CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage E. Landschap en ruimtegebruik.pdf

Gemeenteraad GHG 24 juni 2021, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 7: Regionale Energiestrategie 1.0 - Raadsvoorstel4.023 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORT Bijlage E: Landschap en ruimtegebruik Drechtsteden RES 1.0 Klant:

Regio Drechtsteden

Referentie: BH6518TPRP2103221028 Status:

S0/P01.01

Datum:

8 april 2021

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Koggelaan 21 8017 JN ZWOLLE Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 65 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Bijlage E: Landschap en ruimtegebruik Ondertitel: Landschap en ruimtegebruik Referentie: BH6518TPRP2103221028 Status: P01.01/S0 Datum: 8 april 2021 Projectnaam: Projectnummer: BH6518 Auteur(s): Royal HaskoningDHV

Classificatie Projectgerelateerd

Disclaimer No part of these specifications/printed matter may be reproduced and/or published by print, photocopy, microfilm or by any other means, without the prior written permission of HaskoningDHV Nederland B.V.; nor may they be used, without such permission, for any purposes other than that for which they were produced. HaskoningDHV Nederland B.V. accepts no responsibility or liability for these specifications/printed matter to any party other than the persons by whom it was commissioned and as concluded under that Appointment. The integrated QHSE management system of HaskoningDHV Nederland B.V. has been certified in accordance with ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 and ISO 45001:2018.

8 april 2021

LANDSCHAP EN RUIMTEGEBRUIK

BH6518TPRP2103221028

i

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Inleiding

2

2

Landschap van de Drechtsteden

2

2.1

Ontstaansgeschiedenis

2

2.2

Drie gebiedsprofielen

3

2.3

Landschappen van de Drechtsteden

4

3

Energie, landschap en ruimtelijke belemmeringen

7

3.1

Windenergie

7

3.2

Zonnevelden

15

3.3

Netinpassing

18

3.3.1 3.3.2

Aansluitafstanden Aansluitkosten

18 19

Beschikbaar elektriciteitsnet

19

8 april 2021

LANDSCHAP EN RUIMTEGEBRUIK

BH6518TPRP2103221028

1

Projectgerelateerd

1

Inleiding

In deze bijlage worden de landschappelijke kenmerken en kwaliteiten van de Drechtsteden beschreven, samen met de ruimtelijke impact die zon en wind in dit landschap zullen hebben. Criteria voor de plaatsing van zonnevelden of windwindmolens kunnen generiek zijn maar kunnen ook afhankelijk zijn van het landschap. Een open polder heeft andere karakteristieken dan een industriegebied of natuurgebied. Hier moet rekening mee worden gehouden bij de plaatsing van zonnepanelen of windmolens. Hoofdstuk 2 behandelt het landschap van de Drechtsteden. Hierbij is aandacht gegeven aan de geschiedenis van het gebied, de gebiedsprofielen en de landschappen van de Drechtsteden waar de uitwerkingsgebieden en restruimtes in gesitueerd zijn. Hoofdstuk 3 behandelt de mogelijkheden en beperkingen van de ruimte voor windenergie en zonnevelden beschreven aan de hand van de mogelijkheden vanuit beleid en techniek.

2

Landschap van de Drechtsteden

2.1

Ontstaansgeschiedenis

De regio Drechtsteden bestaat uit een veelzijdig landschap. Een aantal sterk verschillende landschappen komen hier bij elkaar:  De stedelijkheid van de Randstad;  De havenactiviteit langs de rivieren (de Noord, de Dordtse Kil, de Merwedes);  De natuurlijkheid van het getijdelandschap van de Dordtse Biesbosch en Merwelanden;  Het infrastructuurlandschap van de A15, de A16, het spoor en Kijfhoek;  Het typische polderlandschap van de Waarden en IJsselmonde. De ontstaansgeschiedenis van de regio is nog steeds goed in het landschap te zien. Wanneer men naar een historische kaartvergelijking van de regio kijkt, is er een grote transformatie en ontwikkeling van dit historische landschap te zien. In 1875 bestonden de Drechtsteden uit de havenstad Dordrecht. De grote rivieren tekenden het ommeland van de verschillende agrarische waarden zoals de Alblasserwaard en de Hoeksche waard en de grote Biesbosch. Door de jaren heen zien we verdergaande ontginning en kanalisering van rivieren. De exponentiële groei van de Randstad heeft een grote invloed op de infrastructuur en ruimtelijke structuur. Waar Papendrecht, Zwijndrecht, en Sliedrecht in 1925 nog kleine lintdorpen aan de rivierdijk zijn, zijn deze 50 jaar later (1975) uitgegroeid tot steden. De kaart van 2019 toont het huidige landschap van de Drechtsteden.

