Bodemonderzoek NL.IMRO.0523.BPRIVIERDIJK44-VG01 toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestaande landschappelijke beplanting behouden t.b.v.
Terrein uitvoeren met grasbetontegels t.b.v.
inpassing camperplaatsen
groene uitstraling en tevens goede begaanbaarheid met voertuigen
Nieuw aan te brengen bufferbeplanting van streekeigen soorten met zowel struik- als boomvormers
Nieuwe haag t.b.v. afscherming en groene inkleding camperplaatsen (bijv. liguster of veldesdoorn)
G E NDW E I T
A. Camperplaatsen B. Bestaande loods gebruiken ten behoeve van stalling en opslag
Grasberm met bestaande bomen p
Bestaande bomen p
Bestaande paardenbak
p
C. Paardenstallen met B&B
p
Bestaande longeerbak
43
42
40
47
Tuin t.b.v. dagbesteding
48
p
K J DI ER VI RI
D. Bebouwing t.b.v. dagbesteding
45/44 E. Bestaande twee-onder-een-kap woningen
0
10
20m
INRICHTINGSSCHETS - RIVIERDIJK 44/45 - HARDINXVELD-GIESSENDAM © LAGENDIJK TUIN- EN LANDSCHAPSARCHITECTEN - 15 FEBRUARI 2023 - IN OPDRACHT VAN: VAN DEN HEUVEL ONTWIKKELING EN BEHEER B.V. www.lagendijkTLarchitecten.nl - Bergambacht - tel 0182 - 357077
Verkennend- en nader bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld
MEERWAARDE DOOR GRONDIGE KENNIS
Verkennend- en nader bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld Opdrachtnummer: 22MP0147
Rapport betreffende Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 Nader bodemonderzoek conform NTA 5755
Documentnummer 22MP0147-adv-01 Versie 1.0 Datum rapport 25 juli 2022 Opdrachtgever Van Loon & Zn. BV Rivierdijk 31 3372 BE Hardinxveld
Opgesteld door: M.J.M. Roeberding-de Greef
Collegiale toets: Ing. H.C.M. Bosch
Project Opdracht Document
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
SAMENVATTING ONDERZOEKSRESULTATEN 1. Locatie-aanduiding/rapportgegevens Opdrachtnummer Soort onderzoek Adres Gemeente Opdrachtgever Projectadviseur Datum rapport Status Opp. Locatie Coördinaten
: : : : : : : : : :
22MP0147 Verkennend en nader bodemonderzoek Rivierdijk 44/45 Hardinxveld Hardinxveld-Giessendam Van Loon & Zn. BV M.J.M. (Marieke) Roeberding-de Greef 25 juli 2022 definitief 7.845 m2 x: 122.043 y: 427.044
2. Aanleiding en doel verkennend bodemonderzoek Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek vormt de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Het verkennend bodemonderzoek heeft als doel het, middels een steekproef, vaststellen van de kwaliteit van de bodem. Aan de hand van het verkennend bodemonderzoek dient te worden nagegaan of op de locatie redelijkerwijs geen verontreinigende stoffen in de grond of het freatisch grondwater boven de (lokale) streef- en/of achtergrondwaarden aanwezig zijn. Naar aanleiding van het verkennende onderzoek is direct opvolgend een nader bodemonderzoek uitgevoerd, zie ook navolgend. 3. Onderzoeksstrategie Op basis van het verrichte historisch (voor)onderzoek is voor onderhavige onderzoekslocatie uitgegaan van de onderzoeksstrategie diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigde stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) uit de NEN 5740. ‘Kansrijke’ stoffen zijn dan met name zware metalen, minerale olie en PAK in de bovengrond. Deze parameters zijn opgenomen in het standaard NEN-grond pakket. Op basis van de tussentijdse resultaten is in een tweede fase, na overleg met de opdrachtgever, een nader bodemonderzoek verricht. De resultaten van beide onderzoeksfases zijn integraal opgenomen in het voorliggende rapport.
Project Opdracht Document
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
4. Uitslag van het onderzoek Tabel 1. Overschrijdingstabel grond(meng)monsters verkennend onderzoek. AnalyseTraject > AW monster (m - mv)
>T
>I
MM1
0,08 - 0,58
koper, zink, PCB’s, minerale olie
-
PAK
MM2
0,00 - 0,50
kwik, lood, zink, PCB’s
-
-
MM3
0,00 - 0,50
zink, minerale olie
-
-
MM4
0,60 - 1,50
cadmium, kwik, lood, zink, PAK
-
-
MM5
0,50 - 1,00
kobalt, nikkel, zink, minerale olie
-
-
MM6
0,00 - 0,50
zink
-
-
MM7
0,70 - 1,20
-
-
-
MM8
0,00 - 0,60
-
-
-
Tabel 2. Overschrijdingstabel grondwatermonsters. Peilbuis Filterdiepte >S (m - mv)
>T
>I
B002
1,30 - 2,30
barium
-
-
B007
1,20 - 2,20
-
barium
-
>S >T >I
: > Streefwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde
> AW >T >I
: > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde
Tabel 3. Overschrijdingstabel grondmonsters nader onderzoek. AnalyseTraject < AW > AW monster (m - mv) B001-1 B006-1 B012a-1 B012b-2 B101-2 B103-2 B105-2 B107-2 < AW > AW >T >I
0,08 - 0,58 0,08 - 0,58 0,08 - 0,20 0,15 - 0,60 0,20 - 0,70 0,15 - 0,50 0,15 - 0,40 0,20 - 0,50 : < Achtergrondwaarde : > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde
-
PAK PAK PAK PAK PAK PAK
>T
>I
-
PAK PAK -
Project Opdracht Document
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
5. Conclusie en aanbevelingen Naast lichte verhogingen aan diverse stoffen is lokaal in de bovengrond een sterke PAK-verontreiniging aangetroffen. In het grondwater van één van de twee peilbuizen is barium matig verhoogd. Op basis van het opvolgende nadere onderzoek kan worden geconcludeerd dat de omvang van de sterke verontreiniging met PAK in de bovengrond van de boring B012a in horizontale richting voldoende is ingekaderd. Daar deze boring is gestaakt op een harde laag op 0,60 m – mv, was een verticale inkadering niet mogelijk. De verwachting is echter dat de gehalten naar de diepte toe af zullen nemen. De sterke verontreiniging met PAK beperkt zich hiermee tot de puinhoudende bovengrond van de boring B012a/b. Het gaat om een diepte van 0,08 m - mv tot 0,60 m - mv. De totale omvang van de sterke verontreiniging is gering, < 25 m³. De hoeveelheid licht verontreinigde grond is natuurlijk groter. Aldus is ter plaatse géén sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Van een dergelijk geval wordt gesproken indien meer dan 25 m 3 sterk verontreinigde grond aanwezig is. In dat scenario is ook een saneringsnoodzaak in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) aanwezig. In onderhavige situatie is dit dus NIET aan de orde. Uitgangspunt is verder dat het hier een ‘historisch’ geval van verontreiniging, dat wil zeggen veroorzaakt vóór 1987, betreft.
Resumerend kan bij beoordeling van het geheel aan onderzoeksresultaten gesteld worden dat de aangetroffen bodemkwaliteit over het algemeen aanvaardbaar wordt geacht en zodoende geen belemmering vormt voor een geplande bestemmingsplanwijziging. Hierbij dient wel het volgende in acht te worden genomen: −
bij het graven in de sterke verontreiniging zal het opstellen van een plan van aanpak aan de orde zijn.
−
sterk verontreinigde grond is niet herbruikbaar. Bij toekomstige graafwerkzaamheden zal, afhankelijk van de bestemming en toepassing, bij eventuele afvoer van (potentieel) herbruikbare grond om een partijkeuring conform het protocol uit het Besluit bodemkwaliteit worden gevraagd.
