Buitendams 45, bijlagen bij de toelichting - bijlage 16 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling.pdf
Tekst van het document
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45
projectnummer 0452946.100 definitief 13 april 2023
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45
projectnummer 0452946.100 definitief 13 april 2023
Auteurs J. Kortbeek G. R. Oenema
Opdrachtgever BM van Houwelingen Hakgriend 26 3371 KA Hardinxveld-Giessendam
Gecontroleerd: M. Brienissen – Sterkenburg
datum 13 april 2023
beschrijving definitief
vrijgave 13 april 2023
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Waarom een vormvrije m.e.r-beoordeling? Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r-beoordeling? Leeswijzer
1 2 2 4
2
Plaats en kenmerken van de activiteit
5
2.1 2.2 2.3 2.4
Ligging en bestaand grondgebruik Kenmerken van de ontwikkeling Gevoelige gebieden Cumulatie
5 6 8 9
3
Kenmerken van het potentiële effect
10
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10
Archeologie en cultuurhistorie Bodem Externe veiligheid Geluid Natuur Water Licht Verkeer en parkeren Luchtkwaliteit Effectkenmerken
10 11 14 16 16 20 22 23 26 27
4
Conclusie
29
Bijlage: Ontheffing Wnb
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
1
Inleiding
1.1
Aanleiding BM Projectontwikkeling B.V. is voornemens de locatie aan de Buitendams 37-47 te herontwikkelen. Op de locatie staan enkele woningen, centrumvoorzieningen en een kerkgebouw. Op dit perceel, kadastraal bekend onder sectie F, nummer 2197, 1407 en 2208, worden in de toekomstige situatie 50 appartementen gerealiseerd. Ter plaatse van het plangebied is het voormalige pand van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) gelegen. De kerk is buiten gebruik en inmiddels gesloopt. In onderstaand figuur 1-1 is een luchtfoto weergegeven van de voormalige situatie van het plangebied.
Figuur 1-1: Begrenzing van het plangebied, luchtfoto voormalige situatie (Globespotter, 2018)
Voor het plangebied vigeert het bestemmingsplan 'Hardinxveld-Giessendam, bebouwd gebied' dat op 30 maart 2017 is vastgesteld door de gemeenteraad van Hardinxveld-Giessendam. Ter plaatse van het plangebied gelden diverse bestemmingen. Zo vigeert de bestemming 'Centrum – 3' ter plaatse van Buitendams 37 (37, 37a, 37b) en deels ter plaatse van het perceel Buitendams 41. De woning op het perceel Buitendams 41 is bestemd als 'Wonen' en 'Tuin'. De voormalige kerk is bestemd als 'Maatschappelijk', waarbij de twee voormalige ambtswoningen zijn aangeduid als 'bedrijfswoning'. Voor het gehele gebied is, gelet op de hoge archeologische verwachtingswaarde, de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 1' opgenomen. Voor een deel van het plangebied, nabij de Buiten Giessen, is de dubbelbestemming 'Waterstaat – waterstaatkundige functie' opgenomen. Binnen het plangebied is naast de enkel- en dubbelbestemmingen nog de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone – laagvliegroute' opgenomen. Doordat het gewenste initiatief niet mogelijk is binnen het vigerende bestemmingsplan, is een herziening noodzakelijk. De aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt in het kader hiervan opgesteld.
Blad 1 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
1.2
Waarom een vormvrije m.e.r-beoordeling? Volgens het Besluit milieueffectrapportage dient voor activiteiten van onderdeel D te worden bepaald, of er ten gevolge van de voorgenomen activiteit sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Afhankelijk van waarschijnlijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu is een milieueffectrapportage (m.e.r., de procedure) al dan niet nodig en dient er wel of geen MER (milieueffectrapport, het document) te worden opgesteld. Dit is ter beoordeling aan het bevoegd gezag. In relatie met voorgenomen ontwikkeling is categorie D 11.2 uit het Besluit milieueffectrapportage van belang: “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsplan met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen”. Er is hier sprake van vormvrije m.e.r.-beoordeling, omdat de drempelwaarden van deze categorie D 11.2 uit het Besluit milieueffectrapportage niet worden overschreden. De voorgenomen wijziging heeft namelijk geen betrekking op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het plan voorziet in maximaal 50 woningen. Het plangebied heeft een grootte van circa 1,5 hectare.
De voorgenomen activiteit blijft dus ruimschoots onder de drempel van 2.000 woningen en/of 100 hectare zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage. De activiteit is dus niet m.e.r.-beoordeling plichtig. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst, dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht.
1.3
Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r-beoordeling? Wet milieubeheer en m.e.r.-beoordeling Volgens artikel 7.16 Wet milieubeheer deelt de initiatiefnemer het voornemen mee aan het bevoegd gezag. Bij deze mededeling dient in ieder geval de volgende informatie te worden verstrekt: a. een beschrijving van de activiteit met in het bijzonder: 1) een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en voor zover relevant van sloopwerken; 2) een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn; b. een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben; c. een beschrijving, voor zover er informatie over deze gevolgen beschikbaar is, van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben ten gevolge van: 1) indien van toepassing, de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen;
Blad 2 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
2) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit. Hierbij dient ook rekening te worden gehouden met de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.richtlijn en, voor zover relevant, met de beschikbare resultaten van andere relevante beoordelingen van gevolgen voor het milieu. Voorts kan bij de mededeling een beschrijving worden verstrekt van de kenmerken van de voorgenomen activiteit en van de geplande maatregelen om waarschijnlijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden of te voorkomen. Op grond van de mededeling (het voorliggende document) neemt het bevoegd gezag uiterlijk zes weken na ontvangst een beslissing omtrent de vraag, of er bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben een milieueffectrapport moet worden gemaakt (artikel 7.17 Wet milieubeheer). Het bevoegd gezag houdt bij zijn beslissing rekening met de in bijlage III bij de EU Richtlijn MER aangegeven criteria. Criteria EU Richtlijn Op grond van de EU Richtlijn MER bijlage III (genoemd in de Wet milieubeheer, artikel 7.16) moet worden getoetst op een aantal criteria. In de voorliggende notitie vindt deze toetsing plaats. 1.
Kenmerken van de plannen Bij de kenmerken van de plannen moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a) de omvang en het ontwerp van het gehele plan; b) de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde plannen; c) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit; d) de productie van afvalstoffen; e) verontreiniging en hinder; f) het risico van zware ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het plan in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering, in overeenstemming met wetenschappelijke kennis; g) de risico's voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling). 2. Plaats van de plannen De kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de plannen van invloed kunnen zijn, moet in aanmerking worden genomen, en met name: a) het bestaande en goedgekeurde landgebruik; b) de relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied en de ondergrond ervan; c) het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: i. wetlands, oeverformaties, riviermondingen; ii. kustgebieden en het mariene milieu; iii. berg- en bosgebieden; iv. natuurreservaten en -parken;
Blad 3 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
v. vi. vii. viii.
gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG; gebieden waar de milieukwaliteitsnormen, in de wetgeving van de Unie vastgesteld en relevant voor het plan, al niet worden nagekomen of worden beschouwd als niet-nagekomen; gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang.
