Bijlage bij Toelichting.pdf
Tekst van het document
s c ha a l 1: 100( 86x 62c m) 10ma a r t2021
Nieuwe parkeerplaatsen: 20 stuks, 2.50 x 5.00 meter
Bestaand parkeerterrein
9 parkeerplaatsen op eigen terrein Nieuwe bebouwing Nieuwe rijbaan: 6 meter breed
0
5
25 12.5
N
P201781 22 juli 2021 - Ontwerp - Stationsstraat, Harninxveld-Giessendam
ADVIES STATIONSSTRAAT 27 onderwerp : advies ontwikkelingen Stationsstraat 27 aan : Gemeente Hardinxveld-Giessendam (dhr. G.J. Nieuwland) van : Spacevalue tekeningen-sets : boekje ‘Woonhuis Hardinxveld Giessendam’, 776 SO03 Hardinxveld 20200617, van HD architecten; boekje ‘DO Appartementen Stationsstraat’, 19.014 11 februari 2021, van 2802 ontwerpt en adviseert datum : 23 februari 2021
inleiding
In 2019 bleek dat eerdere plannen voor de ontwikkeling van de locatie ‘Stationsstraat 27’ in Hardinxveld-Giessendam niet gerealiseerd zouden worden. In plaats daarvan kwam er een initiatief, om op het westelijk deel van betreffende locatie zorgwoningen te realiseren in een groepsaccommodatie. Eveneens kwam er een initiatief om op het oostelijk deel van de locatie een appartementengebouw te realiseren. Deze initiatieven passen niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Desondanks was echter de verwachting, dat de combinatie van initiatieven in potentie tot een eindsituatie zouden kunnen leiden die een minder grote impact op de omgeving zou hebben (door een lagere bouwhoogte, geringer volume en minder publieksgerichte functies) dan realisatie van bebouwing dat binnen het vigerende bestemmingsplan mogelijk is. Vanuit die verwachting is er onder stedenbouwkundige supervisie gewerkt aan het verder ontwerpen en (onderling) afstemmen van de twee initiatiefplannen op de locatie. Gedurende het ontwerptraject zijn de plannen in samenhang met elkaar besproken en geleidelijk beter op elkaar afgestemd. Momenteel zijn de planuitwerkingen op dusdanig niveau, dat op basis hiervan een hernieuwd (voorontwerp) bestemmingsplan kan worden opgesteld.
Het betreft het ontwerp voor het (zorg-)Woonhuis September aan de westzijde van het plangebied door HD architecten en het ontwerp van een appartementengebouw door 2802 aan de oostzijde, zoals verbeeld in genoemde tekeningensets. overwegingen
De initiatieven hebben ruimtelijk-programmatisch een minder grote impact op de omgeving. Het bouwblok aan de westzijde bestaat uit een eenvoudig hoofdvolume van circa 30 bij 21 meter in twee lagen met een steile, bewoonbare kap. Het volume ligt parallel aan de Stationsstraat op iets meer dan 6 meter afstand van de noordelijke perceelsgrens. Op de
begane grond is er ter plaatse van de zuidwesthoek een relatief transparante uitbouw t.b.v. de gezamenlijke ruimtes in directe relatie met de omliggende tuin. Het bouwblok aan de oostzijde heeft een gelijkvormige hoofdopbouw met een grondvlak van circa 25 bij 13 meter in twee lagen met een steile, bewoonbare kap. Het volume ligt iets noordelijker op circa 4 meter afstand van de perceelsgrens, waardoor beide gebouwen onderling een sprong in de rooilijn van de voorgevel hebben die enigszins volgend is aan de asverschuiving van de straat. Door de vorm en positie van de volumes blijft er voldoende ruimte aan de zuidzijde van de percelen om een passende overgang naar bestaande percelen te kunnen realiseren. In schaal, maat, volume en materialisering is er gewerkt naar een verwantschap tussen de twee volumes, maar zijn er ook onderlinge verschillen in met name architectuurstijl en detaillering. De gebouwen hebben hierdoor weliswaar een eigen karakter, maar gaan ook onderlinge relatie aan. advies
Gebaseerd op de diverse supervisie-sessies en bovenstaande overwegingen is ons stedenbouwkundig advies op de samenhangende initiatiefplannen positief. Als aanbeveling geven we mee om in de uitwerking afstemming te blijven zoeken in het kleurenpalet van de bakstenen van de gevels en de ondergeschikte bouwdelen. Eveneens vragen we aandacht voor een voldoende kwaliteitsniveau van de inrichtingsplannen, met name waar het gaat om de compensatie van bomen*. * Op de westzijde van het perceel bevindt zich een monumentale boom. De positie van deze boom is dusdanig (dat ook uit eerdere studies bleek), dat het vrijwaren van de boomkroon en het handhaven van voldoende ondergrondse groeiruimte te veel beperkend zouden zijn voor het realiseren van een bouwvolume, waarin de verhouding van het gebouw tussen de plattegrond en de hoeveelheid geveloppervlak efficiënt is. Er geldt hiervoor een compensatieverplichting, die wordt getoetst via een door gemeente goed te keuren inrichtingsplan.
BOOT organiserend ingenieursburo bv. Alle opdrachten worden aanvaard en uitgevoerd overeenkomstig de AV-BOOT 2018.
Actualiserend bodemonderzoek, conform NEN 5740 en NEN 5707 LOCATIE
Hardinxveld- Giessendam – Stationsstraat 23-27 KADASTRALE GEMEENTE
Hardinxveld- Giessendam SECTIE F, NUMMER(S) 2395, 2394, 2194
OPDRACHTGEVER
Pouderoyen B.V. St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen
DATUM
4 mei 2021
DOCUMENTNUMMER
P18-0261-018
OPGESTELD DOOR
de heer J.M.D. van Ameijde
GEAUTORISEERD
ing. C.H.J. Prudon
PROJECTLEIDER
ing. C.H.J. Prudon
GEZIEN
BOOT organiserend ingenieursburo B.V. Plesmanstraat 5 3905 KZ Veenendaal WEBSITE
www.buroboot.nl
info@buroboot.nl
Titelpagina Actualiserend bodemonderzoek NEN 5740
SOORT ONDERZOEK
Verkennend bodemonderzoek asbest NEN 5707 Stationsstraat 23-27
ONDERZOEKSLOCATIE
Hardinxveld-Giessendam
Pouderoyen B.V.
