CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitendams 45 - Toelichting.pdf

Gemeenteraad GHG 28 september 2023, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 14: Vaststellen Bestemmingsplan Buitendams 45 - Raadsvoorstel15.751 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.4.2

Onderzoek Door Antea Group is door middel van een onderzoek inzichtelijk gemaakt of het aspect externe veiligheid een belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd aan deze toelichting, de conclusies worden hieronder beschreven. Uit de analyse ten aanzien van het aspect externe veiligheid blijkt dat de Rijksweg A15 en de Betuweroute de relevante risicobronnen zijn in relatie tot het plangebied. Er wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden ten aanzien van het plaatsgebonden risico. De hoogte van het groepsrisico behoeft niet nader beschouwd te worden (afstand tot transportroutes bedraagt meer dan 200 meter). Vanwege de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied van de Rijksweg A15 en de Betuweroute zijn elementen ter verantwoording van het groepsrisico aangedragen. Deze elementen kan het bevoegd gezag (de gemeente Hardinxveld-Giessendam) betrekken bij de besluitvorming in het kader van de ruimtelijke ontwikkeling.

blad 31 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitendams 4 5 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Projectnummer 0452946

4.4.3

Conclusie Vanuit het aspect externe veiligheid bestaan er geen belemmeringen voor de functiewijziging die met onderhavig bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt.

4.5

Bedrijven- en milieuzonering

4.5.1

Algemeen Om te bepalen welke bedrijfsactiviteiten uit oogpunt van milieuhinder kunnen worden toegestaan, kan gebruik worden gemaakt van de systematiek van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (editie 2009). In de VNG-brochure is een bedrijvenlijst opgenomen, die informatie geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. In de lijst is op basis van een aantal factoren (waaronder geluid, geur en gevaar) een indicatie gegeven van de afstand tussen bedrijven en hindergevoelige functies waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Het doel van milieuzonering is tweeledig: door het toepassen van milieuzonering wordt hinder ter plaatse van woningen of andere gevoelige objecten al in het ruimtelijk spoor voorkomen; door het toepassen van milieuzonering wordt aan bedrijven voldoende zekerheid geboden dat zij hun activiteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Op basis van de indicatieve afstanden zijn de bedrijven op de bedrijvenlijst in de VNG-handreiking ingedeeld in milieucategorieën die variëren van categorie 1 (indicatieve afstand van 10 meter) tot categorie 6 (indicatieve afstand van 1.500 meter). Als aan de indicatieve afstand kan worden voldaan, is een activiteit qua milieuhinder inpasbaar.

Enerzijds is dan ter plaatse van omliggende milieugevoelige objecten (waaronder woningen) sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, anderzijds heeft het bedrijf voldoende zekerheid dat de bedrijfsactiviteiten binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen worden uitgeoefend. Omgevingstype In de VNG-brochure worden twee omgevingstypen onderscheiden, namelijk 'rustige woonwijk'/'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. De richtafstanden uit de VNG-brochure zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een daarmee vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied). De indicatieve afstanden zijn de afstanden die moeten worden aangehouden tot de gevels van woningen in een 'rustige woonwijk'. Voor woningen in een 'gemengd gebied' mag de indicatieve afstand worden gecorrigeerd en kan de afstand met één trede worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Het omgevingstype van de woningen in de omgeving van het plangebied kan, door de functiemening in de (directe) omgeving, worden getypeerd als 'gemengd gebied'. Waardoor de indicatieve afstanden kunnen worden gecorrigeerd.

blad 32 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitendams 4 5 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Projectnummer 0452946

4.5.2

Toetsing initiatief In de omgeving van het plangebied zijn uitsluitend milieucategorie 1 en 2 bedrijven gelegen. De indicatieve richtafstand is, gelet op de ligging in een gemengd gebied, maximaal 10 meter. Binnen 10 meter van het plangebied is uitsluitend het complex Buitendams 25 - 35 gelegen. Binnen dit complex zijn woningen, dienstverlenende functies en kantoorfuncties toegestaan. Dienstverlenende- en kantoorfuncties zijn milieucategorie 1 bedrijven. Voor milieucategorie 1 bedrijven geldt in een gemengd gebied een indicatieve afstand van 0 meter. Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de toekomstige appartementen. De omliggende bedrijven en functies worden tevens niet belemmerd in de bedrijfsvoering.

4.5.3

Conclusie Vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering bestaan er geen belemmeringen voor de functiewijziging die met onderhavig bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt.

4.6

Kabels en leidingen

4.6.1

Toetsing initiatief In het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.6.2

Conclusie Vanuit het aspect kabels en leidingen bestaan er geen belemmeringen voor de functiewijziging die met onderhavig bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt.

