CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatienota meicirculaire 2021 - versie raad.pdf

Gemeenteraad GHG 8 juli 2021, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 9: Perspectiefnota 2022 - 2025 - Raadsvoorstel3.398 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente

Hardinxveld-Giessendam

College van burgemeester en wethouders Informatienota Vergadering van 15 juni 2021 Gemeente Hardinxveld-Giessendam - Hardinxveld-Giessendam Auteur: Rene Backer

Informatienota meicirculaire 2021 Voorgesteld besluit Inhoud Inleiding De meicirculaire 2021 is door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties volgens planning verschenen. De voorlaatste berekeningen van de algemene uitkering, die in de huidige begroting zijn verantwoord, zijn gemaakt op basis van de septembercirculaire 2020. Hieronder wordt een toelichting gegeven op de financiële effecten van de meicirculaire 2021. Daarnaast gaan we in op diverse ontwikkelingen richting de begroting 2022-2025. Kernboodschap In deze meicirculaire vallen enkele zaken op. De belangrijkste onderwerpen zijn:        

Bijwerking van de accressen. Hoeveelheidsverschillen en WOZ-waardering. Afrekening en onder-uitputting BTW-Compensatiefonds 2020 en 2021. Compensatie corona. Incidentele compensatie 2021 aanpak problematiek jeugdzorg Nieuwe taakmutaties, waarvan de 'Wet open overheid' het meest in het oog springt. Verandering van de bekostiging Voogdij/18+ met ingang van 2022 Enkele nieuwe decentralisatie-uitkeringen worden gepresenteerd

Financieel effect De meicirculaire 2021 laat ten opzichte van de septembercirculaire 2020 het volgende beeld zien:

Septembercirculaire 2020 Meicirculaire 2021 Verschil meicirculaire/septembercirculaire (- nadeel + voordeel

2021 2022 2023 2024 2025 24.861.275 25.096.826 25.257.656 25.451.616 25.786.803 25.853.336 24.951.008 24.943.744 25.006.916 25.272.533 992.061 -145.818 -313.912 -444.700 -514.270

Cijfermatige analyse Uitkeringsfactor 182.486 Hoeveelheidsverschillen en WOZ -waardering (bijstelling maatstaven etc.) -37.007 Afrekening onderuitputting BTW compensatiefonds (BCF) 80.418 Stelpost onderuitputting BTW compensatiefonds (BCF) Aanpak problematiek jeugdzorg 400.616 Compensatieregeling voogdij 18+ 5.842 Ketensystemen jeugd -326 Kinderopvang toezicht en handhaving Handelsregister -911 Rijksvaccinatieprogramma 5.625 Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg Handhaving energielabel C kantoren 1.593 Wet open overheid Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening 7.284 Compensatie corona 247.939

593.597 -141.426

440.462 -163.787

306.433 -170.474

216.128 -159.679

80.115

80.115

80.115

80.115

-6.942 -325 263 -919 4.822 4.672 1.679 95.249 7.355

-6.932 -325 265

-6.947

-6.998

266

269

4.880 4.698 1.764 106.433 7.417

4.960 4.731 1.855 117.742 7.490

5.005 4.785 1.959 129.606 7.597

2.600 -790.320 -7.103 -794.823

2.822 -790320 -7.103 -794.601

3.025 -790.320 -7.103 -794.398

3.259 -790.320 -7.103 -794.164

Mutaties 3 D's in het sociaal domein IU participatie IU Voogdij/18+ Suppletie-uitkering integratie sociaal domein Subtotaal mutaties 3 D's in het sociaal domein

2.382 27.088 -7.103 22.367

Decentralisatie en integratie-uitkeringen DU Armoedebestrijding kinderen DU Tweede kamerverkiezingen DU Voorschoolse voorziening peuters DU Maatschappelijke begeleiding statushouders IU Vergoeding raadsleden kleine gemeenten IU Inburgering Subtotaal Decentralisatie- en integratie-Uitkeringen