OPDRACHTGEVER
St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen Telefoon: 024-3224579 CONTACTPERSOON
de heer M. Barendse
UITGEVOERD DOOR
BOOT organiserend ingenieursburo B.V. Plesmanstraat 5 3905 KZ Veenendaal
CONTACTPERSOON
ing. C.H.J. Prudon
DATUM VOORONDERZOEK
16 juli 2020
DATUM VELDWERK
18 november 2020 25 maart 2021
DATUM PEILBUISBEMONSTERING
VELDWERK DOOR
25 december 2020
de heer E. Mendels de heer J.M.D. van Ameijde de heer J.H.J. ten Dam
2001/2002/2018
PROJECT
2 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
Inhoudsopgave 1
INLEIDING ............................................................................................................................................. 5 1.1
AANLEIDING.................................................................................................................... 5
1.2
DOELSTELLING ................................................................................................................ 5
1.3
AFBAKENING ................................................................................................................... 6
1.4
LEESWIJZER ..................................................................................................................... 6
2
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK .............................................................................. 7 2.1
AANLEIDING EN ONDERZOEKSVRAGEN .................................................................................. 7
2.2
LOCATIEGEGEVENS ........................................................................................................... 7
2.3
TERREINVERKENNING ........................................................................................................ 8
2.4
BODEM EN GEOHYDROLOGIE .............................................................................................. 9
2.5
INFORMATIE ONDERZOEKSLOCATIE EN DIRECTE OMGEVING ...................................................... 9
2.6
CONCLUSIES VOORONDERZOEK EN HYPOTHESE VERKENNEND ONDERZOEK ................................ 15
2.7
AANVULLEND ONDERZOEK ............................................................................................... 17
2.8
CONCEPTUEEL MODEL LOOD EN MINERALE OLIE FASE 3 ......................................................... 18
3
VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................ 20 3.1
UITVOERING VELDWERK ................................................................................................... 20
3.2
LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................................ 21
3.3
NORMERING .................................................................................................................. 22
3.4
KWALITEITSBORGING ...................................................................................................... 23
4
ONDERZOEKSRESULTATEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK ...................... 24 4.1
BODEMOPBOUW EN GRONDWATER ..................................................................................... 24
4.2
VELDONDERZOEK ........................................................................................................... 24
4.3
LABORATORIUMONDERZOEK EN TOETSING .......................................................................... 25
4.4
RESULTATEN LABORATORIUMONDERZOEK EN VELDWERKONDERZOEK ....................................... 28
4.5
TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESE................................................................................... 29
5
VERKENNEND ASBESTONDERZOEK STATIONSSTRAAT 23-25 ........................... 30 5.1
VELDONDERZOEK ........................................................................................................... 30
5.2
LABORATORIUMONDERZOEK EN TOETSING .......................................................................... 30
5.3
BEPALING ASBESTCONCENTRATIE EN TOETSING .................................................................... 31
5.4
RESULTATEN LABORATORIUMONDERZOEK EN VELDONDERZOEK ............................................... 31
5.5
TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESE................................................................................... 31
6
NADER BODEMONDERZOEK NTA 5755 ........................................................................... 32 6.1
VELDONDERZOEK ........................................................................................................... 32
6.2
RESULTATEN LABORATORIUMONDERZOEK ........................................................................... 32
6.3
BESPREKING RESULTATEN................................................................................................. 33
6.4
TOELICHTING GEVALSDEFINITIE EN SANERINGSNOODZAAK ..................................................... 35
6.5
INTERPRETATIE GEVALSDEFINITIE EN SANERINGSNOODZAAK.................................................... 35
7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................................... 37 7.1
CONCLUSIES ................................................................................................................. 37
7.2
AANBEVELINGEN ............................................................................................................ 38
PROJECT
3 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
BIJLAGEN A
: Topografische ligging : Situatietekening
B
: Beschrijving bodemopbouw
C
: Verklaring analysepakketten, analysecertificaten
D
: Analyse- en toetsresultaten
E
: Normering en certificering
F
: Verklaring onafhankelijkheid
G
: Gegevens vooronderzoek
H
: Toetstabel geactualiseerd tijdelijk handelingskader PFAS, d.d. 2 juli 2020
PROJECT
4 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
1
Inleiding In opdracht van Pouderoyen B.V. is door BOOT organiserend ingenieursburo een bodemonderzoek uitgevoerd aan de Stationsstraat 23 - 27
te Hardinxveld-Giessendam. Het
betreft een actualiserend onderzoek naar de huidige bodemkwaliteit op grond van eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, een verkennend onderzoek naar asbest en naar PFAS. Naar aanleiding van de eerste resultaten is vervolgens een nader bodemonderzoek uitgevoerd naar zware metalen en minerale olie. De onderzoekslocatie bestaat uit drie kadastrale percelen, te weten Gemeente Hardinxveld-Giessendam, sectie F: -
nr. 2194 (Stationsstraat 23): bebouwd met pleintje ervoor (klinkers), circa 790 m2;
-
nr. 2394 (Stationsstraat 25): bebouwd met woning en tuin, circa 185 m2;
-
nr. 2395 (Stationsstraat 27): braakliggend/grasveld, circa 2.500 m2.
Een overzicht van de locatie is weergegeven in bijlage A, blad 2. Het onderzoek is uitgevoerd in meerdere fasen. In de eerste fase is een vooronderzoek (conform NEN 5725) uitgevoerd. Aan de hand hiervan is de onderzoeksstrategie bepaald. In de tweede fase is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform NEN 5740 en NEN 5707. In een derde fase is nader bodemonderzoek uitgevoerd naar de aanwezige verontreinigingen met zware metalen en minerale olie. Dat is gebaseerd op de NTA 5755. Het veldwerk is uitgevoerd onder erkenning van de BRL SIKB 2000. De laboratoriumanalyses zijn uitgevoerd conform AS 3000. 1.1
Aanleiding Aanleiding voor het bodemonderzoek vormt de voorgenomen sloop van de huidige bebouwing en herontwikkeling van de locatie.
1.2
Doelstelling Doel van het verkennend bodemonderzoek is na te gaan of de bodem (met betrekking tot milieuhygiënische kwaliteit van de bodem) geschikt is voor het huidig en/of toekomstig gebruik of dat mogelijk een bedreiging van de volksgezondheid kan optreden. Met het oog op de beoogde grondwerkzaamheden zijn grondmonsters genomen die aanvullend zijn geanalyseerd op Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) met als doel het indicatief bepalen van de bodemkwaliteitsklasse van de vrijkomende grond. Doel van het verkennend bodemonderzoek asbest is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een bodemverontreiniging met asbest aanwezig is. Op basis van de berekende asbestconcentratie kan een indicatieve uitspraak worden gedaan over het asbestgehalte in de bodem. Het nader bodemonderzoek had tot doel om de ernst van het geval en de omvang nader te bepalen. Op grond daarvan kunnen de gevolgen ervan bepaald worden voor het plangebied, en de benodigde vervolgmaatregelen.
PROJECT
5 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
1.3
Afbakening Het uitgevoerde onderzoek betreft een verkennend en nader bodemonderzoek. Bij een bodemonderzoek wordt middels vooronderzoek, bestaande uit een historisch onderzoek en terreininspectie, in beeld gebracht of en zo ja waar verontreinigingen worden verwacht. Op basis hiervan wordt een strategie opgesteld voor het veldwerk. Het veldwerk bestaat uit een aantal boringen en asbestinspectiegaten, waarbij de visuele waarnemingen worden vastgelegd en een aantal representatieve mengmonsters worden samengesteld. Op basis van de resultaten wordt geconcludeerd of de verwachting uit het vooronderzoek juist is. Indien daartoe aanleiding is, dient aanvullend onderzoek te worden gedaan om vast te stellen of daadwerkelijk sprake is van een verontreiniging en wat de omvang daarvan is. Middels een bodemonderzoek wordt beoordeeld of de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik en/of een verontreiniging wordt verwacht. Het vaststellen van de bodemkwaliteitsklasse van de bodem voor toepassing elders maakt hiervan geen onderdeel uit. Het onderzoek is op een zorgvuldige wijze en door gekwalificeerd personeel uitgevoerd. De betrouwbaarheid van het onderzoek wordt hierbij beïnvloed door:
Beschikbaarheid van historische informatie. Onvolledige historische informatie kan leiden tot een onjuiste onderzoeksstrategie;
Het onderzoek wordt uitgevoerd conform een gestandaardiseerde methode. Op basis hiervan worden middels een steekproef, boringen geplaatst en asbestinspectiegaten gegraven en monsters genomen. Doordat de steekproefomvang afgeleid is van de norm wordt een betrouwbaar beeld van de bodemkwaliteit verkregen. Lokale afwijkingen van de bodemkwaliteit kunnen niet volledig worden uitgesloten;
Het onderzoek betreft een momentopname. Eventuele toekomstige bodembedreigende activiteiten, calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. 1.4
Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de resultaten van het vooronderzoek. De opzet van het veld- en laboratoriumonderzoek volgen in hoofdstuk 3. De resultaten van het verkennend onderzoek staan beschreven in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 zijn de resultaten van het verkennend asbestonderzoek opgenomen. Het nader onderzoek wordt beschreven in hoofdstuk 6. Tot slot worden in hoofdstuk 7 de conclusies en aanbevelingen beschreven.
PROJECT
6 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
2
Milieuhygiënisch vooronderzoek In dit hoofdstuk wordt het kader van het vooronderzoek vastgesteld en relevante onderzoeksvragen voor zover als mogelijk beantwoord. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 (zie voor beschrijving asbestverdachte activiteiten, bijlage A NEN5725:2017). Als eerste stap wordt de aanleiding van het vooronderzoek vastgesteld. Bij vervolgstappen volgt de afbakening van de onderzoekslocatie, het verzamelen van informatie en beantwoorden van relevante onderzoeksvragen en tot slot het trekken van conclusies en opstellen van een hypothese. Het vooronderzoek heeft betrekking op Stationsstraat 23 (perceel 2194), Stationsstraat 25 (perceel 2394) en Stationsstraat 27 (perceel 2395). In het verleden zijn reeds eerder diverse bodemonderzoeken uitgevoerd en heeft in 2012 een uitgebreid historisch onderzoek plaatsgevonden door Grontmij. Er wordt aangehaakt bij het vooronderzoek uit 2012 (Grontmij, PN314853, 19/6/2012) en 2018 (BOOT, P18-0261-002). In bijlage G is de bronvermelding van de verzamelde informatie weergegeven.