−
verspreid over de onderzoekslocatie zijn in verschillende boringen bijmengingen met puin aangetroffen. Bodemlagen met puin bijmengingen ‘van onbekende oorsprong’ zijn in principe asbestverdacht. Op de locatie heeft echter nog geen verkennend asbest bodemonderzoek conform NEN 5707 of NEN 5897 plaatsgevonden. Gezien het voorgaande zal, indien het rapport in een ruimtelijke procedure gebruikt wordt, door het bevoegd gezag wel om een dergelijk onderzoek gevraagd worden.
Project Opdracht Document
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ........................................................................................................................................1
2.
RESULTATEN VOORONDERZOEK ...............................................................................................2
2.1 Ligging/omgeving...........................................................................................................................2 2.2 Huidig en toekomstig gebruik ........................................................................................................3 2.3 Voormalig bodemgebruik ...............................................................................................................3 2.3.1 Historisch kaartmateriaal ........................................................................................................3 2.3.2 Archieven Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid .....................................................................6 2.3.3 Achtergrondwaarden ..............................................................................................................7 2.3.4 Informatie betrokkenen ...........................................................................................................8 2.3.5 Eigen archieven ......................................................................................................................8 2.4 Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................................... 10 2.5 Conclusie vooronderzoek ........................................................................................................... 10 3.
OPZET VERKENNEND BODEMONDERZOEK ........................................................................... 11
3.1 3.2
Gehanteerde onderzoeksopzet verkennend bodemonderzoek ................................................. 11 Afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740 ............................................................................... 11
4.
VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................ 12
4.1 4.2 4.3 4.4
Uitvoering .................................................................................................................................... 12 Lokale bodemopbouw................................................................................................................. 12 Organoleptische beoordeling ...................................................................................................... 13 Monstername .............................................................................................................................. 13
5.
LABORATORIUMONDERZOEK VERKENNEND ONDERZOEK ................................................ 14
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Analysestrategie grondmonsters ................................................................................................ 14 Analysestrategie grondwater ...................................................................................................... 14 Toetsing analyseresultaten grond .............................................................................................. 15 Toetsing analyseresultaten grondwater...................................................................................... 15 Interpretatie onderzoeksresultaten ............................................................................................. 16
6.
NADER BODEMONDERZOEK ..................................................................................................... 17
6.1 Conceptueel model ..................................................................................................................... 17 6.1.1 Infrastructuur ....................................................................................................................... 17 6.1.2 Hydrologie ........................................................................................................................... 17 6.1.3 Gedrag en verdeling van de verontreiniging in de bodem .................................................. 17 6.1.4 Identificatie receptoren, bedreigde objecten en (verspreidingsrisico’s ............................... 18 6.1.5 Ruimtelijke ontwikkeling ...................................................................................................... 18 6.2 Onderzoeksvragen en opzet onderzoek .................................................................................... 18 6.3 Opzet onderzoek ........................................................................................................................ 18 6.4 Veldwerk ..................................................................................................................................... 19 6.4.1 Uitvoering ............................................................................................................................
19 6.4.2 Lokale bodemopbouw ......................................................................................................... 19 6.4.3 Organoleptische waarnemingen .......................................................................................... 19 6.4.4 Monstername....................................................................................................................... 20 6.5 Laboratoriumresultaten ............................................................................................................... 20
Project Opdracht Document
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
7.
INTERPRETATIE, RISICOBEOORDELING EN SPOEDEISENDHEID ....................................... 21
8.
CONCLUSIE EN ADVIES .............................................................................................................. 22
8.1 8.2 8.3
Verkennend bodemonderzoek ................................................................................................... 22 Nader bodemonderzoek ............................................................................................................. 22 Resumé ...................................................................................................................................... 23
BIJLAGEN: A) Regionale ligging onderzoekslocatie B) Situatietekening met boorpunten SIT-01 C) Fotoreportage D) Boorprofielbeschrijvingen en legenda E) Toelichting toetsingskader F) Laboratoriumcertificaten grondanalyses G) Toetsingstabellen grondanalyses H) Laboratoriumcertificaat grondwateranalyses I) Toetsingstabellen grondwateranalyses VERSIE: 1.0 Rapportage verkennend- en nader bodemonderzoek VERZENDLIJST: Van Loon & Zn. BV te Hardinxveld, t.a.v. dhr. G. van Loon; gert@vanloonhout.nl
Pagina 1 Project Opdracht Document
1.
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
INLEIDING
Door Van Loon & Zn. BV is ons bureau opdracht gegeven een verkennend bodemonderzoek uit te voeren ter plaatse van het perceel aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld. Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek vormt de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Het verkennend bodemonderzoek heeft als doel het, middels een steekproef, vaststellen van de kwaliteit van de bodem. Aan de hand van het verkennend bodemonderzoek dient te worden nagegaan of op de locatie redelijkerwijs geen verontreinigende stoffen in de grond of het freatisch grondwater boven de (lokale) streef- en/of achtergrondwaarden aanwezig zijn. Het verkennend bodemonderzoek is vooralsnog niet bedoeld om de aard en omvang van een eventuele bodemverontreiniging aan te geven. Nadat de resultaten van het verkennende bodemonderzoek bekend waren, heeft er echter direct opvolgend een nader bodemonderzoek plaatsgevonden. De resultaten hiervan zijn integraal opgenomen in voorliggende rapportage. Inpijn-Blokpoel Milieu B.V. is een onafhankelijk adviesbureau, dat milieukundige werkzaamheden uitvoert volgens de betreffende BRL SIKB protocollen: • BRL SIKB 1000: monsterneming voor partijkeuringen; • BRL SIKB 2000: veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek; • BRL SIKB 6000: milieukundige begeleiding en evaluatie bodemsanering.
De veldwerkzaamheden in het kader van onderhavig onderzoek zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000, zie hiervoor ook hoofdstuk 4. Tabel 4. Overzicht van relevante BRL(‘s).
Van toepassing zijnde BRL(‘s) Protocol 2001 Protocol 2002 Protocol 2003 Protocol 2018
Pagina 2 Project Opdracht Document
2.
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
RESULTATEN VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek is gebaseerd op de vigerende versie van de NEN 5725. Binnen het vooronderzoek is informatie omtrent navolgende onderzoeksaspecten verzameld, te weten: • huidig en toekomstig bodemgebruik; • voormalig bodemgebruik; • bodemopbouw en geohydrologie; • (financieel-)juridische situatie. Hiervoor is gebruik gemaakt van historisch en recenter kaartmateriaal, grondwaterkaarten, archieven van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (o.a. milieuvergunningen, tanks, bodemonderzoeken), alsmede onze eigen archieven. Het resultaat van het vooronderzoek is als volgt. 2.1
Ligging/omgeving
De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van diverse percelen aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld, in de gemeente Hardinxveld-Giessendam, en heeft een oppervlakte van circa 7.845 m2. De coördinaten volgens het R.D.-stelsel zijn x = 122.043 en y = 427.044. Kadastraal staan de percelen bekend onder (kadastrale) gemeente Hardinxveld-Giessendam, sectie C, nummers 5287, 5288, 5141, 4458 en 4510. Figuur 1. Kadastrale situatie.