-7.141

-7.141

-7.141

-7.141

23.018 4.930 40.290 6.572 1.325 76.135

6.572 11.434 10.865

6.572 6.268 5.699

6.572 4.096 3.527

6.572 1.676 1.107

Verschil t.o.v. vorige circulaire

992.061

-145.818

-313.912

-444.700

-514.270

5.625

4.880 4.698 1.764 106.433 7.417 -7.141 0 0 0 6.572 6.268 0

4.960 4.731 1.855 117.742 7.490 -7.141 0 0 0 6.572 4.096 0

5.005 4.785 1.959 129.606 7.597 -7.141 0 0 0 6.572 1.676 0

Geoormerkte middelen Rijksvaccinatieprogramma Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg Handhaving energielabel C kantoren Wet open overheid Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening DU Armoedebestrijding kinderen DU Tweede kamerverkiezingen DU Voorschoolse voorziening peuters DU Maatschappelijke begeleiding statushouders IU Vergoeding raadsleden kleine gemeenten IU Inburgering Compensatie corona

23.018 4.930 40.290 6.572 1.325 247.939

4.822 4.672 1.679 95.249 7.355 -7.141 0 0 0 6.572 11.434 0

Totaal geoormerkte gelden

338.576

124.642

130.891

140.305

150.059

Saldo

653.485

-270.460

-444.803

-585.005

-664.329

Effect op de begroting

653.485

-270.460

-444.803

-585.005

-664.329

1.593 0 7.284

Toelichting cijfers Hieronder wordt een toelichting gegeven op de wijziging van de meicirculaire 2021 ten opzichte van de septembercirculaire 2020 voor de bedragen > € 10.000. UitkeringsFactor UF (Accressen) De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voorvloeiend uit de trap op trap af methode wordt het accres genoemd. In de meicirculaire 2020 was aangekondigd de accressen voor de uitkeringsjaren 2020 en 2021 vast te klikken op het niveau dat toen is gepubliceerd. Dit als onderdeel van het compensatiepakket corona. Dat geeft rust en stabiliteit in een roerige tijd. Een mogelijke toe- of afname van de rijksuitgaven leiden in die jaren dus niet tot wijziging van het accres. De accressen vanaf 2022 zijn bijgewerkt op basis van de regels van de huidige normeringsmethodiek. Hoeveelheidsverschillen en WOZ-waardering Periodiek worden de parameters, zoals aantal bijstandontvangers, huishoudens, bedrijfsvestigingen, inkomensmaatstaven et cetera, geactualiseerd. In deze circulaire zijn rekeneenheden en hoeveelheidsmaatstaven, naar beneden bijgesteld.

Dit resulteert in een lagere bijstelling van de hoeveelheidsverschillen. Hier tegenover staat een ander hoeveelheidsverschil; de WOZ-waarden mutaties. Door marktontwikkelingen kan de WOZ-waarde sterk fluctueren. De hogere WOZ-waarden, evenals uitbreiding van het areaal, hebben een negatief effect op de algemene uitkering. De aanpassing van de rekentarieven is afgestemd op de WOZ-tijdvakken. Op 1 januari 2021 begint een nieuw WOZ-tijdvak met waarde-peildatum 1 januari 2020. Dit laatste resulteert in een hogere bijstelling van de WOZ waardering. Per saldo is hier sprake van een negatief effect hoeveelheidsverschillen en WOZ-waardering. Afrekening en onder-uitputting BTW compensatiefonds De gemeenten kunnen het grootste deel van hun BTW declareren bij het Rijk. Jaarlijks reserveert het Rijk hiervoor een budget (BTW compensatiefonds). Mochten de declaraties van de gemeenten onder het budget van het Rijk blijven, dan worden deze middelen toegevoegd aan de algemene uitkering en komen hiermee ten gunste van de gemeenten. De afgelopen jaren lagen de declaraties telkens onder het budget van het Rijk. In de perspectiefnota 2022-2025 is hier reeds op geanticipeerd. De definitieve afrekening 2020 laat een grotere onderschrijding zien. Gemeenten hebben nog minder gedeclareerd bij het BTW Compensatiefonds, de ruimte onder het plafond is groter geworden.

