Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 13 Aanvullend onderzoek beschermde soorten geheel Blauwe Zoom-West, .pdf
Tekst van het document
+
Aanvullend onderzoek naar (strikt) beschermde soorten binnen de Blauwe Zoom-West te Hardinxveld-Giessendam
December 2020 P20-164/W1929 Auteur: C. Huibers Natuur-Wetenschappelijk Centrum 078-6213921 info@nwcadvies.nl www.nwcadvies.nl
Aanvullend onderzoek naar (strikt) beschermde soorten binnen de Blauwe Zoom-West te Hardinxveld-Giessendam
Natuur-Wetenschappelijk Centrum, Noorderelsweg 4A, 3329 KH Dordrecht
Aanvullend onderzoek naar (strikt)beschermde soorten binnen Blauwe Zoom-West te Hardinxveld-Giessendam
Opdrachtgever:
Gemeente Hardinxveld-Giessendam
Uitvoering:
Natuur-Wetenschappelijk Centrum
Veldwerk:
Hans Bruning, Annemijn de Groot, Danny van den Heuvel, Noortje Hermans, Goedele Kreté, Jelle Lips, Robin van der Made, Victor van Os, Sara Poppelaars, Maarten Verhoeven
Samenstelling:
Christine Huibers – van de Velde
Foto’s:
NWC
Aanvullend onderzoek naar (strikt)beschermde soorten binnen Blauwe Zoom-West te Hardinxveld-Giessendam. [Samenst.: Huibers, C.] [Foto’s: NWC] Met lit. opg., Dordrecht: Strix/NWC.
Trefw.: Wet natuurbescherming, (strikt)beschermde soorten, Blauwe Zoom-West, HardinxveldGiessendam W1929/P20-164 Niets uit deze uitgave mag openbaar worden gemaakt of verveelvoudigd, door middel van; druk, fotokopie, microfilm of op enige andere wijze, zonder toestemming van de uitgever of de opdrachtgever.
Dordrecht, december 2020
Inhoud
Samenvatting
1
Inleiding
7
2
Gebiedsbeschrijving
9
3
Wettelijk kader
11
4
Methode
17
5
Resultaten
21
6
Effecten, verplichtingen en aanbevelingen
23
Referenties
Bijlagen: Bijlage 1: Beschermde soorten Wet natuurbescherming Bijlage 2: Vleermuizen en ruimtelijke ingrepen
Samenvatting Onderstaande tabel geeft de conclusies uit voorliggend rapport weer. Voor de volledigheid en om een verkeerde interpretatie te voorkomen, dient ook hoofdstuk 6 (effecten, verplichtingen en aanbevelingen) gelezen te worden. Soortgroep
Effecten beschermde
Verplichtingen
soorten Vleermuizen
Verstoring middels licht tijdens werkzaamheden.
Zorgplicht; bijvoorbeeld maatregelen om verstoring door verlichting tijdens werkzaamheden en in toekomstige situatie zoveel mogelijk te voorkomen.
Vogels vaste verblijfplaats - Oeverzwaluw
Aantasting van nestplaatsen.
Ontheffing en compensatie nestplaatsen.
- Kerkuil
Verstoring nestplaats en aantasten leefgebied.
Ontheffing en compensatie nestplaats en leefgebied.
Grondgebonden zoogdieren
Geen.
Zorgplicht.
Amfibieën - Rugstreeppad
Aantasten leefgebied en/of
Ontheffing en compensatiegebied in-
verstoren en doden van individuen.
richten.
Aantasten leefgebied en verstoren en/of doden van
Ontheffing en compensatiegebied inrichten.
- Kleine modderkruiper
individuen. Verstoren en/of doden van
Werken volgens Uitwerking Gedrags-
- Bittervoorn
individuen. Verstoren en/of doden van
code Stadswerk. Werken volgens Uitwerking Gedrags-
individuen.
code Stadswerk.
Aquatische fauna - Grote modderkruiper
Aanvullend onderzoek naar (strikt)beschermde soorten binnen Blauwe Zoom-West te HardinxveldGiessendam
1.
Inleiding In de Blauwe Zoom (zie figuur 2) is de gemeente Hardinxveld-Giessendam bezig met de gefaseerde aanleg van nieuwbouwwijk Blauwe Zoom (zie figuur 1) met in totaal 350 woningen. Jaarlijks zullen er 50 tot 70 woningen in de verkoop komen. De ontwikkeling van het oostelijke deel is nagenoeg gereed. Inmiddels zijn de werkzaamheden voor deelgebied ‘Ons Dorp’ in de gang gezet waarna nu alles voorbereid wordt om de rest van Blauwe Zoom-West te kunnen ontwikkelen.
Figuur 1: Woonwijk Blauwe Zoom-West.
In het kader van de Wet natuurbescherming moet bij ruimtelijke ingrepen onderzoek gedaan worden naar de aanwezigheid van (strikt) beschermde soorten en de functie van het gebied voor deze soorten. Daarnaast dient een effectenbeoordeling plaats te vinden. In 2017, 2019 en 2020 is in het westelijke deel van het gebied onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van strikt beschermde soorten (Wet natuurbescherming). Dit onderzoek bestond uit een verkennend veldonderzoek en een aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van de Bever (Castor fiber), de Steenuil (Athene noctua), de
7
Aanvullend onderzoek naar (strikt)beschermde soorten binnen Blauwe Zoom-West te HardinxveldGiessendam
Rugstreeppad (Epidalea calamita) en de Grote modderkruiper (Misgurnus fossilis) (Adviesbureau Mertens, 2017 en Adviesbureau Mertens, 2018 en Huibers, C., 2020). Het Natuur-Wetenschappelijk Centrum (NWC) is door de gemeente Hardinxveld-Giessendam gevraagd om de missende schakels in het aanvullend onderzoek uit te voeren voor de gehele Blauwe Zoom-West naar de aanwezigheid van (strikt)beschermde soorten, een beoordeling van de effecten in het kader van de Wet natuurbescherming te maken en te adviseren ten aanzien van onder andere de wettelijke verplichtingen.