onderzoekslocatie
Pagina 3 Project Opdracht Document
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
De locatie is gelegen in het buitengebied ten noordoosten van Boven-Hardinxveld, tussen de ‘Boven Merwede’ en het ‘Kanaal van Steenenhoek’. De Rivierdijk bevindt zich direct in zuidelijke richting. De omgeving van de locatie bestaat onder andere uit akkerland en boerderijen. De ligging van de locatie is weergegeven op de regionale overzichtskaart in de bijlage A. 2.2
Huidig en toekomstig gebruik
Ten tijde van de veldwerkzaamheden in juni 2022, is een locatie-inspectie uitgevoerd. Het terrein is in gebruik als manege. Op de locatie is onder andere een schuur, bedrijfswoning en diverse bijgebouwen aanwezig. Het buitenterrein is grotendeels verhard, het gaat dan voornamelijk om klinkers rondom de bedrijfswoning en bijgebouwen en stelconplaten op het achter terrein richting de schuur. Het toegangspad is verhard met asfalt. Het overige deel van de locatie betreft paardenbakken en/of plantsoen. Op een deel van het plantsoen is grind aanwezig. Een fotoreportage is opgenomen in bijlage C. Gepland is de bestemmingsplan wijziging. 2.3
Voormalig bodemgebruik
Uit historisch en recenter kaartmateriaal, de archieven van de omgevingsdienst en onze eigen archieven, is de navolgende relevante informatie naar voren gekomen betreffende onderhavige onderzoekslocatie en de directe omgeving hiervan. 2.3.1
Historisch kaartmateriaal
Uit het via http://topotijdreis.nl geraadpleegde kaartmateriaal is het volgende gebruik gebleken: Tabel 5. Overzicht historisch gebruik van de onderzoeklocatie. Jaartal Gebruik
Bijzonderheden
1900
het woonhuis op de locatie is reeds zichtbaar, het overige deel van de locatie betreft nog (land)bouwgrond.
-
1936
ongewijzigd gebruik ten opzichte van 1900, wel heeft er verkaveling plaatsgevonden waarbij een nieuwe sloot is gevormd. ook staan er enkele bomen ingetekend op de locatie, het lijkt hier echter niet te gaan om een boomgaard.
-
1959
het gebruik blijft ongewijzigd, wel is de sloten situatie opnieuw gewijzigd.
-
1969
de sloot welke dwars over het noordelijkdeel van de locatie liep lijkt gedempt. Het gebruik blijft ongewijzigd.
slootdemping?
2015
de schuur op het noordelijk terreindeel is voor het eerst zichtbaar, de sloot ter plaatse is gedempt.
slootdemping?
2018
de huidige bebouwingssituatie is zichtbaar.
-
Pagina 4 Project Opdracht Document
Figuur 2. Situatie 1900.
Figuur 3. Situatie 1936.
Figuur 4. Situatie 1959.
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
Pagina 5 Project Opdracht Document
Figuur 5. Situatie 1969.
Figuur 6. Situatie 2015.
Figuur 7. Situatie 2018.
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
Pagina 6 Project Opdracht Document
2.3.2
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
Archieven Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
Bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid is door ons bureau via de (digitale) omgevingsrapportagemodule informatie opgevraagd betreffende de in hun archieven beschikbare, voor het verkennend bodemonderzoek, relevante (bodem)informatie. De relevante informatie voor onderhavig onderzoek is als volgt: Van de onderzoekslocatie zijn geen eerdere bodemonderzoeken en/of bodembedreigende activiteiten bekend. In de omgeving zijn de navolgende onderzoeken uitgevoerd: Direct ten zuiden van de onderzoekslocatie is in 1995 verkennend en nader onderzoek uitgevoerd in het dijktracé. Ter plaatse werden matig tot sterke verontreinigen aangetroffen. Het ging dan met name om zink, arseen en plaatselijk PAK. In 1998 heeft een sanering van dit dijktracé plaatsgevonden, zie figuur 8. Onduidelijk is of er restverontreinigingen zijn achtergebleven ter hoogte van onderhavige onderzoekslocatie. Figuur 8. situatietekening saneringslocaties dijktracé 1998.
huidige onderzoekslocatie
Ter plaatse van Rivierdijk 33, ten zuidwesten van de onderzoekslocatie (> 50 meter), is ten behoeve van de aanleg van een nieuwe scheepswerf in 1997 een sarnering uitgevoerd. Ter plaatse was reeds sprake van een deels geïsoleerde verontreinigingssituatie met sterke verhogingen aan zware metalen en PAK. De verontreinigingen zijn deels afgegraven en deels geïsoleerd. Ter plaatse van perceel Rivierdijk 39 - 41, ten (zuid)westen van de onderzoekslocatie, op een afstand van circa 25 meter, is ten behoeve van geplande woningbouw in 2006 een verkennend- en nader bodemonderzoek uitgevoerd; kenmerk: 26.94.401. Ter plaatse bleek sprake van matige tot sterke verontreinigingen met zink, matige verontreinigingen met lood en lichte verontreinigingen met enkele metalen en PAK in de bovengrond. De ondergrond bleek slechts licht verontreinigd met zink. In het grondwater werden geen verhogingen aangetroffen met de onderzochte parameters.
Pagina 7 Project Opdracht Document
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
In 2007 is een saneringsevaluatie opgesteld. Ter plaatse is een schone leeflaag aangebracht ter isolatie van de genoemde verontreiniging, zie de onderstaande figuur 9 voor de interventiewaarde (> I) contour(en). Figuur 9. Situatietekening verkennend en naderonderzoek rivierdijk 39-41 (2006) met > I contour(en).
2.3.3
Achtergrondwaarden
Door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid is een bodemfunctiekaart opgesteld. Hieruit blijkt dat onderhavig onderzoeksterrein dubbele functies heeft. Het noordelijk terreindeel valt onder de functieklasse ‘landbouw‘ en het zuidelijk terreindeel valt onder de functieklasse ‘wonen’. Blijkens de bodemkwaliteitskaarten behoren de boven- en ondergrond van het noordelijk deel van de onderzoekslocatie tot de kwaliteitsklasse ‘achtergrondwaarde’. De boven- en ondergrond van het zuidelijkdeel van de onderzoekslocatie behoort tot de kwaliteitsklasse ‘industrie-heterogeen”. Voor zover bekend zijn voor deze regio geen eenduidige achtergrondwaarden vastgesteld. Figuur 10. (Digitale)Bodemkwaliteitskaart Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.
Pagina 8 Project Opdracht Document
2.3.4
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
Informatie betrokkenen
Uit interviews met betrokkenen zijn geen aanvullende relevante punten naar voren gekomen voor onderhavig bodemonderzoek. 2.3.5
Eigen archieven
Uit onze eigen archieven blijkt dat door ons bureau op perceel Rivierdijk 47, dit is deels óp en deels direct ten westen van onderhavige onderzoekslocatie gelegen, in 2011 een verkennend (asbest)bodemonderzoek is uitgevoerd; kenmerk 13P000247, d.d. 15-07-2011 en 01-09-2011 (versie 2 incl. nader asbest onderzoek). Destijds zijn diverse deellocaties onderzocht: A. B. C. D. E.
overig terrein; werkplaats; bovengrondse tank; slootdemping 1 en 2 puinpad.
In de figuur 11 zijn deze deellocaties weergegeven: Figuur 11. Situatietekening 13P000247.
Pagina 9 Project Opdracht Document
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
Enkel de slootdemping 2, en een deel ‘overige terrein’ zijn binnen het huidige onderzoeksterrein gelegen. De betreffende slootdemping is ook aangegeven op de situatietekening SIT-01 in de bijlage B. De slootdempingen en het puinpad zijn destijds (enkel) onderzocht op asbest. Hierbij werden asbestverontreinigingen aangetroffen, echter na een nader onderzoek bleek de gemiddelde waarde in het puinpad (ver) onder de interventiewaarde of maximale samenstellingswaarde te liggen. De resultaten van het verkennend bodemonderzoek (NEN5740) waren als volgt: Figuur 12. analyse resultaten onderzoek Rivierdijk 47, 2011, 13P000247.
De boringen A02 en A04, waarin matig tot sterk (PAK) verhoogde gehalten zijn gemeten, zijn ongeveer gelegen op de westelijke grens van het huidige onderzoeksterrein.
