CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij beantwoording techn vragen ChristenUnie over Nota Parkeernormen - Omgevingsverordening Prov ZH..pdf

Gemeenteraad GHG 26 februari 2026, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 8: Nota Parkeernormen 202647.055 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

§ 7.3.5.5 Milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen Artikel 7.39g (beoordelingsregels milieubelastende activiteit gevolgen voor watersystemen) 1

59

Een omgevingsplan bepaalt dat een omgevingsvergunning, voor zover die betrekking heeft op een milieubelastende activiteit die gevolgen kan hebben voor watersystemen, alleen wordt verleend als de activiteit verenigbaar is met het belang van:

a. b. c. 2

het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.

Het omgevingsplan bepaalt dat bij de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid, rekening wordt gehouden met de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s, stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale waterprogramma, die betrekking hebben op het betreffende krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam.

§ 7.3.6 LiB-5 contour Schiphol Artikel 7.40 (aanwijzing en geometrische begrenzing gebieden binnen LiB-5 contour Schiphol) 1

Het gebied binnen de LiB-5 contour Schiphol is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

2

Het gebied binnen de voormalige bebouwingscontour van de streekplannen uit 2003 binnen de LiB5 contour Schiphol, is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

Artikel 7.41 (LiB-5 contour Schiphol) 1

Een omgevingsplan voor het gebied binnen de LiB-5 contour Schiphol laat nieuwe woningen alleen toe binnen het bestaand stads- en dorpsgebied.

2

In afwijking van het eerste lid kan een omgevingsplan in onderstaande gevallen voorzien in nieuwe woningen buiten bestaand stads- en dorpsgebied als het betreft a. b. c. d.

e. f. 3

woningbouw binnen het gebied binnen de voormalige bebouwingscontour van de streekplannen uit 2003 binnen de LiB-5 contour Schiphol; de toevoeging van ten hoogste enkele woningen in aanwezige lintbebouwing; de toevoeging van greenportwoningen en compensatiewoningen; de toevoeging van ten hoogste enkele woningen volgens het principe ruimte voor ruimte, waarbij de ruimtelijke kwaliteit wordt verbeterd door de sloop van overtollige bebouwing en kassen; het omzetten van bedrijfswoningen naar burgerwoningen; of bedrijfswoningen, voor zover noodzakelijk voor de bedrijfsvoering.

Voor zover een omgevingsplan nieuwe woningen toelaat in het gebied binnen de LiB-5 contour Schiphol, wordt in de motivering rekenschap gegeven van het feit dat op deze locatie sprake is van geluid vanwege het luchtverkeer en worden de redenen vermeld die ertoe hebben geleid om op de deze locatie nieuwe woningen toe te laten.

§ 7.3.6a Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen Artikel 7.41a (risico’s van klimaatverandering) 1

In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met de risico’s van klimaatverandering, waaronder in ieder geval de te verwachten gevolgen van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte; alsmede de effecten van de gevolgen op het risico van bodemdaling.

2

Voor zover risico’s aan de orde zijn wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, of het gericht aanvaarden van deze risico’s.

Artikel 7.41aa (toekomstbestendig bouwen van woningen) 1

60

Een omgevingsplan dat een nieuwe ontwikkeling met een of meer gebouwen met een totale vloeroppervlak van 1.000 m2 of meer mogelijk maakt, betrekt daarbij de mogelijkheden en kansen

voor toekomstbestendig bouwen, die mede afhankelijk zijn van de functie van het gebouw en de daarmee samenhangende gebiedsontwikkeling. 2

De volgende aspecten van toekomstbestendig bouwen worden in onderlinge samenhang betrokken: a. b. c. d. e. f. g.

de risico’s van klimaatverandering; de energiehuishouding van de gebouwen, met name het gebruik en de opwekking van energie; de toepassing van circulaire of biobased grondstoffen of producten; de mogelijkheden om de emissies van NOx en CO het reduceren van drinkwatergebruik door waterbesparende maatregelen te treffen; het versterken van de biodiversiteit; en het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving.

§ 7.3.7 Ruimtelijke kwaliteit Artikel 7.41b (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op nieuwe ruimtelijk ontwikkelingen.

Artikel 7.42 (aanwijzing en geometrische begrenzing gebieden met beschermingscategorieën) 1

Gebieden met beschermingscategorie 1 zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

2

Gebieden met beschermingscategorie 2 zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

3

Gebieden met beschermingscategorie 3 zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

4

Het gebied met beschermingscategorie 1, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit de gebiedstypen natuurnetwerk Nederland, bedoeld in artikel 2.11, eerste lid, en kroonjuweel cultureel erfgoed en beschermd grasland in de Bollenstreek, waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

5

Het gebied met beschermingscategorie 2, bedoeld in het tweede lid, bestaat uit de gebiedstypen belangrijk weidevogelgebied, groene buffer en recreatiegebied, waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

6

Het gebied met beschermingscategorie 3, bedoeld in het derde lid, bestaat uit het gebiedstype buitengebied, waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

Artikel 7.43 (definitie soort ruimtelijke ontwikkeling) Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: a. b. c.

inpassen: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied; aanpassen: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau; transformeren: de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit.

Artikel 7.43a (borgen ruimtelijke kwaliteit) 1

Een omgevingsplan laat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling alleen toe als de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft.

2

In een omgevingsplan wordt voor het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit rekening gehouden met: a. b. c.

61

de beschermingscategorie en het gebiedstype; het soort en de mate van ingrijpendheid van de ruimtelijke ontwikkeling: inpassen, aanpassen en transformeren; de relevante richtpunten, genoemd in bijlage IX, onder A.

3

Voor de gebiedstypen, bedoeld in artikel 7.42, vierde, vijfde en zesde lid, zijn de artikelen 7.43h, 7.43i, 7.43j, 7.43k, 7.43l, 7.43m en 7.43n van toepassing tenzij een zwaarwegend algemeen belang aan de toepassing van die artikelen, uitgezonderd artikel 7.43l, in de weg staat.

Artikel 7.43b (aanvaardbaarheid soort ruimtelijke ontwikkeling per beschermingscategorie) 1

Een omgevingsplan voor een locatie met beschermingscategorie 3 als bedoeld in artikel 7.42, derde lid, kan ontwikkelingen mogelijk maken die kunnen vallen onder soort inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 7.43h.

2

Een omgevingsplanplan voor een locatie met beschermingscategorie 2 als bedoeld in artikel 7.42, tweede lid, kan in beginsel slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de soort inpassen of aanpassen en die in overeenstemming zijn met artikel 7.43i, 7.43j of 7.43k.

3

Een omgevingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1 als bedoeld in artikel 7.42, eerste lid, kan slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de soort inpassen en die in overeenstemming zijn met artikel 7.43l, 7.43m of 7.43n.

Artikel 7.43c (randvoorwaarden soorten ruimtelijke ontwikkeling) 1

Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort inpassen als deze rekening houdt met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft.

2

Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort aanpassen mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit.

3

Een omgevingsplan kan alleen voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van de soort transformeren als de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit.

