CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitendams 45, bijlagen bij de toelichting - bijlage 6 Archeologie programma van eisen.pdf

Gemeenteraad GHG 28 september 2023, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 14: Vaststellen Bestemmingsplan Buitendams 45 - Raadsvoorstel11.764 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Blad 25 van 38

Programma van Eisen 23 juni 2022 revisie 00 CB5

9

Deponering

9.1

Eisen betreffende depot Binnen de wettelijke termijn van twee jaar na afronding van het veldwerk worden de vondsten en documentatie door de archeologisch uitvoerder overgedragen aan het provinciaal depot van Zuid-Holland (PDB). De deponering dient te geschieden conform de vigerende eisen van het betreffende depot en de KNA 4.1 (Protocol 4010 en Protocol 4004, specificatie OS17). Depot: Provinciaal Depot bodemvondsten Zuid-Holland Kalkovenweg 23 2401 LJ Alphen aan den Rijn Email: archeologischdepot@pzh.nl Digitale documentatie dient conform KNA en de vigerende richtlijnen van het e-Depot Nederlandse Archeologie (EASY; https://easy.dans.knaw.nl), geüpload te worden bij het e-Depot. Vondsten, monsters en documentatie worden binnen twee jaar na afronding van het veldwerk overgedragen aan het Provinciaal Archeologisch Depot van de provincie Zuid-Holland conform de daar geldende eisen.

Na afronding van het onderzoek wordt het geheel, conform de daarvoor geldende normen en eisen (KNA-specificatie DS02 & DS03) aangeleverd via het landelijke e-loket ArcheoDepot (www.archeodepot.nl), geüpload via het E-formulier en zo overgedragen aan het Provinciaal Archeologisch Depot Zuid-Holland Het deponeren van archeologische vondsten en onderzoek documentatie vindt plaats volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, protocol 4004 Opgraven, OS17: “Gestandaardiseerde beschrijving van projectdocumentatie bij het deponeren van archeologisch vondsten en monsters (d.m.v. pakbon)”. Onder protocol 4004 wordt onder het begrip pakbon verstaan: het document dat bij het te deponeren materiaal en/of de documentatie wordt gevoegd en op gestandaardiseerde wijze een beschrijving geeft van de inhoud van het aangeleverde. Bij de digitale aanlevering bestaat de pakbon uit een XMLbestand, conform SIKB-protocol 0102 en wordt zo tevens als digitale documentatie, conform KNA-specificatie DS05, overgedragen aan het e-Depot DANS. Na deponering is het Onderzoeksmeldingsnummer (ARHIS) structureel gelinked met de Persistent Identifier (DANS), zodat de data digitaal altijd te traceren zijn.

9.2

Te leveren product Evaluatie- en selectierapport Binnen 6 weken na het afronden van het veldwerk wordt het evaluatie- en selectierapport opgeleverd door archeologisch uitvoerder (zie ook Hoofdstuk 8). Dit rapport wordt digitaal aan de opdrachtgever, bevoegd gezag en depothouder (/eigenaar vondsten) overlegd, en verwoordt de voorlopige conclusies en aanbevelingen evenals als een voorstel tot (de)selectie van het vondstmateriaal (incl. monsters) voor uitwerking, analyse, conservering en deponering. Het evaluatieverslag bevat minimaal de onderdelen zoals beschreven in specificatie OS 12/OS13 van de KNA 4.1.

Blad 26 van 38

Programma van Eisen 23 juni 2022 revisie 00 CB5

Voor het evaluatierapport is goedkeuring vereist van de bevoegde overheid; het selectierapport dient door de depothouder (/eigenaar vondsten) te worden goedgekeurd. Indien geen of nauwelijks vondsten en/of sporen zijn aangetroffen, kan na toestemming van de bevoegde overheid (schriftelijke vastlegging of per email) en de depothouder (/eigenaar van de vondsten) afgezien worden van een evaluatierapport. Toestemming dient schriftelijk of in een email te worden vastgelegd. Eindrapport Binnen 8 weken na goedkeuring van het evaluatie- en selectierapport zal de archeologisch uitvoerder een conceptversie van het eindrapport opleveren. Het rapport wordt opgesteld volgens KNA-specificatie VS05 c.q. OS 15 en de vereisten aan de beeldrapportage zoals beschreven in paragraaf 7.6. Het conceptrapport wordt digitaal aan de opdrachtgever aangeboden. Na verwerking van eventueel commentaar door de archeologisch uitvoerder wordt een aangepast digitaal exemplaar geleverd dat vervolgens door de opdrachtgever (als concept) aan het bevoegd gezag ter toetsing wordt voorgelegd. Na toetsing door het bevoegd gezag dient de archeologisch uitvoerder binnen 4 weken het definitieve eindrapport aan de opdrachtgever op te leveren. Het eindrapport wordt in elk geval in digitale vorm (PDF-bestand) aangeleverd.