Pagina 10 Project Opdracht Document
2.4
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
Bodemopbouw en geohydrologie
De voorkomende deklaag bestaat uit een 10 meter dik pakket van klei- en veenlagen, welke behoren tot de Formaties van Echteld en Nieuwkoop en het Hollandveen Laagpakket. Het hieronder gelegen eerste watervoerende pakket wordt gevormd door de Formaties van Kreftenheye en Sterksel Het eerste watervoerende pakket heeft een minimale dikte van 16 meter en bestaat overwegend uit zand. Gezien de ligging van het onderzoeksterrein in een polder/uiterwaardengebied zijn er voor wat betreft het ondiepe grondwater geen isohypsenkaarten beschikbaar. Uit archief- en literatuurgegevens (grondwaterkaart TNO-DGV) valt geen eenduidige stromingsrichting af te leiden voor de regionale stroming van het grondwater in het eerste watervoerende pakket. 2.5
Conclusie vooronderzoek
Daar nabij de locatie in het verleden veelvuldig verontreinigingen met onder andere zware metalen en PAK zijn aangetoond, dient op de locatie uit te worden gegaan van de onderzoekstrategie: diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigde stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL).
Pagina 11 Project Opdracht Document
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
3.
OPZET VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
Gehanteerde onderzoeksopzet verkennend bodemonderzoek
Op basis van de doelstelling van het verkennend bodemonderzoek is de te volgen opzet gebaseerd op de "onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek", de Nederlandse Norm (NEN) 5740. Aan de hand van de beschikbare (historische) gegevens, als weergegeven in het vooronderzoek (zie hoofdstuk 2), is op locatie vermoedelijk sprake van een verminderde bodemkwaliteit. Derhalve is in het onderzoek de onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigde stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) toegepast. ‘Kansrijke’ stoffen zijn dan met name zware metalen en PAK. De onderzoeksoppervlakte bedraagt 7.845 m2. De voorgeschreven boringen zijn evenredig over het buitenterrein (zie § 3.2) verdeeld. Hierbij is wél gericht geboord in een slootdemping. Deze is al eerder onderzocht, zie ook § 2.3.5. Destijds is hierin puin aangetroffen, welke (enkel) op asbest is onderzocht. Naar aanleiding van het aantonen van een sterke verontreiniging met PAK in grondmengmonster MM1 is, in overleg met de opdrachtgever, in een tweede fase direct opvolgend een nader onderzoek uitgevoerd, zie hiervoor de hoofdstuk 6.
Opmerking Bij de interpretatie van het totaal aan onderzoeksresultaten dient, gezien de gevolgde strategie die is gericht op een indicatieve beoordeling van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden te worden met een zeker restrisico. Het kan dan gaan om het voorkomen van lokale kernen als gedempte sloten, verontreinigende stoffen in gesloten verpakkingen of slecht oplosbare stoffen voor zover dit buiten het geheel aan beschikbare (historische) gegevens valt. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. 3.2
Afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740
Ten opzichte van het gestelde in de NEN 5740 zijn onderstaande afwijkingen aan de orde. • enkele boringen zijn gestaakt voor de oorspronkelijk beoogde einddiepte. Diverse puinbijmengingen en ondoordringbare (grind) lagen zijn hiervan de oorzaak, zie § 4.1 en de boorstaten in bijlage D. Bovenstaande is tevens de reden dat boring B012 is verplaatst en opnieuw gemaakt. De overige herplaatste (a)-boringen zijn wel ter plaatse van voorgaande boringen gemaakt. • omdat het verrichten van inpandige boringen niet mogelijk was, zijn de boringen evenredig over het buitenterrein verdeeld. Omtrent de bodemkwaliteit onder het pand kan derhalve geen uitspraak worden gedaan. • in verband met het verlopen van de conserveringstermijn van enkele grondmonsters zijn een aantal boringen herplaatst en opnieuw bemonsterd. Het gaat dan om de boringen B004, B005 en B019 t/m B024. De monsters hiervan zijn op het analyse certificaat aangegeven als B004a, enz. • in verband met het voorkomen van bodemvreemde materialen (o.a. puin en/of koolassen) en/of een dusdanig gevarieerde bodemopbouw kon niet volstaan worden met de in de NEN 5740 aangegeven (minimum) aantal grondanalyses. Hiertoe is besloten een tweetal aanvullende grondanalyses uit te voeren, zie hiervoor § 5.1.
Pagina 12 Project Opdracht Document
4.
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
VELDWERKZAAMHEDEN
Inpijn-Blokpoel Milieu B.V. is gecertificeerd voor de BRL 2000 ‘veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’. De in het kader van onderhavig onderzoek verrichte werkzaamheden zijn dan ook onder dit certificaat uitgevoerd en wel conform de volgende protocollen: • • 4.1
SIKB-protocol 2001: ‘plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen’ SIKB-protocol 2002: ‘het nemen van grondwatermonsters’ Uitvoering
Ten behoeve van het bodemonderzoek zijn d.d. 9 en 22 juni 2022 door dhr. R. Kuijken en dhr. G. van Gestel in totaal vierentwintig boringen verricht, genummerd B001 t/m B024. De diepten van de boorpunten alsook de afwerking en codering zijn weergegeven in de navolgende tabel: Tabel 6. Overzicht boorgegevens. Boring Diepte in m - mv B001 B002 B003 B004 B005 B006 B007 B008 B009 B010 B011 B012 B012a B013 B014 B015 B016 B017 B018 B019 B020 B021 B022 B023 B024
1,00; gestaakt 2,30 2,50 2,50 0,50 0,58 2,20 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50; gestaakt 0,20; gestaakt 0,50 2,50; gestaakt 0,50 0,50 0,50 0,60 0,50 0,50 2,50 0,60 0,50 0,50
Filterdiepte in m - mv 1,30 - 2,30 1,20 - 2,20 -
De boringen zijn evenredig over het buitenterrein verdeeld, de boring B004 is wel gemaakt in de mogelijke slootdemping. De locaties van de boorpunten zijn ingetekend op de situatietekening SIT-01 in de bijlage B. 4.2
Lokale bodemopbouw
Tot de verkende diepte van 2,5 m - mv bestaat de bodemopbouw globaal uit een zandige en/of kleiige bovengrond en een venige ondergrond. Plaatselijk komt veel grind in de ondergrond voor. Voor een meer uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar de boorstaten in bijlage D.