8
Aanvullend onderzoek naar (strikt)beschermde soorten binnen Blauwe Zoom-West te HardinxveldGiessendam
2.
Gebiedsbeschrijving en voorgenomen plannen Gebiedsbeschrijving De Blauwe Zoom is gelegen in het noorden van de gemeente Hardinxveld-Giessendam. Het gebied ligt ten noorden van de Buitendams en ten zuiden en ten oosten van de Schapedrift. In de figuren 2 en 3 wordt de ligging weergegeven.
Figuur 2: De ligging van het plangebied (rood omlijnd).
Figuur 3: De ligging van het plangebied de Blauwe Zoom-West (Blauw omlijnd).
9
Aanvullend onderzoek naar (strikt)beschermde soorten binnen Blauwe Zoom-West te HardinxveldGiessendam
De Blauwe Zoom-West bestaat uit veenweidegebied. Tussen en langs de percelen lopen watervoerende watergangen. In de percelen zijn zogenaamde afwateringsgreppels gegraven. Deze bevatten alleen tijdens hoge waterstanden water dat dan vanuit de percelen naar de watergangen loopt. Het veenweidegebied wordt begraasd met koeien die er jaarrond lopen. De dieren hebben op enkele locaties de oever van de watergang vertrapt. De watervoerende watergangen zijn meer dan 50 cm diep en worden in het groeiseizoen gekenmerkt door een grote hoeveelheid waterplanten. Voorgenomen plannen De werkzaamheden betreffen de ontwikkeling van woonwijk de Blauwe Zoom-West in Hardinxveld-Giessendam.
10
Aanvullend onderzoek naar (strikt)beschermde soorten binnen Blauwe Zoom-West te HardinxveldGiessendam
3.
Wettelijk kader In Nederland is de bescherming van belangrijke natuurwaarden vanaf 2017 wettelijk vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Het gaat hierbij zowel om bescherming van soorten als bescherming van gebieden. Onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming De provincies zijn sinds 1 januari 2017 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet natuurbescherming en dus ook voor ontheffingsaanvragen. Om een ontheffingsaanvraag in behandeling te nemen, dient het onderzoek aan goedgekeurde voorwaarden (o.a. ten aanzien van methode, intensiteit, periode, tijd tussen onderzoeksmomenten) te voldoen. Slechts als het onderzoek volgens deze voorwaarden uitgevoerd is, kan volgens de wetgever een goed onderbouwde uitspraak gedaan worden over; - de aanwezigheid van beschermde soorten; - de functie van een gebied of onderdelen binnen een gebied voor deze beschermde soorten; - het belang van een gebied of onderdelen binnen een gebied voor aanwezige beschermde soorten; - de effecten van plannen op deze soorten; - de keuze voor te nemen (mitigerende- en/of compenserende) maatregelen. De voorwaarden waaraan onderzoek moet voldoen, staan beschreven in de kennisdocumenten die in opdracht van de wetgever door BIJ12 opgesteld zijn en de inventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus.
Onderzoeken die niet volgens deze voorwaarden uitgevoerd zijn, kunnen volgens het bevoegd gezag geen basis en onderbouwing vormen van ontheffingsaanvragen en aanvragen zullen om die reden afgewezen worden. Het NWC is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens bovengenoemde kennisdocumenten en inventarisatieprotocollen. Soortbescherming Voor dier- en plantensoorten zijn in de Wnb een aantal verbodsbepalingen opgenomen, waarvan vooral de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 belangrijk zijn in het kader van flora- en faunaonderzoek bij onder andere ruimtelijke ontwikkelingen (tekstvak 1 op de volgende pagina). De verbodsbepalingen uit de artikelen gelden overal in Nederland, ongeacht het type of de omvang van de werkzaamheden of activiteiten die uitgevoerd worden. De bepalingen uit de Wnb kunnen daarom van invloed zijn op ruimtelijke ingrepen, zoals het aanleggen van infrastructuur, het slopen en realiseren van bebouwing, het uitbreiden van industriegebieden en het kappen van bomen. Ook bij het opstellen of herzien van
11
Aanvullend onderzoek naar (strikt)beschermde soorten binnen Blauwe Zoom-West te HardinxveldGiessendam
bestemmingsplannen zijn de bepalingen uit de Wnb van belang. In het kader van het zorgvuldigheidsbeginsel en het voorzorgsbeginsel (Algemene Wet Bestuursrecht) dient bij het opstellen en herzien van bestemmingsplannen en bij (ruimtelijke) activiteiten een toetsing aan de Wnb plaats te vinden. Deze toetsing moet de volgende onderdelen bevatten: • Een inventarisatie van het voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied en binnen de invloedssfeer van de activiteit; • Een inventarisatie en beoordeling van (significant) nadelige effecten als gevolg van de activiteit, op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of binnen de invloedssfeer van de activiteit aanwezig zijn; • Indien nodig een opname van maatregelen die de negatieve effecten op de beschermde soorten en hun leefgebieden mitigeren en/of compenseren. De Wnb kent drie categorieën van beschermde soorten die ook terug te vinden zijn in de artikelen met verbodsbepalingen: alle vogels uit de Europese Vogelrichtlijn (artikel 3.1), alle soorten die in de Europese Habitatrichtlijn vermeld worden (artikel 3.5) en “overige soorten” (artikel 3.10) die alleen op nationaal niveau beschermd worden. Provincies mogen afwijken van de lijst met “overige soorten” door vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten. Hierdoor kan deze lijst per provincie verschillen.