Artikel 7.43d (motivering locatiekeuze bij aanpassen en transformeren) 1

Voor zover een omgevingsplan een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat deze een zorgvuldige afweging over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van de locatie en de effecten van de ontwikkeling daarop.

2

Het eerste lid is alleen van toepassing als: a. b.

er sprake is van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort aanpassen of transformeren; of één of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit als bedoeld in bijlage IX, onder A, in het geding zijn.

Artikel 7.43e (randvoorwaarden bij aanpassen en transformeren) Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij een ruimtelijke ontwikkeling van het soort aanpassen en transformeren. Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit (een combinatie van): a. b. c. d.

62

duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt; wegnemen van verharding; toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij: ○ 1°. aanvullende maatregelen worden getroffen binnen de locatie van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten de locatie worden betrokken in de motivering; ○ 2°. als aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast.

Artikel 7.43f (uitzonderingen transformaties en aanpassingen) 1

Bij de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur- en recreatiegebieden of van grote buitenstedelijke bouwlocaties als bedoeld in artikel 7.46, is in gebieden met beschermingscategorie 1 als bedoeld in artikel 7.42, eerste lid, aanpassing en transformatie mogelijk.

2

Bij de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur, natuur- en recreatiegebieden of grote buitenstedelijke bouwlocaties als bedoeld in artikel 7.46, is in gebieden met beschermingscategorie 2 als bedoeld in artikel 7.42, tweede lid, transformatie mogelijk.

Artikel 7.43g (compensatie weidevogelgebieden, recreatiegebieden rond de stad of karakteristieke landschapselementen) Voor zover een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 7.43a, een significante aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van belangrijke weidevogelgebieden of karakteristieke landschapselementen, wordt deze aantasting gecompenseerd. De motivering bij het omgevingsplan bevat een verantwoording over de wijze van compensatie.

Artikel 7.43h (gebiedstype: beschermingscategorie 3 buitengebied) 1

Een omgevingsplan voor een locatie in het buitengebied als bedoeld in artikel 7.42, zesde lid, kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de gebiedskenmerken en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast, zoals blijkt uit een afdoende motivering die ook ingaat op de keuze voor een locatie buiten bestaand stads- en dorpsgebied.

2

In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. b. c. d.

3

de kenmerkende maat, schaal en het groene karakter van het landschap; de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap.

Het eerste lid is niet van toepassing op grote buitenstedelijke bouwlocaties als bedoeld in artikel 7.46.

Artikel 7.43i (gebiedstype: beschermingscategorie 2 recreatiegebied) 1

Een omgevingsplan voor een recreatiegebied als bedoeld in artikel 7.42, vijfde lid, kan voorzien in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen voor zover: a. b. c. d. e.

2

de oppervlakte openbaar toegankelijk recreatiegebied en de potentiële recreatieve waarden per saldo ten minste gelijk blijven, indien nodig door aanvullende maatregelen te treffen; de ontwikkeling bijdraagt aan de recreatieve behoefte van diverse doelgroepen, de kwaliteit van het recreatiegebied en de recreatieve waarde van het gebied; de ontwikkeling past bij de uitstraling en het recreatieve gebruik van het gebied; de ontwikkeling aansluit bij en zo mogelijk bijdraagt aan de samenhang tussen binnenstedelijke en buitenstedelijke groen- en waterstructuren; de ontwikkeling zo mogelijk gekoppeld wordt aan recreatieve routes en cultuurhistorisch erfgoed.

De aanvullende maatregelen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, voldoen aan de volgende voorwaarden: a. de maatregelen worden bij voorkeur gerealiseerd aansluitend of nabij het recreatiegebied; b. als het redelijkerwijs niet mogelijk is om de oppervlakte openbaar toegankelijk recreatiegebied per saldo gelijk te houden, vergroten de aanvullende maatregelen de opvangcapaciteit in het gebied en de recreatieve waarden, bedoeld in het eerste lid, onder b tot en met e.

Artikel 7.43j (gebiedstype: beschermingscategorie 2 belangrijk weidevogelgebied) 1

63

Een omgevingsplan voor een belangrijk weidevogelgebied als bedoeld in artikel 7.42, vijfde lid, kan slechts voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover de ontwikkeling en de zo nodig daarmee in samenhang te nemen maatregelen, bedoeld artikel 7.43e, geen significante beperking inhoudt van de kenmerken van het gebied en evenmin leidt tot een significante vermindering van het oppervlak, de kwaliteit of de samenhang daarvan.

2

In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. b.

de hoge weidevogeldichtheden of de potentie daarvoor; de factoren die de hoge weidevogeldichtheden mogelijk maken zoals het graslandgebruik, de waterhuishouding met relatief hoge grondwaterstanden, de landschapsstructuur en de openheid en rust van het gebied.

Artikel 7.43k (gebiedstype: beschermingscategorie 2 groene buffers) 1

Een omgevingsplan voor locaties binnen groene buffers als bedoeld in artikel 7.42, vijfde lid, kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover dit geen grootschalige ontwikkelingen behelzen en de bufferfunctie blijkens een afdoende motivering niet onevenredig wordt verstoord.

2

In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. b. c. d. e. f.

de functie van het gebied als tegenhanger van de stedelijke verdichting en stedelijke dynamiek; de identiteit die het gebied verleent aan de nabij gelegen stedelijke omgeving; de bescherming die het gebied biedt tegen grootschalige stedelijke ontwikkeling; de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied; de natuurwaarde van het gebied; het agrarische karakter van het gebied in de nabijheid van de stedelijke omgeving.

Artikel 7.43l (gebiedstype: beschermingscategorie 1 natuurnetwerk Nederland) Een omgevingsplan voor een locatie binnen natuurnetwerk Nederland als bedoeld in artikel 7.42, vierde lid, kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits die ontwikkeling niet in strijd is met de regels in paragraaf 7.3.16.

Artikel 7.43m (gebiedstype: beschermingscategorie 1 graslanden bollenstreek) 1

Een omgevingsplan voor locaties binnen beschermde graslanden in de Bollenstreek als bedoeld in artikel 7.42, vierde lid, kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits die ontwikkeling een aantoonbare meerwaarde heeft voor de ruimtelijke kwaliteit van de graslanden.

2

In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. b. c. d.

het open en structurerende karakter van de graslanden; het ecologische belang en de kwetsbaarheid van de graslanden; het belang van de graslanden voor weidevogels; de cultuurhistorische en landschappelijke context van de graslanden als strandvlakten.

Artikel 7.43n (gebiedstype: beschermingscategorie 1 kroonjuwelen cultureel erfgoed) 1

Een omgevingsplan voor locaties binnen kroonjuwelen cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 7.42, vierde lid, kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft en de ontwikkeling het behoud en de versterking van het betreffende kroonjuweel cultureel erfgoed ondersteunt en overwegend meerwaarde heeft voor kwaliteiten en de gebruikswaarde ervan.