Pagina 13 Project Opdracht Document
4.3
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
Organoleptische beoordeling
Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn de volgende afwijkingen ten opzichte van een ‘natuurlijke’ samenstelling van de bodem geconstateerd. Tabel 7. Overzicht aangetroffen bodemvreemde bijmengingen. Boring Diepte in m - mv
Afwijkingen
B001
0,08 - 1,00
resten puin, gestaakt
B004
0,00 - 0,50
zwak puinhoudend
B006
0,08 - 0,58
resten puin
B012
0,00 - 0,50
zwak puinhoudend, gestaakt
B012a
0,08 - 0,20
zwak puinhoudend, gestaakt
B014
> 2,50
B020
0,20 - 0,50
zwak puinhoudend
B021
0,70 - 1,50
resten puin
gestaakt
De opgeboorde grond is door de veldmedewerker globaal zintuiglijk onderzocht op de aanwezigheid van asbestverdachte bijmengingen. Hierbij zijn geen verdachte materialen waargenomen. Opgemerkt wordt echter dat hier geen onderzoek conform de NEN 5707 en/of NEN 5897 is uitgevoerd, er zijn dan ook geen proefsleuven of proefgaten gegraven. 4.4
Monstername
De boringen zijn vanaf maaiveld tot een maximale diepte van 2,5 m - mv over verschillende trajecten bemonsterd, afhankelijk van de te onderscheiden bodemlagen en organoleptische waarnemingen. Een en ander is vermeld op de boorstaten in bijlage D. Het grondwater uit de peilbuizen B002 en B007 is na goed doorpompen d.d. 14 juli 2022 door dhr. R. Kuijken bemonsterd. Conform de normeringen zijn in het veld de volgende metingen uitgevoerd: Tabel 8. Meetgegevens grondwaterbemonstering. Parameter (eenheid) Peilbuis B002 Grondwaterstand (m - mv) Geleidbaarheid (µS/cm) Troebelheid (fnu) Zuurgraad / pH Zuurstof (mg/l)
0,32 701 42,3 7,4 0,98
Peilbuis B007 0,81 2172 0,86 6,7 1,03
Er wordt op gewezen dat de waarneming van de grondwaterstand een momentopname betreft en dat het grondwaterniveau afhankelijk is van o.a. het jaargetijde, de bodemopbouw en diverse omgevingsfactoren. De gemeten troebelheid is in B002 is hoger dan wat normaal bij een grondwaterbemonstering wordt gemeten. Benadrukt wordt dat de bemonstering conform de normering is uitgevoerd. Het verhoogde gehalte is waarschijnlijk het gevolg van aanwezige humeuze bodemlagen. Hoewel de troebelheid van een grondwatermonster een invloed kan hebben op de analyseresultaten wordt, gezien de analyseresultaten, zie hoofdstuk 5, gesteld dat in dit geval het effect van de verhoogde troebelheid op de analyseresultaten verwaarloosbaar is. In B002 zijn ‘slechts’ lichte verhogingen gemeten. Bovendien worden voorafgaand aan de metalenanalysen de watermonsters in het veld gefiltreerd.
Pagina 14 Project Opdracht Document
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
5.
LABORATORIUMONDERZOEK VERKENNEND ONDERZOEK
5.1
Analysestrategie grondmonsters
De volgende grond(meng)monsters zijn in het laboratorium onderzocht: Tabel 9. Overzicht grondanalyses. AnalyseTraject monster (m - mv)
Deelmonsters (m - mv)
Analysepakket
Toelichting
MM1
0,08 - 0,58
B001 (0,08 - 0,58) B006 (0,08 - 0,58) B012a (0,08 - 0,20)
NEN-g*
zandige bovengrond, bijmengingen met puin
MM2
0,00 - 0,50
B002 (0,00 - 0,40) B009 (0,00 - 0,50) B014 (0,00 - 0,50)
NEN-g*
kleiige bovengrond, zintuiglijk onverdacht
MM3
0,00 - 0,50
B007 (0,00 - 0,40) B008 (0,00 - 0,50) B011 (0,00 - 0,50) B013 (0,00 - 0,50)
NEN-g*
zandige bovengrond, zintuiglijk onverdacht
MM4
0,60 - 1,50
B002 (0,60 - 1,10) B003 (0,60 - 1,10) B007 (1,00 - 1,50)
NEN-g*
venige ondergrond, zintuiglijk onverdacht
MM5
0,50 - 1,00
B014 (0,50 - 1,00)
NEN-g*
grindige ondergrond, zintuiglijk onverdacht
MM6
0,00 - 0,50
B004a (0,00 - 0,50) B020a (0,20 - 0,50)
NEN-g*
zandige bovengrond, bijmengingen met puin
MM7
0,70 - 1,20
B021a (0,70 - 1,20)
NEN-g*
kleiige ondergrond, bijmengingen met puin
MM8
0,00 - 0,60
B019a (0,00 - 0,50) B021a (0,00 - 0,50) B022a (0,10 - 0,60) B023a (0,00 - 0,50)
NEN-g*
zandige bovengrond, zintuiglijk onverdacht
* NEN-g = standaard analysepakket voor grond: • 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) • polychloorbifenylen (PCB’s) • Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK (10 van VROM)) • minerale olie (C10-C40) • lutum, droge- en organische stof.
5.2
Analysestrategie grondwater
De volgende grondwatermonsters zijn in het laboratorium onderzocht: Tabel 10. Overzicht grondwateranalyses. Peilbuis Filterdiepte (m - mv)
#
Analysepakket
Toelichting
B002
1,30 - 2,30
NEN-w#
geen waarneming drijflaag/troebel/geur
B007
1,20 - 2,20
NEN-w#
geen waarneming drijflaag/troebel/geur
NEN-w = standaard analysepakket voor grondwater: • 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); • vluchtige aromatische koolwaterstoffen: benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen (BTEXN); • vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl); • minerale olie (C10-C40).
Pagina 15 Project Opdracht Document
5.3
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
Toetsing analyseresultaten grond
De getoetste analyseresultaten van de in paragraaf 5.1 geselecteerde grond(meng)monsters, getoetst aan het in bijlage E beschreven vigerende toetsingskader, zijn als volgt: Tabel 11. Overschrijdingstabel grond(meng)monsters. AnalyseTraject > AW monster (m - mv)
>T
>I
MM1
0,08 - 0,58
koper, zink, PCB’s, minerale olie
-
PAK
MM2
0,00 - 0,50
kwik, lood, zink, PCB’s
-
-
MM3
0,00 - 0,50
zink, minerale olie
-
-
MM4
0,60 - 1,50
cadmium, kwik, lood, zink, PAK
-
-
MM5
0,50 - 1,00
kobalt, nikkel, zink, minerale olie
-
-
MM6
0,00 - 0,50
zink
-
-
MM7
0,70 - 1,20
-
-
-
MM8
0,00 - 0,60
-
-
-
> AW >T >I
: > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde
De laboratoriumcertificaten en de bijhorende toetsingstabellen zijn opgenomen als respectievelijk bijlage F en G. 5.4
Toetsing analyseresultaten grondwater
De getoetste analyseresultaten van de in paragraaf 5.2 geselecteerde grondwatermonsters, getoetst aan het in bijlage E beschreven vigerende toetsingskader, zijn als volgt: Tabel 12. Overschrijdingstabel grondwatermonsters. Peilbuis Filterdiepte >S (m - mv)
>T
>I
B002
1,30 - 2,30
barium
-
-
B007
1,20 - 2,20
-
barium
-
>S >T >I
: > Streefwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde
Het laboratoriumcertificaat en de bijhorende toetsingstabellen zijn opgenomen als respectievelijk bijlage H en I.
Pagina 16 Project Opdracht Document
5.5
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
Interpretatie onderzoeksresultaten
In zowel de zintuiglijk ‘onverdachte’ als ‘verdachte’ grond(meng)monsters worden overwegend ‘slechts’ lichte verhogingen aan zware metalen, PAK, PCB’s en/of minerale olie gemeten. Deze waarneming ligt in lijn met de verwachting vanuit de historie/vooronderzoek en de resultaten van het onderzoek op het (deels) naburige perceel. PCB’s (polychloorbifenylen) is een somparameter van olieachtige stoffen, die onder andere toepassing vonden als weekmaker, vlamvertrager, in pesticidenmengsels, boorolie, snijolie, motorolie en in gesloten systemen (b.v. transformatoren). De verhogingen aan minerale olie kunnen waarschijnlijk toegeschreven worden aan een storende invloed van PAK-delen. In geen van de boringen is zintuiglijk minerale olie aangetroffen. Enkel in MM1 wordt een sterke verhoging gemeten, het gaat dan om PAK. PAK (10 VROM) dient te worden gezien als een somparameter van een tiental polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Dit zijn onvolledige verbrandingsproducten die, veelal in de vorm van kooldeeltjes of -as vermengd met puin, in de grond kunnen voorkomen. Bij eerder onderzoek, zie § 2.3.5, is PAK ook al (lokaal) sterk verhoog gemeten. De lichte (B002) tot matige (B007) verhoging aan barium in het grondwater kan waarschijnlijk worden toegeschreven aan een diffuus verhoogd achtergrondniveau.
