CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek, ABO-Milieuconsult, 28 augustus 2020.pdf

Gemeenteraad GHG 10 november 2022, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 9: Reparatie en vaststelling Bestemmingsplan Woonarken - Raadsvoorstel24.616 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERKENNEND BODEMONDERZOEK VOLGENS NEN 5740 RIVIERDIJK 829 EN 830 TE HARDINXVELD-GIESSENDAM

Opdrachtgever

:

KuiperCompagnons T.a.v. Mw. F. van Avezaath Postbus 13042 3004 HA Rotterdam

Vestiging

:

ABO-Milieuconsult B.V. Amundsenweg 29 4462 GP Goes tel. +31 (0)113 362280

Projectnummer Periode onderzoek Datum rapportage

: : :

ANL20-5186 Juli 2020 28 augustus 2020

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ...................................................................................................................................... 3 1

INLEIDING ........................................................................................................................................ 6

2

VOORONDERZOEK ......................................................................................................................... 7

3

4

5

2.1

Algemene bodem- en locatiegegevens .................................................................................... 7

2.2

Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal ........................................................ 8

2.3

Eerder uitgevoerd bodemonderzoek......................................................................................... 9

2.4

Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie ................................................................ 18

2.5

Interpretatie verwachte milieu-hygiënische bodemkwaliteit .................................................... 19

2.6

Conclusies met betrekking tot het vooronderzoek .................................................................. 20

VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................. 21 3.1

Opzet veldwerkzaamheden .................................................................................................... 21

3.2

Resultaten veldonderzoek ...................................................................................................... 21

LABORATORIUMONDERZOEK .................................................................................................... 23 4.1

Opzet laboratoriumonderzoek ................................................................................................. 23

4.2

Resultaten laboratoriumonderzoek/toetsingskader ................................................................ 24

4.3

Toetsingstabellen grond en grondwater.................................................................................. 24

4.4

Overschrijdingstabellen grond en grondwater ........................................................................ 24

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 27 5.1

Conclusies ............................................................................................................................... 27

5.2

Aanbevelingen ........................................................................................................................ 28

TABELLEN TABEL 2.1: TABEL 2.2: TABEL 3.1: TABEL 3.2: TABEL 3.3: TABEL 4.1: TABEL 4.2: TABEL 4.3:

Algemene bodem- en locatiegegevens Conclusie en hypothese vooronderzoek Verrichte veldwerkzaamheden Peilbuisgegevens Zintuiglijke waarnemingen Overzicht samenstelling (meng)monsters en analyseparameters Overschrijdingstabel grond Overschrijdingstabel grondwater

BIJLAGEN BIJLAGE 1a: BIJLAGE 1b: BIJLAGE 2: BIJLAGE 3: BIJLAGE 4: BIJLAGE 5: BIJLAGE 6: BIJLAGE 7:

Locatie aanduiding op topografische ondergrond + foto’s onderzoekslocatie Historische kaarten en luchtfoto Situatietekening onderzoekslocatie Boorprofielen Analyserapporten Toetsingstabellen grond en grondwater Toetsingskader Vooronderzoek

Verkennend bodemonderzoek, Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, ANL20-5186

2/28

SAMENVATTING Op de onderzoekslocatie gelegen aan de Rivierdijk ter hoogte van 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam is in juli 2020 door ABO-Milieuconsult B.V. een vooronderzoek en een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5725 en NEN 5740 uitgevoerd in opdracht van KuiperCompagnons. De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als: Gemeente Hardinxveld-Giessendam, sectie D, nummers 234 (ged.), 3331, 3332, 3333 (ged.), 1290, 1291, 1292, 1466 (ged.), 1162 (ged.) en 3124. Aanleiding voor het uitvoeren van de onderzoeken betreft het opstellen van een bestemmingsplan en de daaruit voortvloeiende aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). De locatie kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn in totaal vierentwintig boringen verricht. Achttien boringen zijn tot 1,00 m-mv, vier boringen (04, 10, 16 en 21) zijn tot 2,00 m-mv, één boring (01) is tot 2,70 m-mv en één boring (14) is tot 4,70 m-mv verricht. Van deze boringen zijn twee boringen (01 en 14) afgewerkt met een peilbuis (filterstelling respectievelijk: 1,70-2,70 m-mv en 3,70-4,70 m-mv). Conclusies Zintuiglijk wordt in vier boringen (07, 12, 14 en 20) in de bovengrond (variërend van 0,00-0,50 m-mv) baksteen waargenomen. In de ondergrond (variërend van 0,70-2,30 m-mv) wordt in twee boringen (01 en 10) slib en in één boring (14) baksteen waargenomen.

Het slib is afkomstig van de demping van de watergang, die op nagenoeg de gehele locatie aanwezig is geweest. Bovengrond Uit grondmengmonsters blijkt dat de bovengrond (traject 0,00-0,50 m-mv, zowel in de zintuiglijk schone grond als grond met bijmenging van baksteen) licht verontreinigd is met diverse zware metalen, PAK, PCB en minerale olie. De betreffende achtergrondwaarden worden overschreden (bodemindex <0,5). Ondergrond In grondmengmonster MM5 overschrijden de gehalten PCB, minerale olie, koper, zink, cadmium, kwik, lood en PAK de betreffende achtergrondwaarden, in grondmengmonster MM6 overschrijden de gehalten PCB, kobalt, koper, zink, cadmium, kwik en lood de betreffende achtergrondwaarden, in grondmengmonster MM7 overschrijden de gehalten zink, cadmium, kwik en lood de betreffende achtergrondwaarden. In grondmengmonster MM8 overschrijden de gehalten PCB, minerale olie, kobalt, nikkel, koper, cadmium, kwik, lood en PAK de betreffende achtergrondwaarden. Waarvan het gehalte PAK (0,53) de tussenwaarde overschrijdt (> 0,50). In grondmengmonster MM8 overschrijdt het gehalte zink de betreffende interventiewaarde. De gehalten van de overige geanalyseerde parameters zijn allen lager dan de betreffende achtergrondwaarden.

In het grondmengmonster van boring 01 (MM8, traject 1,40-2,30 m-mv, zand met laagjes klei en sporen slib) is voor zink een gehalte boven de interventiewaarde aangetoond. Tevens is PAK matig verhoogd aangetoond (bodemindex 0,53) en zijn de gehalten met PCB, minerale olie en overige zware metalen verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden. In verband met de sterke verontreiniging met zink in MM8 is het betreffende grondmengmonster uitgesplitst en zijn de separate grondmonsters geanalyseerd op een standaard NEN-pakket voor grond. Uit de resultaten blijkt dat in grondmonster 01.5 (1,4-1,9 m-mv) het gehalte zink de interventiewaarde overschrijdt en het gehalte PAK overschrijdt de tussenwaarde (index >0,5). De gehalten van de overige geanalyseerde parameters zijn niet tot licht verhoogd aangetoond. In het grondmonster 01.6 (1,90-2,30 m-mv) zijn de gehalten van alle geanalyseerde parameters niet tot licht verhoogd aangetoond. Verwacht wordt dat de sliblaag heterogeen diffuus verontreinigd is. De bijmenging met slib is zowel in boring 01 en 10 waargenomen. De bodemlaag met slib van boring 10 bevindt zich in mengmonster MM7 en is licht verhoogd met zink, cadmium, kwik en lood.

Uit overige grondmengmonsters van de ondergrond (traject 0,70-2,60 m-mv, zandig/kleiige ondergrond met resten baksteen en zonder bijmenging) zijn licht verontreinigen met diverse zware metalen (cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, zink), PCB, minerale olie en/of PAK aangetoond.

