waardoor circulariteit in alle fasen van de bouw een rol speelt. ▪ In projecten wordt de mogelijkheid van restwaarde onderzocht om hogere circulaire ambities te realiseren. Hierbij wordt de combinatie van restwaarde en een hogere investeringen geanalyseerd. Dit gebeurt onder de voorwaarde dat het effect op de begroting kostenneutraal blijft.

5/25

2.6 Bewegen, buitenruimte en bewegingsonderwijs

▪ ▪ ▪

▪

▪

▪ PO leerlingen hebben minimaal 1,5 klokuur bewegingsonderwijs per week. ▪ VO leerlingen hebben tussen de 2 en 2,5 uur lichamelijke opvoeding per week. Voor de omvang van de buitenruimte van PO wordt 3 m2 verhard terrein per leerling aangehouden, met een maximum van 600 m2. Voor de omvang van de buitenruimte van VO wordt 0,8 m2 terrein per leerling aangehouden, met een maximum van 600 m2. Gemeente is bereid om bij nieuwbouw, en waar ruimte is, te investeren in een openbare groenstrook in de directe omgeving van de scholen. Deze groenstrook is tijdens schooltijd beschikbaar voor gebruik door de school; buiten schooltijd is deze openbaar toegankelijk voor kinderen uit de wijk. Als er bij een nieuwbouwschool meer terrein beschikbaar is om een grotere buitenruimte te realiseren, maken gemeente en schoolbesturen afspraken over eventuele aanvullende investeringen en het beheer en onderhoud. Bij bestaande locaties wordt gekeken naar manieren om de buitenruimte groener te maken, mits dit niet de 3 m2 verhard terrein verkleind. Om dit te realiseren wordt ingezet op het verkrijgen van provinciale of landelijke subsidies.

2.7

Vervangende nieuwbouw ▪ ▪

Het uitgangspunt voor nieuwbouw is BENG en Frisse Scholen Klasse C. De gemeente financiert het vastgestelde ambitieniveau BENG en Frisse Scholen Klasse C.

Levensduurverlengende renovatie Scope 40 jaar: ▪ Volwaardig alternatief voor nieuwbouw, aanzienlijke verbetering, levensduurverlenging van minstens 40 jaar, ▪ Uitgangspunt is BENG en Frisse Scholen klasse C.

Flexibel

• Bij vervangende nieuwbouw of een levensduurverlengende renovatie wordt vanuit het beschikbare normbudget ingezet op een zo flexibel mogelijk schoolgebouw.

2.8 Maatregelen binnen dit IHP Om de gezamenlijke doelen en visie met betrekking tot onderwijshuisvesting te behalen wordt in dit IHP een aantal maatregelen of oplossingsrichtingen geschetst om dit te realiseren. In deze paragraaf vindt u een overzicht van de mogelijke maatregelen met een aantal van de belangrijkste uitgangspunten. Alle uitgangspunten vindt u in bijlage 1.

22400547 | www.icsadviseurs.nl

6/25

▪ ▪ ▪

Budget is 100% van het nieuwbouwbudget gebaseerd op de benodigde ruimtebehoefte. Dezelfde ambities als nieuwbouw worden nagestreefd. Een gezamenlijke businesscase bepaalt of dit beter is dan nieuwbouw, rekening houdend met criteria als monumentale waarde, technische staat, boekwaarde, exploitatie en flexibiliteit.

Scope 25 jaar ▪ In uitzonderlijke gevallen, bij een onzeker toekomstperspectief of een gebouw met verschillende bouwdelen. ▪ Betreft verduurzaming, binnenklimaatverbetering en beperkte onderwijskundige ingrepen. ▪ Gemeente bekostigt kwaliteitsverhogende ingrepen tot maximaal 50% van het nieuwbouwbudget. ▪ De haalbaarheid van flexibiliteit, inclusie en circulariteit wordt onderzocht, maar zijn geen doel op zich binnen deze variant.

In stand houden ▪

▪

▪

▪

Schoolbesturen bekostigen de implementatie van de maatregelen, gekoppeld aan MJOP. Zij voeren nodige werkzaamheden uit zodat het gebouw zijn functie behoudt, geen grootschalige ingreep in de IHP-looptijd (ca. 16 jaar). Aandacht voor verduurzaming en binnenklimaat (streven naar Klasse C). Schoolbestuur is verantwoordelijk voor onderhoud (MJOP) op minimaal conditieniveau 3 en verplichte duurzame maatregelen met korte terugverdientijd. Scans bepalen aanvullende haalbare maatregelen (>25 jaar oud: light scan, <25 jaar oud: uitgebreide scan). Kosten van de scan worden 50/50 gedeeld door gemeente en schoolbesturen. Als de school binnen een periode van 5 jaar nieuwbouw krijgt (wordt opgeleverd) kan het groot onderhoud worden afgebouwd en wordt dit later niet beschouwd als achterstallig onderhoud..

Afstoten Gebouwen die niet langer als school in gebruik zijn, worden teruggegeven aan de gemeente. Ze kunnen uit onderwijsbestemming worden gehaald of dienen als tijdelijke huisvesting

22400547 | www.icsadviseurs.nl

7/25

3. Relevante ontwikkelingen 3.1 Lopende projecten Een aantal projecten is reeds opgestart, echter vallen deze niet onder dit IHP. Het gaat om de volgende projecten: ▪

Vervangende nieuwbouw Driemaster Pietersweer – samen met Ichthusschool in één gebouw.

▪

Vervangende nieuwbouw Ichthusschool – samen met Driemaster Pietersweer in één gebouw.

