Bijlage 2 - Toelichting en Regels bestemmingsplan Buitendams 348-350.pdf
Tekst van het document
Hierbij moet sprake zijn van onderlinge, met een gezinsverband vergelijkbare, verbondenheid en continuïteit in de samenstelling. kamer(ver)huur wordt hieronder niet begrepen; 1.36 kantoor een ruimte, welke door haar indeling en inrichting kennelijk is bestemd om uitsluitend te worden gebruikt voor administratieve en daarmee gelijk te stellen werkzaamheden met geen of slechts een ondergeschikte baliefunctie; 1.37 kruin van de weg het hoogste punt in het dwarsprofiel van de weg ten tijde van de aanleg van de weg, dan wel na reconstructie van de weg; 1.38 maatvoeringsgrens de grens van een maatvoeringsvlak; 1.39 maatvoeringsvlak een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voor bepaalde bouwwerken eenzelfde maatvoering geldt; 1.40 nadere eis een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder d van de Wet ruimtelijke ordening; 1.41 nevenactiviteit een activiteit ondergeschikt aan de hoofdactiviteit in zowel omvang (m2), omzet (€) als de effecten op het woon- en leefklimaat; 1.42 omgevingsvergunning voor het afwijken van bij het plan aangegeven regels een vergunning voor het afwijken van de planregels, als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid onder c van de Wet ruimtelijke ordening juncto 2.12 lid 1 onder a sub 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.43 omgevingsvergunning voor het bouwen een vergunning als bedoeld in
artikel 2.1 lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
62
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
1.44 omgevingsvergunning voor het slopen een vergunning als bedoeld in artikel 3.3. onder b van de Wet ruimtelijke ordening juncto artikel 2.1 lid 1 onder g van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.45 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden een vergunning als bedoeld in artikel 3.3. onder a van de Wet ruimtelijke ordening juncto artikel 2.1 lid 1 onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.46 onderkomen voor verblijf geschikt, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- of vaartuig, ark, kampeermiddel en soortgelijk verblijfsmiddel, voor zover deze niet als bouwwerk is aan te merken; 1.47 oorspronkelijk maaiveld het maaiveld zoals aanwezig voor een eventuele ophoging en/of egalisering van de gronden ten behoeve van de nieuwbouw, waarbij de eerste oorspronkelijke bodemlaag onder de opgebrachte zandlaag maatgevend is; 1.48 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en met ten hoogste aan één zijde een wand; 1.49 peil a. voor een bouwwerk dat direct aan de weg grenst of een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst, al dan niet gescheiden door een tuin of erf: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van dat bouwwerk respectievelijk die hoofdtoegang; b.
voor een bouwwerk in het talud van de dijk: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein na het bouwrijp maken van het terrein, ter plaatse van de van de naar dijk gekeerde zijde van het gebouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het gemiddelde waterniveau ter plaatse van het bouwwerk; d. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein ter plaatse na het bouwrijp maken van het terrein; 1.50 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het tegen betaling verlenen van seksuele diensten aan anderen; 1.51 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval begrepen (al dan niet in combinatie met elkaar of in combinatie met een sekswinkel): a. een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon; b. een seksbioscoop of sekstheater; c. een seksautomatenhal; d. een sekswinkel; e.
een seksclub of parenclub; 1.52 slopen het geheel of gedeeltelijk afbreken van gebouwen en andere bouwwerken; 1.53 speeltoestel een inrichting bestemd voor vermaak of ontspanning waarbij uitsluitend van zwaartekracht of van fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt; 1.54 speelvoorziening kleinschalige voorzieningen of attributen voor sport en spel op en rond speelplaatsen en trapveldjes, hieronder niet begrepen skatebanen, ontmoetingsplaatsen voor jongeren en dergelijke; 1.55 sportvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van sportactiviteiten zoals kart/skelterbanen, (kunst)ijsbanen, skibanen, sportvelden, sporthallen, stadions, squashcentra, tennisbanen, wieler/ skeelerbanen, zwembaden, sportschool en fitnesscentra en overige vergelijkbare sportactiviteiten;
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
63
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
1.56 standplaats een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van de gemeente kunnen worden aangesloten; 1.57 straatmeubilair bouwwerken ten behoeve van al dan niet openbare voorzieningen, zoals: a. verkeersgeleiders, verkeersborden, lichtmasten, zitbanken, bloembakken; b. telefooncellen, abri's, kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame; c. kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen met een inhoud van ten hoogste 50 m3 en een hoogte van ten hoogste 3 m, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorziening en brandkranen; d.