Een overzicht van alle beschermde soorten is te vinden in bijlage 1. Soorten Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn Wanneer één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 3.1 en/of artikel 3.5 Wnb overtreden worden door de voorgenomen activiteit, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffing voor het overtreden van verbodsbepalingen wordt voor soorten uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn alleen verleend wanneer voldaan wordt aan elk van de volgende voorwaarden: • Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; • Zij is nodig: a) In het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; of b) In het belang van een dwingende reden van groot openbaar belang; of c) In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Voor vogels kan echter geen beroep gedaan worden op belang b “dwingende reden van groot openbaar belang”. Wanneer overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden door het treffen van mitigerende maatregelen, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel kan in dergelijke gevallen toch ontheffing aangevraagd worden om de te treffen maatregelen goed te laten keuren.
Indien het bevoegd gezag de maatregelen goedkeurt, wordt door hen een “positieve afwijzing” afgegeven. 12
Aanvullend onderzoek naar (strikt)beschermde soorten binnen Blauwe Zoom-West te HardinxveldGiessendam
Tekstvak 1: Verbodsbepalingen Wet Natuurbescherming
Artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 Wet Natuurbescherming: Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van de dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5.
Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn of bijdrage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen of af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.10 1. Het is verboden: a) In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten genoemd in de bijlage, onderdeel A bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b) De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel A opzettelijk te beschadigen of te vernielen; c) Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Bij de aanvraag van een ontheffing in het kader van de Wnb zijn een activiteitenplan en, in sommige gevallen, een compensatieplan noodzakelijk. Hierin staan de bevindingen uit de flora- en faunatoets vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd zullen worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten in en binnen de invloedssfeer van de activiteit zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel te beperken.
13
Aanvullend onderzoek naar (strikt)beschermde soorten binnen Blauwe Zoom-West te HardinxveldGiessendam
Overige soorten Voor de soorten uit deze categorie geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 mits een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit. Indien aantoonbaar gewerkt kan worden volgens een dergelijke gedragscode, hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden voor het overtreden van één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 3.10 van de Wnb. Indien er geen goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit of het niet mogelijk is om volgens een dergelijke gedragscode te werken, dient bij overtreding van verbodsbepalingen wel een ontheffing aangevraagd te worden. De ontheffing kan voor deze soorten echter op grond van meer belangen verleend worden dan het geval is voor de Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten. Zorgplicht Tenslotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) de zorgplicht uit artikel 1.11 van de Wet Natuurbescherming. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden en hun bijzondere natuurwaarden vindt onder de Wet Natuurbescherming plaats via Europese Natura 2000 -gebieden.
De Wet Natuurbescherming regelt de bescherming van specifieke natuurwaarden in gebieden die in het kader van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn aangewezen en/of aangemeld zijn als speciale beschermingszone (Natura 2000-gebieden). Voor deze beschermde gebieden zijn aanwijzingsbesluiten opgesteld waarin beschreven staat voor welke (natuurlijke) habitats en dier- en plantensoorten het gebied aangewezen is. Voor deze kwalificerende waarden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld. Projecten, plannen en andere handelingen die nadelige effecten hebben op één of meerdere instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, zijn vergunningplicht of moeten de goedkeuring, een “bestuurlijk oordeel”, van het bevoegd gezag hebben (in veel gevallen zijn dit Gedeputeerde Staten en in andere gevallen is dit de minister van Economische Zaken). Zij oordelen dan dat een vergunning niet nodig is. Of deze goedkeuring wordt gegeven, is afhankelijk van de uitkomst van de zogenaamde habitattoets. Uit de habitattoets kunnen drie mogelijkheden volgen: • Er is zeker geen nadelig effect. In dit geval is er geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming; • Er is sprake van een nadelig effect in de vorm van verstoring, maar dit is niet significant en er is geen sprake van verslechtering van aangewezen habitats. Hieruit volgt dat een vergunningaanvraag niet aan de orde is.
Wel is een bestuurlijk oordeel van het bevoegd gezag nodig;
14
Aanvullend onderzoek naar (strikt)beschermde soorten binnen Blauwe Zoom-West te HardinxveldGiessendam
• Er is sprake van een mogelijk significant nadelig effect in de vorm van verstoring en/of er is sprake van verslechtering van aangewezen habitats. In dit geval dient een passende beoordeling opgesteld te worden en is een vergunning nodig. Een ‘passende beoordeling’ is een rapport waarin (de zo exact mogelijke omvang van) de effecten, afzonderlijk of in combinatie met andere activiteiten, van een plan, project of handeling op een Natura 2000-gebied beschreven staan. Deze nadelige effecten worden in relatie tot de instandhoudingsdoelen bepaald. Indien uit de passende beoordeling volgt dat er significant nadelige gevolgen op zullen treden, moeten de plannen getoetst worden aan de zogenaamde ADC-criteria; 1. Zijn er Alternatieven? 2. Is er sprake van een Dwingende reden van groot openbaar belang? 3. Zijn er Compenserende maatregelen voorzien? Wanneer er een alternatief bestaat voor de voorgenomen plannen dat niet tot significant nadelige effecten op instandhoudingsdoelstellingen leidt, moet dit alternatief gekozen worden. De ecologische belangen hebben in dit geval voorrang op economische belangen. Wanneer er geen alternatieven voorhanden zijn, er sprake is van een dwingende reden van groot openbaar belang en/of er voldoende compenserende maatregelen getroffen worden, kan vergunning voor de voorgenomen plannen verleend worden.