Een groot deel van de polder heeft plaats gemaakt voor stad en de infrastructuur van de rivieren is aangevuld met snelwegen en spoorwegen. De grootschalige infrastructuur toont de landschappen en identiteit van de Drechtsteden aan de reizigers. De infrastructuur vormt poorten tot de regio Drechtsteden.

8 april 2021

LANDSCHAP EN RUIMTEGEBRUIK

BH6518TPRP2103221028

2

Projectgerelateerd

Figuur 1: historische kaarten

2.2

Drie gebiedsprofielen

Provincie Zuid-Holland heeft voor de gehele provincie gebiedsprofielen opgezet. Deze gebiedsprofielen geven een duidelijke analyse van de landschappelijke kwaliteiten weer, evenals landschappelijke karakteristieken die meegenomen kunnen worden bij een toekomstige ontwikkeling. De regio Drechtsteden behelst drie van deze gebiedsprofielen, te weten: 1. Alblasserwaard – Vijfheerenlanden; 2. Hollandse Biesbosch; 3. IJsselmonde.

Figuur 2: Provinciale gebiedsprofielen regio Drechtsteden

8 april 2021

LANDSCHAP EN RUIMTEGEBRUIK

BH6518TPRP2103221028

3

Projectgerelateerd

1. Alblasserwaard – Vijfheerenlanden Dit gebied is onderdeel van het Groene Hart. Dit is een waterrijk veenweidegebied dat gekenmerkt wordt door open grasland, lintbebouwing en een heldere, eenduidige verkaveling. De openheid van het landschap is een grote kwaliteit van dit gebied. Dit landschap eindigt in de regio Drechtsteden bij de Betuweroute en de A15. Daar is de overgang van open en groen naar stedelijk gebied. De A15 is de westelijke poort van de zuidelijke randstad. Zij toont de automobilist het open Groene Hart. Zij toont de rivier en het spoor, toont de stedelijkheid langs de rivier, gecombineerd met zichten op de Merwede. 2. Hollandse Biesbosch In dit gebied worden buitendijkse moerasgebieden afgewisseld met zeekleipolders. Dit zorgt voor een groot contrast tussen regelmatige patronen en kronkelige kreken. De rivierdijk is hier de landschappelijke structuurdrager. De A16 is een van de zuidelijke poorten tot de randstad, vanuit de Biesbosch en Hollandsche Delta. Zij rijgt het natuurlijke landschap van de Delta aan de industrie van Dordrecht, de stedelijkheid van Dordrecht, Zwijndrecht en de glastuinbouw in IJsselmonde. 3. IJsselmonde Dit gebied kenmerkt zich door open poldergebied met agrarisch gebruik, dat doorsneden wordt door infrastructuur, rangeerterrein, dijken en kreken. Kijfhoek is vanuit het spoor de zuidelijke poort tot de Randstad.

Een groot rangeerterrein waar het zicht vertroebelt door de vele sporen, masten en bovenleidingen. Naast een rangeerterrein voor treinen met gevaarlijke stoffen is het een belangrijke doorvoerroute voor treinen van en naar de Randstad, vanuit binnen- en buitenland.