afvalinzamelsystemen; 1.58 steiger een boven het water aangebrachte of op het water drijvende constructie langs een oever die tot aanlegplaats dient voor vaartuigen en waarover gelopen kan worden; 1.59 twee-aaneengebouwde woning een woning, die deel uitmaakt van een blok van twee woningen, waarvan het hoofdgebouw aan één zijde aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd; 1.60 uitbouw een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.61 uitvoeren uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.62 veranda een aan de woning gebouwde overkapping; 1.63 voorerfgebied erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied; 1.64 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw, welke als belangrijkste is aan te merken en waar vandaan het gebouw in hoofdzaak toegankelijk is; 1.65 vrijstaande woning een woning waarvan het hoofdgebouw losstaat van andere hoofdgebouwen; 1.66 weg een weg als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub b van de Wegenverkeerswet; 1.67 wijziging een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder a van de Wet ruimtelijke ordening; 1.68 wonen het houden van verblijf, het huren en tevens (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn
in een huis/woning, evenwel met uitzondering van bijzondere woonvormen. 1.69 woning een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting uitsluitend bestemd is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden; 1.70 wooneenheid een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting uitsluitend bestemd is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden.
64
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van de regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens wordt gemeten vanaf het dichtst bij de perceelsgrens gelegen punt van het gebouw tot die perceelsgrens op 1 m boven peil en haaks op de perceelsgrens; 2.2 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.3 de bebouwde oppervlakte van een bouwperceel, bouwvlak of ander terrein wordt gemeten buitenwerks en boven peil, met dien verstande, dat de grondoppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen en andere bouwwerken worden opgeteld; 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. In geval van een lessenaarsdak is dit de hoogte aan de hoge zijde van het dak; 2.5 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
In het geval van een lessenaarsdak is dit de hoogte aan de lage zijde van het dak; 2.6 de horizontale diepte van een gebouw de diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd; 2.7 de ondergrondse diepte van een gebouw de diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf het gemiddelde niveau van het afgewerkte maaiveld ter plaatse van het gebouw; 2.8 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.9 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.10 de oppervlakte van een overkapping tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping;
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
65
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, bermen en overige beplanting; b. parken en plantsoenen; c. paden, wegen en parkeervoorzieningen; d. speelvoorzieningen; e. straatmeubilair; f. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; g. publieke voorzieningen ten behoeve van de brandveiligheid en brandbestrijding; h. bij een en ander behorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Ten aanzien van de in lid 3.1 bedoelde gronden gelden voor gebouwen de volgende bouwregels: a. gebouwen, met uitzondering van gebouwen die vallen onder de definitie straatmeubilair en gebouwen als bedoeld in lid 3.1 onder d en e, zijn niet toegestaan; b. de bouwhoogte van de onder sublid 3.2.1 onder a bedoelde gebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m; c. de oppervlakte van de onder sublid 3.2.1 onder a bedoelde gebouwen mag niet meer bedragen dan 25 m2 per gebouw; 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen voor: a. (licht)masten, palen en verkeerstekens: 20 m; b. speelvoorzieningen: 5 m; c. straatmeubilair: 3 m; d. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 1 m.