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. De bescherming van het natuurnetwerk is opgenomen in de Verordening Ruimte van de desbetreffende provincie en valt hiermee buiten de Wet Natuurbescherming. Natuurwaarden van het NNN worden afgemeten aan doelsoorten. Het is belangrijk dat verlies van en winst aan belangrijke natuurwaarden hieraan worden afgemeten. Ruimtelijke ingrepen moeten vooraf worden getoetst op hun effect op het areaal, de samenhang en de kwaliteit van het NNN. Ingrepen die geen significant negatief effect op wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN hebben, kunnen in principe doorgang vinden. Als echter het tegenovergestelde geldt, hangt doorgang van de plannen onder meer af van het belang van de plannen en van de mogelijkheden voor mitigatie en compensatie. Hierbij geldt het 'Nee, tenzij-regime'. Per saldo dient de kwaliteit en/of kwantiteit van het NNN te verbeteren. Waar Natura 2000 -gebieden met het NNN overlappen, blijft ook het NNN-regime gelden.
15
Aanvullend onderzoek naar (strikt)beschermde soorten binnen Blauwe Zoom-West te HardinxveldGiessendam
16
Aanvullend onderzoek naar (strikt)beschermde soorten binnen Blauwe Zoom-West te HardinxveldGiessendam
4.
Methode Onderzoeksgebied Nu de werkzaamheden binnen deelgebied ‘Ons Dorp’ gestart zijn, zijn missende onderzoeken naar mogelijk aanwezige (strikt)beschermde soorten voor de rest van de Blauwe Zoom-West (figuur 4) in kaart gebracht.
Figuur 4: Onderzoeksgebied (blauw omlijnd) met daarbinnen het eerste ontwikkelgebied ‘Ons Dorp’ (zwart omlijnd).
Vleermuizen In het plangebied zijn geen bomen of gebouwen aanwezig. Het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen kan om die reden uitgesloten worden. Het plangebied kan gebruikt worden als foerageergebied door soorten als de Laatvlieger (Eptesicus serotinus), de Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en de Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii). Om een indruk te krijgen van de functie en het belang van het gebied als foerageergebied, is er een inventarisatie uitgevoerd op 30 juli 2019. Om een nog completer beeld van het foerageren binnen het plangebied te krijgen is dit onderzoek aangevuld met een extra inventarisatie op 1 oktober 2020. De inventarisaties zijn uitgevoerd op 30 juli 2019 en 1 oktober 2020. De temperatuur tijdens het veldbezoek van 30 juli 2019 bedroeg ongeveer 23 °C, het was licht bewolkt en de wind had een kracht van 2 Bft. . De temperatuur tijdens het veldbezoek van 1 oktober 2020 bedroeg ongeveer 13 °C, het was licht bewolkt en de wind had een kracht van 3 Bft. Deze gegevens zijn door de medewerkers in het veld gemeten of ingeschat. 17
Aanvullend onderzoek naar (strikt)beschermde soorten binnen Blauwe Zoom-West te HardinxveldGiessendam
Tijdens de inventarisaties is gebruikgemaakt van heterodyne batdetectors (type Pettersson D-240X en D-1000X). Met behulp van deze batdetectors zijn de waargenomen vleermuissoorten op naam gebracht. Grondgebonden zoogdieren In het natuurwaardenrapport van Ons Dorp is reeds geconcludeerd dat er binnen de gehele Blauwe Zoom-West alleen algemeen beschermde soorten voorkomen. Omdat deze soortgroep al voldoende in kaart gebracht is voor de Blauwe Zoom-West is er geen extra aanvullend onderzoek uitgevoerd naar grondgebonden zoogdieren. Vogels vaste verblijfplaats Bij eerdere onderzoeken voor de natuurrapportage van Ons Dorp zijn soorten als de Oeverzwaluw (Riparia riparia), de Kievit (Vanellus vanellus), de Huismus (Passer domesticus), de Slechtvalk (Falco peregrinus), de Spotvogel (Hippolais icterina) en de Zwarte kraai (Corvus corone) waargenomen (figuur 5). In het huidige gronddepot binnen het deelgebied ‘Ons Dorp’ hebben twee jaar op rij oeverzwaluwen genesteld. Daarnaast bevindt zich tegen het zuiden van de Blauwe Zoom-West aan een schuur met een bezette kerkuilenkast (Tyto alba) en er is ook een waarneming bekend van de Steenuil (Athene noctua) (2019, NDFF) in de nabije omgeving van het plangebied. Doordat er voldoende bekend is van deze soortgroep zijn er voor de ontwikkeling van geheel Blauwe Zoom-West geen extra onderzoeken benodigd.
Figuur 5: Waarnemingen van vogels binnen en in de omgeving van de Blauwe Zoom-West.
18
Aanvullend onderzoek naar (strikt)beschermde soorten binnen Blauwe Zoom-West te HardinxveldGiessendam
Amfibieën In het plangebied komt de strikt beschermde Rugstreeppad (Epidalea calamita) voor. De Rugstreeppad is op een aantal locaties in de Blauwe Zoom aangetroffen (Mertens, 2018 en Huibers, C., 2020) (figuur 6). Het gebied is geschikt als voortplantingsgebied, foerageergebied en zomerbiotoop. Als winterrustgebied is met name het aanwezige gronddepot binnen deelgebied Ons Dorp geschikt. In de directe nabijheid (gescheiden door infrastructuur als wegen en een spoorlijn) komt de strikt beschermde Heikikker (Rana arvalis) voor. De aanwezigheid van beide soorten in de Alblasserwaard Vijfheerenlanden wordt door verschillende vrijwilligers reeds jaren, o.a. middels het inventariseren van koorroep-activiteit, in de gaten gehouden. Om het verspreidingsgebied van de Rugstreeppad binnen de gehele Blauwe Zoom-West volledig in kaart te brengen is er in het najaar van 2020 een extra onderzoek uitgevoerd naar deze soort door middel van herpetoplaten. Onderzoek door middel van herpetoplaten geeft geen duidelijk beeld over de populatiegrootte maar kan wel de functie van het gebied voor de Rugstreeppad aantonen. Rugstreeppadden gebruiken deze herpetoplaatjes om onder te verblijven. De herpetoplaten zijn in de richting van oost naar west verspreid over het zuidelijke deel van de Blauwe Zoom-West uitgelegd om een compleet beeld te krijgen (figuur 7).