Huisvestingsaanvraag Er zijn een aantal lopende huisvestingsaanvragen binnen de gemeente. Het gaat om de volgende aanvragen: ▪

▪

▪

Permanente uitbreiding Koningin Wilhelminaschool - volgens de prognose van 2024 zou de school op korte termijn kampen met een flink capaciteitstekort. Met de nieuwe prognoses hebben zij hier echter geen recht meer op. De school gaat een onderzoek laten uitvoeren naar capaciteitsvermindering omdat de verhouding verkeersruimte en onderwijsruimte niet goed is verdeeld; Herstellen constructiefout De Regenboog – tijdens de bouw van de school is er een installatie verkeerd aangesloten waardoor dit niet optimaal werkte; Driemaster Tonneband – er is een verzoek voor het eerder in gebruik nemen van tijdelijke huisvesting in verband met de “overloop leerlingen” naar de Pietersweer. Echter heeft de school pas ná de sloop van de Pietersweer hier normatief recht op. De verplichte uitwijkmogelijkheid voor leerlingen van De Driemaster aan de Tonneband naar de locatie Pietersweer wordt opgeheven op het moment dat de huidige hoofdvestiging buiten gebruik wordt gesteld. Na opheffing locatie Pietersweer wordt de locatie Tonneband als zelfstandige onderwijslocatie gezien in het kader van het IHP.

22400547 | www.icsadviseurs.nl

3.2 Woningbouw In de gemeente Hardinxveld-Giessendam vinden momenteel veel ontwikkelingen plaats op het gebied van woningbouw. Er wordt verwacht dat er een nieuwe woonwijk zal worden gerealiseerd met circa 1.500 nieuwbouwwoningen. Ook in de aangrenzende gemeente Sliedrecht zijn grootschalige bouwplannen in voorbereiding. Indien deze plannen worden goedgekeurd door de provincie zal dit, vooral voor het voortgezet onderwijs, grote gevolgen hebben op de leerlingenstromen.

‘t Oog

Figuur 1 - Locatie indicatie woningbouw 't Oog

Als deze woningbouwprojecten daadwerkelijk doorgang vinden, zal dit naar alle waarschijnlijkheid leiden tot een aanzienlijke stijging van het kinderen binnen de gemeente en daarmee aantal leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs. Het is belangrijk om hier tijdig op te anticiperen, zodat voldoende onderwijscapaciteit beschikbaar is. In dit IHP is deze ontwikkeling nog niet doorslaggevend meegenomen, omdat de plannen zich nog (deels) in een voorbereidende fase bevinden. Bij de actualisatie van dit IHP zal hier echter nadrukkelijk aandacht voor moeten zijn. Tegen die tijd is er meer duidelijkheid over de exacte omvang en fasering van de woningbouwprojecten, en kan er beter worden ingeschat wat de impact is op de onderwijsbehoefte in de regio en leerlingenprognoses.

8/25

4. Inzicht en beoordeling 4.1 Nulmeting Alle onderwijsgebouwen in de gemeente Hardinxveld-Giessendam zijn op basis van verschillende kenmerken in kaart gebracht. Aan de hand van een vragenlijst is de schoolbesturen gevraagd de gebouwen te beoordelen. Voor elk schoolgebouw is een zogenaamde factsheet opgesteld, waardoor breed inzicht is verkregen in de staat van de gebouwen (nulmeting). Deze factsheets zijn toegevoegd in bijlage 3 van het bijlagedocument. Onderstaand wordt een beschrijving gegeven van de hoofdthema’s waarop de onderwijsgebouwen beoordeeld zijn.

4.2 Kwaliteit Binnen het thema kwaliteit wordt onderscheid gemaakt tussen drie criteria: ▪ Technische staat; ▪ Functionele staat; ▪ Binnenklimaat. De schoolbesturen hebben aan de hand van een vragenlijst de eigen onderwijsgebouwen kwalitatief beoordeeld. Deze beoordeling en de context vanuit het onderwijs, hebben zij toegelicht in een individueel interview. Om een realistischer beeld te schetsen, zijn de scholen waarvoor nieuwbouw gepland staat buiten beschouwing gelaten. Technische staat De technische staat biedt inzicht in de kwaliteit van zowel de installaties als de binnen- en buitenkant van het gebouw. Van de tien beoordeelde gebouwen scoren vier goed op technische kwaliteit, waarbij het deels om recentere gebouwen gaat. Vier andere gebouwen hebben een redelijke technische kwaliteit, wat duidt op veroudering en regelmatige gebreken aan het gebouw of de installaties. Eén gebouw vertoont frequent gebreken en wordt als technisch slecht beoordeeld.

22400547 | www.icsadviseurs.nl

Functionele staat De functionele staat geeft aan in hoeverre het gebouw het onderwijsconcept ondersteunt. Hierbij spelen niet alleen de onderwijsruimten en het speelplein een rol, maar ook de werkomgeving van de staf, facilitaire voorzieningen en veiligheid. Vier gebouwen worden als functioneel goed beoordeeld; zij bieden voldoende ruimte voor zowel klassikaal als individueel onderwijs. Drie gebouwen scoren redelijk, terwijl twee gebouwen matig presteren op functionaliteit. Deze laatste sluiten niet volledig aan op de eisen van het onderwijs, waardoor onderwijs gerelateerde activiteiten en de invoering van vernieuwende onderwijsconcepten worden belemmerd. Binnenklimaat De beoordeling van het binnenklimaat geeft inzicht in hoe ventilatie, temperatuur, licht en geluid in het gebouw worden ervaren. Drie gebouwen scoren goed, terwijl bij de overige zes regelmatig klachten zijn over temperatuur en/of ventilatie. Deze problemen doen zich ook voor bij enkele recentere gebouwen. Een gebrek aan mechanische ventilatie of slecht functionerende en complexe installaties vormen de belangrijkste oorzaken.

Kwaliteit 10 5

1

2

4

3

4

4

3

TECHNISCH

FUNCTIONEEL

BINNENKLIMAAT

3 3

0 Uitstekend

Goed

Redelijk

Matig

Slecht

Zeer slecht

Grafiek 1 Kwaliteitsbeoordeling schoolgebouwen

9/25

4.3 Financiën Het thema financiën geeft inzicht in de exploitatielasten van de onderwijsgebouwen, met name de onderhouds- en energielasten. Deze kosten vallen onder de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Bij deze beoordeling wordt onderscheid gemaakt tussen onderhoudslasten, waarbij gekeken wordt naar het MJOP voor de komende 10 jaar, en energielasten, waarbij gekeken wordt naar de afschriften van de afgelopen jaren. Deze kosten zijn vervolgens vergeleken met een benchmark die door ICSadviseurs in 2024 is opgesteld. Deze benchmark bevat een representatieve verzameling van schoolgebouwen van verschillende bouwjaren uit heel Nederland. De vergelijking met de benchmark is bedoeld om te beoordelen hoe het gebouw presteert. Energie De energielasten van de onderwijsgebouwen zijn vastgesteld op basis van de meest recente jaarafrekeningen van het gas-, water- en elektraverbruik. Ook deze jaarlijkse lasten zijn afgezet tegen de gemiddelde energielasten uit de benchmark van ICSadviseurs. De gemiddelde jaarlijkse energielasten uit de benchmark bedragen € 13,70,- per m² bvo voor PO-scholen en €10,50,- per m2 bvo voor VO-scholen (inclusief btw). Bij vier van de tien schoolgebouwen liggen de energielasten lager dan het landelijk gemiddelde.