3. Soort en kenmerken van het potentiële effect De waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van plannen moeten, in samenhang met de onder punten 1 en 2 van deze bijlage hierboven uiteengezette criteria, in aanmerking worden genomen, met aandacht voor het effect van het plan op de in artikel 3, lid 1, uiteengezette factoren, met inachtneming van: a) de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); b) de aard van het effect; c) het grensoverschrijdend karakter van het effect; d) de intensiteit en de complexiteit van het effect; e) de waarschijnlijkheid van het effect; f) de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; g) de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde plannen; h) de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.
1.4
Leeswijzer Dit rapport volgt de indeling van bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. In hoofdstuk twee staan de kenmerken van het project en de plaats van het project centraal, in hoofdstuk drie de kenmerken van potentiële effecten. Het rapport sluit in hoofdstuk vier af met een conclusie.
Blad 4 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
2
Plaats en kenmerken van de activiteit
2.1
Ligging en bestaand grondgebruik De ontwikkeling is gesitueerd aan Buitendams 37-47 te Hardinxveld-Giessendam. Het plangebied ligt ten noorden van de Buiten Giessen aan de rand van het centrum. Ten zuiden van het plangebied, aan de andere kant van de Buiten Giessen, is het winkelcentrum van HardinxveldGiessendam gelegen. De Buitendams wordt gekenmerkt door een grote mate van functiemenging, zo zijn er bedrijven, woningen, detailhandel en overige voorzieningen gelegen. De straat Buitendams vormt de ontsluitingsroute van het plangebied. De straat is, vanaf de Weideveld, ingericht als eenrichtingsweg. Via de Molenstraat is de wijkontsluitingsweg Stationsstraat goed te bereiken. Het winkelcentrum is voor langzaam verkeer te bereiken via de ten noorden liggende brug. De ontwikkeling ligt op circa 500 meter ten noorden van de A15.
Figuur 22-1: Begrenzing plangebied
Blad 5 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
Figuur 2-2: Luchtfoto van het de omgeving van het plangebied (Bron: Cyclomedia, 2021)
Figuur 22-3: Huidige situatie plangebied (Bron: Cyclomedia, 2021)
2.2
Kenmerken van de ontwikkeling Onderhavig initiatief voorziet in de bouw van 50 appartementen met bijbehorende voorzieningen. De 50 appartementen wordt gerealiseerd in één appartementengebouw. Om een aantrekkelijk woongebied te creëren wordt in het plan gestreefd naar een volume dat wordt gelezen als een aaneenschakeling van kleinere panden, met een kleinere korrel. De volumes worden gescheiden
Blad 6 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
door aantrekkelijke buitenruimten met bijzondere aandacht voor de relatie tot de Buiten Giessen. De bovenste verdieping krijgt een setback aan de voorgevel, achtergevel en zijgevels.
Figuur 2-4: Ontwerp appartementen (SpvE, 2022)
In het kader van verdichting van het centrum van Hardinxveld-Giessendam is het plan gemaakt om de voormalige kerk en belendende percelen aan de Buitendams te transformeren tot een aantrekkelijk woongebied. Hierbij dient het plan zich te verhouden tot het historische lint, de Buiten Giessen en de centrumbebouwing van het winkelcentrum Den Bogerd. In het plangebied ontmoeten het historische lint en het centrum elkaar. De Boorstraat zorgt voor een groene driehoekvormige onderbreking van het lint. Met het transformeren van Buitendams 45 krijgt de Buiten Giessen een front ter hoogte van het winkelcentrum. Daarnaast komt er een parkeerkelder onder de ontwikkeling, maar ook nabij de omgeving worden er parkeerplaatsen gecreëerd. In figuur 2-3 is de toekomstige parkeersituatie weergegeven.
Blad 7 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
Figuur 2: Infrastructuur en parkeren plangebied (Bron: Stedenbouwkundig Programma van Eisen, 2022)
2.3
Gevoelige gebieden Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft ‘Biesbosch’ en is gelegen op circa 900 meter afstand van de beoogde ontwikkeling. De overige Natura 2000-gebieden liggen verder weg. Dit Natura 2000-gebied bevat stikstofgevoelige habitats en is daarmee relevant voor de beoordeling van het aspect stikstofdepositie. De ligging van het plangebied ten opzichte van de omliggende Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk-Nederland is in figuur 2-6 weergegeven.
Blad 8 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
Figuur 22-6: Ligging plangebied t.o.v. natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland
2.4
Cumulatie Er is geen sprake van cumulatie met andere projecten en de ontwikkeling heeft geen gevolgen voor natuurlijke hulpbronnen. Er wordt bijvoorbeeld geen grondwater onttrokken of grondstoffen in de omgeving gedolven. Er is geen sprake van de productie van afvalstoffen, anders dan regulier huishoudelijk afval.
Blad 9 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
3
Kenmerken van het potentiële effect De voorgenomen ontwikkeling heeft mogelijk invloed op het milieu. In dit hoofdstuk zijn de mogelijke milieueffecten van de voorgenomen ontwikkeling beschreven. Voor de planinformatie zijn reeds uitgevoerde onderzoeken en de aangeleverde stukken geraadpleegd. Waar nodig is de informatie aangevuld.
3.1
Archeologie en cultuurhistorie In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is door Antea Group (2019) een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Archeologie Volgens het archeologische verwachtingsmodel geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting, waarbij met name resten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd worden verwacht. Voor het plangebied – deel van de bebouwde kom- geldt dit in het bijzonder voor het mogelijk aantreffen van restanten van middeleeuwse woonheuvels. Mogelijk bevinden zich naast de resten van woonheuvels archeologische sporen van activiteiten die met de aanwezige woonheuvels in verband kunnen worden gebracht. In hoeverre de bestaande dijk verstorend heeft gewerkt op deze woonheuvels of deze juist heeft voorzien van een beschermend dek is op basis van het bureauonderzoek niet vast te stellen. Ook de dijk is daarbij overigens als archeologisch waarde aan te duiden. Booronderzoek Tijdens het onderzoek zijn op vier plaatsen boringen uitgevoerd tot circa 2,0 m-mv. De bodemopbouw bestaat voornamelijk uit zand en klei. De aangetroffen bodemopbouw en de afwisselende lagen hierbinnen lijken te behoren bij het dijklichaam. Daarbij valt op dat boring 3 afwijkt van de mate van gelaagdheid van de andere boringen.
