De Omgevingswet voor gemeenten - TG HG oktober 2024.pdf
Tekst van het document
De Omgevingswet voor gemeenten (n.b. dit document is gekoppeld aan De Ontmoeting van 19 september -waar dit aan de orde kwam- en de bijeenkomst van 21 oktober 2024) Eén Omgevingswet In januari 2024 is de Omgevingswet ingegaan. De Omgevingswet gaat over de ruimte waarin mensen wonen, werken en ontspannen. Deze nieuwe wet voegt oude wetten samen en bevat regels voor wat er buiten te zien, horen en ruiken is. In totaal zijn 26 wetten (deels) opgegaan in de Omgevingswet. Het gaat onder andere om de woningwet, waterwet, wet ruimtelijke ordening en wet inrichting landelijk gebied. Het maatschappelijke doel van deze wet is: Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Daarbij introduceert de Omgevingswet vier verbeterdoelen: 1. 2. 3. 4.
Inzichtelijk omgevingsrecht: minder regels en de beleidscyclus centraal. Leefomgeving centraal: regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water – samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. Ruimte voor lokaal maatwerk: keuzeruimte om doelen te bereiken. Decentraal, tenzij. Snellere besluitvorming: integrale manier van werken en korte procedure van 8 weken uitgangspunt. Initiatiefnemer weet sneller waar ze aan toe zijn.
Gedachte achter de Omgevingswet De Omgevingswet is al sinds 2011 in ontwikkeling geweest en meerdere keren uitgesteld. De bedoeling van de Omgevingswet is het omgevingsrecht eenvoudiger en inzichtelijker te maken. In de afgelopen 13 jaar is er veel veranderd. Waar de Omgevingswet uitging van 'decentraal, tenzij', zien we dat de Rijksoverheid juist weer meer regie op de ruimte neemt. De Omgevingswet is een gevolg van een trend die we in de samenleving zien en regelt de juridische borging hiervan. De wetgever heeft naast een juridisch stelsel ook een cultuurverandering beoogd met het ingaan van de Omgevingswet. Die cultuurverandering vraagt onder andere om meer integraal werken in plaats van sectoraal, gebiedsgericht kijken naar opgaven en activiteiten en meer vanuit verschillende perspectieven naar ontwikkelingen kijken. De cultuurverandering zal de komende (tientallen) jaren verder vorm krijgen, de juridische verandering gaat sneller. Participatie onder de Omgevingswet Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. De Omgevingswet biedt inwoners van Nederland meer ruimte om inbreng te leveren op veranderingen in zijn of haar leefomgeving. De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie. Daarmee kunnen overheden namelijk op tijd belangen, meningen en creativiteit op tafel krijgen.
De wet zegt over participatie: het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden [...] bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit. Met belanghebbenden bedoelt de wet burgers, vertegenwoordigers van bedrijven, professionals van maatschappelijke organisaties en bestuurders van overheden. De wet schrijft niet voor welke vorm participatie moet hebben. Iedereen kan een zienswijze indienen op een ontwerpbesluit om aan te geven wat ze ervan vinden. Soms kunnen betrokkenen ook een bezwaar indienen of in beroep gaan. Digitaal stelsel Omgevingswet Alle omgevingsbesluiten worden gepubliceerd in het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet). Dit is een verplichting. Het Omgevingsloket is de centrale plek waar digitale informatie over de leefomgeving onder de Omgevingswet samenkomt. Zo kan iedereen deze informatie op 1 plek bekijken en direct gebruiken. Het Omgevingsloket is onderdeel van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
Vier kerninstrumenten voor gemeenten De Omgevingswet introduceert een beleidscyclus met vier kerninstrumenten voor gemeenten:
1.
2.
3.
4.
Elke gemeente stelt één omgevingsvisie op. Hierin staat de lange termijn visie op de fysieke leefomgeving beschreven. Daarin staat opgenomen welke ambities en opgaven er zijn om de waarden in de gemeente te ontwikkelen en beschermen. De identiteit van het gebied staat in de omgevingsvisie centraal. Deze visie gaat over het 'wat' en bevat een uitvoeringsparagraaf waarin is opgenomen hoe de gemeente aan het realiseren van de omgevingsvisie werkt. De gemeenteraad stelt de omgevingsvisie vast. De omgevingsvisie is zelfbindend en bevat geen regels voor burgers, bedrijven of andere overheden. Het programma onder de Omgevingswet is een nieuw instrument. Het gaat over de middellange- en korte termijn en is gericht op de uitvoering. In het programma staat beschreven hoe de visie gerealiseerd wordt en met wie. Het programma bevat maatregelen die onder andere gaan over samenwerking, fysieke projecten, financiën en communicatie. Het programma is gericht op het ‘hoe’. Het college van B&W gaat over de uitvoering van beleid en dus ook over het programma onder de Omgevingswet. Programma’s kunnen zowel thematisch als gebiedsgericht zijn. Elke gemeente heeft één omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat algemene regels van de gemeente voor de fysieke leefomgeving. Iedere gemeente heeft één omgevingsplan onder de Omgevingswet.
Een omgevingsplan is een instrument waarmee onder andere planologische zekerheid wordt verkregen over het plan. Het omgevingsplan is de basis voor het kunnen aanvragen van een omgevingsvergunning. Per 1 januari 2024 heeft de gemeente een omgevingsplan van rechtswege: dit is het ‘tijdelijke omgevingsplan’. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit: • (ruimtelijke) regels uit verschillende vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen; • rijksregels over activiteiten (aangeduid als de bruidsschat). Het tijdelijke omgevingsplan (in de overgangsfase) geldt tot 2032, waarna het nieuwe, dan wel definitieve omgevingsplan geldt. Het definitieve omgevingsplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad. In Hardinxveld-Giessendam kennen we op dit moment dus alleen het tijdelijke omgevingsplan: de transitie naar het omgevingsplan zoals bedoeld in de Omgevingswet vind de komende jaren plaats en kent daarbij ook een vertaling van de Omgevingsvisie. De omgevingsvergunning biedt de toestemming om één of meer activiteiten in de fysieke leefomgeving uit te voeren. Activiteiten worden getoetst op basis van het omgevingsplan. De omgevingsvergunning wordt verleend door het college van B&W. Noot: het huidige delegatiebesluit heeft dus enkel betrekking op het tijdelijke omgevingsplan zoals dat van rechtswege is ontstaan bij invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024.
Meer weten? Op deze website is meer informatie te vinden over de Omgevingswet: https://iplo.nl/.
2/2