2.3

Landschappen van de Drechtsteden

Er is ook gekeken naar meer specifieke landschappen in de Drechtsteden. Het stedelijke landschap, het landschap van de agrarische polderlanden en het infrastructuurlandschap waren in de gebiedsprofielen worden hier in meer detail beschreven. Stedelijk gebied Het stedelijk gebied van de Drechtsteden bestaat uit de historische stad Dordrecht en de kernen Zwijndrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Alblasserdam, Papendrecht, Sliedrecht en Hardinxveld-Giessendam. Dordrecht kent een groot historisch centrum en de overige kernen een aantal historische linten op of nabij de dijk en rivier met veel uitbreidingswijken in de polders. Veel van deze wijken grenzen aan het open landschap en kennen een duidelijke stadsrand. In de stadsrand en nabij industrieterreinen liggen vaak ook de terreinen met vervuilde grond die functioneren als oude vuilstorten en Rioolwaterzuiveringen (RWZI’s) en dergelijken. Aan de rivier ligt van oudsher de grootschalige (veelal water gerelateerde) industrie en bedrijvigheid. Het stedelijk gebied ligt op een steenworp afstand van de agrarische, landelijke en natuurrijke omgeving. Gezamenlijk vormt dit een contrastrijk geheel.

8 april 2021

LANDSCHAP EN RUIMTEGEBRUIK

BH6518TPRP2103221028

4

Projectgerelateerd

Foto 1: Noordelijke stadsrand Sliedrecht/Papendrecht

Agrarisch polderlandschap De regio kent meerder agrarische gebieden, de open polderlandschappen van de Alblasserwaard, de zeekleipolders ten zuidoosten van Dordrecht en de agrarische gebieden bij Kijfhoek waar open polders worden afgewisseld met glastuinbouw. De openheid en authenticiteit van deze polders is een waardevol onderdeel van het landschap van de Drechtsteden. Deze authenticiteit uit zich vaak in kleine aspecten zoals de begeleidende beplanting bij de kavelopgangen, agrarische linten, oude boerderijen, weteringen, kades, historische windmolens en hoge dijken. Deze dijken zijn een belangrijke indicatie van de landschappelijke structuur en begrenzen verschillende landschapstypen. Door hun verhoogde ligging vormen zij vaak een podium tot het omliggende landschap en zijn het aantrekkelijke recreatieve routes. Naast agrarisch land zijn de polders ook waardvolle recreatieve uitloop- en recreatiegebieden en worden ze ecologisch hoog gewaardeerd als bijvoorbeeld gebied voor weidevogels en vleermuizen.

8 april 2021

LANDSCHAP EN RUIMTEGEBRUIK

BH6518TPRP2103221028

5

Projectgerelateerd

Foto 2: Polder Alblasserwaard

Natuurgebied Naast de Biesbosch liggen er meerdere grote en kleine natuurgebieden in de regio, zoals de Merwelanden en de Sophiapolder. Al deze natuurgebieden kennen unieke ecologische en belangrijke, recreatieve waarden. Ze zijn van belang op een schaal die de Drechtsteden overstijgt.

Foto 3: Natuurgebied nabij Biesbosch

Infrastructuur Het spoor en de hoofdwegen zijn de belevingsaderen van de Drechtsteden. Vanaf hier doen reizigers de veel indrukken op van de regio. De spoorlijn en de snelweg verschaffen de reiziger zicht op de

8 april 2021

LANDSCHAP EN RUIMTEGEBRUIK

BH6518TPRP2103221028

6

Projectgerelateerd

polderlandschappen en de steden van de Drechtsteden. Een aanpassing langs een snelweg valt op. Het is mogelijk hier iets positief en negatief in de kijker spelen. De infrastructuur heeft daarnaast een tweeledige werking op de ecologie. Enerzijds kent zij een barricaderende werking haaks op ecologische routes. Anderzijds kent zij een stimulerende werking in de ecologische corridors die parallel aan de infrastructuur in de bermen aanwezig kunnen zijn.

Foto 4: HSL nabij Kijfhoek

3

Energie, landschap en ruimtelijke belemmeringen

3.1

Windenergie

Voor windenergie zijn veel technische randvoorwaarden. De windwindmolens moeten voldoen aan wettelijke normen voor geluid, veiligheid en slagschaduw (deze worden in de volgende tabellen uiteengezet). Daarnaast gelden voor de plaatsing van windwindmolens beleidsmatige belemmeringen, zoals aangewezen natuurgebieden, hoogtebeperkingen en reserveringszones. Voor wind wordt alleen ingegaan op zoekgebied A16 en A15, bij Kijfhoek wordt in verband met het rangeerterrein en de nabije woningen alleen naar zonne-energie gekeken. Door middel van het bepalen van hinderafstanden en uitsluitingsgebieden is in beeld gebracht in welke gebieden windwindmolens technisch mogelijk zijn. De kaarten hiervan staan in de viewer van de NP RES.1 In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten samengevat en wordt er ingezoomd op de zoekgebieden A15 en A16. Deze uitgangspunten zijn in drie categorieën te verdelen: woningen & verblijfsobjecten, infrastructuur en overig & natuur. Er is uitgegaan van een grote, moderne windwindmolen van 241 meter (zie kader).