Deze afrekening heeft echter ook structurele gevolgen. Voor de begroting 2022 met bijbehorende meerjarenraming is in deze circulaire een advies opgenomen dat die raming maximaal gelijk mag zijn aan de afrekening van 2020. De stelpost 2020 kan op basis van de huidige afrekening 2020 komen te vervallen terwijl de stelposten 2022 tot en met 2025 gebracht worden op het niveau van het huidige voorschot. De provinciaal toezichthouders hebben aangegeven dit advies als richtlijn te gebruiken bij het beoordelen van de begrotingen. Incidentele compensatie 2021 aanpak problematiek jeugdzorg Het nieuwe kabinet zal een besluit nemen over extra compensatie. In de tussentijd is eind april over het eerste onderwerp een akkoord bereikt tussen VNG en rijksoverheid over een extra compensatie, bovenop de € 300 miljoen die eerder al verstrekt is. Hierbij praten we over uitbreiding van de crisiscapaciteit en het verbeteren van accommodaties. Deze compensaties worden verstrekt aan een beperkt aantal gemeenten of jeugdzorgregio’s.

De compensatie via het gemeentefonds betreft: o Vormgeven consultatiefunctie ggz, tegen gaan wachtlijsten bij lichtere jeugdhulpproblematiek en tegengaan verdringing van andere uitgaven bij gemeenten. o Uitbreiden aantal praktijkondersteuners jeugdzorg. o Extra inzet en regie op het voorkomen en aanpakken van wachttijden van (regionaal) ingekochte specialistische jeugdzorg op basis van goede data. o Regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening door de VNG ten aanzien van de wachtlijsten specialistische jeugdzorg. Dit laatste bedrag wordt in de komende septembercirculaire verwerkt. Wet Open Overheid (WOO) Deze initiatiefwet is op 26 januari 2021 door de Tweede Kamer aangenomen en beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. Met dit wetsvoorstel geven de initiatiefnemers zowel de actieve als de passieve openbaarmaking van overheidsinformatie een nieuwe basis, verankeren zij het recht op toegang tot informatie wettelijk en beogen zij de informatievoorziening en informatiehuishouding van het Rijk en decentrale overheden te verbeteren. De Eerste Kamer dient nog een besluit te nemen over de WOO. Bij instemming van de Eerste Kamer zal de wet een halfjaar later in werking treden. Dit zal waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2022 zijn. De huidige Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) wordt ingetrokken bij de inwerkingtreding van de WOO.

Vooruitlopend op de besluitvorming in de Eerste Kamer heeft het kabinet bij de kabinetsreactie op het rapport ´Ongekend onrecht´ van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) financiële middelen vrijgemaakt. Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het Rijk gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de WOO. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen. De incidentele middelen zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. De structurele middelen zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de WOO, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen. Compensatie Corona In 2021 worden gemeenten als gevolg van covid-19 verder financieel ondersteunt net corona compensatie middelen. De meest die in het oog springen zijn: Extra begeleiding kwetsbare groepen, afvalverwerking, eenzaamheid ouderen, perspectief jeugd en jongeren en tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten. Op dit moment is nog niet duidelijk wat de extra lasten en verminderde baten als gevolg van Corona zullen gaan bedragen.

Integratie Uitkering Voogdij/18+ Voor de Integratie Uitkering (IU) Voogdij/18+ wordt tot en met uitkeringsjaar 2021 een historisch verdeelmodel gehanteerd. In 2021 krijgen we de afrekening van het aantal zorgdagen * gemiddelde dagprijzen (Q * P) van twee jaar daarvoor (T-2) ofwel in 2019. Een historisch verdeelmodel geeft jaarlijks schommelingen in de bedragen, dat is niet prettig. We gaan per 2022 over naar een nieuw woonplaatsbeginsel. Het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet regelt welke gemeente financieel verantwoordelijk is voor de jeugdhulp. Omdat het vaak moeilijk is om te bepalen welke gemeente verantwoordelijk is, gaat het woonplaatsbeginsel wettelijk veranderen. Per 1 januari 2022 wordt het nieuwe woonplaatsbeginsel Jeugdwet van kracht. In het huidige woonplaatsbeginsel wordt er gekeken naar de woonplaats van het gezag. Dit is een ouder, voogd of instelling. Dit maakt de uitvoering extra complex. Vanaf 1 januari 2022 ontstaan er twee scenario’s. In het geval van alleen ambulante zorg wordt de gemeente waar de jeugdige staat ingeschreven financieel verantwoordelijk. Als er sprake is van verblijfszorg, dan moet er gekeken worden waar de jeugdige stond ingeschreven direct voorafgaand aan de start van het zorgtraject.