4.7

Archeologie en cultuurhistorie

4.7.1

Archeologie

4.7.1.1

Beleid Op 16 januari 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Nederlandse parlement heeft dit verdrag in 1998 goedgekeurd. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Monumentenwet via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (2007). Op basis van deze wet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. Belangrijker nog is dat sinds 2007 gemeenten wettelijk zijn belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Dat wil zeggen dat men rekening dient de houden met de in de bodem aanwezige, dan wel te verwachten archeologische resten. In het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de Monumentenwet kan vooronderzoek naar mogelijke waarden nodig zijn. Is de verwachting dat er archeologisch waardevolle zaken aanwezig kunnen zijn, dan is vooronderzoek nodig.

blad 33 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitendams 4 5 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Projectnummer 0452946

4.7.1.2

Onderzoek Volgens het archeologische verwachtingsmodel geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting, waarbij met name resten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd worden verwacht. Voor het plangebied – deel van de bebouwde kom- geldt dit in het bijzonder voor het mogelijk aantreffen van restanten van middeleeuwse woonheuvels. Mogelijk bevinden zich naast de resten van woonheuvels archeologische sporen van activiteiten die met de aanwezige woonheuvels in verband kunnen worden gebracht. In hoeverre de bestaande dijk verstorend heeft gewerkt op deze woonheuvels of deze juist heeft voorzien van een beschermend dek is op basis van het bureauonderzoek niet vast te stellen. Ook de dijk is daarbij overigens als archeologisch waarde aan te duiden. Booronderzoek Tijdens het onderzoek zijn op vier plaatsen boringen uitgevoerd tot circa 2,0 m-mv. De bodemopbouw bestaat voornamelijk uit zand en klei. De aangetroffen bodemopbouw en de afwisselende lagen hierbinnen lijken te behoren bij het dijklichaam. Daarbij valt op dat boring 3 afwijkt van de mate van gelaagdheid van de andere boringen. In boring 3 lijkt sprake te zijn van een gesloopt gebouw waarvan de funderingsdiepte tot 1,8 meter minus maaiveld heeft gelegen en waarvan in de ondergrond nu alleen nog een puinlaag resteert en de daarboven aanwezige demping.

Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen tijdens de boringen. Wel is (kalk)mortel waargenomen en zijn enkele fragmenten baksteen gezien, mogelijk ijsselsteen. De resten gevonden tijdens boring drie lijkt van een gebouw uit de zeventiende eeuw of later te zijn. Er zijn geen duidelijke archeologische woonniveau's of maaiveld aangetroffen. Echter kan niet worden uitgesloten dat er vanaf 1,8 meter minus maaiveld nog resten van een afgetopte woonheuvel is waargenomen. De afwezigheid van dieper gelegen laatmiddeleeuwse resten kan dus niet met zekerheid worden uitgesloten. Door de sloop en nieuwbouw kunnen de gevonden resten worden aangetast Indien de fundering alleen op staal wordt gezet en er geen parkeerkelder wordt aangelegd kan de verstoring worden geminimaliseerd zonder vervolg onderzoek. Op basis van het onderzoek is er een tweedelig advies gegeven: In het plangebied kan de bovengrondse sloop van de huidige bebouwing worden uitgevoerd zonder archeologisch vervolgonderzoek. De ondergrondse sloop dient vervolgens onder archeologische begeleiding te worden uitgevoerd. Hierbij dient tenminste één lange profielwand te worden gedocumenteerd en moet worden vastgesteld of de lagen vanaf 1,8 meter minus maaiveld behoren tot het dijklichaam of dat het vanaf deze diepte gaat om een afgetopte woonheuvel onder de latere dijk.

Indien dit laatste aan de orde is kan het noodzakelijk zijn om ook het uitgraven van de bouwkuip archeologisch te laten begeleiden. Voor het doen van gravend archeologisch onderzoek is een Programma van Eisen opgesteld Bijlage 6 Archeologie Programma van Eisen, dat akkoord bevonden moet worden door de opdrachtgever en de bevoegde overheid.

4.7.2

Cultuurhistorie

4.7.2.1

Algemeen Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland

blad 34 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitendams 4 5 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Projectnummer 0452946

De provincie Zuid-Holland heeft kaarten vervaardigd waarin de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) van Zuid-Holland is vastgelegd. Dit project is opgezet om het beleid en alle verantwoordelijkheden die de provincie heeft op het gebied van cultureel erfgoed archeologie, nederzettingsgeschiedenis en landschapsbehoud - te onderbouwen en te integreren. Zo kan de waardering, de toetsing en de actieve bescherming van historische kwaliteiten worden verbeterd. De kaarten vestigen de aandacht op onder meer de landschapsvorming in het poldersysteem. 4.7.2.2

Toetsing initiatief Bij de planvorming van de locatie Buitendams 37-47 is rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden van het gebied. Het initiatief past binnen de stedenbouwkundige opzet van dit deel van de straat Buitendams. Er is geen sprake van de aantasting van cultuurhistorische waarden.

4.7.3

Conclusie Voor de ontwikkeling wordt een Programma van Eisen opgesteld voor archeologie. Deze zal worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Bij de planvorming wordt rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden van het gebied waardoor er geen sprake is van aantasting van cultuurhistorische waarden.

4.8

Natuur

4.8.1

Algemeen Ruimtelijke plannen, zoals dergelijke bestemmingsplan, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties.

4.8.2

Onderzoek In het kader hiervan is door Faunaconsult een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd (d.d. 6 mei 2019). Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd aan deze toelichting, de conclusies worden hieronder beschreven. Tevens is op basis van de quickscan nader onderzoek uitgevoerd naar huismussen, vleermuizen en gierzwaluwen.

4.8.2.1

Natura 2000 Omdat er geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn te verwachten, is er geen vergunning nodig op grond van de Wnb.