1

https://services.geodan.nl/viewer

8 april 2021

LANDSCHAP EN RUIMTEGEBRUIK

BH6518TPRP2103221028

7

Projectgerelateerd

Hoogte windmolens Voor de belemmeringen is uitgegaan van een windturbine van 241 meter hoog, met een ashoogte van 166 meter en een wieklengte van 75 meter (zie figuur 3). Voor veel belemmeringen wordt een afstand op basis van de grootte van de windmolen aangehouden. Hoe hoger een molen, hoe groter het bereik van de overlast en risico. Waar een paar jaar geleden een windturbine van 150 meter op land nog de standaard was, worden hogere windmolens met een tiphoogte tot 250 meter steeds meer toegepast. Hoger in de lucht waait het harder en hogere turbines kunnen dus meer wind vangen. Daarnaast geldt: hoe groter de wieken, hoe meer opbrengst. Turbines lager dan 200 meter worden niet veel meer toegepast, omdat deze steeds vaker geen haalbare business case hebben. Lagere windmolens passen binnen dezelfde belemmeringen. De meeste hinderafstanden zijn op basis van de wieklengte, bij een iets kleinere windmolen van 200 meter is de wieklengte gelijk. Voor afstand tot woningen of infrastructuurlijnen is de aan te houden afstand iets korter. Dit wordt toegelicht waar dit van belang is. Figuur 3: afmeting windturbine

De belemmeringen zijn te verdelen in drie categorieën: woningen/gebouwen, infrastructuur en beperkingsgebieden. Deze worden per categorie toegelicht en gevisualiseerd. Woningen en verblijfsobjecten Woningen worden in Nederland beschermt tegen hinder door normen die zijn vastgelegd in het Activiteitenbesluit. Tabel 1: Afstanden woningen en verblijfsobjecten

Object

Afstand Reden

Aaneengesloten woningen binnen woonkern

500 meter

Geluidsnormen (+ slagschaduw en veiligheid)

Losse woonbebouwing buiten de kernen

300 meter

Geluidsnorm

Kwetsbare objecten (o.a. ziekenhuizen, 241 scholen, grote meter kantoren)

8 april 2021

Veiligheidsnorm

LANDSCHAP EN RUIMTEGEBRUIK

Toelichting Binnen de aan te houden afstand voor geluid wordt vaak ook voldaan aan de normen voor slagschaduw en veiligheid. Dit is een vuistregel, bij ruimtelijke besluitvorming moeten onderzoeken aantonen dat aan de normen voldaan wordt. Voor woningen in het buitengebied moet ook aan de norm worden voldaan. Bij individuele woningen kan echter in samenspraak van de afstanden afgeweken worden. Daarom is voor losse woningen minder afstand aangehouden. Deze afstand is minder groot dan voor woningen, waardoor deze afstand vaak ‘wegvalt’. Bij kleinere windmolens kan een afstand van 200 meter aangehouden worden.

BH6518TPRP2103221028

8

Projectgerelateerd

Beperkt kwetsbare objecten 75 (o.a. winkels, hotels, meter kleine kantoren)

Veiligheidsnorm

De wieken mogen niet over deze gebouwen draaien, vandaar dat minstens de wieklengte aangehouden wordt. Voor de kleinere variant gelden dezelfde uitgangspunten.

Figuur 4: Kaart woningen en verblijfsobjecten

Aandachtspunten: voor woningen is de BAG2 gebruikt. Hier is op twee plaatsen van afgeweken, vanwege een bestemmingsplanwijziging. Op de Dordtse Kil is een groep wegbestemde woningen 3, deze zijn van de kaart gehaald.

