Bijlage 4. Waterhuishoudkundig plan DBZ.pdf
Tekst van het document
Waterhuishoudkundige eisen Waterschap Rivierenland Waterberging Waterschap Rivierenland hanteert vuistregels voor compenserende waterberging: • Het oppervlak open water van te dempen watergangen dient 1:1 gecompenseerd te worden door de aanleg van open water. 3 • Bij toename van verhard oppervlak geldt 436 m extra waterberging per hectare toename van verhard oppervlak indien dat verhard oppervlak loost op open water. Voor de verhardingen die lozen op een waterdoorlatende verhardingen (kunstmatige bergingsvoorzieningen) hanteert het waterschap 3 een compensatie van 664 m /ha. Voor plannen met meer dan 5 hectare nieuwe verharding wordt een aanvullende modelberekening gevraagd. Hierbij worden de volgende berekeningsuitgangspunten gehanteerd: de maatgevende afvoer door de watergangen is 1,5 l/s/ha. Dit is ook de afvoer die de watergangen in het landelijk gebied nog net aankunnen. Een afvoer van 1,5 l/s/ha komt overeen met 13 mm/dag; bij een regenbui die eenmaal per 100 jaar kan voorkomen met 10% opslag vanwege de klimaatsverandering mag er geen inundatie optreden (NBW-norm); bij een regenbui die eenmaal per 10 jaar optreedt met 10% opslag vanwege klimaatsverandering moet er voor het straatpeil nog een drooglegging van 0,7 m zijn ten opzichte van zomerpeil (norm Waterschap Rivierenland).
Kwel en wegzijging Het Waterschap hanteert voor nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen strikte uitgangspunten die zijn gebaseerd op de wettelijke taken van een waterschap. Door het realiseren van De Blauwe Zoom mag de kwel en wegzijging niet noemenswaardig toenemen. Riolering en volksgezondheid Het Waterschap kent een gewijzigd (interim)beleid ten aanzien van de kwaliteit van het hemelwater dat afstroomt via de openbare verharding. Met dit beleid wordt geanticipeerd op de nieuwe wetgeving (het Besluit lozingen buiten inrichtingen, Blbi, vermoedelijke ingangsdatum 1 juli 2011), waarin als uitgangspunt geldt dat het afstromende hemelwater uiteindelijk schoon genoeg moet zijn om zonder verdere maatregelen terug in het milieu gebracht te worden. Dit betekent dat bij afkoppelen de eerste 4 mm neerslag moet worden afgevoerd via een bodempassage. Als dit niet mogelijk is, moet er ruimte worden gereserveerd voor een bodempassage. Als laatste alternatief kan een lamellenfilter of iets vergelijkbaars worden toegepast. Het afvalwater en het regenwater dienen binnen het woongebied gescheiden ingezameld en afgevoerd te worden. Het afvalwater stroomt via een droogweerafvoerstelsel (DWA) naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie Sliedrecht en het regenwater komt uiteindelijk op het oppervlaktewater terecht.
Door het afkoppelen van hemelwater van de DWA worden vuilwateroverstorten (in de omgeving) tegengegaan. De risico’s van watergerelateerde ziekten en plagen worden hierdoor geminimaliseerd. Om dergelijke risico’s verder te verkleinen, dienen de waterlopen goed door spoelen; ze mogen dus niet doodlopend zijn. Beheer en onderhoud Bij het realiseren van nieuwe watergangen is het van belang om afspraken te maken over de onderhoudsplicht. Er zijn twee mogelijkheden:
• A-watergangen: Het waterschap heeft het natte profiel in onderhoud. De taluds (tot ongeveer 1 meter gemeten vanaf de insteek richting het natte oppervlak) van de A-watergang zijn in onderhoud van de aanliggende eigenaren. Gemeten vanaf de insteek geldt een beschermingszone van 5 meter. De A-watergangen worden planologische beschermd door de dubbelbestemming ‘Waterstaat – waterstaatkundige functie’. • B-watergangen: Het onderhoud aan B-watergangen wordt uitgevoerd door de aanliggende eigenaren. Wanneer sprake is van twee eigenaren aan beide zijden betekent dit dat beiden tot de helft van de watergang onderhoudsplichtig zijn. Het waterschap voert geen onderhoud uit aan B-watergangen. Gemeten vanuit de insteek geldt een beschermingszone van 1 meter.