Archeologisch uitvoerder draagt vervolgens zorg voor het aanleveren van rapporten aan de volgende instanties:  bevoegde overheid: digitaal;  archeologisch depot (bij aantreffen vondsten): digitaal en 1x analoog;  RCE: digitaal;  DANS Easy, digitaal

Blad 27 van 38

Programma van Eisen 23 juni 2022 revisie 00 CB5

10

Randvoorwaarden en aanvullende eisen

10.1

Personele randvoorwaarden Het onderzoek moet uitgevoerd worden door een voor het verrichten van archeologische opgravingen gecertificeerd bedrijf en volgens de KNA 4.1 en de vereisten in dit PvE. Het veldonderzoek dient te worden uitgevoerd onder fulltime leiding van een senior KNAarcheoloog met aantoonbare ervaring met veldwerk in het rivierengebied. Het veldteam bestaat minimaal uit twee personen: een uitvoerend projectleider (senior KNA-archeoloog), die minimaal vier dagen per week aanwezig is, en een KNA-archeoloog/senior veldtechnicus. Deze heeft ervaring met gravend archeologisch onderzoek in de betreffende archeo-regio en de te verwachte perioden. De graafwerkzaamheden worden uitgevoerd door een kraanmachinist met aantoonbare ervaring met archeologisch onderzoek. Het beschrijven en interpreteren van de profielen dient te worden gedaan een (senior) KNAarcheoloog met relevante ervaring van bodemkundige en fysisch geografische processen in dit deel van Nederland, of een fysisch-geograaf met minimaal soortgelijke ervaring. De materiaalanalyses worden uitgevoerd door specialisten met ervaring op het gebied van de betreffende materiaalcategorieën uit de aangetroffen perioden en de betreffende regio. De metaaldetector dient gehanteerd te worden door een hierin deskundig persoon met aantoonbare ervaring in metaaldetectie.

10.2

Overlegmomenten De startdatum van het onderzoek wordt minimaal één week van tevoren bij het bevoegd gezag gemeld. startoverleg  tijdstip: eerste veldwerkdag;  initiator: archeologisch uitvoerder;  locatie: op locatie veldwerk;  aanwezig: veldteam archeologisch uitvoerder, kraanmachinist; naar behoefte (van betreffende partijen) ook: (adviseur van) bevoegde overheid en/of opdrachtgever;  verslaglegging: archeologisch uitvoerder in dagrapport. evaluatieoverleg  opmerking: inzet van het evaluatieoverleg is bepalen of de noodzaak aanwezig is de overige civieltechnische werkzaamheden, waaronder het uitgraven de bouwkuip, archeologisch te begeleiden.  tijdstip: na de ondergrondse sloop van de voormalige bebouwing en documentatie van het bodemprofiel  initiator: archeologisch uitvoerder;  locatie: op locatie veldwerk;

Blad 28 van 38

Programma van Eisen 23 juni 2022 revisie 00 CB5

aanwezig: archeologisch uitvoerder (senior KNA-archeoloog en/of leidinggevend veldarcheoloog) , (adviseur van) bevoegde overheid en opdrachtgever; naar behoefte (van betreffende partij) ook depothouder (/eigenaar vondsten); verslaglegging: archeologisch uitvoerder, binnen 1 dag per email. Als besloten wordt de archeologische begeleiding uit te breiden, kan het noodzakelijk zijn wijzigingen toe te voegen aan het onderhavige PvE. De wijzigingen dienen dan in een oplegvel te worden verwoord en aan het PvE te worden toegevoegd.

Als fase 2 wordt uitgevoerd: tussentijdsoverleg  wekelijks gedurende het veldwerk;  initiator: archeologisch uitvoerder;  locatie: op locatie veldwerk;  aanwezig: archeologisch uitvoerder (senior KNA-archeoloog en/of leidinggevend veldarcheoloog), (adviseur van) bevoegde overheid en opdrachtgever; naar behoefte (van betreffende partij) ook depothouder (/eigenaar vondsten);  verslaglegging: archeologisch uitvoerder, binnen 1 week per email.;  opmerking: in overleg met alle betrokkenen kan ervoor gekozen worden dit overleg telefonisch te voeren of betrokkenen per email van de voortgang op de hoogte te stellen. Indien belangwekkende zaken worden aangetroffen die niet in het PvE zijn voorzien, vindt overleg plaats met de bevoegde overheid, opdrachtgever en, indien relevant, depothouder (/eigenaar vondsten). Indien substantieel van het PvE afgeweken dient te worden (zie ook paragraaf 11.2), bijvoorbeeld bij het aantreffen van onverwachte sporen en structuren, dient hiervoor schriftelijk (of per email) toestemming verkregen te worden van de bevoegde overheid.

