Bijlage 3 Verkennend en nader bodemonderzoek, ABO-Milieuconsult, 26 november 2020.pdf
Tekst van het document
VERKENNEND EN NADER BODEMONDERZOEK VOLGENS NEN 5740 / NTA5755 (INCL. PFAS) RIVIERDIJK 829 (A) EN 830 TE HARDINXVELD-GIESSENDAM (WOONARKEN)
Opdrachtgever
:
Gemeente Hardinxveld-Giessendam Postbus 175 3370 AD Hardinxveld-Giessendam
Vestiging
:
ABO-Milieuconsult B.V. Curieweg 2408 BZ Alphen aan den Rijn
Projectnummer Periode onderzoek Datum rapportage
: : :
ANL20-5336 Oktober-november 2020 26 november 2020
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ................................................................................................................................ 3 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 5
2
VOORONDERZOEK.................................................................................................................... 6 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
3
VELDWERKZAAMHEDEN......................................................................................................... 20 3.1 3.2
4
Opzet laboratoriumonderzoek ............................................................................................. 22 Toetsingskader .................................................................................................................. 24 Toetsingstabellen grond en grondwater .............................................................................. 24 Overschrijdingstabellen grond en grondwater...................................................................... 24
BESCHRIJVING VERONTREINIGINGSSITUATIE..................................................................... 28 5.1 5.2 5.3
6
Opzet veldwerkzaamheden ................................................................................................ 20 Resultaten veldonderzoek................................................................................................... 20
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 22 4.1 4.2 4.3 4.4
5
Algemene bodem- en locatiegegevens ................................................................................. 6 Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal ...................................................... 7 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek ..................................................................................... 8 Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie ............................................................. 17 Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit ................................................... 18 Conclusies met betrekking tot het vooronderzoek ............................................................... 19 Conceptueel nader bodemonderzoek ................................................................................ 19
Algemeen........................................................................................................................... 28 Verontreinigingssituatie ...................................................................................................... 28 Omvang verontreinigingen in grond .................................................................................... 29
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................................... 30 6.1 6.2
Conclusies ......................................................................................................................... 30 Aanbevelingen ................................................................................................................... 30
TABELLEN TABEL 2.1: Algemene bodem- en locatiegegevens TABEL 2.2: Conclusie en hypothese vooronderzoek TABEL 3.1: Verrichte veldwerkzaamheden TABEL 3.3: Zintuiglijke waarnemingen TABEL 4.1: Overzicht samenstelling (meng)monsters en analyseparameters TABEL 4.2: Overschrijdingstabel grond TABEL 4.3: Toetsing analyseresultaten Tijdelijk handelingskader PFAS TABEL 4.4: Overschrijdingstabel grondwater
BIJLAGEN BIJLAGE 1a: Locatie aanduiding op topografische ondergrond + foto’s onderzoekslocatie BIJLAGE 1b: Historische kaarten en luchtfoto BIJLAGE 2: Situatietekening onderzoekslocatie BIJLAGE 3: Boorprofielen BIJLAGE 4: Analyserapporten BIJLAGE 5: Toetsingstabellen grond en grondwater BIJLAGE 6: Toetsingskader en Toetsingsnormen tijdelijk handelingskader PFAS BIJLAGE 7: Toetsingskader Besluit Bodemkwaliteit
Verkennend- en nader bodemonderzoek Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, kenmerk ANL20-5336
2/30
SAMENVATTING Op de locatie Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam is in de periode oktober-november 2020 door ABO-Milieuconsult B.V. een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en een nader bodemonderzoek op basis van de NTA5755 uitgevoerd in opdracht van gemeente Hardinxveld-Giessendam. Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd ter plaatse van het kadastrale perceel Gemeente Hardinxveld-Giessendam, sectie D, nummer 2349. Het nader bodemonderzoek is uitgevoerd ter hoogte van Rivierdijk 829 (Aquadelta Pompen), te HardinxveldGiessendam (kadastraal bekend als: Gemeente Hardinxveld-Giessendam, sectie D nummers 3331, 3332, 3333 (ged.), 1290, 1291, 1292, 1466 (ged.), 1162 (ged.) en 3124. Het nader te onderzoeken perceel (voormalige watergang) heeft een oppervlakte van circa 4.500 m². Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen herinrichting het onderzoeksgebied. Het doel is een actueel inzicht te krijgen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De locatie kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd. Het nader bodemonderzoek wordt uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten ten aanzien van het eerder uitgevoerde verkennend bodemonderzoek (rapportkenmerk: ANL20-5186, d.d. 28 augustus 2020).
Het doel van het nader bodemonderzoek is om inzicht te verkrijgen in de bron, aard, ernst en omvang van de verontreiniging met zink in de ondergrond ter plaatse de voormalige watergang. Conclusies Middels het verrichten van een nader bodemonderzoek zijn de sterke verontreinigingen met zware metalen binnen het projectgebied Woonarken nader in kaart gebracht. Nader bodemonderzoek voormalige watergang (circa 4.500 m2) Geconcludeerd kan worden dat de sterke verontreinigingen met zink over het algemeen in het bodemtraject van 1,0 tot minimaal 2,5 m-mv worden aangetroffen. Het volume sterk verontreinigde grond is berekend op circa 1.800 m3, derhalve is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Verkennend bodemonderzoek Rivierdijk 829A, perceel D 2349 (390 m2) Uit de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat de bovengrond van het gehele terrein met een oppervlakte van 390 m2 sterk verontreinigd is met zware metalen (met name zink, koper en lood). De oppervlakte van de sterke verontreiniging met zware metalen is op basis van de onderzoeksresultaten ingeschat op circa 390 m2. De verontreinigingen zijn aangetoond tot een diepte van circa 0,5 m-mv. Het volume sterk verontreinigde grond is daarmee berekend op circa 195 m3. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
De verontreiniging kan worden gesaneerd middels een BUS-sanering, Categorie Immobiel. Het bevoegd is Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid namens provincie Zuid-Holland. Geadviseerd wordt de grondsanering gecombineerd uit te laten voeren met het bouwrijpmaken van het terrein.
Verkennend- en nader bodemonderzoek Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, kenmerk ANL20-5336
3/30
Aanbevelingen Nader bodemonderzoek voormalige watergang (circa 4.500 m2) Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat de sterke verontreiniging met zink in de grond zowel horizontaal als verticaal niet volledig is afgebakend. Vooralsnog zijn de sterke verontreinigingen alleen in de ondergrond vanaf 1 m-mv aangetoond. Daarmee is er geen directe noodzaak deze sterke verontreinigingen te saneren. Aanvullende horizontale afbakening van de verontreiniging is vooralsnog niet noodzakelijk. De noodzaak van het eventueel saneren van de sterk verontreinigde ondergrond is afhankelijk van de toekomstige inrichtingsplannen. De schone bovengrond van de gebieden met een gevoelige functie (o.a. wonen met tuin) dient instant te worden gehouden. Verkennend bodemonderzoek Rivierdijk 829, perceel D 2349 (390 m2) Ter plaatse van het perceel D 2349 wordt vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht. De verontreinigingssituatie is voldoende in kaart gebracht. Veldmedewerkers:
Dhr. F. Fleischmann (BodemBasics B.V. erkend BRL 2001 en 2002) Dhr. C. Snoer (BodemBasics B.V. erkend BRL 2001 en 2002)
Projectadviseur(s):
Drs. E.S. Lampe De heer D.D.C.A. Bijl.
