Bijlage 2 - Was-wordt tabel wijzigingen Verordening persoonlijk minimabudget H-G.pdf
Tekst van het document
Was-wordt tabel wijziging Verordening Persoonlijk Minimabudget HardinxveldGiessendam Was:
Wijziging Verordening Persoonlijk Minimabudget Wordt:
Artikel 1.1. Begripsomschrijvingen Bij de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. […] b. inkomen: totaal van het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet. Algemene bijstand wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op PMB als inkomen gezien; c. […] d. referteperiode: de periode van twaalf maanden voorafgaand aan de peildatum; e. […] f. de van toepassing zijnde norm geldend voor de gehele referteperiode: 1. de norm die geldt op de peildatum, zoals staat vermeld in artikel 21 onder a van de wet voor een alleenstaande of alleenstaande ouder; 2. de norm die geldt op de peildatum, zoals staat vermeld in artikel 21 onder b van de wet voor de gehuwden gezamenlijk; 3. de norm die geldt op de peildatum, zoals staat vermeld in artikel 23, eerste en derde lid van de wet bij verblijf in een inrichting als bedoeld in artikel 1 onder f, 1 en 2 van de wet.
Artikel 1.1. Begripsomschrijvingen Bij de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. […] b. inkomen: totaal van het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet. Algemene bijstand wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op het persoonlijk minimabudget als inkomen gezien; c. […] d. referteperiode: de periode van 24 maanden voorafgaand aan de peildatum; e. […] f. de van toepassing zijnde norm: 1. de norm die geldt op de peildatum, zoals staat vermeld in artikel 21 onder a van de wet voor een alleenstaande of alleenstaande ouder; of 2. de norm die geldt op de peildatum, zoals staat vermeld in artikel 21 onder b van de wet voor de gehuwden gezamenlijk; of 3. de norm die geldt op de peildatum, zoals staat vermeld in artikel 23, eerste en derde lid van de wet bij verblijf in een inrichting als bedoeld in artikel 1 onder f, 1 en 2 van de wet.
Artikel 2.1. Indienen verzoek Een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de wet wordt ingediend middels een gestandaardiseerd aanvraagformulier ‘PMB’.
Artikel 2.1. Indienen verzoek Een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid van de wet wordt ingediend middels een door of krachtens het college vastgesteld aanvraagformulier ‘PMB’.
Artikel 2.2. Langdurig laag inkomen Een persoon heeft een langdurig laag inkomen, zoals bedoeld in artikel 36 eerste lid van de wet, als gedurende de referteperiode van twaalf maanden het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 110% van de van toepassing zijnde norm.
Artikel 2.2. Langdurig laag inkomen Een persoon heeft een langdurig laag inkomen, zoals bedoeld in artikel 36, eerste lid van de wet, als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 110% van de van toepassing zijnde norm.
Artikel 2.3. Hoogte van de toeslag 1. […] 2. […] 3. Voor de toepassing van het eerste of tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend. De bedragen van het persoonlijk minimabudget worden naar boven afgerond op het eerstvolgende veelvoud van € 5.
Artikel 2.3. Hoogte van de toeslag 1. […] 2. […] 3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend. 4. De bedragen van het persoonlijk minimabudget worden naar boven afgerond op het eerstvolgende veelvoud van € 5.
[geen]
Artikel 2.4 Geen recht Geen recht op een persoonlijk minimabudget heeft de persoon die: 1. het jaar voorafgaand aan de peildatum gezien zijn/haar krachten en bekwaamheden uitzicht had op inkomensverbetering. Iemand heeft zicht op inkomensverbetering als er zicht is op het verwerven van een baan of inkomsten hoger dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm; 2. het jaar voorafgaand aan de peildatum onvoldoende inspanningen heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen. Voor het beoordelen van de inspanningsverplichting wordt uitgegaan van al dan niet opgelegde maatregelen of sancties. Als gedurende de referteperiode geen maatregel of sanctie is opgelegd, heeft belanghebbende aan de inspanningsverplichting voldaan; 3. op de peildatum een opleiding volgt als bedoeld in de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS), dan wel in de periode van een jaar voorafgaand aan de peildatum een studie heeft gevolgd of op de peildatum volgt als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000) dan wel in dat jaar ander uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs heeft gevolgd of op de peildatum volgt; 4. op de peildatum geen recht heeft op algemene bijstand op grond van artikel 13, tweede lid, onderdeel d van de wet; 5.
op de peildatum op grond van artikel 2, derde lid van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) bijstand ontvangt op grond van de wet maar zich niet beschikbaar stelt voor arbeid in dienstbetrekking omdat hij voornemens is een eigen bedrijf te starten en zich hierop aan het voorbereiden is; 6. als statushouder gedurende de referteperiode onder de verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) viel.
Artikel 3.1. Overgangsrecht 1. De voorgaande versie van de verordening, de Verordening persoonlijk minimabudget Drechtsteden, vastgesteld d.d. 3 december 2019, wordt ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van deze verordening, met dien verstande dat zij van toepassing blijft ten aanzien van een op grond daarvan genomen besluit totdat het college, onder intrekking van dit besluit, een nieuw besluit
Artikel 3.1. Inwerkingtreding 1. De Verordening persoonlijk minimabudget Hardinxveld-Giessendam, vastgesteld d.d. 20 januari 2022, wordt ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van deze verordening. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023.
op grond van deze verordening heeft genomen. 2. Aanvragen die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van deze verordening en waarop nog geen besluit is genomen ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening, worden afgehandeld op grond van deze verordening. 3. Bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten genomen op grond van de Verordening persoonlijk minimabudget Drechtsteden worden afgehandeld op grond van de Verordening persoonlijk minimabudget Drechtsteden. Artikel 3.2. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2022.