Verkennend bodemonderzoek, Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, ANL20-5186

3/28

Grondwater In het grondwater uit beide peilbuizen (01 en 14, filterstelling: 1,70-2,70 m-mv en 3,70-4,70 m-mv) overschrijdt de concentratie barium de betreffende streefwaarde, waarbij de concentratie barium in peilbuis 01 de tussenwaarde (index > 0,50) overschrijdt. Omdat het gehalte barium in de grond ook verhoogd is (MM8, 700 mg/kg d.s.), is vermoedelijk sprake van uitloging naar het grondwater. De concentraties van de overige geanalyseerde parameters zijn alle lager dan de betreffende streefwaarden. De hypothese "De onderzoekslocatie is verdacht" dient, op basis van de licht tot sterk verhoogd aangetroffen waarden in de boven- en ondergrond en het grondwater, aangenomen te worden. Aanbevelingen De licht verhoogde waarden in de grond (boven- en ondergrond) met uitzondering van de sliblaag en het grondwater, zijn dermate gering dat de resultaten hiervan geen aanleiding geven tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. Nader onderzoek naar de aard en de omvang van de verontreiniging (hoofdzakelijk zink en PAK) in de sliblaag (voormalige waterbodem), wordt noodzakelijk geacht. In boringen 01 en 10 is zintuiglijk een sliblaag waargenomen. Verwacht wordt dat de sliblaag heterogeen diffuus verontreinigd is, aangezien in boring 01 sterk verhoogde verontreinigingen en in boring 10 (mengmonster MM7) licht verhoogde verontreinigingen zijn aangetoond.

Asbest Zintuiglijk wordt in vier boringen (07, 12, 14 en 20) in de bovengrond (variërend van 0,00-0,50 m-mv) baksteen waargenomen. In de ondergrond (variërend van 0,70-2,30 m-mv) wordt in één boring (14) baksteen waargenomen. De onderzoekslocatie is hierdoor asbestverdacht. In 2014 is op onderhavige onderzoekslocatie een nader asbestonderzoek uitgevoerd door Dordrecht Research BV uitgevoerd, in 2015 is door ATKB een (goedgekeurd) saneringsplan opgesteld en op 24 juli 2015 is gesaneerd door middel van een volledige ontgraving. Het betrof uiteindelijk een oppervlakte van 117 m 2. Hierbij is circa 46 m3 (83 ton) sterk met asbest verontreinigende grond vrijgekomen dat is afgevoerd naar een erkend verwerker. Derhalve wordt, ons inziens, een asbestonderzoek conform de NEN 5707 niet nodig geacht. Grondwater In peilbuis 01 overschrijdt de concentratie barium de tussenwaarde (index >0,5). Echter, deze verontreiniging in het grondwater wordt vermoedelijk veroorzaakt door uitloging vanuit de grond. Aangezien bij de geplande werkzaamheden op de onderzoekslocatie geen bemaling plaats zal vinden, is geen herbemonstering uitgevoerd en wordt, ons inziens, nader onderzoek naar de verhoogde concentratie barium niet noodzakelijk geacht. Aanbevolen wordt om bij graafwerkzaamheden vrijkomende grond zo veel mogelijk op de locatie te verwerken.

Opgemerkt dient te worden dat aan de hand van de bevindingen van onderhavig onderzoek geen absolute uitspraken kunnen worden gedaan over de hergebruiksmogelijkheden van eventueel af te voeren grond. Om te bepalen of er sprake is van grond (bodemkwaliteitsklasse achtergrondwaarde, wonen of industrie) ofwel een bouwstof gelden er andere beoordelingscriteria en onderzoeksstrategieën. Voldaan moet worden aan Besluit bodemkwaliteit.

Verkennend bodemonderzoek, Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, ANL20-5186

4/28

Veldmedewerkers:

De heer R. de Jongh (Sailtech B.V., erkend BRL 2001 en 2002)

Projectadviseur:

De heer D.D.C.A. Bijl en Drs. E.S. Lampe

Handtekening:

Dhr. R.J. van der Helm Team Manager Zonder toestemming van de opdrachtgever of ABO-Milieuconsult B.V. mag deze uitgave niet anders dan in zijn geheel worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook. Alle opdrachten worden uitgevoerd volgens onze Algemene Voorwaarden, zoals gedeponeerd bij de KvK Zuidwest-Nederland te Middelburg onder nr. 22065838. Op verzoek kunnen de Algemene Voorwaarden naar u worden toegestuurd.

Verkennend bodemonderzoek, Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, ANL20-5186

5/28

1 INLEIDING Door KuiperCompagnons is aan ABO-Milieuconsult B.V. opdracht verleend een vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek conform NEN 5725 en NEN 5740 uit te voeren op de onderzoekslocatie gelegen aan de Rivierdijk ter hoogte van 830 en 829 te Hardinxveld-Giessendam. Straat, Plaats Gemeente

: Rivierdijk ter hoogte van 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam : Hardinxveld-Giessendam

Kadastrale gegevens Sectie Nummers Gemeente

: D : 234 (ged.), 3331, 3332, 3333 (ged.), 1290, 1291, 1292, 1466 (ged.), 1162 (ged.) en 3124 : Hardinxveld-Giessendam

Oppervlakte

: Circa 10.000 m2

Omschrijving

:

De locatie betreft een zeer begroeid gebied (bomen en bosschage). De bebouwing in het plangebied bestaat uit loodsen, containers en verlaten woningen. Er zijn geen watergangen aanwezig. Op de locatie zijn voor zover bekend geen verhardingen aanwezig.

Zie bijlage 1 voor de regionale ligging en bijlage 2 voor een overzicht van de onderzoekslocatie. Doel van het onderzoek Het onderzoek heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de algemene kwaliteit van de bodem c.q. de aard en de concentraties aan milieubelastende stoffen die in de grond en het grondwater voorkomen. Aanleiding van het onderzoek Aanleiding voor het uitvoeren van de onderzoeken betreft het opstellen van een bestemmingsplan en de daaruit voortvloeiende aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). Rapportage In het onderhavige rapport worden de uitgangspunten en de resultaten van dit verkennend bodemonderzoek beschreven. In hoofdstuk 2 van het rapport zijn de resultaten van het vooronderzoek en de gehanteerde hypotheses weergegeven. De veldwerkzaamheden en het laboratoriumonderzoek zijn beschreven in de hoofdstukken 3 en 4. In hoofdstuk 5 zijn de conclusies en aanbevelingen vermeld. ABO-Milieuconsult B.V. heeft als onafhankelijk adviseur geen enkele juridische binding met de eigenaar van de onderzoekslocatie.

Verkennend bodemonderzoek, Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, ANL20-5186

6/28

2

VOORONDERZOEK In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. In de NEN 5725 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.

2.1 Algemene bodem- en locatiegegevens De algemene locatiegegevens en algemene gegevens met betrekking tot de bodem worden als volgt samengevat: Tabel 2.1: Algemene bodem- en locatiegegevens 1.

Algemene onderzoeksaspecten

Bron(houder)

Locatiegegevens en ligging Adres en plaats

Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam

Opdrachtgever

Burgerlijke gemeente

Hardinxveld-Giessendam

Kadaster

Kadastrale gemeente

Hardinxveld-Giessendam

Kadaster

Sectie

D

Kadaster

Nummers

234 (ged.), 3331, 3332, 3333 (ged.), 1290, 1291, 1292, 1466 (ged.), 1162 (ged.) en 3124

Kadaster

Circa 10.000

Kadaster perceel

Gemiddelde hoogte (m t.o.v. NAP)

Circa 2,00 (wisselt sterk)

AHN

Ligging op kaart

Zie bijlage 1 en 2

Kadaster

Verhardingen

Geen

Opdrachtgever

Antropogene lagen

Ja

DINO loket

Dempingen

Ja, 1998

Topotijdreis

Grondwaterbeheersplan

Nee

Provincie Zuid-Holland en Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

Geohydrologie

Zie §2.2

Dinoloket

Zonering bodemkwaliteitskaart (BKK)

Geen

Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

BKK klasse bovengrond

Industrie (heterogeen)

Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

BKK klasse ondergrond

Industrie (heterogeen)

Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

BKK functieklasse

Industrie

Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

Boomgaardenkaart (periode)

Nee

Topotijdreis

Aandachtsgebied lood

Nee

Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

Aandachtsgebied arseen in grondwater

Nee

Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

Asbestkansenkaart

Nee

Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

Voormalig stortplaats bekend

Nee

Provincie Zuid-Holland

Oppervlakte (m2) 1

2.