Handtekening:
Dhr. R.J. van der Helm Team Manager Zonder toestemming van de opdrachtgever of ABO-Milieuconsult B.V. mag deze uitgave niet anders dan in zijn geheel worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook. Alle opdrachten worden uitgevoerd volgens onze Algemene Voorwaarden, zoals gedeponeerd bij de KvK Zuidwest-Nederland te Middelburg onder nr. 22065838. Op verzoek kunnen de Algemene Voorwaarden naar u worden toegestuurd.
Verkennend- en nader bodemonderzoek Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, kenmerk ANL20-5336
4/30
1 INLEIDING Door Gemeente Hardinxveld-Giessendam is aan ABO-Milieuconsult B.V. opdracht verleend een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en een nader bodemonderzoek op basis van de NTA5755 uit te voeren op de locatie Woonarken te Hardinxveld-Giessendam (Rivierdijk nr. 829 en 830). Straat, Plaats
: Rivierdijk nr. 829(a) en 830 te Hardinxveld-Giessendam
Gemeente
: Hardingsveld-Giessendam
Kadastrale gegevens Sectie
: D
Nummer(s) Gemeente
: Gemeente Hardinxveld-Giessendam, sectie D, nummer 2349, 3331, 3332, 3333 (ged.), 1290, 1291, 1292, 1466 (ged.), 1162 (ged.) en 3124 : Hardingsveld-Giessendam
Oppervlakte
: Circa 10.000 m2
Omschrijving
:
De onderzoekslocatie is gelegen aan de Rivierdijk, ter hoogte van Rivierdijk 829 (Aquadelta Pompen), te Hardinxveld-Giessendam (kadastraal bekend als: Gemeente Hardinxveld-Giessendam, sectie D, nummer 2349, 3331, 3332, 3333 (ged.), 1290, 1291, 1292, 1466 (ged.), 1162 (ged.) en 3124. Het te onderzoeken perceel (voormalige watergang) heeft een oppervlakte van circa 4.500 m². De locatie betreft een zeer begroeid gebied (bomen en bosschage). De huidige bebouwing in het plangebied bestaat uit loodsen, containers en verlaten woningen. Men is voornemens de locatie te herontwikkelen.
Zie bijlage 1 voor de regionale ligging en bijlage 2 voor een overzicht van de onderzoekslocatie. Doel van het onderzoek Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen herinrichting en beoogde ophoging van het onderzoeksgebied. Het doel is een actueel inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de ontvangende bodem. De locatie kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd. Het nader bodemonderzoek wordt uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten ten aanzien van het eerder uitgevoerde verkennend bodemonderzoek (rapportkenmerk: ANL20-5186, d.d. 28 augustus 2020). Het doel van het nader bodemonderzoek is om inzicht te verkrijgen in de bron, aard, ernst en omvang van de verontreiniging met zink in de ondergrond ter plaatse de voormalige watergang. Aanleiding van het onderzoek Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen herinrichting van het onderzoeksgebied. Rapportage In het onderhavige rapport worden de uitgangspunten en de resultaten van dit verkennend en nader bodemonderzoek beschreven. In hoofdstuk 2 van het rapport zijn de resultaten van het vooronderzoek en de gehanteerde hypotheses weergegeven. De veldwerkzaamheden en het laboratoriumonderzoek zijn beschreven in de hoofdstukken 3 en 4. In hoofdstuk 5 wordt de verontreinigingssituatie nader beschreven.
In hoofdstuk 6 zijn de conclusies en aanbevelingen vermeld. ABO-Milieuconsult B.V. heeft als onafhankelijk adviseur geen enkele juridische binding met de eigenaar van de onderzoekslocatie.
Verkennend- en nader bodemonderzoek Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, kenmerk ANL20-5336
5/30
2
VOORONDERZOEK In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocaties. In de NEN 5725 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.
2.1 Algemene bodem- en locatiegegevens De algemene locatiegegevens en algemene gegevens met betrekking tot de bodem worden als volgt samengevat: Tabel 2.1: Algemene bodem- en locatiegegevens 1.
Algemene onderzoeksaspecten
Bron(houder)
Locatiegegevens en ligging Adres en plaats
Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam
Opdrachtgever
Burgerlijke gemeente
Hardinxveld-Giessendam
Kadaster
Kadastrale gemeente
Hardinxveld-Giessendam
Kadaster
Sectie
D
Kadaster
Nummers
2349, 3331, 3332, 3333 (ged.), 1290, 1291, 1292, 1466 (ged.), 1162 (ged.) en 3124
Kadaster
Circa 10.000
Kadaster perceel
Gemiddelde hoogte (m t.o.v. NAP)
Circa 2,00 (wisselt sterk)
AHN
Ligging op kaart
Zie bijlage 1 en 2
Kadaster
Verhardingen
Geen
Opdrachtgever
Antropogene lagen
Ja
DINO loket
Dempingen
Ja, 1998
Topotijdreis
Grondwaterbeheersplan
Nee
Provincie Zuid-Holland en Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
Geohydrologie
Zie §2.2
Dinoloket
Zonering bodemkwaliteitskaart (BKK)
Geen
Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
BKK klasse bovengrond
Industrie (heterogeen)
Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
BKK klasse ondergrond
Industrie (heterogeen)
Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
BKK functieklasse
Industrie
Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
Boomgaardenkaart (periode)
Nee
Topotijdreis
Aandachtsgebied lood
Nee
Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
Aandachtsgebied arseen in grondwater
Nee
Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
Asbestkansenkaart
Nee
Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
Voormalig stortplaats bekend
Nee
Provincie Zuid-Holland
Oppervlakte (m2) 1
2.
3.
Bodemopbouw
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Verkennend- en nader bodemonderzoek Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, kenmerk ANL20-5336
6/30
Opslagtanks bekend
Nee
Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
Geval van ernstige bodemverontreiniging bekend
Nee
Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
Bodemdocumenten bekend
Ja, zie par. 2.3.
Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid en opdrachtgever
4.
Gebruik en beïnvloeding van de locatie
Voormalig gebruik
Wonen
Topotijdreis
Huidig gebruik
Braakliggend
Google Maps
Toekomstig gebruik
Wonen
Opdrachtgever
Aard bebouwing
Woonhuizen
Opdrachtgever
Periode bebouwing
1913, 1916, 1917, 1918, 1919, 1922 en 1946
BAG (gemeente)
Bedrijventerrein
Geen
Google Maps
Calamiteiten bekend
Nee
Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
Bodembedreigende activiteiten bekend
Nee
Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
Relevante vergunningen beschikbaar
Nee
Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
Toepassing asbestverdachte materialen
Nee
Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
Geen
Locatie-inspectie 24 juli 2020
5.
Terreinverkenning
Bijzonderheden
2.2 Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal De onderzoekslocatie is gelegen aan de Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam. De locatie betreft een zeer begroeid gebied (bomen en bosschage). De bebouwing in het plangebied bestaat uit loodsen, containers en verlaten woningen. Er zijn geen watergangen aanwezig. Op de locatie is voor zover bekend geen verharding aanwezig. Ten noorden grenst de locatie aan de Rivierdijk en de achtergelegen autosnelweg A15, ten westen is een terrein met daarop een afvalwaterzuiveringsinstallatie (de peulen) gelegen. Aan de zuidzijde grenst de locatie aan de rivier de Beneden Merwede en ten oosten aan overige bebouwing woningen met bedrijvigheid. Uit de historische kaarten van Topotijdreis blijkt dat de onderzoekslocatie vanaf circa 1850 uit polder bestond. Vanaf circa 1892 is bebouwing zichtbaar. De onderzoekslocatie maakte deel uit van de Giessendamsche Plaat. De onderzoekslocatie betreft een groot deel van een in het verleden gedempte arm van de Giessen. De demping is in fasen uitgevoerd en heeft in de 20e eeuw plaatsgevonden, het exacte jaartal is onbekend. Verontreinigende activiteiten Voor zover bekend zijn geen verontreinigende (onderzochte) activiteiten aanwezig op de locatie.
