Bijlagen bij de toelichting Bijlage 7 Nota van beantwoording inspraakreacties.pdf
Tekst van het document
Hardinxveld‐Giessendam Voorontwerpbestemmingsplan ‘Pieter de Hooghstraat’
Nota van beantwoording inspraakreacties
identificatie projectnummer:
datum:
NL.IMRO.0523.BP2022PDEHOOGH
2 september 2022
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1.
Inleiding
4
Hoofdstuk 2.
Vooroverleg
5
2.1. 2.2. 2.3.
Provincie Zuid Holland Waterschap Rivierenland Veiligheidsregio ZHZ
Hoofdstuk 3. 3.1. 3.2. 3.3.
Inspraakreactie 1, Inspraakreactie 2, Inspraakreactie 3,
Hoofdstuk 4. 4.1. 4.2.
Inspraakreacties
Wijzigingen in het bestemmingsplan
Ambtshalve wijzigingen Wijzigingen beantwoording inspraakreacties
5 7 8
9 9 11 12
14 14 14
3
p
Inleiding
4
Inleiding
Hoofdstuk 1.
Inleiding
Het voorontwerp voor bestemmingsplan Pieter de Hoogh van de gemeente Hardinxveld‐Giessendam is op gebruikelijke wijze ter inzage gelegd voor het indienen van inspraakreacties, zoals voorgeschreven in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en artikel 3.16 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Pieter de Hoogh bestaat uit 14 woningen en is de laatste fase van de ontwikkelingen in het gebied Mor‐ genslag/Regenboogschool/Pieter de Hoogh. Locatie Pieter de Hoogh is specifiek bedoeld voor kopers die starten op de woningmarkt. Op 23 maart 2022 is tijdens een bewonersavond het plan gepresenteerd. Veel bezoekers zijn gekomen om kennis te nemen van de plannen en meer over de planning en verkoop te horen. Ook zijn bezoekers langs gekomen om hun zorgen te uiten over de aansluiting op de bestaande wijk met name ten aanzien van de aspecten privacy en geluidsoverlast. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van donderdag 31 maart 2022 tot en met donderdag 28 april 2022 voor eenieder ter inzage gelegen. Tevens was het ontwerpbestemmingsplan digitaal raadpleegbaar op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende deze termijn van 4 weken zijn belanghebbenden en be‐ langstellenden in de gelegenheid gesteld zijn of haar inspraak in te dienen. Gedurende deze periode zijn er enkele inspraakreacties ontvangen op het voorontwerpbestemmingsplan.
Alle ingediende inspraakreacties zijn ambtelijk behandeld en bestuurlijk voorbesproken. In deze nota zijn de inspraakreacties betreffende het voorontwerpbestemmingsplan samengevat en voor‐ zien van een gemeentelijke reactie. Per inspraakreactie is aangegeven of de inspraakreactie geheel of gedeeltelijk gegrond of ongegrond is. Daarnaast is aangegeven of de betreffende reactie aanleiding geeft tot wijzigingen in het ontwerpbestemmingsplan. Tevens zijn in het laatste hoofdstuk enkele ambtshalve wijzigingen en wijzigingen naar aanleiding van inspraakreacties in het bestemmingsplan opgenomen.
5
Vooroverleg
Hoofdstuk 2.
Vooroverleg
Over het voorontwerpbestemmingsplan “Pieter de Hoogh” zijn conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg geïnformeerd: Provincie Zuid‐Holland Waterschap Rivierenland Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zuid‐Holland Zuid Gasunie Stedin Oasen De volgende instanties hebben schriftelijk een reactie gegeven: Waterschap Rivierenland Provincie Zuid‐Holland Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zuid‐Holland Zuid ProRail De binnengekomen vooroverlegreacties zijn hierna samengevat weergegeven.
2.1.