3.

Bodemopbouw

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Verkennend bodemonderzoek, Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, ANL20-5186

7/28

Opslagtanks bekend

Nee

Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

Geval van ernstige bodemverontreiniging bekend

Nee

Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

Bodemdocumenten bekend

Ja, zie par. 2.3.

Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid en opdrachtgever

4.

Gebruik en beïnvloeding van de locatie

Voormalig gebruik

Wonen

Topotijdreis

Huidig gebruik

Braakliggend

Google Maps

Toekomstig gebruik

Wonen

Opdrachtgever

Aard bebouwing

Woonhuizen

Opdrachtgever

Periode bebouwing

1913, 1916, 1917, 1918, 1919, 1922 en 1946

BAG (gemeente)

Bedrijventerrein

Geen

Google Maps

Calamiteiten bekend

Nee

Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

Bodembedreigende activiteiten bekend

Nee

Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

Relevante vergunningen beschikbaar

Nee

Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

Toepassing asbestverdachte materialen

Nee

Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

Geen

Locatie-inspectie 24 juli 2020

5.

Terreinverkenning

Bijzonderheden

2.2 Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal De onderzoekslocatie is gelegen aan de Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam. De locatie betreft een zeer begroeid gebied (bomen en bosschage). De bebouwing in het plangebied bestaat uit loodsen, containers en verlaten woningen. Er zijn geen watergangen aanwezig. Op de locatie is voor zover bekend geen verharding aanwezig. Ten noorden grenst de locatie aan de Rivierdijk en de achtergelegen autosnelweg A15, ten westen is een terrein met daarop een afvalwaterzuiveringsinstallatie (de peulen) gelegen. Aan de zuidzijde grenst de locatie aan de rivier de Beneden Merwede en ten oosten aan overige bebouwing woningen met bedrijvigheid. Uit de historische kaarten van Topotijdreis blijkt dat de onderzoekslocatie vanaf circa 1850 uit polder bestond. Vanaf circa 1892 is bebouwing zichtbaar. De onderzoekslocatie maakte deel uit van de Giessendamsche Plaat. De onderzoekslocatie betreft een groot deel van een in het verleden gedempte arm van de Giessen. De demping is in fasen uitgevoerd en heeft in de 20e eeuw plaatsgevonden, het exacte jaartal is onbekend. Verontreinigende activiteiten Voor zover bekend zijn geen verontreinigende (onderzochte) activiteiten aanwezig op de locatie.

De onderzoekslocatie ligt naast een perceel (Rivierdijk 827) waar de volgende verontreinigende (onderzochte) activiteiten vermeld worden (bron: Bodemloket):

Verkennend bodemonderzoek, Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, ANL20-5186

8/28

2.3 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek 1. Onderhavige onderzoekslocatie (ook wel: Rivierdijk 830 e.o., perceel 1161 en Rijksweg A15) Verkennend-, nader- en bijzonder inventariserend bodemonderzoek In 2002 zijn door Dordrecht Research BV een verkennend-, nader-, asbest- en bijzonder inventariserend bodemonderzoek en in 2003 een nader bodemonderzoek naar asbest verricht, ter plaatse van de onderzoekslocatie (gedempte arm Giessen perceel E1161). Geadviseerd werd de asbestverontreiniging te saneren. Verkennend bodemonderzoek Op 14 mei 2002 is ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie (perceel 1161) is door Dordrecht Research BV een verkennend bodemonderzoek op perceel E1161 aan de Rijksweg A15 te Hardinxveld-Giessendam (rapportkenmerk: 020446, d.d. juni 2002) verricht. Daarnaast heeft een locatiebezoek in verband met de droogliggende woonarken en schuurtjes plaatsgevonden. Op één van de schuurtjes bevindt zich mogelijk asbesthoudend materiaal: golfplaten-dak. Ter plaatse van de onderzoekslocatie heeft geen ondergrondse of bovengrondse opslag van olieproducten plaatsgevonden en zijn geen tanks bekend. De bovengrond van de lager gelegen gedeeltes van de locatie zijn licht verontreinigd, de gehalten zware metalen en PAK overschrijden de betreffende achtergrondwaarden.

De bovengrond van het lager gelegen gedeelte aan de oostzijde van de onderzoekslocatie is tevens licht verontreinigd met EOX en minerale olie, de betreffende achtergrondwaarden worden overschreden. In totaal zijn 20 grondboringen verricht (1 t/m 20). Gezien het gehalte PAK de betreffende interventiewaarde overschrijdt bij boring 6, is mogelijk sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Of daadwerkelijk sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging hangt af van het bodemvolume van de sterk verontreinigde grond. Derhalve wordt geadviseerd de mate en omvang van de PAK verontreiniging vast te leggen middels nader bodemonderzoek. Ter plaatse van boringen 10, 15 en 17 is asbestverdacht materiaal op het maaiveld waargenomen. Twee stukjes hiervan zijn NEN-conform (5896) onderzocht op asbest. Deze stukjes bleken 10% tot 15% chrysotiel te bevatten. Hieruit kan geconcludeerd worden dat over een oppervlakte van 300 m 2 stukjes asbesthoudend materiaal op het maaiveld voorkomen. Op de overige terreindelen kan eveneens asbesthoudend materiaal op het maaiveld voorkomen. Door de aanwezigheid van begroeiing ten tijde van de inventarisatie was het niet mogelijk sommige terreindelen te onderzoeken.

Nader bodemonderzoek Door Dordrecht Research BV is ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie in oktober 2002 een nader bodemonderzoek uitgevoerd op perceel E1161 (gedempte arm Giessen) te Hardinxveld-Giessendam (rapportkenmerk: 020447, d.d. oktober 2002). In de bovengrond worden vrijwel overal bijmengingen van puin en koolgruis aangetroffen. De bovenbrond is gemiddeld licht verontreinigd, de gehalten van PAK, cadmium, koper, kwik, lood en zink overschrijden de betreffende achtergrondwaarden. In totaal zijn vier boringen geplaatst (boring 101 t/m 104) rondom boring 6. Ter plaatse van boring 6, in de bovengrond, overschrijdt het gehalte PAK de betreffende interventiewaarde. De omvang van deze sterke PAK-verontreiniging wordt geschat op circa 20 m3. De sterke verontreiniging is niet in de ondergrond ter plaatse van boring 6 aangetoond. Aangezien hier geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, omdat het volumecriterium niet wordt overschreden (> 25 m3), bestaat hier in principe geen saneringsnoodzaak. Aanbevolen wordt de sterke bodemverontreiniging te saneren middels ontgraving.

Verkennend bodemonderzoek, Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, ANL20-5186

9/28

Asbest bodemonderzoek Op 24 september 2002 is door Dordrecht Research BV een asbest bodemonderzoek uitgevoerd (tegelijktijdig met het nader bodemonderzoek dat hierboven genoemd is) ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie (perceel E1161 te Hardinxveld-Giessendam, rapportkenmerk: 020447, d.d. 2 oktober 2002). In totaal zijn 6 boringen geplaatst (1001 t/m 1006, zie figuur 1). Tot 0,50-0,80 m-mv bestond de bodem uit puinhoudend zand, hieronder is licht puinhoudende klei waargenomen tot de maximale diepte van 1,50 mmv. Ter plaatse van boringen 1002 t/m 1005 blijkt dat de bovengrond verontreinigd is met asbest. In een samengesteld grondmengmonster van boringen 1002 t/m 1005 (8,02 kg, 0,00-0,50 m-mv) is 82.116,5 mg chrysotiel met losse vezels en 365,5 mg hechtgebonden crocidoliet aangetroffen. In boringen 1001 en 1006 is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Zie figuur 1. Aangezien sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en dat tenminste 60 m 3 van de bovengrond verontreinigd is met hechtgebonden en niet-hechtgebonden asbest, wordt derhalve geadviseerd de verontreinigde bodemlaag te saneren.