2

In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. b. c. d. e. f. g.

de herkenbaarheid van het kroonjuweel cultureel erfgoed; de historische context van het kroonjuweel cultureel erfgoed; de uniciteit van het kroonjuweel cultureel erfgoed; de kwetsbaarheid van het kroonjuweel cultureel erfgoed; de gaafheid van het kroonjuweel cultureel erfgoed; de samenhang van de kwaliteiten van het kroonjuweel cultureel erfgoed; de richtpunten die zijn opgesteld voor het specifieke kroonjuweel cultureel erfgoed, bedoeld in bijlage IX, onder A.

§ 7.3.8 Stedelijke ontwikkelingen

64

Artikel 7.44 (afgestemde regionale behoefte) Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voor wonen, bedrijventerreinen of kantoren mogelijk maakt, houdt rekening met de op de behoefteramingen van gedeputeerde staten gebaseerde afgestemde regionale behoefte aan deze ontwikkeling. De afgestemde regionale behoefte kan blijken uit regionale bestuurlijke afspraken, waaronder een regionale programmering, waarmee gedeputeerde staten geheel of gedeeltelijk hebben ingestemd of die door gedeputeerde staten zijn vastgesteld.

Artikel 7.45 (ladder voor duurzame verstedelijking) 1

Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt gaat in de motivering in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

2

Als over de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling regionale bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd of die door gedeputeerde staten zijn vastgesteld, dan kan de motivering van de behoefte, bedoeld in artikel 5.129g, tweede lid, onder a van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bestaan uit een verwijzing naar die afspraken.

Artikel 7.45b (dichtheid en verscheidenheid woningbouw) 1

Een omgevingsplan voor een stedelijke ontwikkeling met de functie wonen houdt rekening met een zo hoog mogelijke woningdichtheid en draagt bij aan een goede woon- en leefomgeving.

2

Het omgevingsplan, bedoeld in het eerste lid, betrekt de mogelijkheden voor gevarieerde woningtypen bij het toelaten van woningbouw.

Artikel 7.45c (bereikbaarheid) Een omgevingsplan voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met de gevolgen van die ontwikkeling voor de bereikbaarheid.

Artikel 7.45ca (kansen voor biodiversiteit) Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, betrekt daarbij de mogelijkheden voor het bevorderen van de biologische diversiteit.

Artikel 7.45d (aanwijzing en geometrische begrenzing stationsomgevingen) Stationsomgevingen zijn locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

Artikel 7.45e (parkeernorm stationsomgevingen) 1

Een omgevingsplan dat voorziet in nieuwe woningen in een stationsomgeving als bedoeld in artikel 7.45d, hanteert een parkeernorm van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per woning

2

In afwijking van het eerste lid kan een andere parkeernorm worden gehanteerd, als de gemeente op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren heeft vastgesteld gebaseerd op het autobezit per woningtype of woonoppervlak.

Artikel 7.45f (parkeernorm sociale huur) 1

Een omgevingsplan dat voorziet in nieuwe sociale huurwoningen hanteert een parkeernorm van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per sociale huurwoning.

2

In afwijking van het eerste lid kan een andere parkeernorm worden gehanteerd, als er op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren zijn vastgesteld gebaseerd op het autobezit per woningtype of woonoppervlak.

Artikel 7.45fa (parkeernorm grote buitenstedelijke bouwlocaties voor woningbouw) 1

65

Een omgevingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een nieuwe grote buitenstedelijke bouwlocatie voor woningbouw als bedoeld in bijlage IX, onder B.1, hanteert een maximale parkeernorm van gemiddeld 1,3 autoparkeerplaats per woning, tenzij artikel 7.45e of 7.45f van toepassing is.

2

In afwijking van het eerste lid kan een op de lokale situatie afgestemde parkeernorm worden gehanteerd, als de parkeernorm van 1,3 autoparkeerplaats per woning leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat, of als de locatie niet ontsloten is of kan worden door openbaar vervoer.

3

Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsplan dat in ontwerp is vastgesteld voor de inwerkingtreding van de Wijziging Zuid-Hollandse Omgevingsverordening herziening 2024.

Artikel 7.45g (permanente bewoning recreatiewoningen) Een omgevingsplan voor een verblijfsrecreatiepark met een omvang van 12 of meer recreatiewoningen, sluit permanente bewoning of functiewijziging naar wonen uit, met uitzondering van de verblijfsrecreatieparken die zijn opgenomen in bijlage IX, onder Aa.

Artikel 7.45h (functiemenging en meervoudig ruimtegebruik) Een omgevingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling voor de functies wonen of bedrijven, houdt rekening met de mogelijkheden voor functiemenging en meervoudig ruimtegebruik.

Artikel 7.45i (huisvesting arbeidsmigranten) 1

Een omgevingsplan dat voorziet in de tijdelijke of permanente huisvesting van arbeidsmigranten houdt rekening met ten minste de normenset voor huisvesting van arbeidsmigranten van het register van de Stichting Normering Flexwonen of een eventuele opvolger daarvan.

2

Een omgevingsplan dat nieuwe bedrijfsmatige activiteiten toelaat die naar verwachting zullen leiden tot een aanzienlijke toename van de werkgelegenheid, brengt de extra huisvestingsbehoefte van werknemers in beeld en op welke wijze hierin zal worden voorzien.

Artikel 7.46 (aanwijzing en geometrische begrenzing grote buitenstedelijke bouwlocaties) Grote buitenstedelijke bouwlocaties zijn de locaties, genoemd in bijlage IX, onder B, en waarvan de geometrische begrenzing indicatief is vastgelegd in bijlage II.

Artikel 7.47 (grote buitenstedelijke bouwlocaties) Een omgevingsplan voorziet alleen in een nieuwe stedelijke ontwikkeling groter dan 3 ha die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien op een grote buitenstedelijke bouwlocatie.

§ 7.3.8a Wonen Artikel 7.47a (voldoende sociale huurwoningen) 1

Een omgevingsplan dat een nieuwe ontwikkeling met 12 woningen of meer mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen, zijnde huurwoningen met een aanvangsprijs onder de grens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, die minimaal 25 jaar in stand worden gehouden en via een woonruimteverdeelsysteem worden verhuurd.

2

Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan: a. minimaal 1/3 sociale huurwoningen; dan wel b. wat hierover is vastgelegd in een mede door gedeputeerde staten vastgestelde afgestemde regionale woningbouwprogrammering in het kader van de afgestemde regionale behoefte, bedoeld in artikel 7.44.

3

Het omgevingsplan, bedoeld in het eerste lid, gaat in de motivering in op: a. b. c.

4

66

welke wijze de nieuwe ontwikkeling voorziet in voldoende sociale huurwoningen; hoe die ontwikkeling bijdraagt aan het doorgroeien naar minimaal 30% sociale huur in de woningvoorraad per gemeente; en het aandeel sociale huurwoningen in de woningvoorraad van de gemeente en het effect van de nieuwe ontwikkeling op dit aandeel.

Als het aandeel sociale huurwoningen in een nieuwe ontwikkeling met 12 woningen of meer in een afgestemde regionale woningbouwprogrammering is opgenomen, dan kan de motivering, bedoeld in het derde lid, bestaan uit een verwijzing naar die programmering.