In boring 3 lijkt sprake te zijn van een gesloopt gebouw waarvan de funderingsdiepte tot 1,8 meter minus maaiveld heeft gelegen en waarvan in de ondergrond nu alleen nog een puinlaag resteert en de daarboven aanwezige demping. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen tijdens de boringen. Wel is (kalk)mortel waargenomen en zijn enkele fragmenten baksteen gezien, mogelijk ijsselsteen. De resten gevonden tijdens boring drie lijkt van een gebouw uit de zeventiende eeuw of later te zijn. Er zijn geen duidelijke archeologische woonniveau’s of maaiveld aangetroffen. Echter kan niet worden uitgesloten dat er vanaf 1,8 meter minus maaiveld nog resten van een afgetopte woonheuvel is waargenomen. De afwezigheid van dieper gelegen laatmiddeleeuwse resten kan dus niet met zekerheid worden uitgesloten. Door de sloop en nieuwbouw kunnen de gevonden resten worden aangetast Indien de fundering alleen op staal wordt gezet en er geen parkeerkelder wordt aangelegd kan de verstoring worden geminimaliseerd zonder vervolg onderzoek. Op basis van het onderzoek is er een tweedelig advies gegeven: In het plangebied kan de bovengrondse sloop van de huidige bebouwing worden uitgevoerd zonder archeologisch vervolgonderzoek. De ondergrondse sloop dient vervolgens onder archeologische begeleiding te worden uitgevoerd. Hierbij dient tenminste één lange profielwand te worden gedocumenteerd en
Blad 10 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
moet worden vastgesteld of de lagen vanaf 1,8 meter minus maaiveld behoren tot het dijklichaam of dat het vanaf deze diepte gaat om een afgetopte woonheuvel onder de latere dijk. Indien dit laatste aan de orde is kan het noodzakelijk zijn om ook het uitgraven van de bouwkuip archeologisch te laten begeleiden. Voor het doen van gravend archeologisch onderzoek dient voorafgaand een Programma van Eisen te worden opgesteld, dat akkoord bevonden moet worden door de opdrachtgever en de bevoegde overheid. Cultuurhistorie De provincie Zuid-Holland heeft kaarten vervaardigd waarin de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) van Zuid-Holland is vastgelegd. Dit project is opgezet om het beleid en alle verantwoordelijkheden die de provincie heeft op het gebied van cultureel erfgoed - archeologie, nederzettingsgeschiedenis en landschapsbehoud - te onderbouwen en te integreren. Zo kan de waardering, de toetsing en de actieve bescherming van historische kwaliteiten worden verbeterd. De kaarten vestigen de aandacht op onder meer de landschapsvorming in het poldersysteem. Bij de planvorming van de locatie Buitendams 37-47 is rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden van het gebied. Zo maakt het plangebied onderdeel uit van een historisch lint parallel aan de Buiten Giessen. Het initiatief past binnen de stedenbouwkundige opzet van dit deel van de straat Buitendams.
Er is geen sprake van de aantasting van cultuurhistorische waarden. Conclusie Ten aanzien van archeologie wordt voor de ontwikkeling wordt een Programma van Eisen opgesteld. Deze zal worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Daarnaast wordt bij de planvorming rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden van het gebied, waardoor hier geen belangrijke nadelige milieueffecten worden verwacht.
3.2
Bodem Door Antea Group is een vooronderzoek (d.d. 7 juni 2022) en daarop volgend een afperkend en verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd (d.d. 2 december 2022). Er is vastgesteld of er sprake is van potentieel bodem verontreinigende activiteiten en/of situaties op en in de directe omgeving van de onderzoek locatie. Vooronderzoek Grond Binnen het plangebied zijn tijdens eerder uitgevoerd bodemonderzoek in 2019 (o,a.) sterk verhoogde gehalten aan lood aangetoond (plaatselijk tot 1,0 m-mv). Deze verontreinigingen zijn onvoldoende afgeperkt én voornoemd bodemonderzoek is vóór de sloop van alle gebouwen binnen het plangebied uitgevoerd. De grond onder de voormalige gebouwen (ca 40% opp. plangebied) is nooit onderzocht en aangezien 'slopen' een verdachte activiteit betreft kan de bovengrond van het plangebied als onvoldoende onderzocht worden beschouwd. Grondwater
Blad 11 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
Het grondwater is op een afwisselende diepte tussen 1,1 en 1,9 m -mv. aangetroffen (d.d. 23 april 2019). Analytisch zijn geen verhoogde concentraties aangetoond in het grondwater. Aangezien de graafwerkzaamheden, voor de realisatie van de ondergrondse parkeergarage, tot een diepte van ca. 2,5 m -mv. uitgevoerd moeten worden, zal voor het ontgraven in den droge het grondwater onttrokken moeten worden om de bouwput droog te houden (bronbemaling). Het onttrokken grondwater kan worden teruggebracht in de bodem (retourbemaling) of geloosd in oppervlaktewater, een hemelwaterriool of een vuilwaterriool. Aanbevolen wordt om dit onderwerp (bemaling) verder uit te werken en af te stemmen met bevoegd gezag. Asbest Asbestonderzoek heeft binnen het plangebied plaatsgevonden in mei 2019. Er is destijds zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond. Omdat een groot deel van de locatie niet is onderzocht, sloop na het bodemonderzoek heeft plaatsgevonden, een asbestinventarisatie van de gebouwen/woningen ontbreekt, wordt een aanvullend/verkennend asbestonderzoek aanbevolen. PFAS Op basis van eerder uitgevoerd PFAS-onderzoek in de bodem blijkt dat er verhoogde PFASgehalten (PFOS-PFOA) zijn aangetoond in de bovengrond. De bovengrond voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Altijd toepasbaar’ en ‘Wonen/Industrie’.
Aangezien de grond binnen het plangebied, voor de realisatie van de ondergrondse parkeergarage, tot een diepte van ca. 2,5 m mv. ontgraven en afgevoerd gaat worden (ca. 5.000 m3 grond) zal de grond aanvullend gekeurd moeten worden op o.a. PFAS. Hypothese Het plangebied wordt als verdacht beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging (parameters: lood, zink en asbest). Afperkend en verkennend bodem- en asbestonderzoek Algemeen De locatie ligt momenteel volledig braak en de grond wordt bedekt met hoofdzakelijk lage tot middelhoge vegetatie. Het plangebied is onverhard, maar zintuigelijk worden puin- en baksteenbrokken en verhardingstegels heterogeen verspreid aangetroffen binnen het plangebied, hoofdzakelijk langs de randen. Dit zijn restanten van de recentelijk gesloopte bebouwing binnen het plangebied dat in 2019-2020 is uitgevoerd. Op basis van de recentelijke sloopwerkzaamheden (2019-2020), in combinatie met de eerder aangetoonde sterk verhoogde gehalten aan lood en matig verhoogde gehalten aan zink in de grond (Verkennend bodemonderzoek d.d. mei 2019), is een afperkend en verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd voor ditmaal het gehele onderzoeksterrein (3.500 m2 ).
In de proefgaten/boringen binnen het onderzoeksgebied zijn, zoals verwacht, heterogeen afwijkende bodemlagen aangetroffen die duiden op de bebouwingshistorie en op bouw- en sloopafval van de voornoemde, uitgevoerde sloopwerkzaamheden. Uit de analyseresultaten is gebleken dat er wederom - net als in 2019 - sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging waarvoor een saneringsplicht geldt. Toetsing Wet bodembescherming
Blad 12 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
In de zwak tot matig puinhoudende bovengrond van twee naastgelegen proefgaten en één boring (B18, AG_13 en AG_14) zijn sterk verhoogde gehalten aan lood aangetoond. De omvang van de loodverontreiniging (> Interventiewaarde) wordt in een worst case scenario geschat op circa 300 m3 . Hiermee is binnen de onderzoekslocatie sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging conform de Wet bodembescherming en geldt er een saneringsplicht. De aanwezige sterk verhoogden gehalten aan zink en lood, kunnen niet expliciet worden toegeschreven aan voormalige (verdachte) activiteiten ter plaatse. De aangetroffen bodemvreemde bijmengingen in de bovengrond zijn niet direct te relateren aan de aangetoonde verhoogde gehalten aan lood en zink (puin, baksteen en beton). De verontreinigingen kunnen daardoor enkel worden toegeschreven aan de lange bebouwingshistorie van het terrein (minimaal sinds 1850). Op het overige deel van de onderzoekslocatie zijn licht (zware metalen en PAK) tot matig (lood) verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen aangetoond in de bovengrond. In de ondergrond zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen aangetoond (zware metalen, minerale olie en PAK).