2.1
Aanleiding en onderzoeksvragen In de NEN 5725 is een aantal standaard aanleidingen en onderzoeksvragen geformuleerd. De volgende aanleiding is voor onderhavig onderzoek van toepassing: A (algemeen): het opstellen van de hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van het uitvoeren van een bodemonderzoek. Op basis van de aanleiding van het vooronderzoek zijn voor deze aanleiding een aantal onderzoeksvragen vastgesteld. De onderzoeksvragen zijn beschreven in de NEN 5725 en worden gebruikt als leidraad bij het vooronderzoek.
2.2
Locatiegegevens De onderzoekslocatie is gelegen binnen de bebouwde kom van Hardinxveld-Giessendam, waar wonen en bedrijvigheid aanwezig is. De locatie ligt ten zuiden van de spoorlijn Gorinchem-Dordrecht. Aan de oostzijde bevindt zich een tankstation Haan ‘t Spoor. De Xcoördinaat op de Topografische Kaart van Nederland is voor de onderzoekslocatie 116881.01 en de Y-coördinaat is 426956.84. De topografische ligging is weergegeven in bijlage A. Huidig en toekomstig gebruik Het westelijk deel van de onderzoekslocatie is als weiland in gebruik (Stationsstraat 27, perceel 2395), de overige percelen 2194 (Stationsstraat 23) en 2394 (Stationsstraat 25) zijn in gebruik als wonen en praktijkruimte met grondgebonden bebouwing. Dit deel is verhard met klinkers en in gebruik als oprit en parkeergelegenheid. Er zijn enkele groenstroken aanwezig.
PROJECT
7 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
Historisch kaartmateriaal Hieronder is de historie aangegeven uit het eerder onderzoek van 2012.
Bron: rapport Grontmij, GM-0064772, 2012
Aanvullende gegevens Omstreeks medio vijftiger jaren wordt het treinstation en de Stationsstraat aangelegd. Vanaf deze periode t/m 2009 is er aan de Stationsstraat 27 een langwerpig (school)gebouw en twee overige opstallen aanwezig. De onderzoekslocatie aan de Stationsstraat 27 was tot medio 2009 in gebruik als schoolterrein en is omstreeks 2010 gesloopt. Daarna is het terrein niet meer bebouwd of in gebruik genomen. Stationsstraat 25 is sinds medio ’50 in gebruik met een woonfunctie. Het pand aan de Stationsstraat 23 is sinds 1951 in gebruik en staat op het moment van schrijven geregistreerd als kantoor en gezondheidszorgfunctie. Het langwerpige gebouw aan de Stationsstraat 27 wordt omstreeks 2010 gesloopt. De watergang is geheel rond 2012 gedempt. 2.3
Terreinverkenning De terreinverkenning is direct voorafgaand aan het veldwerk uitgevoerd op 18 november 2020. De locatiegegevens zoals genoemd in paragraaf 2.2 is tijdens de terreinverkenning geverifieerd. Tijdens de terreinverkenning zijn, behalve het naastgelegen tankstation met opslagtanks en vul-ontluchtingspunten, geen verdachte bronlocaties aangetroffen.
PROJECT
8 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
2.4
Bodem en geohydrologie De onderzoekslocatie is gelegen in het rivierengebied. De bovengrond bestaat uit klei. De ondergrond bestaat uit matig fijn tot matig grof zand. Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 1,0 meter beneden maaiveld (bron: voorgaand verkennend bodemonderzoek (BOOT, 2018). De regionale grondwaterstromingsrichting van het freatisch grondwater is noordelijk gericht. De lokale grondwaterstroming kan worden beïnvloed door de aanwezigheid van (gedempte)watergangen, rioolsleuven en dergelijke in de directe omgeving. Bij een nader onderzoek bij de Stationsstraat 21 (Inventerra in 2007) is de stromingsrichting van het grondwater bepaald met behulp van een waterpassing. Daaruit is een zuid-zuidwestelijke stromingsrichting bepaald. In onderstaande tabel is een weergave gegeven van de regionale bodemopbouw. Tabel 2.1 Schematische weergave van de regionale bodemopbouw
PAKKET
DIEPTE (M -MV)
SAMENSTELLING
Antropogene bodemlaag
0 – 0,5
Opgebrachte zand-/teelaarde laag
Formatie van Echteld
0,5 – 1,5
Klei, zandig tot zwak siltig, soms humeus, grijs tot bruin
Formatie van Nieuwkoop
1,5 – 5,0
Veen, mineraalarm, kalkloos, bruin tot zwart
Formatie van Echteld
5,0 – 9,0
Klei, zandig tot zwak siltig, soms humeus, grijs tot bruin
Formatie van Kreftenheye
9,0 - 9,5
Klei, zwak siltig tot zandig, grijs, bruin of zwart
Formatie van Kreftenheye
9,5 – 19,2
Zand, matig tot uiterst grof, grijs tot bruin, bont, grindhoudend
Formatie van Sterksel
19,2 – 37,1
Zand, matig grof tot uiterst grof, zwak tot sterk grindig, grijsbruin
2.5
Formatie van Stramproy
37,1 - 38,3
Klei, sterk tot uiterst siltig, groengrijs tot bruin
Formatie van Stramproy
38,3 – 40,0
Zand, matig fijn tot matig grof, lichtgrijs
Formatie van Waalre
40,0 – 54,4
Klei, sterk zandig tot zwak siltig, blauwgrijs en bruingrijs
Informatie onderzoekslocatie en directe omgeving Op de onderzoekslocatie zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. Hieronder zijn de bekende bodemonderzoeken aangegeven: -
Historisch onderzoek Grontmij, GM-0064772, 19/6/2012 [1];
-
Verkennend bodemonderzoek, Grontmij, GM-0085560, 17-12-2012 [2];
-
Nader onderzoek, Dordrecht research, 19/09/013 (rapportage niet in handen);
-
Asbestonderzoek, Grontmij, 18/11/2014 (rapportage niet in handen);
-
Verkennend onderzoek, BOOT, P18-0261-002, 16/7/2018 [3];
-
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740, SGS, 25.20.00587.1, 25/11/2020 [4];
-
Nader onderzoek NTA 5755, SGS, 25.20.00587.2, 30/12/2020 [5].
De rapportages van Dordrecht Research uit 2013 en Grontmij uit 2014 zijn opgenomen in de latere rapportages en niet ingezien. In onderstaande tabel is de beschikbare informatie uit het vooronderzoek weergegeven.
PROJECT
9 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
Tabel 2.2 Verzamelde informatie Bron
Bijzonderheden
Informatie opdrachtgever
Vooronderzoek (water)bodem [1] Locatie/adres: Stationsstraat 23a, 23b, 25 en 27 Door: Grontmij Datum: 19 juni 2012 Rapportnr.: GM-0064772
Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek zijn de volgende deellocaties te onderscheiden:
Tankstation op belendend perceel bij Stationsstraat 21
Ketelhuis incl. ondergrondse tank bij Stationsstraat 27
Gedempte sloten bij Stationsstraat 27
Watergang aan noordzijde Stationsstraat 27
Verkennend bodemonderzoek [2] Locatie/adres: Stationsstraat 23a, 23b, 25 en 27 Door: Grontmij Datum: 17 december 2012 Rapportnr.: GM-0085560
Onderzoeksresultaten onverdacht terreindeel BG: zink >T; zware metalen, PAK, minerale olie >AW OG: zware metalen, PCB >AW Gw: alle onderzochte parameters <S Conclusie: geen aanleiding voor vervolgonderzoek
Onderzoeksresultaten deellocatie ketelhuis en vml. ondergrondse tank BG: zware metalen >AW OG: nikkel >I; kobalt, molybdeen >AW Gw: barium, naftaleen >S Conclusie: na afperking blijkt de omvang van de sterk verhoogde concentratie nikkel in de ondergrond van beperkte omvang, max. 18 m³ en daarmee geen geval van ernstige bodemverontreiniging. Het is bij boring 14 aanwezig op een diepte van 1,0-1,9 m-mv over een oppervlak van 20 m2. Olie is niet waargenomen, wel puin. Het is in voldoende mate afgeperkt. Geen aanleiding voor vervolgonderzoek.