66
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Artikel 4 4.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. erftoegangswegen en -ontsluitingen; b. fiets- en voetpaden; c. parkeer-, groen- en speelvoorzieningen en speeltoestellen; d. straatmeubilair; e. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; f. bij een en ander behorende bouwwerken. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Ten aanzien van de in lid 4.1 bedoelde gronden gelden voor gebouwen de volgende bouwregels: a. gebouwen, met uitzondering van gebouwen die vallen onder de definitie straatmeubilair, zijn niet toegestaan; b. de bouwhoogte van de in onder sublid 4.2.1 onder a bedoelde gebouwen mag niet meer dan 3 m bedragen; c. de oppervlakte van de onder sublid 4.2.1 onder a. bedoelde gebouwen mag niet meer dan 25 m 2 bedragen; 4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen voor: a. lichtmasten en voorzieningen voor wegaanduiding, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer: 15 m; b. straatmeubilair, anders dan lichtmasten en voor de wegaanduiding, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer: 3 m; c. vlaggenmasten: 6 m; d. speelvoorzieningen: 5 m; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een speelvoorziening: 5 m; f. overige bouwwerken geen gebouwen zijnde: 1 m. 4.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op de verkeersveiligheid, het in het plan beoogde straatbeeld en de bescherming van het openbaar groen nadere eisen stellen aan de situering en de omvang van bouwwerken geen gebouwen zijnde.
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
67
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Artikel 5 5.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterhuishoudkundige doeleinden; b. waterberging, watergangen, waterpartijen en oeverstroken; c. watergebonden recreatie; d. steigers ter plaatse van de aanduiding 'steiger'; e. bruggen ter plaatse van de aanduiding 'brug'; bij een en ander behorende voorzieningen en bouwwerken geen gebouwen zijnde waaronder, keermuren voor de waterbeheersing, oeverbeschoeiingen, duikers en dammen. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Gebouwen
Ten aanzien van de in lid 5.1 bedoelde gronden gelden voor gebouwen de volgende bouwregels: a. gebouwen mogen niet worden gebouwd. 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Ten aanzien van de in lid 5.1 bedoelde gronden gelden voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde de volgende bouwregels: a. bruggen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'brug'; b. steigers mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'steiger'; c. de bouwhoogte van voorzieningen en bouwwerken geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen voor: 1. bruggen en steigers: 8 m; 2. voorzieningen voor de waterwegaanduiding en - geleiding: 15 m; 3. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3 m; 5.2.3
Randvoorwaarde omgevingsvergunning
Een omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in sublid 5.2.2, wordt pas verleend nadat advies is ingewonnen bij de beheerder van de waterweg en waterkering. 5.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van het bepaalde in: a. 5.2.2 onder a. voor het bouwen van bruggen buiten de aanduiding 'brug'; b. 5.2.2 onder b. voor het bouwen van steigers buiten de aanduiding 'steiger'; mits van de waterbeheerder een positief advies is ontvangen.
68
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Artikel 6 6.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in woningen, waaronder mede wordt verstaan de uitoefening van een aan huis verbonden beroep; b. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; c. tuinen en erven; d. paden; e. parkeren op eigen terrein; f. bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Hoofdgebouwen
Ten aanzien van de in lid 6.1 bedoelde gronden gelden voor hoofdgebouwen de volgende bouwregels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak, met inachtneming van het volgende: 1. ter plaatse van de aanduiding "aaneengebouwd" zijn uitsluitend aaneengebouwde woningen toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding "twee-aaneen" zijn uitsluitend twee-aaneen gebouwde woningen toegestaan; 3. ter plaatse van de aanduiding "vrijstaand" zijn uitsluitend vrijstaande woningen toegestaan; 4. indien meerdere aanduidingen zijn opgenomen, zijn ter plaatse alle aangeduide bouwwijzen toegestaan; b. de goothoogte en de bouwhoogte mag ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' niet meer bedragen dan de waarde die in de aanduiding is opgenomen; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan is aangegeven; d. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen bij vrijstaande woningen dient ten minste 3 m te bedragen, dan wel de afstand van het bestaande hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens indien deze minder is dan 3 m; e. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen bij twee-aan-een-gebouwde woningen dient ten minste 1,5 m te bedragen, dan wel de afstand van het bestaande hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens indien deze minder is dan 1,5 m;
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
69
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
6.2.2
Bijbehorende bouwwerken
Ten aanzien van de in lid 6.1 bedoelde gronden gelden voor bijbehorende bouwwerken de volgende bouwregels: a. bijbehorende bouwwerken in de vorm van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd op het achtererfgebied, met dien verstande dat uitbouwen in de vorm van erkers en tochtportalen op het voorerfgebied mogen worden gebouwd, mits: 1. de horizontale diepte niet meer dan 1 m bedraagt; 2. de diepte van de overblijvende, niet met gebouwen bebouwde gronden ten minste 2,5 m bedraagt; 3. voor zover de erker wordt gebouwd tegen de voorgevel van het hoofdgebouw de breedte niet meer dan 2/3 van de breedte van die gevel bedraagt; 4. de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedraagt; b. in afwijking van het bepaalde in sublid 6.2.2 onder a mogen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bebouwing in voorerf' bijbehorende bouwwerken in de vorm van veranda's en overkappingen ook op het voorerf worden gebouwd, met inachtname van de overige bepalingen in lid 6.2.2; c. in afwijking van het bepaalde in sublid 6.2.2 onder a is bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - bebouwingsvrije zone' niet toegestaan, met dien verstande dat: 1.