Artikel 7.47b (voldoende betaalbare woningbouw) 1

Een omgevingsplan dat een nieuwe ontwikkeling met 12 woningen of meer mogelijk maakt voorziet in voldoende betaalbare woningbouw.

2

Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan: a. minimaal 2/3 betaalbare woningbouw; dan wel b. wat hierover is vastgelegd in een mede door gedeputeerde staten vastgestelde afgestemde regionale woningbouwprogrammering in het kader van de afgestemde regionale behoefte, bedoeld in artikel 7.44.

3

Het omgevingsplan, bedoeld in het eerste lid, gaat in de motivering in op welke wijze de nieuwe ontwikkeling voorziet in voldoende betaalbare woningbouw en hoe die ontwikkeling bijdraagt aan 2/3 betaalbare woningbouw.

4

Als het aandeel betaalbare woningbouw in een ontwikkeling met 12 woningen of meer in een afgestemde regionale woningbouwprogrammering is opgenomen, dan kan de motivering bedoeld in het derde lid, bestaan uit een verwijzing naar die programmering.

Artikel 7.47c (overgangsrecht) Paragraaf 7.3.8a is niet van toepassing als: a. b.

een omgevingsplan in ontwerp is vastgesteld vóór de inwerkingtreding van deze paragraaf; of ten behoeve van de nieuwe ontwikkeling met 12 woningen of meer een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.13 van de Omgevingswet is aangegaan voor 14 maart 2023.

§ 7.3.9 Detailhandel Artikel 7.48 (detailhandel) 1

Een omgevingsplan voorziet alleen in detailhandel in gebieden: a. b. c.

2

binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie in de centra van steden, dorpen en wijken; binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk; binnen een nieuwe goed bereikbare en centraal gelegen winkelconcentratie als gevolg van herallocatie.

De detailhandel, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende eisen: a.

b. c.

de ontwikkeling is in overeenstemming met het in bijlage IX, onder C, beschreven ontwikkelingsperspectief voor de daarin opgenomen te consolideren centra, te herpositioneren centra, te optimaliseren centra en de overige centra; aangetoond is dat als gevolg van de ontwikkeling het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat; voor zover de ontwikkeling een omvang heeft van meer dan 4.000 m2 bruto-vloeroppervlakte in de binnensteden van Rotterdam en Den Haag of 2.000 m2 bruto-vloeroppervlakte in de andere centra, is ook met het oog op de eisen onder a en b, advies gevraagd aan de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland.

Artikel 7.49 (uitzonderingen detailhandel) 1

67

In afwijking van artikel 7.48 kan een omgevingsplan voorzien in de volgende detailhandel: a. detailhandel in goederen die qua aard of omvang van de aangeboden goederen niet of niet goed inpasbaar is in de centra: ○ 1°. detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen; ○ 2°. detailhandel in volumineuze goederen; ○ 3°. meubelbedrijven, inclusief in ondergeschikte mate een assortiment woninginrichting en stoffering, evenals detailhandel in de volumineuze woongoederen: keukens, badkamers, vloeren, zonwering en jacuzzi’s, voor zover de ontwikkeling plaatsvindt binnen de bedrijventerreinen met locaties voor perifere detailhandelsvestigingen (PDV) waarvan de locatie geometrisch is begrensd in bijlage II; ○ 4°. tuincentra; ○ 5°. bouwmarkten;

b.

c.

d. e. f.

kleinschalige detailhandel: ○ 1°. in de vorm van een gemakswinkel; ○ 2°. bij sport-, culturele, medische, onderwijs, recreatie- en vrije tijdsvoorzieningen, en andere voorzieningen met veel bezoekers of passanten, met een assortiment dat aansluit op de aard van deze voorzieningen of locaties; ondergeschikte detailhandel: ○ 1°. in ter plaatse vervaardigde goederen bij een productiebedrijf; ○ 2°. bij een beroep aan huis of bij een ambachtelijk bedrijf of dienstverlenend bedrijf, met een assortiment dat aansluit bij de hoofdactiviteit; ○ 3°. bij een agrarisch bedrijf met een assortiment van producten uit eigen teelt; afhaalpunten voor niet-dagelijkse artikelen op goed bereikbare locaties; kringloopwinkels; kern gebonden supermarkten net buiten het winkelconcentratiegebied in kleine kernen, als is aangetoond dat hiervoor onvoldoende ruimte is in een bestaande winkelconcentratie en de leefbaarheid onder druk staat.

2

Het omgevingsplan kan toevoeging of uitbreiding van detailhandel, bedoeld in het eerste lid, onder a en f, alleen mogelijk maken als is aangetoond dat het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat. Ook met het oog hierop is advies gevraagd aan de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland, voor zover het gaat om de detailhandel, bedoeld in het eerste lid, onder a, onderdelen 3, 4 of 5, of bedoeld in het eerste lid, onder f, en voor zover die nieuwe detailhandel een omvang heeft van meer dan 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte.

3

Een omgevingsplan dat voorziet in detailhandel als bedoeld in het eerste lid, onder a, stelt de volgende voorwaarden aan de nevenassortimenten: a. b.

ten hoogste 20% van het netto-verkoopvloeroppervlakte met een maximum van 500 m2 wordt voor de verkoop van het nevenassortiment gebruikt; en het nevenassortiment past bij het hoofdassortiment.

§ 7.3.10 Kantoren Artikel 7.50 (aanwijzing en geometrische begrenzing kantorengebieden) 1

Kantorengebieden categorie 1 zijn de grootstedelijke top- en centrumlocaties, waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

2

Kantorengebieden categorie 2 zijn de OV-knooppuntlocaties en centrum- en (intercity)stationslocaties, waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

3

Kantorengebieden categorie 3 zijn de bijzondere locaties, waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

Artikel 7.51 (kantoren) 1

Een omgevingsplan kan voorzien in kantoren op een locatie: a. b. c.

2

binnen de kantorengebieden categorie 1; binnen de kantorengebieden categorie 2, mits is aangetoond dat de behoefte aan kantoren groter is dan de nog onbenutte plancapaciteit voor kantoren op die locatie; binnen de kantorengebieden categorie 3, mits passend in het profiel van deze locaties.

Het eerste lid is niet van toepassing op: a. b. c. d. e.

kantoren die in overeenstemming zijn met de regionale behoefte aan kantoren waarover bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd; kleinschalige zelfstandige kantoren tot een bruto-vloeroppervlakte van 1.000 m² per vestiging voor zover geen cluster van meer dan vijf kantoren ontstaat; kantoren van gemeentediensten en hulpdiensten; bedrijfsgebonden kantoren met een bruto-vloeroppervlakte dat minder bedraagt dan 50% van het totale bruto-vloeroppervlakte van het bedrijf; en functiegebonden kantoren bij een luchthaven, een haven of een veiling.