Onderzoeksresultaten vanuit naastgelegen tankstation BG: zink >I; zware metalen, PAK, PCB, minerale olie >AW OG: zware metalen, PAK, PCB, minerale olie >AW Gw: alle onderzochte parameters <S
PROJECT
10 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
Conclusie: Op de grens van de onderzoekslocatie is ter hoogte van het tankstation bodemonderzoek verricht. Daaruit blijkt dat na afperking de omvang van de sterk verhoogde concentratie zink in de bovengrond van beperkte omvang, max. 22 m³ en daarmee geen geval van ernstige bodemverontreiniging. Het is in voldoende mate afgeperkt. Rondom boring 15 is het zink aanwezig bij vanaf 0,3 tot 1,1 m-mv met een oppervlak van 20 m2. Het bevindt zich in een kleilaag met afvalresten. In de bovengrond is tot 0,3 m-mv een aanwezig, Vanaf 1,1m-mv is dat niet meer aangetroffen.
Er is zintuiglijk geen olie waargenomen, wel licht verhoogde concentraties in het traject 0,6-0,8 m-mv.
Onderzoeksresultaten deellocatie gedempte sloten BG: kwik, lood, PAK, PCB >AW OG: lood >T; zware metalen, PAK >AW Gw: barium >S Conclusie: Er is sprake van één gedempte sloot. Bij boring 17 is lood matig verhoogd (1-2 m-mv). Het matig verhoogd gehalte lood komt overeen met de sliben puinhoudend kleigrond. in de ondergrond en is in voldoende mate in kaart gebracht.
Waterbodem bij watergang Het slib uit de watergang S1 mag verspreid worden op aangrenzend perceel, toepassen als bodem kan deels niet. De sloot ligt aan de andere zijde van de Stationsstraat. Tot Slot Aangegeven is dat er een risico is voor niet-gesprongen explosieven.
Stationsstraat 21, tankstation Haan ’t Spoor
PROJECT
11 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
Saneringsplan Door: Inventerra Datum: 4 oktober 2002 Rapportnr.: 7.319.012
Aangrenzend hebben bij de Stationsstraat 21, het tankstation Haan ’t Spoor, diverse bodemonderzoeken, bodemsanering en een grondwatermonitoring plaats gevonden. In het saneringsplan is opgenomen dat de bodemsanering betrekking heeft op een nieuw geval van bodemverontreiniging, te weten BTEXN in het grondwater. Het betreft een in-situ grondwater sanering met aanvullende grondwatermonitoring. De terugsaneerwaarden zijn de streefwaarden.
Nader bodemonderzoek Door: Inventerra Datum: 17 oktober 2007 Rapportnr.: 07-2092-B071007 Uit de analyseresultaten blijkt dat lokaal het grondwater sterk is verontreinigd met vluchtige aromaten en minerale olie. Omdat de grondwaterstroming zuidzuidwestelijke gericht is, is het niet waarschijnlijk dat de verontreiniging zich veel verder oostelijk heeft verspreidt. Om echter een duidelijk beeld te krijgen van de gehele omvang van de verontreiniging is aanvullend onderzoek middels de plaatsing van 2 à 3 peilbuizen noodzakelijk.
Aanvullend bodemonderzoek Door: Inventerra Datum: 6 oktober 2008 Rapportnr.: 008-2176-B081002
Op basis van onderhavig onderzoek en de in februari en september 2007 uitgevoerde onderzoeken wordt de omvang van de sterke verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in de grond tussen de shop en de vloeistofdichte verharding geraamd op ca. 6 m 3. De omvang van de sterke verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater wordt vooralsnog geraamd op ca. 95 m3. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat op de locatie mogelijk sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Omdat in de toekomst mogelijk een herinrichting van het terrein plaatsvindt, wordt geadviseerd om de grondwaterverontreiniging jaarlijks te monitoren om vast te stellen of er verspreiding van de grondwaterverontreiniging plaatsvindt. Tijdens de herinrichting van het terrein kunnen de aanwezige verontreinigingen nader onderzocht worden en eventueel verwijderd worden. Indien de verontreinigingen ontstaan zijn na 1987 is er sprake van een nieuw geval van bodemverontreiniging, waarvoor de zorgplicht geldt; de verontreinigingen dienen in dat geval geheel verwijderd te worden.
Diverse monitoringen van het grondwater Door: Bodem ID Datum: 15 januari 2018 (laatst bekende monitoring)
PROJECT
12 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
Rapportnr.: 1055.007
Bij de laatste monitoringsrapportage uit 2018 blijkt dat er in het grondwater nog sterk verhoogde concentraties ethylbenzeen aanwezig zijn en matig benzeen en licht naftaleen. In peilbuis 02 nabij de perceelsgrens is Benzeen (1,6 ug/l), Xylenen (0,74 ug/l), Naftaleen (0,054 ug/l) hoger dan de streefwaarden, de stoffen ETBE (4,1 ug/l) en MTBE (13 ug/l) zijn ook geconstateerd boven detectiegrens, hiervoor zijn echter geen streefwaarden maar deze vallen onder de zorgplicht. Bij de iets meer oostelijk gelegen peilbuis 3 is geen ETBE of MTBE aangetoond, wel licht verhoogde concentraties xylenen (0,72 ug/l), naftaleen (0,15 ug/l) en minerale olie (76 ug/l).
Eigen rapportage
Verkennend bodemonderzoek [3] In 2018 is door BOOT een actualisatie onderzoek uitgevoerd op het perceel Stationsstraat 27, te weten perceelnummer 2395 (BOOT, P18- 0261-002, 16/7/2018). Het betreft een verkennend onderzoek NEN 5740 en een asbestonderzoek NEN 5707. De gedempte sloot en de nikkelverontreiniging bij het voormalige ketelhuis zijn reeds voldoende onderzocht en niet meer aanvullend onderzocht.
Bij het uitgevoerde bodemonderzoek NEN 5740 zijn overwegend licht verhoogde concentratie zware metalen en PAK geconstateerd. In het grondwater komt een licht verhoogde concentratie zink voor en een matig verhoogde concentratie barium. Er is ook onderzoek naar asbest gedaan in de bodem volgens NEN 5707, daarbij is geen asbest aangetoond.
De locatie bevindt zich binnen de invloedsfeer van Dupont/Chemours en kent derhalve een verdachtheid voor PFAS. Dit is in het onderzoek van 2018 onderzocht volgens destijds bekende analysemethoden en regelgeving. Uit het onderzoek van 2018 blijkt dat in de grond verhoogde concentraties PFOS en PFOA voorkomen, en ook in het grondwater. Het grondwater bevindt zich rond 1 m-mv. Geconcludeerd is dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is.