deze gronden niet dienen te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan. d. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag per woning niet meer bedragen dan respectievelijk 80 m2 voor de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen en 30 m2 voor de gezamenlijke oppervlakte van veranda's en overkappingen; e. het buiten het bouwvlak gelegen gedeelte van het bouwperceel mag voor ten hoogste 50% worden bebouwd of overdekt; f. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3 m bedragen; g. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 6 m bedragen; 6.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Ten aanzien van de in lid 6.1 bedoelde gronden gelden voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde de volgende bouwregels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen voor: 1. erf- en terreinafscheidingen in het voorerfgebied:1 m; 2. erf- en terreinafscheidingen in het achtererfgebied: 2 m; 3. pergola's: 3 m; 4. vlaggenmasten en lichtmasten: 6 m; 5. palen en masten: 10 m; 6. speelvoorzieningen: 5 m; 7. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 2 m. 6.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering van hoofdgebouwen; die hetzij in de zijdelingse perceelsgrens, hetzij binnen een afstand van 3 m daarvan worden gebouwd, teneinde te voorkomen dat die gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, onevenredige beschaduwing teweeg brengen naar aangrenzende gronden.
70
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
6.4
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. 6.2.2 onder a voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in het voorerfgebied, waarbij alsdan de maatvoerings- en situeringsregels gelden zoals verwoord in lid 6.2.2 onder d, e en f; b. 6.2.3 onder a punt 1 voor het bouwen van erf- en terreinafscheidingen in het voorerfgebied tot ten hoogste 2 m; alle mits: 1. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; 2. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad. 6.5
Specifieke gebruiksregels
6.5.1
Aantal wooneenheden
Het aantal wooneenheden mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven. 6.5.2 Toegestaan gebruik a. De gezamenlijke brutovloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroep binnen een woning en de bijbehorende bouwwerken mag, in voorkomend geval samen met de brutovloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf, ten hoogste 30% bedragen van de totale brutovloeroppervlakte van de betreffende woning en de bijbehorende bouwwerken, en ieder geval niet meer dan 50 m 2. 6.5.3
Niet toegestaan gebruik
Niet toegestaan is: a. de uitoefening van een aan huis verbonden beroep mag geen horeca of detailhandel betreffen, behoudens detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit van de ter plaatse uitgeoefende beroepsactiviteit; b. het hobbymatig agrarisch houden van dieren op een afstand van minder dan 25 m ten opzichte van woningen van derden.
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
71
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
6.6
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.1 voor het toestaan van een aan huis verbonden bedrijf en/of handel in en verkoop van goederen en diensten via internet, mits: a. de gezamenlijke bruto vloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van de bedrijfsactiviteiten binnen een woning en de bijbehorende bouwwerken, in voorkomende geval samen met de brutovloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroep, niet meer bedraagt dan 30% van de totale brutovloeroppervlakte van de betreffende woning en de bijbehorende bouwwerken, en ieder geval niet meer dan 50 m2; b. het bedrijfsactiviteiten betreft, die in bijlage 2 Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging zijn aangeduid als categorie A, dan wel daarmee gelijk kunnen worden gesteld wat betreft hun gevolgen voor de omgeving; c. er geen sprake is van een duurzame ontwrichting van de bestaande distributieve voorzieningen of een ernstige verstoring van de verzorgingsstructuur; d. het geen bedrijfsactiviteiten betreft die normaliter in een winkelcentrum of een winkelstraat worden uitgeoefend; e. op de bij de betreffende woning behorende gronden geen buitenopslag van goederen ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten plaatsvindt; f. er geen sprake is van winkel- of uitstallingsruimte van goederen ten behoeve van de bedrijfsactiviteit; g.