§ 7.3.11 Bedrijven

68

Artikel 7.51a (begripsbepalingen) Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: bedrijventerrein: locaties in een omgevingsplan waaraan de functie bedrijf of bedrijventerrein is toegedeeld en waar activiteiten als: handel, nijverheid, commerciële en niet-commerciële dienstverlening of industrie kunnen worden verricht, met uitzondering van locaties waaraan exclusief functies zijn toegedeeld voor: kantoren, detailhandel, maatschappelijke doeleinden of jachthavens, horeca, logies en overige leisure, met een bruto omvang van meer dan 1 ha, uitgezonderd solitaire bedrijven, niet zijnde een betoncentrale, asfaltcentrale of puinbreker, buiten bestaand stads- en dorpsgebied; watergebonden bedrijventerrein: bedrijventerrein of deel daarvan dat aan vaarwater ligt met een vaarklasse van II of hoger met een: haven, kade, drijvende laad- en losinstallatie of scheepshelling of -dok, beperkt tot de aan de laad- en losvoorziening liggende kavel; compensatie van toegedeelde functies bedrijventerrein: compensatie van de planologische mogelijkheden in het een omgevingsplan, waarbij het gaat om de oppervlakte in hectares en de in een milieuzonering vastgelegde gebruiksruimte voor geluid of geur of milieucategorie.

Artikel 7.51b (aanwijzing en geometrische begrenzing (watergebonden) bedrijventerreinen en grote ruimtevragers) 1

Bedrijventerreinen zijn de locaties, waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

2

Watergebonden bedrijventerreinen zijn de locaties, waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

3

Clusters voor grote ruimtevragers zijn de locaties, waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

Artikel 7.51c (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op: a. een locatie van een bedrijventerrein of een watergebonden bedrijventerrein als bedoeld in artikel 7.51b, eerste lid en tweede lid, voor zover is voldaan aan de begripsbepaling voor bedrijventerrein of watergebonden bedrijventerrein; b. een locatie voor een nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein, waaronder een grote buitenstedelijke bouwlocatie als bedoeld in artikel 7.46.

Artikel 7.52 (bedrijven)

69

1

Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein laat bedrijven toe met de grootst mogelijke gebruiksruimte voor geluid en geur per bedrijf, vastgelegd in een hoogst mogelijke geluidruimte zone en geurruimte zone of vergelijkbare milieuzonering, passend bij de omgeving van het bedrijventerrein, waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen die zijn opgenomen in een onherroepelijk omgevingsplan of ontwikkelingen als bedoeld in artikel 7.47.

2

Voor zover het omgevingsplan, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op een nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein waar ruimte kan worden geboden aan bedrijven die passen binnen geluidruimte zone 2 of geurruimte zone 2 of milieucategorie 3 en hoger, wordt het toelaten van bedrijven uitgesloten die passen in geluidruimte zone 1 en geurruimte zone 1 of milieucategorie 1 en 2.

3

In afwijking van het tweede lid kunnen bedrijven die passen in geluidruimte zone 1 en geurruimte zone 1 of milieucategorie 1 en 2, worden toegelaten als dat nodig is voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4

Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een watergebonden bedrijventerrein laat in hoofdzaak watergebonden bedrijven toe.

5

Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein kan functiemenging mogelijk maken, door in beperkte mate te voorzien in bedrijfswoningen, tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten en andere functies die ondersteunend zijn aan het profiel van het bedrijventerrein, voor zover dit niet in strijd is met het eerste lid en de aanwezige bedrijven niet worden beperkt in hun bedrijfsvoering.

6

Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein kan gedeeltelijke functiewijziging mogelijk maken door andere activiteiten dan bedrijven toe te laten, voor zover:

a.

b. c.

7

het gaat om een bedrijventerrein waar volgens het geldende omgevingsplan alleen bedrijven worden toegelaten die passen in geluidruimtezone 1 en geurruimtezone 1 of milieucategorie 1 en 2; de beschikbare ruimte voor bedrijven per saldo gelijk blijft door meervoudig ruimtegebruik; en de activiteiten bij voorkeur bijdragen aan de opgaven energietransitie, circulaire economie of klimaatadaptatie.

Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein kan bij uitzondering een andere ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken indien sprake is van een zwaarwegend algemeen belang, er geen reële andere mogelijkheid is en compensatie van de toegedeelde functies van het bedrijventerrein is verzekerd.

Artikel 7.52a (grote ruimtevragers) 1

Een omgevingsplan laat grote ruimtevragers alleen toe op clusters voor grote ruimtevragers als bedoeld in artikel 7.51b, derde lid.

2

In afwijking van het eerste lid kan een omgevingsplan een grote ruimtevragers toelaten op een locatie buiten een cluster voor grote ruimtevragers, als die locatie met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties geschikter is. Bij de locatiekeuze wordt in ieder geval rekening gehouden met ruimtelijke kwaliteit en efficiënt gebruik van de bestaande infrastructuur, energie, water en ruimte.

3

Een omgevingsplan dat grote ruimtevragers toelaat houdt rekening met ruimtelijke kwaliteit, bereikbaarheidseffecten, duurzaamheid en de economische en maatschappelijke toegevoegde waarde van de ontwikkeling.

Artikel 7.52b (overgangsrecht) Artikel 7.52 zoals dat luidde voorafgaand aan het moment van inwerkingtreding van de Wijziging ZuidHollandse Omgevingsverordening herziening 2024 blijft van toepassing op: a. een omgevingsplan dat in ontwerp is vastgesteld voor de inwerkingtreding van de Wijziging ZuidHollandse Omgevingsverordening herziening 2024; b. een omgevingsplan voor een bedrijventerrein als voor de inwerkingtreding van de Wijziging ZuidHollandse Omgevingsverordening herziening 2024 over functiewijziging van dat bedrijventerrein afspraken zijn gemaakt in de regionale bedrijventerreinenvisies, afgesloten woon-werkakkoorden of bestuursakkoorden, voor zover gedeputeerde staten daarmee hebben ingestemd of die hebben vastgesteld; c. een omgevingsplan voor bedrijventerrein Bleizo-West en het zuidwestelijk deel van bedrijventerrein Prisma in de gemeente Lansingerland, als een alternatieve locatie voor windenergie is gevonden; d. een omgevingsplan voor De Broodfabriek en omgeving, een deelgebied binnen bedrijventerrein Plaspoelpolder, in de gemeente Rijswijk; e. een omgevingsplan voor de bedrijventerreinen Schieoevers Noord, Rotterdamseweg Noord en Vulcanusweg, voor wat betreft de delen die vallen buiten het bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven), in de gemeente Delft; of f.

een omgevingsplan voor het noordelijk deel van bedrijventerrein De Gors in de gemeente Zwijndrecht.

§ 7.3.12 Glastuinbouwgebied Artikel 7.53 (aanwijzing en geometrische begrenzing glastuinbouwgebied)

70

1

Het glastuinbouwgebied is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

2

Het glastuinbouwgebied Westland-Oostland is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

3

Het glastuinbouwgebied Glasparel en Knibbelweg Oost is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

4

Het glastuinbouwgebied Tinte is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

5

Het maatwerkgebied glastuinbouw is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

Artikel 7.54 (glastuinbouwgebied) 1

Een omgevingsplan voor het glastuinbouwgebied als bedoeld in artikel 7.53, eerste tot en met vijfde lid, laat alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven toe, evenals de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking.