Figuur 1: Situatietekening Dordrecht Research BV asbest-inventarisatie oktober 2002.

Nader bodemonderzoek naar asbest Op 20 januari 2003 is door Dordrecht Research BV een nader (asbest)bodemonderzoek verricht op onderhavige onderzoekslocatie (perceel E1161 te Hardinxveld-Giessendam, rapportkenmerk: JB 02.5301, d.d. 21 januari 2003). Dit bodemonderzoek is naar aanleiding van een eerder uitgevoerde asbest bodemonderzoek waarbij in een ter plaatse aanwezige verhardingslaag asbesthoudend materiaal is aangetroffen. Tevens is aan de westzijde van de locatie asbesthoudend materiaal op het maaiveld aangetroffen.

Verkennend bodemonderzoek, Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, ANL20-5186

10/28

Op grond van de beschikbare gegevens werden de volgende conclusies getrokken: • •

• • • •

Aan de westzijde van de locatie worden over een oppervlakte van 300 m 2 stukjes asbesthoudend materiaal op het maaiveld aangetroffen. De onderliggende bodem is niet verontreinigd met asbest. De verhardingslaag (sterk puinhoudend zand) van het hoger gelegen deel van de onderzoekslocatie is vanaf het maaiveld tot 0,50 m-mv verontreinigd met hechtgebonden- en niet-hechtgebonden asbest. Het asbesthoudend materiaal is aangetroffen in een bodemvolume van circa 130 m3. De ondergrond is niet verontreinigd met asbest. Aangezien de aangetoonde asbestverontreiniging zich in de grond vanaf het maaiveld bevindt, is ter plaatse sprake van risico’s voor de volksgezondheid. Derhalve wordt geadviseerd de verontreinigde bodemlaag te saneren. Aanbevolen wordt de met asbest verontreinigde verhardingslaag onder Deskundig Toezichthouder Asbestsloop-begeleiding te saneren middels verwijdering. In verband met (mogelijk) verstuiving van asbestvezels wordt geadviseerd toegang tot het terrein te verbieden en het terrein pas na vrijgave van de Deskundig Toezichthouder Asbestsloop-begeleiding weer in gebruik te nemen. Tot slot wordt geadviseerd de locatie af te sluiten voor onbevoegden en op zo kort mogelijke termijn met de saneringsmaatregelen aan te vangen.

Nader asbestonderzoek Door ATKB is ter plaatse van de Rivierdijk 830 e.o. te Hardinxveld-Giesendam in 2014 een nader asbestonderzoek in bodem en in de (half)verharding, ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie (rapportkenmerk: 20130868/rap01 Versie 2, d.d. 18 april 2014), uitgevoerd. Verdachte deellocaties Overig terrein (verdachte actuele contactzone) Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat aanvullend bodemonderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. De bovengrond is licht verontreinigd met PCB en PAK en matig verontreinigd met zink. Puinpad Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in één deel van het puinpad zintuiglijk veel asbest is waargenomen, in dit deel van het puinpad is meer dan 100 mg/kg d.s. verontreinigd met asbest. Dit deel van het puinpad heeft een omvang van circa 53 m3 en voldoet niet aan de kwaliteitseisen voor hergebruik, de rest van het puinpad wel. Aanbevolen wordt dit gedeelte van 53 m3 te saneren. Berm (van puinpad) In de berm is volgens de resultaten sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, hier wordt een asbestgehalte vastgesteld van 129 mg/kg d.s. De interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. wordt hiermee overschreden. De overschrijding wordt veroorzaakt door het plaatmateriaal dat in sleuf 5.08 is aangetroffen. In de overige sleuven in de berm is geen plaatmateriaal gevonden en zijn de asbestgehalten <1.6 mg/kg d.s.

De omvang van de sterk met asbest verontreinigende grond is 12,5 m 3 (5x5x0,50 m). De omvang van de verontreiniging met asbest in de berm is berekend op 25 m3 (5x5 m). Aanbevolen wordt dit gedeelte van 25 m3 te saneren. Klinkerpad Uit de resultaten blijkt dat ter plaatse van de klinkerverharding een puin(houdende)laag aanwezig is In deze puin(houdende)laag is echter geen aanwezigheid van asbest aangetoond (<1,40 mg/kg d.s.). Sanering In 2015 is door ATKB een saneringsplan opgesteld, welke is goedgekeurd door het bevoegd gezag. Het asbesthoudend puinpad bleek toch een asbesthoudende bodem te zijn en is samen met het asbestnest van de BUS-melding op 24 juli 2015 gesaneerd door middel van een volledige ontgraving. Beschikking sanering Op 29 juli 2016 is door Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid een brief over de Evaluatie BUS immobiel (sanering) van 30 juni 2016 verzonden (rapportkenmerk: D-16-1619560 / CHK, d.d. 29 juli 2016). De volgende afwijkingen op de melding werden in deze brief vermeld: Verkennend bodemonderzoek, Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, ANL20-5186

11/28

•

• •

Ten tijde van de BUS-melding werd het puinpad niet als bodem beschouwd. Uit een nadere beoordeling bleek dit toch tot een verontreinigende bodem te worden gerekend, aangezien het puin minder dan 50% puin bedroeg. Dit is op 2 september 2015 gemeld bij de Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid. Het zou om een oppervlakte van circa 200 m2 gaan met een volume van circa 66 m3. In één putwand werd visueel asbest waargenomen (noordwestelijke richting). In noordwestelijke richting is, over een afstand van 9 meter, een sleuf ontgraven om verwijdering tot onder de terugsaneerwaarde te kunnen realiseren. Eerstgenoemde wijziging heeft een wijziging ondergaan. Het betrof uiteindelijk een oppervlakte van 117 m2, hierbij is circa 46 m3 (83 ton) sterk met asbest verontreinigende grond vrijgekomen dat is afgevoerd naar een erkend verwerker.

1a. Zuidelijk deel van onderhavige onderzoekslocatie (ook wel: doktracé en oostelijk van A.W.Z.I) Verschillende milieukundige bodemonderzoeken Volgens de beschikbare informatie (bodemloket) zijn van 1995 t/m 1999 verschillende milieukundige bodemonderzoeken uitgevoerd ten zuiden van onderhavige onderzoekslocatie, door Oranjewoud BV (een verkennend (water)bodemonderzoek, nader bodemonderzoek en sanering) en MH Nederland BV (Saneringsevaluatie). Verkennend (water)bodemonderzoek In de periode maart-december 1995 heeft Oranjewoud BV een verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd op een terrein oostelijk van de afvalwaterzuiveringsinstallatie (A.W.Z.I) te HardinxveldGiessendam (rapportkenmerk 9929-34579, d.d. 1 maart 1996). Landbodem (oostelijk deel van de onderzoekslocatie) In de grond van de landbodem (boringen 152 t/m 154) zijn zintuiglijk sporen en resten puin aangetroffen in boringen 152a (1,00-1,30 m-mv) en 154a (0,00-0,50 m-mv). In boring 153 is hout aangetroffen. De voornamelijk zandige grond van de landbodem is geschikt voor ongeïsoleerd hergebruik. De kleilaag met slib en bagger van circa 1,30-3,00 m-mv zijn sterk verontreinigd met zink en arseen en zijn derhalve niet geschikt voor hergebruik. De kleilaag (met zandlaagjes) van 3,00-4,00 m-mv is voor ongeïsoleerd hergebruik geschikt.