Provincie Zuid Holland
Samenvatting Provincie heeft drie punten t.a.v. het voorontwerp bestemmingsplan: 1. Voldoende sociale huurwoningen Op grond van de Omgevingsverordening Zuid‐Holland moet een bestemmingsplan dat een nieuwe ste‐ delijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt voorzien in voldoende sociale huurwoningen. Provincie verzoekt in de toelichting van het bestemmingsplan in te gaan op het aantal sociale huurwo‐ ningen dat mogelijk gemaakt wordt in het plan en hoe dit zich verhoudt tot het criterium ‘voldoende so‐ ciale huurwoningen’ (artikel 6.10, lid 2). In deze motiveringmoet in ieder geval worden opgenomen welke aantallen/percentages worden gezien als voldoende sociale huurwoningen en wat dit betekent voor dit plangebied. Het uitgangspunt hiervoor is uw door GS aanvaarde regionale woonvisie. Het bestemmingsplan Pieter de Hooghstraat maakt het bouwen van 14 sociale woningen mogelijk. In het midden gelaten wordt of dit sociale koop, dan wel sociale huurwoningen worden. In het verlengde van het voorgaande zal zo nodig aangegeven moeten worden of het bij de realisatie gaat om sociale koop of huur. 2. Parkeernorm sociale huur In de herziening van 15 maart 2022 van de Omgevingsverordening Zuid‐Holland is artikel 6.10b toege‐ voegd.
Dit artikel stelt dat een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe sociale huurwoningen een par‐ keernorm van maximaal 0,7 per sociale huurwoning hanteert. Afwijken hiervan is mogelijk op basis van op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren. De CROW parkeerrichtlijnen zien wij
6
Vooroverleg
hierbij niet als op de lokale situatie afgestemde regels of beleid. De doelstelling achter dit artikel is om de realisatie van meer woningen binnen plannen mogelijk te maken. Het voorontwerp voor het bestemmingsplan Pieter de Hooghstraat maakt de realisatie van 14 sociale koop‐ of huurwoningen mogelijk. Het is nog niet bepaald wat de verdeling gaat worden. Uit paragraaf 7.8.2 van de toelichting blijkt dat er 1,4 parkeerplaats per woning voorzien is binnen dit plan. Op basis van de provinciale parkeernorm voor sociale huurwoningen ziet indiener mogelijkheden om het aantal woningen in dit plan te verhogen. Bijvoorbeeld door het bouwen van beneden‐bovenwonin‐ gen. Met hetzelfde aantal parkeerplaatsen zou dan maximaal ruimte zijn voor 28 woningen in plaats van de huidige 14. Alhoewel net buiten de begrenzing van de stationsomgeving zoals bedoeld in artikel 6.10c en afgebeeld op kaart 22 van de Omgevingsverordening Zuid‐Holland, wordt hiermee ook ingespeeld op de relatieve nabijheid van het aanwezige HOV (treinstation) in Boven‐Hardinxveld. 3. Klimaatadaptatie Artikel 6.35a van de Omgevingsverordening Zuid‐Holland stelt dat in een bestemmingsplan rekening ge‐ houden dient te worden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering ten aanzien van: water‐ overlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte en droogte.
Tevens stelt het artikel dat er reke‐ ning gehouden dient te worden met de effecten van voorgenoemde risico’s in relatie tot het risico op bodemdaling. De toelichting van het bestemmingsplan Pieter de Hooghstraat biedt nog geen inzicht (in) hoe(verre) mogelijke risico’s van klimaatverandering kunnen worden voorkomen en/of beperkt, dan wel aanvaard‐ baar worden geacht, bij realisatie van beoogde woningbouwontwikkeling. Wij verzoeken u om een toelichting te geven op de klimaatrisico’s voor het plangebied en welke maatre‐ gelen en/of voorzieningen zijn overwogen en/of genomen, met een toelichting op eventuele afwegingen om maatregelen en/of voorzieningen niet te treffen. Conclusie Op basis van de aangeboden gegevens heeft Provincie geconstateerd dat het plan op bovengenoemde punten onvoldoende rekening houdt met de betrokken provinciale ruimtelijke belangen en Provincie verzoekt daarom om het plan op deze onderdelen aan te passen.