Aangezien er een intensief onderzoek is verricht is de verontreinigingssituatie gedetailleerd in beeld gebracht en kan zowel de boven- en ondergrond binnen het terrein als voldoende onderzocht worden beschouwd. Vanwege de aangetoonde sterk verhoogde gehalten aan lood is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging conform de Wet bodembescherming en geldt er een saneringsplicht. Die graafwerkzaamheden moeten beschouwd worden als een sanerende handeling, die vooraf gemeld dienen te worden aan het bevoegd gezag. Het type verontreiniging (immobiel) past, in combinatie met de geplande nieuwbouwactiviteiten, binnen de reikwijdte van het Besluit Uniforme Saneringen (BUS). Aangezien er tevens een parkeergarage gerealiseerd gaat worden, waarbij circa 5.000 m3 grond vrijkomt, wordt het opstellen van saneringsplan (maatwerk) aanbevolen. De keuze (BUS/saneringsplan) dient verder te worden afgestemd met het bevoegd gezag (Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid). Voor het saneringsplan geldt een lange procedure. Toetsing Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van het onderzochte grond(meng)monsters zijn indicatief getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijkt dat de bovengrond, in combinatie met de analyseresultaten uit 2019, over een oppervlakte van maximaal 600 m2 (Volume 300 m3 ) op basis van loodgehaltes als ‘Niet toepasbaar’ dient te woren beschowd.
De overige bovengrond voldoet hoofdzakelijk aan de klasse ‘Industrie. De ondergrond voldoet hoofdzakelijk aan de klasse ‘Wonen’ en plaatselijk aan de klasse ‘Industrie’. De analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monster zijn eveneens indicatief getoetst aan de normen uit het geactualiseerde Handelingskader PFAS van december 2021. Hieruit blijkt dat de grond tot 1,0 m -mv. voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Wonen/Industrie’ bij de toekomstige bestemming ‘Wonen’. In een worst case scenario voldoet de volledige grondlaag tot 1,0 m -mv., op basis van de analyseresultaten van PFAS, aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. De grondlaag 1,0 t/m 3,0 m -mv. voldoet, op basis van de analyseresultaten van PFAS, aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Landbouw/Natuur’. Toetsing bodemkwaliteit nieuwe bestemming
Blad 13 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
Op de bodemkwaliteitskaart van Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid ligt de onderzoekslocatie binnen de zone met de bodemfunctie ‘Wonen’. De ontgravingskwaliteit van de boven- en ondergrond valt in de klasse ‘Industrie-heterogeen’. Op basis van de analyseresultaten uit het bodemonderzoek van 2019 en het nu voorliggende bodemonderzoek (2022) komt de vastgestelde bodemkwaliteit in grote lijn overeen met de gebiedskwaliteit. Uitzondering hierop vormt een strook binnen het onderzoeksgebied waar sterk verhoogde gehalten aan lood zijn gemeten. Voor de nieuwe woonbestemming dient de bodemkwaliteit minimaal te voldoen aan de gebiedskwaliteit en dienen er bij het toekomstig gebruik geen risico’s te zijn. De sterke verontreiniging met metalen (lood en zink) dient hiertoe te worden gesaneerd. In verband met de ontwikkeling worden er omvangrijke hoeveelheden grond (boven- en ondergrond) ontgraven waardoor, na saneren en ontgravingen aan de minimale bodemkwaliteit voor de toekomstige bestemming wordt voldaan. Asbest Visueel is er geen asbestverdacht(plaat)materiaal aangetroffen op het maaiveld en in de opgeboord grond. Analytisch is in de fijne fractie van de zwak tot matig puin- en brokken met betonhoudende bovengrond geen asbest aangetoond. Grondwater Het grondwater is op een afwisselende diepte tussen 0,8 en 1,3 m -mv. aangetroffen (d.d. 26-27 oktober).
Tijdens het verkennend bodem- en asbestonderzoek uit mei 2019 zijn analytisch geen verhoogde concentraties aangetoond in het grondwater, waardoor het niet nodig is geacht het grondwater in oktober 2022 milieuhygiënisch te onderzoeken. Aangezien de graafwerkzaamheden, voor de realisatie van de ondergrondse parkeergarage, tot een diepte van ca. 2,5 m -mv. uitgevoerd moeten worden, zal voor het ontgraven in den droge het grondwater onttrokken moeten worden om de bouwput droog te houden (bronbemaling). Het onttrokken grondwater kan worden teruggebracht in de bodem (retourbemaling) of geloosd in oppervlaktewater, een hemelwaterriool of een vuilwaterriool. Aanbevolen wordt om dit onderwerp (bemaling) verder uit te werken en af te stemmen met bevoegd gezag. Toetsing hypothese De vooraf opgestelde hypothese 'verdachte locatie' met de parameters lood en zink wordt aanvaard, vanwege het aantreffen van licht tot sterk verhoogde gehalten aan lood en licht tot matig verhoogde gehalten aan zink. De hypothese verdacht voor asbest dient te worden verworpen. Zowel visueel en analytisch is echter geen asbest aangetoond. Conclusie: Er kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen geen belangrijke nadelige milieuaspecten worden verwacht.
3.3
Externe veiligheid In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is door Antea Group (2019) een beschouwing opgesteld met betrekking tot externe veiligheid. Risicobronnen In de omgeving liggen de volgende risicobronnen:
Blad 14 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
-
-
-
De Rijksweg A15 bevindt zich ten zuiden van het plangebied, op ongeveer 450 meter van het plangebied. Over deze weg vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. o De A15 heeft ter hoogte van het plangebied een PR 10-6-contour van 46 meter. Deze contour reikt niet tot het plangebied, er wordt daarmee voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico. o De afstand tussen de A15 en het plangebied bedraagt meer dan 200 meter. De hoogte van het groepsrisico hoeft derhalve niet nader beschouwd te worden (artikel 8 Bevt). Betuweroute bevindt zich ten noorden van het plangebied op circa 1.100 meter van het plangebied. Over deze spoorlijn vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. o De Betuweroute heeft ter hoogte van het plangebied een PR 10-6-contour van 30 meter. Deze zone reikt niet tot het plangebied, er wordt daarmee voldaan aan de grens- en richtwaarden ten aanzien van het plaatsgebonden risico. o De afstand tussen de Betuweroute en het plangebied bedraagt meer dan 200 meter. De hoogte van het groepsrisico hoeft derhalve niet nader beschouwd te worden (artikel 8 Bevt). Ten noorden van het plangebied bevindt zich op ongeveer 325 meter een hogedruk aardgastransportleiding van Gasunie. Deze leiding met kenmerk W-528-01 heeft een invloedsgebied van 140 meter. Het invloedsgebied van deze leiding reikt niet tot het plangebied.