Deze gemeente blijft financieel verantwoordelijk voor de verlening van alle jeugdzorg tot het moment dat er geen sprake meer is van zorg met een verblijfscomponent. Door deze wetswijziging gaat de financiële verantwoordelijkheid voor ruim 25.000 jeugdzorgtrajecten veranderen en zal er een andere verdeling volgen van het jeugdzorgbudget. De voogdijregeling wordt afgeschaft en de gemeenten worden verantwoordelijk voor de kinderen die uit de eigen gemeente ter behandeling worden doorgezonden. Het gaat landelijk om naar schatting 20.000 jongeren die over gaan.

Met het nieuwe woonplaatsbeginsel worden twee compensatieregelingen in het leven geroepen: o Gemeenten die in 2022 nadeel ondervinden van de vervallen T-2-systematiek o Gemeenten die in 2022 en 2023 kosten moeten maken voor jongeren waar geen financieel verantwoordelijke voor is aan te wijzen. In 2023 komt geen afrekening over 2021 en in 2024 evenmin een afrekening over 2022. Wel komt er een compensatieregeling voor nadeelgemeenten, de bedragen zijn nog niet bekend. Decentralisatie Uitkering Tweede Kamerverkiezingen Het kabinet stelt een aanvullende compensatie ter beschikking aan gemeenten in verband met de maatregelen die vanwege COVID-19 aanvullend noodzakelijk zijn voor de Tweede Kamerverkiezing. Dit is bedoeld voor onder meer de extra organisatie, het inrichten van stemlokalen en instellen van stembureaus voor vervroegd stemmen, het drukken, opslaan en beveiligen van stembescheiden, de portokosten van briefstembescheiden, het instellen van afgiftepunten en van briefstembureaus. Maatschappelijke begeleiding statushouders De gemeente voorziet in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Het betreft hier personen die in de periode vanaf 1 oktober 2017 inburgeringsplichtig zijn geworden en in de periode vanaf 1 oktober 2017 tot en met 11 februari 2021 ingeschreven staan in de basisregistratie personen van de gemeente.

Integratie Uitkering Inburgering Aan de integratie-uitkering Inburgering wordt voor 2021 tot en met 2026 middelen beschikbaar gesteld ten behoeve van de begeleiding van de bredere groep asielmigranten binnen de ondertussen-groep (inburgeraars die nog inburgeringsplichtig zijn). De inwerktreding van de nieuwe inburgeringswet is met een half jaar uitgesteld naar 1 januari 2022.

Consequenties

Aangepast financieel meerjarenperspectief op basis van de meicirculaire 2021 De meicirculaire 2021 heeft het volgende effect op het financieel meerjarenperspectief. begrotingsresultaat 2021 is na PPN 2022-2025 Effecten meicirculaire 2021 Uitkeringen voorgaande jaren

2021 76.631 653.485 47.416

2022 -761.469 -270.460

2023 2024 2025 -856.505 -1.360.660 -1.122.917 -444.803 -585.005 -664.329

Begrotingsresultaat nieuw

730.116 -1.031.929 -1.301.308 -1.945.665 -1.787.246

Met ingang van 2022 wordt het begrotingssaldo negatief.

Ontwikkelingen richting de begroting 2022-20252 Hieronder wordt ingegaan op diverse ontwikkelingen die van invloed zijn op de begroting 2022-2025:

   

Arbitage-uitspraak Jeugdzorg Voogdij/18+ Herverdeeleffecten Algemene Uitkering met ingang van 2023 Nieuwe kostenverdeelsystematiek Sociale Dienst Drechtsteden