De onderzoekslocatie ligt naast een perceel (Rivierdijk 827) waar de volgende verontreinigende (onderzochte) activiteiten vermeld worden (bron: Bodemloket):
Verkennend- en nader bodemonderzoek Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, kenmerk ANL20-5336
7/30
2.3 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek 1. Onderhavige onderzoekslocatie (ook wel: Rivierdijk 830 e.o., perceel 1161 en Rijksweg A15) Verkennend-, nader- en bijzonder inventariserend bodemonderzoek In 2002 zijn door Dordrecht Research BV een verkennend-, nader-, asbest- en bijzonder inventariserend bodemonderzoek en in 2003 een nader bodemonderzoek naar asbest verricht, ter plaatse van de onderzoekslocatie (gedempte arm Giessen perceel E1161). Geadviseerd werd de asbestverontreiniging te saneren. Verkennend bodemonderzoek Op 14 mei 2002 is ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie (perceel 1161) is door Dordrecht Research BV een verkennend bodemonderzoek op perceel E1161 aan de Rijksweg A15 te Hardinxveld-Giessendam (rapportkenmerk: 020446, d.d. juni 2002) verricht. Daarnaast heeft een locatiebezoek in verband met de droogliggende woonarken en schuurtjes plaatsgevonden. Op één van de schuurtjes bevindt zich mogelijk asbesthoudend materiaal: golfplaten-dak. Ter plaatse van de onderzoekslocatie heeft geen ondergrondse of bovengrondse opslag van olieproducten plaatsgevonden en zijn geen tanks bekend. De bovengrond van de lager gelegen gedeeltes van de locatie zijn licht verontreinigd, de gehalten zware metalen en PAK overschrijden de betreffende achtergrondwaarden.
De bovengrond van het lager gelegen gedeelte aan de oostzijde van de onderzoekslocatie is tevens licht verontreinigd met EOX en minerale olie, de betreffende achtergrondwaarden worden overschreden. In totaal zijn 20 grondboringen verricht (1 t/m 20). Gezien het gehalte PAK de betreffende interventiewaarde overschrijdt bij boring 6, is mogelijk sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Of daadwerkelijk sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging hangt af van het bodemvolume van de sterk verontreinigde grond. Derhalve wordt geadviseerd de mate en omvang van de PAK verontreiniging vast te leggen middels nader bodemonderzoek. Ter plaatse van boringen 10, 15 en 17 is asbestverdacht materiaal op het maaiveld waargenomen. Twee stukjes hiervan zijn NEN-conform (5896) onderzocht op asbest. Deze stukjes bleken 10% tot 15% chrysotiel te bevatten. Hieruit kan geconcludeerd worden dat over een oppervlakte van 300 m2 stukjes asbesthoudend materiaal op het maaiveld voorkomen. Op de overige terreindelen kan eveneens asbesthoudend materiaal op het maaiveld voorkomen. Door de aanwezigheid van begroeiing ten tijde van de inventarisatie was het niet mogelijk sommige terreindelen te onderzoeken.
Nader bodemonderzoek Door Dordrecht Research BV is ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie in oktober 2002 een nader bodemonderzoek uitgevoerd op perceel E1161 (gedempte arm Giessen) te Hardinxveld-Giessendam (rapportkenmerk: 020447, d.d. oktober 2002). In de bovengrond worden vrijwel overal bijmengingen van puin en koolgruis aangetroffen. De bovengrond is gemiddeld licht verontreinigd, de gehalten van PAK, cadmium, koper, kwik, lood en zink overschrijden de betreffende achtergrondwaarden. In totaal zijn vier boringen geplaatst (boring 101 t/m 104) rondom boring 6. Ter plaatse van boring 6, in de bovengrond, overschrijdt het gehalte PAK de betreffende interventiewaarde. De omvang van deze sterke PAK-verontreiniging wordt geschat op circa 20 m3. De sterke verontreiniging is niet in de ondergrond ter plaatse van boring 6 aangetoond. Aangezien hier geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, omdat het volumecriterium niet wordt overschreden (> 25 m3), bestaat hier in principe geen saneringsnoodzaak. Aanbevolen wordt de sterke bodemverontreiniging te saneren middels ontgraving.
Verkennend- en nader bodemonderzoek Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, kenmerk ANL20-5336
8/30
Asbest bodemonderzoek Op 24 september 2002 is door Dordrecht Research BV een asbest bodemonderzoek uitgevoerd (tegelijktijdig met het nader bodemonderzoek dat hierboven genoemd is) ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie (perceel E1161 te Hardinxveld-Giessendam, rapportkenmerk: 020447, d.d. 2 oktober 2002). In totaal zijn 6 boringen geplaatst (1001 t/m 1006, zie figuur 1). Tot 0,50-0,80 m-mv bestond de bodem uit puinhoudend zand, hieronder is licht puinhoudende klei waargenomen tot de maximale diepte van 1,50 mmv. Ter plaatse van boringen 1002 t/m 1005 blijkt dat de bovengrond verontreinigd is met asbest. In een samengesteld grondmengmonster van boringen 1002 t/m 1005 (8,02 kg, 0,00-0,50 m-mv) is 82.116,5 mg chrysotiel met losse vezels en 365,5 mg hechtgebonden crocidoliet aangetroffen. In boringen 1001 en 1006 is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Zie figuur 1. Aangezien sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en dat tenminste 60 m3 van de bovengrond verontreinigd is met hechtgebonden en niet-hechtgebonden asbest, wordt derhalve geadviseerd de verontreinigde bodemlaag te saneren.
Figuur 1: Situatietekening Dordrecht Research BV asbestinventarisatie oktober 2002.
Verkennend- en nader bodemonderzoek Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, kenmerk ANL20-5336
9/30
Nader bodemonderzoek naar asbest Op 20 januari 2003 is door Dordrecht Research BV een nader (asbest)bodemonderzoek verricht op onderhavige onderzoekslocatie (perceel E1161 te Hardinxveld-Giessendam, rapportkenmerk: JB 02.5301, d.d. 21 januari 2003). Dit bodemonderzoek is naar aanleiding van een eerder uitgevoerde asbest bodemonderzoek waarbij in een ter plaatse aanwezige verhardingslaag asbesthoudend materiaal is aangetroffen. Tevens is aan de westzijde van de locatie asbesthoudend materiaal op het maaiveld aangetroffen. Op grond van de beschikbare gegevens werden de volgende conclusies getrokken: • •
• • • •
Aan de westzijde van de locatie worden over een oppervlakte van 300 m2 stukjes asbesthoudend materiaal op het maaiveld aangetroffen. De onderliggende bodem is niet verontreinigd met asbest. De verhardingslaag (sterk puinhoudend zand) van het hoger gelegen deel van de onderzoekslocatie is vanaf het maaiveld tot 0,50 m-mv verontreinigd met hechtgebonden- en niet-hechtgebonden asbest. Het asbesthoudend materiaal is aangetroffen in een bodemvolume van circa 130 m3. De ondergrond is niet verontreinigd met asbest. Aangezien de aangetoonde asbestverontreiniging zich in de grond vanaf het maaiveld bevindt, is ter plaatse sprake van risico’s voor de volksgezondheid. Derhalve wordt geadviseerd de verontreinigde bodemlaag te saneren. Aanbevolen wordt de met asbest verontreinigde verhardingslaag onder Deskundig Toezichthouder Asbestsloop-begeleiding te saneren middels verwijdering. In verband met (mogelijk) verstuiving van asbestvezels wordt geadviseerd toegang tot het terrein te verbieden en het terrein pas na vrijgave van de Deskundig Toezichthouder Asbestsloop-begeleiding weer in gebruik te nemen. Tot slot wordt geadviseerd de locatie af te sluiten voor onbevoegden en op zo kort mogelijke termijn met de saneringsmaatregelen aan te vangen.