De leiding is daarmee geen relevante risicobron in relatie tot de voorgenomen ontwikkelingen.
Verantwoording groepsrisico Een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico is verplicht ten aanzien van de Rijksweg A15 en de Betuweroute. Algemene beschouwing veiligheidssituatie: Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van twee risicobronnen: de Rijksweg A15 en de Betuweroute. De afstand tussen het plangebied en deze transportroutes gevaarlijke stoffen (circa 450 meter of meer) maakt dat alleen het toxisch scenario relevant is. In deze paragraaf wordt het scenario verduidelijkt. Zelfredzaamheid. Bij een calamiteit met toxische stoffen zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. Snel reageren, naar binnen vluchten en ramen en deuren sluiten is bij dit scenario dus het algemene advies. In geval van een calamiteit met toxische stoffen is het van belang dat (ruimtes in) de geprojecteerde bebouwing bescherming biedt, nieuwbouwwoningen worden in ieder geval beschouwd als geschikte schuillocatie. Van belang daarbij is dat de (eventueel aanwezige) mechanische ventilatie centraal afgesloten kan worden (via een noodschakelaar). Dit voorkomt dat bij het optreden van een incident de ramen en deuren gesloten zijn, maar toch toxische stoffen via de ventilatie (versneld) tot het gebouw toetreden.
Mechanische ventilatie is een goedkope maatregel die bij een calamiteit met giftige stoffen zeer effectief kan zijn. Binnen het plangebied worden geen functies mogelijk gemaakt die de langdurige aanwezigheid van groepen beperkt zelfredzame personen (zoals jonge kinderen) mogelijk maken. Bestrijdbaarheid. Bij een ongeval met toxische vloeistoffen kan de brandweer, afhankelijk van de stofintensiteit en het ontwikkelscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water.
Blad 15 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
Conclusie Voor het aspect ‘externe veiligheid’ worden geen belangrijke nadelige milieueffecten verwacht.
3.4
Geluid In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek heeft gekeken naar de wegverkeerslawaai voor 50 appartementen. Onderzoek Op de locatie van het voormalige pand van de Gereformeerde kerk (vrijgemaakt) en de belendende percelen Buitendams 41 en 37, worden maximaal 50 appartementen gerealiseerd. De locatie is gelegen tussen Buitendams en Den Boogerd/Klein Diepje. Voor het project wordt een bestemmingsplan opgesteld. In verband met onderbouwing van het bestemmingsplan ‘Buitendams 45’ is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege omliggende wegen op de te projecteren woningen. Hierbij is zoals gebruikelijk uitgegaan van het toekomstig richtjaar 10 jaar na planvaststelling, 2032 in dit geval. Binnen de invloedsfeer van het plangebied vallen 2 gezoneerde wegen, namelijk de Weideveld/Thorbeckestraat en de rijksweg A15. Daarnaast bevinden er zich twee straten naast het plangebied waar de maximumsnelheid 30 km/uur is, namelijk Buitendams en Den Boogerd/Klein Diepje. Dit betekent dat er vanuit de Wet geluidhinder geen wettelijke geldende geluidgrenswaarden aan de orde zijn voor deze wegen. Desalniettemin is de geluidbelasting vanwege wegverkeer wel inzichtelijk gemaakt en geduid, om hiermee invulling te geven aan goede ruimtelijke ordening in de zin van de Wet ruimtelijke ordening.
Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van de omliggende wegen (Buitendams (30 km/uur), Rijksweg A15, Weideveld/Thorbeckestraat en Den Boogerd/Klein Diepje) afzonderlijk, op de nieuwe appartementen ten hoogste 48 dB inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh. bedraagt. Uit de resultaten blijkt dat de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden. Er is gezien de geluidbelasting vanwege verkeer op de omliggende afzonderlijke wegen, daarom sprake van een aanvaardbare geluidinvloed op voorgenomen woningen in het plangebied. Conclusie: Voor het aspect ‘geluid’ worden geen belangrijke nadelige milieueffecten verwacht.
3.5
Natuur Voor de ontwikkeling is een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd door Faunaconsult. Daarnaast is er nader onderzoek uitgevoerd door Kingfisher. Natura 2000-gebieden Figuur 3-1 laat de ligging van het plangebied zien ten opzichte van Natura 2000-gebieden en Wetlands. Het meest noordelijke deel van Natura 2000-gebied ‘Biesbosch’ is het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied in de provincie Noord-Brabant op circa 1 kilometer ten zuiden van het plangebied. Een deel van dit gebied is tevens aangewezen als wetland ‘Biesbosch Zuidwaard’ (compleet blauw aangegeven in figuur 4.2 en op 7,3 kilometer afstand van het plangebied).
Blad 16 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
‘Donkse Laagten’ bevindt zich op circa 7 kilometer van het plangebied. Andere Natura 2000gebieden liggen op meer dan 10 kilometer afstand.
Figuur 3-1: Natura 2000-gebieden (geel) en wetland ‘De Bieschbosch’ (blauw) ten opzicht van het plangebied. (Bron:www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 in Quickscan Fauna Consult, 2019).
In het kader van de Wet natuurbescherming moet worden beoordeeld of het voornemen leidt tot significante gevolgen in de Natura 2000-gebieden. Hiertoe is een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. Met behulp van het rekenprogramma AERIUS Calculator, versie 2022, is de mogelijke toename van de stikstofdepositie in beeld gebracht. Uit de berekeningen voor de realisatie- en gebruiksfase blijkt dat het voornemen niet leidt tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar op omliggende Natura 2000-gebieden. Significante gevolgen voor de habitats in Natura 2000-gebieden ten gevolge van stikstofdepositie zijn daarmee uitgesloten. Het aspect stikstofdepositie staat verdere besluitvorming derhalve niet in de weg. Natuurnetwerk Nederland Het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt op ruim 500 meter afstand ten zuiden van het plangebied.
Blad 17 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
Figuur 3-2: Ligging van het plangebied t.o.v. het Natuurnetwerk Nederland (blauw en groen). Bron: Provincie Zuid-Holland, in quickscan Fauna consult, 2019)
De ontwikkeling in het plangebied heeft, gezien de beperkte omvang, geen effect op de directe omgeving van het plangebied. Daardoor zijn significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN uitgesloten. Beschermde planten en dieren: In het plangebied komen mogelijk zoogdieren voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Zuid-Holland een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Bij de werkzaamheden in het plangebied kunnen vaste rust- en verblijfplaatsen van algemene beschermde zoogdieren worden aangetast. Individuen kunnen hierbij worden verwond of gedood. Ook bevatten een aantal gebouwen mogelijk zomerverblijven, winterverblijven, kraamverblijven en/of paarverblijven van verschillende soorten vleermuizen. Door de sloop verdwijnen mogelijk vaste voortplantings- of rustplaatsen.