Een verklaring is te vinden in het feit dat de wat jongere gebouwen energiezuiniger zijn en duurzame maatregelen, zoals zonnepanelen, zijn toegepast. De oudere gebouwen beschikken vaak niet over een mechanische ventilatiesystemen, wat impact heeft op het energieverbruik. Bij twee gebouwen zijn de energielasten conform het landelijk gemiddelde. Voor 4 gebouwen hebben wij geen of geen volledige gegevens, hierdoor kunnen we over deze gebouwen geen uitspraak doen.

€34,- per m2 bvo (inclusief btw). De schoolbesturen is gevraagd om de geraamde onderhoudskosten aan te leveren. Het is belangrijk op te merken dat er verschillen bestaan in de uitgangspunten en de opgenomen onderhoudswerkzaamheden. Drie van de tien scholen hebben relatief hoge onderhoudskosten op basis van het MJOP. De reden hiervoor kan zijn dat er hoge vervangingskosten van bijvoorbeeld installaties zijn opgenomen in het MJOP.

Financiën 10 5

3

2

3

4

2

0 Energie Laag

Onderhoud Gemiddeld

Hoog

Grafiek 2 Beoordeling financiën

Bekostiging onderwijshuisvesting

Onderhoud Voor de schoolgebouwen zijn de onderhoudskosten in kaart gebracht op basis van de verwachte uitgaven zoals opgenomen in het MJOP. Deze kosten zijn omgerekend naar een jaarlijks gemiddelde onderhoudslast per vierkante meter bruto vloeroppervlak (bvo). Dit gemiddelde is vervolgens vergeleken met de jaarlijkse onderhoudskosten uit de benchmark van ICSadviseurs, die voor POscholen gemiddeld € 44,- per m² bvo bedraagt en voor VO-scholen gemiddeld 22400547 | www.icsadviseurs.nl

10/25

4.4 Leerlingenontwikkeling

4.4.1 Extra woningbouw

Binnen het thema leerlingenontwikkeling worden de verwachte stijgingen en dalingen in het aantal leerlingen inzichtelijk gemaakt. Deze actuele prognoses bieden een beeld van de verwachte ontwikkeling van het aantal leerlingen in de komende jaren. Tabel 1 toont een overzicht van zowel de historische cijfers als de verwachte prognoses per kern. De kolom 'Historie (2025)' verwijst hierbij naar de oktobertelling van 2024. Uit Tabel 1 kan worden opgemaakt dat gemeentebreed een daling van 55 leerlingen wordt verwacht in 2040 in vergelijking met 2025. Bij de Rehobothschool wordt de grootste afname van kinderen verwacht, namelijk 49.

In de leerlingenprognose, zoals weergegeven in tabel 1, en dit IHP is uitsluitend rekening gehouden met de eerste fase van de woningbouwontwikkeling van ’t Oog. Als ook de tweede fase, volgens de huidige verwachtingen, wordt gerealiseerd kunnen de scholen in Hardinxveld-Giessendam tijdens de piekperiode (2048) te maken krijgen met circa 440 extra leerlingen2. Dit vormt een aanzienlijke toename, die moeilijk op te vangen zal zijn binnen de bestaande schoolcapaciteit en een flinke uitdaging met zich meebrengt.

Deze prognoses zijn gebaseerd op eerder waargenomen trends en geplande ontwikkelingen. Een belangrijke factor hierin is de woningbouwontwikkeling, die direct van invloed is op het toekomstige leerlingenaantal. Tabel 1 - Leerlingen prognose 1-04-2025 Hardinxveld-Giessendam Historie

Prognose →

Leerlingaantal

2025

2026

2028

2030

2032

2034

2036

2038

2040

OBS Merwedeschool

129

131

130

138

140

137

135

131

127

-2

156

157

159

161

160

155

151

148

145

-11

110

114

120

123

122

118

115

113

110

0

Rehobothschool

404

404

392

394

392

380

371

363

355

-49

Basisschool De Regenboog

253

257

256

269

274

267

264

255

248

-5

Ichthusschool

215

224

232

235

235

233

228

225

223

8

IKC De Wonderwijzer

97

100

98

97

97

94

92

90

88

-9

425

438

442

456

454

440

430

421

411

-14

200

200

226

226

224

222

222

224

225

25

OBS de Driemaster, loc Pietersweer OBS de Driemaster, loc Tonneband

Koningin Wilhelminaschool Willem De Zwijger College Calvijn

Verschil ∆ 2025 2040

401

401

402

399

397

398

399

403

403

2

2.390

2.426

2.457

2.498

2.495

2.444

2.407

2.373

2.335

-55

2 Leerlingenprognose Postmus Advies april 2025

22400547 | www.icsadviseurs.nl

11/25

5. Bewegingsonderwijs Het bewegingsonderwijs maakt onderdeel uit van de gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Binnen het IHP is onderzocht hoe het aanbod aan ruimte voor bewegingsonderwijs zich verhoudt tot de normatieve behoefte aan klokuren gym, nu en in de toekomst. Per kern is er gekeken naar het aanbod (uitgedrukt in klokuren gym op basis van het aantal zaaldelen) en de behoefte aan bewegingsonderwijs. Er wordt voor het primair onderwijs uitgegaan van de wettelijke 26 beschikbare klokuren per zaal(deel). Voor het voortgezet onderwijs wordt uitgegaan van 40 beschikbare klokuren per zaal(deel). De huidige en normatieve behoefte is afgeleid uit de leerlingenprognose van Postmus Advies in 2025. In de tabellen is per kern de beschikbare capaciteit afgezet tegen de behoefte aan klokuren gym. Het gebruik van binnensportaccommodaties door verenigingen is in dit overzicht niet meegenomen. Het in kaart brengen van deze behoefte valt buiten de scope van dit IHP. Daarnaast is er enkel gekeken naar de normatieve bewegingsonderwijsbehoefte. De behoefte van onderwijsrichting met extra bewegingsonderwijs is hierbij buiten beschouwing gelaten.