Nader asbestonderzoek Door ATKB is ter plaatse van de Rivierdijk 830 e.o. te Hardinxveld-Giesendam in 2014 een nader asbestonderzoek in bodem en in de (half)verharding, ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie (rapportkenmerk: 20130868/rap01 Versie 2, d.d. 18 april 2014), uitgevoerd. Verdachte deellocaties Overig terrein (verdachte actuele contactzone) Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat aanvullend bodemonderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. De bovengrond is licht verontreinigd met PCB en PAK en matig verontreinigd met zink. Puinpad Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in één deel van het puinpad zintuiglijk veel asbest is waargenomen, in dit deel van het puinpad is meer dan 100 mg/kg d.s. verontreinigd met asbest. Dit deel van het puinpad heeft een omvang van circa 53 m3 en voldoet niet aan de kwaliteitseisen voor hergebruik, de rest van het puinpad wel. Aanbevolen wordt dit gedeelte van 53 m3 te saneren. Berm (van puinpad) In de berm is volgens de resultaten sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, hier wordt een asbestgehalte vastgesteld van 129 mg/kg d.s. De interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. wordt hiermee overschreden. De overschrijding wordt veroorzaakt door het plaatmateriaal dat in sleuf 5.08 is aangetroffen. In de overige sleuven in de berm is geen plaatmateriaal gevonden en zijn de asbestgehalten <1.6 mg/kg d.s.
De omvang van de sterk met asbest verontreinigende grond is 12,5 m3 (5x5x0,50 m). De omvang van de verontreiniging met asbest in de berm is berekend op 25 m3 (5x5 m). Aanbevolen wordt dit gedeelte van 25 m3 te saneren. Klinkerpad Uit de resultaten blijkt dat ter plaatse van de klinkerverharding een puin(houdende)laag aanwezig is In deze puin(houdende)laag is echter geen aanwezigheid van asbest aangetoond (<1,40 mg/kg d.s.).
Verkennend- en nader bodemonderzoek Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, kenmerk ANL20-5336
10/30
Sanering In 2015 is door ATKB een saneringsplan opgesteld, welke is goedgekeurd door het bevoegd gezag. Het asbesthoudend puinpad bleek toch een asbesthoudende bodem te zijn en is samen met het asbestnest van de BUS-melding op 24 juli 2015 gesaneerd door middel van een volledige ontgraving. Beschikking sanering Op 29 juli 2016 is door Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid een brief over de Evaluatie BUS immobiel (sanering) van 30 juni 2016 verzonden (rapportkenmerk: D-16-1619560 / CHK, d.d. 29 juli 2016). De volgende afwijkingen op de melding werden in deze brief vermeld: •
• •
Ten tijde van de BUS-melding werd het puinpad niet als bodem beschouwd. Uit een nadere beoordeling bleek dit toch tot een verontreinigende bodem te worden gerekend, aangezien het puin minder dan 50% puin bedroeg. Dit is op 2 september 2015 gemeld bij de Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid. Het zou om een oppervlakte van circa 200 m 2 gaan met een volume van circa 66 m3. In één putwand werd visueel asbest waargenomen (noordwestelijke richting). In noordwestelijke richting is, over een afstand van 9 meter, een sleuf ontgraven om verwijdering tot onder de terugsaneerwaarde te kunnen realiseren. Eerstgenoemde wijziging heeft een wijziging ondergaan. Het betrof uiteindelijk een oppervlakte van 117 m2, hierbij is circa 46 m3 (83 ton) sterk met asbest verontreinigende grond vrijgekomen dat is afgevoerd naar een erkend verwerker.
Door ABO-Milieuconsult B.V. is in het recente verleden een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd (rapportkenmerk: ANL20-5186, d.d. 28 augustus 2020). Uit de resultaten van het onderzoek blijkt het volgende: -
In grondmonster 01.5 (1,4-1,9 m-mv) overschrijdt het gehalte zink de interventiewaarde en het gehalte PAK overschrijdt de tussenwaarde (index >0,5). De overige geanalyseerde parameters zijn hooguit licht verhoogd aangetoond. Over het algemeen is het grondwater licht verontreinigd. Barium overschrijdt index >0,5. Omdat tijdens de werkzaamheden geen bemaling is voorzien, is hier verder geen nader grondwateronderzoek geadviseerd.
Het kadastrale perceel Gemeente Hardinxveld-Giessendam, sectie D, nummer 2349, met een oppervlakte van circa 390 m2, is tijdens dit onderzoek niet onderzocht, maar valt ook binnen het plangebied. 1a. Zuidelijk deel van onderhavige onderzoekslocatie (ook wel: doktracé en oostelijk van A.W.Z.I) Verschillende milieukundige bodemonderzoeken Volgens de beschikbare informatie (bodemloket) zijn van 1995 t/m 1999 verschillende milieukundige bodemonderzoeken uitgevoerd ten zuiden van onderhavige onderzoekslocatie, door Oranjewoud BV (een verkennend (water)bodemonderzoek, nader bodemonderzoek en sanering) en MH Nederland BV (Saneringsevaluatie). Verkennend (water)bodemonderzoek In de periode maart-december 1995 heeft Oranjewoud BV een verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd op een terrein oostelijk van de afvalwaterzuiveringsinstallatie (A.W.Z.I) te HardinxveldGiessendam (rapportkenmerk 9929-34579, d.d. 1 maart 1996). Landbodem (oostelijk deel van de onderzoekslocatie) In de grond van de landbodem (boringen 152 t/m 154) zijn zintuiglijk sporen en resten puin aangetroffen in boringen 152a (1,00-1,30 m-mv) en 154a (0,00-0,50 m-mv). In boring 153 is hout aangetroffen. De voornamelijk zandige grond van de landbodem is geschikt voor ongeïsoleerd hergebruik.
De kleilaag met slib en bagger van circa 1,30-3,00 m-mv zijn sterk verontreinigd met zink en arseen en zijn derhalve niet geschikt voor hergebruik. De kleilaag (met zandlaagjes) van 3,00-4,00 m-mv is voor ongeïsoleerd hergebruik geschikt.
Verkennend- en nader bodemonderzoek Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, kenmerk ANL20-5336
11/30
Oostelijk deel van de Griend In de boringen 151, 155 en 156 in het oostelijk deel van de Griend (op een diepte van circa 0,50-2,00 m-mv, kleilaag) overschrijden de gehalten koper, zink, arseen en cadmium de betreffende achtergrondwaarden. Deze kleigrond is niet geschikt voor hergebruik. De omvang van de verontreiniging bedraagt circa 1.500 m3. De bovengrond (zowel zand als klei, 0,00-0,50 m-mv) is ongeïsoleerd toepasbaar. De onderliggende zandlaag is op een diepte van 2,50-3,00 m-mv niet verontreinigd en voor multifunctioneel hergebruik geschikt. Westelijk deel van de Griend De boringen 150, 157 en 158 in het westelijk deel van de Griend bevatten geen sterke verontreinigingen. Deze grond is geschikt voor ongeïsoleerd hergebruik. Opgemerkt dient te worden dat de humeuze kleilaag rond boring 150 een toepassingsdikte mag hebben van maximaal 0,20 meter. Bovengenoemde verontreinigingen zijn horizontaal en verticaal zintuiglijk en analytisch afgebakend. Aanbevelingen Aangezien de hoeveelheid verontreinigde grond meer is dan 25 m3, is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Er dient een melding voor het ontgraven van de grond gemaakt te worden en een PBT formulier ingevuld te worden voor het ongeïsoleerd hergebruiken van de grond bij de Provincie ZuidHolland.