Eventueel aanwezige vleermuizen kunnen daarbij bovendien worden gestoord, verwond en/of gedood. Omdat alle vleermuissoorten streng zijn beschermd, dient het voorkomen van dergelijke verblijven conform het vleermuisprotocol (Vleermuisvakberraad Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging, 2017) te worden onderzocht. Er zijn daartoe 4 onderzoeksronden nodig:
Blad 18 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
-
2 ronden (avonden) onderzoek met batdetectors in de kraamtijd waarbij er minimaal 30 dagen zit tussen de twee bezoeken. 2 ronden (1 avond en 1 ochtend) onderzoek met batdetectors in de paartijd waarbij er minimaal 20 dagen zit tussen de twee bezoeken.
Het kerkgebouw bevat daarnaast mogelijk massawinterverblijven. Conform het vleermuisprotocol dient dit gedurende twee midnachtelijke bezoeken in de periode 1 augustus – 10 september te worden onderzocht, waarbij er minsten 10 dagen zit tussen beide bezoeken. Indien blijkt dat er vleermuisverblijven aanwezig zijn, dient de functionaliteit daarvan te worden gewaarborgd. Dit houdt in dat er op aangepaste wijze wordt gesloopt en dat er nieuwe vleermuisverblijven gecreëerd moeten worden. Om vertraging te voorkomen, is het verstandig om vooruitlopend op de resultaten van het vleermuisonderzoek alvast vleermuiskasten op te hangen verspreid over de wijk. Dit dient te gebeuren aan niet te slopen gebouwen binnen een straal van 100 a 200 meter van het plangebied. Als blijkt dat er vleermuisverblijven aanwezig zijn die door de sloop zullen worden vernietigd, wordt vertraging van de werkzaamheden in de meeste gevallen voorkomen. Tevens bevinden in een aantal gebouwen zich mogelijk huismusnesten en/of gierzwaluwnesten. Wanneer de sloop tijdens het broodseizoen plaatsvindt, kan dit leiden tot sterfte van huismussen, gierzwaluwen en/of hun eieren. Voordat de gebouwen worden gesloopt dient eerst het voorkomen van huismusnesten conform Kennisdocument Huismus te worden onderzocht. Hierbij wordt voor de huismus uitgegaan van 2 ochtendbezoeken in de periode van 1 april – 15 mei.
Indient blijkt dat er huismusnesten aanwezig zijn, dan dienen voor elk nest dat verloren gaat meerdere alternatieve nestlocaties voor de huismus te worden gerealiseerd. Om vertraging te voorkomen is het verstandig om vooruitlopend op de onderzoeksresultaten al huismusnestkasten van duurzaam materiaal op te hangen. Dit dient te gebeuren onder begeleiding van een deskundige en op minder dan 200 meter rond het plangebied. Om schade aan jongen en eieren van de huismus te voorkomen, dienen woningen met nesten buiten de periode van 1 maart – 1 oktober te worden gesloopt. Voor de gierzwaluw geldt het hetzelfde. Omdat gierzwaluwnesten jaarrond beschermd zijn, dient hun voorkomen conform het Kennisdocument Gierzwaluw nader te worden onderzocht. Hierbij wordt uitgegaan van 3 avondbezoeken in de periode van 1 juni – 15 juli. Pas adat het gierzwaluwonderzoek is afgerond, mag worden begonnen met de sloopwerkzaamheden. Indien blijkt dat er gierzwaluwnesten aanwezig zijn, dient de functionaliteit daarvan te worden gewaarborgd. Dit houdt in dat er buiten de broedtijd (15 april – 31 augustus) wordt gesloopt. Voor elk nest dat zijn functie niet meer kan vervullen, dienen in de eindsituatie meerdere nieuwe alternatieve nestlocaties aanwezig te zijn. Om vertraging te voorkomen is het verstandig om vooruitlopend op de onderzoeksresultaten al gierzwaluwnesten rond het plangebied op te hangen.
Dit dient te gebeuren onder begeleiding van een deskundige en op minder dan 200 meter afstand van het plangebied. Indien uit de aanvullende onderzoeken blijkt dat er jaarrond beschermde vogelnesten of vleermuisverblijven aanwezig zijn, is het nodig een ontheffing aan te vragen, voordat er schade aan deze verblijven mag worden toegebracht. Nader onderzoek
Blad 19 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
Hierop is vervolgens door Kingfisher Natuurprojecten een naderonderzoek naar huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen uitgevoerd conform de kennisdocumenten huismus, gierzwaluw en het vleermuisprotocol 2017. De voorgenomen werkzaamheden waaronder de sloop van de woningen leiden tot het opzettelijk vernielen en of beschadigen van zes verblijfplaatsen van de gierzwaluw en één paarverblijf van de gewone dwergvleermuis. Aanvraag van een ontheffing Wet natuurbescherming voor art. 3.1 2e en 4e lid zijn noodzakelijk. Deze aanvraag is verleend en is als bijlage toegevoegd. Conclusie Er kan worden geconcludeerd dat het plan niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. Uit vervolgonderzoek naar beschermde diersoorten is gebleken dat sloopwerkzaamheden zal leiden tot het beschadigen van verblijfplaatsen van de gierzwaluw en één paarverblijf van de dwergvleermuis. Voor de sloop is een aanvraag van ontheffing Wet natuurbescherming. 3.1 2e en 4e lid noodzakelijk. Voor de daadwerkelijke sloopwerkzaamheden is deze ontheffing aangevraagd en verleend (zie bijlage). Om schade aan jongen en eieren van beide dieren te vermijden is er gesloopt buiten de broedperiodes, daarnaast zijn er kasten opgehangen als alternatieve nestlocaties om de nadelige milieueffecten te mitigeren.
Doordat de gebouwen nu gesloopt zijn is het terrein niet meer geschikt voor beschermde soorten. De compenserende en mitigerende maatregelen zijn toegepast en er is derhalve geen sprake meer van een negatief effect en staat het aspect natuur verdere besluitvorming niet meer in de weg.
3.6
Water In het plangebied zijn geen (primaire)waterkeringen, oppervlakte wateren, waterbergingen en waterlopen aanwezig, deze zijn wel aanwezig nabij het plangebied. Zie ook onderstaand figuur.
Figuur 3-3: Water in en nabij het plangebied
Blad 20 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
Langs het plangebied is de Buiten Giessen gelegen. Er worden echter geen wijzigingen aan deze situatie aangebracht. Tevens is het plangebied niet gelegen in een gebied dat is aangemerkt als attentiezone. In de nieuwe situatie worden het afvalwater en het hemelwater gescheiden aangeboden op de perceelsgrens. Om wateroverlast in het woongebied en de aangrenzende percelen te voorkomen dient het gebied klimaatbestendig te worden ingericht. Voor de inrichting van het watersysteem is de lijn ‘vasthouden-bergen-afvoeren’ het vertrekpunt, door: Gebiedseigen (neerslag)water zo lang mogelijk vast te houden; neerslagwater zoveel mogelijk in het eigen gebied te bergen; hemelwater vertraagd af te voeren. De hemelwater (hwa) en vuilwater / droogweerafvoer (dwa) systemen moeten voldoen aan de eisen die het waterschap en de gemeente daaraan stellen. De belangrijkste randvoorwaarden voor het hwa systeem zijn: voldoende bergingscapaciteit om te voorkomen dat het probleem van wateropvang afgewenteld wordt op een ander gebied en het systeem moet zo functioneren dat niemand in het gehele gebied, bestaand en nieuw, overlast van hemelwater gaat ondervinden. De maximale afvoer van water uit het plangebied mag niet meer zijn dan 1,5 l/s/ha (landelijke afvoernorm). Om hieraan te voldoen is er voldoende waterberging nodig om eerst vast te houden en vervolgens vertraagd af te voeren.
