Informatienota meicirculaire 2022 - versie raad 21-06-2022.pdf
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders Informatienota Vergadering van 21 juni 2022 Gemeente Hardinxveld-Giessendam - Hardinxveld-Giessendam Auteur: Ruud Vink
Informatienota meicirculaire 2022 Voorgesteld besluit Inhoud SAMENVATTING De meicirculaire 2022 bevat een gunstig beeld voor onze gemeente. In dit memo wordt uitgebreid op de oorzaken van dit beeld ingegaan. Door dit beeld kunnen we op dit moment een meerjarig sluitend begrotingsbeeld presenteren, waarbij de begrotingssaldi t/m 2026 in positieve zin uitpakken. Voor 2026 is daarbij weliswaar sprake van een positief begrotingssaldo, tegelijkertijd is daar ook sprake van een "'ravijn". Dit wordt met name veroorzaakt door lagere accres en het weer opnemen van de opschalingskorting. Daarmee wordt ook de "dip"' tussen 2025 en 2026 verklaard. Tegenover al deze rooskleurige berichten hoort ook een winstwaarschuwing. Richting de perspectiefnota 2023-2026 hebben we namelijk geen generiek inflatiepercentage gehanteerd, maar zijn de budgetten van dat moment tegen het licht gehouden en zo nodig bijgesteld. De laatste maand worden we echter geconfronteerd met (forse) kostenstijgingen. Dit geldt niet alleen voor bijvoorbeeld energie, maar ook voor grondstoffen. In sommige gevallen is daarbij sprake van aangekondigde stijgingen tot 40%. Dit betekent dat in het traject naar de begroting 2023-2026 we budgetten en ook investeringskredieten opnieuw tegen het licht moeten houden.
Daarnaast zullen we, zoals ook geschetst in de perspectiefnota 2023-2026 rekening moeten houden met de effecten uit de actualisatie van de beheerplannen. De omvang van deze bijstellingen is op dit moment niet te bepalen, maar zal het in deze memo geschetste meerjarige beeld fors negatief beïnvloeden.
Inleiding De meicirculaire 2022 is door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties is op 1 juni 2022 verschenen. De voorlaatste berekeningen van de algemene uitkering, die in de huidige begroting zijn verantwoord, zijn gemaakt op basis van de septembercirculaire 2021. Deze circulaire bevat informatie over de invoering per 1 januari 2023 van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Hieronder wordt een toelichting gegeven op de financiële effecten van de meicirculaire 2022. Daarnaast gaan we in op diverse ontwikkelingen richting de begroting 2022-2025. Kernboodschap In deze meicirculaire vallen enkele zaken op. De belangrijkste onderwerpen zijn: • • • • •
De invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023. Het schrappen van de opschalingskorting voor de jaren 2023 tot en met 2025. Afrekening BTW Compensatie Fonds (BCF) 2021 Incidentele compensatie voor de tekorten Jeugdzorg voor het jaar 2023 Loon- en prijscompensatie in het sociaal domein
•
Hogere Accressen.
Financieel effect De meicirculaire 2022 laat ten opzichte van de septembercirculaire 2021 het volgende beeld zien:
Septembercirculaire 2021 Meicirculaire 2022 Verschil meicirculaire/septembercirculaire (- nadeel + voordeel
2022 27.004 28.947 1.943
2023 25.570 30.022 4.452
2024 25.639 30.094 4.455
2025 25.987 31.245 5.258
2026 26.436 28.907 2.471
Waarvan herverdeeleffecten Waarvan taakmutaties
0 1.943
138 4.314
415 4.040
615 4.643
615 1.856
866 283 -60
3.064 208
3.978 214
4.508 230
2.079 242
350 -131 -88 4 -7 10 74
467 -132 -87 4 -11 10 74
587 -130 -87 4 -11 11 75
4 -11 11 76
22 34
22 34
22 38
-62
-63
Bedragen x € 1.000
Cijfermatige analyse Uitkeringsfactor Hoeveelheidsverschillen en WOZ -waardering (bijstelling maatstaven etc.) BCF incl stelpost onderuitputting BCF Lagere apparaatskosten (opschalingskorting) Uitname Volkshuisvestingsfonds Uitname Woningbouwimpuls Inburgering: leerbaarheidstoets Valpreventie ouderen Verterking dienstverlening gemeenten: systeemleren Salarislasten zorgdomein wmo en jeugd Energietoeslag Jeugdhulp: subsidieregeling continuïteitsregeling cruciale jeugdzorg Jeugdzorg (coalitieakkoord) Overgangsrecht levenslang Robuust rechtsbeschermingssysteem Versterking ondersteuning wijkteams Impuls integraal werken Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (Coalitieakkoord) Toezicht en handhaving voor EPBD III Prenataal huisbezoek Einde lening inburgeringsplicht Gemeenteraadsverkiezingen Uitvoeringskosten klimaatakkoord Participatie/Voogdij 18+ loon- en prijsbijstellingen 2022 Extra capaciteit BOA's overige bijstellingen < € 1.000