Aanbevolen wordt om van de niet te hergebruiken grond een zeefkromme te bepalen en de grond aan te melden bij het SCG in verband met de mogelijkheden tot reiniging van de grond. Tevens wordt aanbevolen, in het kader van het saneringsplan (Oranjewoud projectnummer 35897, deellocatie 1), het grondwater te onderzoeken op de concentraties zware metalen en PAK. Saneringsplan In maart 1996 is door Oranjewoud BV een deelsaneringsplan dijkverzwaring doktracé HardinxveldGiessendam centrum, deellocatie 1, Giessendamsche plaat opgesteld (rapportkenmerk 9929-34997, d.d. 5 maart 1996). De volgende doelen voor het deelsaneringsplan zijn opgesteld: • • • • • • •
De onderzoekslocatie zal worden opgehoogd met klei (afwerkhoogte 2,50 m+NAP). Vier peilbuizen zullen worden geplaatst (filterstelling 1,00-2,00 m-NAP). Jaarlijks zullen de peilbuizen worden gecontroleerd op PAK (16 en EPA) en zware metalen (1 x per 2 jaar). Indien de interventiewaarde wordt overschreden (signaalwaarde) zal worden bezien of een actieve grondwaterbeheersing noodzakelijk is. Indien geen opmerkelijke verhogingen worden waargenomen, kan de bemonsteringsfrequentie na verloop van tijd worden verlaagd. Periodiek rapporteren van de controlebemonstering aan het bevoegd gezag. De start van de dijkverzwaring is in september 1996 gepland. Na de dijkverzwaringswerkzaamheden zal de grondwatermonitoring worden opgestart, deze is in principe eeuwigdurend.
Evaluatie saneringsplan Van augustus 1998 t/m januari 1999 zijn saneringswerkzaamheden uitgevoerd in het kader van het dijkverzwaringsproject Hardinxveld-Giessendam ter plaatse van de deellocatie 1 “Giessendamsche plaat” ten oosten van de Afvalwaterzuiveringsinstallatie (A.W.Z.I.) “De Peulen” te Hardinxveld-Giessendam. Naar aanleiding hiervan is door MH Nederland BV een saneringsevaluatie opgesteld (rapportkenmerk W96.008.T1b, d.d. november 1999). Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat de in eerder uitgevoerde onderzoeken gemeten gehalten PAK niet worden bevestigd. Per peilbuis worden steeds wisselende individuele PAK aangetroffen, de hieruit berekende interventiefactoren voor PAK-totaal worden echter niet overschreden. Opmerking in het betreffende rapport: een bodemonderzoek wordt steekproefsgewijs uitgevoerd, lokale afwijkingen ten opzichte van de met dit onderzoek vastgestelde globale bodemkwaliteit zijn dan ook niet geheel uit te sluiten.
Verkennend- en nader bodemonderzoek Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, kenmerk ANL20-5336
12/30
Besluit uitgevoerde sanering Volgens de beschikbare informatie van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid heeft in januari 2000 het bevoegd gezag in een Besluit (kenmerk: 181763, d.d. 24 januari 2000) laten weten in te stemmen met de uitgevoerde sanering. De verontreinigde grond is volledig verwijderd. Verdere nazorg of monitoring wordt niet noodzakelijk geacht en er is geen restverontreiniging achtergebleven. 2. Rivierdijk 827 (ten noordoosten van onderhavige onderzoekslocatie) In 1995 t/m 1997 is door IGN een indicatief bodemonderzoek (10 november 1995), saneringsevaluatie (14 juni 1996), verkennend bodemonderzoek (12 september 1997) en een nul- of eindsituatieonderzoek (29 september 1997) verricht (rapportkenmerken: onbekend). Indicatief bodemonderzoek Het indicatief bodemonderzoek uit 1995 toonde aan dat het gehalte minerale olie de betreffende interventiewaarde overschreed, maar dat de omvang hiervan van zeer beperkte aard was (< 5 m3). Saneringsevaluatie De saneringsevaluatie uit 1996 is akkoord bevonden, aan alle doelstellingen van de sanering werd voldaan. Nul- of eindsituatieonderzoek Uit de resultaten van het nul- of eindsituatieonderzoek uit 1997 blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met zware metalen en PAK (de betreffende achtergrondwaarden worden overschreden) waar gietijzerschroot is waargenomen.
Op het overige terrein overschrijden de gehalten van enkele zware metalen de betreffende achtergrondwaarden (index: > 0,5) en de interventiewaarden (matig tot sterke verontreiniging) en licht verontreinigd met PAK en minerale olie (overschrijding van de betreffende achtergrondwaarden). Het grondwater was verontreinigd met de concentraties minerale olie en individuele PAK die de betreffende interventiewaarden overschreden. Geadviseerd werd nader bodemonderzoek te verrichten. Verkennend bodemonderzoek De resultaten uit het verkennend bodemonderzoek van 29 september 1997 toonden aan dat in de bovengrond de gehalten zink, kwik en PAK de betreffende achtergrondwaarden overschreden. In de ondergrond overschreden de gehalten zink en nikkel de betreffende achtergrondwaarden en is het gehalte EOX licht verhoogd aangetoond. In het grondwater overschreed de concentratie arseen de betreffende streefwaarde. Verdere uitbreiding van de locatie werd zonder verdere problemen mogelijk geacht. Nader bodemonderzoek Door GroenHolland BV is in 2002 een nader bodemonderzoek uitgevoerd (rapportkenmerk: onbekend, d.d. 31 maart 2002. De conclusie van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid was dat de omvang van de verontreinigingen op dit terrein nog niet voldoende in kaart zijn gebracht. Het uitvoeren van een nader bodemonderzoek was gewenst, of eerst een verkennend- en daarna een nader bodemonderzoek.
Een samenvatting van de geconstateerde verontreinigingen voor dit terrein zijn volgens de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid de volgende:
Figuur 2: Geconstateerde verontreinigingen op de locatie Rivierdijk 827 (bron: Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid).
Verkennend- en nader bodemonderzoek Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, kenmerk ANL20-5336
13/30
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest Door Verhoeven Milieutechniek B.V. is in 2010 een verkennend (asbest)bodemonderzoek ter plaatse van de Rivierdijk 827 e.o. te Hardinxveld-Giessendam (rapportkenmerk: B10.4137/R4137-3/IB, d.d. 19 augustus 2010) uitgevoerd. Conclusies De aangetoonde waarden in zowel de boven- en ondergrond als in het grondwater betreffen overschrijdingen van de achtergrond-, streef-, toenmalige tussen- en interventiewaarden. Bij overschrijdingen van de toenmalige tussen- en interventiewaarden bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging en dient een nader bodemonderzoek uitgevoerd te worden. De aangetoonde concentratie voor asbest betreft een overschrijding van de restconcentratienorm (100 mg/kg). De overschrijding van de restconcentratienorm geeft aanleiding tot een nader onderzoek naar asbest. Ter plaatse van peilbuis 141, nabij de loods van Verhuis- en Transportbedrijf C. den Dikken, is een verontreiniging met minerale olie en PAK aangetoond. In de puinverharding/-stabilisatie zijn licht tot sterke verontreinigingen met enkele zware metalen aanwezig. Voor de overige parameters zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond. De puinverharding/stabilisatie loogt indicatief niet uit naar de onderliggende grondlaag en is verticaal in voldoende mate in beeld gebracht op de onderzoekslocatie.