de bedrijfsactiviteiten door hun aard en visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties, het woonkarakter van de omgeving niet onevenredig schaden; h. in de omgeving van de betreffende woning geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt, met dien verstande dat: 1. het parkeren ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten zoveel mogelijk op eigen terrein dient plaats te vinden, en 2. behoudens in- en uitladen, geen bedrijfsactiviteiten in de openbare ruimte rond de betreffende woning mogen plaatsvinden; i. er geen detailhandel plaatsvindt behalve als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf; j. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; k. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad. 6.7
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen omtrent de afstand van uitbreidingen van woningen en van bijbehorende bouwwerken tot de perceelsgrenzen, waarbij geëist kan worden dat deze afstand ten minste 3 m zal bedragen.
72
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologische verwachting 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van de naar verwachting aanwezige archeologische waarden. 7.2
Bouwregels
7.2.1
Bouwwerken
Ingeval van een aanvraag voor het oprichten van een omgevingsvergunningplichtig bouwwerk op of in de in lid 7.1 bedoelde gronden, over een oppervlakte van 100 m2 of meer en dieper dan 0,3 m gelden de volgende regels: a. in het belang van de archeologische monumentenzorg dient door de aanvrager van de omgevingsvergunning een door een archeologisch deskundige opgesteld rapport te worden overgelegd waarin de archeologische verwachtingswaarden van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, en b. in het belang van de bescherming van de archeologische waarde kunnen aan de omgevingsvergunning voorwaarden worden verbonden. Tot deze voorwaarden kunnen in ieder geval behoren: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige; c. de in sublid 7.2.1 onder a genoemde verplichting geldt niet voor de vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1
Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning
In het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige archeologische verwachtingswaarden, is het verboden, behoudens het bepaalde in sublid 7.3.2, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren over een oppervlakte van meer dan 100 m2: a. graafwerkzaamheden en het roeren van gronden, dieper dan 0,3 m; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen en het aanleggen van drainage, dieper dan 0,3 m; d. het aanbrengen ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmede verband houdende constructies, dieper dan 0,3 m; e. het graven, vergraven, vergroten van watergangen en waterpartijen, dieper dan 0,3 m; f. het ophogen en egaliseren van gronden; g. het dempen van watergangen en waterpartijen; h. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; i. het verhogen of het verlagen van de grondwaterstand.
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
73
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
7.3.2
Uitzondering op het uitvoeringsverbod
Het in sublid 7.3.1 gestelde verbod geldt niet voor werken, geen gebouwen zijnde, en werkzaamheden: a. in het kader van het normale onderhoud, gebruik en beheer; b. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een archeologisch deskundige; c. die uit een oogpunt van bescherming van de archeologische verwachtingswaarde van niet ingrijpende betekenis zijn; d. waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning. 7.3.3
Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden
Een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 7.3.1 wordt slechts verleend, indien: a. door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, de archeologische verwachtingswaarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, en b. door de aanvrager van de omgevingsvergunning een door een archeologisch deskundige opgesteld rapport is overgelegd waarin de archeologische verwachtingswaarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 7.3.4
Voorwaarden voor een omgevingsvergunning
Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 7.3.1 kunnen voorwaarden worden verbonden in het belang van de bescherming van de archeologische verwachtingswaarde. Tot deze voorwaarden kunnen in ieder geval behoren: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 7.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, na advies te hebben ingewonnen van een archeologisch deskundige, het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2' naar ligging wordt verschoven, naar omvang wordt verkleind of vergroot of in het voorkomende geval uit het plan wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft.