Daarvoor wordt gerekend met een ontwerpbui van T+100 + 10% ,omdat het op deze locatie gaat om berging in een voorziening in plaats van in open water. Dat laatste is op de ontwikkellocatie niet aanwezig. De berging moet berekend worden met de volgende regel: 664 m³ neerslag per hectare (ha) verhard oppervlak. Beschouwing Verhard oppervlak Voor de opvang van hemelwater dient rekening gehouden te worden met het totale verhard oppervlak van het plan. Daarbij dient gerekend te worden met een hoeveelheid neerslag van 664 m³ per ha verhard oppervlak. Waterkering Waterstaatkundige functie In het bestemmingsplan is langs de Buiten Giessen de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterstaatkundige functie’ opgenomen. Een deel van deze dubbelbestemming is gelegen in het plangebied, waaronder ook ter plaatse van de nieuwe te realiseren appartementen. Het bouwen van nieuwe gebouwen is ter plaatse van deze aanduiding in principe niet toegestaan. In het bestemmingsplan is een mogelijkheid opgenomen om hiervan af te wijken. Dit is mogelijk als de belangen van de waterstaatkundige functie van de gronden zich daartegen niet verzetten en advies is ingewonnen bij de waterbeheerder, in deze waterschap Rivierenland. In de huidige situatie is het kerkgebouw gesitueerd tegen de kade van de Buiten Giessen.
Het kerkgebouw is dan ook gelegen binnen de zone van de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterstaatkundige functie’. Het kerkgebouw wordt in de toekomstige situatie geamoveerd. De nieuw te realiseren bebouwing wordt gedeeltelijk binnen deze zone gebouwd, op ongeveer dezelfde afstand van de Buiten Giessen als het kerkgebouw. Aangezien de situatie nagenoeg gelijk blijft en er geen sprake is van een verslechterende situatie kan gesteld wordt dat er geen waterstaatkundige belangen belemmerd worden.
Blad 21 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
Met de herontwikkeling van het plangebied wordt ook de kade vernieuwd, waardoor sprake is van een verbeterende situatie. Er kan dan ook gesteld worden dat er geen waterstaatkundige belangen in het geding zijn. De Buiten Giessen is, net als in de huidige situatie, van de andere zijde bereikbaar voor onderhoud. Daarnaast wordt in het kader van het wettelijke vooroverleg, advies gevraagd aan het waterschap. Rioleringssysteem De huidige woningen en bebouwing aan de Buitendams zijn aangesloten op de aanwezige drukriolering. De nieuw te realiseren appartementen krijgen een nieuw gemaal dat zorgt voor de afvoer van het vuilwater. Waterkwaliteit Ten behoeve van de waterkwaliteit zal de voorgestelde ontwikkeling bij de aanleg zo min mogelijk gebruik maken van milieuvriendelijke bouwmaterialen en worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC zo min mogelijk gebruikt, waardoor de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater zo veel mogelijk voorkomen wordt. Deze stoffen kunnen zich namelijk ophopen in het water (bodem)systeem en hebben hierdoor een nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Overstroming: Het plangebied ligt in overstroombaar gebied in dijkring 16 met een overstromingskans van <1/100 jaar. Bij het bezwijken van een primaire waterkering moet rekening worden gehouden met een overstromingsdiepte van >2 meter.
Doordat de nieuwe bebouwing meerdere verdiepingen heeft, kan deze als een vluchtlocatie worden beschouwd in geval van een overstroming. Hittestress: Het naastgelegen oppervlaktewater heeft een verkoelend effect. Ter plaatse van het plangebied is er daarom geen risico op hittestress. Droogte: Het plan voorziet niet in de aanleg van extra oppervlaktewater. Het heeft geen invloed op droogte. Bodemdaling: Het verhard oppervlak neemt af. Dit betekent dat er meer water naar de bodem kan infiltreren. Hierdoor wordt versnelde bodemdaling tegengegaan. De nieuwe bebouwing wordt op palen gefundeerd. Het gebouw heeft daardoor minder last van bodemdaling. Conclusie Ten aanzien van het aspect ‘water’ worden geen belangrijke nadelige milieueffecten verwacht.
3.7
Licht Aanleg Uitgangspunt is dat de aanlegwerkzaamheden overdag plaatsvinden. Alleen bij bijzondere omstandigheden kan het noodzakelijk zijn om ook ’s avonds of ’s nachts te werken. Het gaat hierbij om een kans op tijdelijke lichthinder veroorzaakt door het in te zetten materieel bij de
Blad 22 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
ontwikkeling. Eventuele lichthinder is naar verwachting niet aan de orde mede gezien de ligging van het plan aan de rand van het stedelijk gebied waardoor de locatie van zichzelf al in redelijke mate verlicht is. Gebruik Het plangebied ligt in een bebouwde omgeving. Dit gebied is van zichzelf in de nacht in zekere mate verlicht. Verwacht wordt daarom dat de ontwikkeling geen significante verschillen veroorzaakt in het kader van lichtemissie ten opzichte van de huidige situatie. Conclusie Op basis van bovenstaande gegevens kan worden geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema licht.
3.8
Verkeer en parkeren In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is door RoyalHaskoningDHV (2022) een verkeersonderzoek uitgevoerd. Onderzoek Verkeersgeneratie- en afwikkeling Voor de berekening van de verkeersgeneratie is uitgegaan van de CROW-richtlijn Toekomstbestendig Parkeren. De ontwikkeling genereert circa 320 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Uit berekeningen van de verkeersgeneratie blijkt dat op de Buitendams ca. 400 motorvoertuigen per etmaal rijden. Op de Molenstraat rijden ca. 100 motorvoertuigen richting de Stationsstraat. Met een toename van ca. 320 motorvoertuigen komen deze intensiteiten op 700 tot 1.000 motorvoertuigen per etmaal op de Buitendams, en ca. 400 op de Molenstraat. Dit zijn voor erftoegangswegen met een limiet van 30 kilometer per uur acceptabele hoeveelheden verkeer, de grens dat voor dit soort type wegen aangehouden wordt is 5.000 motorvoertuigen per etmaal.