Aanbevelingen De sterke grondverontreiniging met barium dient door middel van een nader bodemonderzoek horizontaal en verticaal verder in beeld te worden gebracht. Tevens dient een nader onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd naar de aangetroffen grondverontreiniging met asbest. Door middel van een herbemonstering dient de concentratie voor barium in het grondwater ter plaatse van de peilbuizen PB138 en PB142 te worden geverifieerd. Actualiserend en nader bodemonderzoek inclusief onderzoek naar asbest Door Grondslag B.V. is op 14 april 2020 een actualiserend en nader bodemonderzoek inclusief onderzoek naar asbest voor Rivierdijk 827 e.o. te Hardinxveld-Giesendam Nieuwbouwproject ‘De IJzergieterij’ (rapportkenmerk: Project 29009, d.d. 14 april 2020) uitgevoerd. Zie figuur 2.
Figuur 3: Boorpuntenkaart Grond B.V. en olieverontreiniging (rapportkenmerk: Project 29009, d.d. 14 april 2020).
Verkennend- en nader bodemonderzoek Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, kenmerk ANL20-5336
14/30
Conclusies Vanaf het maaiveld tot een diepte van 3,50 m-mv bestaat de bodem uit een afwisseling van zand en klei. Over het algemeen lijkt de grond tot 1,50 à 2,00 m-mv meer uit zand te bestaan en de grond vanaf 2,00 mmv voornamelijk uit klei. In nagenoeg alle boringen zijn bijmengingen aan bodemvreemd materiaal (baksteen, menggranulaat, metselpuin, aardewerk, slakken, beton, kalk, kolen, plastic, metaal, hout en glas) aangetroffen. Dit kan duiden op een verontreiniging met zware metalen en/of PAK. NEN-parameters In negen van de elf geanalyseerde grond(meng)monsters zijn matige en/of sterke verhogingen aan zware metalen (barium, koper, lood nikkel en/of zink) en/of PAK aangetoond. In de twee overige mengmonsters zijn ook nog diverse parameters licht verhoogd aangetoond. Ook in de voorgaande onderzoeken waren al diverse matige en sterke verhogingen verspreid over de locatie aangetoond. Op basis van de resultaten van voorgaande onderzoeken en onderhavig onderzoek kan, ons inziens, worden geconcludeerd dat de gehele locatie (ca. 2,5 ha) heterogeen matig en sterk is verontreinigd met zware metalen en PAK. In het grondwater zijn verder enkel lichte verhogingen aan barium aangetoond. Deze geven ook geen aanleiding voor aanvullend onderzoek. PFAS Voor PFAS zijn maximaal lichte verhogingen aangetoond onder de hergebruikswaarde.
Eén monster is beoordeeld als “Niet verontreinigd”, twee monsters zijn beoordeeld als “Achtergrondwaarde” en twee monsters voldoen aan de normen voor klasse Wonen/Industrie. Asbestonderzoek In/op de aanwezige opstallen op het terrein en op het maaiveld is veelvuldig asbest aangetroffen. Met de voorgaande onderzoeken is ook op enkele locaties asbest in de bodem aangetroffen. Aanbevelingen Formeel is een nader onderzoek noodzakelijk om de verontreinigingen verder af te perken. Op basis van de huidige gegevens kan echter worden gesteld dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met minerale olie (plaatselijk) en met zware metalen, PAK en asbest (gehele locatie heterogeen matig en sterk verontreinigd). 3. Rivierdijk 829a (perceel ) Nader bodemonderzoek In november en december 2011 is door ABO-Milieuconsult B.V. een nader bodemonderzoek uitgevoerd ten noordoosten van de onderzoekslocatie gelegen aan de Rivierdijk 829a te Hardinxveld-Giessendam (rapportkenmerk: ANL11-1562, d.d. 10 januari 2012). Op basis van verkennend- en nader bodemonderzoek van ABO-Milieuconsult B.V. kan het volgende worden geconcludeerd: Zintuiglijke waarnemingen In de bovengrond is in boring 1 zwak puinhoudend materiaal en een stuk ijzer en zijn in boringen 5 en 103 kooldeeltjes aangetroffen. In boring 5 zijn ook kooldeeltjes in de ondergrond aangetroffen.
In boringen 201 en 203 zijn zowel in de boven- als ondergrond sporen puin aangetroffen en in boring 203 is in de ondergrond een stuk ijzer aangetroffen. In boring 101 is in de ondergrond baggerslib aangetroffen. Bodemkwaliteit De verontreiniging met zware metalen verspreidt zich horizontaal grotendeels over de gehele onderzoekslocatie. De bodem is op vele plaatsen sterk verontreinigd, de gehalten zink, barium en lood overschrijden de betreffende interventiewaarden. In diverse boringen zijn matige verontreinigingen aangetoond, de gehalten lood, koper en zink overschrijden de bodemindex van 0,5. In alle boringen zijn lichte verontreinigingen van de diverse metalen (onderzocht NEN 5740 pakket). Gesteld kan worden dat de verontreiniging horizontaal grotendeels afdoende is afgebakend tot klasse ‘Wonen’. Voor een afbakening van de verticale situatie van de verontreiniging zijn diepere boringen (traject 1,00 m-mv en dieper) nodig. Een duidelijke verontreinigingskern is niet aanwezig op de onderzoekslocatie. Vermoedelijk ligt deze kern op een naastgelegen perceel. Verkennend- en nader bodemonderzoek Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, kenmerk ANL20-5336
15/30
Omdat nader bodemonderzoek nodig is naar de verticale afbakening van de verontreiniging, kon alleen een inschatting gemaakt worden van de horizontale volumes. Op de onderzoekslocatie is van de bovengrond naar inschatting minimaal 192 m2 sterk verontreinigd met zware metalen en minimaal 160 m2 licht verontreinigd. Van de ondergrond is minimaal 70 m2 sterk verontreinigd, minimaal 5 m2 matig verontreinigd en minimaal 220 m2 licht verontreinigd met zware metalen. In totaal is 141 m3 sterk verontreinigd, minimaal 3 m3 matig verontreinigd en minimaal 190 m3 licht verontreinigd met zware metalen.
Aanbevelingen Het betreft hier een geval van ernstige bodemverontreiniging en derhalve geldt een saneringsnoodzaak. Het volume van de sterk verontreinigde grond is meer dan 25 m3. De verontreiniging is mogelijk perceelsgrens overschrijdend. De oorzaak van de sterke verontreiniging met zware metalen, in zowel de boven- als de ondergrond, is vermoedelijk een smederij die in het verleden op het naastgelegen terrein aanwezig is geweest. Het gaat hier mogelijk om een historische verontreiniging. 4. Rivierdijk 831 (ten noordoosten van onderhavige onderzoekslocatie) Nul- of eindsituatieonderzoek en aanvullend onderzoek In 1999 is door Iwaco een nul- of eindsituatieonderzoek en in 2000 een aanvullend onderzoek verricht aan de Rivierdijk 831 te Hardinxveld-Giessendam (rapportnummer: D-16-1547117, d.d. 27 oktober 1999). De resultaten hiervan zijn onbekend bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Nul- of eindsituatieonderzoek Door Geofox is in 2001 een nul- of eindsituatieonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Rivierdijk 831 te Hardinxveld-Giessendam (rapportkenmerk: onbekend, d.d. 1 november 2001). In de bovengrond overschreden de gehalten van cadmium, zink en minerale olie de betreffende achtergrondwaarden. In de ondergrond overschreden de gehalten koper, kwik, nikkel, PAK en EOX de betreffende achtergrondwaarden.
In de boven- en ondergrond van de aanwezige opritten zijn de gehalten van alle geanalyseerde parameters lager dan de betreffende achtergrondwaarden. In het grondwater waren de concentraties van alle geanalyseerde parameters lager dan de betreffende streefwaarden.