PROJECT
13 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
Informatie
Verkennend bodemonderzoek
Omgevingsdienst Zuid-
Locatie/adres: Stationsstraat 27
Holland OZHZ
Door: Dordrecht research Datum: 01-02-2004 Rapportnr.: geen info beschikbaar Resultaten bovengrond: kwik, lood, zink, PAK >S Resultaten ondergrond: kwik en lood >S Resultaten grondwater: geen informatie beschikbaar Conclusie: Vervolg WBB = voldoende onderzocht
Locatie: Stationsstraat 23-27 Statusinformatie Vervolg Wbb: voldoende onderzocht Beoordeling: niet ernstig, plaatselijk sterk verontreinigd Status asbest: onderzocht conform NEN5707, geen asbest aangetoond Uitgevoerde onderzoeken
Verkennend bodemonderzoek, Grontmij, 17-12-2012
Nader onderzoek, Dordrecht research, 19-09-2013
Asbestonderzoek, Grontmij, 18-11-2014
Verontreinigende activiteiten
Demping (niet gespecificeerd), voldoende onderzocht: ja
HBO-tank (ondergronds), voldoende onderzocht, ja
Besluiten Bodemloket
Uitvoeren NO, kenmerk 2013025896 / CHK, 21-10-2013
Ter plaatse van de onderzoekslocatie is de volgende bodeminformatie beschikbaar: Rapport ZH052300618 Adres: Stationsstraat 23a-27 Code Bevoegd gezag: ZH052300618
Verontreinigde activiteiten
Hbo-tank (ondergronds)
Demping (niet gespecificeerd)
Onderzoeksrapporten
Asbestonderzoek NEN5707 door Grontmij, nr. 339927, d.d. 2014-11-18
Nader onderzoek door Dordrecht Research, nr. BR/130617/cv, d.d. 2013 09-19
Verkennend onderzoek NEN5740 door Grontmij, nr. GM-0085560, d.d. 2012-12-17
Besluiten NO uitvoeren, kenmerk 2013025896/CHK, d.d. 2013-10-21
PROJECT
14 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
Kadaster
Periode 1900 – 1950
Topotijdreis
De onderzoekslocatie is onbebouwd. Ontsluiting van de percelen vindt plaats via de Damstraat. Aan noordzijde is de spoorlijn Dordrecht – Gorinchem reeds aanwezig. Periode 1959 – 2010 Omstreeks 1959 wordt het treinstation en de stationsstraat aangelegd. Vanaf deze periode t/m 2009 is op de onderzoekslocatie een langwerpig (school)gebouw aanwezig. Periode 2010 – heden Onderzoekslocatie is onbebouwd.
Opdrachtgever
Uit het explosievenonderzoek, welke separaat door de opdrachtgever is uitgevoerd, is gebleken dat er een risico is op niet-gesprongen explosieven voor een deel van de onderzoekslocatie. Tijdens het uitvoeren van eventuele aanvullende werkzaamheden dient nabij het tankstation en Stationsstraat 23b rekening te worden gehouden met het risico op niet-gesprongen explosieven.
Expertisecentrum PFAS
Op basis van de beschikbare onderzoeksgegevens ten aanzien van PFAS bestaat het vermoeden dat Nederland grofweg in drie soorten gebieden aangeduid kunnen worden: 1.
Niet belaste gebieden;
2.
Diffuus belaste gebieden, bestaande uit stedelijk gebied, industriële gebieden, land- en tuinbouw;
3.
Gebieden
beïnvloed
door
bronnen
PFAS,
waaronder
vliegvelden,
brandweeroefenterreinen, PFAS-verwerkende bedrijven en hun directe omgeving.
De locatie bevindt zich binnen de invloedsfeer van Dupont/Chemours en kent derhalve een verdachtheid voor PFAS. Als gevolg van diffuse belasting worden homogene verspreid licht verhoogde gehalten in de bovengrond verwacht. Uit de gegevens blijkt dat het gehele terrein is onderzocht in het verleden. Sinds 8/7/2019 is er een Tijdelijk Handelingskader PFAS van kracht (geactualiseerd op 29/11/2019). Het regionale beleid van de Omgevingsdienst geldt ook nog, maar is enigszins aangepast. Het eerdere onderzoek naar PFAS uit 2018 gebruikt een ander analysepakket zodat dat PFAS onderzoek niet voldoet aan het huidige Tijdelijke Handelingskader.
2.6
Conclusies vooronderzoek en hypothese verkennend onderzoek Middels het uitgevoerde vooronderzoek zijn de onderzoeksvragen zoals genoemd in paragraaf 2.1 zo goed mogelijk beantwoord. De informatie welke van invloed is op de bepaling van de hypothese wordt hieronder weergegeven. Stationsstraat 23-25: percelen 2394 en 2194 Het onderzoek uit 2012 op de percelen 2394 en 2194 is gedateerd. De bodem op deze terreindelen dient geactualiseerd te worden. Het onderzoek dient ook aangevuld te worden met een bodemonderzoek naar asbest en PFAS.
PROJECT
15 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
Vanwege de aanwezigheid van licht verhoogde concentraties zware metalen, minerale olie, PAK en PCB is de onderzoeksopzet gebaseerd op het gegeven dat op de locatie sprake is van een verdachte situatie. De strategie van een verdachte, lijnvormige locatie (VED-HE-NL) wordt vooralsnog gevolgd. Beide percelen worden gezamenlijk als één onderzoekslocatie onderzocht. Aandachtspunt is de bodem aan de oostzijde ter hoogte van het naastgelegen het tankstation waar mogelijk invloed van brandstoffen zijn te verwachten (minerale olie, vluchtige aromaten, MTBE en ETBE). Hier wordt een diepe boring met peilbuis geplaatst. Het onderzoek naar PFAS haakt aan op de voorgestelde onderzoekstrategie en gaat uit van een homogene verspreide verontreiniging (VED-HO-NL). De bovengrond is het meest verdacht. Het grondwater wordt niet onderzocht. De zink verontreiniging is voldoende onderzocht. Het betreft een immobiele stof waarvan de omvang naar verwachting niet noemenswaardig is veranderd. In het grondwater is zink destijds niet aangetoond. De boringen worden uitpandig geplaatst. Inpandig zijn geen boringen opgenomen. Stationsstraat 27: perceel 2395 Het verkennend onderzoek uit 2018 is voldoende actueel, met dien verstande dat het PFAS onderzoek geactualiseerd dient te worden.
Vanwege de aanwezigheid van verhoogde concentraties PFAS is de onderzoeksopzet gebaseerd op het gegeven dat op de locatie sprake is van een verdachte situatie. De strategie van een verdachte locatie (VED-HO-NL) volgens de NEN 5740 wordt vooralsnog gevolgd (homogene verspreiding). De bovengrond is het meest verdacht. Het grondwater wordt niet onderzocht. De nikkel verontreiniging bij het voormalige ketelhuis is voldoende onderzocht. Het betreft een immobiele stof waarvan de omvang naar verwachting niet noemenswaardig is veranderd. In het grondwater is nikkel destijds niet aangetoond. Resumé In onderstaande tabel is een overzicht weergegeven van de (deel)locaties, bijbehorende hypothese en verdachte parameters. Tabel 2.4 Overzicht deellocaties met onderzoeksstrategie DEELLOCATIE
OPPERVLAKTE (M²)
HYPOTHESE
STRATEGIE¹
VERDACHTE PARAMETERS
Stationsstraat 23-25: percelen 2394 en 2194 Actualisatie
975
Verdachte bovengrond
VED-HE-NL
Zware metalen, PAK, olie, PCB
Asbest
975
Verdachte bovengrond
VED-HE-AS
asbest
PFAS
975
Verdachte bovengrond
VED-HO-NL
PFAS
Verdachte bovengrond
VED-HO-NL
PFAS
Stationsstraat 27; perceel 2395 PFAS
2.500
1) VED-HO-NL : verdacht, diffuse bodembelasting homogeen verdeeld, niet lijnvormig, conform NEN 5740 VED-HE-NL : verdacht, diffuse bodembelasting heterogeen verdeeld, niet lijnvormig, conform NEN 5740 VED-HE-AS : verdacht, diffuus belast heterogeen verdeeld, asbest, conform NEN 5707
PROJECT
16 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
2.7
Aanvullend onderzoek Opgemerkt wordt dat na uitvoering van het door BOOT uitgevoerde verkennend onderzoek eind 2020 door een andere partij (SGS) een verkennend en nader onderzoek is uitgevoerd op perceel 2395. De resultaten daarvan zijn later bekend geworden. Na bekend worden is door BOOT een nader bodemonderzoek uitgevoerd waarbij de resultaten en aanbevelingen van SGS zijn opgenomen. Tabel 2.5 Overzicht uitgevoerde onderzoeken op perceel 2395 Bron
Bijzonderheden
Opdrachtgever
Verkennend bodemonderzoek [4] Locatie/adres: Stationsstraat 25-27 Door: SGS Datum: 25 november 2020 Rapportnr.: 25.20.00587.1 Resultaten bovengrond: kwik, kobalt, nikkel, koper, cadmium, lood en zink >AW Resultaten ondergrond: kobalt, nikkel, koper, zink en lood >AW Resultaten grondwater: barium >S, zink >AW
Ter plaatse van boring 10 is een sterke verontreiniging met koper aangetroffen (zand, zwak baksteen en grind, 0-0,4 m-mv) en een matige verontreiniging met koper ter plaatse van boring 12 (zand, zwak baksteen en grind, 0-0,5 m-mv). Asbest: Zintuigelijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Analytisch in de fijne fractie geen asbest aangetroffen.