Tabel 2 - Bewegingsonderwijs in Boven-Hardinxveld

Boven-Hardinxveld SSBH

School Merwedeschool De Regenboog

ll 2025

ll 2041

129 253

Totaal behoefte Capaciteit sportvoorziening Verschil

125 244

26 2025

26 2041

6 10,5

4,5 10,5

16,5 26 9,50

15 26 11,00

Hardinxveld-Giessendam In Hardinxveld-Giessendam zijn twee binnensportaccommodaties, namelijk De Appelgaard en De Wielewaal. Hier maken zowel de VO-scholen als de POscholen gebruik van. De binnensportaccommodatie bieden zowel nu als in 2041 genoeg capaciteit voor het bewegingsonderwijs in de kern. Het beschikbare aantal klokuren is groter dan de vraag. Tabel 3 - Bewegingsonderwijs in Hardinxveld-Giessendam

Boven- Hardinxveld In Boven-Hardinxveld is één binnensportaccommodatie, namelijk SSBH. Hier maken zowel de Merwedeschool als de Regenboog gebruik van. De sporthal biedt zowel nu als in 2041 genoeg capaciteit voor het bewegingsonderwijs in de kern. Het beschikbare aantal klokuren is groter dan de vraag.

22400547 | www.icsadviseurs.nl

12/25

6. Oplossingsrichtingen Aan de hand van alle verzamelde gegevens die verwerkt zijn in de factsheets, is een knelpuntenanalyse gemaakt in de vorm van een zogenoemde kansenkaart. Ieder schoolgebouw is in de kansenkaart beoordeeld op kwaliteit, financiën en vraag & aanbod, hieronder vallen de volgende aspecten: ▪ ▪ ▪

Kwaliteit – Functionele en technische staat van het gebouw ten behoeve van onderwijs en multifunctioneel gebruik; Financiën – Onderhouds- en energielasten in verhouding tot benchmark; Vraag & aanbod – Toekomstige (2040) verhouding tussen beschikbare en benodigde capaciteit op basis van de vastgestelde leerlingenprognoses.

De kleuren in de kansenkaarten geven de noodzaak tot ingrijpen weer. Groen geeft aan dat er geen aanleiding is voor het ontwikkelen van een alternatief huisvestingsscenario. Oranje geeft op termijn aanleiding tot het ontwikkelen van een alternatief scenario. Rood geeft op korte termijn aanleiding tot het ontwikkelen van een alternatief scenario. Gemeente en schoolbesturen hebben de kansenkaarten en de factsheets gezamenlijk vastgesteld. Deze vormen een belangrijke basis en vertrekpunt voor het formuleren van scenario’s en huisvestingsplanning in dit IHP. In de kansenkaarten op de volgende pagina’s zijn de beoordelingen van de schoolgebouwen in de gemeente Hardinxveld-Giessendam weergegeven. De kansenkaarten, geven een indicatie van de status van de gebouwen waarop vervolgens in de toelichting, per locatie, verder wordt ingegaan. Ten aanzien van de kwaliteit hebben gemeente en schoolbesturen hierbij een gedeelde zorgplicht waarbij het schoolbestuur verantwoordelijk is voor het onderhoud en exploitatie. Per locatie wordt tevens een beschrijving van het voorgestelde scenario uiteengezet. De scenario’s zijn tot stand gekomen middels scenariokaarten die tijdens gezamenlijk overleg zijn besproken.

22400547 | www.icsadviseurs.nl

13/25

Hardinxveld-Giessendam

22400547 | www.icsadviseurs.nl

14/25

6.1 Hardinxveld-Giessendam

6.1.2 De Wonderwijzer

6.1.1 De Driemaster

Zoals vermeld bij Locatie Tonneband deelt De Wonderwijzer het gebouw met De Driemaster Tonneband gebouwd in 1990.

De Driemaster heeft 2 verschillende locaties ingeschreven onder één brinnummer. Dit zijn de locaties Pietersweer en Tonneband. Beide scholen vallen onder het schoolbestuur Stichting Openbaar Verenigd Onderwijs in Gorinchem en de regio (Stichting OVO) en hebben een openbare denominatie. Deze worden afzonderlijk in de paragrafen hieronder beschreven. Locatie Pietersweer De locatie Driemaster Pietersweer krijgt, samen met de Ichthusschool, vervangende nieuwbouw. Dit is al een lopend project. Scenario: vervangende nieuwbouw (lopend project). Locatie Tonneband Driemaster Tonneband zit samen met De Wonderwijzer in één gebouw dat is gebouwd in 1990. De gebouwkwaliteit op deze locatie wordt op alle onderdelen als matig beoordeeld. Er is aangegeven dat de school te maken zal krijgen met een fors capaciteitstekort zodra de nieuwbouw aan de Pietersweerlocatie is gerealiseerd. Op dit moment heeft De Driemaster Tonneband al meer leerlingen dan het gebouw aankan. De overloop wordt momenteel opgevangen op de locatie Pietersweer, waar nog sprake is van capaciteitsovercapaciteit. De gemeente heeft inmiddels aangegeven dat de school op korte termijn, ná sloop van locatie Pietersweer, recht heeft op een uitbreiding van de onderwijscapaciteit. Op de lange termijn (meer dan 15 jaar) komt de school in aanmerking voor vervangende nieuwbouw, mede aangezien het gebouw dan 50 jaar oud zal zijn.