Verkennend- en nader bodemonderzoek Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, kenmerk ANL20-5336
16/30
Briefrapport In 2002 is door Haskoning een onbekend bodemonderzoek uitgevoerd, waarvan een briefrapport is verschenen. De resultaten van dit onderzoek toonden aan dat het gehalte zink de betreffende interventiewaarde overschreed, waarvan de omvang groter was dan 25 m3 (rapportkenmerk: onbekend, d.d. 4 december 2002). 2.4 Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie De gemiddelde hoogteligging van de onderzoekslocatie bedraagt circa 2,00 m+NAP, het terreinoppervlak wisselt sterk van hoogte. De regionale ligging van de locatie is opgenomen in bijlage 1. Voor inzicht in de bodemopbouw (geologie en geohydrologisch) op de onderzoekslocatie is het digitale kaartmateriaal, zoals beschikbaar gesteld door TNO op de website van DINO loket, ingezien. In onderstaand figuur is het schematisch model (circa 50 meter diepte) van de geologie ter plaatse van de onderzoekslocatie. De zwarte verticale lijn snijdt de onderzoekslocatie. Figuur 1: verticale doorsnede Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam.
Verkennend- en nader bodemonderzoek Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, kenmerk ANL20-5336
17/30
2.5 Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit In de NEN 5725:2017 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. -
Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Het kadastrale perceel Gemeente Hardinxveld-Giessendam, sectie D, nummer 2349 (Rivierdijk 829a), met een oppervlakte van circa 390 m2, is niet recent onderzocht, maar valt ook binnen het plangebied.
-
Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameter? Op het aangrenzende perceel was een smederij gesitueerd.
-
Is de bodem asbestverdacht? (bv (geen) verwachting van ongedefinieerd puin bv) Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? De bodem is niet asbestverdacht. Voor bodemkwaliteitsklasse zie tabel 2.1: algemene bodem- en locatiegegevens
-
Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Zie §2.3.
-
Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Nee
-
Wordt op de locatie of een deel daarvan (geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Ja, Tijdens eerder uitgevoerd nader bodemonderzoek in december 2011 op perceel D 2349 zijn in de boven- en ondergrond sterke verontreinigingen met zware metalen aangetoond (met name zink en lood). Op basis van de onderzoeksresultaten betreft deze grondverontreiniging een geval van ernstige bodemverontreiniging.
-
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord. Veld- en analytisch onderzoek is noodzakelijk. De beschikbare gegevens geven te weinig concrete informatie over de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (bovengrond, ondergrond en grondwater) op de locatie.
-
Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)? Zie §2.6 van onderhavige rapportage.
Verkennend- en nader bodemonderzoek Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, kenmerk ANL20-5336
18/30
2.6 Conclusies met betrekking tot het vooronderzoek Tabel 2.2: Conclusie en hypothese vooronderzoek. (Deel)locatie
Verkennend Rivierdijk 829a Hardinxveld-Giessendam, perceel D 2349
Oppervlakte (m2)
390 m²
Bijzonderheden
Ter plaatse van het perceel D 2349 is in december 2011 een nader bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is gedateerd.
Conclusie
Grond
Verdacht (o.a. verontreinigingen met zware metalen in boven en ondergrond)
Grondwater
Onverdacht
NEN5740
Volgens NEN 5740-richtlijn (§5.6 VED-HE-NL).
Hypothese Onderzoeksstrategie
De boringen worden verricht tot een diepte van minimaal 2 m-mv. Aanvullend zal de boven- en ondergrond worden onderzocht op PFAS
(Deel)locatie
Nader bodemonderzoek voormalige watergang
Oppervlakte (m2)
Circa 4.500 m²
Bijzonderheden
Door ABO-Milieuconsult B.V. is in het recente verleden een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd (rapportkenmerk: ANL20-5186, d.d. 28 augustus 2020). Uit de resultaten van het onderzoek blijkt het volgende: -
Conclusie
Hypothese
In grondmonster 01.5 (1,4-1,9 m-mv) overschrijdt het gehalte zink de interventiewaarde en het gehalte PAK overschrijdt de tussenwaarde (index >0,5). De overige geanalyseerde parameters zijn hooguit licht verhoogd aangetoond.
Grond
Verdacht (o.a. voor matige tot sterke verontreinigingen met zink en PAK)
Grondwater
onverdacht
maatwerk
Volgens NTA-5755-richtlijn.
Onderzoeksstrategie Ter plaatse van de locatie zullen 20 boringen geplaatst worden tot een diepte van 2,5 m-mv. Van diverse bodemlagen worden grondmonsters geselecteerd en geanalyseerd. Enkele grondmonsters worden geanalyseerd op het standaard NEN pakket voor grond. De overige grondmonsters worden geanalyseerd op de kritische parameters zink en PAK. Er zal onderscheid gemaakt worden in een drietal bodemtrajecten, te weten: De bovengrond (circa 0,0-0,9 m-mv); De bodemlaag met slib (circa 0,9-2,3 m-mv); Bodemlaag onder bodemlaag met slib (circa 2,3-2,5 m-mv). Aanvullend zal de boven- en ondergrond worden onderzocht op PFAS
2.7 Conceptueel nader bodemonderzoek Het conceptueel model heeft betrekking op het te verrichten nader bodemonderzoek ter plaatse van de voormalige watergang. Zintuiglijk worden in diverse boringen bodemvreemde materialen aangetroffen. Over het algemeen is de grond licht verontreinigd met de geanalyseerde parameters. In één grondmonster (01.5 (sporen slib), 1,41,9 m-mv) overschrijdt het gehalte zink de interventiewaarde en het gehalte PAK overschrijdt de tussenwaarde (index >0,5). In het grondmonster 01.6 (1,90-2,30 m-mv) overschrijdt het gehalte zink de achtergrondwaarde. Het slib is aangetroffen ter plaatse van de boringen 01 (1,4-2,3 m-mv) en 10 (0,9-1,7 m-mv). Op basis van de huidige bekende gegevens is de verwachting dat de bodemlaag met slib heterogeen diffuus verontreinigd is. Uit de reeds verkregen resultaten wordt verwacht dat het dempingsmateriaal (bovengrond boven de sliblaag) niet tot licht verontreinigd is. Verwacht wordt dat de verontreiniging in het slib een beperkte uitloging heeft naar de onderlaag (bodemlaag onder de sliblaag).