Tabel 1 geeft de onderzoeksdata en de weersomstandigheden tijdens de inventarisaties weer. De gegevens over de weersomstandigheden zijn ter plaatse gemeten of ingeschat door de waarnemers.
Figuur 6: Eerdere waarnemingen van de Rugstreeppad.
19
Aanvullend onderzoek naar (strikt)beschermde soorten binnen Blauwe Zoom-West te HardinxveldGiessendam
Figuur 7: Locaties van de herpetoplaten binnen de Blauwe Zoom-West. Tabel 1: Weersomstandigheden, start- en eindtijd en tijd van zonsondergang.
Datum
Inventarisatie
Temp. (ºC)
Wind (Bft)
Bewolking
Neerslag
23-09-2020
Neerleggen
20
3
8/8
Droog
herpetoplaten 25-09-2020
Controle 1
11
4
6/8
Droog
28-09-2020
Controle 2
15
1
8/8
Motregen
29-09-2020
Controle 3
18
2
2/8
Droog
01-10-2020
Controle 4
13
3
3/8
Droog
05-10-2020
Controle 5
13
3
8/8
Droog
09-10-2020
Controle 6
14
2
7/8
Droog
12-10-2020
Controle 7
10
1
7/8
Droog
14-10-2020
Controle 8
9
2
8/8
Droog
Weghalen herpetoplaten
Aquatische fauna Het onderzoek naar beschermde vissoorten zoals Grote modderkruiper (Misgurnus fossilis) en andere aquatische fauna zoals de Platte schijfhoren (Anisus vorticulus) is in 2019 en begin 2020 door het NWC uitgevoerd met behulp van steeknetten (deze hebben een gestrekte maaswijdte van 3 millimeter en een netgrootte van 70 x 40 centimeter) en electrovisserij. De gehele Blauwe Zoom-West is intensief en dekkend onderzocht waardoor er geen aanvullende onderzoeken meer benodigd zijn voor deze soortgroep.
20
Aanvullend onderzoek naar (strikt)beschermde soorten binnen Blauwe Zoom-West te HardinxveldGiessendam
5.
Resultaten Vleermuizen Tijdens de inventarisaties zijn meerdere gewone dwergvleermuizen (Pipistrellus pipistrellus) jagend en passerend in het plangebied en in de omgeving waargenomen, ook zijn er enkele individuen van de Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) waargenomen (figuur 8).
Figuur 8: Waarnemingen van vleermuizen in het plangebied van alle inventarisaties.
Amfibieën Bij de inventarisaties van de herpetoplaten in het najaar van 2020 zijn er geen individuen van de Rugstreeppad aangetroffen. Er zijn wel andere algemene soorten waargenomen, deze waarnemingen zijn weergegeven in tabel 2 en figuur 9 en 10. Tabel 2: Waarnemingen tijdens het herpetoplatenonderzoek najaar 2020.
Datum
Waarnemingen
28-09-2020
1 Gewone pad 1 Kleine watersalamander
01-10-2020
1 Bruine kikker
05-10-2020
3 Gewone pad 1 Groene kikker 1 Rosse woelmuis
09-10-2020
2 Gewone pad
12-10-2020
1 Gewone pad
21
Aanvullend onderzoek naar (strikt)beschermde soorten binnen Blauwe Zoom-West te HardinxveldGiessendam
Figuur 9: Waarnemingen tijdens het onderzoek met herpetoplaten najaar 2020.
Figuur 10: Totale waarnemingen van onderzoek met herpetoplaten in 2019 en 2020.
Door extra inventarisaties voor vleermuizen en de Rugstreeppad uit te voeren is het beeld van voorkomende soorten binnen de Blauwe Zoom-West en de functies van het plangebied voor deze soorten voldoende in kaart gebracht.
22
Aanvullend onderzoek naar (strikt)beschermde soorten binnen Blauwe Zoom-West te HardinxveldGiessendam
6.
Effecten, verplichtingen en aanbevelingen Vleermuizen Er zullen als gevolg van de herontwikkeling geen nadelige effecten op vleermuizen en hun functionele leefomgeving optreden. Het plangebied heeft geen significante belangrijke functie als foerageergebied en/of vliegroute voor vleermuizen. Er zijn tijdens de inventarisaties weinig foeragerende individuen waargenomen en er komen geen verblijfplaatsen in het plangebied voor. In de omgeving zijn voldoende alternatieve foerageermogelijkheden zoals stedelijk groen in de directe omgeving. Hoewel de veenweidegebieden ten noorden van de Lingelijn in de toekomst ook ontwikkeld zullen worden zullen er binnen de Blauwe Zoom-West en het te ontwikkelen deel ten noorden van de Lingelijn voldoende groenelementen terugkeren waardoor de vleermuizen ook na de werkzaamheden foerageermogelijkheden hebben binnen de plangebieden. Er hoeven vanuit de Wet natuurbescherming, behalve de algemene zorgplicht, geen extra maatregelen getroffen worden met betrekking tot de vleermuizen. Wel wordt er geadviseerd om zoveel mogelijk bomen en vegetatie aan te brengen in de nieuwe situatie en de werkzaamheden enkel bij daglicht en bij voorkeur in de winterperiode uit te voeren.