Beantwoording gemeente 1. Sociale huurwoningen Wij delen het belang voor passende en voldoende huisvesting voor de doelgroepen van woningcorpora‐ ties. De regionale woonvisie "Goed wonen in de Drechtsteden" verbindt de kwalitatieve ambities van aansprekende woningen en dito woonmilieus aan de kwantitatieve ambitie, om volop in de woningbe‐ hoefte te kunnen voorzien. Daarbij is er aandacht voor de kwaliteit van bestaande wijken en de sprei‐ ding en kwaliteit van de sociale sector over de regio. De gemeente Hardinxveld‐Giessendam heeft de regionale woonvisie van de Drechtsteden niet vastgesteld. Wel heeft zij een zienswijze ingediend, waarin Hardinxveld‐Giessendam de kwalitatieve ambities en groei uit de regionale woonvisie onder‐ schrijft. Met betrekking tot de volkshuisvestelijke taak qua sociale huurwoningen is er in de regionale woonvisie gekozen voor een pas‐op‐de‐plaats beleid. Deze keuze wordt ondersteund door onze recente Woningmarktanalyse Drechtsteden 2020‐2040 van het bureau RIGO. Daarnaast zijn er sterke regionale en lokale verschillen en begrijpen wij uw streven van onder meer een beter spreiding van de sociale voorraad over de regio. Echter maatwerk is zeer belangrijk. In de ge‐ meente Hardinxveld‐Giessendam staan ruim 2.000 corporatiewoningen, dit is 28% van de totale wo‐
7
Vooroverleg
ningvoorraad. Wij richten ons met name op de vernieuwsopgave in de sociale sector, de opgave om so‐ ciale huurwoningen toe te voegen is beperkt. Tenslotte zien wij de opgave van voldoende huisvesting voor een deel van de doelgroep van de woningcorporatie ook in de sociale koopsector (tot €200.000). Dit goedkope segment is vooral in trek bij (alleenstaande) starters: zij willen in kleine grondgebonden woningen of appartementen/studio's wonen. Dat aanbod is er nu weinig in Hardinxveld‐Giessendam. Deze twee categorieën (sociale huur/sociale koop) zien we dus voor een deel als uitwisselbaar. Met als resultaat dat de gewenste 30% sociale woningvoorraad zeker wordt behaald/overschreden tot en met 2030. Het bestemmingsplan Pieter de Hooghstraat maakt het bouwen van 14 sociale koopwoningen mogelijk. Er is zoals hierboven aangegeven een tekort aan dit goedkope segment en om juiste doelgroep te bedie‐ nen, te weten de corporatie doelgroep, hebben we ervoor gekozen om woningen (als pilot) met een KoopStart regeling aan te bieden. Dit houdt in dat de woningen worden verkocht middels een uitge‐ stelde betaling op de grondprijs. Om te voorkomen dat de woningen als beleggingsobject worden ge‐ kocht wordt in het koopcontract tevens een zelfbewoningsplicht en anti‐speculatie beding opgenomen.
Ook is er een voorrangsbeleid aan gekoppeld om dit tegen te gaan en waarbij een inkomenseis wordt opgelegd. Kortom met deze woningen bedienen we de sociale (corporatie) doelgroep. 2. Parkeernorm Het college heeft op 21 juni 2022 de "Beleidsregels parkeernormen Hardinxveld‐Giessendam 2022" vast‐ gesteld. Dit is het lokale beleid over het toepassen van parkeernormen. Deze beleidsregels worden/zijn op 29 juni 2022 gepubliceerd in het Gemeenteblad. Sterke verstedelijking past niet bij dorpse karakter van Boven‐Hardinxveld. Daarnaast, 28 woningen zou niet passend zijn voor huidige locatie en door de hogere nok‐ en/of goot‐ hoogte tot nieuwe problemen met licht en geluid leiden. Tevens valt de locatie ruim 150 meter buiten de 800 meter straal van de begrenzing van een HOV halte. 3. Klimaatadaptatie Het voorliggende plan is ‐ evenals het aangrenzende plan ‐ voorzien van voldoende berging. De berging is berekend op een bui T = 100 + 10 %. Het vloerpeil van de woningen is 0,25 m hoger dan het peil van de weg. Hierdoor is er een extra buffer voor zeer extreme neerslag. De restzettingseis die wij stellen aan woningbouwlocaties is 0,10 m over een periode van 30 jaar. Hiermee wordt het risico van bodemdaling zoveel mogelijk beperkt. Voorts zal de gemeente in de tender punten toekennen aan ontwikkelaars die bovenop de eisen uit het Bouwbesluit extra maatregelen treffen voor klimaatadaptatie.
Aanpassing De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel worden enkele suggesties meegenomen in de planuitwerking.
2.2.
Waterschap Rivierenland
Samenvatting Waterschap Rivierenland heeft d.d. 29‐3‐2022 een mondelinge reactie gegeven: 1. De verwijzing naar het beleid van het Waterschap is verouderd. Een verwijzing naar het nieuwe be‐ leid van het Waterschap is nodig. 2. De berekening voor de benodigde watercompensatie o.b.v. het meest recente beleid moet nog worden doorgegeven. 3. Is de capaciteit van de duikerverbinding aan de noordzijde van de korfbalvelden afdoende? 4. Graag aangeven hoe de afwatering van de weg richting water verloopt.