Arbitrage-uitspraak Jeugdzorg De uitvoering van artikel 2 van de Financiële VerhoudingsWet gaf in het verleden problemen. Volgens dat artikel worden gemeenten gecompenseerd bij taakmutaties. Met name bij de 3D-operatie in het sociaal domein in 2015 ging dat schuren na het inboeken van een efficiencywinst van ± 20%. Op het dossier jeugdzorg liep dat uit de hand. Ondanks vele klachten van de VNG hield de rijksoverheid de boot af voor structurele compensatie. Wel werden incidentele bedragen verstrekt in de jaren 2019 t/m 2022. Nadat onlangs de figuur van arbitrage mogelijk werd gemaakt, werd deze direct door de VNG ingeroepen op dit dossier. Hierin gesteund door een rapport van Andersson Elffers Felix (AEF) dat concludeerde dat gemeenten in 2019 ± € 1,7 miljard meer hadden uitgegeven dan gecompenseerd hadden gekregen. Van 2005 tot en met 2015 stegen de jeugdzorgkosten met 250%. Het was te optimistisch om te veronderstellen dat het na een periode van zulke sterke groei mogelijk zou zijn om in korte tijd een structurele daling van de uitgaven voor de jeugdzorg te realiseren door overdracht aan de gemeenten, die helemaal nog geen ervaring in de jeugdzorg hadden. Daardoor is niet voldaan aan artikel 108 lid 3 van de Gemeentewet. De arbitragecommissie spreekt zich niet uit over een compensatie met terugwerkende kracht voor de jaren tot en met 2021.

De arbitragecommissie neemt de bedragen van het AEF-rapport als uitgangspunt. Voorts zijn rijk en gemeenten nog in gesprek over diverse bespreekpunten. Dat leidt tot verrekeningen. De arbitragecommissie doet geen uitspraak over de suggestie van AEF voor het introduceren van een inkomensafhankelijke ouderbijdrage die tussen de € 0,8 en € 1,2 miljard kan opleveren. Dat vindt de commissie een politiek-bestuurlijke afweging. Die jeugdwet noemt wel een minimaal voorzieningenniveau maar geen maximum. Gevolg is dat gemeenten hun beleidsvrijheid aanwenden om de keuzes te maken die bestuurlijk wenselijk zijn. Dat leidt tot verdringing van andere gemeentelijke taken. Tegelijkertijd zien ook diverse gemeenten kans wel degelijk de kosten in de hand te houden. Gemeenten kunnen dus leren van elkaar. Dat wordt onderdeel van een zogenaamde ontwikkelagenda waar nog veel meer onderwerpen op staan. Het voorgaande overziende is sprake van een flinke doorbraak. Het gaat om erkenning van de gemeentelijke tekorten tot een groot bedrag. Het huidig kabinet zal in de komende Miljoenennota 2022 € 1,3 miljard extra beschikbaar gaan stellen boven op de € 300 miljoen die eerder al beschikbaar is gesteld. Over 2023 en volgende jaren is nog geen uitspraak gedaan, dat is aan het nieuwe kabinet. We kunnen in ieder geval niet gaan rekenen met een structureel voordeel van € 1,3 miljard.

Er zijn nog diverse noten te kraken, zoals daar zijn: o Financiële effecten van de onderwerpen waar partijen nog geen overeenstemming hebben bereikt, waarvan de rijksoverheid uitgaat van een gemeentelijk nadeel, oplopend tot € 0,7 miljard in 2028; o Mogelijke baten van inkomensafhankelijke ouderbijdragen tussen € 0,8 en € 1,2 miljard; o Meerjarige effecten van de ontwikkelagenda. Het effect op onze begroting 2022 wordt ingeschat op een minimale variant van € 850.000 en een maximale variant van € 1.100.000 (positief) Voogdij/18+ De forse vermindering op het budget voor voogdij/18+ met ingang van begrotingsjaar 2022 is hierboven uitvoerig beschreven. De uitvoering hiervan is belegd bij de Service Organisatie Jeugd (SOJ). Het ligt in de lijn der verwachting dat tegenover de afname van middelen ook minder kosten gemaakt zullen worden. Op dit moment is nog niet duidelijk of dit helemaal budgetneutraal zal verlopen. De SOJ verwacht in september/oktober 2021 een beter beeld hierover te hebben. Een aanname kan zijn, dat de kosten voor onze gemeente bij de minimale variant maar met 25 procent en bij de maximale variant met 75 procent afnemen. Met het nieuwe woonplaatsbeginsel worden namelijk ook twee compensatieregelingen in het leven geroepen voor gemeenten die nadeel ondervinden van het woonplaatsbeginsel. Het effect op de begroting wordt berekend op € 350.000