4.8.2.2

Natuur Netwerk De sloop van de huidige bebouwing en de realisatie en ingebruikname van de nieuwbouw hebben waarschijnlijk geen noemenswaardig negatieve effecten op het NNN; er zijn daarom op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid.

blad 35 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitendams 4 5 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Projectnummer 0452946

4.8.2.3

Beschermde planten en dieren Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Zuid-Holland een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Vogels Vernietiging en verstoring van vogelnesten is te vermijden, door het verwijderen van opgaande vegetaties buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren. Vleermuizen: Een aantal gebouwen bevatte mogelijk vleermuisverblijven. Het slopen van deze gebouwen kon daarom leiden tot verstoring of vernietiging van vleermuizen en hun verblijven.

Omdat alle vleermuissoorten streng zijn beschermd, is het voorkomen van dergelijke verblijven conform het vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging, 2017) onderzocht. Volgens het vleermuisprotocol zijn daartoe 5 onderzoeksronden uitgevoerd. Er is gebleken dat er 1 vleermuisverblijf met de sloop van de bebwouing, is vernietigd. Gelet hierop zijn er in aanloop naar de sloop 4 platte tijdelijke hout beton vleermuiskasten geplaatst. Huismussen: In de daken van een aantal gebouwen broeden jaarlijks huismussen. Nesten van de huismus zijn jaarrond beschermd. Voordat de gebouwen werden gesloopt, is daarom eerst het voorkomen van huismusnesten conform Kennisdocument Huismus (BIJ12, 2017b) onderzocht. Het nader huismussen onderzoek is uitgevoerd. Uit dit nader onderzoek is gebleken dat er geen waarnemingen van huismussen waren. Gierzwaluwen: In de daken een aantal gebouwen broeden mogelijk jaarlijks gierzwaluwen. Omdat gierzwaluwnesten jaarrond beschermd zijn, dient hun voorkomen conform het Kennisdocument Gierzwaluw (BIJ12, 2017c) nader te worden onderzocht. Hierbij wordt uitgegaan van 3 avondbezoeken. Het nader gierzwaluwonderzoek is afgerond. Op basis hiervan zijn 30 gierzwaluwkasten geplaatst. Dit is gebeurd onder begeleiding van een deskundige en op minder dan 200 meter afstand van het plangebied.

Gierzwaluw, vleermuis en huismus: mogelijk ontheffing aanvragen Uit het nader onderzoek is gebleken dat er beschermde vogelnesten en vleermuisverblijven binnen de ontwikkellocatie aanwezig zijn. Om schade aan jongen en eieren van beide dieren te vermijden is er gesloopt buiten de broedperiodes, daarnaast zijn er kasten opgehangen als alternatieve nestlocaties om de nadelige milieueffecten te mitigeren. Hierop is een ontheffing Wet natuurbescherming. 3.1 2e en 4e lid noodzakelijk. Deze is aanwezig en bijgevoegd als bijage. Doordat de gebouwen nu gesloopt zijn is het terrein niet meer geschikt voor beschermde soorten. De compenserende en mitigerende maatregelen zijn toegepast en er is derhalve

blad 36 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitendams 4 5 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Projectnummer 0452946

geen sprake meer van een negatief effect en staat het aspect natuur verdere besluitvorming niet meer in de weg.

4.9

Stikstof In het kader van de Wet natuurbescherming moet worden beoordeeld of het voornemen leidt tot significante gevolgen in de Natura 2000-gebieden. Hiertoe is een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd.

4.9.1

Onderzoek Met behulp van het rekenprogramma AERIUS Calculator, versie 2022, is de mogelijke toename van de stikstofdepositie in beeld gebracht. Uit de berekeningen voor de realisatieen gebruiksfase blijkt dat het voornemen niet leidt tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar op omliggende Natura 2000-gebieden.

4.9.2

Conclusie Uit de berekeningen van de realisatie- en gebruiksfase blijkt dat het voornemen niet leidt tot een toename van stikstofdepositie ter plaatse van enig Natura 2000-gebied. Significante gevolgen voor de habitats in Natura 2000-gebieden ten gevolge van stikstofdepositie zijn daarmee uitgesloten. Het aspect stikstofdepositie staat verdere besluitvorming derhalve niet in de weg.

4.10

Water Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is de opstelling van de waterparagraaf verplicht gesteld, mede in relatie tot de watertoets. In deze paragraaf wordt verwoord hoe er in het plan met de aspecten water en ruimte rekening wordt gehouden, in relatie tot enerzijds het waterbeleid en anderzijds de waterhuishouding.

4.10.1

Beleid en regelgeving Algemeen Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016- 2021, het Waterbeheerprogramma van het waterschap Rivierenland, Nationaal Waterplan, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Water legt een ruimteclaim op het (stads)landschap waaraan voldaan moet worden. De bekende driestapsstrategieën zijn leidend: Vasthouden-infiltreren-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); Voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). Daarnaast is de Beleidsbrief regenwater en riolering nog relevant. Hierin staat hoe het beste omgegaan kan worden met het hemelwater en het afkoppelen daarvan. Ook hier gelden de driestapsstrategieën. Hierna wordt ingegaan op enkele beleidsstukken. Waterbeheerprogramma Waterschap Rivierenland heeft het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld, met als titel Versterken, verbinden en vergroenen. Met dit waterbeheerprogramma zijn de opgaves vastgesteld en is aangegeven hoe dit bereikt kan worden. Met dit waterbeheerplan wordt geen nieuw beleid geschreven maar wordt de gewenste uitvoering beschreven. Vanuit de Visie2050 zijn principes opgesteld hoe dit toekomstbeeld bereikt kan worden. De principes bestaan uit het volgende; 1.