8
5.
Vooroverleg
In navolging van punt 4: Waterschap ziet een kunstmatige voorziening ook graag terug op de ver‐ beelding, en de bergingscapaciteit in de regels vastgelegd
Beantwoording gemeente 1. 2. 3. 4. 5.
In hoofdstuk 5 van de toelichting op het bestemmingsplan wordt de verwijzing naar het beleid van het Waterschap alsmede de tekstuele toelichting vervangen door het meest recente beleid. Paragraaf 5.3 van de toelichting op het bestemmingsplan wordt geactualiseerd naar het meest re‐ cente waterbeleid. Inclusief de tabel voor watercompensatie. De toename van water is zeer gering. De duikercapaciteit is momenteel meer dan voldoende. Vanuit het lavapakket onder de weg zal gedoseerd worden afgevoerd naar open water met maxi‐ maal 1,5 l/s/ha. De suggestie wordt opgenomen in de toelichting op het bestemmingsplan onder hoofdstuk 5 en op de verbeelding en in de regels een aanduiding en voorwaardelijke verplichting gekoppeld.
Aanpassing De reactie leidt gedeeltelijk tot aanpassing van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 5 ‘Water’ wordt op ver‐ schillende punten aangepast en aangevuld.
2.3.
Veiligheidsregio ZHZ
Samenvatting De opmerkingen van uit de Veiligheidsregio waren beperkt. Met name het groepsrisico is onderbelicht in het bestemmingsplan. Het verzoek is om hier verder op in te gaan.
Beantwoording gemeente Onder hoofdstuk 7 ‘Milieuaspecten’ wordt in paragraaf 4 het onderwerp Externe Veiligheid behandeld, waarbij onder andere wordt ingegaan op het groepsrisico en risicobronnen zoals de A15, de Betuwelijn en Merwede.
Aanpassing De reactie leidt gedeeltelijk tot aanpassing van het bestemmingsplan ter plaats van hoofdstuk 4 ‘Milieu‐ aspecten’.
9
Inspraakreacties
Hoofdstuk 3.
3.1.
Inspraakreacties
Inspraakreactie 1,
Samenvatting Indiener is het niet eens met het voorontwerpbestemmingsplan Pieter de Hooghstraat. Dit plan maakt het mogelijk om op het terrein direct achter de woning van Indiener 14 woningen in de sociale koopsec‐ tor te realiseren. Dit heeft voor indiener nadelige gevolgen. Indiener is van oordeel dat het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en licht zijn standpunt hieronder nader toe: Punten: 1. Indiener is van mening dat eerst grote ontwikkellocaties moeten worden ingevuld Binnen de gemeente zijn er twee grote ontwikkellocaties. Het gaat om 'de wijk over het spoor1 in Beneden Hardinxveld en een locatie aan de andere kant in de westzijde van Boven Hardinx‐ veld. Indiener is van oordeel dat een goede ruimtelijke ordening met zich meebrengt dat deze locaties eerst worden ontwikkeld alvorens er wordt gekozen voor de verdere ontwikkeling van dit soort kleine locaties. 2. Er is onduidelijkheid over de aard van de woningen Uit de plannen blijkt dat het gaat om 14 woningen. Er wordt soms gesproken over sociale koop‐ woningen maar ook soms over woningen in de sociale koop‐ of huursector. Indiener is van me‐ ning dat hierover duidelijkheid moet worden gegeven. Als er dan toch woningen moeten ko‐ men dan heeft hij daarbij de voorkeur voor woningen in de koopsector. 3.