5 76 445 -9
1.304 20 34 4
22 33 2
2 -2 3 36 176 26 32
27 32
27 32
27 32
32
-505 -85 1 -589
-505 -88 1 -592
-505 -93 1 -597
-505 -97 1 -601
1.943
4.452
4.455
5.258
2.471
5 4 445 76 20 34 10 6
10 2
10
11
11
100 22 33
101 22 34
102 22 34
103 22 38
4
4
4
4
779
171
171
173
178
Saldo
1.164
4.281
4.284
5.085
2.293
Effect op de begroting
1.164
4.281
4.284
5.085
2.293
Decentralisatie en integratie-uitkeringen IU Vergoeding raadsleden kleine gemeenten IU Inburgering IU Voogdij/18+ IU Participatie DU Armoedebestrijding kinderen Subtotaal Decentralisatie- en integratie-Uitkeringen Verschil t.o.v. vorige circulaire Geoormerkte middelen Versterking dienstverlening gemeenten: systeemleren Impuls integraal werken Energietoeslag salarislasten zorgdomein wmo en jgd en loon- en prijsbijstellingen participatie/voogdij 18+ Robuust rechtsbeschermingssysteem Versterking ondersteuning wijkteams Gemeenteraadsverkiezingen IU Inburgering Inburgering : leerbaarheidstoets Einde lening inburgeringsplicht Uitvoeringskosten klimaatakkoord Totaal geoormerkte gelden
32
2 6 19 5
3 176
Toelichting cijfers Hieronder wordt een toelichting gegeven op de wijziging van de meicirculaire 2022 ten opzichte van de septembercirculaire 2021 voor de bedragen > € 25.000. Nieuw verdeelstelsel per 1 januari 2023 Hoofddoel voor een nieuw verdeelstelsel was om dat eenvoudig en uitlegbaar te maken en dat het beter aansluit bij de noodzakelijke kosten die gemeenten maken (dat was vooral nodig in het sociaal domein). De indeling van de clusters is logischer en globaler gemaakt en het aantal maatstaven is gehalveerd. In de meicirculaire 2023 is het nieuwe verdeelmodel van 2019 geactualiseerd naar de stand van 1 januari 2023. Deze actualisatie betreft de volgende onderdelen: 1. De standen van de gebruikte verdeelmaatstaven zijn geactualiseerd. 2. Alle budgetontwikkelingen die in de periode 2020 tot en met 2022 hebben plaatsgevonden zijn volgens de nieuwe verdeling verwerkt, ook de mutaties uit de meicirculaire 2022 die betrekking hebben op het uitkeringsjaar 2022. 3. Een actuelere gemeentelijke indeling (2022). Ingroeipad Het ingroeipad, waarmee de gemeenten naar de nieuwe verdeling ingroeien, wordt beperkt tot 3 jaar. Het maximale positieve of negatieve effect is in 2023 € 7,50 per inwoner en in 2024 en 2025 € 15 per inwoner. Het maximale positieve of negatieve effect in 2025 bedraagt hierdoor € 37,50 per inwoner. Onze gemeente is in deze een voordeelgemeente.
Ten opzichte van het beeld dat is geschetst in de perspectiefnota 2023-2026 (mogelijke positieve effecten op pagina 5) is vanaf 2025 sprake van een extra effect van ca € 100.000 (van € 504.000 naar € 615.000). UitkeringsFactor UF (Accressen) De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voorvloeiend uit de trap op trap af methode wordt het accres genoemd. In de meicirculaire 2022 zijn de accressen vanaf 2022 bijgewerkt. Voor alle jaren vanaf 2022 is sprake van een opwaartse bijstelling van het accres. De accressen zijn hoger dan aangekondigd in de voorgaande circulaires en ook hoger dan aangekondigd in de startnota van het kabinet. In de jaren 2022 tot en met 2025 zijn de hogere accressen het gevolg van extra rijksuitgaven voor vennootschapsbelasting (Vpb), koppeling AOW aan stapsgewijze verhoging wettelijk minimumloon (WML), inkomensbelasting Box 3 en defensie-uitgaven. Ook is het accres opwaarts bijgesteld als gevolg van een hogere loon- en prijsontwikkeling dan tot nu toe aangenomen.