10.3

Kwaliteitsbewaking, toezicht, overleg en evaluatie Het PvE wordt vooraf vastgesteld door het bevoegd gezag. Van dit PvE dient op de werklocatie altijd de meest recente (door bevoegde overheid ondertekende) versie aanwezig te zijn. Wijzigingen in onderhavig PvE worden getoetst door het bevoegd gezag. Alle werkzaamheden met betrekking tot het onderzoek worden uitgevoerd conform KNA 4.1 en de in dit PvE gestelde eisen. De uitvoering van de werkzaamheden dient verder in overeenstemming te gebeuren met de ARBO-wetgeving. De senior KNA-archeoloog van de archeologisch uitvoerder houdt toezicht op de werkzaamheden en is hierbij eindverantwoordelijk. De archeologisch uitvoerder is hierbij zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderzoek en de (juiste vastlegging van de) te doorlopen (KNA)processtappen. De opdrachtnemer zorgt ervoor dat de volgende documenten tijdens het veldwerk op de werklocatie aanwezig zijn: (1) het Plan van Aanpak, (2) het ondertekende Programma van Eisen en (3) de KLIC gegevens.

Blad 29 van 38

Programma van Eisen 23 juni 2022 revisie 00 CB5

10.4

Overige randvoorwaarden en aanvullende eisen Het is de archeologisch uitvoerder niet toegestaan om zonder toestemming vooraf van de opdrachtgever met anderen (pers, publiek en archeologische instellingen) over de opgraving of het civiel-technische werk in contact te treden. Omgekeerd dient de opdrachtgever/bevoegd gezag bij communicatie naar buiten dit altijd eerst met de archeologisch uitvoerder te bespreken. Publiciteit met betrekking tot inhoudelijke archeologische zaken wordt verzorgd door en samenspraak met de opdrachtgever.

Blad 30 van 38

Programma van Eisen 23 juni 2022 revisie 00 CB5

11

Wijzigingen ten opzichte van vastgestelde PvE In zijn algemeenheid geldt dat voor belangrijke wijzigingen (zie paragraaf 11.2) goedkeuring van de bevoegde overheid vereist is. Waar het wijzigingen betreft ten aanzien van hoeveelheden en aard van vondsten en monsters zal ook de depothouder(/eigenaar vondsten) geïnformeerd moeten worden. In geval van deselectie van vondsten en monsters is, voor zover deselectie niet is toegestaan conform KNA-specificatie PS06, altijd goedkeuring vereist (schriftelijk of per email) van de depothouder(/eigenaar vondsten). Zie KNA-specificatie PS04 voor de reactietermijnen.

11.1

Wijzigingen tijdens veldwerk Als bij de ontsluiting van het terrein, tijdens het veldwerk of bij de uitwerking van de veldgegevens blijkt dat het opgestelde PvE naar het zicht laat aanzien onvoldoende aansluit op de aanwezige archeologische situatie, dan dient in samenspraak met de opdrachtgever en de bevoegde overheid het PvE te worden geëvalueerd en een wijziging te worden voorgesteld. De bevoegde overheid beslist over wijzigingen in de strategie, methodiek en andere in het PvE vastgestelde zaken. De uitvoerder staat tijdens de reguliere werkuren gedurende de veldfase telefonisch ter beschikking om de opdrachtgever en de bevoegde overheid van informatie en advies te voorzien. Altijd wordt naar genoemde drie partijen (uitvoerder/opdrachtgever en bevoegde overheid) de gemaakte afspraken per mail bevestigd. Indien dit aanleiding geeft tot meerwerk dient vervolgens de opdrachtgever hier eerst mee in te stemmen voordat de gevraagde actie kan worden uitgevoerd. Pas na goedkeuring van het gewijzigde PvE door de bevoegde overheid kan het veldwerk/uitwerking worden vervolgd. De bevoegde overheid kan evenwel de noodzaak tot wijziging eisen, waarna overleg volgt met de uitvoerder. Dit loopt dan correct via de opdrachtgever en volgend uit de lopende ruimtelijke procedure in het kader waarvan de archeologische onderzoeksverplichting tot stand is gekomen.