2

Het omgevingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan bij uitzondering een andere ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken als sprake is van een zwaarwegend algemeen belang en er geen reële andere mogelijkheid is.

3

In het omgevingsplan kan de begrenzing van de locaties, bedoeld in artikel 7.53, eerste tot en met vijfde lid, in beperkte mate worden aangepast aansluitend aan de randen van het glastuinbouwgebied, alsmede langs de linten waar reeds afwijkende functies aanwezig zijn, rekening houdend met de lokale omstandigheden en bestaande bedrijven en functies, anders dan glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang van de locaties en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied.

4

Het omgevingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan bij uitzondering huisvesting voor short- en midstayverblijf van arbeidsmigranten toelaten voor een periode van maximaal 15 jaar na ingebruikname van de huisvestingslocatie als: a. b.

5

In aanvulling op het derde en vierde lid, houdt het omgevingsplan voor de huisvesting voor shorten midstay-verblijf van arbeidsmigranten rekening met de volgende voorwaarden: a. b. c. d.

71

er geen herstructureringsplannen aanwezig zijn; en de glastuinbouwfunctie wordt hersteld, als binnen 15 jaar blijkens een herstructureringsplan voor de locatie het teeltareaal weer in gebruik zal worden genomen.

er is sprake van een goed woon- en leefklimaat; de huisvesting is zo mogelijk zichtbaar vanaf de openbare weg; de locatie is goed ontsloten vanaf de openbare weg; en de locatie ligt op een redelijke afstand van voorzieningen binnen de kernen.

6

In afwijking van het eerste lid kan een omgevingsplan voor het glastuinbouwgebied WestlandOostland bij uitzondering een bedrijf toelaten dat behoort tot de keten glastuinbouw en dat een bijdrage levert aan de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied als internationaal centrum voor teelt, kennis en handel van glastuinbouwproducten, voor zover aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied.

7

In afwijking van het eerste lid kan een omgevingsplan voor het glastuinbouwgebied Glasparel en Knibbelweg Oost ruimtelijke ontwikkelingen toelaten die niet behoren tot de keten glastuinbouw voor zover de ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt met toepassing van efficiënt en meervoudig grondgebruik door een combinatie met glastuinbouw.

8

In afwijking van het eerste lid kan een omgevingsplan voor het glastuinbouwgebied Tinte voortzetting van het huidige gemengde agrarische grondgebruik mogelijk maken in een deel van het gebied.

9

In afwijking van het eerste lid kan een omgevingsplan voor het maatwerkgebied glastuinbouw transformatie naar andere functies mogelijk maken.

10

Een omgevingsplan dat voorziet in het toevoegen of uitbreiden van glastuinbouw met een oppervlakte van ten minste 5 ha aan aaneengesloten percelen, bevat in de motivering een verantwoording waarin de behoefte aan het gebruik van nieuwe locaties voor glastuinbouw als gevolg van de vervangings- en uitbreidingsvraag wordt onderbouwd. Ook wordt onderbouwd waarom in deze behoefte niet kan worden voorzien door herstructurering of intensivering van elders in de betrokken regio gelegen bestaande glastuinbouwgebieden.

11

Het omgevingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan als de behoefte aan het gebruik van nieuwe locaties voor glastuinbouw nog niet is aangetoond, zoals bedoeld in het tiende lid, voortzetting van het huidige grondgebruik mogelijk maken totdat er alsnog behoefte ontstaat aan ontwikkeling voor glastuinbouw. De mogelijkheden voor ontwikkeling voor glastuinbouw mogen daarbij niet significant worden beperkt, tenzij het een ontwikkeling betreft die past binnen het huidige agrarische grondgebruik.

§ 7.3.13 Boom- en sierteeltgebied Artikel 7.55 (aanwijzing en geometrische begrenzing boomsierteeltgebied) 1

Het boom- en sierteeltgebied is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

2

Het boom- en sierteeltgebied PCT-terrein is de locatie voor boom- en sierteelt pot- en containerteelt, waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

3

Het boom- en sierteeltgebied - maatwerk is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

Artikel 7.56 (boom- en sierteeltgebied) 1

Een omgevingsplan voor het boom- en sierteeltgebied en boom- en sierteeltgebied PCT-terrein, bedoeld in artikel 7.55, eerste en tweede lid, laat alleen bedrijven toe die zich bezighouden met boom- en sierteelt en de daarbij behorende voorzieningen.

2

Een omgevingsplan voor het boom- en sierteeltgebied, bedoeld in artikel 7.55, eerste lid, kan voorzien in kassen bij volwaardige boom- en sierteeltbedrijven tot een derde deel van de bedrijfsoppervlakte.

3

Een omgevingsplan voor het boom- en sierteeltgebied PCT-terrein kan voorzien in kassen bij volwaardige boom- en sierteeltbedrijven, tot 70% van de beteelbare oppervlakte per bedrijf.

4

Een omgevingsplan voor het boom- en sierteeltgebied PCT-terrein kan naast de vestiging van boomen sierteeltbedrijven in beperkte mate voorzien in de vestiging van bedrijven en andere functies die een directe binding hebben met de boom- en sierteelt en noodzakelijk zijn voor het functioneren van de boom- en sierteelt.

5

Het omgevingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan bij uitzondering een andere ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken als sprake is van een zwaarwegend algemeen belang en er geen reële andere mogelijkheid is.

6

In afwijking van het eerste lid kan het omgevingsplan beperkte uitbreiding van bestaande bebouwing of functies of wijziging daarvan naar een andere functie toelaten, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het boom- en sierteeltgebied.

7

In het omgevingsplan kan de begrenzing van het boom- en sierteeltgebied, bedoeld in het eerste lid, in beperkte mate worden aangepast, rekening houdend met de lokale omstandigheden, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het boom- en sierteeltgebied.

8

Het omgevingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan bij uitzondering huisvesting voor short- en midstay-verblijf van arbeidsmigranten toelaten voor een periode van maximaal 15 jaar na ingebruikname van de huisvestingslocatie als: a. b.

9

In aanvulling op het zevende en achtste lid, houdt het omgevingsplan voor de huisvesting voor short- en midstay-verblijf van arbeidsmigranten rekening met de volgende voorwaarden: a. b. c. d.

10

72

er geen herstructureringsplannen aanwezig zijn; en de boom- en sierteeltfunctie daarna wordt hersteld.

er is sprake van een goed woon- en leefklimaat; de huisvesting is zo mogelijk zichtbaar vanaf de openbare weg; de locatie is goed ontsloten vanaf de openbare weg; en de locatie ligt op een redelijke afstand van voorzieningen binnen de kernen.

In afwijking van het eerste lid kan een omgevingsplan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toelaten die niet behoren tot de boom- en sierteelt voor zover het een locatie betreft met boom- en sierteeltgebied - maatwerk als bedoeld in artikel 7.55, derde lid.