Verkennend- en nader bodemonderzoek Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, kenmerk ANL20-5336
19/30
3
VELDWERKZAAMHEDEN
3.1 Opzet veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden, te weten het uitvoeren van de boringen, het plaatsen van de peilbuis, het bemonsteren van de grond, het bemonsteren van het grondwater en het zintuiglijk onderzoek van de grond(water)monsters zijn uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000, protocollen 2001 en 2002 (laatse versie). Voor de monstername is tevens aangesloten bij de informatie uit het bemonsteringsprotocol (juli 2019) voor Poly- en PerFluor Alkyl Stoffen (PFAS) opgesteld door het Expertisecentrum PFAS. De grond is, afhankelijk van de zintuiglijke waarnemingen en bodemopbouw, per 0,5 m bemonsterd. De situering van de boorpunten en de peilbuizen is weergegeven in bijlage 2. De boorbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3. 3.2 Resultaten veldonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitbesteed aan BodemBasics. De boorwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 21 en 23 oktober 2020 door de erkende veldwerker de heer C. Snoer. Het grondwater is bemonsterd op 28 oktober 2020 en door de heer F. Fleischmann van Bodem Basics. In de volgende tabellen zijn de verrichte werkzaamheden schematisch weergegeven. Tabel 3.1: Verrichte veldwerkzaamheden (deel)locatie Strategie conform NEN5740 / NTA5755 Nader bodemonderzoek voormalige watergang (circa 4.500 m2)
Maatwerk
Verkennend bodemonderzoek §5.6 VED-HE-NL Rivierdijk 829A, perceel D 2349 2 (390 m )
Aantal boringen
Peilbuizen
1 boring tot 0,7 m-mv (boring 205, 2 x gestaakt) 1 boring tot 1,5 m-mv (boring 202 gestaakt) 17 boringen tot ± 2,5 m-mv (boring 202A, 203, 206 t/m 220 4 boringen tot ± 2,5 m-mv (boring 101 t/m Peilbuis 105 104) filterstelling 1,7-2,7 m -mv 1 boring tot ± 2,7 m-mv (boring 105)
Tabel 3.2: Peilbuisgegevens Watermonster Filterdiepte (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
105-1-1
1,11
7,0
566
15
EC: pH: NTU:
1,70 - 2,70
Elektrisch geleidingsvermogen Zuurgraad Nephelometric Turbidity Unit
In het grondwater van peilbuis 105 is een licht verhoogde troebelheid gemeten. Troebelheid is een kwalitatieve meting die een waarde geeft over de helderheid van water tussen 1 en 10 NTU is een natuurlijke waarde, hoe hoger hoe troebeler het monster. Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter groter dan 0,5. De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. Geen van de overige in het veld gemeten waarden in het grondwater wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden, verwacht kan worden.
In onderstaande tabel zijn de bij de veldwerkzaamheden zintuiglijk verdachte waarnemingen weergegeven. Verkennend- en nader bodemonderzoek Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, kenmerk ANL20-5336
20/30
Tabel 3.3 Zintuiglijke waarnemingen Boring Diepte boring (m-mv) 102 2,00
Traject (m-mv) 0,50 - 1,50
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand
103
2,00
0,50 - 1,50
Zand
202
1,50
1,00 - 1,50
Zand
202a 205 205a 218 219
2,50 0,70 0,70 2,50 2,50
1,00 - 1,50 0,05 - 0,70 0,05 - 0,70 0,00 - 1,00 0,00 - 1,00
Zand Zand Zand Klei Klei
resten plastic, resten glas, sporen baksteen, resten hout resten plastic, resten glas, sporen baksteen, resten hout brokken klei, sporen baksteen, Gestaakt op massieve laag vermoedelijk puin brokken klei, sporen baksteen Gestaakt op massieve vermoedelijke puin laag Gestaakt op massieve vermoedelijke puin laag sporen puin, sporen grind zwak roesthoudend, sporen baksteen
De boven- en ondergrond (0,0 – 2,5 m-mv) bestaat uit sterk wisselende zand- en kleilagen. Voor een meer gedetailleerde beschrijving van de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar bijlage 3.
Verkennend- en nader bodemonderzoek Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, kenmerk ANL20-5336
21/30
4
LABORATORIUMONDERZOEK Het samenstellen van de mengmonsters en de grond- en grondwateranalyses is uitgevoerd door het AS3000 en RvA- geaccrediteerde laboratorium van Eurofins Analytico te Barneveld. De geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling zijn als volgt.
4.1 Opzet laboratoriumonderzoek In onderstaande tabel is de monstersamenstelling en de analyseparameters samengevat. Tabel 4.1: Overzicht samenstelling (meng)monsters en analyseparameters AnalyseTraject Deelmonsters Motivatie monster (m-mv) Nader bodemonderzoek voormalige watergang (circa 4.500 m2) 202a.4 1,50 - 2,00 202a (1,50 - 2,00) Bevestiging sterke verontreiniging zink tpv boring 1 202.3 1,00 - 1,50 202 (1,00 - 1,50) Algemeen, sporen baksteen 203.3 1,00 - 1,50 203 (1,00 - 1,50) Horizontale afbakening verontreiniging zink tpv boring 1 203.4 1,50 - 2,00 203 (1,50 - 2,00) Horizontale afbakening verontreiniging zink tpv boring 1 203.5 2,00 - 2,50 203 (2,00 - 2,50) Verticale afbakening verontreiniging zink tpv boring 1 204.3 1,00 - 1,50 204 (1,00 - 1,50) Horizontale afbakening verontreiniging zink tpv boring 1 204.4 1,50 - 2,00 204 (1,50 - 2,00) Horizontale afbakening verontreiniging zink tpv boring 1 204.5
2,00 - 2,50
204 (2,00 - 2,50)
205.2 206.3
0,55 - 0,70 1,00 - 1,50
205 (0,55 - 0,70) 206 (1,00 - 1,50)
206.4
1,50 - 2,00
206 (1,50 - 2,00)
207.3
1,00 - 1,50
207 (1,00 - 1,50)
208.1
0,00 - 0,50
208 (0,00 - 0,50)
Algemene kwaliteit ondergrond Horizontale afbakening verontreiniging zink tpv boring 1 Horizontale afbakening verontreiniging zink tpv boring 1 Horizontale afbakening verontreiniging zink tpv boring 1 Boring langs perceelsgrens
209.3
1,00 - 1,50
209 (1,00 - 1,50)
Grindige laag
211.2 212.2
0,50 - 1,00 0,50 - 1,00
211 (0,50 - 1,00) 212 (0,50 - 1,00)
Horizontale afbakening verontreiniging zink tpv boring 1
Analysepakket
Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), Zink (Zn) Standaardpakket grond incl. LUOS Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), Zink (Zn) Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), Zink (Zn) Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), Zink (Zn) Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), Zink (Zn) Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), Zink (Zn) Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), Zink (Zn) Standaardpakket grond incl. LUOS Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), Zink (Zn) Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), Zink (Zn) Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), Zink (Zn) Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), Zink (Zn) Standaardpakket grond incl. LUOS
Boring langs perceelsgrens Standaardpakket grond incl. LUOS Bodemlaag boven verdachte Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), laag Zink (Zn) 213.4 1,50 - 2,00 213 (1,50 - 2,00) Vermoedelijke verdachte Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), bodemlaag Zink (Zn) 214.3 1,00 - 1,50 214 (1,00 - 1,50) Vermoedelijke verdachte Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), bodemlaag Zink (Zn) 216.4 1,50 - 2,00 216 (1,50 - 2,00) Vermoedelijke verdachte Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), bodemlaag Zink (Zn) 217.3 1,00 - 1,50 217 (1,00 - 1,50) Boring op de grens van de Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), voormalige watergang Zink (Zn) 218.1 0,00 - 0,50 218 (0,00 - 0,50) Sporen puin in de bodem Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), Zink (Zn) 218.2 0,50 - 1,00 218 (0,50 - 1,00) Algemeen ondergrond Standaardpakket grond incl. LUOS 219.1 0,00 - 0,50 219 (0,00 - 0,50) Sporen baksteen Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), Zink (Zn) 219.2 0,50 - 1,00 219 (0,50 - 1,00) Sporen baksteen Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), Zink (Zn) 219.5 2,00 - 2,50 219 (2,00 - 2,50) Verticaal ivm algemeen beeld Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), Zink (Zn) Verkennend bodemonderzoek Rivierdijk 829A, perceel D 2349 (390 m2) MM01 0,00 - 0,50 101 (0,00 - 0,50) Bovengrond Standaardpakket grond incl.
LUOS 104 (0,00 - 0,50) MM02 0,00 - 0,50 102 (0,04 - 0,50) Bovengrond Standaardpakket grond incl. LUOS 103 (0,04 - 0,50) 105 (0,00 - 0,50) Verkennend- en nader bodemonderzoek Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, kenmerk ANL20-5336