Indien belangwekkende zaken worden aangetroffen die niet in het PvE waren voorzien vindt overleg plaats met de bevoegde overheid/opdrachtgever. Indien substantieel van het PvE afgeweken dient te worden, bijvoorbeeld bij het aantreffen van onverwachte sporen en structuren of indien een geringer deel van het onderzoeksterrein kan worden onderzocht dan dient hiervoor schriftelijk toestemming te worden verkregen van de bevoegde overheid. Een eenvoudig mailbericht hierin kan volstaan. Dit maakt dat bevoegd gezag (telefonisch) beschikbaar moet zijn tijdens de veldfase om deze werkwijze effectief ten uitvoer te brengen. Mocht dit onverhoopt niet het geval zijn dan beslist de senior KNA-archeoloog van de uitvoerder hoe verder te gaan en maakt hiervan melding in haar of zijn dagrapport. Wijzigingen aan het puttenplan of de in dit PvE geformuleerde onderzoeksstrategie worden door de projectleider / senior KNA Archeoloog besproken en vastgesteld met de opdrachtgever/bevoegde overheid. Ook alle afwijkingen van de standaardmethode worden besproken. Beslissing tot uitbreiding of inperking van het onderzoek of nader onderzoek is onderwerp van separate besluitvorming. Het benutten van stelposten kan alleen na schriftelijke opdracht van de opdrachtgever. Meerwerk kan alleen worden verricht nadat het is opgedragen door de opdrachtgever.

Blad 31 van 38

Programma van Eisen 23 juni 2022 revisie 00 CB5

11.2

Belangrijke wijzigingen Onderstaande belangrijke wijzigingen worden te allen tijde aantoonbaar voorgelegd aan alle betrokken partijen:  Wijzigingen van de gehanteerde onderzoeksmethode;  Afwijking van de archeologische verwachting  Wijzigingen van de fysieke en/of technische omstandigheden;  Vastleggen overleg- en evaluatiemomenten;  Onvoorziene omstandigheden die leiden tot meerwerk. Onderstaande belangrijke wijzigingen worden te allen tijde aantoonbaar voorgelegd aan alle betrokken partijen en de eigenaar-depothouder:  Afwijking van de archeologische verwachting;  Onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld m.b.t. omvang vindplaats, aantallen m2, vlakken, vondsten, vondsttypen et cetera). Wanneer de in het veld aangetroffen vondsten (hoeveelheden, soorten materialen, soorten objecten en/of dateringen en conservering) significant afwijken van het PvE, is overleg nodig tussen uitvoerder, opdrachtgever, bevoegde overheid en depothouder (als eigenaar). Veldbezoek vanuit de provincie en telefonisch overleg zijn uiteraard ook mogelijk, vooral daar waar snel handelen vereist is. De depothouder geeft aan of het onvoorziene/onverwachte materiaal voor deponering in aanmerking komt. De depothouder gaat niet over het onderzoek zelf, zoals nieuwe of gewijzigde onderzoeksvragen of meer/minderwerk.

11.3

Procedure van wijziging na evaluatiefase veldwerk Als er na de evaluatiefase van het veldwerk nog ingrijpende wijzigingen optreden t.a.v. de vraagstellingen, methodiek van uitwerking, conservering of rapportage, dient dit met de bevoegde overheid, opdrachtgever en, indien van toepassing, depothouder(/eigenaar vondsten) te worden besproken. Wijzigingen worden schriftelijk of in een email vastgelegd.

11.4

Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering Wanneer de in het veld aangetroffen vondsten (hoeveelheden, soorten materialen, soorten objecten en/of dateringen en conservering) significant afwijken van het PvE, is overleg nodig tussen bevoegd gezag, opdrachtgever en depothouder (/eigenaar) op aangeven van de uitvoerder. Er vindt een overleg plaats tussen de depothouder, de opdrachtgever en de bevoegde overheid. De depothouder maakt zijn wensen t.a.v. selectie-deselectie van het onvoorziene materiaal kenbaar aan de bevoegde overheid en opdrachtgever. Zo nodig komt ook de omgang met daarmee gemoeide eventuele extra kosten aan bod. De uitvoerder van het onderzoek wordt over de uitkomsten van het overleg geïnformeerd door de bevoegde overheid. Zo nodig informeert de depothouder (/eigenaar) tevens de depotbeheerder. In principe worden wijzigingen van het PvE overeengekomen tussen opdrachtgever en bevoegde overheid en vastgelegd in een document; dit kan ook in overleg met de uitvoerder, maar elke wijziging van het PvE blijft een zaak tussen de opdrachtgever en de overheid. De uitvoerder voert de wijziging vervolgens uit namens de opdrachtgever.