§ 7.3.14 Bollenteeltgebied Artikel 7.57 (aanwijzing en geometrische begrenzing bollenteeltgebied) 1

Het bollenteeltgebied is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

2

Het compensatiegebied bollenteelt is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

Artikel 7.58 (bollenteeltgebied) 1

Een omgevingsplan voor het bollenteeltgebied, laat primair bollenteeltbedrijven, bestaande gemengde bollenteelt- en glastuinbouwbedrijven en bestaande stekbedrijven toe, evenals de daarbij behorende voorzieningen.

2

Het omgevingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan voorzien in kassen: a. bij een volwaardig bollenteeltbedrijf tot ten hoogste 3.000 m2 per bedrijf; b. bij een bestaand volwaardig gemengd bollenteelt- en glastuinbouwbedrijf tot ten hoogste 6.000 m2 per bedrijf; c. bij een bestaand volwaardig stekbedrijf tot ten hoogste 6.000 m2 per bedrijf.

3

In afwijking van het tweede lid, onder a, kan het omgevingsplan voorzien in kassen tot meer dan 3.000 m2 bij een volwaardig bollenteeltbedrijf, mits: a. b. c.

4

Het omgevingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan ook voorzien in greenportwoningen en compensatiewoningen.

5

Het omgevingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan ook voorzien in uitbreiding van bestaande handelsen exportbedrijven op locaties binnen het bollenteeltgebied, mits: a. b. c.

dit noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering; verplaatsing naar een bedrijventerrein geen reële mogelijkheid is; en de ruimtelijke kwaliteit niet significant wordt aangetast.

6

Het omgevingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan bij uitzondering een andere ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken als sprake is van een zwaarwegend algemeen belang en er geen reële andere mogelijkheid is.

7

In afwijking van het eerste lid, kan het omgevingsplan beperkte uitbreiding van bestaande bebouwing of functies of wijziging daarvan naar een andere functie toelaten, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het bollenteeltgebied.

8

Het omgevingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan bij uitzondering huisvesting voor short- en midstayverblijf van arbeidsmigranten toelaten voor een periode van maximaal 15 jaar na ingebruikname van de huisvestingslocatie als: a. b.

9

10

er geen herstructureringsplannen aanwezig zijn; en de bollenteeltfunctie daarna wordt hersteld.

In aanvulling op het zevende en achtste lid, houdt het omgevingsplan voor de huisvesting voor short- en midstay-verblijf van arbeidsmigranten rekening met de volgende voorwaarden: a. b. c. d.

73

tegenover de uitbreiding van de bestaande kassen in gelijke mate de duurzame sanering staat van kassen elders binnen het bollenteeltgebied; de ruimtelijke kwaliteit binnen het bollenteeltgebied per saldo wordt verbeterd; en de te saneren kassen zijn opgericht voor 1 januari 2014.

er is sprake van een goed woon- en leefklimaat; de huisvesting is zo mogelijk zichtbaar vanaf de openbare weg; de locatie is goed ontsloten vanaf de openbare weg; en de locatie ligt op een redelijke afstand van voorzieningen binnen de kernen.

Een omgevingsplan voor het bollenteeltgebied, bedoeld in het eerste lid, dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling anders dan bollenteelt toestaat in een gebied dat in het voorgaande omgevingsplan

is aangewezen voor bollenteelt, voorziet in compensatie van bollenteeltgebied door een overeenkomst hierover met de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij Duin- en Bollenstreek. 11

Voor zover ten behoeve van de compensatie van bollenteeltgebied, bedoeld in het tiende lid graslanden worden gebruikt, dan wordt daarvoor het compensatiegebied bollenteelt gebruikt.

§ 7.3.15 Agrarische bedrijven Artikel 7.59 (agrarische bedrijven) 1

Een omgevingsplan voor agrarisch gebied neemt de volgende voorwaarden in acht: a. b.

c. d. e.

f. g. h. i.

j.

k.

74

agrarische bebouwing, uitgezonderd kassen en schuilgelegenheden voor vee, wordt geconcentreerd binnen een bouwperceel van maximaal 2 ha; in afwijking van onderdeel a, kan bij samenvoeging van twee akkerbouwbedrijven de omvang van het agrarisch bouwperceel worden vergroot tot de op het moment van samenvoeging bestaande maximaal mogelijke planologische omvang van beide bouwpercelen gezamenlijk, mits het achter te laten bouwperceel wordt gesaneerd; het toevoegen of uitbreiden van agrarische bebouwing is alleen mogelijk als deze noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering van volwaardige agrarische bedrijven; bij een volwaardig agrarisch bedrijf wordt ten hoogste één agrarische bedrijfswoning toegelaten; kassen, anders dan bedoeld in de artikelen 7.54, 7.56 en 7.58, worden alleen toegelaten bij bestaande volwaardige glastuinbouwbedrijven tot een oppervlakte van 2 ha per bedrijf en bij bestaande volwaardige boom- en sierteeltbedrijven tot een oppervlakte van 300 m2 per bedrijf; toevoegen of uitbreiden van boom- en sierteelt, anders dan bedoeld in artikel 7.56, wordt uitgesloten; het vestigen of uitbreiden van intensieve veehouderij als hoofdtak of als neventak wordt uitgesloten; verplaatsing van een op 1 januari 2017 in de provincie bestaande intensieve veehouderij, kan worden toegelaten; uitbreiding of ingebruikname van bebouwing ten behoeve van een op 1 januari 2017 in

de provincie bestaande hoofdtak intensieve veehouderij, kan worden toegelaten binnen het bouwperceel van maximaal 2 ha; uitbreiding of ingebruikname van bebouwing ten behoeve van een op 1 januari 2017 in de provincie bestaande neventak intensieve veehouderij, kan worden toegelaten binnen het bouwperceel van maximaal 2 ha, voor zover de neventak meer dan 20% bedraagt van de economische bedrijfsomvang; het vestigen of uitbreiden van een geitenhouderij wordt uitgesloten als hoofdtak en als neventak, evenals uitbreiding of ingebruikname van bebouwing ten behoeve van een bestaande geitenhouderij, tenzij het aantal geiten niet toeneemt.

2

In afwijking van het eerste lid, onder e, kan een omgevingsplan voorzien in een oppervlakte van meer dan 2 ha kassen bij een bestaand volwaardig glastuinbouwbedrijf en meer dan 300 m2 kassen bij een volwaardig boom- en sierteeltbedrijf, mits: a. tegenover de uitbreiding van de bestaande oppervlakte van de kassen staat: ○ 1°. in gelijke mate duurzame sanering van bestaande kassen elders buiten het glastuinbouwgebied, waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II; of ○ 2°. een combinatie van ten minste 50% duurzame sanering van bestaande kassen en ruimtelijke maatregelen als bedoeld in artikel 7.43e; b. de ruimtelijke kwaliteit in beide gebieden per saldo wordt verbeterd; c. de uitbreidingslocatie niet is gelegen binnen een gebied met beschermingscategorie 1 of 2 als bedoeld in artikel 7.42; d. de kassen op de saneringslocatie zijn opgericht voor 1 januari 2014; e. gebleken is dat verplaatsing van het uit te breiden bedrijf naar een glastuinbouwgebied als bedoeld in artikel 7.53, eerste tot en met vijfde lid, geen reële mogelijkheid is; en f. de belangen van andere functies in de omgeving van de uitbreidingslocatie niet in onevenredige mate worden geschaad.