blad 37 van 50

De natuurlijke kenmerken van de ondergrond vormen het uitgangspunt voor ons werk. Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitendams 4 5 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Projectnummer 0452946

2. Water is bepalend voor de inrichting van het gebied. 3. We zijn zuinig op water en grondstoffen. 4. Bescherming van het gebied tegen overstromingen is onze focus. 5. We pakken uitdagingen op binnen deze generatie en wentelen niet af. 6. Waterbeheer van de toekomst: we maken maatschappelijk verantwoorde keuzes. 7. Met elkaar zorgen we voor een toekomstbestendig rivierengebied. Het waterschap is verantwoordelijk voor voldoende en schoon water in het hele watersysteem. Het waterbeheerprogramma biedt ook ruimte om in te spelen op ontwikkelingen om ons heen. Het klimaatbestendig maken van het watersysteem is een van de aandachtspunten in het beheerprogramma. De keur en leggers In de keur heeft Waterschap Rivierenland regels opgesteld om te voorkomen dat dijken en oppervlaktewateren beschadigd raken. De kaarten met daarop de oppervlaktewateren en dijken in beheer van Waterschap Rivierenland waarop de keur van toepassing is, worden de leggers genoemd. De regels in de keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren van grondwater en water uit sloten en andere waterkeringen. Beleid versneld afvoeren van nieuw verhard oppervlakte In artikel 3.4 van de Keur is een verbod op versnelde afvoer door nieuw verhard oppervlak opgenomen. Voor nieuw verhard oppervlak geldt een compensatieplicht. Stedelijk gebied ligt binnen de bebouwde kom en landelijk gebied daarbuiten.

De lozing op zich is op grond van de Keur wel vergunningplichtig. Indien er geen andere vergunningplichtig activiteiten worden ondernomen dan het maken van nieuw verhard oppervlak, is er voor de van compensatieplicht vrijgestelde oppervlaktes een algemene regel (WT 5).

4.10.2

Toetsing initiatief Voor de inrichting van het watersysteem is de lijn ‘vasthouden-bergenafvoeren’ het vertrekpunt, door: gebiedseigen (neerslag)water zo lang mogelijk vast te houden; neerslagwater zoveel mogelijk in het eigen gebied te bergen; hemelwater vertraagd af te voeren. De ontwerpeisen van Waterschap Rivierenland dienen toegepast te worden. In aanvulling gelden de volgende uitgangspunten: Het te ontwikkelen gebied, inclusief omgeving die hiermee voor de hemelwaterafvoer een éénheid vormt, moet voldoen aan de bergingseisen van het Waterschap. Open water dient één op één gecompenseerd te worden en telt niet mee als berging voor het aan te leggen verhard oppervlak. Verhard oppervlak Voor de opvang van hemelwater dient rekening gehouden te worden met het totale verhard oppervlak van het plan. Daarbij dient gerekend te worden met een hoeveelheid neerslag van 664 m³ per ha verhard oppervlak. Waterkering Waterstaatkundige functie In het bestemmingsplan is langs de Buiten Giessen de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterstaatkundige functie' opgenomen. Een deel van deze dubbelbestemming is gelegen in het plangebied, waaronder ook ter plaatse van de nieuwe te realiseren appartementen. Het bouwen van nieuwe gebouwen is ter plaatse van deze aanduiding in principe niet toegestaan. In het bestemmingsplan is een mogelijkheid

blad 38 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitendams 4 5 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Projectnummer 0452946

opgenomen om hiervan af te wijken. Dit is mogelijk als de belangen van de waterstaatkundige functie van de gronden zich daartegen niet verzetten en advies is ingewonnen bij de waterbeheerder, in deze waterschap Rivierenland. In de huidige situatie is het kerkgebouw gesitueerd tegen de kade van de Buiten Giessen. Het kerkgebouw is dan ook gelegen binnen de zone van de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterstaatkundige functie'. Het kerkgebouw is geamoveerd en dus niet meer aanwezig op het perceel. De nieuw te realiseren bebouwing wordt gedeeltelijk binnen deze zone gebouwd, op ongeveer dezelfde afstand van de Buiten Giessen als het kerkgebouw. Aangezien de situatie nagenoeg gelijk blijft en er geen sprake is van een verslechterende situatie kan gesteld wordt dat er geen waterstaatkundige belangen belemmerd worden. Met de herontwikkeling van het plangebied wordt ook de kade vernieuwd, waardoor sprake is van een verbeterende situatie. Voor de damwanden en wijzigen van de oeverwanden is het belangrijkste uitgangspunt dat al het te dempen water ook weer terugkomt (1 op 1 compensatie). De insteek van de damwand wordt op de insteek aangebracht. Er kan dan ook gesteld worden dat er geen waterstaatkundige belangen in het geding zijn. De Buiten Giessen is, net als in de huidige situatie, van de andere zijde bereikbaar voor onderhoud.