Oostelijk deel van de Griend In de boringen 151, 155 en 156 in het oostelijk deel van de Griend (op een diepte van circa 0,50-2,00 m-mv, kleilaag) overschrijden de gehalten koper, zink, arseen en cadmium de betreffende achtergrondwaarden. Deze kleigrond is niet geschikt voor hergebruik. De omvang van de verontreiniging bedraagt circa 1.500 m 3. De bovengrond (zowel zand als klei, 0,00-0,50 m-mv) is ongeïsoleerd toepasbaar. De onderliggende zandlaag is op een diepte van 2,50-3,00 m-mv niet verontreinigd en voor multifunctioneel hergebruik geschikt. Westelijk deel van de Griend De boringen 150, 157 en 158 in het westelijk deel van de Griend bevatten geen sterke verontreinigingen. Deze grond is geschikt voor ongeïsoleerd hergebruik. Opgemerkt dient te worden dat de humeuze kleilaag rond boring 150 een toepassingsdikte mag hebben van maximaal 0,20 meter. Bovengenoemde verontreinigingen zijn horizontaal en verticaal zintuiglijk en analytisch afgebakend. Aanbevelingen Aangezien de hoeveelheid verontreinigde grond meer is dan 25 m 3, is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Er dient een melding voor het ontgraven van de grond gemaakt te worden en een PBT formulier ingevuld te worden voor het ongeïsoleerd hergebruiken van de grond bij de Provincie ZuidHolland.

Aanbevolen wordt om van de niet te hergebruiken grond een zeefkromme te bepalen en de grond aan te melden bij het SCG in verband met de mogelijkheden tot reiniging van de grond. Tevens wordt aanbevolen, in het kader van het saneringsplan (Oranjewoud projectnummer 35897, deellocatie 1), het grondwater te onderzoeken op de concentraties zware metalen en PAK.

Verkennend bodemonderzoek, Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, ANL20-5186

12/28

Saneringsplan In maart 1996 is door Oranjewoud BV een deelsaneringsplan dijkverzwaring doktracé HardinxveldGiessendam centrum, deellocatie 1, Giessendamsche plaat opgesteld (rapportkenmerk 9929-34997, d.d. 5 maart 1996). De volgende doelen voor het deelsaneringsplan zijn opgesteld: • • • • • • •

De onderzoekslocatie zal worden opgehoogd met klei (afwerkhoogte 2,50 m+NAP). Vier peilbuizen zullen worden geplaatst (filterstelling 1,00-2,00 m-NAP). Jaarlijks zullen de peilbuizen worden gecontroleerd op PAK (16 en EPA) en zware metalen (1 x per 2 jaar). Indien de interventiewaarde wordt overschreden (signaalwaarde) zal worden bezien of een actieve grondwaterbeheersing noodzakelijk is. Indien geen opmerkelijke verhogingen worden waargenomen, kan de bemonsteringsfrequentie na verloop van tijd worden verlaagd. Periodiek rapporteren van de controlebemonstering aan het bevoegd gezag. De start van de dijkverzwaring is in september 1996 gepland. Na de dijkverzwaringswerkzaamheden zal de grondwatermonitoring worden opgestart, deze is in principe eeuwigdurend.

Evaluatie saneringsplan Van augustus 1998 t/m januari 1999 zijn saneringswerkzaamheden uitgevoerd in het kader van het dijkverzwaringsproject Hardinxveld-Giessendam ter plaatse van de deellocatie 1 “Giessendamsche plaat” ten oosten van de Afvalwaterzuiveringsinstallatie (A.W.Z.I.) “De Peulen” te Hardinxveld-Giessendam. Naar aanleiding hiervan is door MH Nederland BV een saneringsevaluatie opgesteld (rapportkenmerk W96.008.T1b, d.d. november 1999). Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat de in eerder uitgevoerde onderzoeken gemeten gehalten PAK niet worden bevestigd. Per peilbuis worden steeds wisselende individuele PAK aangetroffen, de hieruit berekende interventiefactoren voor PAK-totaal worden echter niet overschreden. Opmerking in het betreffende rapport: een bodemonderzoek wordt steekproefsgewijs uitgevoerd, lokale afwijkingen ten opzichte van de met dit onderzoek vastgestelde globale bodemkwaliteit zijn dan ook niet geheel uit te sluiten. Besluit uitgevoerde sanering Volgens de beschikbare informatie van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid heeft in januari 2000 het bevoegd gezag in een Besluit (kenmerk: 181763, d.d. 24 januari 2000) laten weten in te stemmen met de uitgevoerde sanering. De verontreinigde grond is volledig verwijderd. Verdere nazorg of monitoring wordt niet noodzakelijk geacht en er is geen restverontreiniging achtergebleven. 2.

Rivierdijk 827 (ten noordoosten van onderhavige onderzoekslocatie) In 1995 t/m 1997 is door IGN een indicatief bodemonderzoek (10 november 1995), saneringsevaluatie (14 juni 1996), verkennend bodemonderzoek (12 september 1997) en een nul- of eindsituatieonderzoek (29 september 1997) verricht (rapportkenmerken: onbekend). Indicatief bodemonderzoek Het indicatief bodemonderzoek uit 1995 toonde aan dat het gehalte minerale olie de betreffende interventiewaarde overschreed, maar dat de omvang hiervan van zeer beperkte aard was (< 5 m 3). Saneringsevaluatie De saneringsevaluatie uit 1996 is akkoord bevonden, aan alle doelstellingen van de sanering werd voldaan. Nul- of eindsituatieonderzoek Uit de resultaten van het nul- of eindsituatieonderzoek uit 1997 blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met zware metalen en PAK (de betreffende achtergrondwaarden worden overschreden) waar gietijzerschroot is waargenomen. Op het overige terrein overschrijden de gehalten van enkele zware metalen de betreffende achtergrondwaarden (index: > 0,5) en de interventiewaarden (matig tot sterke verontreiniging) en licht verontreinigd met PAK en minerale olie (overschrijding van de betreffende achtergrondwaarden).

Verkennend bodemonderzoek, Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, ANL20-5186

13/28

Het grondwater was verontreinigd met de concentraties minerale olie en individuele PAK die de betreffende interventiewaarden overschreden. Geadviseerd werd nader bodemonderzoek te verrichten. Verkennend bodemonderzoek De resultaten uit het verkennend bodemonderzoek van 29 september 1997 toonden aan dat in de bovengrond de gehalten zink, kwik en PAK de betreffende achtergrondwaarden overschreden. In de ondergrond overschreden de gehalten zink en nikkel de betreffende achtergrondwaarden en is het gehalte EOX licht verhoogd aangetoond. In het grondwater overschreed de concentratie arseen de betreffende streefwaarde. Verdere uitbreiding van de locatie werd zonder verdere problemen mogelijk geacht. Nader bodemonderzoek Door GroenHolland BV is in 2002 een nader bodemonderzoek uitgevoerd (rapportkenmerk: onbekend, d.d. 31 maart 2002. De conclusie van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid was dat de omvang van de verontreinigingen op dit terrein nog niet voldoende in kaart zijn gebracht. Het uitvoeren van een nader bodemonderzoek was gewenst, of eerst een verkennend- en daarna een nader bodemonderzoek. Een samenvatting van de geconstateerde verontreinigingen voor dit terrein zijn volgens de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid de volgende:

Figuur 3: Geconstateerde verontreinigingen op de locatie Rivierdijk 827 (bron: Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid).

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest Door Verhoeven Milieutechniek B.V. is in 2010 een verkennend (asbest)bodemonderzoek ter plaatse van de Rivierdijk 827 e.o. te Hardinxveld-Giessendam (rapportkenmerk: B10.4137/R4137-3/IB, d.d. 19 augustus 2010) uitgevoerd. Conclusies De aangetoonde waarden in zowel de boven- en ondergrond als in het grondwater betreffen overschrijdingen van de achtergrond-, streef-, toenmalige tussen- en interventiewaarden. Bij overschrijdingen van de toenmalige tussen- en interventiewaarden bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging en dient een nader bodemonderzoek uitgevoerd te worden. De aangetoonde concentratie voor asbest betreft een overschrijding van de restconcentratienorm (100 mg/kg). De overschrijding van de restconcentratienorm geeft aanleiding tot een nader onderzoek naar asbest. Ter plaatse van peilbuis 141, nabij de loods van Verhuis- en Transportbedrijf C. den Dikken, is een verontreiniging met minerale olie en PAK aangetoond. In de puinverharding/-stabilisatie zijn licht tot sterke verontreinigingen met enkele zware metalen aanwezig. Voor de overige parameters zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond. De puinverharding/stabilisatie loogt indicatief niet uit naar de onderliggende grondlaag en is verticaal in voldoende mate in beeld gebracht op de onderzoekslocatie.