Ook is het raadzaam om tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie zo min mogelijk verlichting te gebruiken en om maatregelen te nemen waardoor (licht)verstoring van de dieren zoveel mogelijk voorkomen wordt. Voorbeelden hiervan zijn het gebruik van amberkleurige verlichting en lichtbronnen die naar beneden gericht zijn. Vogels met een vaste verblijfplaats De nestplaatsen van de Oeverzwaluw zijn beschermd. Voor de ontwikkeling van deelgebied Ons Dorp worden er steilwanden ten zuiden van dit deelgebied gerealiseerd ter compensatie van deze nestplaatsen. Wanneer de andere delen van de Blauwe ZoomWest ontwikkeld zullen gaan worden dient er een ontheffing aangevraagd te worden en zullen er op een andere, duurzame locatie buiten de Blauwe Zoom-West permanente nestlocaties voor de Oeverzwaluw aangeboden worden. Wanneer de gehele Blauwe Zoom-West ontwikkeld zal worden zal de nestplaats van de Kerkuil in het zuiden van het plangebied niet meer functioneel zijn vanwege de bebouwing. Tegelijkertijd zal de functionele leefomgeving binnen de Blauwe Zoom-West verloren gaan. Ook binnen de leefomgeving ten noorden van de Lingelijn zullen in de toekomst de ontwikkelingen uitgevoerd zullen worden.
Om deze redenen zal er voor de Kerkuil een ontheffing aangevraagd moeten worden en zullen er duurzame alternatieve nestplaatsen geplaatst moeten worden binnen een geschikt leefgebied voor deze soort waarbij er bij de locatiekeuze rekening gehouden wordt met andere kerkuilterritoria. In de nabije omgeving van het plangebied bevindt zich functionele leefomgeving van de Huismus. Het betreft de vegetatie dat op het voormalige gronddepot groeit. Om de huismussen in de toekomst ook functionele leefomgeving te bieden is het advies om binnen de ontwikkeling ‘Ons Dorp’ en de Blauwe Zoom-West voldoende nieuwe doornige struiken aan te planten van voldoende hoogte dat de vogels voedsel- en schuilmogelijkheden aanbied. 23
Aanvullend onderzoek naar (strikt)beschermde soorten binnen Blauwe Zoom-West te HardinxveldGiessendam
Grondgebonden zoogdieren Binnen de gehele Blauwe Zoom-West komen alleen algemeen beschermde soorten voorkomen. Er zullen als gevolg van de herontwikkelingen geen nadelige effecten op strikt beschermde soorten en hun functionele leefomgeving optreden. Op de zorgplicht na zijn er ten aanzien van deze soortgroep geen (wettelijke) verplichtingen. Amfibieën Hoewel er tijdens de inventarisatie van de herpetoplaten geen individuen van de Rugstreeppad zijn aangetroffen is wel bekend dat deze soort binnen de Blauwe ZoomWest voorkomt, maar dan voornamelijk binnen het deelgebied Ons Dorp. Voor de ontwikkeling van dit deelgebied wordt er een nieuwe grondhoop binnen de Blauwe Zoom-West gerealiseerd om te dienen als alternatieve overwinteringsbiotoop. Echter kan deze nieuwe grondhoop bij de ontwikkeling van de gehele Blauwe Zoom-West niet in stand gehouden worden en zal ook zomer- en voortplantingsbiotoop van de Rugstreeppad hierbij verdwijnen. Hierdoor zal er voor de algehele ontwikkeling een ontheffing aangevraagd moeten worden en zal er een ander en duurzaam compensatiegebied ingericht moeten worden waar deze soort gedurende zijn gehele levenscyclus duurzaam in stand gehouden kan worden.
Aquatische fauna Als gevolg van de ontwikkeling van de Blauwe Zoom-West kunnen individuen van de Grote modderkruiper verstoord en aangetast worden en meerdere onderdelen van het leefgebied van de dieren worden mogelijk vernietigd. Het gebied ligt geïsoleerd ten opzichte van andere bekende leefgebieden en kan na ontwikkeling van dit deel van het projectgebied verder geïsoleerd raken wat een kwetsbare situatie voor de aanwezige dieren oplevert. De dieren zullen na de uitvoering van de plannen wellicht niet meer duurzaam in het gebied voor kunnen komen. Voor de ontwikkeling van deelgebied Ons Dorp wordt er een compensatiegebied ingericht voor de Grote modderkruiper binnen de Blauwe Zoom-West. Wanneer de andere deelgebieden ontwikkeld zullen worden zal er voor deze soort een ontheffing aangevraagd moeten worden en een duurzaam compensatiegebied gerealiseerd worden. Daarnaast komen de Kleine modderkruiper en de Bittervoorn in het gebied voor. Deze soorten hebben onder de Wet natuurbescherming geen strikte beschermingsstatus meer. Wel geldt in dat kader de algemene zorgplicht. De Drechtstedengemeenten hebben de Kleine modderkruiper en de Bittervoorn hun voorheen beschermde status laten behouden en bij werkzaamheden waarbij watergangen aangetast of gedempt worden dienen maatregelen genomen te worden.