Daarnaast wordt in het kader van het wettelijke vooroverleg, advies gevraagd aan het waterschap. Rioleringssysteem De huidige woningen en bebouwing aan de Buitendams zijn aangesloten op de aanwezige vacuümdrukriolering. De nieuw te realiseren appartementen krijgen een nieuw gemaal dat zorgt voor de afvoer van het vuilwater. Waterkwaliteit Ten behoeve van de waterkwaliteit zal de voorgestelde ontwikkeling bij de aanleg zo min mogelijk gebruik maken van milieuvriendelijke bouwmaterialen en worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC zo min mogelijk gebruikt, waardoor de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater zo veel mogelijk voorkomen wordt. Deze stoffen kunnen zich namelijk ophopen in het water (bodem)systeem en hebben hierdoor een nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Overstroming: Het plangebied ligt in overstroombaar gebied in dijkring 16 met een overstromingskans van <1/100 jaar. Bij het bezwijken van een primaire waterkering moet rekening worden gehouden met een overstromingsdiepte van >2 meter. Doordat de nieuwe bebouwing meerdere verdiepingen heeft, kan deze als een vluchtlocatie worden beschouwd in geval van een overstroming. Hittestress: Het naastgelegen oppervlaktewater heeft een verkoelend effect. Ter plaatse van het plangebied is er daarom geen risico op hittestress.

Droogte: Het plan voorziet niet in de aanleg van extra oppervlaktewater. Het heeft geen invloed op droogte. Bodemdaling: Het verhard oppervlak neemt af. Dit betekent dat er meer water naar de bodem kan infiltreren. Hierdoor wordt versnelde bodemdaling tegengegaan. De nieuwe bebouwing wordt op palen gefundeerd. Het gebouw heeft daardoor minder last van bodemdaling.

blad 39 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitendams 4 5 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Projectnummer 0452946

4.10.3

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er met het voorliggende initiatief geen waterschapsbelangen in het geding zijn. Er is geen compensatie vereist aangezien de toename van de verharding onder de grenswaarde van 500 m² blijft. Er is derhalve geen belemmering aanwezig vanuit het aspect water. De bovenstaande conclusies en bevindingen worden in het kader van het wettelijk vooroverleg voor een wateradvies aangeboden en akkoord bevonden door het Waterschap Rivierenland. Vanuit de gemeente Hardinxveld- Giessendam is er wel een verplichting tot aanleg van waterberging in relatie tot het aanbrengen van verhard oppervlak. Iedere ontwikkeling, inbreiding of uitbreiding, dient te voorzien in berging voor hemelwater, zonder dat het wordt afgewenteld op het aangrenzende gebied. De lozing mag plaatsvinden met ca. 1,5 l/s/ha. Hiervoor is een berging nodig van 664 m3/ha verhard oppervlak in een voorziening anders dan open water (voor het laatste is geen ruimte op deze locatie). Dit kan op verschillende manieren uitgevoerd worden, bijv. met een groen dak, onder de verharding met een krattensysteem of lava.

4.11

Verkeer en parkeren

4.11.1

Verkeer In het functieprogramma zijn in totaal 50 appartementen opgenomen. Deze zijn verdeeld in 3 categorieën waarbij een verdeling wordt gehanteerd in middeldure en dure woningen. Het plangebied wordt ontsloten vanaf Buitendams die op deze plek een éénrichtingsweg is. De hellingbaan naar een verdiepte parkeergarage ligt aan de noordzijde van het plangebied en overbrugt een hoogte van circa 2,4 m. Deze voorziening maakt het mogelijk om de fietsen te kunnen stallen in de bergingen. Verkeersgeneratie- en afwikkeling Voor de berekening van de verkeersgeneratie is uitgegaan van de CROW-richtlijn Toekomstbestendig Parkeren. De ontwikkeling genereert circa 320 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Uit berekeningen van de verkeersgeneratie blijkt dat op de Buitendams ca. 400 motorvoertuigen per etmaal rijden. Op de Molenstraat rijden ca. 400 motorvoertuigen richting de Stationsstraat. Met een toename van ca. 320 motorvoertuigen komen deze intensiteiten op 700 motorvoertuigen per etmaal op de Buitendams, en ca. 700 op de Molenstraat. Dit zijn voor erftoegangswegen met een limiet van 30 kilometer per uur acceptabele hoeveelheden verkeer, de grens dat voor dit soort type wegen aangehouden wordt is 3.200 motorvoertuigen per etmaal.

Vervolgens is met een Hardersberekening van de wachttijden gekeken naar de afwikkelingscapaciteit op de twee kruispunten die als toe- en uitgang van de wijk functioneren, van de Molenstraat met de Stationsstraat en de Weideveld met de Buitendams en Thorbeckestraat. (Buitendams blijft éénrichtingsverkeer vanaf de Thorbeckestraat tot de Molenstraat). Uit de Hardersberekeningen blijkt dat bij de kruispunten bij het op- en afrijden van de percelen geen lange wachtrijen ontstaan, de wachttijd is 0 en minder dan 15 seconden. Een veilige ontsluiting op het wegennet is dus op basis van de wachttijden

blad 40 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitendams 4 5 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Projectnummer 0452946