74
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Artikel 8 8.1
Waarde - Archeologische verwachting 4
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van de naar verwachting aanwezige archeologische waarden. 8.2
Bouwregels
8.2.1
Bouwwerken
Ingeval van een aanvraag voor het oprichten van een omgevingsvergunningplichtig bouwwerk op of in de in lid 8.1 bedoelde gronden, over een oppervlakte van 250 m2 of meer en dieper dan 0,3 m gelden de volgende regels: a. in het belang van de archeologische monumentenzorg dient door de aanvrager van de omgevingsvergunning een door een archeologisch deskundige opgesteld rapport te worden overgelegd waarin de archeologische verwachtingswaarden van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, en b. in het belang van de bescherming van de archeologische waarde kunnen aan de omgevingsvergunning voorwaarden worden verbonden. Tot deze voorwaarden kunnen in ieder geval behoren: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige; c. de in sublid 8.2.1 onder a genoemde verplichting geldt niet voor de vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1
Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning
In het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige archeologische verwachtingswaarden, is het verboden, behoudens het bepaalde in sublid 8.3.2, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren over een oppervlakte van meer dan 250 m2: a. graafwerkzaamheden en het roeren van gronden, dieper dan 0,3 m; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen en het aanleggen van drainage, dieper dan 0,3 m; d. het aanbrengen ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmede verband houdende constructies, dieper dan 0,3 m; e. het graven, vergraven, vergroten van watergangen en waterpartijen, dieper dan 0,3 m; f. het ophogen en egaliseren van gronden; g. het dempen van watergangen en waterpartijen; h. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; i. het verhogen of het verlagen van de grondwaterstand.
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
75
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
8.3.2
Uitzondering op het uitvoeringsverbod
Het in sublid 8.3.1 gestelde verbod geldt niet voor werken, geen gebouwen zijnde, en werkzaamheden: a. in het kader van het normale onderhoud, gebruik en beheer; b. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een archeologisch deskundige; c. die uit een oogpunt van bescherming van de archeologische verwachtingswaarde van niet ingrijpende betekenis zijn; d. waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning. 8.3.3
Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden
Een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 8.3.1 wordt slechts verleend, indien: a. door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, de archeologische verwachtingswaarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, en b. door de aanvrager van de omgevingsvergunning een door een archeologisch deskundige opgesteld rapport is overgelegd waarin de archeologische verwachtingswaarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 8.3.4
Voorwaarden voor een omgevingsvergunning
Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 8.3.1 kunnen voorwaarden worden verbonden in het belang van de bescherming van de archeologische verwachtingswaarde. Tot deze voorwaarden kunnen in ieder geval behoren: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 8.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, na advies te hebben ingewonnen van een archeologisch deskundige, het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 4' naar ligging wordt verschoven, naar omvang wordt verkleind of vergroot of in het voorkomende geval uit het plan wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft.
76
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Artikel 9 9.1
Waarde - Archeologische verwachting 9
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 9' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van de naar verwachting aanwezige archeologische waarden. 9.2
Bouwregels
9.2.1
Bouwwerken
Ingeval van een aanvraag voor het oprichten van een omgevingsvergunningplichtig bouwwerk op of in de in lid 9.1 bedoelde gronden, over een oppervlakte van 10.000 m 2 of meer en dieper dan 0,3 m gelden de volgende regels: a. in het belang van de archeologische monumentenzorg dient door de aanvrager van de omgevingsvergunning een door een archeologisch deskundige opgesteld rapport te worden overgelegd waarin de archeologische verwachtingswaarden van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, en b. in het belang van de bescherming van de archeologische waarde kunnen aan de omgevingsvergunning voorwaarden worden verbonden. Tot deze voorwaarden kunnen in ieder geval behoren: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige; c. de in sublid 9.2.1 onder a genoemde verplichting geldt niet voor de vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
9.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.3.1
Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning
In het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige archeologische verwachtingswaarden, is het verboden, behoudens het bepaalde in sublid 9.3.2, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren over een oppervlakte van meer dan 10.000 m2: a. graafwerkzaamheden en het roeren van gronden, dieper dan 0,3 m; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen en het aanleggen van drainage, dieper dan 0,3 m; d. het aanbrengen ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmede verband houdende constructies, dieper dan 0,3 m; e. het graven, vergraven, vergroten van watergangen en waterpartijen, dieper dan 0,3 m; f. het ophogen en egaliseren van gronden; g. het dempen van watergangen en waterpartijen; h. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; i. het verhogen of het verlagen van de grondwaterstand.