Er is nog geen duidelijkheid over het stedenbouwkundig plan In de toelichting wordt een stedenbouwkundig plan genoemd maar er wordt ook al aangege‐ ven dat dit nog iets gaat wijzigen. Deze wijziging zal worden verwerkt in het ontwerpplan. Het is indiener niet duidelijk waarom deze wijziging nu niet meteen in het voorontwerpplan is ver‐ werkt. Indiener kan nu reageren op een plan waarvan nu al bekend is dat het er straks anders uit komt te zien. Dit komt de duidelijkheid niet ten goede. 4. Verlies uitzicht De woningen zijn voorzien op het terrein dat tegen de achtertuin van de indiener ligt. Op dit moment is het zo dat achter de tuin van indiener een sloot van ongeveer 4 meter breed ligt waarvan hij voor de helft eigenaar is. Vanuit zijn tuin kijkt indiener vrij naar achteren uit. Als de geplande woningen er komen raakt indiener zijns inziens zijn vrije uitzicht kwijt. Grenzend aan de sloot komt dan een groenstrook, een pad en daarachter komen dan de woningen. Het ver‐ lies van uitzicht voor indiener is in zijn optiek een verslechtering van zijn bestaande woonsitua‐ tie. In dit kader is het volgens hem van belang dat de geplande woningen twee bouwlagen heb‐ ben. De wethouder heeft toegezegd dat daar bovenop in elk geval geen opbouwen meer mo‐ gen komen.
Als het plan doorgaat dan verzoekt indiener u deze toezegging ook vast te leggen zodat hij in elk geval niet met nog hogere bebouwing wordt geconfronteerd. 5. Verlies privacy Niet alleen qua uitzicht gaat indiener er zijns inziens op achteruit als er achter zijn woning hui‐ zen worden gebouwd maar ook voor wat betreft privacy is er sprake van een aanzienlijke ver‐ slechtering. Aan de zijde van indiener is geen schutting of andersoortige afscheiding. Dit kan ook omdat het achtergelegen terrein niet intensief gebruik wordt. Als daar woningen komen wil Indiener in elk geval de garantie dat er aan die zijde iets van een dichte afscheiding komt.
10
Inspraakreacties
6.
7.
8.
Dit om een stuk privacy te waarborgen. Wij vragen u met een voorwaardelijke verplichting in de planregels vast te leggen dat er zo’n afscheiding komt en in stand blijft. Vrees voor afwateringsproblemen Nu ligt er achter de woning van indiener een groot grasveld. Het regenwater kan daar nu goed intrekken. Ook kan er water in de sloot terecht. Maar zelfs in deze situatie komt het water in de sloot bij forse regenval al erg hoog te staan. Indiener vreest dat verdere verstening voor afwa‐ teringsproblemen gaat zorgen. Hij voorziet problemen als het regenwater van de nieuwe wo‐ ningen ook op de sloot wordt afgewaterd. De duiker die ter plaatse ligt kan dat dan niet aan. In het plan zijn twee nieuwe sloten opgenomen. Indiener vraagt zich af hoe hij de zekerheid krijgt dat deze ook zullen worden gerealiseerd. Op een andere plek in de toelichting staat weer dat de sloten zullen worden vervangen door groen en dat waterberging onder de bestrating plaats gaat vinden. Hoe dit er dan uit gaat zien is nog niet duidelijk. Indiener kan daar dan nu ook nog niet verder op reageren. Vrees voor overlast van schittering Als er recht achter de woning van indiener woningen worden gerealiseerd kunnen op de daken van die woningen zonnepanelen komen. Indiener vreest overlast van de schittering daarvan.
De woning van Indiener wordt minder waard Als er achter de woning van de indiener 14 woningen worden gerealiseerd heeft dat zijns in‐ ziens een negatieve impact op de waarde van de woning van Indiener. Toen indiener eigenaar van zijn woning werd kon hij deze planologische wijzing niet voorzien. Mocht het plan toch doorgang vinden dan is Indiener van mening dat u zijn schade dient te vergoeden.
Indiener vraagt u het ontwerpbestemmingsplan niet vast te stellen. In ieder geval vraagt hij u rekening te houden met deze reactie en het plan aan te passen.
Beantwoording gemeente 1.
2. 3.
4.
Artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening schrijft voor dat een toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voorzien in duurzame verstedelij‐ king. Dit houdt in dat de toelichting bij ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling moet bevatten. Indien het ruimtelijk plan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er te‐ vens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Hieruit vloeit voort dat buitenstedelijke locaties pas ontwikkeld mogen worden indien aangetoond is dat binnenstedelijk geen ruimte is. De 14 sociale koopwoningen die in Pieter de Hoogh worden gerealiseerd, zijn goed in te passen in het stedelijk gebied van Boven‐Hardinx‐ veld, waar ruimte is ontstaan door de herschikking van de sportvelden van HKC. Hiermee wordt vol‐ daan aan de landelijke doelstelling om bestaand stedelijk gebied te verdichten en uitbreiding buiten bestaand stedelijk gebied te voorkomen. Het gaat om sociale koopwoningen zoals indiener het liefste ziet. Het stedenbouwkundig plan lag bij de terinzagelegging van het voorontwerp op hoofdlijnen vast. De inrichting van de buitenruimte en de wijze waarop met waterberging word omgegaan is echter ge‐ wijzigd.