2

Basisregistratie adressen en gebouwen Bestemmingsplan Chw Dordtse Kil 4: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0505.BP196Dordtsekil43002/t_NL.IMRO.0505.BP196Dordtsekil4-3002.html 3

8 april 2021

LANDSCHAP EN RUIMTEGEBRUIK

BH6518TPRP2103221028

9

Projectgerelateerd

Bij Hardinxveld-Giessendam is een nieuwe woonwijk gepland. Hiervoor is een bestemmingsplan (in voorontwerp 4 ) opgesteld. Het vlak van deze woonwijk is op de kaart toegevoegd als nieuwbouw, met dezelfde afstand als voor woningen in de bebouwde kom. Infrastructuur Over het algemeen geldt dat de wieken niet over een infrastructureel werk mogen draaien. Hierdoor wordt dus de wieklengte aangehouden, dit is gelijk bij de lagere variant windwindmolen. De veiligheidsafstanden houden de tiphoogte aan, hierbij ontstaat dus meer ruimte bij een kleinere windwindmolen. Tabel 2: Afstanden voor infrastructuur

Object

Afstand

Reden

Toelichting

Wegen

75 meter

Veiligheid

De wieken mogen niet over de weg draaien.

Spoorwegen

83 meter

Veiligheid

Eis van pro-rail (wieklengte + 8 meter)

Waterwegen

50 meter

Radarverstoring

Eis van Rijkswaterstaat, bij realisatie moet dit onderzocht worden

Vastgesteld (meestal 241 Veiligheid meter)

Hinderzone 10-6

241 meter

Veiligheid

Tiphoogte aanhouden, afwijkingen bij toestemming van beheerder mogelijk

Hoogspanningsleidingen 241 meter

Veiligheid

Tiphoogte aanhouden, afwijkingen bij toestemming van beheerder mogelijk

Primaire waterkeringen

50 meter

Veiligheid

Voor de stabiliteit van de waterkeringen

500 meter

Onderlinge beïnvloeding/ veiligheid

NB: deze is niet opgenomen in de NP RES kaarten

Objecten hinderzone

met

een

Buisleidingen

Bestaande windwindmolens

Bestemmingsplan ’t Oog wonen, fase 1: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0523.tOOGWONENFASE1VO01/r_NL.IMRO.0523.tOOGWONENFASE1-VO01.html 4

8 april 2021

LANDSCHAP EN RUIMTEGEBRUIK

BH6518TPRP2103221028

10

Projectgerelateerd

Figuur 5: Kaart infrastructuur

8 april 2021

LANDSCHAP EN RUIMTEGEBRUIK

BH6518TPRP2103221028

11

Projectgerelateerd

Overig Natuurgebieden zijn in de potentiekaart van NP RES niet meegenomen, maar apart weergegeven. Tabel 3: Overige belemmeringsgebieden

Object

Afstand

Natuurgebieden (Natura 2000, Natuurnetwerk Nederland, stiltegebieden)

n.v.t.

Hoogtebeperkingen vliegverkeer

8 april 2021

75 meter

Reden

Toelichting

Bescherming natuurwaarden

In natuurgebieden mag niet gebouwd worden. Voor Natuurnetwerk Nederland kan een uitzondering gemaakt worden, indien de windwindmolens geen afbreuk doen aan de natuurwaarden. Het is onwaarschijnlijk dat dat het geval is.

Bescherming luchtvaart

Er liggen laagvliegroutes over de twee zoekgebieden voor windwindmolens. Formeel moet ‘rekening gehouden worden met laagvliegroutes’. Volgens NP RES is een laagvliegroute echter geen belemmering. Winwindmolens in laagvliegroutes komen op meer plekken voor in Nederland, zoals in Nijeveen (Drenthe). Het is wel van belang bij Defensie na te gaan of c.q. welke eventuele randvoorwaarden zij aan windwindmolens stellen op deze twee locaties.