Overigens kunnen de gehalten aan enkele zware metalen in ondiep grondwater, ook zonder lokale bron, sterk in tijd en ruimte variëren. Formeel is voor de matige verhoging aan barium in het grondwater van boring B007 tevens een nader onderzoek aan de orde. Echter, barium wordt in de omgeving veelvuldig (overwegend) licht verhoogd gemeten. In B007 wordt de tussenwaarde meer nét overschreden. Wel zou een herbemonstering van de betreffende peilbuis en opvolgende bariumanalyse overwogen kunnen worden, na een langere ‘rusttijd’ worden vaak lagere gehalten gemeten.
Pagina 17 Project Opdracht Document
6.
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
NADER BODEMONDERZOEK
Uit de onderzoeksresultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat in mengmonster MM1, representatief voor de puinhoudende bovengrond, sprake is van een sterke verhoging aan PAK. De omvang van bovengenoemde verontreiniging kan nog niet worden ingeschat. Derhalve is aansluitend nader onderzoek verricht. Doel van het nader bodemonderzoek is het bepalen van de omvang, aard en concentraties van bovengenoemde verontreiniging in de vaste bodem. Op basis van de resultaten dient een uitspraak gedaan worden inzake ernst en spoedeisendheid. Hiermee kan dan bepaald worden of ter plaatse sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). Dit is het geval indien ter plaatse meer dan 25 m 3 sterk verontreinigde grond aanwezig is. Indien sprake is van een dergelijk ernstig zal middels een risicobeoordeling vastgesteld moeten worden of er, aangaande de aanwezigheid van de verontreiniging, sprake is van humane, ecologische en/of verspreidingsrisico’s. Op basis hiervan wordt de spoedeisendheid van een eventueel aanwezige saneringsnoodzaak bepaald. Het nader bodemonderzoek is uitgevoerd op basis van de Nederlandse Technische Afspraak (NTA) 5755. Conform deze afspraak is voor de verontreinigingen een conceptueel model opgesteld en is de toe te passen onderzoeksstrategie vastgesteld. 6.1
Conceptueel model
6.1.1
Infrastructuur
Ter plaatse van de boringen B001, B006 en B012a, waar mengmonster MM1 uit bestaat, is sprake van een klinkerverharding. 6.1.2
Hydrologie
De grondwaterspiegel bevindt zich, gezien de waarnemingen uit het verkennend bodemonderzoek, op een diepte van ca. 0,5 m - mv. Wel wordt opgemerkt dat het hier gaat om een momentopname, de grondwaterstand kan (sterk) wijzigen, onder ander door seizoensinvloeden. Gezien de ligging van het onderzoeksterrein in een polder/uiterwaardengebied zijn er voor wat betreft het ondiepe grondwater geen isohypsenkaarten beschikbaar. Uit archief- en literatuurgegevens (grondwaterkaart TNO-DGV) valt geen eenduidige stromingsrichting af te leiden voor de regionale stroming van het grondwater in het eerste watervoerende pakket. 6.1.3
Gedrag en verdeling van de verontreiniging in de bodem
Als reeds aangegeven is in mengmonster MM1 een sterke verhoging aan PAK aangetoond. In grondlagen van de boringen B001, B006 en B012a, waar MM1 uit bestaat, zijn bijmengingen met puin en grind aangetroffen. De sterke PAK verontreiniging kan waarschijnlijk worden gerelateerd aan de aanwezigheid van bovengenoemde bijmengingen. Gezien de aard van de verontreiniging wordt vermoed dat de PAK verontreiniging immobiel van aard is. Op basis van de verkregen analyseresultaten van het eerder verrichte bodemonderzoek kan nog geen uitspraak gedaan worden over de verontreinigingssituatie in zowel horizontale als in verticale richting. Verwacht wordt dat het gehalte aan PAK ter plaatse van de boringen B001, B006 en B012a naar de diepte, richting zintuiglijk onverdachte lagen, af zullen nemen. In de reeds uitgevoerde bodemonderzoeken zijn geen aanwijzingen verkregen dat de verontreinigingen recent zijn ontstaan. Daarom, en gezien de beschikbare informatie uit het vooronderzoek, wordt ervan uitgegaan dat hier sprake is van een zogenaamd ‘historisch’ geval van verontreiniging, dat wil zeggen veroorzaakt vóór 1987.
Pagina 18 Project Opdracht Document
6.1.4
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
Identificatie receptoren, bedreigde objecten en (verspreidingsrisico’s
Gezien de plaats waar de verontreinigingen met PAK zijn aangetroffen en de soort verontreiniging worden negatieve effecten op kwetsbare ecosystemen, beschermde diersoorten, of bedreigde objecten (kruip- en werkruimten etc.) niet waarschijnlijk geacht. De sterke verontreinigingen bevinden zich op een diepte van 0,0 tot 0,5 m - mv, op een met klinkers verhard terreindeel, derhalve bestaat er geen directe contactmogelijkheid. 6.1.5
Ruimtelijke ontwikkeling
Mogelijk is ter plaatse van/nabij de boringen B001, B006 en/of B012a sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK in de bodem. Indien in de toekomst nieuwbouw zal worden gerealiseerd, op het terreindeel alwaar zich een sterke verontreiniging bevindt, kan dit de bouw belemmeren of, gezien de noodzakelijkerwijs te volgen procedures, vertragen. Voorafgaand aan eventuele werkzaamheden in de bodem zal bij de aanwezigheid van een ‘ernstig geval’ een melding moeten worden gedaan bij het bevoegd gezag Wet bodembescherming (Wbb). Hiervoor zijn procedures, met bijbehorende proceduretermijnen, vastgesteld. 6.2
Onderzoeksvragen en opzet onderzoek
Aan de hand van het conceptueel model zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: 1. de sterke PAK-verontreiniging is gemeten in een mengmonster van de boringen B001, B006 en B012a. In welk van deze 3 boringen is deze sterke PAK-verontreiniging aanwezig? 2. wat is de totale omvang van de sterke verontreiniging met PAK in de vaste bodem ter plaatse van de boringen uit mengmonster MM1 (B001, B006 en B012a), zowel in horizontale als in verticale richting? 3. is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, dus > 25 m3 sterk verontreinigde grond, waarvoor een saneringsnoodzaak geldt in het kader van de Wet bodembescherming? 4. indien sprake is van een saneringsnoodzaak, is deze dan spoedeisend? 6.3
Opzet onderzoek
Op basis van de onderzoeksvragen is de opzet van het nader bodemonderzoek als volgt: −
in eerste instantie is een separaat deelmonsteronderzoek uitgevoerd van de boringen uit mengmonster MM1. Deze monsters waren nog, gekoeld, in het labo aanwezig. Ten behoeve van deze eerste fase zijn drie analyses uitgevoerd op PAK, inclusief organisch stof.
−
ten behoeve van de horizontale inkadering zijn in totaal acht inkaderende boringen rondom de bewuste boring, B012a, gemaakt. Deze boringen zijn genoemd B101 t/m B108, en zijn doorgezet tot een diepte van 2,0 m - mv. Daarnaast is boring B012a herplaatst, genoemd B012b1, tot een maximale diepte van 2,0 m - mv.
−
in de 2e fase zijn vijf grondmonsters geanalyseerd op de aanwezigheid van PAK, inclusief organische stof.
1
boring B012b is gestaakt op 0,6 m-mv.