Er is niet langer sprake van nieuwe watergangen of wadi’s, maar van waterberging onder de oppervlakteverharding van de straat en parkeerplaatsen. Dit is verwerkt in het ontwerpbestem‐ mingsplan. Voor de stedenbouwkundige opzet is er geen sprake van wezenlijke wijzigingen. De 14 woningen blijven op dezelfde plek staan en blijven maximaal 2 bouwlagen hoog. Voor de insprekers is het beeld van de ontwikkeling daarmee niet anders. Het vrije uitzicht dat inspreker benoemd is ‐ in bebouwd gebied – altijd relatief en geen verworven recht. In de oorspronkelijke situatie lag een korfbalveld achter de woning. Na herschikking van de velden was sprake van zicht tot aan de parkeerplaats en omliggende bebouwing (sporthal, woon‐ wijk Morgenslag en de Regenboogschool. Hoewel in de nieuwe situatie bebouwing op het voorma‐ lige sportveld komt, blijft de groenstrook met watergang en beplanting die aanwezig was tussen de achtertuin van de inspreker en het voormalige korfbalveld behouden. Daarnaast blijft de hoogte van de nieuwbouw beperkt tot twee bouwlagen. In stedelijk gebied zoals Boven‐Hardinxveld is 2
11
5.
6.
7. 8.
Inspraakreacties
lagen met kap de norm. Daar blijft het bouwplan dus onder. De maximale hoogte wordt vastgelegd in de regels bij het bestemmingsplan. Er is geen publiekrechtelijke garantie mogelijk. De gemeente is voornemens het op te nemen als selectiecriterium in de tender voor de markt. Door bij de bouw een mee‐ontworpen erfafscheiding te realiseren en aan te brengen ontstaat een eenduidig en rustig, afgesloten beeld. Uiteraard die‐ nen de achtertuinen wel via het achterpad bereikbaar te zijn door een deur in de erfafscheiding. Momenteel is het grotendeels een korfbalveld. Daarbij is al geen sprake van een natuurlijke situatie voor wateropvang. Dit wordt deels vervangen door bebouwing. De wateropgave wordt conform ei‐ sen van het Waterschap gecompenseerd met waterdoorlatende verharding. De afwateringscapaci‐ teit naar de duiker aan de noordzijde van de velden van HKC is ruim voldoende om ook de geringe toename in waterafvoer op te vangen. Er is geen publiekrechtelijke garantie mogelijk. Gemeente zal het wel opnemen als punt van aan‐ dacht in de tender voor de markt als het de oriëntatie van eventuele zonnepanelen betreft. De indiener kan altijd terugvallen op de publiekrechtelijke mogelijk om planschade te verhalen.
Aanpassing De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel worden enkele suggesties meegenomen in de planuitwerking.
3.2.
Inspraakreactie 2,
Samenvatting Indiener is het niet eens met het voorontwerpbestemmingsplan Pieter de Hooghstraat. De reactie lijkt er op inspraakreactie 1. Voor de beantwoording van de desbetreffende reactie wordt verwezen naar in‐ spraakreactie 1. Afwijkingen worden in onderstaande opsomming opgenomen. 1. Punt 1 is gelijk aan punt 1 van inspraakreactie 1. Zie antwoord bij betreffende inspraakreactie. 2. Punt 2 is gelijk aan punt 2 van inspraakreactie 1. Zie antwoord bij betreffende inspraakreactie. 3. Punt 3 is gelijk aan punt 3 van inspraakreactie 1. Zie antwoord bij betreffende inspraakreactie. 4. Punt 4 is vrijwel gelijk aan punt 4 van inspraakreactie 1. Zie antwoord bij betreffende inspraakreac‐ tie. Er is 1 afwijking: Indiener verzoekt in elk geval om voor de brandgang waarop hij gaat uitkijken geen bomen te plaatsen zodat hij daar nog een stuk van zich af kan kijken. 5. Punt 5 is gelijk aan punt 5 van inspraakreactie 1. Zie antwoord bij betreffende inspraakreactie. 6. Punt 6 is gelijk aan punt 6 van inspraakreactie 1. Zie antwoord bij betreffende inspraakreactie. 7. Punt 7 is gelijk aan punt 7 van inspraakreactie 1. Zie antwoord bij betreffende inspraakreactie. 8. Punt 8 is gelijk aan punt 8 van inspraakreactie 1. Zie antwoord bij betreffende inspraakreactie.