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
77
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
9.3.2
Uitzondering op het uitvoeringsverbod
Het in sublid 9.3.1 gestelde verbod geldt niet voor werken, geen gebouwen zijnde, en werkzaamheden: a. in het kader van het normale onderhoud, gebruik en beheer; b. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een archeologisch deskundige; c. die uit een oogpunt van bescherming van de archeologische verwachtingswaarde van niet ingrijpende betekenis zijn; d. waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning. 9.3.3
Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden
Een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 9.3.1 wordt slechts verleend, indien: a. door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, de archeologische verwachtingswaarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, en b. door de aanvrager van de omgevingsvergunning een door een archeologisch deskundige opgesteld rapport is overgelegd waarin de archeologische verwachtingswaarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 9.3.4
Voorwaarden voor een omgevingsvergunning
Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 9.3.1 kunnen voorwaarden worden verbonden in het belang van de bescherming van de archeologische verwachtingswaarde. Tot deze voorwaarden kunnen in ieder geval behoren: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 9.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, na advies te hebben ingewonnen van een archeologisch deskundige, het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 9' naar ligging wordt verschoven, naar omvang wordt verkleind of vergroot of in het voorkomende geval uit het plan wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft.
78
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Hoofdstuk 3 Artikel 10
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 11 11.1
Algemene bouwregels
Bestaande maten
Voor een bestaand bouwwerk dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud, afstand of bebouwingspercentage afwijkt van de maatvoeringbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, gelden ter plaatse van de afwijking die afwijkende maten als bepalingen voor de maatvoering, met dien verstande dat: a. bestaande maten die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen ter plaatse van de afwijking als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; b. bestaande maten die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen ter plaatse van de afwijking als ten minste toelaatbaar worden aangehouden; c. ingeval van herbouw is het bepaalde in dit lid onder a. en b. uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde locatie plaatsvindt; d. op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is artikel 17.1 niet van toepassing. 11.2
Ondergeschikte bouwonderdelen
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwgrenzen en bestemmingsgrenzen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 11.3
Ondergronds bouwen
Daar waar in het plan geen specifieke regeling is opgenomen voor ondergronds bouwen zijn de regels van dit plan van overeenkomstige toepassing op ondergrondse bouwwerken. 11.4
Parkeren
a. Voor zover in hoofdstuk 2 geen specifieke parkeernormen zijn opgenomen, dient bij het bouwen op grond van de bestemmingen genoemd in hoofdstuk 2, voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig het 'Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan 2012-2022' zoals dat is vastgesteld op 21 juni 2012 en uitgewerkt in de 'Beleidsregels Parkeernormen Hardinxveld Giessendam 2022' zoals dat is vastgesteld op 21 juni 2022 of de rechtsopvolger daarvan; b. Van het bepaalde onder a kan worden afgeweken, indien kan worden aangetoond dat op andere wijze is voorzien in voldoende parkeergelegenheid; c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bestaande bouwwerken.