Voor deze soorten dient er gewerkt te worden volgens de Uitwerking Gedragscode Stadswerk. Voor alle soorten waarvoor er een ontheffing benodigd is zal de compensatie, de inrichting en het beheer verder uitgewerkt worden in het activiteitenplan voor de ontheffingsaanvraag. 24
Referenties Adviesbureau Mertens, 2013. Natuurtoets Flora- en faunawet Blauwe Zoom te Hardinxveld-Giessendam. Adviesbureau Mertens, 2017. Quickscan beschermde planten- en diersoorten Spoorweg Hardingxveld-Giessendam. Wageningen, 1-11 Adviesbureau Mertens, 2018. Beschermde diersoorten ter plaatse van en direct rond Spoorweg te Hardinxveld-Giessendam. 2018.2997 KuiperCompagnons, 2020. Stikstofdepositieberekening De Blauwe Zoom, HardinxveldGiessendam. NWC advies, 2009. Actualisering van het flora en faunaonderzoek met betrekking tot het project ‘De Blauwe Zoom’ te Hardinxveld-Giessendam. Huibers, C., 2020. Natuurwaardenonderzoek in deelgebied ‘Ons Dorp’ in het projectgebied Blauwe Zoom West in Hardinxveld-Giessendam. NWC advies, Dordrecht: Strix/NWC. W1806/P20-046 Struijk, R.P.J.H. & R. ter Harmsel, 2019. De rugstreeppad in De Blauwe Zoom (Hardinxveld-Giessendam). Second opinion inzake vooronderzoeken en compensatieplan. Stichting RAVON, Nijmegen.
Bijlage 1: Beschermde soorten Wet natuurbescherming In het kader van de Wet natuurbescherming worden alle in Europa voorkomende en in het wild levende vogels en onderstaande soorten uit overige soortgroepen beschermd:
Amfibieen Habitatrichtlijn Boomkikker Geelbuikvuurpad Heikikker Kamsalamander Knoflookpad Poelkikker
Dwergvinvis Gewone dolfijn Gewone spitsdolfijn Gewone vinvis Griend Grijze dolfijn Kleine zwaardwalvis Narwal
Otter Wilde kat Wolf
Rugstreeppad Vroedmeesterpad
Noordse vinvis
Kleine vlotvaren
Overige soorten Alpenwatersalamander Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker
Vleermuizen Habitatrichtlijn Baardvleermuis Brechsteins vleermuis Bosvleermuis Brandts vleermuis
Bunzing Damhert Das Dwergmuis Dwergspitsmuis Edelhert Eekhoorn Egel Eikelmuis
Middelste groene kikker Vinpootsalamander Vuursalamander
Vissen Habitatrichtlijn Houting Steur
Franjestaart Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis Grote hoefijzerneus Grote rosse vleermuis Ingekorven vleermuis Kleine dwergvleermuis Kleine hoefijzerneus
Gewone Bosspitsmuis Gewone zeehond Grote bosmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Ondergrondse woelmuis Ree
Habitatrichtlijn Drijvende waterweegbree Groenknolorchis Kruipend moerasscherm Liggende raket Zomerschroeforchis
Overige soorten Beekdonderpad Beekprik Elrits Gestippelde alver
Laatvlieger Meervleermuis Mopsvleermuis Noordse vleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis
Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Veldspitsmuis Wezel
Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blauw guichelheil
Grote modderkruiper
Tweekleurige vleermuis
Waterspitsmuis
Bokkenorchis
Kwabaal
Vale vleermuis
Wezel Wild zwijn Woelrat
Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik
Zeezoogdieren Habitatrichtlijn Bruinvis Bultrug Butskop Dwergpotvis Gestreepte dolfijn
Landzoogdieren Habitatrichtlijn Bever Hamster Hazelmuis Lynx Noordse woelmuis
Kreeftachtige Overige soorten Europese rivierkreeft
Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan
Overige soorten Aardmuis Boommarter Bosmuis
Weekdieren Overige soorten Bataafse stoommossel Platte schijfhoren
Sporenplanten/mossen Habitatrichtlijn
Overige soorten Blaasvaren Groensteel Schubvaren
Zaadplanten
Overige soorten Akkerboterbloem
Geelgroene Wespenorchis Geplooide vrouwenmantel
Vliegenorchis Vroege ereprijs
Haften Habitatrichtlijn
Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene nachtorchis Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis
Wilde averuit Wilde riddderspoor Wilde weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje Zweedse kornoelje
Oeveraas
Kalkboterbloem Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine schorseneer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje
Dagvlinders Habitatrichtlijn Apollovlinder Boszandoog Donker pimpernelblauwtje Tijmblauwtje Zilverstreephooibeestje
Mercuurwaterjuffer Noordse winterjuffer Oostelijke witsnuitlibel Rivierrombout Sierlijke witsnuitlibel
Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Muurbloem
Overige soorten Aardbeivlinder Bosparelmoervlinder Bruin dikkopje Bruine eikenpage Duinparelmoervlinder Gentiaanblauwtje Grote parelmoervlinder Grote bos
Bosbeekjuffer Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel Gewone bronslibel Hoogveenglanslibel Kempense heidelibel Speerwaterjuffer
Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkelk Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubzegge
Grote weerschijnvlinder Iepenpage Kleine heivlinder Kleine ijsvogelvlinder Kommavlinder Sleedoornpage Spiegeldikkopje Veenbesblauwtje Veenbesparelmoervlinder
Kevers Habitatrichtlijn Brede geelrandwaterroofkever Gestreepte waterroofkever Juchtleerkever Vermijoenkever
Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander
Veenhooibeestje Veldparelmoervlinder Zilveren maan
Veenbloembies
Nachtvlinders Habitatrichtlijn Teunisbloempijlstaart
Libellen Habitatrichtlijn Bronslibel Gaffellibel Gevlekte witsnuitlibel Groene glazenmaker
Overige soorten Beekrombout