mogelijk. Bij een wachttijd van langer dan 20 seconden is er pas sprake van een onacceptabele wachttijd. Doordat de kruispunten van de in- en uitrit van de ontsluiting, en die van de Buitendams met de Molenstraat beide significant minder verkeer verwerken, ontstaan er op deze kruispunten ook geen lange wachtrijen die van invloed zijn op de verkeersveiligheid. Buitendams heeft van de Thorbeckestraat tot aan de Molenstraat een smal profiel waar verkeer in twee richtingen niet mogelijk is Alleen ter hoogte van het plangebied is de weg breder, waardoor het mogelijk is om haakse vakken te realiseren. Bij de in- en uitgang is het van belang dat automobilisten vanuit de parkeerkelder goed zicht hebben op aanrijdend verkeer. In het ontwerp wordt het zicht enigszins beperkt door mogelijk geparkeerde auto's op de parkeervakken aan de Buitendams. De ontwikkelaar geeft aan te kijken naar een toegangssysteem inclusief verkeerslichten om hier een veilige situatie te creëren. Wel heeft het verkeer komende uit de parkeerkelder een plaats om horizontaal te staan voordat zij oprijden. Uit de beoordeling van de verkeersgeneratie en de effecten op de omgeving blijkt dat de ontwikkeling veilig ontsloten kan worden op het wegennet.

4.11.2

Parkeren De uitgangspunten voor parkeernormen van de gemeente Hardinxveld-Giessendam zijn opgenomen in de ‘de Beleidsregels Parkeernormen Hardinxveld-Giessendam 2022' welke als bijlage zijn toegevoegd aan het gemeentelijk Verkeers en Vervoersplan 2012-2022. Hierin wordt verwezen naar de bovengrens van de bandbreedte in de parkeerkencijfers uit CROW-publicatie 381, welke als parkeernormen worden gehanteerd. De parkeerkencijfers zijn gebaseerd op stedelijkheidsgraad en stedelijke zone. De stedelijkheidsgraad van Hardinxveld-Giessendam is ‘weinig stedelijk’. De stedelijke zone van de ontwikkellocatie is door het college aangemerkt als centrumgebied. De parkeernormen die hier worden gehanteerd staan in de tabel hieronder.

Tabel 4.1: Parkeernormen Gezien de stedelijkheidsgraad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam, de kwaliteit van alternatieve modaliteiten en de aan te trekken doelgroep hanteert Goudappel de volgende uitgangspunten: er wordt 1 deelauto gestald per 30 woningen een passende vervangingswaarde is 1 op 5. Wel wordt het aanbieden van twee deelauto’s als reëel gezien, wat resulteert in een reductie van 8 parkeerplaatsen. Dit levert een parkeervraag op van 84 parkeerplaatsen. Met een parkeeraanbod van 84 parkeerplaatsen wordt een sluitende parkeeroplossing aangedragen. De vervangingswaarde betekent dat per deelauto 5 reguliere parkeerplaatsen minder nodig zijn. De netto reductie in parkeerplaatsen als gevolg van deelmobiliteit bedraagt zodoende 4 parkeerplaatsen per deelauto (de deelauto zelf heeft ook een parkeerplaats nodig). Bij deze ontwikkeling zijn 50 woningen beoogd. Dit is een dergelijk aantal waarbij het aanbieden van twee deelauto’s vanuit een aanbieder wel interessant kan zijn. Onderstaande tabel geeft de parkeerbehoefte inclusief stalling van 2 deelauto's weer.

blad 41 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitendams 4 5 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Projectnummer 0452946

Tabel 4.3: Parkeerbehoefte inclusief stalling van 2 deelauto’s Uit de tabel blijkt dat de parkeerbehoefte na het inzetten van 2 deelauto’s afgerond 84 parkeerplaatsen bedraagt. Het bezoekersaandeel bedraagt 15 parkeerplaatsen. Met een parkeeraanbod van 84 parkeerplaatsen is zodoende voldoende parkeeraanbod aanwezig voor deze ontwikkeling. Onder het gebouw komt een parkeergarage met 58 parkeerplaatsen. Ook worden op maaiveld 26 parkeerplaatsen gerealiseerd. De totale parkeercapaciteit voor deze ontwikkeling bedraagt zodoende 84 parkeerplaatsen.

4.12

Besluit milieueffectrapportage

4.12.1

Algemeen Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.-beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings)plan dat die activiteit mogelijk maakt, een plan-m.e.r-plicht. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht. Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd.

Het bevoegd gezag moet in zo'n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die - ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor de toets gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' gehanteerd.

4.12.2

Activiteit en drempelwaarden In artikel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is een categorie 'stedelijk ontwikkelingsproject' (D11.2) opgenomen. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage dient voor de 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°

blad 42 van 50

een oppervlakte van 100 hectare of meer, Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitendams 4 5 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Projectnummer 0452946

2°

een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of

3°

een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Het plan voorziet in maximaal 50 appartementen. Het plangebied heeft een grootte van circa 0,34 hectare. De voorgenomen activiteit blijft dus ruimschoots onder de drempel van 2.000 woningen en/of 100 hectare zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage. De activiteit is dus niet m.e.r.-beoordelingsplichting. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst, dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht.

