Bijlage septembercirculaire 2021.pdf
Tekst van het document
Inleiding De septembercirculaire 2021 is door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties volgens planning op Prinsjesdag verschenen. De voorlaatste berekeningen van de algemene uitkering, die in de huidige begroting zijn verantwoord, zijn gemaakt op basis van de meicirculaire 2021. Hieronder wordt een toelichting gegeven op de financiële effecten van de septembercirculaire 2021. Daarnaast gaan we in op diverse ontwikkelingen richting de begroting 2022-2025. Kernboodschap In deze septembercirculaire vallen enkele zaken op. De belangrijkste onderwerpen zijn:
Bijwerking van de accressen in positieve zin. Hoeveelheidsverschillen en WOZ-waardering. Voorschot onderschrijding BTW compensatiefonds (BCF) plafond 2021 Opschalingskorting Incidentele compensatie tekorten jeugdzorg 2022 Compensatie corona.
Financieel effect De septembercirculaire 2021 laat ten opzichte van de meicirculaire 2021 het volgende beeld zien: Meicirculaire 2021 Septembercirculaire 2021 Verschil meicirculaire/septembercirculaire (- nadeel + voordeel
2020 24.009.231 23.994.052 -15.179
Cijfermatige analyse Uitkeringsfactor Hoeveelheidsverschillen en WOZ -waardering (bijstelling maatstaven etc.) Lagere apparaatskosten (opschalingskorting) Voorschot onderuitputting BTW compensatiefonds (BCF) Stelpost onderuitputting BTW compensatiefonds Nacalculatie mobiliteitshulpmiddelen WLZ Uitvoering en implementate Breed offensief Aanpak problematiek jeugdzorg; restant middelen wachttijden Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) Compensatie corona Bijdrage centrale voorziening Basisregistratie Personen Europese richtlijn energieprestatie gebouwen Landelijke structuur interventieteams Toezicht en handhaving gastouderschap Rijksvaccinatieprogramma HPV mannen Uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrechten Jeugdhulp Uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrechten WMO 2015 Jeugdhulp extra middelen overige bijstellingen < € 1.000
2022 24.951.008 27.004.061 2.053.053
2023 24.943.744 25.570.159 626.415
2024 25.006.916 25.638.645 631.729
2025 25.272.533 25.987.080 714.547
37.662 91.293
571.218 73.331 228.807
579.008 56.647
582.961 59.637
648.873 79.246
-12.598
-11.457
-10.651
-10.773
1.188 4.526 3.449
1.217 4.530 3.431
1.261 4.575 3.450
507
1.165 4.541 3.491 -6.452 -17.905 1.182.172 -110
-110
-110
-110
-4.476 -4.476
-4.356 -4.356
-6.836 -6.836
-9.286 -9.286
-11.975 -11.975
425.836
2.053.053
626.415
631.729
714.547
3.491
3.449
3.431
3.450
182.035 -81.885 -14.191 7.451 48.124 109.236 51.691 -3.395 1.784
Decentralisatie en integratie-uitkeringen IU Participatie Subtotaal Decentralisatie- en integratie-Uitkeringen Verschil t.o.v. vorige circulaire
2021 25.853.336 26.279.172 425.836
-15.179
29.749
Geoormerkte middelen Rijksvaccinatieprogramma HPV mannen Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) Aanpak problematiek jeugdzorg; restant middelen wachttijden Uitvoering en implementate Breed offensief Toezicht en handhaving gastouderschap Compensatie corona
109.236 48.124 7.451 4.541 29.749
4.526
4.530
4.575
51.691
Totaal geoormerkte gelden
216.502
37.781
7.975
7.961
8.025
209.334
2.015.272
618.440
623.768
706.522
209.334
2.015.272
618.440
623.768
706.522
Saldo Effect op de begroting
-15.179
Toelichting cijfers Hieronder wordt een toelichting gegeven op de wijziging van de septembercirculaire 2021 ten opzichte van de meicirculaire 2021 voor de bedragen > € 10.000. UitkeringsFactor UF (Accressen) De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voorvloeiend uit de trap op trap af methode wordt het accres genoemd. In de meicirculaire 2020 was aangekondigd de accressen voor de uitkeringsjaren 2020 en 2021 vast te klikken op het niveau dat toen is gepubliceerd. Dit als onderdeel van het compensatiepakket corona. Dat geeft rust en stabiliteit in een roerige tijd. Een mogelijke toe- of afname van de rijksuitgaven leiden in die jaren dus niet tot wijziging van het accres. De accressen vanaf 2022 zijn bijgewerkt op basis van de regels van de huidige normeringsmethodiek. In alle jaren zijn de hogere accressen het gevolg van hogere loon- en prijsontwikkelingen dan tot nu toe aangenomen. Ook in de jaren na 2022 is het accres bijgesteld opwaarts bijgesteld als gevolg van uitgaven klimaatregelen, compenseren gedupeerden van de kinderopvangtoeslag, zorg en de EU-afdrachten.