Overige soorten Vliegend hert
Reptielen Habitatrichtlijn Dikkopschildpad Gladde slang Kemp’s zeeschildpad Lederschildpad Muurhagedis
Soepschildpad Zandhagedis Overige soorten Adder Hazelworm Levendbarende hagedis Ringslang
Bijlage 2: Vleermuizen en ruimtelijke ingrepen Vleermuizen en hun leefgebied worden beschermd door de Wet Natuurbescherming. In deze wet is bepaald dat in het geval van een ruimtelijke ingreep ruim van tevoren bekeken moet worden of de ingreep nadelige invloed kan hebben op vleermuizen en hoe hiermee omgegaan moet worden. Verblijfplaatsen Vleermuizen maken het hele jaar door gebruik van verschillende verblijfplaatsen (o.a. in bomen en gebouwen). Vleermuisverblijfplaatsen zijn op te delen in verschillende typen: winterverblijfplaats (waar overwinterd wordt), dagkwartieren (waar de mannetjes in de kraamkolonieperiode overdag zitten, alleen of in kleine groepjes), kraamkolonies (vrouwtjes en hun jongen, vaak in grote groepen), paar-verblijven (waar gepaard wordt, vaak in het najaar, soms gelijk aan de winterverblijfplaats) en tussenkwartieren (gebruikt in de periode tussen overwinteren en de zomerperiode in). Per type verblijfplaats gebruiken vleermuizen vaak meerdere verblijven waar tussen gewisseld wordt, bijvoorbeeld wanneer elders het klimaat geschikter is of om aan parasieten te ontkomen. Vleermuizen zijn wel zeer honkvast wat betreft de typen verblijven die ze gebruiken. Dit betekent dat hun verblijven belangrijk zijn voor instandhouding van de populatie en dat deze daarom beschermd worden door de wet. Sinds mei 2009 is het Vleermuisprotocol vastgesteld.
Dit is opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging VZZ in overleg met de Dienst Landelijk Gebied (DLG) en de Gegevensautoriteit Natuur (GaN). Het protocol dient als leidraad voor het bepalen hoe en hoe vaak geïnventariseerd moet worden om te voldoen aan de wetgeving. Voor het bepalen of een gebouw of een potentieel geschikte boom van belang is als vleermuisverblijfplaats, is over het algemeen een langlopend onderzoek nodig (van april/mei t/m september/oktober) en zijn 4 tot 7 bezoeken nodig. Om onnodige vertraging te voorkomen, wordt daarom aangeraden om in de planning van de voorgenomen plannen rekening te houden met deze onderzoeksperiode. Maatregelen ten behoeve van vleermuizen zijn nodig: •
indien sprake is van een verblijfplaats die van significant belang is of zou kunnen zijn en/of;
•
indien vleermuizen aangetroffen zijn.
Er is sprake van een significant belangrijke verblijfplaats (ook wel vaste verblijfplaats genoemd, een verblijfplaats die van belang is voor een populatie) als: •
er sprake is van een kraamkolonie;
•
er sprake is van een belangrijke overwinteringsplaats of paarplaats;
•
er geen alternatieve verblijfplaatsen in de directe omgeving beschikbaar zijn;
•
de gunstige staat van instandhouding van de (populatie van) de soort in het geding is bij het verdwijnen van de verblijfplaats.
De te nemen maatregelen moeten er voor zorgen dat verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming niet overtreden worden. Dit betekent dat er geen dieren gedood, verwond of actief verstoord mogen worden en dat in geval van significant belangrijke verblijfplaatsen deze behouden moeten blijven of anders tijdig op een goede manier vervangen dienen te worden. De functie die het leefgebied voor de betreffende populatie vervult, moet onverminderd blijven bestaan. Om te voorkomen dat dieren gedood, verwond of actief verstoord worden, kunnen de volgende mitigerende maatregelen nodig zijn:
•
niet slopen in de winterslaapperiode (in deze periode kan zelden met zekerheid worden vastgesteld dat vleermuizen afwezig zijn in een potentieel geschikt en onoverzichtelijk object, omdat ze dan ook ’s nachts passief zijn. Dat maakt ze in deze periode overigens extra kwetsbaar);
•
vlak voor de sloop onderzoeken of er individuen aanwezig zijn in het te slopen object. Zijn deze wel aanwezig dan geldt dat gewacht moet worden tot het dier of de dieren weg zijn.
Om zeker te weten of de mitigerende maatregelen voldoende zijn kan een ontheffing aangevraagd worden bij de provincie waarin de ingreep plaatsvindt. Een afwijzingsbrief, die stelt dat geen ontheffing nodig is, ‘omdat als de voorgestelde maatregelen genomen worden er immers geen verboden overtreden worden’ geldt als goedkeuring van de voorgestelde maatregelen. Zijn de maatregelen niet voldoende, dan moeten deze aangepast worden. Als dat niet mogelijk is of wanneer compenserende maatregelen nodig zijn (bijvoorbeeld aanbieden van alternatieve verblijfplaatsen), is een ontheffing nodig. Deze wordt alleen verstrekt in geval van projecten waarbij sprake is van een groot openbaar belang. Jachtgebied en vliegroutes Naast verblijfplaatsen bestaat het leefgebied van vleermuizen ook uit foerageergebied en vliegroutes (vaak bomenrijen of waterlopen). Deze zijn ook beschermd als zij van significant belang zijn. Zij gelden als significant belangrijk indien bij aantasting de functionaliteit van de verblijfplaats(en) in het geding komt. Is dat het geval, dan zijn maatregelen nodig die dit voorkomen, anders is een ontheffing nodig. Ook hier geldt dat deze alleen verstrekt wordt in geval van projecten waarbij sprake is van een groot openbaar belang.