(positief) voor de minimale variant, 50 procent kostenreductie, en € 500.000, 75 procent kostenreductie, voor de maximale variant ten opzichte van de afname van middelen uit de meicirculaire 2021. Herverdeeleffecten Algemene Uitkering 2023 De herijking van het gemeentefonds is uitgesteld naar 2023. Een voorzichtige doorkijk voor onze gemeente laat zien dat wij een zogenaamde "voordeelgemeente" zullen zijn. Dit betekent dat wij per saldo mogen rekenen op extra gelden voor de algemene uitkering. Uitgegaan kan worden van een bandbreedte van minimaal € 10 en maximaal € 20 per inwoner. Het effect op de begroting ligt tussen de bandbreedte van minimaal € 180.000 en maximaal 360.000 (afgerond naar beneden). Nieuwe kostenverdeelsystematiek Sociale Dienst Drechtsteden In het afgelopen jaar is de kostenverdeelsystematiek van de SDD tegen het licht gehouden. Daarbij is gezocht naar verdeelsleutels die onder meer objectief zijn en richting de toekomst niet teveel fluctueren. De ingroeiperiode wordt naar verwachting 3 jaar met een maximum van € 15 per inwoner per jaar per gemeente. Op dit moment wordt voorzien dat de gemeente Hardinxveld-Giessendam een nadeelgemeente is, waarbij het voorziene nadeel zich met name richt op de apparaatskosten en zou kunnen oplopen tot ca € 0,5 miljoen.

Richting de meerjarenbegroting 2022-2025 houden wij daarmee rekening, Dat betekent in 2022 1/3 (€ 167.000), in 2023 2/3 (€ 334.000) en vanaf 2024 3/3 (€ 500.000)

Hieronder worden twee scenario's weergegeven; een pessimistisch en optimistisch scenario van bovengenoemde ontwikkelingen richting de begroting 2022-2025

Consequenties (pessimistisch scenario)

Aangepast financieel meerjarenperspectief op basis van bovenstaande ontwikkelingen voor de begroting 2022-2025.

begrotingsresultaat 2021 is na PPN 2022-2025 Effecten meicirculaire 2021 Uitkeringen voorgaande jaren Arbitrage-uitspraak Jeugdzorg Voogdij/18+ (kostenreductie) Herverdeeleffecten gemeentefonds Kostenverdeelsystematiek SDD Begrotingsresultaat nieuw

2021 76.631 653.485 47.416

2022 -761.469 -270.460 850.000 350.000 -167.000

730.116

2023 2024 2025 -856.505 -1.360.660 -1.122.917 -444.803 -585.005 -664.329

350.000 180.000 -334.000

350.000 180.000 -500.000

350.000 180.000 -500.000

1.071 -1.105.308 -1.915.665 -1.757.246

Consequenties (optimistisch scenario)

Aangepast financieel meerjarenperspectief op basis van bovenstaande ontwikkelingen voor de begroting 2022-2025. begrotingsresultaat 2021 is na PPN 2022-2025 Effecten meicirculaire 2021 Uitkeringen voorgaande jaren Arbitrage-uitspraak Jeugdzorg Voogdij/18+ (kostenreductie) Herverdeeleffecten gemeentefonds Kostenverdeelsystematiek SDD Begrotingsresultaat nieuw

2021 76.631 653.485 47.416

2022 -761.469 -270.460

2023 2024 2025 -856.505 -1.360.660 -1.122.917 -444.803 -585.005 -664.329

1.100.000 1.100.000 1.100.000 1.100.000 500.000 500.000 500.000 500.000 360.000 360.000 360.000 -117.000 -234.000 -350.000 -350.000 730.116

451.071

424.692

-335.665

-177.246

Vervolg De uitkomsten van deze informatienota voor de jaren 2022-2025 worden betrokken bij de behandeling van de begroting 2022-2025. Het jaar 2021 wordt verwerkt in een separate begrotingswijziging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/564/documents/18745