Scenario 1 (korte termijn): verwijzen naar leegstand Scenario 2 (korte termijn): noodlokalen Scenario 3 (middellange termijn): vervangende nieuwbouw

De Wonderwijzer valt onder het schoolbestuur LEV-WN en heeft een gereformeerd vrijgemaakte denominatie. De Wonderwijzer geeft aan dat het binnenklimaat niet meer voldoet aan de huidige eisen. Er zijn regelmatig problemen met ventilatie en temperatuurregulatie. Op korte termijn is het noodzakelijk om het binnenklimaat te verbeteren en te verduurzamen. Hiervoor is het schoolbestuur in eerste instantie verantwoordelijk. Op de lange termijn geldt voor De Wonderwijzer hetzelfde scenario als voor De Driemaster Tonneband: vervangende nieuwbouw. De school staat positief tegenover een mogelijke vorming van een gezamenlijk IKC met beide scholen. Dit is echter afhankelijk van de verdere ontwikkelingen rondom de geplande nieuwbouwwijk. Scenario (lange termijn): vervangende nieuwbouw.

6.1.3 Rehobothschool De Rehobothschool is gevestigd in een gebouw uit 2008 en behoort daarmee tot de nieuwere schoolgebouwen binnen de gemeente. Gezien de relatief jonge leeftijd van het gebouw zijn er weinig gebreken. De Rehobothschool valt onder schoolbestuur TriVia en heeft een protestantse denominatie. Het belangrijkste aandachtspunt betreft de veiligheid, in het bijzonder de verkeersveiligheid. De school ligt in een woonwijk aan een doodlopende straat, wat in de ochtendspits leidt tot drukte bij het brengen van de leerlingen. Scenario: instandhouding.

6.1.4 Ichthusschool De Ichthusschool krijgt, samen met de Driemaster Pietersweer, vervangende nieuwbouw. Dit is al een lopend project. Scenario: vervangende nieuwbouw (lopend project).

22400547 | www.icsadviseurs.nl

15/25

6.1.5 Koningin Wilhelminaschool De Koningin Wilhelminaschool is gehuisvest in een gebouw uit 2013 en behoort daarmee tot de nieuwere schoolgebouwen binnen de gemeente. De Koningin Wilhelminaschool valt onder het schoolbestuur Vereniging 'een School met de Bijbel' en heeft een reformatorische denominatie. Gezien de relatief jonge leeftijd van het gebouw zijn er weinig gebreken. Het belangrijkste aandachtspunt betreft de veiligheid, in het bijzonder de verkeersveiligheid. Volgens de prognose uit 2024 had de school recht op een permanente uitbreiding, vanwege de daarin opgenomen aanzienlijke leerlingengroei. Op basis van deze prognose is destijds een huisvestingsaanvraag ingediend voor een permanente uitbreiding. In de prognose van 2025 is deze groei echter niet langer zichtbaar, waardoor de verwachte behoefte aan extra ruimte is komen te vervallen. Zij ervaren echter in de praktijk een ruimtetekort. Het schoolbestuur laat daarom een onderzoek uitvoeren naar de daadwerkelijke gebouwcapaciteit voor het onderwijs. Uit voorlopige signalen blijkt dat de verhouding tussen verkeersruimte en onderwijsruimte uit balans is. De resultaten van dit onderzoek kunnen mogelijk nieuwe inzichten opleveren over het benodigde bruto vloeroppervlak en eventuele ruimtetekorten. De oorspronkelijke aanvraag, inclusief bijbehorende kosten, is opgenomen in de financiële doorrekening van het IHP.

Scenario: nader te bepalen.

6.1.6 Willem de Zwijger College Het Willem de Zwijger College is gevestigd in een schoolgebouw uit 2003, waarvan de gebouwkwaliteit wordt beoordeeld als matig tot goed. Het Willem de Zwijger college valt onder Stichting Onderwijsgroep Zuid-Hollandse Waarden voor PO en VO (OZHW) en heeft een openbare denominatie. Op dit moment maakt de school gebruik van 562 m² bruto vloeroppervlak aan tijdelijke huisvesting in de dependance aan Bellefleur 8.

normatieve prognose weliswaar uitwijst dat het reguliere onderwijs past binnen de hoofdgebouwen, maar dat dit geen rekening houdt met actuele onderwijsontwikkelingen zoals inclusiever onderwijs en leerlinggerichte ondersteuning. Deze vragen om extra ruimte. Daarnaast zijn in de Dependance praktijkvakken ondergebracht, waarvoor samen met Calvijn is geïnvesteerd. Willem de Zwijger maakt hier met volle tevredenheid gebruik van en wil dit ook in de toekomst voortzetten Om het ruimtegebruik efficiënter te maken, zal het Willem de Zwijger College een optimalisatieslag moeten doorvoeren in de inzet van onderwijsvloeroppervlak. Dit kan ertoe leiden dat er in de toekomst minder ruimte in de dependance nodig is en/of deze niet meer gebruikt hoeft te worden. Scenario: instandhouding.

6.1.7 Calvijn Calvijn is gevestigd in een schoolgebouw uit 2003, waarvan de gebouwkwaliteiten over het algemeen als matig worden beoordeeld. Calvijn heeft formeel de status van een nevenvestiging zonder spreidingsnoodzaak. Calvijn valt onder het schoolbestuur Stichting Willem van Oranje Onderwijsgroep en heeft een protestantse denominatie. De school was in het verleden gekoppeld aan een hoofdvestiging, die al jaren geleden is opgeheven. In de praktijk functioneert deze school al jaren als een zelfstandige school, die daarom behoefte heeft aan faciliteiten als een aula en teamkamer. De gemeente kiest er daarom voor om bij de ruimtebehoefte de school als nevenvestiging met spreidingsnoodzaak te beschouwen en een vaste voet van 550 m² toe te kennen. Net als het Willem de Zwijger college maakt de school met volle tevredenheid gebruik van de Dependance aan de Bellefleur 8. . Dit willen zij in de toekomst voortzetten.Ook zal Calvijn een optimalisatieslag moeten doorvoeren in de inzet van onderwijsvloeroppervlak. Dit kan ertoe leiden dat er in de toekomst minder ruimte in de dependance nodig is en er meer onderwijs in het eigen gebouw kan worden geboden. Scenario: Instandhouding

Momenteel heeft de school een normatief ruimteoverschot van ongeveer 350 m2 bvo in het eigen schoolgebouw. Echter geeft het schoolbestuur aan dat de 22400547 | www.icsadviseurs.nl