Pagina 19 Project Opdracht Document
6.4
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
Veldwerk
De verrichte werkzaamheden inzake het nader bodemonderzoek zijn verricht conform het SIKB-protocol 2001 ’plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen’. 6.4.1
Uitvoering
Ten behoeve van het nader bodemonderzoek zijn d.d. 14 juli 2022 door de heer R. Kuijken in totaal acht boringen verricht, genummerd B101 t/m B108, conform het gestelde in § 6.3. In verband met een moeilijk doorboorbare en puin- en grindhoudende bodem, zijn diverse boringen gestaakt op een einddiepte < 2,0 m - mv. De uiteindelijke diepten van de boorpunten zijn weergegeven in onderstaande tabel, zie ook de boorstaten in bijlage D. Tabel 13. overzicht boordieptes nader onderzoek. Boring Diepte in m - mv B012b B101 B102 B103 t/m B106 B107 B108
0,60 0,70 0,70 2,00 1,30 0,60
De plaats van de boringen is ingetekend op situatietekening SIT-01 in de bijlage B. 6.4.2
Lokale bodemopbouw
Tot een diepte van circa 0,70 m - mv bestaat de bodemopbouw uit matig fijn tot matig grof, matig siltig, zand. Daaronder is tot de verkende diepte van 2,0 m - mv een zwak tot sterk zandige kleilaag aangetroffen. Voor een meer uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar de boorstaten in de bijlage D. 6.4.3
Organoleptische waarnemingen
Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn de volgende afwijkingen ten opzichte van een ‘natuurlijke’ samenstelling van de bodem geconstateerd: Tabel 14. Overzicht aangetroffen bodemvreemde bijmengingen nader onderzoek. Boring Diepte in m - mv Afwijkingen B12b
0,15 - 0,60
sterk puinhoudend, gestaakt
B101
0,20 - 0,70
matig puinhoudend, gestaakt
B102
0,20 - 0,70
matig puinhoudend, gestaakt
B103
0,15 - 0,50
sterk puinhoudend
B105
0,15 - 0,40 0,40 - 1,00
matig puinhoudend resten puin
B106
0,00 - 0,20
zwak puinhoudend
B107
0,20 - 0,50 0,50 - 0,80 0,80 - 1,30
zwak puinhoudend resten puin zwak puinhoudend, gestaakt
B108
0,20 - 0,50 0,50 - 0,60
zwak puinhoudend volledig puin, gestaakt
Pagina 20 Project Opdracht Document
6.4.4
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
Monstername
De boringen zijn vanaf maaiveld tot de betreffende einddiepte over verschillende trajecten bemonsterd, afhankelijk van de te onderscheiden bodemlagen en organoleptische waarnemingen. Een en ander is vermeld op de boorstaten in de bijlage D. 6.5
Laboratoriumresultaten
In onderstaande tabel is de opzet van het analytisch onderzoek opgenomen. Tabel 15. Overzicht grondanalysen. AnalyseTraject Analysepakket monster (m - mv)
Toelichting
B001-11 B006-11 B012a-11 B012b-2 B101-2 B103-2 B105-2 B107-2
zand met resten puin. zand met resten puin. zand, zwak puinhoudend zand, sterk puinhoudend zand, matig puinhoudend zand, sterk puinhoudend zand, matig puinhoudend zand, zwak puinhoudend
1 2
0,08 - 0,58 0,08 - 0,58 0,08 - 0,20 0,15 - 0,60 0,20 - 0,70 0,15 - 0,50 0,15 - 0,40 0,20 - 0,50
PAK2 PAK2 PAK2 PAK2 PAK2 PAK2 PAK2 PAK2
separate analyse deelmonsters verkennend onderzoek inclusief droge- en organische stof
In tabel 16 zijn de in de grondmonsters aangetoonde overschrijdingen van de toetsingswaarden weergegeven. Zowel de analysecertificaten als de bijbehorende toetsingstabellen van onderhavige onderzoek zijn in de bijlagen opgenomen, respectievelijk bijlage F en G. Tabel 16. Overschrijdingstabel grondmonsters nader onderzoek. AnalyseTraject < AW > AW monster (m - mv)
>T
>I
B001-1 B006-1 B012a-1 B012b-2 B101-2 B103-2 B105-2 B107-2
0,08 - 0,58 0,08 - 0,58 0,08 - 0,20 0,15 - 0,60 0,20 - 0,70 0,15 - 0,50 0,15 - 0,40 0,20 - 0,50
-
PAK PAK -
< AW > AW >T >I
: < Achtergrondwaarde : > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde
-
PAK PAK PAK PAK PAK PAK
Pagina 21 Project Opdracht Document
7.
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
INTERPRETATIE, RISICOBEOORDELING EN SPOEDEISENDHEID
Op basis van het geheel aan onderzoeksresultaten kan worden geconcludeerd dat de omvang van de sterke verontreiniging met PAK in de bovengrond van de boring B012a in horizontale richting voldoende is ingekaderd. Daar deze boring is gestaakt op een harde laag op 0,60 m – mv, was een verticale inkadering niet mogelijk. De verwachting is echter dat de gehalten naar de diepte toe af zullen nemen. De sterke verontreiniging met PAK beperkt zich hiermee tot de puinhoudende bovengrond van de boring B012a/b. Het gaat om een diepte van 0,08 m - mv tot 0,60 m - mv. De totale omvang van de sterke verontreiniging is gering, < 25 m³. De hoeveelheid licht verontreinigde grond is natuurlijk groter. Aldus is ter plaatse géén sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Van een dergelijk geval wordt gesproken indien meer dan 25 m 3 sterk verontreinigde grond aanwezig is. In dat scenario is ook een saneringsnoodzaak in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) aanwezig. In onderhavige situatie is dit dus NIET aan de orde. Uitgangspunt is verder dat het hier een ‘historisch’ geval van verontreiniging, dat wil zeggen veroorzaakt vóór 1987, betreft. De uitvoering van een risicobeoordeling in het kader van bepaling spoedeisendheid Wbb is op basis van het voorgaande derhalve niet aan de orde.
Pagina 22 Project Opdracht Document
8.
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
CONCLUSIE EN ADVIES
Onderhavig terrein is in verband met de voorgenomen bestemmingsplan wijziging onderzocht volgens de richtlijnen uit de NEN 5740 (verkennend bodemonderzoek). Gezien een aangetroffen PAKverontreiniging is in een 2e fase een nader bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten van beide onderzoeken zijn als volgt. 8.1
Verkennend bodemonderzoek
Op basis van de beschikbare gegevens is voor het verkennende onderzoek uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigde stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL). Zintuiglijk zijn in de bodem tot een maximale diepte van 1,5 m - mv puin bijmengingen aangetroffen. Analytisch zijn in de bovengrond lichte verontreinigingen met zware metalen, minerale olie en PCB’s, en, lokaal (MM1), een sterke verhoging aan PAK aangetoond. De ondergrond is ten hoogste licht verontreinigd met zware metalen, PCB’s en PAK. In het grondwater komt barium licht (B002) tot matig (B007) verhoogd voor. Het geheel aan onderzoeksresultaten geeft aanleiding de gestelde hypothese te handhaven. Het criterium voor nader onderzoek word voor de sterke verhoging aan PAK in de vaste bodem en de matige verhoging aan barium in het grondwater overschreden. Voor de sterke PAK verhoging is in een tweede fase een nader onderzoek uitgevoerd, de resultaten zijn hieronder in § 8.2 weergegeven. 8.2
Nader bodemonderzoek
In het nadere onderzoek zijn eerst de deelmonsters uit MM1 separaat op PAK geanalyseerd. Vervolgens zijn inkaderende boringen en PAK-analysen uitgevoerd. Uit het nader onderzoek blijkt dat de sterke verontreiniging met PAK zich beperkt zich tot de puinhoudende bovengrond van de boring B012a/b. Het gaat om het traject van 0,08 tot 0,60 m - mv. Daar deze boring is gestaakt op 0,60 m - mv was een verdere verticale inkadering niet mogelijk. De verwachting is echter dat de gehalten naar de diepte toe af zullen nemen De totale omvang van de sterke verontreiniging is hiermee gering, < 25 m³. De hoeveelheid licht verontreinigde grond is natuurlijk groter. Aldus is ter plaatse géén sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Van een dergelijk geval is sprake indien meer dan 25 m³ sterk verontreinigde grond aanwezig is. In dat geval wordt gesproken over een saneringsnoodzaak in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). In onderhavige situatie is dit dus NIET aan de orde.