Aanbevelingen De sterke grondverontreiniging met barium dient door middel van een nader bodemonderzoek horizontaal en verticaal verder in beeld te worden gebracht. Tevens dient een nader onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd naar de aangetroffen grondverontreiniging met asbest. Door middel van een herbemonstering dient de concentratie voor barium in het grondwater ter plaatse van de peilbuizen PB138 en PB142 te worden geverifieerd.

Verkennend bodemonderzoek, Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, ANL20-5186

14/28

Actualiserend en nader bodemonderzoek inclusief onderzoek naar asbest Door Grondslag B.V. is op 14 april 2020 een actualiserend en nader bodemonderzoek inclusief onderzoek naar asbest voor Rivierdijk 827 e.o. te Hardinxveld-Giesendam Nieuwbouwproject ‘De IJzergieterij’ (rapportkenmerk: Project 29009, d.d. 14 april 2020) uitgevoerd. Zie figuur 2.

Figuur 2: Boorpuntenkaart Grond B.V. en olieverontreiniging (rapportkenmerk: Project 29009, d.d. 14 april 2020).

Conclusies Vanaf het maaiveld tot een diepte van 3,50 m-mv bestaat de bodem uit een afwisseling van zand en klei. Over het algemeen lijkt de grond tot 1,50 à 2,00 m-mv meer uit zand te bestaan en de grond vanaf 2,00 mmv voornamelijk uit klei. In nagenoeg alle boringen zijn bijmengingen aan bodemvreemd materiaal (baksteen, menggranulaat, metselpuin, aardewerk, slakken, beton, kalk, kolen, plastic, metaal, hout en glas) aangetroffen. Dit kan duiden op een verontreiniging met zware metalen en/of PAK. NEN-parameters In negen van de elf geanalyseerde grond(meng)monsters zijn matige en/of sterke verhogingen aan zware metalen (barium, koper, lood nikkel en/of zink) en/of PAK aangetoond. In de twee overige mengmonsters zijn ook nog diverse parameters licht verhoogd aangetoond. Ook in de voorgaande onderzoeken waren al diverse matige en sterke verhogingen verspreid over de locatie aangetoond. Op basis van de resultaten van voorgaande onderzoeken en onderhavig onderzoek kan, ons inziens, worden geconcludeerd dat de gehele locatie (ca. 2,5 ha) heterogeen matig en sterk is verontreinigd met zware metalen en PAK. In het grondwater zijn verder enkel lichte verhogingen aan barium aangetoond. Deze geven ook geen aanleiding voor aanvullend onderzoek. PFAS Voor PFAS zijn maximaal lichte verhogingen aangetoond onder de hergebruikswaarde.

Eén monster is beoordeeld als “Niet verontreinigd”, twee monsters zijn beoordeeld als “Achtergrondwaarde” en twee monsters voldoen aan de normen voor klasse Wonen/Industrie. Asbestonderzoek In/op de aanwezige opstallen op het terrein en op het maaiveld is veelvuldig asbest aangetroffen. Met de voorgaande onderzoeken is ook op enkele locaties asbest in de bodem aangetroffen.

Verkennend bodemonderzoek, Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, ANL20-5186

15/28

Aanbevelingen Formeel is een nader onderzoek noodzakelijk om de verontreinigingen verder af te perken. Op basis van de huidige gegevens kan echter worden gesteld dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met minerale olie (plaatselijk) en met zware metalen, PAK en asbest (gehele locatie heterogeen matig en sterk verontreinigd). 3. Rivierdijk 829a (ten noordoosten van onderhavige onderzoekslocatie) Nader bodemonderzoek In november en december 2011 is door ABO-Milieuconsult B.V. een nader bodemonderzoek uitgevoerd ten noordoosten van de onderzoekslocatie gelegen aan de Rivierdijk 829a te Hardinxveld-Giessendam (rapportkenmerk: ANL11-1562, d.d. 10 januari 2012). Op basis van verkennend- en nader bodemonderzoek van ABO-Milieuconsult B.V. kan het volgende worden geconcludeerd: Zintuiglijke waarnemingen In de bovengrond is in boring 1 zwak puinhoudend materiaal en een stuk ijzer en zijn in boringen 5 en 103 kooldeeltjes aangetroffen. In boring 5 zijn ook kooldeeltjes in de ondergrond aangetroffen. In boringen 201 en 203 zijn zowel in de boven- als ondergrond sporen puin aangetroffen en in boring 203 is in de ondergrond een stuk ijzer aangetroffen. In boring 101 is in de ondergrond baggerslib aangetroffen. Bodemkwaliteit De verontreiniging met zware metalen verspreidt zich horizontaal grotendeels over de gehele onderzoekslocatie.

De bodem is op vele plaatsen sterk verontreinigd, de gehalten zink, barium en lood overschrijden de betreffende interventiewaarden. In diverse boringen zijn matige verontreinigingen aangetoond, de gehalten lood, koper en zink overschrijden de bodemindex van 0,5. In alle boringen zijn lichte verontreinigingen van de diverse metalen (onderzocht NEN 5740 pakket). Gesteld kan worden dat de verontreiniging horizontaal grotendeels afdoende is afgebakend tot klasse ‘Wonen’. Voor een afbakening van de verticale situatie van de verontreiniging zijn diepere boringen (traject 1,00 m-mv en dieper) nodig. Een duidelijke verontreinigingskern is niet aanwezig op de onderzoekslocatie. Vermoedelijk ligt deze kern op een naastgelegen perceel. Omdat nader bodemonderzoek nodig is naar de verticale afbakening van de verontreiniging, kon alleen een inschatting gemaakt worden van de horizontale volumes. Op de onderzoekslocatie is van de bovengrond naar inschatting minimaal 192 m2 sterk verontreinigd met zware metalen en minimaal 160 m2 licht verontreinigd. Van de ondergrond is minimaal 70 m2 sterk verontreinigd, minimaal 5 m2 matig verontreinigd en minimaal 220 m2 licht verontreinigd met zware metalen. In totaal is 141 m3 sterk verontreinigd, minimaal 3 m3 matig verontreinigd en minimaal 190 m3 licht verontreinigd met zware metalen.

Aanbevelingen Het betreft hier een geval van ernstige bodemverontreiniging en derhalve geldt een saneringsnoodzaak. Het volume van de sterk verontreinigde grond is meer dan 25 m 3. De verontreiniging is mogelijk perceelsgrens overschrijdend. De oorzaak van de sterke verontreiniging met zware metalen, in zowel de boven- als de ondergrond, is vermoedelijk een smederij die in het verleden op het naastgelegen terrein aanwezig is geweest. Het gaat hier mogelijk om een historische verontreiniging.

Verkennend bodemonderzoek, Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, ANL20-5186

16/28

4. Rivierdijk 831 (ten noordoosten van onderhavige onderzoekslocatie) Nul- of eindsituatieonderzoek en aanvullend onderzoek In 1999 is door Iwaco een nul- of eindsituatieonderzoek en in 2000 een aanvullend onderzoek verricht aan de Rivierdijk 831 te Hardinxveld-Giessendam (rapportnummer: D-16-1547117, d.d. 27 oktober 1999). De resultaten hiervan zijn onbekend bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Nul- of eindsituatieonderzoek Door Geofox is in 2001 een nul- of eindsituatieonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Rivierdijk 831 te Hardinxveld-Giessendam (rapportkenmerk: onbekend, d.d. 1 november 2001). In de bovengrond overschreden de gehalten van cadmium, zink en minerale olie de betreffende achtergrondwaarden. In de ondergrond overschreden de gehalten koper, kwik, nikkel, PAK en EOX de betreffende achtergrondwaarden. In de boven- en ondergrond van de aanwezige opritten zijn de gehalten van alle geanalyseerde parameters lager dan de betreffende achtergrondwaarden. In het grondwater waren de concentraties van alle geanalyseerde parameters lager dan de betreffende streefwaarden. Briefrapport In 2002 is door Haskoning een onbekend bodemonderzoek uitgevoerd, waarvan een briefrapport is verschenen. De resultaten van dit onderzoek toonden aan dat het gehalte zink de betreffende interventiewaarde overschreed, waarvan de omvang groter was dan 25 m 3 (rapportkenmerk: onbekend, d.d.