Hoeveelheidsverschillen en WOZ-waardering Periodiek worden de parameters, zoals aantal bijstandontvangers, huishoudens, bedrijfsvestigingen, inkomensmaatstaven et cetera, geactualiseerd. In deze circulaire zijn rekeneenheden en hoeveelheidsmaatstaven, naar boven bijgesteld. Dit resulteert in een hogere bijstelling van de hoeveelheidsverschillen. Hier tegenover staat een ander hoeveelheidsverschil; de WOZ-waarden mutaties. Door marktontwikkelingen kan de WOZ-waarde sterk fluctueren. In de berekening van de algemene uitkering wordt het genormeerde OZB inkomsten bestanddeel bepaald door een genormeerd landelijk uniform rekentarief over de WOZ waarden in de gemeente. Daarbij worden de WOZ-waarden vermenigvuldigd met dit rekentarief en in mindering gebracht op het accres. Hogere WOZ-waarden, evenals uitbreiding van het areaal, hebben daardoor een negatief effect op de algemene uitkering. Per saldo is op dit onderdeel sprake van een positief effect. Opschalingskorting In de septembercirculaire 2021 is bekend gemaakt dat de opschalingskorting in 2022 incidenteel geschrapt wordt. Incidenteel wil zeggen dat de korting in de betreffende jaren (2020 tot en met 2022) wordt teruggeboekt. De opschalingskorting wordt door gemeenten als zeer oneerlijk ervaren omdat het principe van herindelen van bovenaf opgelegd is.
De opschalingskorting heeft de gemeenten in de jaren 2015 tot en met 2021 cumulatief al 1,5 miljard gekost en daarnaast € 150 miljoen als gemist accres over de opschalingskorting. Het nieuw kabinet heeft besloten om ook de opschalingskorting voor 2023, 2024
en 2025 te schrappen. Voor 2026 blijft deze vooralsnog in stand, waardoor dit ook een negatief effect heeft op de berekende uitkering. BTW compensatiefonds inclusief stelpost onderuitputting De gemeenten kunnen het grootste deel van hun BTW declareren bij het Rijk. Jaarlijks reserveert het Rijk hiervoor een budget (BTW compensatiefonds). Mochten de declaraties van de gemeenten onder het budget (plafond) van het Rijk blijven, dan worden deze middelen toegevoegd aan de algemene uitkering en komen hiermee ten gunste van de gemeenten. De afgelopen jaren lagen de declaraties telkens onder het budget van het Rijk. In de perspectiefnota 2022-2025 is hier reeds op geanticipeerd. In het systeem is opgenomen dat jaarlijks bij de septembercirculaire een voorschot wordt verstrekt op de verwachte onderschrijding van dat kalanderjaar. In de meicirculaire volgend op het kalenderjaar volgt dan de afrekening. De provinciaal toezichthouder staat toe een meerjarige stelpost op te nemen als inschatting op de jaarlijkse onder- of overschrijding van het plafond. Dit ter hoogte van de laatst bekende afrekening. De opgenomen stelpost 2022 komt hier te vervallen. Uitname Volkshuisvestingsfonds en Woningbouwimpuls Aan gemeenten wordt via een specifieke uitkering gedurende de jaren 2023 t/m 2026 een bedrag van € 150 miljoen respectievelijk € 100 miljoen beschikbaar gesteld.