Pagina 23 Project Opdracht Document
8.3
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 22MP0147-adv-01 [versie 1.0]
Resumé
Resumerend kan bij beoordeling van het geheel aan onderzoeksresultaten gesteld worden dat de aangetroffen bodemkwaliteit over het algemeen aanvaardbaar wordt geacht en zodoende geen belemmering vormt voor een geplande bestemmingsplanwijziging. Hierbij dient wel het volgende in acht te worden genomen: −
bij het graven in de sterke verontreiniging zal het opstellen van een plan van aanpak aan de orde zijn.
−
sterk verontreinigde grond is niet herbruikbaar. Bij toekomstige graafwerkzaamheden zal, afhankelijk van de bestemming en toepassing, bij eventuele afvoer van (potentieel) herbruikbare grond om een partijkeuring conform het protocol uit het Besluit bodemkwaliteit worden gevraagd.
−
verspreid over de onderzoekslocatie zijn in verschillende boringen bijmengingen met puin aangetroffen. Bodemlagen met puin bijmengingen ‘van onbekende oorsprong’ zijn in principe asbestverdacht. Op de locatie heeft echter nog geen verkennend asbest bodemonderzoek conform NEN 5707 of NEN 5897 plaatsgevonden. Gezien het voorgaande zal, indien het rapport in een ruimtelijke procedure gebruikt wordt, door het bevoegd gezag wel om een dergelijk onderzoek gevraagd worden.
BIJLAGE A Regionale ligging onderzoekslocatie
Project Opdracht Betreft
Rivierdijk 44-45 te Hardinxveld Giessendam 22MP0147 Regionale ligging onderzoekslocatie
N
BIJLAGE B Situatietekening met boorpunten SIT-01
'
\
1 1 1
•
B020
•
B018
o-P
,u.� � <')
\
8\ Foot"'
.-::,�\\1� \ L \• u\ f
B
�\
B016 s\o t gedef!\?\e \
08 - 58
•som
B006
08 - 58
20 - 70
20 - 50
15 - 50 08 - 20 15 - 60
50m
15 - 40
Opdrachtomschrijving/ locatie:
Omschrijving tekening:
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de
Situatietekening
• Nader onderzoek
Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld Giessendam
lnplJn
INGENIEURS
BLOKPOeL
Bewerkt:
ABS
Schaal:
1 : 1 000
Opdrachtnummer:22MP0147
Datum:
27 juli 2022
Formaat:
A3
BIJiage:
Deze situatietekening dient om inzicht te geven in de locatie van de meet· en onderzoekspunten. De tekening dient niet voor andere doeleinden te worden gebruikt.
SIT-01 22MP0147
BIJLAGE C Fotoreportage
Project Opdracht Betreft
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 Foto’s
F001
F002
F003
F004
F005
F006
Genomen op: 9 juni 2022
Project Opdracht Betreft
verkennend bodemonderzoek aan de Rivierdijk 44/45 te Hardinxveld 22MP0147 Foto’s
F007
F008
F009
F010
F011
Genomen op: 9 juni 2022
BIJLAGE D Boorprofielbeschrijvingen en legenda
Opdracht: 22MP0147 Project: Hardinxveld, Rivierdijk 44-45
Boring: B001
Boring: B002
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
9-6-2022 Rob Kuijken 122031.50 427200.18 -0.587
GWS cm - mv:
80
9-6-2022 Rob Kuijken 122029.33 427071.05 -0.355
0.00 0.08
klinker
Zand, matig grof, matig siltig, sterk grindig, resten puin, neutraal grijsbeige, Edelmanboor, Gestaakt
1 -1.00
0.00
gras
0.40
Klei, matig siltig, matig humeus, resten wortels, sporen roest, donker grijsbruin, Edelmanboor
Volledig klinkers, Schep 1 -1.00
2
2
0.60
Klei, matig siltig, neutraal grijsblauw, Edelmanboor Veen, sterk kleiïg, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
3 1.00
4
-2.00
5
2.30
Boring: B003
Boring: B004
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
9-6-2022 G van Gestel 122057.60 427043.79 -0.3
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
22-6-2022 G van Gestel 122043.51 427111.09 -0.583
GWS cm - mv:
40
GWS cm - mv:
100
0.00
1 0.40
2
0.60
-1.00 3
gras
0.00
Zand, matig grof, matig siltig, zwak humeus, resten wortels, laagjes klei, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, zwak puinhoudend, neutraal bruingrijs, Schep
1 -1.00
Zand, matig grof, matig siltig, resten schelpen, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
grind
0.50
Klei, matig siltig, matig humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
2 1.00
Veen, sterk kleiïg, donker grijsbruin, Edelmanboor -2.00
1.50
-2.00
Veen, zwak kleiïg, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
5
Veen, zwak kleiïg, donker grijsbruin, Edelmanboor
3
4
4
6
5 -3.00
2.50
INPIJN-BLOKPOEL
2.50
Opdracht: 22MP0147 Project: Hardinxveld, Rivierdijk 44-45
Boring: B005
Boring: B006
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
22-6-2022 Rob Kuijken 122056.65 427177.00 -0.491
0.00
1
0.20
2 0.50
gras
0.00 0.08
Klei, sterk zandig, matig humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, zeer grof, matig siltig, zwak grindig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
1 0.58
-1.00
Boring: B007
Boring: B008
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
9-6-2022 G van Gestel 122023.49 427060.07 -0.339
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
GWS cm - mv:
70
0.00
grind
0.40
Zand, matig grof, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
1
2 -1.00
0.70
3 1.00
4
Zand, zeer grof, matig siltig, zwak grindig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor Zand, zeer grof, matig siltig, zwak grindig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor
5
2.20
INPIJN-BLOKPOEL
klinker Volledig klinkers, Schep Zand, matig grof, matig siltig, sterk grindig, resten puin, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
9-6-2022 Rob Kuijken 122026.53 427038.88 -0.404
0.00
Veen, sterk kleiïg, donker grijsbruin, Edelmanboor -2.00
9-6-2022 Rob Kuijken 122035.95 427079.69 -0.436
grind Zand, matig grof, matig siltig, sterk grindig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
1 0.50
Opdracht: 22MP0147 Project: Hardinxveld, Rivierdijk 44-45
Boring: B009
Boring: B010
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
9-6-2022 Rob Kuijken 122030.54 427024.04 0.253
0.00
grind
0.00
Klei, sterk zandig, sterk grindig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
1
0.00
9-6-2022 Rob Kuijken 122054.96 427011.39 3.167
1
3.00
0.20
2 0.50
0.50
Boring: B011
Boring: B012
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
9-6-2022 Rob Kuijken 122049.55 427034.00 0.014
0.00
0.00 1
0.50
INPIJN-BLOKPOEL
Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, matig siltig, neutraal cremebeige, Edelmanboor
9-6-2022 Rob Kuijken 122033.86 427046.39 -0.322
gras Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, matig grindig, donker grijsbruin, Edelmanboor
tuin
0.00
grind
0.50
Zand, matig fijn, matig siltig, matig grindig, zwak puinhoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor, Gestaakt
1
Opdracht: 22MP0147 Project: Hardinxveld, Rivierdijk 44-45
Boring: B012a
Boring: B012b
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
9-6-2022 Rob Kuijken 122043.31 427044.67 -0.288
0.00 0.08
1
0.20
klinker Volledig klinkers, Edelmanboor
1
Zand, matig fijn, matig siltig, matig grindig, zwak puinhoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor, Gestaakt
0.00 0.08 0.15
0.60
Boring: B014
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
9-6-2022 Rob Kuijken 122045.16 427058.62 -0.58