4.12.3

Toetsing initiatief Kenmerken van het project Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling komt naar voren dat de intensiteit en compelexiteit van het effect zeer beperkt zijn. Er worden geen vervolg of indirecte effecten verwacht. Indien er effecten zijn, zullen deze zeer lokaal zijn. Daarnaast zijn er omtrent natuur mitigerende maatregelen toegepast, zoals het plaatsen van nieuwe broedkasten als alternatieve nestlocaties. Cumulatie Er zijn geen andere plannen of ontwikkelingen in de zeer nabije omgeving bekend die zouden kunnen leiden tot cumulatieve effecten, door bijvoorbeeld een toename van het verkeer. Omdat de verwachte effecten beperkt van omvang zijn, zal ook voor andere aspecten de cumulatie met effecten van andere ontwikkelingen niet tot aanmerkelijke effecten leiden.

4.12.4

Conclusie Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling ( Aanmeldnotite vormvrije m.e.r.-beoordeling) blijkt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van kenmerken en locatie van het plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de getoetste milieuaspecten geldt dat er geen effecten optreden, dan wel dat deze effecten met mitigerende maatregelen worden beperkt, zodat voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving. Geconcludeerd wordt dat er geen noodzaak is voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure en het opstellen van een milieueffectrapport (MER) voor de voorgenomen ontwikkeling.

blad 43 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitendams 4 5 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Projectnummer 0452946

blad 44 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitendams 4 5 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Projectnummer 0452946

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van gronden en gebouwen binnen het plangebied. In dit hoofdstuk is een toelichting op de systematiek en de inhoud van de verschillende toegekende bestemmingen van het bestemmingsplan gegeven.

5.1

Het juridisch plan Bij het opstellen van het bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Daarnaast is voor het bestemmingsplan aangesloten bij de landelijke standaard voor bestemmingsplannen: de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Inhoudelijk is aangesloten bij het bestemmingsplan 'Hardinxveld-Giessendam, bebouwd gebied', waarbij, gezien de aard en omvang van het planvoornemen, op sommige aspecten is afgeweken van deze standaard. Hierna wordt inhoudelijk ingegaan op de 4 hoofdstukken die tezamen de juridische regeling van het voorliggende bestemmingsplan vormen en volgt een beschrijving van de toegepaste bestemming.

5.2

Opzet van de regels In het kader van de SVBP2012 dient een vaste volgorde en indeling van het bestemmingsplan aangehouden te worden. Deze is hieronder aangegeven.

5.2.1

Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten.

5.2.2

Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In dit hoofdstuk worden planregels gegeven voor de binnen het plangebied bestaande functies. Voor de toegepaste bestemming zijn de doeleinden en de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. In beginsel is iedere vorm van bebouwing, die past binnen de desbetreffende bestemming tot een bepaalde omvang rechtstreeks (dus zonder voorafgaande afwijking of wijziging) toegestaan. Wel dient er te worden voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (bouwhoogte, dakhelling en dergelijke).

5.2.3

Hoofdstuk 3 - Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: een anti-dubbeltelbepaling; algemene bouwregels: hierin zijn een algemene regeling opgenomen, waaronder voor bestaande maten, ondergeschikte bouwonderdelen, ondergronds bouwen en parkeernormen opgenomen; algemene gebruiksregels: Hierin is een verbod opgenomen om gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met de bestemming. Tevens is opgenomen wat als strijdig gebruik wordt aangemerkt. Eveneens zijn in dit artikel parkeernormen opgenomen;

blad 45 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitendams 4 5 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Projectnummer 0452946

algemene aanduidingsregels: hierin wordt ingegaan op de vrijwaringszone i.v.m. laagvliegroutes; algemene afwijkingsregels: hierin wordt bepaald waarvoor het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor het afwijken van de regels kan verlenen; algemene wijzigingsregels: hierin is opgenomen dat het college van B&W geringe wijzigingen kunnen doorvoeren met inachtneming van een aantal voorwaarden; overige regels: hierin zijn een aantal nadere eisen op het gebied van externe veiligheid aangegeven.

5.2.4

Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat: het overgangsrecht; de slotregel.

5.3

Beschrijving van de bestemmingen Binnen het plangebied komen een aantal bestemmingen voor. Deze bestemmingen worden hieronder toegelicht. Verkeer – Verblijfsgebied Conform de systematiek van het vigerende bestemmingsplan zijn voorkomende erftoegangswegen en ontsluitingen bestemd als 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Binnen deze bestemmingen zijn onder andere fiets- en voetpaden, parkeer- en groenvoorzieningen alsmede waterberging en watergangen mogelijk. Op de gronden bestemd als 'Verkeer – Verblijfsgebied' zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van gebouwen die vallen onder de definitie straatmeubilair. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn specifieke maatvoeringen opgenomen. Ook zijn tuinen toegestaan binnen de bestemming. Burgemeester en wethouders kunnen daarnaast, met het oog op de verkeersveiligheid, het in het plan beoogde straatbeeld en de bescherming van het openbaar groen nadere eisen stellen aan de situering en de omvang van gebouwen en bouwwerken. Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in woningen en aan huis gebonden beroepen. Tevens zijn de gronden bedoeld voor water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven, paden, parkeren op eigen terrein en bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Tevens is een deel de gronden op de begane grond van het meest noordelijk gelegen appartementencomplex tevens bestemd voor dienstverlenende functies en maatschappelijke voorzieningen ter plaatse van de betreffende aanduidingen. Op deze gronden zijn hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde onder voorwaarden toegestaan. Hoofdgebouwen mogen bijvoorbeeld uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak. Dit bouwvlak mag dan ook voor 100% bebouwd worden. De drie appartementencomplexen mogen uitsluitend als gestapelde bebouwing uitgevoerd worden. Het maximum aantal woningen is per appartementencomplex aangeduid met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'. In totaal zijn in het plangebied 50 woningen toegestaan. De goot- en bouwhoogte is vastgelegd op de verbeelding van het bestemmingsplan. De balkons mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak gerealiseerd worden. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - transformatorhuisje' mag een transformatorhuisje worden gerealiseerd met een maximaal oppervlak van 15 m² buiten het bouwvlak.