PFAS: bovengrond is te kwalificeren als klasse ‘Landbouw / natuur’ (PFOA 1,3 en 1,5 ug/kg en overig PFAS 0,7 en 0,73 ug/kg).
Conclusie: uitvoeren nader onderzoek naar matig/ sterke koper verontreiniging en een matige verontreiniging met lood.
Nader onderzoek NTA 5755 [5] Locatie/adres: Stationsstraat 25-27 Door: SGS Datum: 30 december 2020 Rapportnr.: 25.20.00587.2
Resultaten koper ter plaatse van boring 10 (200 serie): de kopervlek bij boring 10 is voldoende onderzocht, hier bevindt zich een sterk concentratie koper in de
PROJECT
17 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
bovengrond (bij boring 201, 0,00 – 1,00 m-mv) en matig verhoogd bij boring 206 (1,1-,5 m-mv). Omvang 15 m3. Geen geval van ernstige bodemverontreiniging.
Resultaten koper ter plaatse van boring 12 (300 serie): de kopervlek bij boring 12 is voldoende onderzocht, hier bevindt zich een matige concentratie koper in de bovengrond tot maximaal 0,5 m-mv (boring 303). Geen geval van ernstige bodemverontreiniging. Resultaten lood t.p.v. boring 17 (100 serie): de loodvlek bij boring 17 is onderzocht. De sterke verontreiniging met lood bevindt zich bij boringen 101, 103 en 105 in de laag van 1,0 – 1,5 m-mv (slibhoudende klei). Bij 102 en 104 is de concentratie lood in dit traject matig verhoogd. Conclusie: nog onvoldoende afgeperkt in richting bij boringen 103 (westelijk en oostelijk). Deze zou nog niet voldoende zijn afgeperkt.
2.8
Conceptueel model lood en minerale olie fase 3 Voorafgaand aan de uitvoering van het opvolgende nader bodemonderzoek naar lood en minerale olie (fase 3) is een conceptueel model opgesteld conform de NTA 5755. Het conceptueel model is gevormd door beschikbare gegevens uit het vooronderzoek en het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek. Nader onderzoek minerale olie Bij de eerdere fase van het bodemonderzoek is op twee plaatsen zintuiglijk minerale olie waargenomen: -
Aan de voorzijde van het woonhuis is in boring 507 in de kleilaag van 0,75 tot 1,5 mmv olie waargenomen. De concentratie minerale olie is verhoogd ten opzichte van detectieniveau, niet boven de achtergrondwaarde. Maar gezien de aanwezigheid en de geplande herinrichting is aanvullend onderzoek hiernaar wel zinvol.
-
Aan de oostzijde van de locatie is minerale olie aangetoond in de kleilaag van boring 501 in het traject van 1,5-2 m-mv. De concentratie is minerale olie is licht verhoogd in deze bodemlaag. Uit het chromatogram blijkt dat het een oudere en middelzware oliesoort betreft. In de geplaatste peilbuis in 501 is MBTE en ETBE aangetoond. Dit doet vermoeden dat er mogelijk een relatie is met het naastgelegen tankstation.
PROJECT
18 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
Naar aanleiding van de aangetroffen verontreinigingen met minerale olie zijn de volgende onderzoeksvragen samengesteld:
Wat is de oorzaak en de bron van de verontreiniging? Hoe situeren de verontreinigingen in de grond zich in verticale en horizontale richting? Wat is de omvang van de verontreinigingen in de grond? Is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging? Om de omvang en situering van de verontreiniging vast te stellen worden de verontreinigingen minerale olie in de grond (verder) afgeperkt en beoordeeld of er een relatie is tussen beide vlekken. Ten behoeve van de verticale afperking worden enkele diepere bodemlagen onderzocht. Ten behoeve van de horizontale afperking worden boringen rondom de verwachtte verontreinigingscontour worden geplaatst en verspreid over de locatie. Aanvullend nader onderzoek lood rondom boring 17/101 (103 en 105) Bij het onderzoek van SGS in 2020 is aanbevolen om bij vlek bij boring 103 en 105 aanvullend de omvang in kaart te brengen. Voor de onderzoeksopzet wordt aangesloten bij het nader onderzoek van SGS en het gestelde conceptueel model. De verontreiniging is aanwezig in het bodemtraject van 1-1,5 m-mv en is te relateren aan de kleilaag boven de veenlaag (slibhoudend). Voor de afperking bij boring 105 (lood aanwezig in een kleilaag van 1-1,2 m-mv) kunnen de oude boringen bij het onderzoek van Grontmij worden gebruik (ketelhuis en voormalige tank).
Daar bevindt zich de nikkel verontreiniging bij oude boring 14 en is ook geanalyseerd op lood (lood < detectie in het traject 1,4-1,9 m-mv, licht verhoogd in het traject 0,5-1,0 m-mv). Aan die zijde is geen vervolg nodig. Onder de verdachte kleilaag is vanaf 1,2 m-mv sprake van een veenlaag. Richting de oostelijke zijde 103 is een sterk verhoogde concentratie lood aangetoond (in het kleilaag van 1-1,5 m-mv, matig slibhoudend). Formeel is dit nog niet ingeperkt. Vanaf 1,5 is een veenlaag aanwezig. Aan die zijde wordt een extra boring geplaatst met loodanalyses. Naar aanleiding van de aangetroffen verontreiniging met lood zijn de volgende onderzoeksvragen samengesteld:
Hoe situeren de verontreinigingen in de grond zich in horizontale richting? Wat is de omvang van de verontreinigingen in de grond? Is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging? Om de omvang van de loodverontreiniging vast te stellen worden de verontreinigingen in de grond (verder) afgeperkt. De verwachting is dat de verontreiniging van beperkte omvang is, mede aan de hand van deze verwachting wordt de afstand tussen de boringen bepaald. Dit, tezamen met de eerdere gegevens van het nader onderzoek van SGS, zal inzicht in de van de omvang geven.
PROJECT
19 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
3
Veldwerkzaamheden In dit hoofdstuk worden de veldwerk- en laboratoriumresultaten gepresenteerd.
3.1
Uitvoering veldwerk Het veldwerk is uitgevoerd op 18 november 2020 en 25 maart 2021. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende werkzaamheden verricht:
een visuele beoordeling van de situatie ter plaatse (terreinverkenning); maaiveldinspectie (conform NEN 5707) op aanwezigheid asbestverdachte materialen; verrichten van achtentwintig handboringen waarvan één afgewerkt met een peilbuis op het oostelijke terreindeel;
graven van zeven asbestinspectiegaten van 0,3 x 0,3 meter tot minimaal 50 cm-mv (nrs. G01 t/m G07);
doorboren tweetal inspectiegaten (nrs. G01 en G07) met behulp van een grondboor met een diameter van 12 cm tot de ongeroerde bodem met een maximale diepte van 2,0 m-mv;
systematische inspectie ontgraven materiaal op aanwezigheid van asbest met behulp van een zeef of hark (>20 mm);
het zintuiglijk beoordelen van het bij de boringen vrijgekomen bodemmateriaal op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen;
bemonstering van het opgeboorde bodemmateriaal; samenstellen van grondmengmonsters van bodemmateriaal afkomstig van de verdachte bodemlaag (0 – 0,5 m-mv) ten behoeve van asbestanalyses;
het inmeten van de bemonsteringslocaties middels GPS (RTK-GPS). Tabel 3.1 Deellocaties met boringen, gaten en peilbuizen ONDERZOEKSLOCATIE
BORING MET
BORING DIEP
BORING ONDIEP
PEILBUIS¹
ASBEST INSPECTIEGATEN
Actualiserend onderzoek in combinatie met PFAS Stationsstraat 23-25: percelen 2394 en 2194,
501
actualisatie incl. PFAS onderzoek Stationsstraat 27: perceel 2395, PFAS onderzoek
501-1, 501-2,
501-3, 501-4, 502,
G01 t/m G07
503 en 507
504, 505 en 506
-
401 en 402
403 t/m 407
n.v.t.