4 december 2002).

Verkennend bodemonderzoek, Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, ANL20-5186

17/28

2.4 Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie De gemiddelde hoogteligging van de onderzoekslocatie bedraagt circa 2,00 m+NAP, het terreinoppervlak wisselt sterk van hoogte. De regionale ligging van de locatie is opgenomen in bijlage 1. Voor inzicht in de bodemopbouw (geologie en geohydrologisch) op de onderzoekslocatie is het digitale kaartmateriaal, zoals beschikbaar gesteld door TNO op de website van DINO loket, ingezien. In onderstaand figuur is het schematisch model (circa 50 meter diepte) van de geologie ter plaatse van de onderzoekslocatie. De zwarte verticale lijn snijdt de onderzoekslocatie. Figuur 1: verticale doorsnede Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam.

Verkennend bodemonderzoek, Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, ANL20-5186

18/28

2.5 Interpretatie verwachte milieu-hygiënische bodemkwaliteit In de NEN 5725:2017 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. -

Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Het onderzoek beperkt zich tot de grenzen zoals aangegeven op de situatietekening in bijlage 2.

-

Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? Op basis van de beschikbare informatie van naastgelegen percelen en onderhavig perceel, wordt de gehele locatie als verdacht beschouwd. Mogelijk verontreinigende activiteiten van naastgelegen percelen zijn onder andere: brandstoftanks, ijzergieterij, smederij, schroevenfabriek en apparatenbedrijf, die de kwaliteit van de grond of het grondwater op de onderzoekslocatie kunnen hebben beïnvloedt. Een verdachte parameter is o.a. minerale olie, deze is aanwezig in het standaard NEN-pakket. Ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie is in de 20 e eeuw (exacte datum onbekend) een arm van de rivier de Giessen gedempt.

-

Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? De bodem is niet asbestverdacht. Voor bodemkwaliteitsklasse zie tabel 2.1: algemene bodem- en locatiegegevens.

-

Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? De verwachte bodemopbouw voor zowel de boven- als de ondergrond, betreffen zand en klei.

-

Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Ja, dit zou mogelijk kunnen zijn. Op basis van de beschikbare informatie wordt de gehele locatie als verdacht beschouwd. Grenzend aan de onderzoekslocatie zijn meerdere mogelijk bodemverontreinigende activiteiten bekend, zoals brandstoftanks, ijzergieterij, smederij, schroevenfabriek en apparatenbedrijf, die de kwaliteit van de grond of het grondwater op de onderzoekslocatie kunnen hebben beïnvloedt. Waar dit precies invloed heeft is onbekend.

-

Wordt op de locatie of een deel daarvan (geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Nee.

-

Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord. Veld- en analytisch onderzoek is noodzakelijk. De beschikbare gegevens geven te weinig concrete informatie over de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (bovengrond, ondergrond en grondwater) op de locatie.

-

Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)? Op basis van de beschikbare informatie wordt de locatie als verdacht aangemerkt ten aanzien van de algemene parameters uit de NEN 5740. De strategie VED-HE-NL wordt gehanteerd.

Verkennend bodemonderzoek, Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, ANL20-5186

19/28

2.6 Conclusies met betrekking tot het vooronderzoek Tabel 2.2: Conclusie en hypothese vooronderzoek Onderzoekslocatie Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam Oppervlakte (m2) Circa 10.000 Bijzonderheden Conclusie Grond Verdacht Grondwater Onverdacht Hypothese NEN5740 §5.6 VED-HE-NL Onderzoeksstrategie

Indien één of meer geanalyseerde parameters in de grond of het grondwater worden aangetoond in een gehalte/concentratie boven de achtergrondwaarde voor grond van de toetsingstabel uit de Regeling bodemkwaliteit Bijlage B, tabel 1 (13 december 2007) of streefwaarde voor grondwater uit de Circulaire Bodemsanering 2013, wordt de hypothese aangenomen.

Verkennend bodemonderzoek, Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, ANL20-5186

20/28

3

VELDWERKZAAMHEDEN

3.1 Opzet veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden, te weten het uitvoeren van de boringen, het plaatsen van de peilbuizen, het bemonsteren van de grond, het bemonsteren van het grondwater en het zintuiglijk onderzoek van de grond(water)monsters zijn uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000, protocollen 2001 en 2002 (laatst vigerende versie). De grond is, afhankelijk van de zintuiglijke waarnemingen en bodemopbouw, per 0,5 m bemonsterd. De situering van de boorpunten en de peilbuizen is weergegeven in bijlage 2. De boorbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3. 3.2 Resultaten veldonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitbesteed aan Sialtech B.V. De boorwerkzaamheden en het plaatsen van de peilbuizen zijn uitgevoerd op 24 juli 2020 door de erkende veldwerker de heer R. de Jongh. Het grondwater is bemonsterd op 31 juli 2020 door de erkende veldwerker de heer R. de Jongh. Tabel 3.1: Verrichte veldwerkzaamheden Deellocatie Aantal boringen Rivierdijk 829 en 830 te 18 boringen (02, 03, 05 t/m 09, 11 t/m 13, 15, 17 t/m 20, Hardinxveld-Giessendam 22 t/m 24) tot 1,00 m-mv 4 boringen (04, 10, 16 en 21) tot 2,00 m-mv Tabel 3.2: Peilbuisgegevens Watermonster Filterdiepte Grondwaterstand (m-mv) (m-mv) 01-1-1 1,70 - 2,70 1,19 14-1-1 3,70 - 4,70 2,92 EC: Elektrisch geleidingsvermogen pH: Zuurgraad NTU: Nephelometric Turbidity Unit

pH (-) 7,2 7,2

Aantal peilbuizen 2 peilbuizen (01 en 14) filterstellingen 1,70-2,70 en 3,70-4,70 m-mv

EC (µS/cm) 830 838

Troebelheid (NTU) 12,6 10,6

Troebelheid is een kwalitatieve meting die een waarde geeft over de helderheid van water tussen 1 en 10 NTU is een natuurlijke waarde, hoe hoger hoe troebeler het monster. In het grondwater is een licht verhoogde troebelheid gemeten in de peilbuizen. Mogelijk veroorzaakt door slibdeeltjes in de ondergrond. Bij peilbuis 01 is geen filtergrind gebruikt over het traject waarbij het filter in zand geplaatst staat. Dit is in overeenstemming met eis 20.6 (protocol 2001). Geen van de overige in het veld gemeten waarden in het grondwater wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden, verwacht kan worden.

Verkennend bodemonderzoek, Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, ANL20-5186

21/28

De grond bestaat wisselend uit zand en klei. Voor een meer gedetailleerde beschrijving van de bodemopbouw wordt verwezen naar bijlage 3. Tijdens het zintuiglijk onderzoek van de grond zijn verschillende bodemvreemde en/of op verontreiniging duidende kenmerken waargenomen. In tabel 3.3 zijn de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. Tabel 3.3: Zintuiglijke waarnemingen Boring Diepte boring (m-mv) 01 2,70 07 1,00 10 2,00 12 1,00 14 4,70

20

1,00

Traject (m-mv) 1,40 - 2,30 0,00 - 0,50 0,90 - 1,70 0,00 - 0,50 0,00 - 0,20 0,70 - 1,20 1,20 - 1,70 0,00 - 0,20

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Zand Klei Klei Klei Klei Zand Zand Zand

Sporen slib Sporen baksteen Sporen slib Sporen baksteen Sporen baksteen Resten baksteen Resten baksteen Resten baksteen

Zintuiglijk wordt in vier boringen (07, 12, 14 en 20) in de bovengrond (variërend van 0,00 - 0,50 m-mv) baksteen waargenomen. In de ondergrond (variërend van 0,70 – 2,30 m-mv) wordt in twee boringen (01 en 10) slib en in één boring (14) baksteen waargenomen. Opgemerkt wordt dat in het kader van dit onderzoek geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707, bodeminspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem) is verricht naar het voorkomen van asbest in de grond, omdat het slechts sporen en resten baksteen betreft zonder verdere bijmenging.

