CU - Beantwoording technische vragen over Erfgoedagenda.pdf
Tekst van het document
De beantwoordingstermijn van schriftelijke vragen over niet-geagendeerde stukken is 20 kalenderdagen. Beantwoording van technische vragen uiterlijk op de dag voor de raadsvergadering om 16.00 uur. RAADSVRAGEN Datum : 9 oktober 2026 Onderwerp : Erfgoedagenda Naam steller : Peter de Roover Partij : ChristenUnie Categorie : Technische vragen over geagendeerde stukken Vraag 1 In de perspectiefnota 2027 was een bedrag opgenomen van 100.000,- per jaar gedurende 3 jaar lang. Voor 2027 wordt zo staat in het voorstel nu uitgegaan van een bedrag van 45.000 euro (plus 15.000 externe subsidie). Op basis van de informatie in de Uitvoeri ngsagenda blijkt ook dat de bedragen voor 2028 en 2029 fors lager dan 100.000 euro liggen. Kan een toelichting gegeven worden waardoor dit wordt veroorzaakt, is er bijvoorbeeld sprake van een lagere ambitie? Reactie college De ambitie van de Erfgoedagenda blijft ongewijzigd. Het bedrag van € 100.000 per jaar uit de perspectiefnota was gebaseerd op een eerste globale raming, mede aan de hand van een advies van Erfgoedhuis Zuid -Holland. Daarbij werd uitgegaan van zowel uitvoeri ngskosten als de benodigde ambtelijke inzet. Bij de verdere uitwerking van de Erfgoedagenda zijn de kosten nader gespecificeerd. Daarbij is de ambtelijke inzet niet als afzonderlijk budget opgenomen, maar worden de uren gerealiseerd binnen de bestaande ambtelijke capaciteit .
Daarnaast zijn de geraamde uitvoeringskosten geactualiseerd en afgestemd op de omvang en opgaven van Hardinxveld -Giessendam. Hierdoor vallen de benodigde budgetten voor de verschillende jaren lager uit dan de oorspronkelijke globale raming. Dit leidt nie t tot een lagere ambitie, maar tot een realistischer en meer onderbouwde kostenraming. Vraag 2 In de genoemde perspectiefnota werd gesproken over "Opstellen en uitvoering erfgoedagenda". Dit kan geïnterpreteerd worden dat er ook extra ambtelijke capaciteit nodig is. In de uitvoeringsagenda wordt dit niet expliciet genoemd. Kan aangegeven worden of d e benodigde ambtelijke capaciteit ingevuld kan worden binnen de bestaande formatie of dat hier al dan niet tijdelijk uitbreiding op nodig is? Reactie college De uitvoering van de Erfgoedagenda wordt binnen de bestaande ambtelijke formatie uitgevoerd en maakt onderdeel uit van de reguliere prioritering en inzet van de organisatie. Om die reden is in de uitvoeringsagenda geen budget voor aanvullende ambtelijke capaciteit opgenomen. Vraag 3 Uitvoering – Erfgoedwaarden ontwikkelen: bij dit punt wordt als eindproduct "het erfgoedbeleid" benoemd wat aan de gemeenteraad zal worden voorgelegd.
Wat is de samenhang hiervan met het aanwijzen / beschermen van gemeentelijk erfgoed en wat is de planning hierbij? Reactie college De uitwerking en vaststelling van het erfgoedbeleid vindt plaats in 2027. Dit beleid vormt de basis voor de vervolgstappen binnen de Erfgoedagenda. Hierin worden onder meer de waarderingskaders, de uitgangspunten voor participatie en de vormen van bescherm ing vastgelegd. Deze kaders zijn nodig om de inventarisatie en waardering van erfgoed in 2027 zorgvuldig en consistent uit te kunnen voeren. Op basis van deze inventarisatie en waardering wordt vervolgens een erfgoedlijst opgesteld, die naar verwachting in 2028 aan de gemeenteraad wordt voorgelegd ter vaststelling. - 2 - Vraag 4 Uitvoering – Herijken van het huidige erfgoedbestand: bij dit punt staat alles qua planning op 2029. Dit lijkt logisch aangezien het volgt uit het beleid wat in 2029 blijkbaar wordt voorgelegd ter vaststelling maar hoe realistisch is het om dit alles in 1 jaar te doen? Reactie college De planning is ambitieus maar realistisch. Bij het opstellen van de uitvoeringsagenda is hierover overleg gevoerd met organisaties die gespecialiseerd zijn in erfgoedinventarisaties, waarderingen en aanwijzingsprocedures. Op basis van hun ervaring kan de herijking binnen ongeveer 9 maanden worden uitgevoerd met hulp van een deskundige externe partij.
Mocht in de uitvoering blijken dat meer tijd nodig is, dan wordt de planning daarop aangepast. Vraag 5 Als onze veronderstelling klopt dat pas in 2029 nadat nieuw beleid is vastgesteld en er pas (nieuw) gemeentelijk erfgoed wordt aangewezen en of bestaande aanwijzingen worden geactualiseerd hoe vindt bescherming plaats tot aan dat moment zijnde gedurende circa een periode van bijna 3 jaar? Reactie college De bescherming van erfgoed vindt gedurende de looptijd van de Erfgoedagenda plaats op basis van de bestaande wettelijke kaders die al van toepassing zijn, zoals bescherming van rijksmonumenten en de geldende gemeentelijke regelgeving. Het inventariseren en waarderen van erfgoed staat gepland voor 2027 , met een uitloop naar 2028. Daarmee ontstaat een actueel beeld van de aanwezige erfgoedwaarden in de gemeente. Op basis van deze inventarisatie en waardering wordt een nieuwe erfgoedlijst opgesteld. Het is de bedoeling deze lijst in 2028 aan de gemeenteraad voor te leggen voor vaststelling. Met de vaststelling van deze erfgoedlijst treedt voor de daarop opgenomen objecten en locaties de bijbehorende bescherming in werking. In 2029 worden de bestaande beschrijvingen van de reeds aangewezen gemeentelijke monumenten geactualiseerd door een externe partij .
Dit betreft een administratieve actualisatie van bestaande documenten en staat los van het traject voor de nieuwe erfgoedlijst. De bescherming van bestaande gemeentelijke monumenten blijft gedurende dit proces onverminderd van kracht. Vraag 6 Participatie vormt belangrijk uitgangspunt in de erfgoedagenda. Waarbij ook gesteld wordt dat het belangrijk is om gebruik te maken van lokale kennis en expertise. Echter de genoemde budgetten lijken vooral bedoeld voor inzet externe ondersteuning en exper tise. Zijn er mogelijkheden om meer dan nu beoogd gebruik te maken van de lokale inzet en expertise? Of zijn er juist redenen om op onderdelen externe expertise in te schakelen? Reactie college Lokale kennis en betrokkenheid van erfgoedorganisaties, inwoners en andere betrokkenen vormen een belangrijk onderdeel bij het inventariseren en waarderen van erfgoed. Daarnaast is op onderdelen externe expertise nodig. Dit betreft met name de onafhankelijke beoordeling en waardering van erfgoedobjecten en de verwerking van gegevens in gespecialiseerde erfgoedsystemen. Een onafhankelijke deskundige beoordeling draagt bij aan een objectieve en zorgvuldig onderbouwde besluitvorming. Voor een deel van deze werkzaamheden ontvangt de gemeente subsidie van de provincie en het Rijk. Waar mogelijk wordt de inzet van externe expertise beperkt door gebruik te maken van lokale kennis en inzet.
Hierdoor kunnen de uiteindelijke kosten mogelijk lager uitvallen dan nu geraamd.