Hoeveelheidsverschillen en WOZ-waardering Periodiek worden de parameters, zoals aantal bijstandontvangers, huishoudens, bedrijfsvestigingen, inkomensmaatstaven et cetera, geactualiseerd. In deze circulaire zijn rekeneenheden en hoeveelheidsmaatstaven, naar boven bijgesteld. Dit resulteert in een hogere bijstelling van de hoeveelheidsverschillen. Hier tegenover staat een ander hoeveelheidsverschil; de WOZ-waarden mutaties. Door marktontwikkelingen kan de WOZ-waarde sterk fluctueren. In de berekening van de algemene uitkering wordt het genormeerde OZB inkomsten bestanddeel bepaald door een genormeerd landelijk uniform rekentarief over de WOZ waarden in de gemeente. Daarbij worden de WOZ-waarden vermenigvuldigd met dit rekentarief en in mindering gebracht op het accres. Hogere WOZ-waarden, evenals uitbreiding van het areaal, hebben daardoor een negatief effect op de algemene uitkering. Per saldo is op dit onderdeel sprake van een positief effect. Opschalingskorting In de septembercirculaire 2021 is bekend gemaakt dat de oploop opschalingskorting in 2022 incidenteel geschrapt wordt. Incidenteel wil zeggen dat de korting in de betreffende jaren (2020 tot en met 2022) wordt teruggeboekt. De opschalingskorting wordt door gemeenten als zeer oneerlijk ervaren omdat het principe van herindelen van bovenaf opgelegd is.
De opschalingskorting heeft de gemeenten in de jaren 2015 tot en met 2021 cumulatief al 1,5 miljard gekost en daarnaast € 150 miljoen als gemist accres over de opschalingskorting. Het is aan een nieuw kabinet om te besluiten over de opschalingskorting voor 2023 en verder. Voorschot onder-uitputting BTW compensatiefonds De gemeenten kunnen het grootste deel van hun BTW declareren bij het Rijk. Jaarlijks reserveert het Rijk hiervoor een budget (BTW compensatiefonds). Mochten de declaraties van de gemeenten onder het budget (plafond) van het Rijk blijven, dan worden deze middelen toegevoegd aan de algemene uitkering en komen hiermee ten gunste van de gemeenten. De afgelopen jaren lagen de declaraties telkens onder het budget van het Rijk. In de perspectiefnota 2022-2025 is hier reeds op geanticipeerd. In het systeem is opgenomen dat jaarlijks bij de septembercirculaire een voorschot wordt verstrekt op de verwachte onderschrijding van dat kalanderjaar. In de meicirculaire volgend op het kalenderjaar volgt dan de afrekening. De provinciaal toezichthouder staat toe een meerjarige stelpost op te nemen als inschatting op de jaarlijkse onder- of overschrijding van het plafond. Dit ter hoogte van de laatst bekende afrekening. De opgenomen stelpost 2021 komt hier te vervallen.
Nacalculatie mobiliteitshulpmiddelen Wlz Op 1 januari 2020 is de hulpmiddelenzorg aan cliënten die in een Wlz-instelling wonen vereenvoudigd. Vanaf deze datum worden mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en een scootmobiel) voor alle cliënten in een Wlz-instelling verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de Wmo 2015. Hiervoor zijn in de septembercirculaire 2019 middelen overgeheveld naar de Wlz. Daarbij zijn het ministerie van VWS en de VNG overeengekomen dat op basis van realisatiegegevens nacalculatie plaatsvindt. In de decembercirculaire 2020 is de nacalculatie over 2020 verwerkt. In deze circulaire is de nacalculatie structureel vanaf 2021 verwerkt. Conform bestuurlijke afspraak is de nacalculatie gebaseerd op realisatiegegevens van 2020, zoals die worden aangeleverd bij de Nederlandse zorgautoriteit. Aanpak problematiek jeugdzorg; restant middelen wachttijden In de meicirculaire 2021 zijn gemeenten geïnformeerd over de € 613 miljoen die het kabinet voor het jaar 2021 beschikbaar heeft gesteld voor acute problematiek in de jeugdzorg.