In de jaren 2023 t/m 2025 wordt het accres met datzelfde bedrag afgeroomd. Salarislasten zorgdomein wmo en jeugd De Tweede Kamer heeft op 16 september 2021 de motie Hijink/Bikker aangenomen over het vrijmaken van extra financiële middelen voor zorgsalarissen. Het kabinet stelt vanaf 2022 structureel € 94 miljoen beschikbaar aan gemeenten, opdat zij de financiële middelen hebben om de stijging van de zorgsalarissen in het sociaal domein mogelijk te kunnen maken. Een deel van € 80 miljoen wordt toegevoegd aan de algemene uitkering en verdeeld via het subcluster Jeugdhulp, subcluster Wmo 2015 en subcluster Wmo - huishoudelijke hulp. Energietoeslag Op 15 maart jl. is het wetsvoorstel eenmalige energietoeslag lage inkomens ingediend bij de Tweede Kamer. Met het wetsvoorstel krijgen gemeenten de bevoegdheid om dit jaar via categoriale bijzondere bijstand een eenmalige tegemoetkoming voor de gestegen energieprijzen toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. Voor de uitvoering en uitgifte van de eenmalige aanvullende tegemoetkoming – voor huishoudens met een laag inkomen - heeft het kabinet in maart 2022 een eenmalig budget van € 679 miljoen beschikbaar gesteld. In de voorjaarsbesluitvorming is een aanvullend bedrag van € 175 miljoen beschikbaar gesteld, waardoor het totaal beschikbare bedrag uitkomt op € 854 miljoen.
Zoals gemeld in de brief aan de Tweede Kamer van 15 maart jl. is het gemeenten toegestaan vooruitlopend op de inwerkingtreding van het wetsvoorstel al tot uitbetaling van de eenmalige energietoeslagen over te gaan. De uitvoering hiervan wordt verzorgd door de Sociale Dienst Drechtsteden. Uitvoeringskosten klimaatakkoord Om de uitvoering van het bestaande klimaatbeleid in 2022 te kunnen voortzetten, ontvangen gemeenten in 2022 een overbruggingsbudget. Dat is onvoldoende om de reeds in 2022 gewenste versnelling teweeg te brengen. Over de restant middelen vindt nader overleg plaats. Integratie Uitkering Participatie en Voogdij/18+ Met ingang van 2023 worden beide Integratie Uitkeringen overgeheveld naar de algemene uitkeringen. Bij de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel voogdij/18+ per 1 januari 2022 is afgesproken dat alle gemeenten data beschikbaar stellen van de in- en uitstroom van hun cliënten. Met name de grotere gemeenten blijven hier in gebreke en zorgen voor een vertragend effect in de uitvoering. Gemeenteraadsverkiezingen Het kabinet stelt middelen beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra kosten die zij moeten maken bij het organiseren van de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 voor onder meer het huren van locaties en het inhuren van stembureauleden voor het vervroegd stemmen op de maandag en dinsdag.
Het bedrag wordt verdeeld op basis van het aantal kiesgerechtigden per
gemeente. Daarbij is een gedifferentieerd bedrag per kiesgerechtigde naar gemeenteomvang gehanteerd. Participatie en Voogdij 18+; loon en prijsbijstellingen De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt als gevolg van de toekenning van de loonen prijsbijstelling 2022. Voor Voogdij/18+ zijn de bedragen per gemeente, zoals bekendgemaakt in de meicirculaire 2021, naar rato opgehoogd in verband met de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2022. Jeugdzorg coalitieakkoord De omvangrijkste taakmutatie in deze circulaire: de definitieve verdeling van € 1.445 miljoen voor het jaar 2023 ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Het kabinet gaat de komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd, die moet bestaan uit een combinatie van een set van kostenbesparende maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Bij het afsluiten van de Hervormingsagenda zal het kabinet ook besluiten over de extra middelen voor 2024 en verder die aan gemeenten beschikbaar gesteld worden. Het advies van de Arbitragecommissie c.q. de Commissie van Wijzen vormt het uitgangspunt.
Voor de jaren 2023 tot en met 2026 hadden het Rijk, de VNG en het Interprovinciaal Overleg (IPO) aanvankelijk afgesproken dat de gemeenten een stelpost mochten opnemen in de begroting van nog te ontvangen middelen. De netto-reeks van de Arbitragecommissie vormde daarvoor het uitgangspunt. Vanuit behoedzaamheid gold hiervoor een maximum van 75% omdat de resultaten uit de Hervormingsagenda kunnen leiden tot een lagere netto-reeks. De compensatie 2023 is in de meicirculaire 2022 echter volledig gegeven, dus 100%. De vraag is of voor de jaren 2024 en volgende nog steeds een afslag van 25% geldt. Voorzichtigheidshalve is in de begroting een stelpost opgenomen van 75% voor de jaren 2024-2026. Deze wordt geactualiseerd op basis van de laatst volledig gegeven compensatie in 2023. Extra capaciteit BOA's Er is structureel geld vrijgemaakt voor handhaving en veiligheid om onder meer de capaciteit van (wijk)agenten en BOA’s in de openbare ruimte te vergroten. Naast onder andere middelen voor de "groene BOA" een bedrag voor de verdere professionalisering en een veilige taakuitvoering van de BOA’s in alle domeinen, worden middelen vrijgemaakt voor de capaciteit van BOA’s in de openbare ruimte.
Parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag (POK). De rijksoverheid geeft aan dat naast de hersteloperatie voor getroffen ouders en kinderen, er ook maatregelen nodig zijn die structureel tot brede verbeteringen in beleid en uitvoering moeten leiden. Onderdeel hiervan is het versterken van de dienstverlening bij alle onderdelen van de overheid, waaronder de gemeenten. Het kabinet heeft besloten voor het versterken van de dienstverlening bij gemeenten en het extra ondersteunen van mensen in kwetsbare posities voor de periode tot en met 2027 middelen beschikbaar te stellen via diverse geldstromen. Vanaf 2021 worden hiervoor middelen in het gemeentefonds toegekend. Het betreft de volgende onderdelen: • Robuust rechtsbeschermingssysteem; • Systeemleren; • Versterking ondersteuning wijkteams; • Impuls integraal werken. Robuust rechtsbeschermingssysteem Er is bij het ministerie van Justitie en Veiligheid een programma rechtsbijstand waarin met partners wordt gewerkt aan een stelselvernieuwing. Mede in opvolging van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) wordt gewerkt aan een robuust rechtsbeschermingsstelsel dicht bij de burger. Gemeenten zijn daarin belangrijke partners. Om gemeenten in staat te stellen om meer robuuste rechtsbescherming voor hun inwoners te organiseren, stelt het kabinet voor zowel 2021 als 2022 middelen beschikbaar.
Systeemleren Het is wenselijk dat in gemeenten ruimte is om het systeemleren in te richten. Deze capaciteit kan worden aangewend om aan te sluiten bij het kennis- en leernetwerk van het programma Leefbaarheid
en Veiligheid en de lessen uit dat programma te vertalen naar de eigen gemeente. Hiervoor stelt het kabinet voor 2021 tot en met 2027 middelen beschikbaar Versterking ondersteuning wijkteams Voor de versterking ondersteuning wijkteams stelt het kabinet voor de jaren 2021 tot en met 2025 beschikbaar ter compensatie van de extra uitgaven die gemaakt worden om de toegang van cliënten tot de gemeentelijke dienstverlening en ondersteuning te verbeteren. Voor de sociale wijkteams komt hierdoor extra uitvoeringscapaciteit beschikbaar voor de coördinatie tussen de verschillende soorten van hulpverlening in het sociaal domein. Impuls integraal werken Als onderdeel van het versterken van de gemeentelijke dienstverlening stelt het kabinet middelen beschikbaar in 2021, 2022 en 2023 beschikbaar. Gemeenten kunnen hiermee een impuls geven aan het ontwikkelen van een integrale dienstverlening. Voor de aanpak van meervoudige problematiek in het sociaal domein krijgen gemeenten incidenteel deze extra middelen om methoden voor integraal werken te ontwikkelen en geleerde lessen beter met elkaar te delen. Consequenties Aangepast financieel meerjarenperspectief op basis van de meicirculaire 2022 De meicirculaire 2022 heeft het volgende effect op het financieel meerjarenperspectief.
Begrotingsresultaat na perspectiefnota 2023-2026 Effecten meicirculaire 2022 Arbitrage-uitspraak Jeugdzorg 2022 reeds begroot (sept.circulaire 2021) Arbitrage-uitspraak Jeugdzorg 2022 geactualiseerd obv def. 2023 Begrotingsresultaat na perspectiefnota 2023-2026
2022 -245.679 1.164.000
2023 -1.234.082 4.281.000 -793.205
918.321
2.253.713
2024 -2.249.599 4.284.000 -732.030 978.000 2.280.371
2025 -2.320.963 5.085.000 -658.484 978.000 3.083.553
2026 -2.311.459 2.293.000 -658.484 978.000 301.057
Bij dit meerjarenperspectief dient rekening te worden gehouden met de winstwaarschuwing die is opgenomen in de samenvatting. Richting de begroting 2023-2026 zal op basis van actualisatie van de kosten ook een nadere bepaling van het begrotingssaldo worden bepaald.