Beantwoording gemeente 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Zie inspraakreactie 1 punt 1. Zie inspraakreactie 2 punt 2. Zie inspraakreactie 3 punt 3. Zie inspraakreactie 4 punt 4. Met als aanvulling dat er geen additionele bomen worden geplaatst in het groen tussen de brandgang en de watergang. Zie inspraakreactie 5 punt 5. Zie inspraakreactie 6 punt 6. Zie inspraakreactie 7 punt 7. Zie inspraakreactie 8 punt 8.
Aanpassing De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel worden enkele suggesties meegenomen in de planuitwerking.
12
Inspraakreacties
3.3.
Inspraakreactie 3,
Samenvatting 1.
2.
3.
4.
Indiener woont al geruime tijd aan de Ferdinand Bolstraat. Bij aanvang van hun bewoning bestond het terrein uit groen, bomen, trapveld en achter 2 korfbalvelden. Volgens indiener zijn er in die tijd de volgende zaken gewijzigd: a. Er zijn 38 bomen gekapt waaronder hele grote en markante bomen. Er is daarvoor in de plaats een grote sporthal geplaatst die veel geluidsoverlast geeft door de weerkaatsende wanden/huizen en een school waar kinderen buiten spelen en gillen. Al deze geluiden van school, spelende en gillende kinderen /korfbal/voetbalkooi/geluidsboxen/ blaffende hon‐ den/windmolens/rijksweg etc., dusdanig versterkt dat er inmiddels heel veel geluid om ons heen is ontstaan. b. Er heeft naast ons perceel de wijziging plaatsgevonden van een groot grasveld naar kunst‐ gras velden voor de korfbal. Een groot grasveld is verdwenen. c. Al het groen om ons heen heeft plaatsgemaakt voor gebouwen, kunstgras en van de na‐ tuur is weinig meer over. Indiener geeft aan dat er wordt gesproken over meer groen in de wijken en verduurzaming in het voorontwerp bestemmingsplan. Indiener geeft aan dat de gemeente vervolgens het laatste stuk groen wat hier op deze plaats is vervangen door het bouwen van 14 woningen. Volgens indiener zal dit weer meer geluid gaan geven doordat mensen in de achtertuin gaan leven en ook deze geluiden weer naar indiener toe zullen komen.
Indiener geeft aan dat er een geluidswal is gepland maar deze staat dwars achter hun perceel. In‐ diener heeft daar zijns inziens geen profijt van. Volgens indiener leidt dat tot weerkaatsing van ge‐ luid. Indiener zou graag zien dat dit stuk grond ingericht wordt met groene initiatieven zoals bomen, struiken en planten. Zodat er midden op dit, volgens indiener, volgebouwde deel van Boven Har‐ dinxveld ook nog groen is wat we als mens en dier nodig hebben om te leven. Indiener heeft zelf een groene tuin met bomen en planten en indiener merkt dat er steeds minder vogels te zien zijn sinds er gebouwd is. Volgens de indiener zal dit door de plannen alleen maar minder worden. Hier‐ bij verwijst indiener naar de overheid die meer groen wil i.v.m. de waterhuishouding. Indiener sluit af met de oproep dat elke stad parken heeft met groen en die bestaan niet uit kunstgras.
Als onderdeel van bovenstaand betoog voegt indiener 2 foto’s toe met de situatie 10 jaar geleden.
13
Inspraakreacties
Beantwoording gemeente 1.
2.
3. 4.