16/25

6.1.8 Bellefleur 8 (dependance) Bellefleur 8 fungeert momenteel als dependance van het voortgezet in de gemeente Hardinxveld-Giessendam. Het gebouw huisvest diverse theorie- en praktijklokalen voor het voortgezet onderwijs en biedt daarnaast onderdak aan een kinderopvang met een langjarig huurcontract. Er zijn meerdere toekomstopties voor Bellefleur 8. Zo kan het gebouw (1) blijvend worden ingezet voor het voortgezet onderwijs, (2) worden ingezet voor een school voor het primair onderwijs, (3) of dienen als tijdelijke wissellocatie binnen de gemeente. Voor dit IHP is het uitgangspunt om het gebouw de komende tien jaar te blijven gebruiken voor het voortgezet onderwijs, tenzij er tussentijds tijdelijke behoefte ontstaat vanuit het primair onderwijs. Na deze periode loopt ook het huurcontract met de kinderopvang af. Op dat moment is het raadzaam om de voortgang van eventuele woningbouwplannen af te wachten, alvorens te beslissen over het verdere gebruik van het pand. Scenario: instandhouding.

22400547 | www.icsadviseurs.nl

17/25

Boven-Hardinxveld

22400547 | www.icsadviseurs.nl

18/25

6.2 Boven-Hardinxveld

6.3 Groeistrategie

6.2.1 De Regenboog

De gemeente Hardinxveld-Giessendam verwacht de komende jaren een aanzienlijke groei in het aantal inwoners, wat mogelijk ook zal leiden tot een toename van het aantal leerlingen. Het is momenteel een uitdaging om hierop effectief te anticiperen en te voorkomen dat nieuwgebouwde scholen bij oplevering al onvoldoende capaciteit bieden.

De Regenboog is gevestigd in een schoolgebouw uit 2018 en daarmee het meest recente schoolgebouw binnen de gemeente. Door de relatief jonge leeftijd van het gebouw zijn er nauwelijks tot geen gebreken. Eén aandachtspunt betreft een constructiefout bij de aansluiting van de klimaatinstallatie. Het schoolbestuur heeft hiervoor een herstelverzoek ingediend. Na uitvoering van dit herstel zullen er geen gebreken meer zijn. De Regenboog valt onder het schoolbestuur TriVia en heeft een protestantse denominatie. Op basis van de huidige prognose heeft de school op termijn (2030 t/m 2033) recht op een tijdelijke uitbreiding van 41 m2 bvo. Echter, zijn er geen uitbreidingsmogelijkheden in of rondom het huidige gebouw. Wij adviseren om de leerlingenontwikkeling te blijven volgen en op termijn waar nodig te voorzien in tijdelijke uitbreiding.

Er zijn verschillende strategieën om dit te ondervangen: ▪

Wissellokalen realiseren bij nieuwbouw: Deze lokalen zijn flexibel inzetbaar bij capaciteitsproblemen, zonder direct aan een specifieke school gekoppeld te zijn. Aandachtspunt hierbij zijn eigendom, onderhoud en beheer.

▪

Voorbereiden op toekomstige uitbreiding: Door schoolgebouwen zodanig te ontwerpen dat uitbreiding in de toekomst eenvoudiger en kostenefficiënter gerealiseerd kan worden.

▪

Bouwen voor de prognosepiek: Direct bouwen voor het maximaal verwachte aantal leerlingen, gebaseerd op de prognoses, zodat toekomstige groei direct wordt opgevangen.

Scenario: Instandhouding.

6.2.2 Merwedeschool De Merwedeschool is gevestigd in een schoolgebouw uit 1958, dat in 2018 is gerenoveerd. De Merwedeschool valt onder het schoolbestuur Stichting Openbaar Verenigd Onderwijs in Gorinchem en de regio (Stichting OVO) en heeft een openbare denominatie. Dankzij deze renovatie worden vrijwel alle locatiekwaliteiten positief beoordeeld, met uitzondering van het binnenklimaat. Niet alle onderdelen zijn tijdens de renovatie aangepakt, waardoor op dit punt nog verbetering nodig is. Het schoolbestuur zal daarom aanvullende maatregelen moeten nemen om het binnenklimaat op een gewenst niveau te brengen.

Per project dient te worden bepaald welke strategie het meest efficiënt en passend is. Aanvullend kan als strategie worden overwogen: ▪

Een nieuwe school in de nieuwbouwwijk: Indien de verwachte groei niet binnen de bestaande schoollocaties kan worden opgevangen, vormt dit een goed alternatief. De bouw van een nieuwe school draagt bovendien bij aan een betere spreiding van leerlingen en (mogelijk) een gevarieerder scholenaanbod.

Scenario: Instandhouding.

22400547 | www.icsadviseurs.nl

19/25

7. Planning In figuur 2 op de volgende pagina is een planning van alle projecten weergegeven, waarin onderscheid kan worden gemaakt in lopende projecten, korte termijn projecten en middellange termijn projecten. De in dit IHP geplande projecten in de verschillende tijdvakken geven we hieronder kort weer. Voor elk nieuw te starten project, wordt vooraf een huisvestingsonderzoek uitgevoerd. Bij de lopende projecten is al eerder en afweging en projectdefinitie gemaakt.

7.4 Middellange termijn projecten Voor de middellange termijn, waarbij het definitief investeringskrediet na 2029 zal worden aangevraagd, zijn de volgende projecten aan de orde: ▪ ▪ ▪

7.1 Lopende projecten Een aantal projecten is reeds opgestart, echter valt dit project buiten dit IHP. Het gaat om de volgende projecten: ▪

Vervangende nieuwbouw Driemaster Pietersweer en Ichthusschool in één gebouw.

7.5 Uitgangspunten De planning is gebaseerd op een aantal uitgangspunten, deze zijn hieronder benoemd in chronologische volgorde: ▪

7.2 Huisvestingsaanvragen Er zijn een aantal lopende huisvestingsaanvragen binnen de gemeente. Het gaat om de volgende aanvragen: ▪ ▪ ▪

Permanente uitbreiding Koningin Wilhelminaschool; na onderzoek capaciteitsverlaging door het schoolbestuur wordt dit nader opgepakt Herstellen constructiefout De Regenboog; gereed 2026 Verzoek tot eerder gebruik maken tijdelijke huisvesting Driemaster Tonneband.