Blad 32 van 38

Programma van Eisen 23 juni 2022 revisie 00 CB5

Literatuur en Bijlagen Literatuur en geraadpleegde bronnen Berendsen, H.J.A., 2004 (4e druk): De vorming van het land. Inleiding in de geologie en geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Borsboom, A.J., A. Tol & J.W.H.P. Verhagen, 2012: KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). SIKB, Gouda. Carmiggelt, A. & P.J.W.M. Schulten, 2002: Veldhandleiding Archeologie. Archeologie Leidraad 1. College voor Archeologische Kwaliteit, Zoetermeer. Sophie, G., 2019: Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen Buitendams 37-47 HardinxveldGiessendam Antea Group Archeologie 2019/69, Oosterhout. Wilgen, L.R. van, 2005. Archeologisch bureauonderzoek bestemmingsplan Giessendam 2004, Hardinxveld Giessendam, SOB-research , Heinenoord. Kaarten • Bodemkaart van Nederland, 1:50.000, STIBOKA/Alterra, Wageningen • Grote Historische Atlas (1830-1855), Wolters Noordhoff, Groningen • Geomorfologische kaart 1:50.000, Alterra, Wageningen • Kadastrale kaarten 1811-1832 (http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl) • Topografische kaart 1:25000 (http://kadata.kadaster.nl) Internet • ahn.maps.arcgis.com • beeldbank.cultureelerfgoed.nl • www.aardeopdekaart.nl • www.archis.cultureelerfgoed.nl • www.atlasleefomgeving.nl • www.pdok.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.topotijdreis.nl

Blad 33 van 38

Programma van Eisen 23 juni 2022 revisie 00 CB5

Bijlage 1. Lijst met te verwachten aantallen In verband met de aard van het onderzoek, een archeologische begeleiding is onderstaande tabel niet ingevuld Onderzoek Verwachting Omvang

Verwachte aantal m2

Vondstcategorie Aardewerk Bouwmateriaal Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen Overig natuursteen Glas Menselijk botmateriaal onverbrand Menselijk botmateriaal verbrand Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk botmateriaal verbrand Visresten Schelpen Hout Houtskool(monsters) Textiel Leer Submoderne materialen

Verwachte aantallen (N)

Monstername Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C) DNA Dendrochronologisch monster

Blad 34 van 38

Programma van Eisen 23 juni 2022 revisie 00 CB5

Bijlage 2. Overzicht te raadplegen specialisten/specialismen

Aardewerk Bouwmateriaal Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen Overig natuursteen Glas

In PvE voorschrijven “Raadplegen bij PvA” nee nee nee nee nee nee nee nee

Menselijk botmateriaal onverbrand

nee

Menselijk botmateriaal verbrand

nee

Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk botmateriaal verbrand Visresten Schelpen Hout Houtskool(monsters) Textiel Leer Submoderne materialen

nee nee nee nee nee nee nee nee nee

In PvE voorschrijven “Raadplegen bij veldwerk” nee nee nee nee nee nee nee nee Ja, mits in grafcontext Ja, mits in grafcontext Nee Nee Ja nee nee nee Ja nee nee

nee nee

nee nee

Ja Ja

nee

nee

Ja

nee

Ja

Ja

nee

Ja

Ja

nee

Ja

Ja

nee nee nee

nee Ja nee

Ja Ja Ja

Vondstcategorie

Monstername Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C) DNA Dendrochronologisch monster

Blad 35 van 38

In PvE voorschrijven “Raadplegen bij uitwerking” Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja nee

Programma van Eisen 23 juni 2022 revisie 00 CB5

Bijlage 3. Luchtfoto plangebied

Het plangebied bevindt zich binnen het rode kader. In de situatie op de foto is de bebouwing nog aanwezig. In de huidige situatie is het plangebied braakliggend, na sloop van de opstallen.

Blad 36 van 38

Programma van Eisen 23 juni 2022 revisie 00 CB5

Bijlage 4. Inrichtingsplan

Weergave van de beoogde inrichting (bron: opdrachtgever)

Blad 37 van 38

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV HEERENVEEN Postbus 24 8440 AA HEERENVEEN T. (0513) 63 43 13 E. hantzen.kremer@anteagroup.nl

www.anteagroup.nl Copyright © 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. Disclaimer Antea Group aanvaardt op generlei wijze aansprakelijkheid voor schade welke voortvloeit uit beslissingen genomen op basis van de resultaten van archeologisch (voor)onderzoek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/799/documents/26591