LANDSCHAP EN RUIMTEGEBRUIK

BH6518TPRP2103221028

12

Projectgerelateerd

Figuur 6: Kaart overige gebieden

8 april 2021

LANDSCHAP EN RUIMTEGEBRUIK

BH6518TPRP2103221028

13

Projectgerelateerd

Figuur 7: samenvatting belemmeringen windenergie

Mogelijkheden ander type windwindmolens In deze studie is uitgegaan van de grootst mogelijke windwindmolen, met een tiphoogte van 241 meter. Deze kost ook de meeste ruimte. Voor windwindmolens van 180 tot 200 meter zijn meer mogelijkheden, maar de extra ruimte is beperkt. Voor beide zoekgebieden zijn woningen de grootste belemmering. Bij de belemmeringen van hoogspanning en buisleidingen komt wel extra ruimte beschikbaar bij toepassing van een lagere windwindmolen. Lagere windwindmolens leveren ook minder elektriciteit op. In onderstaande tabel staan een aantal afmetingen met een vermogen dat bij die hoogte doorgaans gerealiseerd wordt.

8 april 2021

LANDSCHAP EN RUIMTEGEBRUIK

BH6518TPRP2103221028

14

Projectgerelateerd

Tabel 4 Windwindmolens afmetingen en bijbehorend vermogen

Tiphoogte

Vermogen [MW]

241 meter

4,5

200 meter

4,0

150 meter

3,0

120 meter Drechtsteden)

(bestaand

in

2,3

De opbrengst is afhankelijk van het vermogen en het aantal vollasturen. In de RES Systematiek5 worden hier uitgangspunten voor gegeven. In de Drechtsteden is de windsnelheid op 100 meter hoogte 6,75. Met deze windsnelheid draait een windwindmolen 2.420 uur per jaar op vol vermogen. Dit geldt voor een windwindmolen met een ashoogte van 100 meter. De ashoogte van de windwindmolens die wij aanhouden zijn hoger, namelijk 166 meter. Op deze hoogte is de windsnelheid ook hoger, waardoor het aantal vollasturen en daarmee de energieopbrengst ook hoger zijn.

3.2

Zonnevelden

In tegenstelling tot wind, gelden voor zonne-energie weinig wettelijke/juridische belemmeringen. Er zijn drie belangrijke aandachtspunten: natuur, hoogspanning en buisleidingen (zie figuur 2). Natuur (Natuurnetwerk Nederland) De gronden binnen het Natuurnetwerk Nederland zijn aangewezen voor instandhouding van natuurwaarden. Nieuwe projecten mogen de natuur niet significant aantasten. Hier mag van afgeweken worden onder twee voorwaarden: 1. Het project dient een groot openbaar belang; 2. Er zijn geen alternatieven buiten de natuur. Als aan beide voorwaarden voldaan wordt kan een project mogelijk doorgaan maar is natuurcompensatie verplicht. Zonnevelden zullen de natuurwaarden in de meeste gevallen aantasten. Energieproductie dient een groot openbaar belang, maar vooralsnog zijn er ook nog locaties buiten natuur beschikbaar. Om die rede zijn natuurgebieden vooralsnog uitgesloten van de plaatsing van zonnevelden. Hoogspanning Vanwege de veiligheid en het belang van een ongestoorde werking van de hoogspanning mogen onder hoogspanningsleidingen normaal gesproken geen nieuwe bouwwerken of objecten geplaatst worden. Daarnaast moeten de leidingen altijd bereikbaar zijn voor onderhoud. Zonnepanelen kunnen daarom alleen onder bepaalde voorwaarden onder hoogspanningsleidingen geplaatst worden en er is toestemming van de beheerder nodig.

Bij initiatieven onder hoogspanningsleidingen dient dit in nauw overleg met de beheerder plaats te vinden. Buisleidingen Voor ondergrondse buisleidingen worden binnen 200 meter van de buisleiding eisen gesteld aan de uitvoering van een zonnepark. Deze eisen hebben betrekking op de kathodische bescherming van de buisleidingen en komen er onder ander op neer dat hoogspanningskabels niet op een te korte afstand 5

Systematiek Monitor RES, PBL 2020

8 april 2021

LANDSCHAP EN RUIMTEGEBRUIK

BH6518TPRP2103221028

15

Projectgerelateerd

parallel aan de buisleidingen mogen lopen. Deze eisen zijn een aandachtspunt bij mogelijke initiatieven voor zonnevelden. Verder dient een “belemmeringenstrook” te worden vrijgehouden. Deze is voor beheer en onderhoud van de buisleiding. Deze strook heeft een breedte van 5 tot 7,5 meter aan weerszijden van de transportleiding .