7.3 Korte termijn projecten

Verduurzaming binnenklimaat Merwedeschool – verantwoordelijkheid van het schoolbestuur; Vervangende nieuwbouw Driemaster Tonneband; gereed 2040 (huidige gebouw is dan 50 jaar oud); Vervangende nieuwbouw De Wonderwijzer gereed 2040 (huidige gebouw is dan 50 jaar oud).

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪

De Regenboog – De uitvoering is gestart; er moeten nog financiële middelen beschikbaar worden gesteld. Driemaster Tonneband – Tijdelijke huisvesting is noodzakelijk na de sloop van locatie Pietersweer en wordt voor onbepaalde tijd ingezet. Koningin Wilhelminaschool – Opgenomen in de planning op basis van de ingediende aanvraag. Ichthusschool – Project is momenteel in uitvoering. Driemaster Pietersweer – Project is momenteel in uitvoering. Driemaster Tonneband – Voor vervangende huisvesting; voorbereidingskrediet is gepland twee jaar voorafgaand aan de start van de uitvoering in 2038. De Wonderwijzer – Voor vervangende huisvesting; voorbereidingskrediet is gepland twee jaar voorafgaand aan de start van de uitvoering in 2038.

Voor deze projecten gaan we ervan uit dat het definitief investeringskrediet wordt vastgesteld binnen dit tijdvak (2025 – 2029). De oplevering en in gebruik name van een project kan derhalve in het volgende tijdvak vallen. Het gaat voor dit tijdvak om de volgende projecten: ▪

Tijdelijke huisvesting Driemaster Tonneband – invulling nader te bepalen; na sloop locatie Pietersweer

22400547 | www.icsadviseurs.nl

20/25

Figuur 2 - Voorlopige planning IHP Hardinxveld-Giessendam

22400547 | www.icsadviseurs.nl

21/25

8. Financiën

▪

In de vorige hoofdstukken is beschreven wat de ingrepen zijn voor het onderwijs en bewegingsonderwijs om de geconstateerde knelpunten op te kunnen lossen. Om een goede en integrale afweging te kunnen maken, zijn in dit hoofdstuk de financiële consequenties inzichtelijk gemaakt.

▪

8.1 Financiële uitgangspunten Bij het bepalen van de investeringen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪

▪

De voorgestelde huisvestingsingrepen voor het onderwijs vormen de basis voor de berekeningen; Alle bedragen zijn inclusief btw en prijspeil januari 2025; Bedragen zijn niet geïndexeerd naar het jaar van uitvoering; Bedragen zijn afgrond op duizendtallen; Wettelijk gezien is BENG (bijna energieneutraal gebouw) het uitgangspunt, maar gezamenlijk is de ambitie gesteld uit te gaan van ENG (energieneutraal gebouw). In de berekening wordt de stap van BENG naar ENG doorgerekend, maar wel apart weergegeven; Bij het berekenen van de investeringsbedragen voor het onderwijs wordt afgeweken van VNG-norm en gerekend met marktconforme investeringsbedragen per vierkante meter gedifferentieerd op schoolgrootte. Hierbij zijn de onderstaande bedragen gehanteerd;

Er is een algemene post van 10,0% over het basisbedrag (BENG) opgenomen voor onvoorziene kosten. Dit betreft onvoorziene kosten, die buiten de norm vallen en/of op basis van werkelijke kosten door de gemeente worden vergoed. Denk daarbij aan hogere kosten door een complexe inpassing of het verwijderen van asbest; De investeringskosten voor het realiseren van ruimte voor derden (bijvoorbeeld ten behoeve van kinderopvang) maken onderdeel uit van de financiële vertaling. Daarbij is voor het bepalen van de benodigde capaciteit uitgegaan van 22% van de onderwijscapaciteit, tenzij anders afgesproken. Deze capaciteit is een indicatie ten behoeve van de investeringskosten. Er kunnen geen rechten aan worden ontleend; Voor het toepassen van circulair/ bio-based bouwen dient rekening te worden gehouden met een toeslag van € 320,- per m² bvo.

1. (Vervangende) nieuwbouw, Vernieuwbouw en Uitbreiding Basis (BENG)

Toeslag ENG*

Totaal

PO

tot 703 m² bv o

€

4.050 €

200 €

4.250

per m² bv o

PO

704 tot 1.206 m² bv o

€

3.950 €

200 €

4.150

per m² bv o

PO

1.207 tot 1.709 m² bv o

€

3.800 €

200 €

4.000

per m² bv o

PO

v anaf 1.710 m² bv o

€

3.700 €

200 €

3.900

per m² bv o

VO

tot 700 m² bv o

€

4.750 €

200 €

4.950

per m² bv o

VO

701 tot 10.000 m² bv o

€

3.950 €

200 €

4.150

per m² bv o

Gym

Gymzaal KVLO

€

3.620 €

200 €

3.820

per m² bv o

22400547 | www.icsadviseurs.nl

22/25

8.2 Investeringen Op basis van de geschetste uitgangspunten zijn de benodigde investeringen van het IHP inzichtelijk gemaakt. In de onderstaande tabel zijn de projecten uit hoofdstuk financieel vertaald. Hierin is onderscheid gemaakt tussen de kosten voor BENG, ENG en het circulair en biobased bouwen. De getoonde investeringen zijn prijspeil januari 2025 en inclusief btw. In het totaalbedrag is de investering gebaseerd op realisatie volgens ENG.