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
79
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Artikel 12 12.1
Algemene gebruiksregels
Gebruiksverbod
Het is verboden de in het plan begrepen gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met de in het plan gegeven bestemming en met het in of krachtens het plan ten aanzien van het gebruik van gronden en bouwwerken bepaalde. 12.2
Strijdig gebruik
Een gebruik in strijd met de in het plan gegeven bestemming en met het in of krachtens het plan ten aanzien van het gebruik van gronden en bouwwerken bepaalde, is in ieder geval: a. het gebruik van onbebouwde gronden als stand- of ligplaats van onderkomens, tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; b. het gebruik van onbebouwde gronden als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; c. het gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie; d. het gebruik van gronden en bouwwerken voor een growshop of coffeeshop. 12.3
Parkeren
a. Voor zover in hoofdstuk 2 geen specifieke parkeernormen zijn opgenomen, dient bij het bestaande gebruik zoals toegestaan op grond van de bestemmingen genoemd in hoofdstuk 2, voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig het 'Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan 2012-2022' zoals dat is vastgesteld op 21 juni 2012 en uitgewerkt in de 'Beleidsregels Parkeernormen Hardinxveld Giessendam 2022' zoals dat is vastgesteld op 21 juni 2022 of de rechtsopvolger daarvan; b. Van het bepaalde onder a kan worden afgeweken, indien kan worden aangetoond dat op andere wijze is voorzien in voldoende parkeergelegenheid;
Artikel 13 13.1
Algemene aanduidingsregels
Vrijwaringszone - Laagvliegroute
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone - Laagvliegroute' gelden de volgende aanvullende regels: 13.1.1 Bouwregels In afwijking van het bepaalde in de bouwregels bij de andere bestemmingen (3 tot en met 38) geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - Laagvliegroute' de hoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, niet meer mag bedragen dan 30 m boven NAP. 13.1.2 Omgevingsvergunning voor afwijken Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in 13.1.1 voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemmingen, conform de bouwregels op grond van de betreffende bestemming, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig functioneren van de laagvliegroute. 13.1.3 Voorwaarden omgevingsvergunning Alvorens de onder 13.1.2 bedoelde omgevingsvergunning te verlenen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de betreffende beheerder van de straalverbinding.
80
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Artikel 14 14.1
Algemene afwijkingsregels
Omgevingsvergunning om af te wijken van bij het plan aangegeven regels
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van: a. in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 15% van de goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen; b. de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 2,5 m, en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; c. de regels en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; d. de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 m; met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die zijn gelegen binnen de zone die is aangeduid als 'Vrijwaringszone Laagvliegroute', alwaar een maximale bouwhoogte van 30 m geldt; e. de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde wordt vergroot tot maximaal 10 m, voor zover de bestemming niet in een afwijking voorziet. 14.2
Voorwaarden afwijking
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 14.1, kan slechts worden verleend, mits: a. de belangen van de eigenaren en gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 15 15.1
Algemene wijzigingsregels
Algemene wijzigingen
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in de vorm van het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en afmetingen van bestemmingsgrenzen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. bestemmingsgrenzen mogen met niet meer dan 5 m worden verschoven; b. de belangen van de eigenaren en gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; c. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen mogen niet onevenredig worden geschaad. 15.2
Wijziging Staat van Bedrijfsactiviteiten
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de van deze regels deel uitmakende bijlage 'Staat van bedrijfsactiviteiten' te wijzigen, middels het toevoegen en schrappen van soorten bedrijven en het veranderen van de categorie-indeling van soorten bedrijven, voor zover veranderingen in de bedrijfsvoering en de milieugevolgen van soorten bedrijven hiertoe aanleiding geven.
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
81
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Artikel 16 16.1
Overige regels
Nadere eisen
16.1.1 Externe veiligheid - vluchtmogelijkheden Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het aspect externe veiligheid, ter beheersing van de uitpandige vluchtroutes, en de bereikbaarheid voor de brandweer, voor zover dit niet elders in dit plan is vastgelegd, nadere eisen stellen aan: a. vluchtmogelijkheden en de situering van bouwwerken; b. vluchtmogelijkheden en de inrichting van terreinen/openbare ruimte; c. vluchtmogelijkheden en het bebouwd oppervlak van gebouwen; d. vluchtmogelijkheden en het vloeroppervlak van gebouwen. 16.1.2
Externe veiligheid - afsluitbaarheid mechanische ventilatie
Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het aspect externe veiligheid, ter bescherming van de blootstelling aan toxische gassen, nadere eisen stellen aan de afsluitbaarheid van mechanische ventilatie.
82
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Hoofdstuk 4 Artikel 17 17.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen, wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 17.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 18
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam'.
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
83
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Bijlagen regels
84
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Bijlage 1
Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
85