Als gevolg van de groeiende bevolking is ook Boven‐Hardinxveld gegroeid en zijn voorzieningen mee gegroeid. Bij de genoemde ontwikkelingen die in het verleden hebben plaatsgevonden is getoetst aan wet en regelgeving, ook ten aanzien van geluid. Indien toch sprake is van geluidsoverlast, kan dat bij het bevoegd gezag kan worden gemeld. In dit geval is dat de Omgevingsdienst Zuid‐Holland Zuid. Eerdere genoemde ontwikkelingen maken geen deel uit van voorliggend bestemmingsplan. Dit plan voorziet in woningbouw binnen bestaand stedelijk gebied (inbreiding) en voegt nieuw groen toe waar eerst een sportveld lag. Indiener benoemt in hun vraagstelling 2 punten door elkaar. Ten eerste dat er minder groen in de wijk komt en ten tweede dat er meer geluidsoverlast komt. a. Het belang van nieuwe woningen weegt zwaar. Dit wordt afgezet tegen het belang van buurtgroen. In het verleden is het grasveld al vervagen door een kunstgras sprotveld. Er is dus al enige tijd publiekrechtelijk geen sprake meer van een natuurlijke situatie. Door toe‐ voeging van de woningen kan ook het omliggende terrein worden aangepast. Hierdoor is het mogelijk een aanzienlijk deel van wat oorspronkelijk groen was te kunnen behouden en kwalitatief hoogwaardig in stand te kunnen houden. b. Geluid als gevolg van autoverkeer op nieuwe en bestaande woningen is onderzocht.
Vanuit onderzoek is gebleken dat het geluid op de bestaande bebouwing zelfs iets afneemt als ge‐ volg van de bufferwerking van de nieuwe woningen met sporthal en school. Dat er sprake is van geluidtoename door leefgeluiden van toekomstige bewoners in huis en in de tuin is inherent aan het wonen in een dorpse omgeving. Voor dergelijke geluiden geldt geen wet‐ telijk toetsingskader. Sprake is van een voormalig sportveld wat momenteel onbebouwd is en braak ligt. Met de ontwik‐ keling van de 14 woningen wordt een nieuwe buitenruimte aangelegd met bomen en gras dat zal worden ingezaaid met een bloemrijk kruidenmengsel. Hierdoor ontstaan nieuwe kansen voor na‐ tuur en neemt de biodiversiteit toe. Ook in de tuinen van de woningen kunnen planten en bomen groeien. Uiteindelijke kwaliteit van het groen neemt daardoor in ecologische zin toe. De nieuwe bo‐ men bieden bovendien schaduw en dragen daarmee bij aan het voorkomen van hittestress, De geluidswal is niet bedoeld voor bestaande bebouwing, maar om geluidsoverlast van de korfbal‐ velden t.o.v. de nieuwe woningen te reduceren. Zoals onder 2 beschreven neemt de hoeveelheid beplanting met dit plan toe. Uiteraard minder dan wanneer ‐ zoals inspreker suggereert ‐ sprake is van een park of plantsoen. De gemeente moet ech‐ ter een afweging maken tussen groen, water en bebouwing.
Daarbij verplicht de Rijksoverheid ge‐ meenten dat eerst binnenstedelijke locaties moeten worden ingevuld, voordat buitenstedelijk wordt gebouwd.
Aanpassing De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
14
Wijzigingen in het bestemmingsplan
Hoofdstuk 4.
Wijzigingen in het bestemmingsplan
In dit hoofdstuk is een overzicht opgenomen van de wijzigingen in het bestemmingsplan. Het betreft zo‐ wel de ambtshalve wijzigingen als de wijzigingen die het gevolg zijn van de beantwoording van de In‐ spraakreactie.
4.1.
4.2.
Ambtshalve wijzigingen De meest recente stedenbouwkundige verbeelding is toegevoegd in paragraaf 3.1. Hierbij zijn kleine aanpassingen gemaakt in het openbaar gebied. Meest opvallende is het verdwijnen van de wadi’s. De wateropvang wordt onder de verharding geregeld. Zoals aangegeven verdwijnen de wadi’s. Deze worden vervangen door een lavapakket onder de ver‐ harding. Zoals in hoofdstuk 5 verder zal worden toegelicht.
Wijzigingen beantwoording inspraakreacties Hoofdstuk 5 wordt herzien op basis van het meest recente beleid van Waterschap Rivierenland. In hoofdstuk 5 wordt extra uitleg gegeven over de afwatering vanuit het plangebied op de nabijgele‐ gen watergang. In paragraaf 5.3 wordt een tabel over watercompensatie toegevoegd alsmede een toelichting erop toegevoegd. Hoofdstuk 7 wordt uitgebreid met een paragraaf over het groepsrisico.