Hiervan is een bedrag van € 255 miljoen beschikbaar gesteld met als oogmerk dat gemeenten hierdoor in staat worden gesteld om extra inzet en regie te kunnen voeren op het voorkomen en aanpakken van wachttijden van (regionaal) ingekochte specialistische jeugdzorg op basis van goede data, zodat kwetsbare kinderen de hulp krijgen die ze nodig hebben. Tijdelijke ondersteuning Noodzakelijke kosten (TONK) De Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK) is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, en die daardoor noodzakelijke (woon)kosten niet meer kunnen voldoen en waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden. De TONK kan dan voorzien in (gedeeltelijke) tegemoetkoming voor noodzakelijke kosten. Voor deze tijdelijke ondersteuning wordt het bestaande instrument van de bijzondere bijstand gebruikt. Compensatie Corona In 2021 en 2022 worden gemeenten als gevolg van covid-19 verder financieel ondersteunt met corona compensatie middelen. De meest die in het oog springen zijn: Gemeentelijk schuldenbeleid en lokale cultuur. Voorgesteld wordt deze middelen aan de algemene reserve toe te voegen.
Uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrechten jeugdhulp en WMO 2015 Ten aanzien van de uitvoeringskosten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor de PGBtrekkingsrechten is voor 2022 overeengekomen om op basis van de conceptbegroting 2022 een bedrag uit de algemene uitkering te nemen, uit het subcluster jeugdhulp en Wmo 2015. Jeugdhulp extra middelen Ongetwijfeld de omvangrijkste taakmutatie in deze circulaire: de definitieve verdeling voor het jaar 2022 ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Eind juni zijn gemeenten geïnformeerd dat het kabinet voor 2022 incidenteel € 1,314 miljard extra beschikbaar stelt ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Dit bedrag komt bovenop de eerder toegezegde € 300 miljoen voor dat jaar. Hierin is ook meegenomen dat gemeenten uitvoering geven aan maatregelen die in 2022 een besparing van € 214 miljoen op de jeugdzorguitgaven opleveren. De toekenning aan de algemene uitkering per gemeente valt in deze circulaire iets lager uit dan het gepresenteerde indicatiebedrag uit de brief van 29 juni jl. De reeds opgenomen stelpost van € 1.204.238 in onze begroting voor 2022 wordt verderop in de tabel dan ook gecorrigeerd. Voor de jaren 2023 tot en met 2025 hebben het Rijk, de VNG en het Interprovinciaal Overleg (IPO) afgesproken dat de gemeenten de bedragen als stelpost mogen opnemen in de begroting.
Vanuit behoedzaamheid en in het licht van de afspraken dat gemeenten ook zelf kostenbesparende maatregelen kunnen nemen, geldt hiervoor een maximum van 75% van het deel dat gemeenten op basis van de verdeling zouden krijgen. Een nieuw kabinet zal moeten besluiten over noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdstelsel en de structurele financiën.
Consequenties
Aangepast financieel meerjarenperspectief op basis van de septembercirculaire 2021 De septembercirculaire 2021 heeft het volgende effect op het financieel meerjarenperspectief. Begrotingsresultaat na programmabegegroting 2022-2025 en najaarsnota 2021 Effecten septembercirculaire 2021 Uitkeringen voorgaande jaren Arbitrage- uitspraak Jeugdzorg 2022 reeds begroot; in huidige citculaire incidenteel toegekend Begrotingsresultaat na septembercirculaire 2021
2021 295.794 209.334 -15.179
2022 630.432 2.015.272
2023 -68.141 618.440
2024 -771.950 623.768
2025 -692.771 706.522
550.299
-148.182
13.751
-1.204.238 489.949
1.441.466