Verkennend bodemonderzoek, Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, ANL20-5186

22/28

4

LABORATORIUMONDERZOEK

4.1 Opzet laboratoriumonderzoek Het samenstellen van de mengmonsters en de grond-, asbest- en grondwateranalyses is uitgevoerd door het AS3000 en RvA- geaccrediteerde laboratorium van Eurofins Analytico te Barneveld. In onderstaande tabel zijn per analysemonster de onderzoekresultaten weergegeven. Tabel 4.1: Overzicht samenstelling (meng)monsters en analyseparameters AnalyseTraject Deelmonsters Motivatie monster (m-mv) Grond MM1 0,00 - 0,50 07 (0,00 - 0,50) Bovengrond met sporen 12 (0,00 - 0,50) baksteen 14 (0,00 - 0,20) MM2 0,00 - 0,20 20 (0,00 - 0,20) Bovengrond met resten baksteen MM3 0,00 - 0,57 02 (0,00 - 0,50) Zandige bovengrond, geen 11 (0,00 - 0,50) bijmengingen 17 (0,00 - 0,30) 21 (0,07 - 0,57) MM4 0,00 - 0,50 03 (0,00 - 0,50) Zandige kleiige bovengrond, 09 (0,00 - 0,50) geen bijmengingen 16 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) MM5 0,70 - 1,70 14 (0,70 - 1,20) Zandige ondergrond met 14 (1,20 - 1,70) resten baksteen MM6 0,70 - 2,00 01 (1,00 - 1,40) Zandige ondergrond, geen 04 (0,70 - 1,20) bijmengingen 16 (1,80 - 2,00) 21 (1,10 - 1,60) MM7 0,90 - 2,60 10 (0,90 - 1,40) Zandige kleiige ondergrond, 14 (2,10 - 2,60) met deels sporen slib 16 (1,00 - 1,40) MM8 1,40 - 2,30 01 (1,40 - 1,90) Zand met laagjes klei en 01 (1,90 - 2,30) sporen slib Uitsplitsing MM8 01.5 1,40 - 1,90 01 (1,40 - 1,90) Verificatie sterk verhoogd gehalte zink in sliblaag 01.6 1,90 - 2,30 01 (1,90 - 2,30)

Verificatie sterk verhoogd gehalte zink in sliblaag Grondwater 01-1-1 1,70 - 2,70 Freatisch grondwater Algemene grondwaterkwaliteit 14-1-1 3,70 - 4,70 Freatisch grondwater Algemene grondwaterkwaliteit Standaard pakket grond:

Standaard pakket grondwater:

* conform AS3000: Lu: Os:

Analysepakket

Standaardpakket grond incl. Lu/Os

Standaardpakket grond incl. Lu/Os Standaardpakket grond incl. Lu/Os

Standaardpakket grond incl. Lu/Os

Standaardpakket grond incl. Lu/Os Standaardpakket grond incl. Lu/Os

Standaardpakket grond incl. Lu/Os

Standaardpakket grond incl. Lu/Os

Standaardpakket grond incl. Lu/Os Standaardpakket grond incl. Lu/Os

Standaardpakket grondwater Standaardpakket grondwater

Bestaat uit de parameters: 9 metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, somPCB’s (som van PCB 28, PCB 52, PCB 101, PCB 118, PCB 138, PCB 153 en PCB 180), som-PAK’s (som van naftaleen, fenantreen, antraceen, fluorantheen, chryseen, benzo(a)antraceen, benzo(a)pyreen, benzo(k)fluorantheen, indeno(1,2,3 cd)pyreen en benzo(ghi)peryleen) en minerale olie (GC). Bestaat uit de parameters: 9 metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, minerale olie (GC), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (de som van benzeen, tolueen, ethylbenzeen somxylenen (som o, m, p,) styreen en naftaleen) en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen: de som van19 stoffen. Voorbehandeling van monsters conform accreditatie schema 3000 Lutum Organische stof

In bijlage 4 zijn de analyserapporten van de grondmengmonsters en de grondwatermonsters opgenomen.

Verkennend bodemonderzoek, Rivierdijk 829 en 830 te Hardinxveld-Giessendam, ANL20-5186

23/28

4.2 Resultaten laboratoriumonderzoek/toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) Bij de beoordeling van de kwaliteit van de grond is gebruik gemaakt van de toetsingstabel zoals vermeld in het Besluit- en de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering 2013. Hiervoor is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. (BoToVa staat voor Bodem Toets en Validatie). Deze toetsingstabel bevat achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor de beoordeling van concentratieniveaus van diverse milieubelastende stoffen in de bodem. Een nadere uitleg betreffende het toetsingskader is opgenomen in bijlage 6. 4.3 Toetsingstabellen grond en grondwater Grond en grondwater De achtergrondwaarden en interventiewaarden van de grond hebben betrekking op een bodem met bepaalde organische stof- en lutumpercentages zoals deze in de tabellen zijn gepresenteerd. 4.4 Overschrijdingstabellen grond en grondwater In onderstaande tabellen worden de overschrijdingen van de parameters in de grond en het grondwater aangegeven.

Tabel 4.2: Overschrijdingstabel grond (Wet Bodembescherming (Wbb) en indicatief aan Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) Analyse- Traject Deelmonsters > AW (+index) > I (+index) BBK monstermonster (m-mv) (licht verontreinigd) (sterk verontreinigd) conclusie Grond MM1 0,00 07 (0,00 - 0,50) PCB (som 7) (0,04) Klasse industrie 0,50 12 (0,00 - 0,50) Zink (0,21) 14 (0,00 - 0,20) Cadmium (0,04) Kwik (0,01) Lood (0,1) PAK 10 VROM (0,06) MM2 0,00 20 (0,00 - 0,20) PCB (som 7) (0,03) Klasse industrie 0,20 Minerale olie C10 - C40 (0,03) Zink (0,19) Kwik (-) PAK 10 VROM (0,08) MM3 0,00 02 (0,00 - 0,50) PCB (som 7) (0,03) Klasse industrie 0,57 11 (0,00 - 0,50) Zink (0,16) 17 (0,00 - 0,30) Cadmium (0,02) 21 (0,07 - 0,57) Kwik (-) Lood (0,01) PAK 10 VROM (0,01) MM4 0,00 03 (0,00 - 0,50) Zink (0,18) Klasse industrie 0,50 09 (0,00 - 0,50) Cadmium (0,03) 16 (0,00 - 0,50) Kwik (0,01) 18 (0,00 - 0,50) Lood (0,07) MM5 0,70 14 (0,70 - 1,20) PCB (som 7) (0,07) Klasse industrie 1,70 14 (1,20 - 1,70) Minerale olie C10 - C40 (-) Koper (0,01) Zink (0,31) Cadmium (0,04) Kwik (0,02) Lood (0,16) PAK 10 VROM (0,02) MM6 0,70 01 (1,00 - 1,40) PCB (som 7) (0,06) Klasse industrie 2,00 04 (0,70 - 1,20) Kobalt (-) 16 (1,80 - 2,00) Koper (0,01) 21 (1,10 - 1,60) Zink (0,2) Cadmium (0,05) Kwik (0,01) Lood (0,01) MM7 0,90 10 (0,90 - 1,40) Zink (0,18) Klasse industrie 2,60 14 (2,10 - 2,60) Cadmium (0,03) 16 (1,00 - 1,40) Kwik

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/717/documents/23525