-
700 t/m 705
-
n.v.t.
-
601 t/m 604
-
n.v.t.
-
800
-
n.v.t.
Nader onderzoek fase 3 Stationsstraat 23-25: percelen 2394 en 2194 minerale olie bij boring 501-1 Stationsstraat 27: percelen 2395, 2394 en 2194 minerale olie bij boring 507 Stationsstraat 27: perceel 2395, lood bij boring 17/101 1) Peilbuizen met bovenzijde filter vanaf 0,5 meter minus grondwater (standaard NEN).
Boring 501 is ter hoogte van de naastgelegen tankstation geplaatst. Deze boring is afgewerkt met een peilbuis om het grondwater te bemonsteren. De boorlocaties zijn weergegeven in bijlage A, blad 2.
PROJECT
20 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
3.2
Laboratoriumonderzoek Het laboratoriumonderzoek (chemisch onderzoek) is uitgevoerd door Eurofins Analytico B.V. Het laboratoriumonderzoek (asbest) is uitgevoerd door Eurofins Omegam B.V. Vanwege waarnemingen met olie zijn monsters van boring 501 en 507 onderzocht op minerale olie. Naar aanleiding van de eerste resultaten van mengmonster MM02 (zink groter dan tussenwaarde) zijn de individuele monsters in het laboratorium onderzocht op zink. Voor het PFAS onderzoek zijn boringen van de diepere bodemlagen gecombineerd van verschillende percelen, de bovengrond is per onderzoeksdeel opgenomen. Een overzicht van de samenstelling van de verschillende grond(meng)monsters inclusief dieptes en de bemonsterde peilbuis met bijbehorende chemische analyses is weergegeven in tabel 3.2 en tabel 3.3. Tabel 3.2 Overzicht samenstelling grondmonsters en analyseparameters (MENG-)
BORINGNUMMER(S)
DIEPTE
ANALYSE1
REDEN MONSTERSELECTIE
Standaardpakket grond incl. LUOS
bovengrond, zand, humeus, sporen
(CM-MV)
MONSTER
Actualiserend bodemonderzoek Stationsstraat 23-25: percelen 2394 en 2194 MM01
501, 502
0 – 80
baksteen, sporen metselpuin, sporen plastic MM02
505, 505, 507
15 - 70
Standaardpakket grond incl. LUOS
bovengrond, klei
MM03
501, 501, 503, 507
80 - 150
Standaardpakket grond incl. LUOS
ondergrond, klei
501-1-1
501
150 - 200
Minerale olie incl. organische stof
klei, zwakke oliewater reactie
507-5
507
100 - 150
Minerale olie incl. organische stof
klei, zwakke oliewater reactie
Minerale olie
Uitsplitsing MM02 zink 505-2
505
15 - 40
Zink incl. LUOS
klei, uitsplitsing MM02
505-3
505
40 - 70
Zink incl. LUOS
klei, uitsplitsing MM02
507-2
507
20 - 55
Zink incl. LUOS
klei, uitsplitsing MM02
VE01
0 - 50
Asbest Grond NEN5898 2016
bovengrond, zand, sporen baksteen,
Asbest Asbest
metselpuin, plastic en beton Stationsstraat 23-25 bovengrond PFAS: perceel 2394 en 2194 PFAS02
502, 503, 505, 506
0 – 50
PFAS (28) Handelingskader, incl. OS
bovengrond, zand, sporen baksteen, sporen metselpuin, sporen plastic
Stationsstraat 27 bovengrond PFAS: perceel 2395 PFAS01
401, 404, 406, 407
0 – 50
PFAS (28) Handelingskader, incl. OS
bovengrond, klei, sporen aardewerk, sporen baksteen, zwak aardewerk
Stationsstraat 23, 25 en 27 ondergrond PFAS: perceel 2395, 2394 en 2194 PFAS03
401, 402, 501, 503
50 - 130
PFAS (28) Handelingskader, incl. OS
ondergrond, klei
PFAS04
402, 402, 507
120 - 200
PFAS (28) Handelingskader, incl. OS
ondergrond, veen
PROJECT
21 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
(MENG-)
BORINGNUMMER(S)
DIEPTE
ANALYSE1
REDEN MONSTERSELECTIE
(CM-MV)
MONSTER
Nader onderzoek NTA 5755 Stationsstraat 23 en 25: percelen 2395, 2394 en 2194 minerale olie bij boring 507 601-5
601
100 - 150
Minerale olie incl. OS
603-5
603
85 - 120
Minerale olie incl. OS
Klei, zwak siltig matig humeus, zwakke oliewater reactie Klei, zwak siltig, zwak humeus, zwakke olie-water reactie
Stationsstraat 23 en 25: percelen 2394 en 2194 minerale olie bij boring 501 700-8
700
210 - 260
Minerale olie incl. OS
701-5
701
140 - 160
Minerale olie incl. OS
704-6
704
120 - 140
Minerale olie incl. OS
Veen, zwak kleiig, geen olie-water reactie Klei, zwak humeus, zwakke olie-water reactie Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwakke olie-water reactie
Stationsstraat 27: perceel 2395, lood bij boring 800 800-2
800
30 - 80
Lood incl. LUOS
Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak grindig, zwak baksteenhoudend, sporen roest, brokken beton
800-4
800
90 - 110
Lood incl. LUOS
Klei, zwak siltig, zwak zandig,
1) Zie bijlage C, incl. LUOS = inclusief organisch stof- en lutumgehalte
Tabel 3.3 Overzicht grondwatermonsters en analyseparameters
501-1-1
FILTERSTELLING (CM-MV)
ANALYSE1
170 - 270
Standaardpakket grondwater, MTBE en ETBE
1) MTBE = Methyl-tert-butylether, ETBE = Ethyl-tert-butylether , zie bijlage C
3.3
Normering Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform NEN 5740: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Het verkennend onderzoek asbest is uitgevoerd conform NEN 5707: Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. Het veldwerk is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). De laboratoriumanalyses (chemische parameters) zijn uitgevoerd conform de AS3000. De laboratoriumanalyses (asbest) zijn uitgevoerd conform NEN 5898.
PROJECT
22 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
Afwijkingen Tijdens het onderzoek is zoals aangegeven in onderstaande tabel afgeweken van de geldende normen. In de tabel is een motivatie opgenomen en is in beeld gebracht wat de consequenties en risico’s zijn. Tabel 3.4 Afwijking op normen
AARD
MOTIVATIE
CONSEQUENTIE
RISICO’S
De conserveringstermijn
Door inzetten latere analyses
Mogelijk iets lagere
Geen risico’s verwacht, monsters
van monster MM03 voor
in het laboratorium
waarden.
zijn voor korte periode
VERVOLG
de analyse op minerale
geconditioneerd bewaard. Er zijn
olie is overschreden.
licht verhoogde concentraties gemeten, naar verwachting is dit voldoende representatief is
Te weinig monster
In het laboratorium bleek te
Geen consequentie, betreft
Geen risico’s verwacht. Er wordt een
materiaal voor AS3000
weinig monstermateriaal
veenlaag, organische stof
vergelijkbaar organisch stof
voorbehandeling en
over te zijn
gehalte van monster
aangehouden uit andere analyses.
analyse organische stof
PFAS04 gelijk.
monster 700-8.
3.4
Kwaliteitsborging Het procescertificaat van BOOT organiserend ingenieursburo (nr. VB-007) en het hierbij behorende keurmerk (BRL SIKB 2000) zijn van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundig veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. Het onderzoek is op een zorgvuldige werkwijze en door gekwalificeerd personeel uitgevoerd. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart BOOT organiserend ingenieursburo onafhankelijk te zijn ten aanzien van opdrachtgever en projectlocatie.
PROJECT
23 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
4
Onderzoeksresultaten verkennend bodemonderzoek In dit hoofdstuk worden de resultaten voortvloeiend uit het veldwerk en chemische analyse inclusief toetsing gepresenteerd. Voor een verdere uitwerking voor asbest wordt verwezen naar het volgende hoofdstuk.