3

Een omgevingsplan voor agrarisch gebied kan onder de volgende voorwaarden voorzien in verbredingsactiviteiten bij agrarische bedrijven, waaronder zorg, recreatie, energieopwekking en de verkoop van producten uit eigen teelt:

a.

b. c.

het oprichten van bebouwing of het aanbrengen van verharding voor de verbredingsactiviteit is in beperkte mate mogelijk binnen het agrarisch bouwperceel, dat hiervoor in afwijking van het eerste lid, onder a en b, zo nodig vergroot kan worden met ten hoogste 0,5 ha; de agrarische functie blijft de hoofdfunctie van het bedrijf; en de bedrijfsvoering van de omliggende agrarische bedrijven wordt niet belemmerd.

§ 7.3.16 Natuurnetwerk Nederland Artikel 7.60 (wezenlijke kenmerken en waarden) 1

De wezenlijke kenmerken en waarden van gebieden aangewezen als natuurnetwerk Nederland zijn de wezenlijke kenmerken en waarden in bijlage IX, onder D, en voor Natura 2000-gebieden de kenmerken en waarden die voor deze gebieden zijn omschreven in een beheerplan als bedoeld in de artikelen 3.8, derde lid en 3.9, derde lid, van de Omgevingswet.

2

Voor een Natura 2000-gebied behoren in ieder geval tot de wezenlijke kenmerken en waarden van dat gebied, de in het aanwijzingsbesluit beschreven kenmerken en waarden.

Artikel 7.61 (activiteiten met mogelijk (significante) nadelige gevolgen) Een omgevingsplan voor het natuurnetwerk Nederland, bedoeld in artikel 2.11, eerste lid, laat daarbinnen geen activiteiten toe die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden significant beperken of die leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden.

Artikel 7.62 (ontwikkelen prioritaire nieuwe natuur) Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op prioritaire nieuwe natuur als bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, onder b, bevat het omgevingsplan alleen functies die de natuurfunctie rechtstreeks mogelijk maken.

Artikel 7.63 (ontwikkelen Buijtenland van Rhoon) Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op het Buijtenland van Rhoon, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, onder c, is in aanvulling op artikel 7.61 artikel 5.144 van het Besluit kwaliteit van toepassing zodat het omgevingsplan toe laat: a. hoogwaardige akkernatuur en openluchtrecreatie met ruimte voor extensieve agrarische bedrijvigheid, voor zover deze bijdraagt aan hoogwaardige akkernatuur en openluchtrecreatie; b. het behoud van landschappelijke elementen en cultureel erfgoed; en c. leidingen voor telecommunicatie of het transport van gassen, vloeistoffen of elektriciteit.

§ 7.3.17 Werelderfgoed Artikel 7.64 (aanwijzing en geometrische begrenzing van werelderfgoed) 1

Werelderfgoed Hollandse Waterlinies is de locatie bekend als de vroegere verdedigingslinies van Holland en bestaat onder andere uit de Nieuwe Hollandse Waterlinie, die van Muiden naar Woudrichem loopt en eindigt bij Werkendam en die is gelegen op het grondgebied van de provincies Noord-Holland, Utrecht, Gelderland, Zuid-Holland en Noord-Brabant als bedoeld in artikel 7.3, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en waarvan de geometrische begrenzing van het ZuidHollandse deel is vastgelegd in bijlage II.

2

Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes, onderverdeeld in Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes Kernzone 1, Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes Kernzone 2 en Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes Bufferzone, is de locatie bekend als een serie van archeologische monumenten van de vroegere Romeinse rijksgrens, die van Katwijk aan Zee tot in Remagen over de grens met Duitsland loopt over het grondgebied van de provincies Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland en de deelstaten Noordrijn-Westfalen en Rijnland-Palts als bedoeld in artikel 7.3, vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving en waarvan de geometrische begrenzing van het Zuid-Hollandse deel is vastgelegd in bijlage II.

Artikel 7.65 (kernkwaliteiten werelderfgoed) In aanvulling op artikel 7.4, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn kernkwaliteiten van de werelderfgoederen Nieuwe Hollandse Waterlinie en Neder-Germaanse Limes de in het belang van het

75

behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed in bijlage IX, onder E beschreven essentiële kenmerken van het aanwezige landschap en cultureel erfgoed.

Artikel 7.66 (geen aantasting kernkwaliteiten werelderfgoederen) Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op de werelderfgoederen Hollandse Waterlinies of Neder-Germaanse Limes, laat het omgevingsplan geen activiteiten toe die de kernkwaliteiten, bedoeld in artikel 7.65, aantasten.

Artikel 7.67 (aanwijzing en geometrische begrenzing van gebieden met archeologische waarden binnen de Neder-Germaanse Limes) 1

Het gebied Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes kernzone 1, is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

2

Het gebied Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes kernzone 2, is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

3

Het gebied Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes bufferzone, is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

4

Het gebied Neder-Germaanse Limes verwachtingszone, is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

Artikel 7.67a (motivering behoud en versterking kernkwaliteiten) Een motivering van een omgevingsplan voor een locatie binnen Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes kernzone 1, Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes kernzone 2, Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes bufferzone en Werelderfgoed Hollandse waterlinies bevat: a. b.

een beschrijving van de wijze waarop de kernkwaliteiten van het werelderfgoed worden behouden of versterkt; en een beschrijving van de wijze waarop de cultuurhistorische waarde wordt behouden of versterkt.

Artikel 7.68 (bescherming archeologische waarden binnen de Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes kernzone 2) 1

Een omgevingsplan voor Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes kernzone 2, bevat regels die de bekende archeologische waarden beschermen.

2

De regels, bedoeld in het eerste lid, voorzien in ieder geval in een verbod op activiteiten waarbij de grond dieper dan 30 cm onder het maaiveld wordt geroerd, tenzij: a. b. c.

3

door archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden aangetast; het activiteiten betreft die naar hun aard de archeologische waarden niet aantasten, of de grond al eerder is geroerd.

In afwijking van het tweede lid kan het omgevingsplan het behoud van de archeologische waarden ‘ex situ’ toelaten, als behoud ‘in situ’ niet mogelijk blijkt en andere zwaarwegende belangen volgens het bevoegd gezag prevaleren.

Artikel 7.68a (bescherming archeologische waarden binnen de Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes bufferzone) 1

Een omgevingsplan voor Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes bufferzone, bevat regels die de verwachte archeologische waarden beschermen.

2

De regels, bedoeld in het eerste lid, voorzien in ieder geval in een verbod op activiteiten waarbij de grond voor een oppervlakte van meer dan 100 m2 en dieper dan 30 cm onder het maaiveld wordt geroerd, tenzij: a. b. c.

76

door archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden aangetast; het activiteiten betreft die naar hun aard de archeologische waarden niet aantasten, of de grond al eerder is geroerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1194/documents/34998