Blad 23 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
Figuur 33-4: Uitsnede RVMK Drechtsteden 2040 laag (bron: onderzoek RoyalhaskoningDHV, 2022)
Vervolgens is met een Hardersberekening van de wachttijden gekeken naar de afwikkelingscapaciteit op de twee kruispunten die als toe- en uitgang van de wijk functioneren, van de Molenstraat met de Stationsstraat en de Weideveld met de Buitendams en Thorbeckestraat. Uit de Hardersberekeningen blijkt dat bij beide kruispunten bij het op- en afrijden van de percelen geen lange wachtrijen ontstaan, de wachttijd is 0 en minder dan 15 seconden. Een veilige ontsluiting op het wegennet is dus op basis van de wachttijden mogelijk. Bij een wachttijd van langer dan 20 seconden is er pas sprake van een onacceptabele wachttijd. Doordat de kruispunten van de in- en uitrit van de ontsluiting, en die van de Buitendams met de Molenstraat beide significant minder verkeer verwerken, ontstaan er op deze kruispunten ook geen lange wachtrijen die van invloed zijn op de verkeersveiligheid. Uit de beoordeling van de effecten op de omgeving blijkt dat de breedte van de Buitendams voor de ontwikkeling doet vermoeden dat het een tweerichtingenweg betreft. Echter, is de Buitendams richting de Molenstraat en richting het Weideveld smaller dan op dit stuk, waardoor weggebruikers die de Buitendams gebruiken daar al doorhebben dat zij op een eenrichtingsstraat rijden.
Daarnaast zorgt deze breedte ervoor dat dat weggebruikers goed de parkeervakken in en uit kunnen rijden, waardoor zij niet hoeven te steken, wat ten goede komt van de verkeersveiligheid. In het geval dat de Buitendams tot aan de parkeerkelder van de ontwikkeling ingericht wordt voor tweerichtingsverkeer, zoals de gemeente Hardinxveld-Giessendam aan het onderzoeken is, is de verkeersafwikkeling op het kruispunt Buitendams – Weideveld – Thorbeckestraat nog steeds goed. Bij voldoende rijbaanbreedte is daarnaast ook geen verkeersveiligheidsrisico te verwachten, omdat verkeer elkaar goed kan passeren. Wel bestaat de mogelijkheid dat verkeer dat bij een bestemming verder dan de ontwikkeling aan de Buitendams een stuk tegen de richting in rijdt omdat dit een kortere route is. Bij onvoldoende breedte kan dit tot verkeersveiligheidsrisico’s leiden, daarnaast verwacht verkeer uit de parkeerkelder uit die richting geen verkeer.
Blad 24 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
In onderstaand figuur is de infrastructuur en parkeerplaatsen weergegeven van het plangebied.
Figuur 33-5: Infrastructuur en parkeren plangebied (Bron: Stedenbouwkundig Programma van Eisen, 2022)
Bij de in- en uitgang is het van belang dat automobilisten vanuit de parkeerkelder goed zicht hebben op aanrijdend verkeer. In het ontwerp wordt het zicht enigszins beperkt door mogelijk geparkeerde auto’s op de parkeervakken aan de Buitendams. De ontwikkelaar geeft aan te kijken naar een toegangssysteem inclusief verkeerslichten om hier een veilige situatie te creëren. Wel heeft het verkeer komende uit de parkeerkelder een plaats om horizontaal te staan voordat zij oprijden. Dit bevordert het zicht. Zie ook figuur 3-5 voor de infrastructuur en het parkeren. Uit de beoordeling van de verkeersgeneratie en de effecten op de omgeving blijkt dat de ontwikkeling veilig ontsloten kan worden op het wegennet. Parkeren De uitgangspunten voor parkeernormen van de gemeente Hardinxveld-Giessendam zijn opgenomen in de ‘Beleidsnota Parkeernormen Hardinxveld – Giessendam 2022’ welke als bijlage is toegevoegd aan het gemeentelijk Verkeers en Vervoersplan 2012-2022. Hierin wordt verwezen naar de maximum parkeerkencijfers uit CROW-publicatie 381, welke als parkeernormen worden gehanteerd. De parkeerkencijfers zijn gebaseerd op stedelijkheidsgraad en stedelijke zone. De stedelijkheidsgraad van Hardinxveld-Giessendam is ‘weinig stedelijk’. De stedelijke zone van de ontwikkellocatie is aangemerkt als centrumgebied.
In de berekening van het aantal parkeerplaatsen komt een parkeereis van 92 parkeerplaatsen. Door het plaatsen van twee deelauto’s mag de parkeernorm gereduceerd worden met 8 parkeerplaatsen, waardoor de parkeereis 84 parkeerplaatsen is. Hiervan zijn er 15 bestemd voor bezoeker parkeren. In de huidige situatie zijn er 6 bestaande parkeerplaatsen, die verdwijnen door
Blad 25 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
het realiseren van de ontwikkeling. Deze parkeerplekken worden ook teruggebracht, waardoor er in totaal 90 parkeerplaatsen gerealiseerd worden. In het plan komen deze parkeerplaatsen in een stallingsgarage met 58 parkeerplaatsen, en in de publieke ruimte komen nog eens 32 parkeerplaatsen. Conclusie De toename van de intensiteiten op de Buitendams is beperkt en de omliggende kruispunten hebben voldoende capaciteit. Daarnaast worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd, dit is geborgd via de gemeentelijke parkeernormen. Voor het aspect ‘verkeer en parkeren’ worden geen belangrijke nadelige milieueffecten verwacht.
3.9
Luchtkwaliteit Aanleg Het in te zetten materieel bij de ontwikkeling heeft een tijdelijke emissie naar de lucht. Daarnaast kan bij droge grond door verstuiving enige emissie van stof plaatsvinden. Gezien het feit dat de werkzaamheden plaatsvinden in een beperkt gebied en het tijdelijke karakter van de aanlegwerkzaamheden (en daarmee de emissies), worden de effecten op de luchtkwaliteit niet relevant (verwaarloosbaar) geacht. Gebruik Voor het voorgenomen initiatief is de Wet luchtkwaliteit (hoofdstuk 5 Wet milieubeheer) van toepassing. Deze wet is onder meer verder uitgewerkt in het Besluit en de Regeling Niet in betekende mate (NIMB). Er is volgens de ‘Regeling niet in betekende mate bijdragen’ in de Wet Milieubeheer geen onderzoek nodig voor ‘woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat’. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van circa 50 woningen. Hierdoor kan een onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit achterwege blijven en staat de luchtkwaliteit op grond van artikel 5.15, lid 1, onder c verdere besluitvorming niet in de weg.
Wel is met de NIBM-tool (versie 23-04-2022) de maximale toename van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 berekend als gevolg van het extra verkeer. De NIBM-tool gaat uit van de voor luchtkwaliteit meest ongunstige situatie en berekent daardoor het maximale effect. In onderstaande figuur is de berekening met de NIBM-tool opgenomen. In het kader van het verkeersonderzoek voor de onderhavige ontwikkeling is een van 230 per etmaal. Voor de NIBMberekening is worst-case uitgegaan van 3% vrachtverkeer.
Blad 26 van 30
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buitendams 45 projectnummer 0452946.100 13 april 2023 BM van Houwelingen
Figuur 33-6: NIBM-berekening
Tevens is het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied beoordeeld via de NSLMonitoringstool. Met de NSL-monitoringskaart (www.nsl-monitoring.nl/viewer/) is een toetsing van het plangebied met betrekking tot de luchtkwaliteit gedaan voor de jaren 2020 en 2030. In onderstaande tabel zijn de resultaten van de toetsing weergegeven. Tabel 3-1: Maximale jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in µg/m3 bij de omliggende rekenpunten aan de Buitendams en Thorbeckestraat (ID 15477731, 15479144) 2020 2030 Maatgevende grenswaarde Stikstofdioxide (NO2) 16,9