4.1
Bodemopbouw en grondwater Bodemgesteldheid In tabel 4.1 is een overzicht van de aangetroffen bodemopbouw weergegeven. De bodembeschrijving per boring is weergegeven in bijlage B. Tabel 4.1 Bodemopbouw BODEMLAAG
BODEMTYPE
(CM-MV) 0 - 50
Klei, humeus, zwak zandig
50 - 100
Klei, matig siltig
100 - 200
Zand, matig grof zwak siltig / Klei uiterst zandig, matig siltig / Veen zwak kleiig
200 - 270
Veen, sterk kleiig
Het grondwater bevindt zich op circa 100 cm-mv. 4.2
Veldonderzoek Grond Tijdens uitvoering van de veldwerkzaamheden is op diverse plaatsen bodemvreemd materiaal in de bodem aangetroffen. Een overzicht hiervan is weergegeven in tabel 4.2. Tabel 4.2 Zintuiglijke waarneming DEELLOCATIE
BORING
TRAJECT (CM-MV)
BIJZONDERHEDEN
Perceel 2395
401
0 - 50
sporen baksteen
403
0 - 50
sporen baksteen,
404
0 - 50
sporen baksteen, zwak aardewerkhoudend
406
0 - 50
sporen aardewerk
407
0 - 50
sporen aardewerk
603
65 - 85
sporen aardewerk, sporen slakken
604
0 - 30
sporen baksteen
30 - 60
sporen baksteen
501
30 - 80
sporen baksteen
501-1
30 - 80
sporen baksteen
502
0 - 50
sporen baksteen, sporen metselpuin, sporen plastic,
601
20- 40
klinker/grindlaag
Percelen 2394, 2194
sporen beton
70 - 100
sporen baksteen
700
100 - 140
zwak baksteenhoudend
701
45 - 70
zwak baksteenhoudend
70 - 100
sporen baksteen
50- 70
zwak baksteenhoudend
703
PROJECT
24 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
DEELLOCATIE
BORING
TRAJECT (CM-MV)
BIJZONDERHEDEN
704
70 - 80
zwak baksteenhoudend
705
70 - 80
sporen baksteen
705
130 - 150
sporen baksteen
150 – 200
sporen aardewerk
De zintuiglijke waarneming geeft geen aanleiding de onderzoeksstrategie aan te passen. Alleen de monsters met oliewaarnemingen zijn apart ingezet op minerale olieanalyses. Omdat slechts lichte hoeveelheden baksteen, aardewerk, slakken en metselpuin zijn aangetroffen zijn de betreffende grondmonsters niet separaat geanalyseerd. Wel is rekening gehouden in de mengmonstersamenstelling met het zintuiglijk aangetroffen bodemvreemd materiaal. De mengmonsters zijn samengesteld uit grondmonsters met gelijkwaardige bijmengingen. Grondwater In tabel 4.3 zijn de gemeten grondwaterstanden en de tijdens peilbuisbemonstering gemeten waarden voor zuurgraad, elektrisch geleidingsvermogen en troebelheid weergegeven. De in het veld bepaalde pH en Ec wijken niet af van datgene wat van nature in de bodem voorkomt. Bemonstering van het grondwater heeft plaatsgevonden na stabilisatie van het elektrisch geleidingsvermogen. Tabel 4.3 Gegevens grondwater tijdens bemonstering PEILBUIS 501
BKPB¹
GWS¹
CM TOV MV
(CM TOV BKPB)
20
90
PH¹
EC¹
NTU²
BELUCHT³
148
nee
(µS/CM) 6.84
2110
1) BKPB
: bovenkant peilbuis
GWS
: grondwaterstand
pH
: zuurgraad
Ec
: elektrisch geleidingsvermogen
NTU
: troebelheid (Nephelometric Turbidity Units)
2) Ondanks dat het grondwater is bemonsterd conform de NEN 5744, overschrijdt de in het veld gemeten troebelheid de vastgestelde waarden voor grondwater met een natuurlijke troebelheid (0 – 10 NTU). Dit betekent dat indien een in het grondwater gemeten concentratie de toetsings- of interventiewaarde overschrijdt, een herbemonstering dient te worden uitgevoerd gericht op het nemen van een grondwatermonster met een natuurlijke troebelheid
4.3
Laboratoriumonderzoek en toetsing Toetsing Wet bodembescherming (Wbb) De analysecertificaten van het laboratorium zijn weergegeven in bijlage C, evenals een verklaring van de analysepakketten.
PROJECT
25 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
De gemeten waarden worden gecorrigeerd op basis van het gehalte lutum en organische stof. De gecorrigeerde waarde wordt de gestandaardiseerde meetwaarden (=GSSD) genoemd. De gestandaardiseerde meetwaarde wordt getoetst aan de achtergrondwaarde grond (AW2000 grond), streefwaarde grondwater en interventiewaarden, zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. De toetsingswaarden zijn als volgt gedefinieerd: Tabel 4.4 Toetsingswaarden TOETSINGSWAARDEN1
TOELICHTING
Achtergrondwaarde (AW)
Bodem ijkpunt voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem.
Streefwaarde (S)
Grondwater ijkpunt voor milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem.
Interventiewaarde (I)
Het gehalte aan een stof waarbij de functionele eigenschappen voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd.
1) In de praktijk wordt vaak het rekenkundig gemiddelde van de achtergrondwaarde (of streefwaarde) en interventiewaarde gebruikt als toetswaarden waarvoor aanvullend en/of nader bodemonderzoek noodzakelijk wordt geacht. Dit rekenkundig gemiddelde wordt de tussenwaarde genoemd.
Bij toetsing van de grond- en grondwatermonsters is voor sommige (som)parameters de streef- / achtergrondwaarde hoger dan de vereiste rapportagegrens AS3000. In voornoemd geval wordt conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit en conform bijlage 1 van de Circulaire bodemsanering de rapportagegrens als Achtergrondwaarde grond / Streefwaarde grondwater aangehouden. Bij somparameters geldt dit alleen als de waarden waarmee gerekend wordt lager zijn dan de rapportagegrens. Toetsing PFAS Voor PFAS zijn tijdelijke toepassingsnormen vastgesteld voor het toepassen van grond en baggerspecie. Deze normen staan opgenomen in het geactualiseerd tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond en bagger” (ministerie van I&W, 2 juli 2020) en is toegevoegd in bijlage H. De toepassingsnormen zijn vastgesteld voor de bodemfunctieklassen Landbouw/natuur en Wonen/industrie. Voor locaties gelegen in grondwaterbeschermingsgebieden geldt de gebiedskwaliteit. Indien deze niet bekend is bedraagt de ondergrens 0,1 µg/kg ds. Toetsresultaten grond In tabel 4.5 zijn de relevante en/of verhoogde parameters na toetsing van de geanalyseerde grondmonsters weergegeven.
PROJECT
26 / 38
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Hardinxveld Giessendam, Stationsstraat 23, 25 en 27 P18-0261-018 4 mei 2021
Tabel 4.5 Overzicht toetsresultaten grond(meng)monsters BORINGNUMMER(S)
MONSTER
DIEPTE (CM-MV)
TOETSING1
PAK*, cadmium*, kobalt*, koper*, kwik*, lood* en
Actualiserend bodemonderzoek MM01
501, 502
0 – 80
MM02
505, 505, 507
15 - 70
MM03
501, 501, 503, 507
80 - 150
zink* PAK*, PCB*, cadmium*, kobalt*, koper*, kwik*, lood*, nikkel* en zink** PAK*, cadmium*, kobalt*, koper*, kwik*, lood*, nikkel* en zink* Minerale olie 501-1-1
501
150 - 200
minerale olie*
507-5
507
100 - 150
-
Uitsplitsing MM02 zink 505-2
505
15 - 40
zink*
505-3
505
40 - 70
zink***
507-2
507
20 - 55
zink*
0 - 50
-
Asbestonderzoek Asbest
VE01
1) PAK=polycyclische aromatische koolwaterstoffen, PCB= polychloorbifenylen, (zie ook bijlage C) -
: <= detectiegrens/achtergrondwaarde
*
: > achtergrondwaarde
**
: > tussenwaarde
***
: > interventiewaarde
Toetsresultaten PFAS In tabel 4.6 zijn de parameters van de geanalyseerde grondmonsters weergegeven. Tabel 4.6 Overzicht toetsresultaten grond(meng)monsters PFAS (MENG-)