Figuur 8: Aandachtsgebieden zon

Configuratiemogelijkheden zonnevelden 8 april 2021

LANDSCHAP EN RUIMTEGEBRUIK

BH6518TPRP2103221028

16

Projectgerelateerd

Voor zonnevelden zijn de ruimtelijke aspecten minder belemmerend dan voor windenergie en er zijn meer configuratiemogelijkheden mogelijk. Voor zonnevelden zijn de opstelling, omvang en aansluitingsmogelijkheid op het net de belangrijkste variabelen. In principe kunnen zonnepanelen gerealiseerd worden op de meeste ondergronden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen landopstellingen, wateropstellingen, dakopstellingen en carportopstellingen (overkappingen). De soort ondergrond en bijbehorende opstelling bepaalt het type onderconstructie dat nodig is om de zonnepanelen te plaatsen. Dakopstellingen vallen nadrukkelijk niet binnen de scope van het onderdeel “restruimten” en “zoekgebieden”. Belangrijk is vooraf goed te kijken naar de omvang en vorm van een zonneveld. Vierkante, grotere zonnevelden hebben vanuit financiële haalbaarheid de voorkeur. Smalle, langgerekte stroken leiden tot veel strekkende meters waarbij extra bekabeling en transformatorstations nodig zijn. Dit heeft een negatieve impact op de financiële haalbaarheid. Daarnaast wordt ook de totale opwek minder, door elektriciteitsverlies van lange kabels. Om deze redenen heeft het de voorkeur om een zonneveld in een vierkante vorm te realiseren. Het is aan initiatiefnemers hier een haalbaar project van te maken, met inachtneming van de gestelde criteria.

8 april 2021

LANDSCHAP EN RUIMTEGEBRUIK

BH6518TPRP2103221028

17

Projectgerelateerd

3.3

Netinpassing

Hoe een zonne- of windpark kan worden aangesloten op het elektriciteitsnet is afhankelijk van het maximale opwekvermogen van dat zonne- of windpark. De wijze waarop een zonne- of windpark moet worden aangesloten staat weergegeven in Figuur 9.

Figuur 9: Aansluitingsmogelijkheden op de elektriciteitsnetwerken van Stedin en Tennet.

3.3.1

Aansluitafstanden

Op basis van een gemiddelde businesscase gelden voor aansluiting van zonne- of windprojecten de volgende (maximale) afstanden tot het aansluitstation: - Aansluiting op een middenspanning (MS)-station (1,75-10 MW): o Voor zon maximaal 3 km o Voor wind maximaal 5 km - Aansluiting op een hoogspanning (HS)- of tussenspanning (TS)-station (>10MW): o Voor zon maximaal 5 km o Voor wind maximaal 10 km Figuur 10: Richtlijn voor afstanden tot aansluitstations.

8 april 2021

LANDSCHAP EN RUIMTEGEBRUIK

BH6518TPRP2103221028

18

Projectgerelateerd

In deze studie gaan we uit van zonneparken van 1 MWp per hectare. Kleine zonneparken tot 10 hectare kunnen dus op een MS-station aangesloten worden, grotere zonneparken moeten op een hoogspanningsstation worden aangesloten.

3.3.2

Aansluitkosten

De aansluitingskosten zijn een belangrijk onderdeel van de businesscase van zonneparken. Voor windenergieprojecten spelen aansluitingskosten een veel minder grote rol in het totale kostenverhaal. De aansluitkosten zijn vooraf vastgesteld door de lokale netbeheerder (Stedin). De aansluitkosten van Stedin zijn gebaseerd op twee factoren: aansluitvergoeding en de aansluitkabel. 6 In de tabel hieronder staan de gemiddelde tarieven. De kosten hangen af van het opgestelde vermogen. De eenmalige aansluitkosten zijn inclusief 25 meter kabel. Vanaf 25 meter geldt een tarief per extra meter. Tabel 5: Gemiddelde tarieven netaansluiting Stedin Omvang netaansluiting (MVA)**