Schoollocatie

Maatregel

Huisvestingsaanvragen Permanente Koningin uitbreiding + Wilhelminaschool eerste inrichting De Regenboog

Constructiefout

Korte termijn projecten Driemaster Tijdelijke Tonneband huisvesting Middellange termijn projecten Driemaster Vervangende Tonneband nieuwbouw Vervangende De Wonderwijzer nieuwbouw Totale investering

Jaartal gereed

Totale investering o.b.v. BENG

Toeslag ENG

Toeslag circulair en biobased bouwen

2027

€ 1.163.042

2026

€ 35.189

2028

€ 391.800

2038

€ 3.289.000

€159.000

€254.000

2038

€ 2.693.000

€135.000

€216.000

€7.248.000

€294.000

€470.000

Voor dit IHP kiezen wij ervoor om uit te gaan van de actuele en marktconforme investeringsbedragen en deze als normvergoeding te hanteren. De ‘ICSnormbedragen’ is gebaseerd op bouwbesluit en BENG en sluiten goed aan bij de actuele marktontwikkelingen en geven daarmee een realistischer beeld van de werkelijke kosten. Ruimte-OK heeft recent een geactualiseerde versie van het Kwaliteitskader gepubliceerd. Uit het financiële overzicht in het kwaliteitskader blijkt dat de vierkante meterprijs voor ‘PO klein’ in dit kader dicht in de buurt ligt van de kengetallen van ICS. Gezien de marktconforme basis en de grotere realiteitswaarde van de ICSnormbedragen, vormen deze het uitgangspunt voor dit IHP. Op basis van een project zijn berekeningen gemaakt van de vierkante meterprijs per aanbieder van normbedragen. De volgende normen zijn hierin meegenomen: de VNG-norm 2025, de normbedragen uit het kwaliteitskader van de PO-Raad, en de normbedragen van ICS. In onderstaande tabel is hiervan een overzicht opgenomen. Tabel 4 - Normbedragen

Vierkante meter prijs Verschil VNG

VNG-norm 2025

Kwaliteitskader PO-raad normbedragen

ICS normbedragen

€3.498

€3.947

€3.950*

€452

€449

*Normbedrag o.b.v. BENG en exclusief toeslagen ENG en circulair en biobased bouwen

8.3 Normvergoeding Onderwijshuisvesting werkt bij de bekostiging van voorzieningen zoals nieuwbouw met normvergoedingen. De basis hiervoor ligt in de gemeentelijke huisvestingsverordening, die jaarlijks de normen volgt die VNG voorschrijft. De normen van de VNG sluiten echter al jaren niet aan bij de werkelijke bouwkosten en het kwaliteitsniveau vanuit het Bouwbesluit.

22400547 | www.icsadviseurs.nl

23/25

9. Slotsom en aanbeveling

▪

9.1 Slotsom

▪

Het voorliggende IHP is met een nauwgezet proces en in constructief overleg met de gemeente, de schoolbesturen en de kinderopvang tot stand gekomen. De visie op onderwijshuisvesting, die gezamenlijk is opgesteld, geeft een helder perspectief voor de huisvesting van het onderwijs in de gemeente HardinxveldGiessendam. Deze visie bevat tevens concrete afspraken over de uitvoering van de projecten in het IHP.

▪

▪ Het IHP geeft een concreet beeld van de projecten voor de komende 4 jaar. Voor deze projecten is de planning bepaald en zijn de benodigde investeringen in beeld gebracht. Met het uitvoeren van deze projecten worden de meest urgente knelpunten in de onderwijshuisvesting opgelost. Dit IHP geeft daarmee een kwaliteitsimpuls aan de deels verouderde portefeuille aan onderwijsgebouwen. Schoolbesturen en gemeente werken, na vaststelling van dit IHP, als partners samen aan deze gezamenlijke opgave. Daarnaast geeft dit IHP ook een doorkijk naar de projecten voor de periode 4 16 jaar. Dit IHP kan dan ook gezien worden als strategisch koersdocument voor de lange termijn. In deze periode zullen grootschalige woningbouwontwikkelingen van invloed gaan zijn op de vraag naar onderwijshuisvesting. Met de uitvoering van de lange termijn projecten wordt er ingespeeld op grootschalige ontwikkelingen in de gemeente.

9.2 Aanbevelingen Onze aanbevelingen zijn onderverdeeld in twee categorieën: (1) aanbevelingen voor het proces en (2) aanbevelingen voor de realisatie van projecten in het IHP.

▪

Stel op het moment dat er een aanvraag van een schoolbestuur binnenkomt een leerlingenprognose op en monitor vraag en aanbod (ruimtebehoefte en capaciteit). Houd ieder jaar een constructief overleg tussen gemeente, schoolbesturen en kinderopvang over de ontwikkelingen binnen gemeente HardinxveldGiessendam. Op basis van de werkelijke leerlingentellingen kunnen de gevolgen op de onderwijscapaciteit en een mogelijk ruimtetekort tijdig ondervangen worden. Blijf gezamenlijk werken aan de nadere uitwerking van de duurzaamheidsambities voor de kindvoorzieningen in het IHP waarbij de landelijke ontwikkelingen nauwgezet gevolgd worden. Houd de ontwikkelingen rondom de stelselwijziging kinderopvang en de daaruit voortkomende vraag nauwgezet in de gaten. Ga indien nodig met elkaar in gesprek en actualiseer het IHP op de huisvesting voor kinderopvang eerder als dat nodig blijkt. Bedragen in het IHP zijn prijspeil 2025. Om te zorgen dat de budgetten voor de projecten marktconform en realistisch blijven adviseren om deze te jaarlijks indexeren en de begroting hierop aan te passen.

Realisatie projecten in het IHP ▪

▪

Stel een uitvoeringsprogramma op waarin staat omschreven welke stappen dienen te worden gezet, wie welke rol daarin heeft en welke (detail)planning wordt aangehouden. Het uitvoeringsprogramma en de voortgang van de realisatie van het huisvestingsplan dienen jaarlijks terugkerend tussen de gemeente en het schoolbestuur (en kinderopvangorganisatie) te worden besproken. De realisatie van het huisvestingsplan heeft impact op een groot aantal leerlingen, ouders en bewoners. Communiceer gezamenlijk (gemeente, schoolbestuur en kinderopvangorganisaties) over de plannen en de planning

Proces ▪

Voer om de vier jaar een actualisatie uit van het IHP. Maak daarbij duidelijke procesafspraken.

22400547 | www.icsadviseurs.nl

24/25

De hoogste kwaliteitseisen aan onze dienstverlening. Een goed gebouw begint met het beste idee.

Colofon Datum: Auteur(s):

26 september 2025 Maarten Groenen Christel Breedijk

info@icsadviseurs.nl 088 - 235 04 27 22400547 | www.icsadviseurs.nl www.icsadviseurs.nl |Onderdeel van ICS Ruimteregie Groep BV

25/25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1130/documents/34010