blad 46 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitendams 4 5 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Projectnummer 0452946

Water De bestemming 'Water' is opgenomen voor de watergangen en oppervlaktewateren in het plangebied. Ten behoeve van de bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht zoals duikers, bruggen en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. Waarde – Archeologische verwachting 1 De dubbelbestemmingen 'Waarde – archeologische verwachting 1' is opgenomen ter bescherming van mogelijk in de bodem aanwezige archeologische waarden. Voor een aantal werkzaamheden op of in deze gronden is een omgevingsvergunning (voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) vereist in het kader waarvan een afweging kan worden gemaakt tussen de activiteit en de te beschermen waarden. De voorwaarden voor wanneer een omgevingsvergunning is vereist is hierin opgenomen. Waterstaat – Waterstaatkundige functie Ten behoeve van het onderhoud van de hoofdwatergangen in het plangebied is bepaald dat een strook van 5 meter in principe onbebouwd dient te blijven. Een en ander is geregeld middels de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie'. Voor het oprichten van bouwwerken en voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, ten behoeve van de onderliggende bestemming, geldt dat in principe advies moet worden ingewonnen van de waterbeheerder.

blad 47 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitendams 4 5 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Projectnummer 0452946

blad 48 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitendams 4 5 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Projectnummer 0452946

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van dit bestemmingsplan aangetoond. Een bestemmingsplan moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de doorlopen procedures weergegeven.

6.1

Financieel Met onderhavig bestemmingsplan wordt een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. Uitgangspunt voor de beoogde ontwikkeling is dat deze voor de gemeente budgetneutraal worden ontwikkeld. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) in samenhang met artikel 6.12 lid 4 Wro is de gemeenteraad van Hardinxveld-Giessendam verplicht om de kosten te verhalen en een exploitatieplan vast te stellen gelijktijdig met het besluit (het bestemmingsplan) waarop het exploitatieplan betrekking heeft. Niet in alle gevallen is de gemeenteraad verplicht een exploitatieplan vast te stellen. Met de ontwikkelende eigenaar van de gronden die binnen het plangebied gelegen zijn is een anterieure overeenkomst gesloten zoals is bepaald in artikel 6.24 Wro. De verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan geldt daardoor in dit geval niet. In deze anterieure overeenkomst zijn afspraken gemaakt over het kostenverhaal.

6.2

Maatschappelijk

6.2.1

Vooroverleg en inspraak Het voorontwerp bestemmingsplan 'Buitendams 45 Hardinxveld-Giessendam' is conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gezonden naar de betreffende personen en instanties. Er is tevens geparticipeerd met de omwonenden. Het algemene beeld van de gesprekken is dat de bewoners matig positief zijn en stellen een aantal bewoners terecht verdieping- en/of verhelderingsvragen, vooral op het gebied van verkeer. Deze zijn beantwoord op basis van de uitgevoerde aanvullende onderzoeken zoals het verkeersonderzoek. De inspraak- en vooroverleg reacties hebben tot een nadere aanvulling in de toelichting geleid. De nota van inspraak en vooroverlegreacties is als Bijlage 19 toegevoegd.

6.2.2

Ontwerpfase Na afronding van het vooroverleg is de formele bestemmingsplanprocedure gestart. De aanpassingen die volgden uit de overlegreacties zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. De kennisgeving van het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan moet in de Staatscourant worden geplaatst en dient ook via de elektronische weg te geschieden. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter visie gelegen van 20 april 2023 tot en met 31 mei 2023 waarbij de mogelijkheid is geboden om zienswijzen in te dienen. Op 10 mei 2023 is er een informatieve informatieavond georganiseerd waarbij er de mogelijkheid was tot het stellen van vragen. Gedurende de inzage termijn zijn in totaal 2 zienswijzen ingediend. Deze zijn beantwoord in

blad 49 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitendams 4 5 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Projectnummer 0452946

de Nota van zienswijzen, die als Bijlage 20 bij de toelichting is gevoegd. Naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen is de toelichting van het bestemmingsplan in die zin aangepast, dat er bijlagen ter verduidelijking aan de toelichting zijn toegevoegd, zoals het Stedenbouwkundig programma van eisen en bezonningsstudie en als bijlagen bij de Nota van vooroverleg en inspraak zijn de vooroverlegreacties toegevoegd . Tevens zijn er enkele ambtshalve wijzigingen aangebracht. Deze zijn afzonderlijk benoemd in de voorgenoemde zienswijzen nota.

6.2.3

Vaststellingsfase Het streven is om binnen 12 weken na de termijn van terinzagelegging de gemeenteraad een besluit te laten nemen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan staat direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien de tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking.

blad 50 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/799/documents/26585