< 0,5 MVA7

0,5 - 1 MVA

1 - 1,75 MVA

1,75 - 3 MVA

3 - 10 MVA

> 10 MVA

Omvang PV-veld (ha)

< 0,5 ha (< 0,5 MW)

0,5 - 1 ha (0,5 - 1 MW)

1 - 1,75 ha (1 - 1,75 MW)

1,75 - 3 ha (1,75 - 3 MW)

3- 10 ha (3 - 10MW)

> 10 ha (> 10 MW)

Omvang windpark (windwindmolens)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

1-2 WTG’s (4,5-9 MW)

>2 WTG’s (> 10 MW)

Aansluitvergoeding

€ 39.800

€ 41.000

€ 50.000

€ 213.000

€ 290.000

Op aanvraag

Meerprijs? per meter

€ 90

€ 100

€ 269

€ 340

€ 382

Op aanvraag

**Aansluitingen vanaf 10 MVA behoeven maatwerk, de prijzen van de aansluitvergoeding en meerlengte Voor zonnevelden geldt dat velden kleiner dan 1 MWp financieel eigenlijk niet interessant zijn, tenzij er al een beschikbare netaansluiting op de locatie is. Dit heeft te maken met de aansluitkosten (aansluitvergoeding en meerlengte aansluitkabel) en trafokosten. Deze kosten kunnen bijna niet terugverdiend worden met de opbrengsten van het veld. Voor velden groter dan 1 MWp kan dit wel. Er kan, afhankelijk van de ligging van het PV-opstelling, een bestaand trafostation gebruikt worden om het PV-veld op aan te sluiten. Als dit mogelijkheid is, geeft dit meer mogelijkheden om kleinere PV-opstelling (< 1 MWp) te realiseren en aan te sluiten. Voor grootschalige windparken (van meer dan 2 windwindmolens of meer dan 9MW) passen hogere aansluitingskosten vaak nog in de businesscase. Dit komt doordat de investeringen en opbrengsten van een windwindmolen vele malen hoger zijn dan bij een zonneveld. De aansluitkosten maken hiervan dan een minder groot deel uit. Hierdoor zijn grotere aansluitafstanden (tot 10 km) toelaatbaar.

3.3.3

Beschikbaar elektriciteitsnet

Niet overal is capaciteit op het netwerk om zonneparken of windparken aan te sluiten. Sommige stations zitten al aan de maximale capaciteit. Hieronder staat een kaart (zie Figuur 11) met de vrije aansluitingen in de regio Drechtsteden. Hierbij zijn ook de richtafstanden voor zon en wind aangegeven. De capaciteit van bestaande stations kan een knelpunt vormen. Op de kaart zijn de stations met vrije aansluitingen 6

https://www.stedin.net/zakelijk/betalingen-en-facturen/tarieven MVA staat voor het ‘schijnbare vermogen’ is de afkorting van mega-volt-ampère (kVA en GVA zijn dus ook mogelijk). Het is het kale product van de spanning en de stroomsterkte zonder verder te kijken naar de onderlinge faseverhouding. 7

8 april 2021

LANDSCHAP EN RUIMTEGEBRUIK

BH6518TPRP2103221028

19

Projectgerelateerd

weergegeven, en de stations met nog te realiseren aansluitmogelijkheden. Voor MS Papendrecht is uitbreiding van de aansluitmogelijkheden beoogd na 2024 en voor MS Hardinxveld na 2027. Voor windenergie gaan we uit van windwindmolens van 4,5 MW. Een groep van meer dan twee windwindmolens zal dus op een HS- of TS-station aangesloten worden. Bij deze kaart is het belangrijk te vermelden dat dit een momentopname is. De situatie op het elektriciteitsnet verandert continu. De kaart geeft een beeld van hoe de situatie is en waar in de studie rekening mee gehouden is, maar de kaart kan niet als huidige situatie aangenomen worden.

Figuur 11: Overzicht van aansluitstations met cirkels voor maximale afstand tot zonne- en windprojecten

Meer gedetailleerde informatie over netinpassing vindt u in Bijlage F.

8 april 2021

LANDSCHAP EN RUIMTEGEBRUIK

BH6518TPRP2103221028

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/569/documents/18335